Fundamenten van het Geloof 13 Rechtvaardiging door geloof

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

God openbaart Zich als de Heilige, die de zonden niet kan verdragen en deze veroordeelt.
De meeste mensen vrezen God echter niet. Hun denken en doen is gericht op het voldoen aan hun begeerten. Door deze aardse, vleselijke gezindheid is de mens onheilig en een vijand van God geworden.

Rechtvaardiging door geloof

Om mensen met God te verzoenen, heeft Christus Jezus zijn leven gegeven als losoffer. Hierdoor kunnen wij verlost worden van zonde en de schuld die wij daardoor hebben bij God. Maar hoe kan God ons vergeven wanneer Hij geen zonde kan verdragen en daarover toornt?

Hij kan toch niet doen ofwij ze niet gedaan hebben?

Nee, dat is niet in overeenstemming met Zijn rechtvaardigheid! Onze zonden zijn niet te ontkennen en te verbergen. Ze maken ons onrein en ongeschikt voor onze heerlijke bestemming. Wij zijn strafwaardig, maar omwille van Zijn Zoon rekent God ons de zonden niet toe:

“… dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen …” (2 Korintiërs 5:19)

“Zalig zij, van wie ongerechtigheden vergeven en van wie zonden bedekt zijn. Zalig de man, wiens zonde de Here geenszins zal toerekenen.” (Romeinen 4:7, Psalm 32:1)

Paulus legt in de brief aan de Romeinen uit, dat God tegenover de onrechtvaardigheid van Adam, de rechtvaardigheid van Christus Jezus stelt. En evenals ons de onrechtvaardigheid van Adam wordt toegerekend door onze verbondenheid met hem in de zonde, wordt ons de rechtvaardigheid van Christus Jezus toegerekend door onze verbondenheid met hem in geloof:

“Derhalve, gelijk het door één daad van overtreding voor alle mensen tot veroordeling gekomen is, zo komt het ook door één daad van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven. Want gelijk door de ongehoorzaamheid van één mens zeer velen zondaren geworden zijn, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van één zeer velen rechtvaardigen worden … opdat, gelijk de zonde als koning heerste in de dood, zo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid ten eeuwigen leven door Christus Jezus onze Here.” (Romeinen 5:12-21)

Met die ene daad van gerechtigheid wordt het offer van de heer Jezus Christus bedoeld. Hij heeft al onze zonden op zich genomen en in zijn lichaam aan de paal gebracht. Zijn offer bekrachtigde het verbond van genade en barmhartigheid dat God met mensen wilde sluiten.

“Want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.” (Mattheüs 26:28; vergelijk Ef. 1:7; Kol. 1:14 Luc. 24:47Hand. 5:31; 10:43; 13:38; 26:18)

“Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige vooronrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen.” (1 Petr. 3:18; Rom. 5:7-8)

Daarom is God rechtvaardig, ook al vergeeft Hij ons en reinigt Hij ons van alle zonden die wij deden:

“Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid van God gepleegd waren, had laten geworden – om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is” (Rom. 3:23-26)“…

Veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn …” (Romeinen 5:9)

Niet toerekenen van zonden wordt in de Bijbel rechtvaardigen genoemd. Hiermee wordt iets geheel anders bedoeld dan het rechtvaardigen van onszelf. Dat is onszelf vrijpleiten met allerlei uitvluchten, zodat wij verkeerde dingen goedpraten (1 Kor. 4:3-5).

“3 Doch mij is voor het minste, dat ik van ulieden geoordeeld worde, of van een menselijk oordeel; ja, ik oordeel ook mijzelven niet. 4 Want ik ben mijzelven van geen ding bewust; doch ik ben daardoor niet gerechtvaardigd; maar Die mij oordeelt, is de Heere. 5 Zo dan oordeelt niets vóór den tijd, totdat de Heere zal gekomen zijn, Welke ook in het licht zal brengen, hetgeen in de duisternis verborgen is, en openbaren de raadslagen der harten; en als dan zal een iegelijk lof hebben van God.” (1Co 4:3-5 STV)

God echter ontkent onze zonden niet, maar ziet of wij oprecht berouw hebben. Op grond van oprecht berouw en bekering rekent Hij ons de zonden niet toe, verleent Hij ons vrijspraak. Bekering is:

ons omkeren op de weg van zonde en dood, om voortaan de weg tot eeuwig leven te gaan door gehoorzaam Gods wil te doen:

“Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.” (1 Joh. 1:9)

“Bekeert u en laat een ieder van u zich dopen op de naam van Christus Jezus, tot vergeving van zonden …” (Handelingen 2:38)

“Maar u hebt u laten afwassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd door de naam van de Here Jezus Christus …” (1 Korinthiërs 6:9-11)

Berouw en bekering tot God komen voort uit geloof in zijn verlossingswerk in Zijn Zoon. In Hem bewijst Hij ons zijn liefde en genade door ons te vergeven:

“Want wij zijn van oordeel dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt …”(Romeinen 3:28-30; 4:1-5; zie Galaten 2:15-16; 3:11 en 24)

“Zo zij u dan bekend … dat door Hem (Christus) u vergeving van zonden verkondigd wordt … wordt ieder, die gelooft, gerechtvaardigd door Hem.”(Handelingen 13:38-39; vergelijk Romeinen 8:33-34)

“Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus, door wie wij ook de toegang hebben verkregen tot dezegenade, waarin wij staan …” (Rom. 5:1-2; Tit. 3:7)

Het geloof dat God van ons vraagt om gerechtvaardigd te kunnen worden, is te zien bij Abraham: een rotsvast vertrouwen dat God doet wat Hij belooft, getoond in het doen van wat God van hem vroeg:

“… aan de belofte van God heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd versterkt in zijn geloof en gaf God eer, in de volle zekerheid, dat Hij bij machte was hetgeen Hij beloofd had ook te volbrengen. Daarom werd het hem gerekend tot gerechtigheid. Echter niet alleen om zijnentwil alleen werd geschreven: het werd hem toegerekend, maar ook om onzentwil, wie het zal worden toegerekend, ons, die ons geloof vestigen op Hem, die Jezus, onze Here, uit de doden opgewekt heeft, die is overgeleverd om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardiging.” (Romeinen 4:21-25)

“Is onze vader Abraham niet uit werken gerechtvaardigd, toen hij zijn zoon Isaak op het altaar legde? Daaruit kunt u zien, dat zijn geloof samenwerkte met zijn werken, en dat dit geloof pas volkomen werd uit de werken; en het schriftwoord werd vervuld, dat zegt: Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd….” (Jacobus 2: 21-23)

Dit zijn niet door mensen bedachte werken, gedaan op eigen kracht, maar de geloofsdaden die God van ons vraagt. Wie deze rechtvaardigheden, goede werken of gerechtigheid doet, en niet het kwaad van deze wereld, wordt een rechtvaardige voor God genoemd. Een die voor Hem vrij van schuld is en straks bij zijn Zoon zal mogen zijn, wanneer Hij komt in heerlijkheid:

“Maar wanneer een goddeloze zich bekeert van alle zonden die hij begaan heeft, al mijn inzettingen onderhoudt en naar recht en gerechtigheid handelt, dan zal hij voorzeker leven … Geen van de overtredingen die hij begaan heeft, zal hem worden toegerekend.” (Ezechiël 18:21-22; 33:15-16)

“Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.” (Efeziërs 2:10”; zie ook 4:20-24; 5:9 Lucas 1:75)

“Voorts broeders, al wat waar is, al wat waardig, al wat rechtvaardig is, al wat rein, al wat beminnelijk is, al wat deugd heet en lof verdient, bedenkt dat … breng dat in toepassing.” (Fil. 4:8-9)

“ … dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden (Staten Vertaling: rechtvaardig-makingen) van de heiligen.” (Openbaring 19:6-9; vergelijk Psalm 106:30;1 Johannes 2:28-29; 3:7-10)

J.K.D.

 

Vraag ter overdenking:

Wat is de eerste openlijke daad van gerechtigheid
die God van ons vraagt?

 

+

Voorgaande

Fundamenten van het Geloof 10 De Verlosser uit de dood

Fundamenten van het Geloof 11 Christus, de door God gezonden Verlosser

Fundamenten van het Geloof 12 Verzoening met God door het offer van Christus

++

Aanvullend

  1. Betreft de Mens
  2. Voorzieningen voor de keuzes van de mens
  3. Schepper en Blogger God 11 Het Oude en Nieuwe Blog 1 Gericht op één mens
  4. De verbonden – samenvatting
  5. Verlossing #2 De Bijbelse oplossing
  6. Zoenoffer
  7. Lam van God #3 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #2
  8. Een losgeld voor iedereen 1 De Voorziening van een tweede Adam
  9. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 1
  10. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 5 Toetssteen en steen van aanstoot
  11. Onvergeeflijke zonde en berouw
  12. Twee soorten mensen
  13. Wees gewaarschuwd niet te bestaan in een staat van toom’ah
  14. Zo maar gerechtvaardigd?
  15. Wanneer men geloof gevonden heeft door de studie van de Bijbel moet men werken van geloof verwezenlijken
  16. Zij die Geulah verdienen en tot de uitverkorenen zullen mogen behoren
  17. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen
  18. Een race niet voor de snelste, noch een strijd om de sterkste
  19. Doopsel en bloedvergieten ter vergeving
  20. Verzoening en de gekochte race
  21. Voorbereidingstijd naar Pesach toe
  22. Verzoening en Broederschap 1 Getrouwheid en vergoeding
  23. Verzoening en Broederschap 2 Uit de eigen cocon stappen
  24. Verzoening en Broederschap 4 Deelgenoten in Christus
  25. Je overgevend, sorry zeggend, dat is de enige uitweg uit de diepte
  26. Inkeer – bekering en vergeving
  27. Christadelfiaanse geloofspunten #5 Beloften over Herstelplan
  28. Christadelfiaanse geloofspunten #8 Boodschap van Jezus wiens vergoten bloed vergeving van onze overtredingen brengt

Pope & Pageantry what Jesus intended??

According to Catholic Catechism, the Catholic Church professes to be the “sole Church of Christ,” and that all duly consecrated bishops have a lineal succession from the twelve Apostles. In particular, the Bishop of Rome (the Pope), is considered the successor to the Apostle Peter, from whom the Pope (so called) derives his supremacy over the Church. There are also other Christian groups that make similar claims, but does God recognize any of these as His representative on earth?

When Christ established the early church through the Apostles, there were no complex ceremonies, no large structures, no soaring columns made of marble, no choir lofts and costly statues. There were only small gatherings in humble homes where his followers met together to study his words and the inspired words of his Apostles. Their example of the “simplicity that is in Christ” was meant to be a template or pattern for future gatherings of the church to follow throughout the Christian Age. 2 Corinthians 11:2, 3

This subject should be approached prayerfully and honestly. If there was but one church in the beginning, established by our Lord, there should be but the one church in the end – the faithful church triumphant in glory. Colossians 3:4

+

Preceding

Catholicism, Anabaptism and Crisis of Christianity

Missionary action paradigm for all endeavours of the church

A Church without Faith!

Funeral service only belongs in church building according to Catholic Church

++

Additional reading

  1. Religions and Mainliners
  2. Getting out of the dark corners of this world
  3. Scepticals of the Bible
  4. Signs of the times – As the Day approaches
  5. 25 Orthodox rabbis issued a statement on Christianity
  6. Youngsters, parents and the search to root in life
  7. A new decade, To open the eyes to get a right view

+++

Further related articles

  1. Why I am NOT a catholic! / Waarom ik geen katholiek ben!
  2. The Dislike of Catholicism: Understanding the Holy in the Catholic Tradition – 5 – Psychological reasons
  3. Who belongs to the Catholic Church?
  4. “The Intimate. Polity and the Catholic Church” (Dobbelaere, Pérez-Agote, ed.)
  5. The Proper Response to the Crisis in the Catholic Church: Give the Laity a Role in the Appointment and Removal of Diocesan Bishops
  6. Religion and Young People: The Lost Generation?
  7. What is the urge to follow the Spirituality?
  8. My journey of faith
  9. Public Preaching and a Very British Dilemma
  10. Mary worshipped as a God?
  11. Trinity: The Truth about Matthew 28:19 & 1 John 5:7
  12. The Sabbath Principle in Modern Life

Maison de Transition

Connaissez-vous déjà les maisons de transition ?

Une Maison de Transition est un petit établissement résidentiel où une quinzaine de détenus passent les derniers mois de leur détention à travailler à leur réinsertion dans la société.

Les maisons de transition sont le fruit d’une collaboration entre différentes parties.

La Maison de Transition s’articule autour de trois piliers : la force, la réparation et le lien. La Maison de Transition travaille selon une vision axée sur la force et la réparation.

Pouvoir donner du sens à sa vie et à sa personne est indispensable pour se sentir être humain à part entière. Le sens, c’est avoir et atteindre des objectifs précieux, le sentiment d’être une valeur ajoutée et se sentir connecté.


Logo TransitiehuizenJetez un coup d’œil à notre tout nouveau site web et découvrez-en plus sur ce concept unique. 😃

Transitiehuizen

Ken jij onze Belgische transitiehuizen al waar verschillende teams samen werken om mensen klaar te stomen terug in de maatschappij te stappen?

Een transitiehuis is een residentieel gebouw waar ongeveer vijftien gedetineerden de laatste maanden van hun detentie doorbrengen om te werken aan hun re-integratie in de maatschappij.

Het Transitiehuis hanteert drie pijlers om deelnemers te ondersteunen in hun re-integratie: kracht, herstel en verbinding. De aanpak vertrekt vanuit de kracht van de persoon en is gericht op diens herstel.

“Van betekenis zijn” kan verschillende vormen aannemen en zit vaak verborgen in kleine zaken. De focus op kracht, herstel en verbinding doet deelnemers ervaren dat ze over vaardigheden beschikken, schade kunnen herstellen en doelen kunnen bereiken.

Logo TransitiehuizenGa zeker eens een kijkje nemen naar de gloednieuwe website en kom meer te weten over dit unieke concept. 😃

Having opinions, judging or being judgmental

In the Christian world, there are people who say we may not judge nor vote.

John 7:24 says

Stop judging by mere appearances, and make it right judgement”

Many people forget that we may not judge according to appearance, but it does not say we may not judge at all. We should investigate everything before we express our opinion. By giving our idea we should have judged righteous before we express ourselves.

“’You shall do no injustice in judgment; you shall not be partial to the poor nor defer to the great, but you are to judge your neighbor fairly.” (Le 19:15 NAS)

“”Thus has the LORD of hosts said, ’Dispense true justice, and practice kindness and compassion each to his brother;” (Zec 7:9 NAS)

Often we make a judgement already by only seeing a person, without having spoken enough with him or her to get some real idea of that person. We should try to do like God does, not judging on their ‘outside’, but getting to know their inner thoughts and compare it to their action and judge then their attitude.

“”You people judge according to the flesh; I am not judging anyone.” (Joh 8:15 NAS)

Every day of the week or of the year, we do have to face matters and have to judge them to take the right action. Some think or say that Jesus said we may not judge at all.

“”Do not judge lest you be judged.” (Mt 7:1 NAS)

Here Jesus warns us not to pick on people and to jump on their failures, criticize their faults unless, of course, we want the same treatment. Jesus lets us know that the attitude we take or critical spirit to look at others has a way of boomeranging.

It’s easy to see a smudge on your neighbour’s face and be oblivious to the ugly sneer on your own. Often we find people who say they are Christian and want to be ‘holier than the pope’, living with a whole travelling road-show mentality all over again, playing a holier-than-thou part instead of just living their part.

“1  “Do not judge so that you will not be judged. 2 “For in the way you judge, you will be judged; and by your standard of measure, it will be measured to you. 3 “Why do you look at the speck that is in your brother’s eye, but do not notice the log that is in your own eye? 4 “Or how can you say to your brother, ’Let me take the speck out of your eye,’ and behold, the log is in your own eye? 5 “You hypocrite, first take the log out of your own eye, and then you will see clearly to take the speck out of your brother’s eye.” (Mt 7:1-5 NAS95)

Jesus is telling us to remove the plank from our own eye so that we may help the other person. As such we have to check our own attitude and thinking and doing away with the faults of ourselves.

Just as we are commanded to not condemn others, we are also commanded to not ignore sin. This requires the act of judging others in a biblical way.

It is important to be able to discern the difference between the judging.  There is judging that is mentioned in Matthew 7:1-5 and the biblical kind of judgement mentioned in John 7:24:

“”Do not judge according to appearance, but judge with righteous judgment.”” (Joh 7:24 NAS95)

Jesus is indicating we may not just show discernment because we do not like something from a person, but allows as to examine a person and gives us permission to tell right from wrong. We may go into confrontation with someone else, but have to be very careful how (and why) we do it.

The ultimate goal in confronting someone is to bring that person to repentance. We are called to judge sin with the goal of bringing repentance and reconciliation.

God commands us to point out the truth with hope, love, and Christ-like compassion. 

“but speaking the truth in love, we are to grow up in all aspects into Him who is the head, even Christ,” (Eph 4:15 NAS95)

So before we give some remarks to someone, we should consider if our opinion is right and how we are going to say it would be right. At all times we should really be sure that we are right in what we are remarking and that we give our opinion in the right way.

We are told to correct, rebuke, and encourage, which means that we would have made a judgement or formed an opinion, otherwise, we would not be able to give a correction or rebuke something. At all times we should be ready to give a Christian opinion, making it that we can teach people and correct them in the things we think are wrong. As being taught in the word we should try always to use the right way to communicate, giving an example in all good things, have become imitators of the apostles and their master teacher, Jesus Christ, having received the word in much affliction, with the joy of the Holy Spirit;

“preach the word; be ready in season and out of season; reprove, rebuke, exhort, with great patience and instruction.” (2Ti 4:2 NAS95)

“You also became imitators of us and of the Lord, having received the word in much tribulation with the joy of the Holy Spirit,” (1Th 1:6 NAS95)

++

Find also to read

  1. Matthew 7:1-11 – The Nazarene’s Commentary on Neighbor Love Continued 7: Matthew 7:1-5 Judgment and neighbor love
  2. Being prudent – zorgvuldig zijn
  3. How we think shows through in how we act
  4. How us to behave
  5. Clothe yourselves with compassion, kindness, humility, gentleness and patience
  6. Do we have to be an anarchist to react
  7. Judgement
  8. We have a choice every day regarding the attitude we will embrace
  9. A Living Faith #3 Faith put into action
  10. Sow and harvests in the garden of your heart
  11. Believe and speak and act in ways which show we have life in Christ’s name
  12. Raise a standard to which the wise and honest can repair
  13. Who are the honest ones?
  14. Followers with deepening

++

Further related

  1. When someone criticizes your appearance
  2. Reflections on Flourish Part 11Things you shouldn’t do.Working out our own salvation (Philippians 2)
  3. To Judge
  4. Go Ahead, Judge Me! I know you are!
  5. The Self Righteous Person Is The Most Dangerous Person In The Room (Bible Study Matthew 7 Part 1)
  6. Does ‘judge not’ mean make no judgements about sin?
  7. Do you think its ever ok to judge?
  8. Do Not Judge Others
  9. Feeling better by condemning
  10. Do to others…
  11. Do you find it easy to criticize bad behavior to very close friends?
  12. When I was deemed a liar…
  13. Unwillingness to “bother people”
  14. Making Mistakes, Dealing With Judgement And Shining On.
  15. Dirty Hands
  16. Remember who you ARE!
  17. God’s Report Cards
  18. God’s Righteousness and Justice. VIII: Clothed in Christ’s Righteousness
  19. Be the Lighthouse
  20. Different Kinds of Values
  21. The Judge Stands at the Door
  22. Justice
  23. God Loves All!

Fundamenten van het Geloof 12 Verzoening met God door het offer van Christus

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

God openbaart Zich als de Heilige, die de zonden niet kan verdragen en deze veroordeelt.
De meeste mensen vrezen God echter niet. Hun denken en doen is gericht op het voldoen aan hun begeerten. Door deze aardse, vleselijke gezindheid is de mens onheilig en een vijand van God geworden:

“… de weg van de vrede kennen zij niet; de vreze (voor) God staat hun niet voor ogen.” (Romeinen 3:17-18)“

… weet u niet, dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dus een vriend van de wereld wil zijn, wordt metterdaad een vijand vanGod.” (Jacobus 4:4)

“Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet van God … zij, die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen.” (Romeinen 8:7-8)

Wanneer God een Israëliet zijn zegen onthield of in zijn toorn strafte om diens zonde, dan voelde dit alsof God hem tot een vijand was geworden (zieJ ob 13:24; 19:11). Maar God beloofde niet voor altijd te zullen toornen (Ps. 103:9; Jer. 3:12). Hij maakte Zich bekend als barmhartig en vergevend God, die weet dat het vlees zwak is (Ex. 34:6-7; Ps. 78:38-39). Zijn werk is daarom gericht op het beëindigen van de vijandschap tussen Hem en mensen en het maken van vrede met wie van goede wil is:

“Eer aan God in de hoogste (hemelen), en vrede op aarde bij mensen (van) goede wil.” (Lucas 2:14)

“Verdrukking en benauwdheid (zal komen) over ieder levend mens, die het kwade bewerkt …; maar heerlijkheid, eer en vrede over ieder, die het goede werkt …” (Romeinen 2:9-10)

“Uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede.” (Lucas 7:50; 8:48)

God bewerkt deze vrede door de mens met Zich te verzoenen. Verzoening is de manier waarop Hij ons van zonde verlost. Moesten onder het Oude Verbond dierenoffers voor Israël verzoening bewerken, onder het Nieuwe Verbond stelt God het offer van Jezus Christus voor als zoenmiddel:

“Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door de verlossing in Christus Jezus. Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed …” (Rom. 3:23-25)

“Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden.” (1 Johannes 4:10)

“Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van zijn Zoon, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, door dat Hij leeft.” (Romeinen 5:10)

Deze verzoening tot vrede met God is niet alleen bedoeld voor het afgedwaalde volk Israël, maar voor alle mensen, tot welk volk zij ook behoren, en in welke tijd zij ook leven. Gods liefde is universeel:

“Maar onder elk volk is wie Hem vereert en gerechtigheid werkt, Hem welgevallig, naar het woord dat Hij heeft doen brengen aan de kinderen van Israël om vrede te verkondigen door Jezus Christus.” (Handelingen 10:35-36)

“… Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die van de gehele wereld.”(1 Johannes 2:1-2)

Omdat God tot de komst van Christus, in zijn trouw aan zijn verbond met Abraham, Isaak en Jakob, alleen sprak tot Israël, was de prediking van het evangelie door de apostelen een openbaring voor velen in de heiden wereld. Het offer van Jezus reinigt van zonden en maakt niet alleen een einde aan de vijandschap van zondaars met God, maar ook aan de scheiding tussen Jood en niet-Jood.

“Want het heeft de ganse volheid (God) behaagd in Hem (Christus) woning te maken, en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het kruisbloed, alle dingen weer met zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is. Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind was blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weer verzoend, in zijn lichaam van vlees, door de dood, om u heilig en onbesmet en onberispelijk voor Zich te stellen.” (Kolossenzen 1:19-22)

“Want Hij (Christus) is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, doordat Hij in zijn vlees de wet van de geboden, in inzettingen bestaande,buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen, en de twee, tot één lichaam verbonden, weer met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf was, en vrede aan hen, die dichtbij waren; want door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader.” (Efeziërs 2:14-16; zie ook 6:15)

De wet maakt onderscheid tussen Joden en heidenen, het geloof in Christus Jezus verbindt hen. De wet leert wat zonde en onreinheid is, zodat de mens Gods heiligheid beseft en Hem vreest. Christus Jezus is het volmaakte voorbeeld van heiligheid, dat de gelovigen voor ogen kunnen houden en navolgen. In hem hebben allen deel aan Gods genade, waarin hij hen met zich verzoent en zijn vrede schenkt:

“Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus, door wie wij ook de toegang hebben verkregen tot deze genade, waarin wij staan.” (Romeinen 5:1)

De toestand van vijandschap tussen God en mensen, die ontstond door de zonde van de eerste mens, is in Christus tot een einde gekomen. Hiermee werd niet alleen de situatie in de hof van vóór de zonde hersteld, maar ook het doel, dat God voor ogen had, bereikt: een volmaakt en eeuwig levend wezen maken naar zijn beeld en als zijn gelijkenis, geschikt om Zijn schepping te besturen en te bewaren:

“Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen. En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoend heeft en ons de bediening van de verzoening gegeven heeft, welk immers hierin bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen …” (2 Korintiërs 5:17-19)

 

Vraag ter overdenking:
Wat staat er in de brief aan de Filippenzen tegenover de gezindheid van het vlees?

Grote verzoendag

Voor de gelovige Israëliet was Verzoendag de grootste dag van het jaar. De Hogepriester ging met het bloed van een offerdier tot de Verbondsark in het heiligste vertrek van de Tempel om mensen en voorwerpen te reinigen. God beloofde daarbij dat Hij alle zonden en ongerechtigheid, die voor Hem werden beleden, voorgoed zou wegdoen (Lev. 16; 23:23-32; Hebr. 9:6-7; 18-22). Daarna kwam de Hogepriester naar buiten met een zegen voor het volk (Num. 6:22-27). Dit is een afbeelding van Gods heilswerk in Christus. Hij is de Hogepriester die eeuwige verzoening heeft bewerkt (Hebr. 9:8-10; 10:1). Hij heeft zichzelf één maal geofferd en is met zijn eigen bloed de hemel binnengaan. Daaruit verwachten zijn volgelingen hem met de zegen van eeuwig leven (9:11-15). Zijn offer is volmaakt en door God aanvaard om de zonden van alle mensen uit alle tijden, die hem als hun Verlosser verwachten, werkelijk en voorgoed weg te nemen (9:24-26; 10:11-14). Dierenoffers konden dat niet.

+

Voorgaand

Fundamenten van het Geloof 11 Christus, de door God gezonden Verlosser

++

Lees ook

  1. Betreft de Mens
  2. Twee soorten mensen
  3. De Falende mens #2 Vrije keuze
  4. Redding mogelijk voor allen
  5. Reddingsplan
  6. Het eeuwige verbond
  7. Fragiliteit en actie #15 Lossen of Verlossen
  8. Redding, vertrouwen en actie in Jezus #1 Bedekking Lijden
  9. Vertrouwen in Jezus Christus
  10. Een losgeld voor iedereen 1 De Voorziening van een tweede Adam
  11. Een Messias om te Sterven
  12. De Verlosser 1 Senior en junior
  13. De Knecht des Heren #3 De Gewillige leerling
  14. De Knecht des Heren #4 De Verlosser
  15. De avond dat Jeshua zijn talmidim opdroeg dat de Pascha Seder vanaf die tijd zal worden gevierd ter zijner nagedachtenis
  16. Vergiffenis
  17. Genade heeft te maken met verzoening
  18. Loskoper
  19. Zo maar gerechtvaardigd?
  20. Zalving als teken van verhoging
  21. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 1
  22. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 4 Verzet tegen God en Overeenkomstige prijs
  23. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 5 Toetssteen en steen van aanstoot
  24. Onschuldig Lam
  25. Lam van God #3 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #2
  26. Messias zoon van David = Verzoening brengend
  27. Hoe heeft Jezus zulk een plezier voor God gedaan
  28. Zoenoffer
  29. Gisteren stierf hij voor mij
  30. Lijden goegemaakt door Jezus’ loskoopoffer voor zonde
  31. Verzoend met God
  32. Verzoening
  33. Verzoening met verbintenis
  34. Onvergeeflijke zonde en berouw
  35. Verscheidene Verbondakkoorden 9 Op het hart geschreven
  36. Actie bij aanvaarding van Redder Jezus
  37. Niet gebonden door labels maar vrij in Christus
  38. God wil u gunst betonen
  39. Verzoening en Broederschap 1 Getrouwheid en vergoeding
  40. Toewijding van ons
  41. Verzoening en de gekochte race
  42. Doopsel en bloedvergieten ter vergeving
  43. Zelfverloochening en witwassen door doop

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 6: Het bewijs van Gods bestaan (6) De persoonlijke ervaring (slot)

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 6: Het bewijs van Gods bestaan (6) De persoonlijke ervaring (slot)

Culturele achtergrond en ervaring

Wie de Schrift werkelijk wil doorgronden, moet zich terdege bewust zijn van de Joods-Hebreeuwse achtergrond daarvan. Dit Boek spreekt een taal van duizenden jaren geleden, een wereld met een totaal andere culturele achtergrond dan de onze. Die wereld was niet geïnteresseerd in wetenschappelijke bewijzen, maar in levenservaring. Kennis was bovenal ervaringskennis, en overtuigingen waren in de eerste plaats gebaseerd op persoonlijke ervaringen.
Het was een wereld waarin ouderdom stond voor wijsheid, gebaseerd op zulke levenservaring, en niet voor seniliteit of ‘niet meer van deze tijd’ zijn.

In onze wereld heeft ‘oude van dagen’ de klank van iemand wiens rol in het leven is uitgespeeld, die alleen nog op zijn levenseinde zit te wachten; in de Bijbel is het de aanduiding van God Zelf! (Dan 7:9). Er waren in die wereld geen over elkaar heen struikelende technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen, die de mens ademloos trachtte bij te houden. Hij was veel meer statisch, en ervaring telde vele malen zwaarder dan abstracte kennis. In zo’n wereld berust het ‘kennen’ van God op het ‘hebben ervaren’ van God, niet op abstracte bewijsvoering.

Wat is zulke ervaring waard?

Maar is pure persoonlijke overtuiging dan ‘toelaatbaar’ als bewijs?

Elke wetenschapper zal dat met klem ontkennen. En terecht!

Maar wetenschappelijk bewijs is dan ook bedoeld voor totaal andere situaties. Een wetenschapper heeft tot taak de gezamenlijke kennis van zijn vakgebied verder te helpen, en zijn collega’s hebben allee niets aan objectieve bewijzen, die ook hen overtuigen. Je kunt nu een-maal geen nieuwe bouwtechniek ontwikkelen voor het bouwen van verkeersbruggen, of woontorens, of wat dan ook, op basis van persoonlijke overtuiging.

Maar bij het dienen van God gaat het er nu juist wel om dat wij zelf, en niet anderen, volkomen overtuigd zijn van zijn bestaan en dus van de juistheid van de eisen die Hij stelt aan ons persoonlijk (moreel) gedrag. Geen enkel objectief bewijs van zijn bestaan zou ons daarbij ook maar een stap verder brengen. Het gaat om de consequenties die dat heeft voor ons eigen gedrag. En die kunnen juist alleen maar wortelen in een rotsvaste persoonlijke overtuiging.

Maar pas op: ook in dit geval is persoonlijke overtuiging op zichzelf nog geen acceptabel bewijs. Immers, het ontbreekt in onze wereld bepaald niet aan mensen met zeer sterke persoonlijke overtuigingen, die niet-temin elke bijbelse grond missen.

Wie zijn medemens ombrengt omdat ‘stemmen’ hem dat hebben bevolen achten we terecht geestelijk gestoord en rijp voor opname in een kliniek. En wie er allerlei onbijbelse ideeën over God op nahoudt op grond van zijn vaste overtuiging, is misschien wat minder gevaarlijk voor zijn medemens, maar niettemin evenzeer misleid.

De Bijbel heeft ons veel te vertellen over God, zijn karakter en zijn beloften, en over de eisen die Hij stelt aan ons gedrag en onze houding in het leven, allemaal op schrift gesteld om daar kennis van te nemen. Dat kun je niet zomaar overslaan met een beroep op persoonlijke overtuiging. Pas wanneer ons dat allemaal helder is, kunnen we de volgende stap zetten en op grond van persoonlijke ervaring constateren dat God in de dagelijkse praktijk inderdaad diegene is die de Schrift ons leert, en dat Hij dus een realiteit is.

Voor wie Gods geopenbaarde en op schrift gestelde leer vervangt door een overtuiging van eigen makelij is er geen enkel excuus.

Het voorbeeld van Abraham

Neem nu een man als Abraham. Hij was weggeroepen uit een hoogontwikkelde maatschappij, gevestigd in zwaar verdedigde steden. Hij was door God naar Kanaän geleid, waar hij rondzwierf als nomade, wonend in tenten, zijn aards bezit geïnvesteerd in kudden, menselijk gezien kwetsbaar. Kwetsbaar voor de onzekere regenval die het gras voor zijn kudden op het heuvelland moest doen groeien, kwetsbaar voor de jaloezie van de lokale bevolking in de vruchtbare dalen, en kwetsbaar voor legers die hem konden betrekken in een lokaal conflict. Zo moest hij leren vertrouwen op Gods bescherming. Wanneer hij probeerde zijn positie met eigen slimheid veilig te stellen, liep dat verkeerd af als God hem daar niet juist uit redde; wanneer hij zijn volle vertrouwen op God stelde, werd hij gezegend en ging het hem goed. Toen God hem, ondanks zijn hoge ouderdom, en die van zijn vrouw, een eigen zoon als erfgenaam beloofde, en hij dat (op initiatief van zijn vrouw) opnieuw eerst aanpakte met een oplossing van eigen makelij ging dat opnieuw niet goed; toen hij Gods oplossing accepteerde, juist wel. Vervolgens kreeg hij de belofte dat hij juist door deze zoon een talrijk nageslacht zou hebben. En dan vraagt God hem plotseling die zoon te offeren. En Abraham stemt zonder aarzeling toe! Veel commentaar hierop concentreert zich op zijn bereidheid het kostbaarste dat hij bezat ‘op te geven’, maar mist daarmee het belangrijkste aspect: de vervulling van al Gods beloften hing af van het ‘overleven’ van juist deze zoon. In zijn bereidheid hem niet temin te offeren, toont Abraham het rotsvaste geloof, dat hij in een leven met God heeft opgedaan, dat God hoe dan ook zijn beloften toch zal vervullen. De Schrijver aan de Hebreeën heeft daar dan ook terecht veel over te vertellen (zie Hebr. 11:17-19). Dat is geloof in God, gebaseerd op ervaring. Hem was duidelijk en precies verteld wat God van hem verwachtte, en het geloof dat het, ondanks alle mogelijke schijn van het tegendeel, uiteindelijk toch goed zou komen, was gebaseerd op die ervaring, eerst in het klein, en vervolgens in steeds grotere dingen.

De les van dit alles

Zulk geloof moeten ook wij ontwikkelen. Alleen wanneer wij zo, stap voor stap, leren vertrouwen op God, zullen wij de overtuiging kunnen ontwikkelen dat de God die de Schrift ons leert, bestaat en te vertrouwen is; dat Hij alles wat Hij heeft beloofd, ook waar maakt.

Wat Hij van ons wil, staat geschreven. Dat we op Hem kunnen bouwen moeten we ervaren. Alleen zulk geloof kan uitgroeien tot een rotsvaste overtuiging. Geen overtuiging waarmee we onze buurman ‘plat’ kunnen krijgen, maar dat hoeft ook niet: als die buurman voor God bruikbaar is, zal God daar zelf wel voor zorgen. Maar wel een overtuiging die ons zelf volledig overtuigt. Van ons wordt wel gevraagd dat we voortdurend, en met alle kracht, ‘getuigen’, maar niet dat we iets ‘bewijzen’, althans niet iets anders dan ons eigen geloof. Voor dat bewijs van zijn bestaan zal God dan wel zorgen. Wanneer we Hem daarbij tenminste niet voor de voeten gaan lopen met wetenschappelijke pretenties.

R.C.R.

+

Voorgaand

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek 1: Een wetenschappelijke benadering

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 2: Het bewijs van Gods bestaan (2)

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 3: Het bewijs van Gods bestaan (3) De Natuur als mechanisme

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 4: Het bewijs van Gods bestaan (4) Het heelal als toevalstreffer

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 5: Het bewijs van Gods bestaan (5) De toets

Begrijpend zingen: Psalm 56: Vertrouwen op God

+

Aanverwant over Vertrouwen op God

  1. Geloof in God nodig om te slagen
  2. Kwetsbaarheid en vertrouwen samen gaand
  3. Het treffen van tijd en toeval
  4. Overdenking: David: Geloof leren door beproeving
  5. Gedachte voor vandaag “Bedanken en prijzen voor Gods gerechtigheid” (4 januari)
  6. Gedachte voor vandaag “Geloof in moeilijke tijden” (14 januari)
  7. Erkenning van Jehovah’s soevereiniteit
  8. Ontmoeting met: De vrouw uit Sunem
  9. Heb vertrouwen in je geloof … twijfel aan je twijfels
  10. Door moeilijkheden zien dat de bijbel waar is

Als de tijd ten einde loopt …… Slechts een klein deel gered

Als de tijd ten einde loopt …… Slechts een klein deel gered

Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u,zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen.”(Lukas 13:24, NBG’51)

In Lukas 13:23 lezen we hoe iemand Jezus vraagt:

Heer, zijn er maar weinigen die worden gered? En zijn antwoord is:
“Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.”

Al geeft Jezus geen direct antwoord op de vraag, voor de goede lezer is het zonneklaar wat dat antwoord is:

‘Ja, het zijn weinigen’.

Maar zijn nadruk ligt op de moeite die je moet doen om daartoe te behoren. In de bergrede vinden we dit principe wat uitgebreider:

“Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden.” (Matt. 7:13-14).

Hier is het antwoord in elk geval glashelder:

velen zullen de makkelijke maar verkeerde weg volgen, en slechts weinigen de moeilijke maar goede weg.

De brede weg

Dit gaat niet over atheïsten. Ook wie de brede weg bewandelen beschouwen zichzelf als goede volgelingen van hun heer. Nogmaals Lukas en Matteüs:

“Jullie zullen zeggen: We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven. Maar hij zal tegen jullie zeggen:
Ik ken jullie niet … Weg met jullie, rechtsverkrachters!” (Luk. 13:26-27).

“(Bij het oordeel) zullen velen tegen mij zeggen:
“Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?”
En danzal ik hun rechtuit zeggen:
“Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters!” (Matt. 7:21-23)

Zij zullen er bij het oordeel op wijzen dat zij vertrouwelijke omgang met hem hebben gehad, dat zij tot zijn ‘volk’ behoorden (in hun straten onderricht gegeven), dat zijzelf in zijn naam actief zijn geweest. En het antwoord zal zijn dat zij in werkelijkheid in dat alles tekort zijn geschoten, dat hij hen zelfs nooit gekend heeft. En hij noemt ze wetsverkrachters. Het Grieks is ‘wettelozen’, wat praktisch ‘goddelozen’ betekent.

Het gaat er dus niet om of je ‘lid’ bent van een bepaalde groep (welke dan ook). Behoudenis is er niet op zo’n basis. En ook niet om of je allerlei voorschriften in acht neemt. Natuurlijk: wie (bewust, of alleen maar uit gebrek aan interesse) Gods voorschriften overtreedt, is een zondaar en wordt niet behouden. Maar je kunt dat niet omdraaien en stellen dat wie ze in acht neemt dus ook behouden wordt. Ook niet wanneer je, uit geloofsijver, die voorschriften nog aanvult met allerlei extraatjes. De Farizeeën waren daar goed in, maar kregen daarvoor weinig applaus van Jezus. En het gaat er ook niet om of je allerlei superieure kennis bezit, of een ongeëvenaarde diepte van inzicht. Kennis en inzicht zijn hooguit gereedschappen: je moet ze gebruiken om er iets mee te bereiken. Wie ze niet gebruikt heeft er geen nut van.

De smalle weg

Waar gaat het dan wel om?

Om onze gezindheid, onze mentaliteit, in Bijbelse taal soms aangeduid als onze ‘geest’. Paulus spoort zijn bekeerlingen aan met:

“Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had” (Fil. 2:5).

Het Griekse woord voor ‘gezindheid’ is phronèma, dat duidt op een wijze van denken. De grondbetekenis is ‘plan’ of ‘besluit’, en het is afgeleid van phronis, inzicht. Verwante woorden zijn phronimos, bij zijn verstand, en phroneō, iets van plan zijn, met de bijbetekenis van: dat met alle inspanning willen verwezenlijken. Dit beschrijft een mens die ‘bij zijn volle verstand’ tot een bepaald inzicht is gekomen, op grond van dat inzicht een ideaal voor ogen heeft, en dat ideaal nu met inzet van al zijn vermogens tracht te verwezenlijken. Paulus gebruikt dit begrip regelmatig in zijn brieven, waarbij hij de gezindheid die de mens van nature (‘naar het vlees’) heeft, plaatst tegenover de gezindheid van de gelovige (‘naar de Geest’):

“… die naar het vlees zijn, hebben de gezindheid van het vlees, en zij, dienaar de Geest zijn, hebben de gezindheid van de Geest.” (Rom. 8:5, NBG’51)

Die gezindheid van de (Heilige) Geest noemt hij enkele verzen verderop achtereenvolgens de gezindheid van God en de gezindheid van Christus. Alleen gebruikt hij daar niet dat woord phronèma, maar het woord pneuma, geest. Vertalers laten zich daarom vaak verleiden dat op te vatten als de Heilige Geest en schrijven het dan met een hoofdletter (in het Grieks staan geen hoofdletters). Maar dan zie je over het hoofd dat Paulus dat woord ‘geest’ vaak gebruikt in precies die zin van mentaliteit, gezindheid:

“U was dood door de misstappen en zonden waarmee u de weg ging van de god van deze wereld … de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn” (Efez 2:1-2).

En die ‘geest’ beschrijft hij dan zo:

“Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander.” (vs 3)

Ook hier gaat het om onze oorspronkelijke menselijke natuur tegenover de ‘gezindheid van Christus’. Zoals hij aan de gemeente te Kolosse schrijft:

“Richt u [phroneō: richt uw gezindheid] op wat boven is, niet op wat op aarde is” (Kol. 3:2).

Voortdurend lezen we dat wij onze natuurlijke, menselijke, wereldse, aards-gezinde mentaliteit moeten vervangen door de gezindheid van Christus. En die ‘gezindheid van Christus’ is dan ofwel de gezindheid die zich richt op (God en) Christus, of de gezindheid die Christus zelf toonde in zijn totale gehoorzaamheid aan de Vader. Of, waarschijnlijker nog: beide.

Die weg gaan

Die neiging dat woord geest op te vatten als Gods Geest i.p.v. als onze gezindheid, is niet alleen maar een verschil in interpretatie van een stukje Grieks. Velen hebben in deze tijd de neiging hun behoudenis te zien als iets dat God aan hen doet zonder veel (of zelfs geheel zonder enige) inbreng van hun kant. Extreem gesteld: je wacht tot God je zijn Geest wil schenken, en als Hij dat doet, ben je wedergeboren, en daarmee behouden. Maar Paulus’ argument is nu juist dat je met inspanning van al je vermogens die gezindheid moet ontwikkelen. Weliswaar heeft Jezus ons daarbij zijn hulp en steun beloofd, en op die hulp mogen we daarom rekenen. Maar hulp betekent toch altijd dat het initiatief bij ons ligt, niet dat een ander het wel voor ons doet. We moeten vóór alles laten zien dat het dienen van God ons hoogste streven is. Want dat was waar Paulus het over had in zijn brief aan de gemeente te Filippi:

“Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die: … degestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en … Zich heeft vernederd en gehoorzaam is geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises.”(Fil. 2:5-8, NBG’51)

Hij beschrijft hier niet een gezindheid van lijdzaam afwachten, maar van actief bezig zijn (namelijk met zich dienstbaar te maken aan de Vader), van gehoorzaamheid en van opoffering, tot in de uiterste consequenties. En dat is ook de gezindheid die Jezus voor ogen stond, toen hij het tegenover Nicodemus had over dat wedergeboren worden (Joh 3:3).

Wedergeboren worden

Wedergeboren worden betekent: een zó radicale verandering in je leven aanbrengen dat het lijkt alsof daar een totaal nieuwe mens staat. En dat kan alleen maar betekenen dat je een totaal nieuw streven (phronèma) navolgt, een totaal nieuw doel voor ogen hebt. En ja, hij zegt in dat verband dat je moet worden wedergeboren door de (Heilige) Geest. Want die gezindheid kun je, als mens, uit jezelf niet zomaar ontwikkelen; daar heb je Gods hulp bij nodig. Maar opnieuw: we moeten zelf de eerste stappen zetten, en vervolgens ook op die weg blijven doorgaan.
De smalle weg gaan, betekent, hoe dan ook, dat we die zelf (als hetware te voet!) moeten afleggen, niet dat we kunnen gaan zitten wachten op Gods taxi. Dáár ligt dus ook de oorsprong van Paulus’ denken. In zijn brief aan Efeze schrijft hij (en let ook op de connecties met geest en gezindheid):

“U hebt toch over hem gehoord, u hebt toch onderricht over hem gekregen? Door Jezus wordt duidelijk dat u uw vroegere levenswandel moet opgevenen de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten wordenen dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapenis.” (Efez. 4:21-24).

Die nieuwe mens is wel naar Gods wil geschapen, maar wij moeten die zelf (als een nieuw kledingstuk) aandoen. En wij zelf moeten daartoe eerst onze oude levenswandel opgeven, en die ‘oude mens’ afleggen (uitdoen). En dat moeten we doen met inspanning van al onze vermogens.

Strijdt om in te gaan

Ja, het zijn weinigen die behouden worden. Maar de vraag of het er veel of weinig zouden zijn, was de verkeerde vraag.

De vraag had moeten zijn:

wat moet ik doen om behouden te worden?

En het antwoord daarop was:

“Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen” (NBG’51).

Dat woord strijden heeft niets te maken met oorlog voeren; het beschrijft het deelnemen aan een wedstrijd. Bij wedstrijden is er maar één winnaar: hij die meer heeft gepresteerd dan alle andere deelnemers. Paulus zegt daarover:

“Weet u niet dat van de atleten die in het stadion een wedloop houden er maar één de prijs kan winnen?
Ren als de atleet die wint. Iedereen die aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles; atleten doen het voor een vergankelijke erekrans, wij echter voor een onvergankelijke.” (1 Kor 9:24-25)

Zijn waarschuwing is niet dat er ook in deze (wed)strijd maar één winnaar zal zijn, maar wel dat alleen zij die hun aller-uiterste best doen zo’n erekrans zullen ontvangen. En daar valt helaas nog altijd niets op af te dingen.

R.C.R.

 

+

Voorgaand

  1. Bijbels geloof en heidense filosofie
  2. Als de tijd ten einde loopt …… Vragen naar het goede
  3. Als de tijd ten einde loopt … De geest van Nimrod
  4. Fundamenten van het Geloof 6: Beproeving van het geloof

Theologie versus godsdienstleer of godsdienst geschiedenis

In de Europese universiteiten vindt me de theologie als wetenschapsgebied in directe verbinding met concrete godsdienstige praktijken. Niet alleen in die zin dat die praktijken voorwerp van onderzoek kunnen zijn, maar zo dat de afgestudeerde theoloog bekwaam en geschikt zou zijn om in die praktijken een professionele leidinggevende rol te vervullen.

Als die praktijken uit beeld raken en er geen predikanten meer worden opgeleid, zal de theologie als wetenschapsgebied verdwijnen.

stelde prof. dr. Gerrit Immink in 2014. Toen waren de meeste afdelingen Theologie aan de universiteiten meer instellingen waar de geschriften van theologen werden bestudeerd, meer dan het eigenlijke “Godswezen”.

Theologie betekent letterlijk de studie van God (verwijzend naar Theos = Grieks voor God en logos is Grieks voor `woord`, `leer`, `kennis` of `verhandeling). Dat maakt dat het eigenlijk in theologie moet gaan over de leer of kennis van God. Hierbij zou men kunnen zeggen dat er bij dat onderzoek naar de Godheid ook moet na gaan welke godheden er zo wat aanbeden worden. Inherent daaraan komt dan de studie van verscheidene goden, godsdiensten, godsdienstige groepen en onderwerpen. De term theologie is afkomstig uit de Christelijke traditie, maar kan ook gebruikt worden voor de studie of de geloofsinhoud van andere religies.

Gedurende Krimp zijn rectoraatsperiode werd er gezocht naar samenwerking, verplaatsing.

Op de achtergrond speelde steeds de vraag: Waar gaat het eigenlijk over in de theologie? Welk vakkenpakket is nodig om een predikant op te leiden?

zei hij in 2014.

Tegenwoordig lijkt het wel dat vele faculteiten weg gevaren zijn van de vroegere oorspronkelijke instelling voor dat vak. Ook brengt elke universiteit haar geestelijke instelling naar voor en laat deze geen openheid voor anders denkenden. Zo moet men in een Katholieke universiteit het Katholisch denkpatroon volgen en kan men zeker niet tegen de Drie-eenheid zijn bijvoorbeeld.

We beseffen wel dat al in de 19e eeuw er voortdurend bewegingen in de theologie waren die het accent verlegden van God naar de mens. Bovendien groeide de kritiek op het klassieke godsbegrip en kwam zelfs de gedachte op dat God een projectie is, maar als puntje bij paaltje kwam, liet men toch geen openheid tot andere leerstellingen dan die van de ondersteunende godsdienstgroep.

In 2014 haalde Krimp terecht aan:

Als de theologie de gedachte van de godgeleerdheid – hoe lastig en ingewikkeld die ook is – loslaat, komt het bestaansrecht van de theologie als zelfstandig wetenschapsgebied snel ter discussie te staan.

Het verschijnsel religie, religieuze ervaringen en rituelen – dat alles kan toch ook prima bestudeerd worden door antropologen, psychologen en sociologen? Wolfhart Pannenberg heeft terecht opgemerkt dat de theologie van het toneel zal verdwijnen, zodra we het Godsbegrip louter opvatten als een projectie vanuit de antropologie.

In veel instelling gaat men het geschiedkundig verloop na van één of meerdere godsdiensten. Men moet dan echter beseffen dat men daar dan meer een godsdienst historicus kweekt. Met de studie van al de vroegere theologische werken komt men dan eerder op het vlak van de taalkundige of sociaal wetenschapper zonder dat men de rol van theoloog hoeft op te nemen. Volgens Krimp is daar binnen een theologische universiteit of faculteit zeker ook plaats voor.

Maar als onze vakgebieden samen het geheel van de theologie vormen, moet elk vakgebied ook beoefend kunnen worden als theologie.

Volgens hem is het daarvoor

nodig dat er binnen het vakgebied systematische vragen gesteld worden met betrekking tot hedendaagse godsdienstige praktijken en met betrekking tot het spreken over God. Dat is niet eenvoudig, want dan moeten we zowel het vak goed beheersen als in staat zijn om op systematische wijze theologische thema’s in te brengen. En het wordt pas echt spannend als we dan ook nog het gesprek aandurven over de waarheidsclaims die in teksten of in praktijken tot uitdrukking komen.

Prof. dr. Gerrit Immink vertelt verder

In mijn bestuurlijke functie als rector heb ik steeds geprobeerd het academische karakter van de theologie hoog te houden, in het besef dat de afgestudeerde theoloog bekwaam en geschikt dient te zijn om als predikant in de kerk aan de slag te gaan. De gerichtheid op concrete praktijken en de wetenschappelijke doordenking van het spreken over God zijn voor mij twee zijden van dezelfde medaille.

Decolonising our minds

Every generation has to undergo some turnovers on one or the other factor.

What is to considered to be normal at one time in another generation can be “not done”.

The last few years it seems like we are living in a society which wants to overcorrect itself. It wants to break with previous passages in history. In several countries suddenly a lot of words may not be used any more because they are considered wrong or unjust to certain groups of the population. Often then there are created new words to substitute the older word, but then they forget that happened in the past already with several words as well.

With the “Black Lives Mattermovement this seems to have arrived in a roller-coaster or rapids. It looks like when you do away with all monuments and all related words that part of history shall be made away with and forgotten. Instead of thinking about the value of keeping also the wrong things in memory.

Even the prestigious London university got caught in a row with some of its students who have repeatedly demanded leading philosophers, whose ideas have underpinned civilised society across the Western world. It might well be that a lot of philosophers their writings students may have to cover, come from Europe and as such from white people. Instead of studying the European Enlightenment figures, the students have insisted the majority of philosophers should be from Africa and Asia, and white thinkers only to be studied “if required”.

People often forget that they when being part of a certain culture should learn about their own culture first. If one wants to learn the other culture(s) it should also be possible but in another curriculum. It is wrong to exclude European thinkers, because they are part of our world mindset and provided the patrons with our wisdom, morals and ethics.

What we can see today is that lots of youngsters are trying to desacralise European thinkers, stopping them from being treated as unquestionable. We should not stop studying them, but should be able to look at them critically.

For sure, we may question what should be the place of European philosophy, and European philosophers, in an age of globalisation and of a shifting power balance from West to East, but we should recognise that they are essential to our insight in the construction of our society throughout the ages.

The argument for a more diverse curriculum seems reasonable, indeed unquestionable. After all, philosophers and thinkers come not just from Europe. There are great non-European intellectual traditions, a myriad philosophical schools from China, India, Africa and the Muslim world, many of which have shaped European philosophy as well. It would be good to see that there is made more place to look at the works of Mo Tzu, Zhu Xi, Ibn Rushd, Ibn Sina, Anton Wilhelm Amo, Frantz Fanon, Sarvepalli Radhakrishnan and Feng Youlan, just to call a few.

It is wrong to think that all European philosophy would be tainted by racism and colonialism. Several people are now falling in the same trap as racists, suggesting that because one possesses a particular identity, so one’s ideas are necessarily distinct, and linked to that identity.

A philosopher is white so his or her ideas are contaminated.

John Locke is widely regarded as having provided the philosophical foundations of modern liberal conceptions of tolerance. Yet he was a shareholder in a slaving company.
Immanuel Kant, often seen as the greatest of Enlightenment philosophers, clung to a belief in a racial hierarchy, insisting that

‘Humanity is at its greatest perfection in the race of the whites’

and that

‘the African and the Hindu appear to be incapable of moral maturity’.

Sian HawthorneSian Hawthorne, convenor of the undergraduate course in ‘World Philosophies’, the only philosophy degree that SOAS provides, observes:

‘Enlightenment philosophers make arguments about knowledge and reason setting us free, and laud the values of liberty, at the very moment that colonial enterprises and the slave trade are expanding. Those very same arguments are summoned to justify Europe’s so-called civilizing mission and make claims about European superiority.’

Jonathan Israel, now Professor Emeritus of History at the Institute of Advanced Studies, Princeton, lauds the Enlightenment as that transformative period when Europe shifted from being a culture

‘based on a largely shared core of faith, tradition and authority’

to one in which

‘everything, no matter how fundamental or deeply rooted, was questioned in the light of philosophical reason’.

Yet, Israel is also deeply critical. At the heart of his argument is the insistence that there were actually two Enlightenments. The mainstream Enlightenment of Locke, Voltaire, Kant and Hume is the one of which we know, and of which most historians have written. But it was the Radical Enlightenment, shaped by lesser-known figures such as d’Holbach, Diderot, Condorcet and, in particular, the Dutch philosopher Baruch Spinoza, that provided the Enlightenment’s heart and soul.

The two Enlightenments, Israel suggests, divided on the question of whether reason reigned supreme in human affairs, as the Radicals insisted, or whether reason had to be limited by faith and tradition – the view of the mainstream. The mainstream’s intellectual timidity constrained its critique of old social forms and beliefs. By contrast, the Radical Enlightenment

‘rejected all compromise with the past and sought to sweep away existing structures entirely’.

Israel finds the argument that the ‘Enlightenment is racist’, coming from a one-eyed view, the selective picking and choosing of certain individuals and quotes.

Such critics see only the more conservative mainstream figures, such as Locke, Kant and Hume, and ignore the thinkers of the Radical Enlightenment,

an approach that Israel calls

‘seriously obtuse’.

The Radical Enlightenment, he observes,

‘was condemned by all European governments and by all churches, because in principle it insisted on the universal and equal rights of men and the full emancipation of the black population.’

Israel is sympathetic to the demand that university curricula be diversified.

‘There is a strong case for studying non-European traditions as an essential part of any philosophy teaching course.’

But, he points out, such a global view began in the Radical Enlightenment itself.

‘Many radical enlighteners believed their anti-Christian naturalism had powerful roots in medieval Islamic philosophy. They also had strong affinities with Chinese Confucianism. They were free of the Eurocentrism that marked the mainstream Enlightenment of Voltaire, Montesquieu, Hume and Smith.’

+

Preceding

Visual and aural impacts – contacts and concepts

Added commentary to the posting A Progressive Call to Arms

++

Additional reading

  1. The twist of politics and expression
  2. Institutional Racism
  3. Mass Media’s Deception Causing Division