Fundamenten van het Geloof 8 De dood. Gods vonnis over de zonde

Geschapen mens

God heeft de mens geschapen naar Zijn beeld en als Zijn gelijkenis. Maar hij werd niet zo geprogrammeerd, dat hij alleen maar kon doen wat God wilde. De mens werd geschapen met een vrije wil en heeft dus keuzevrijheid. God stelt ons door middel van Zijn opvoedingsproces voor keuzes. Uit wat wij kiezen, blijkt of wij in Hem geloven, en of wij Hem echt willen gehoorzamen. De eerste mensen gaven toe aan de verleiding iets te doen dat God hen had verboden. Zij meenden Gods doel met hun schepping in en door het vlees te kunnen bereiken, in plaats van zich van Hem afhankelijk te stellen en geduld te tonen.

Het lag niet aan God dat zij Zijn wil overtraden maar aan de mens. God was heel duidelijk geweest, en de mens had de boodschap begrepen. Zij waren geheel vrij in de hof, op één kleine beperking na: het eten van één bepaalde boom was niet toegestaan:

“Van alle bomen in de hof mag u vrij eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad zult u niet eten, want ten dage, dat u daarvan eet, zult uvoorzeker sterven.” (Genesis 2:17; vergelijk 3:3)

De slang echter verleidde Eva met schoonklinkende woorden, die suggereerden dat zij niet zou sterven, maar als God zijn en zelf zou weten wat goed en kwaad is, en vanuit die kennis zelf in staat zijn de juiste keuzes te maken (Gen. 3:4-5). Iets dat overigens in de kern van de zaak neer kwam op de vervulling van hun mogelijk diep verlangen zelf te mogen uitmaken wat goed en kwaad is. Het valt inderdaad niet te ontkennen, dat zij niet stierf op het moment dat zij van de vrucht van die boom at. Dit neemt echter niet weg dat de dood, als de straf op de overtreding van Gods gebod, haar en Adam uiteindelijk daadwerkelijk trof.

Het sterven is een proces dat begint bij de eerste zonde. Paulus zag zichzelf in eenzelfde positie als Adam: toen hij jong was, wist hij niet wat zonde was. Maar toen hij ouder werd en geacht werd de wet te kennen, begon hij te sterven door de zonde:

“Ik heb eertijds geleefd zonder wet; toen echter het gebod kwam, begon de zonde te leven, maar ik begon te sterven, en het gebod dat ten leven moest leiden, bleek voor mij juist ten dode te zijn; want de zonde heeft uitgaande van het gebod, mij misleid en door middel daarvan gedood.” (Romeinen 7:7-12)“

… als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.” (Jakobus 1:15)

“Want het loon dat de zonde geeft is de dood.” (Romeinen 6:23; vergelijk Spreuken 12:28)

“Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede.” (Romeinen 8:6)

Zondig nageslacht

De dood trof niet alleen Adam en Eva, maar allen die uit hen voortkwamen (zie Gen. 5). Alle mensen volgden hen na in hun zonde aan God gelijk te willen zijn, zonder in Hem te geloven. En zoals Adam en Eva alle zondaars vertegenwoordigen, werden allen inbegrepen in Gods doodvonnis over hen:

“Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben.” (Romeinen 5:12)

“Want, omdat de dood er is door een mens … Want evenals in Adam allen sterven …” (1 Korintiërs 15:21-22)

Sterven wij, dan wordt het scheppingsproces als het ware omgekeerd: bij zijn schepping werd de levensadem in de neus van de mens geblazen, zodat hij leefde; wanneer wij sterven, blazen wij onze laatste adem uit en vergaan vervolgens weer tot het stof waaruit wij gemaakt zijn:

“… totdat u tot de aardbodem wederkeert, omdat u daaruit genomen bent; want stof bent u en tot stof zult u wederkeren.” (Genesis 3:19)“

… neemt U hun adem weg, zij sterven en keren weder tot hun stof.”(Psalm 104:29; zie 90:3; 146:4).“

… alles is geworden uit stof, en alles keert weder tot stof … zoals het geweest is, en de geest (levensgeest, adem) wederkeert tot God, die hem geschonken heeft” (Prediker 3:19-20 en 12:7).

In dit opzicht verschilt een mens niet van de dieren. Die zijn zich niet bewust van een God die voor hen zorgt, maar leven een korte tijd en verdwijnen daarna voor altijd in het niets. Alle schepselen hebben van God dezelfde levensadem gekregen, en Hij neemt die op Zijn tijd terug. Voor wie geen rekening met God houdt, is er, net als voor de redeloze dieren, geen enkele hoop:

“… zo stijgt wie in het dodenrijk nederdaalt, niet weer op.” (Job 7:9; in de betekenis van: keert niet weer)

“… de mens met al zijn praal houdt geen stand; hij is gelijk aan de beesten, die vergaan … Als schapen zinken zij in het dodenrijk, de dood weidt hen.” (Psalm 49:13 en 15/21)

Wie in het graf ligt, is zich van niets bewust. Hij kan niets meer doen en nergens meer over nadenken. Ook de goddeloze kan zijn jaloerse haat ten opzichte van wie geloven niet meer uitleven:

“De levenden weten ten minste, dat zij sterven moeten, maar de doden weten niets … want er is geen werk of overleg of kennis of wijsheid in het dodenrijk, waarheen u gaat.” (Prediker 9:5 en 10)

“Want in de dood is aan U geen gedachtenis; wie zou U loven in het dodenrijk?” (Psalm 6:6; 115:17; Jesaja 38:18)

De dood is als een onverzadigbaar roofdier dat zijn prooi grijpt en niet meer loslaat. Of als een koning, die mensen rooft en met strenge hand over hen regeert, alsof het slaven zijn die hij niet wil laten gaan. Zij zitten in een gevangenis, een kerker, waaruit zij niet meer kunnen ontsnappen:

“… doet het dodenrijk zijn keel wijd open en spert het zijn muil op, mateloos…” (Jesaja 5:14; Hab. 2:5)

“Droogte en hitte roven het sneeuwwater weg, zo het dodenrijk hen die zondigen.” (Job 24:19)

“… heeft de dood als koning geheerst … Want, indien door de overtreding van de ene de dood als koning is gaan heersen door die ene …” (Rom 5:14 en 17)

“Weet u niet, dat u hem, in wiens dienst u zich stelt als slaven … ook moet gehoorzamen als slaven, hetzij … van de zonde tot de dood, hetzij van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid?” (Romeinen 6:16)

De dood wordt daarom door gelovigen in de Bijbel terecht gezien als de grote vijand van de mens, uit wiens macht zij hun geliefden, laat staan zichzelf, niet kunnen bevrijden:

“Welk mens leeft er, die de dood niet zien zal, die zijn ziel zal redden uit de macht van het dodenrijk?” (Psalm 89:49; vergelijk 8:5 en 116:3)

“Niemand kan ooit een broeder loskopen, noch God zijn losprijs betalen … dat hij voor immer zou voortleven, de groeve niet zou zien.” (Psalm 49:8-13).

***

Vraag ter overdenking: Is de toestand van de doden veranderd sinds de komst van Jezus?

Wie sterven na een leven van geloof, blijven niet eeuwig dood. Hun toestand wordt in de Bijbel voorgesteld als een slaap, waaruit het mogelijk is te ontwaken bij het aanbreken van een nieuwe dag. Zij zijn ontslapen (ingeslapen), zijn de rust van de doodslaap ingegaan en wachten in het stof tot Jehovah hen wekt: Marc. 5:39/Luc.8:52; Joh. 11:11-13; 1 Kor. 15:17-18; 1 Thess. 4:14-15; Dan 12:2/13; Hand. 13:36; Jes. 26:19/Efez. 5:14; Joh. 11:24.

.J.K.D

+

Voorgaande:

Fundamenten van het Geloof 5: De mens, geschapen naar Gods beeld en als Zijn gelijkenis

Fundamenten van het Geloof: 7. Zonde. Overtreding van Gods wil

++

Aansluitende lectuur

  1. De Schepper achter eerste levende wezens
  2. Terugblikkend op de eerste mens en eerste gebeurtenissen 1 Ontstaan en plaatsing eerste mens
  3. Voorziening van leven
  4. Bereshith 2:4-14 Adem en leven plaatsing door de Elohim God
  5. Bereshith 2:15-25 De mens geplaatst in de tuin van Eden
  6. Bereshith 3:1-5 De grote misleiding
  7. Bereshith 3:1-6 Het bedrog
  8. Keuze van levende zielen tot de dood
  9. Terugblikkend op de eerste mens en eerste gebeurtenissen 2 Daad van ongehoorzaamheid eerste mens
  10. Fundamenten van het Geloof: De goedertierenheid van God
  11. Al of niet onsterfelijkheid
  12. Dood
  13. Beperktheid van de mens tot in zijn dood
  14. Wat gebeurt er als wij sterven
  15. Vindt er een transfer plaats na de dood?
  16. Wij zijn sterfelijk en zullen tot stof vergaan
  17. Ontbinding
  18. Decomposition, decay – vergaan, afsterven, ontbinding

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 2: Het bewijs van Gods bestaan (2)

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 2: Het bewijs van Gods bestaan (2)

Vervolg van

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek een wetenschappelijke benadering

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

2. De weg van de filosofie

Bij de discussie over de vraag of je Gods bestaan wel of niet kunt bewijzen, of zelfs maar zou moeten bewijzen, moet je bedenken dat het antwoord op deze vraag verschilt per cultuur. De kenmerkende invalshoek van onze eigen cultuur is niet per se maatgevend, of zelfs maar van belang. Voor de Joden was de vraag naar Gods bestaan totaal geen punt van discussie. Zij waren door God zelf bevrijd uit de slavernij in Egypte. Dat was de oorsprong van hun nationale bestaan, en stond daarom vast in hun geheugen gegrift. Joods geloof bestaat bij de gratie van Gods openbaring.

Enkele bekende Grieken: v.l.n.r. Alexander de Grote, Perikles, Constantijn XI, Eleftherios Venizelos

Het waren de Grieken die er een discussiepunt van maakten. Grieken wilden alles rationeel beredeneren, en indat opzicht denken wij West-Europeanen veel meer Grieks dan Joods.

Thomas van Aquino

Thomas van Aquino; altaarstuk van Carlo Crivelli (detail)

Italiaanse filosoof en theoloog Thomas van Aquino, Aquinas of Thomas Aquinas – altaarstuk van Carlo Crivelli (detail)

Omdat het geloof bij zijn uitbreiding naar de heidense (niet-Joodse) wereld door anders denkenden ter discussie werd gesteld, ontstond een neiging dat geloof rationeel te willen verdedigen en te bewijzen.
In de middeleeuwen was het Thomas van Aquino die op die manier de Islamitische Moren in Spanje en Portugal trachtte te overtuigen. En hij baseerde dat op het filosofische gedachtegoed van de klassiek Griekse filosoof Aristoteles, wiens werken juist via de Islam in West-Europa bekend waren geworden. Deze verdediging van het christendom is later door anderen nagevolgd en verder uitgewerkt. Het gaat daarbij om de volgende vijf gedachten:

• Het feit dat de wereld (wij zouden nu zeggen: het heelal) bestaat, vraagt om een verklaring, want het zou de ‘normale’ situatie zijn wanneer die niet bestond. De enig mogelijke verklaring is God.

• Het bestaan van ons heelal vergt een oorzaak die zelf buiten dat heelal ligt, dus God.

• Elk effect heeft een oorzaak, die zelf weer het effect is van een nog eerdere oorzaak. Dit kan niet eindeloos zo teruggaan, dus moet er een eerste (‘primaire’) oorzaak zijn. En de enige primaire oorzaak die in aanmerking komt is God.

• Onze wereld is zo perfect opgebouwd en in onderlinge harmonie, dat dit alleen maar het resultaat kan zijn van een bewust ontwerp. Maar dat veronderstelt een intelligente ontwerper, dus God.

• De persoonlijke ervaring van een mens vertelt hem feilloos dat er een God moet zijn. Over sommige van deze aspecten spraken we al in de serie over ‘Intelligent Design’, op andere komen we in latere artikelen nog terug.

Blind geloof

Het lijkt nuttig om op dit punt even te pauzeren en ons af te vragen óf je eigenlijk wel moet proberen het bestaan van God te bewijzen. Is dat wel nodig?

Zou geloof in Hem niet moeten bestaan uit blind aanvaarden?

Zei Jezus zelf niet tegen de apostel Thomas

‘Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven’ (Joh 20:29).

Zulke vragen zijn terecht, maar de antwoorden kunnen toch niet volledig bevestigend zijn. We zullen hoe dan ook moeten kiezen tussen geloven en niet geloven. En de keuze die we uiteindelijk maken (welke dan ook) is onvermijdelijk altijd ergens op gebaseerd, wat dan ook. Met andere woorden: ‘blind geloof’ bestaat niet, geloof is altijd ergens op gebaseerd. Pas wanneer de keuze eenmaal is gemaakt zou verdere voortgang op die weg eventueel ‘blind’ kunnen zijn. Feitelijk bedoelen we met ‘blind’ daarom ook niet: zonder reden; we bedoelen eigenlijk: irrationeel. Want de eigenlijke vraag is niet of geloof ‘blind’ moet zijn, maar of het rationeel mag (of zelfs moet) zijn. Of, wanneer u een ander beeld wilt: ook een blinde maakt keuzes die niet werkelijk blind zijn, maar gebaseerd op de zintuigen die hem nog wel ten dienste staan, bijvoorbeeld zijn gehoor. Ze zijn misschien ‘blind’ in de directe zin van dat woord, maar ze zijn wel degelijk rationeel.

Geloof in de Bijbel

Wanneer we deze achterliggende vraag toetsen aan de Bijbel zien we dat ‘blind’ geloof daar niet voorkomt. Althans niet onder de ‘geloofs-helden’. Hun geloof is altijd gebaseerd op een hecht fundament, dat wel degelijk zeer rationeel is. Pas wanneer dat fundament is gelegd gaat het daarop gebaseerde geloof verder zonder iedere keer opnieuw te vragen naar bewijzen. Maar voor dat fundament zijn geloof en rede beslist niet onderling tegenstrijdig. Dat zou ook niet kunnen. Want geloof zonder rede kan tot alles leiden, en meestal leidt het dan ook tot het verkeerde, dus afgoderij. Tallozen zijn van God, of van zijn juiste leer, afgedwaald door hun ratio uit te schakelen en hun gevoel te volgen. De Bijbel staat vol met voorbeelden daarvan. Maar wie in de Bijbel zoekt naar een voorbeeld van iemand die van een dwaalweg tot God is gekomen, alleen door zijn gevoel te volgen, zoekt tevergeefs.

Wie om zich heen kijkt herkent de veelheid aan wegen die het ‘geloof’ kan nemen zodra de mens zijn gevoel begint te volgen. En allen die die wegen gaan zijn ervan overtuigd dat God echt zo is zoals ze Hem zich voorstellen. Maar die wegen lopen onderling zo drastisch uiteen dat pure logica ons wel moet vertellen dat ze het onmogelijk allemaal tegelijk bij het goede eind kunnen hebben. Irrationeel geloof is daarom een slechte gids, een blinde leidsman die blinden leidt (Matt. 15:14).

Het fundament van ons geloof

Terug naar de vijf wegen van Thomas van Aquino en zijn navolgers. Was daar nu iets mis mee?

Helaas moet het antwoord bevestigend zijn. In praktisch opzicht was er mee mis dat je op deze manier probeert Gods bestaan te bewijzen buiten zijn eigen Woord om, terwijl dat Woord juist de centrale plaats zou moeten innemen in onze overtuiging. Daar aan ten grondslag ligt echter een meer fundamentele fout. Deze bewijzen zijn opgezet om anderen te overtuigen, maar we hoeven alleen te weten wat ons zelf overtuigt, en of de grondslagen van dat geloof wel voldoende zijn. En zeg nu niet:

ik heb geen enkele twijfel,

want daar houdt het niet mee op. Al die mensen van de vorige alinea kennen evenmin enige twijfel, maar ze zitten er wel faliekant naast. Het fundament van ons geloof moet niet alleen hecht zijn, maar ook juist. Want alleen dan kunnen we verder. En alleen wanneer we volledig beseffen waarom we zelf geloven, en waarop dat besef gefundeerd is, zullen we werkelijk weten hoe anderen deelgenoot te maken van die overtuiging. En voor de rest kunnen we het overtuigen van anderen met een gerust hart overlaten aan God zelf.

R.C.R.

 

+

Voorgaand

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

Bijbels geloof en heidense filosofie

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

++

Aanvullende lectuur

  1. Filosofen, theologen en ogen naar de ware kennisgever van bestaan van God
  2. Doctrine, gedrag, oorzaak en gevolg
  3. Wonder van openbaring
  4. Instrumenten voor de vervulling van de profetie
  5. Begrijpend Zingen: Psalm 8: Heerschappij mens en luister
  6. 2de vraag: Wat of waar is het begin
  7. 3e vraag: Bestaat er een Goddelijke Schepper
  8. Een 1ste antwoord op de 4e vraag Wie God is 1 Een scheppend Wezen om aanbeden te worden
  9. Gods vergeten Woord 13 Schepping 5 Een God die het ter harte gaat
  10. Geloof vertrouwen voor het ongeziene
  11. Geloof en geloven
  12. Geloof
  13. Geloven in God
  14. Geloof in slechts één God

Als de tijd ten einde loopt …… Vragen naar het goede

Vragen naar het goede

Nu kwam er iemand naar Jezus toe met de vraag:

‘Meester,wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’

Hij antwoordde:

‘Waarom vraag je me naar het goede?
Er is er maar één die goed is.
Als je het leven wilt binnengaan, houd je dan aan zijn geboden’. (Matt. 19:16-17)

In de evangeliën lezen we van een jongeman, die tot Jezus komt met de vraag wat hij moet doen om het eeuwige leven te verwerven. Kennelijk is hij van goede wil, en Jezus erkent dat, want het parallelverslag in Markus vertelt ons dat hij sympathie voor hem opvatte (Mark. 10:21). Toch berispt hij hem in zijn antwoord:

‘Waarom vraag je me naar het goede’.

Want er zit verborgen kritiek in zijn vraag:

‘God verlangt wel dat we het goede doen, maar vertelt er niet bij wat dat goede dan is’.

Velen denken vandaag de dag precies zo:

je kunt God niet kennen, dus je moet het zelf maar bedenken.

Alleen wordt dat nu gezien als een vorm van ‘vrijheid’; je mag het naar eigen goeddunken zelf invullen.

Wat is goed?

Maar Jezus wijst onmiddellijk op de enige echte bron van kennis. Dat is God zelf:

‘Er is er maar één die goed is’.

En hij somt vervolgens de geboden op. Letterlijk zegt hij:

als God zelf niet goed is (d.w.z. niet goed genoeg), dan is niemand het.

Alleen Hij is de bron van ware kennis. Let op dat ‘goed’ hier dus betekent: betrouwbaar als bron van kennis. Dat verklaart ook de wat andere weergave in de parallelverslagen van Markus en Lukas. Daar luidt de vraag:

‘goede meester, wat moet ik doen om …’.

En Jezus’ antwoord is:

‘wat noemt u mij goed?’

Je hoort vaak zeggen dat Jezus hier ontkent dat hij zelf goed zou zijn, althans vergeleken met God zelf. Maar dat is niet wat hij bedoelt. Het gaat om zijn betrouwbaarheid als bron voor de juiste kennis. En zelfs dan mag je er niet uit afleiden dat hij zichzelf in dat opzicht minder betrouwbaar zou vinden. Waar hij de nadruk op legt, is dat God zelf uiteindelijk de Enige Ware Bron van kennis is, als het gaat om de vraag hoe wij moeten leven. Uiteraard is het woord dat Jezus predikt betrouwbaar, maar alleen omdat het is afgeleid van Gods eigen woord. Jezus is zelf geen onafhankelijke bron van kennis.

Gods woord als enige bron van ware kennis

Dit incident illustreert overduidelijk dat Jezus zelf God, en dus Diens Woord, als enige betrouwbare bron van kennis wil zien. Maar wie in deze tijd om zich heen kijkt, ziet maar al te duidelijk dat het christendom allang niet meer op die koers zit. Enerzijds is er de huidige theologische tendens om de Schrift te zien als achterhaald en ‘niet meer van deze tijd’, waarna er van alles voor in de plaats wordt gesteld, afhankelijk van de mode van het moment. Anderzijds is er de orthodoxie die vasthoudt aan ‘het christelijk erfgoed’ maar zonder zich ooit af te vragen of dat ‘erfgoed’ destijds misschien evenzeer, al was het maar voor een deel, zou kunnen zijn ingekleurd door opvattingen of kerkelijke belangen van destijds. Zoals een radiospreker ooit eens zei:

“er zijn er die alles maar willen aanpassen, alsof alle verandering altijd verbetering is, en anderzijds zijn er die willen vasthouden aan ‘het geloof van de vaderen’, waarmee zij de ‘vaderen’ meer lijken te eren dan God”.

En daar tussendoor dartelen dan zij die de mond vol hebben van ‘Jezus toelaten in je hart’ zonder er zich om te bekommeren waar dat eigenlijk op neer zou moeten komen.

Het is tekenend voor die ‘middenweg’ dat iemand uit die kringen, die daarin wordt gezien als ‘wegwijzer’, pas toen hij werd geconfronteerd met een probleem waar hij echt niet meer uitkwam, zich terugtrok in een blokhut in de Rocky Mountains en daar de hele Bijbel van kaft tot kaft doorlas, zich (blijkbaar voor het eerst van zijn leven) afvragend wat het Boek Zelf nu eigenlijk te vertellen had. Zijn conclusie was:

“Het trof me met ongewone kracht dat het idee dat wij over het algemeen van God hebben, wel eens heel anders zou kunnen zijn dan het beeld dat de Bijbel van God schildert”.

Ik vrees dat dit niet alleen juist is, maar dan bovendien ook nog voor een veel breder deel van het hedendaagse ‘christendom’ dan alleen zijn eigen geloofsrichting. Veel, heel veel christenen hebben zich allang een eigen ‘God’ en een eigen ‘Christus’ geschapen, en zij lezen in hun Bijbel alleen die passages die dat beeld bevestigen.

De wereld van de aantrekkelijke schijn

Toch komt dit niet onverwacht. Jezus en de apostelen Paulus, Petrus, en Johannes waarschuwen allemaal voor de verwaarlozing van het ware woord en de ‘gezonde leer’, en het vervangen daarvan door een leer naar eigen smaak:

• Er zullen talrijke valse profeten komen die velen zullen misleiden …

Want er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die indrukwekkende tekenen en wonderen zullen verrichten om ook Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden. Let op, ik heb jullie dit van tevoren gezegd. (Jezus in Matt. 24:11,24-25)

• Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoetkomen en hen naar de mond praten. Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels. (Paulus in 2 Tim. 4:3)

• Zo zullen er ook onder u dwaalleraren verschijnen. Ze zullen met verderfelijke ketterijen komen en zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht verloochenen. Daarmee bewerken ze spoedig hun eigen ondergang. (2 Pet. 2:1)

• Geliefde broeders en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen … Die valse profeten komen uit de wereld voort. Daarom spreken zij de taal van de wereld en luistert de wereld naar hen. (1 Joh. 4:1,5)

De sleutel is hier het voorvoegsel ‘pseudo’, vertaald als ‘vals’, in valse profeten (pseudoprofeten) en valse messiassen (pseudochristussen), maar ook in valse broeders, als ‘dwaal’ in dwaalleraars, als ‘schijn’ in schijnapostelen en als ‘ten onrecht zo genoemde kennis’ (pseudokennis). Het beschrijft een wereld vol valse schijn. En we moeten helaas constateren dat dat past op onze wereld als op geen andere. Daaraan kunnen wij zien dat dit de laatste dagen zijn, en dat de tijd inderdaad ten einde loopt.

De ‘antichrist’

Johannes noemt die valse profeten eveneens pseudoprofeten, maar de pseudo-christussen heten bij hem anti-christussen (wat echter hetzelfde betekent:

ze ‘doen zich voor als’, maar ‘zijn’ het niet)

en zegt daarover:

• Onderzoek altijd of een geest [nl: van profetie] van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen. De Geest van God herkent uhieraan: iedere geest [van profetie] die belijdt dat Jezus Christus als mens gekomen is, komt van God. Iedere geest [van profetie] die dit niet belijdt, komt niet van God; dat is de geest van de antichrist, waarvan u hebt gehoord dat hij zal komen. (1 Joh. 4:1-3)

In deze verzen heeft Johannes het overduidelijk over zijn eigen tijd:

• Kinderen, het laatste uur is aangebroken. U hebt gehoord dat de antichrist zal komen. Nu al treden er veel antichristen op, en daardoor weten we dat dit het laatste uur is. Ze zijn uit ons midden voortgekomen maar ze hoorden niet bij ons, want als ze werkelijk bij ons hadden gehoord, zouden ze bij ons gebleven zijn. Maar het moest aan het licht komen dat niemand van hen bij ons hoorde. (1 Joh. 2:18-19)

Hij gebruikt het begrip antichrist dus in het meervoud, en heeft het duidelijkover een (valse) leer van mensen uit hun eigen midden, die in verband daarmee de gemeente hebben verlaten. Maar de ‘christelijke’ wereld is er vast van overtuigd dat er één enkele antichrist zal komen, en dan niet in zijn tijd maar in die van ons, die zich zal manifesteren als een wereldheerser, en die de strijd zal aangaan met Christus bij zijn wederkomst. Recentelijk hebben enkele orthodoxe theologen zelfs nadrukkelijk verklaard dat de komst van die ‘antichrist’ aanstaande is. Terwijl ook deze hele uitleg alleen maar kan berusten op slecht lezen.

1 Johannes 4:1-3

Het gevaar van zulke opvattingen is dat ze de schuld voor wat er mis is met onze wereld bij een externe macht probeert te leggen, zoals Eva de schuld van haar overtreding bij de slang probeerde te leggen, terwijl we de oorzaak van het probleem in werkelijkheid bij ons zelf moeten zoeken, en bij de verwaarlozing van Gods Woord als enige bron van kennis.

Een geschiedenis die zich herhaalt

Dit illustreert helaas de moderne ‘bijbellezer’, die in de Bijbel niet alleen maar zijn favoriete passages opslaat, maar daarin dan ook nog alleen dat leest wat hij er in wil zien. En dan wordt Openbaring gelezen alsof het een soort goddelijke horoscoop is, waarin we kunnen lezen wat ons (of eigenlijk anderen) in de wereld te wachten staat, in plaats van een dringende waarschuwing en oproep tot bekering. Want wie werkelijk vertrouwd is met de rest van de Bijbel kan het eenvoudig niet ontgaan dat de situatie die hier wordt beschreven een exacte kopie is van die waaraan de wereld van het volk van het Oude Verbond ten onder is gegaan. Ook toen meenden de ‘ijveraars’ en de zelfbewuste ‘zonen der gerechtigheid’ dat hun niets kon gebeuren omdat al die aangekondigde oordelen er alleen maar waren voor anderen. Terwijl er mede door hun toedoen van alles mis was met hun wereld. Zo is er nu ook van alles mis met onze ‘christelijke’ wereld.

We hebben de aarde die ons in bruikleen was gegeven, uitgeplunderd en verwoest, in plaats van die als goede rentmeesters te beheren. We hebben volkeren aan ons onderworpen om over hen te heersen en ze uit te buiten, zelfs als slaven te verkopen, in plaats van ze als medeschepselen te benaderen met de zorg en liefde waarmee God ons heeft benaderd. We hebben in ongebreideld materialisme gouden kalveren opgericht voor onze afgod: de Mammon. En nu aan dat goede leven een einde dreigt tekomen, zien we vol vertrouwen uit naar het moment waarop Christus ons komt halen om ons te vrijwaren voor ‘de grote verdrukking’ door die antichrist die zal komen heersen over de puinhopen die wij dan achter ons hebben gelaten en over onze ‘schuldige’ medemensen die wij al die tijd hebben verwaarloosd. Maar dat zelfde boek Openbaring vertelt ons overduidelijk dat de behoudenis er alleen is voor hen

‘die gedood waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God’ (Op. 20:4, NBG’51).

Dus net als die rijke jongeman kunnen we weten wat er in werkelijkheid van ons wordt gevraagd.

R.C.R

+

Voorgaand

Twijfelende aan de werkelijkheid, echtheid en de effectiviteit van Gods liefde

Op zoek naar spiritualiteit 3 Zin van Christus

Bijbels geloof en heidense filosofie

++

Vindt ook om te lezen

  1. Geloven in God
  2. God meester van goed en kwaad
  3. Wonder van voorzienigheid
  4. De nacht is ver gevorderd 22 Studie 4 Nu actueel: Nut van tekenen
  5. Vertrouwen op God
  6. Betreffende Christus # 2 Goddelijke bron, verband en goddelijk mens
  7. Woord van God
  8. Gods vergeten Woord 24 Getuigen 4 Jezus’ laatste boodschap
  9. De Bijbel als instructieboek #1 Lezen van de Bijbel
  10. De Bijbel als instructieboek #2 Effectief Bijbellezen
  11. De Bijbel als instructieboek #3 De Taal van de Bijbel
  12. Wanneer u een ware volger van Jezus wil zijn #3 Groeiende beweging uit Joodse sekte De Weg
  13. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #1 Stromen van gelovigen
  14. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #2 Een Zoon als gids en Geschriften als leidraad
  15. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #3 Van een bepaalde wereld zijnde
  16. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #4 Ambitieuze mannen, verdraaide woorden en akkoorden met wereldleiders
  17. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #5 Valse leraren en afvalligen
  18. Addendum 1: de leer van de “antichrist”
  19. De Ekklesia #11 Addendum 2: Een antichrist
  20. Misleid door valse opwekkingen
  21. De Meest gehate familie in America – inleiding tot vervolg
  22. Tekenen te herkennen in Tijden der Laatste dagen
  23. Tekenen van de laatste dagen wanneer moeilijke tijden zullen komen
  24. De Kerk waar de mens der wetteloosheid zich nestelt
  25. Wie zijt Gij, Here?

Turned backs on serious study

“Many in the church have turned their back on serious study, and have embraced an anti-intellectualism which refuses to learn anything from scholarship at all lest it corrupt their pure faith. It is time to end this stand-off, and to re-establish a hermeneutic of trust (itself a sign of the gospel!) in place of the hermeneutic of suspicion which the church has so disastrously borrowed from the postmodern world around”

Wright, N. T. (2005). Scripture and the Authority of God (p. 99). London: Society for Promoting Christian Knowledge.

Is reading the Bible necessary?

Many who call themselves Christian do like to follow Augustine, even more than Christ. they do agree with him that reading the Bible is no longer necessary once God had fully cultivated faith, hope, and love in us (On Christian Doctrine, 1.39). In other words, according to them, once we are mature in Christ, the Bible is no longer necessary.  In this way, the difficulties in this ancient text are not first off problems to be solved, but opportunities to grow.

People may not forget that God has given the world His Word for a very good reason. It should be seen as our best guide and way to the future.

God is like a wise parent who wants us to grow in maturity and gain the skills necessary for life.  God wants us to come to know Him, but also wants us to know ourselevs and to put ourselves in the light to others, and placing ourself in the universe.

God is like a wise parent who gives freedom and responsibility so that we can learn to handle life like “mature, well-functioning adults”. His wise words and the history of mankind, as presented in the Book of books, the Bible, can help us to grow and to mature. > Therefore we have all the more reason to regularly read the Bible and to continually think about the Word of God.

Where people find meaning in life

Pew Research Center asked thousands of Americans where they find meaning in life. Their responses were rich, thoughtful and varied. Here are just a few examples of what they told us…

“That’s a gosh darn big question for a survey like this, I’m used to the check boxes. I find meaning in career, family, spiritual and hobbies aspects of my life. Those are the things that keep me going and areas that I develop goals and look to improve.”

I honestly think goals are very important in life. But people constantly also need new stimuli. Having a good focus also helps people staying on a path where they can tackle the difficulties in a reasonable way.

one person reacted:

“My family is the focus of my life. I feel like I should have said Christianity; however, that is a given for me, underlying and surrounding everything in my life. My greatest joy comes from my loved ones.”

Family was the most common topic Americans mentioned when talking about what keeps them going. Two-thirds (69%) brought up their spouse or romantic partner, children, grandchildren or simply “family” in general.

Surroundings do a lot for having an interesting and acceptable or a detestable life. But even when not living in good surroundings a person is able to make the best of his life, when he is willing to invest in his own personality.

One person wrote

“I look at meaning a little differently. I believe meaning is something we build into our lives; by our successes, failures and experiences. I do not feel meaning can be found but must be created.”

Though some did not see so much in their life to have them going or to keep them going.

Nothing keeps me going, I just do. No meaning at all. Too many stupid people in life to deal with, that cause constant negative consequences. Many of them in positions of power. I would find meaning in life from anything that would remove their influence from my life!

+

It would be nice to live according to my being rather than my blackness. I will never know how a totally worthwhile life will feel because of this.

+

Read more:

What keeps us going

 

Human nature designed for love

GOD DESIGNED HUMAN NATURE FOR LOVE 

By Jesse Morrell
Everything God created has a function and a design.

God created human nature.

Therefore, human nature has a proper function and a design.

What is the proper function that human nature was designed by God for?

“For when the Gentiles, which have not the law, do by nature the things contained in the law, these, having not the law, are a law unto themselves”

Romans 2:14

The proper function of a thing is determined by its design.

When a thing operates according to its design, it functions properly and orderly.

When it malfunctions, it violates its design and is in a state of disorder.

Our moral obligations (how we should function properly) are according to the design of our human nature.

We were created to love God and love our neighbor. We were designed for love. Love is our proper function.

A holy man is simply a man who lives according to his true human nature – the way God designed mankind to live.

Sin is a malfunction – a violation of our design.

Sin has damaging affects upon our soul, heart, mind, and body precisely because it is a violation of our design.

Our world is in a state of disorder because men choose by their free will to violate their God given nature, just like Adam and Eve did.

“This know also, that in the last days perilous times shall come. For men shall be lovers of their own selves, covetous, boasters, proud, blasphemers, disobedient to parents, unthankful, unholy, Without natural affection [ἄστοργος: inhuman, unloving], trucebreakers, false accusers, incontinent, fierce, despisers of those that are good, Traitors, heady, highminded, lovers of pleasures more than lovers of God; Having a form of godliness, but denying the power thereof: from such turn away.”

2 Timothy 3:1-5

Emphasis: without natural affection [ἄστοργος: inhuman, unloving]

It’s natural and human to be loving.

It is unnatural and inhuman to be unloving.

Human nature was designed by God for love.