Omgaan met verschillen

Als men in de België en Nederland kijkt hoe bepaalde christenen omgaat met andere mensen kan men zich veel vragen stellen over hun christen zijn.

sommigen zouden eens moeten kijken naar Wim Wijnholds directeur van Perspectief Groep, hoe die 24 uur per dag christen probeert te zijn.

“In een bedrijf is dat iets gemakkelijker, omdat veel dingen zijn vastgelegd in afspraken en processen. De manier waarop je werkt moet goed zijn, anders kun je als bedrijf niet overleven. Ik wil graag overbrengen dat de belangrijkste bron buiten ons ligt, dat is in Christus.”

zegt hij.

Wijnholds groeide op in een christelijk gezin en koos er rond zijn 15e levensjaar bewust voor om Christus te volgen.

“Toentertijd vond ik het belangrijk om voor mijn geloof uit te komen en het geloof in mijn leven een belangrijke rol te laten spelen.”

Inmiddels is Wijnholds directeur van Perspectief Groep, een klein samenwerkingsverband van professionals die werken aan verandering van organisaties en mensen.

“Mijn belangrijkste taak is mijn collega’s en medewerkers te motiveren en stimuleren. Op die manier wil ik overbrengen hoe we onze waarden naar onze manier van werken kunnen vertalen.”

In het Christelijk geloof draait eigenlijk alles om waarden en ethiek. Mensen rondom ons zouden een verschil aan ons moeten zien tussen een ongelovige en ons als gelovige. Het is namelijk zo dat atheïsten en anders gelovigen even goed goede mensen kunnen zijn. Maar toch moet er in die goedheid en rechtvaardigheid meer schuilen bij de gelovige in Christus dan bij de anders- of niet- gelovige. Ook in de wijze van leven en in de omgang naar een geloofsgemeenschap moet er steeds de liefde voor Gods schepselen zijn, welke tot gevolg heeft dat men op een bepaalde manier zal werken en zich naar de werkenden zal gedragen.

Wijnholds zegt

“Mijn christen-zijn wil ik als ondernemer in mijn werk laten zien door in de praktijk zorgvuldig met verschillen om te gaan. We geven mensen over het algemeen langer de kans hun eigen pad te vinden. Verder zijn er in het bedrijf veel christelijke functionarissen werkzaam. We proberen ons handelen te verantwoorden voor God en elkaar. Dat helpt ons alert te blijven. “

Hij geeft wel te kennen dat vroeger er geen plaats was in zijn bedrijf voor niet-christenen en maakt het niet duidelijk waarom er dan eigenlijk wel een aantal jaar geleden er werd besloten om ook niet-christenen toe te laten.

Met zijn werk blijft hij wel werken vanuit de christelijke basisopvattingen. Maar geeft aan dat christenen zich niet moeten afscheiden van anderen.

Afscheiden is risicovol, omdat je dan niet meer weet hoe anderen over bepaalde zaken denken,”

verklaart Wijnholds.

Volgens hem kan je geloof wel niet vertalen in leefnormen, maar wij denken juist van wel. Het geloof moet de ondersteuning zijn van een levenswijze en moet veruiterlijkt worden door je manier van doen. Aan het handelen en spreken moet men de ware Christen leren erkennen. Anderen moeten kunnen zien en horen dat jouw kern geworteld is in Christus en dat je bereid bent om je te laten leiden door Gods Geest. Dat er mensen zijn die dat scheiden kan hij ook wel moeilijk verklaren. Hij geeft aan

Door op momenten van stille tijd God te zoeken en te reflecteren hoe ik de dag doorbreng, streef ik ernaar mij door God te laten leiden. Dan zijn er op de dag momenten dat je tijdens belangrijke beslissingen ruggespraak houdt.”

Wijnholds merkt op dat de niet-christenen binnen het bedrijf in de praktijk meer open gaan staan voor het christelijk geloof.

“Velen hebben er een andere kijk op gekregen. Ik denk dat op individuele momenten mensen elkaar op weg helpen, ook christenen onderling. We hebben mensen uit allerlei soorten denominaties, waardoor er gesprekken met verschillende invalshoeken ontstaan. Harmonie is bijzonder en sfeer is uniek. Ik geloof dat mensen vanuit hun christen-zijn een groot verantwoordelijkheidsbesef hebben, wat wij weer proberen te stimuleren.”

Voor hem is het persoonlijk en gemeenschappelijk geloof belangrijker dan zich te houden aan normen, maar toch geeft hij toe dat

het gaat om wandelen met Christus en achter Hem aangaan.”

+

Voorgaande: Problemen bij vele Christenen aan de boodschap ‘God is liefde’

What Tolerance really means

In this world we can see that less and less tolerance is given by people. Lots of Christians and fundamentalist religious groups want to take the crown for not tolerating others to live with them or in their neighbourhood.

*

To remember

“Tolerance: Willingness to accept behaviour and beliefs which are different from your own.”

  • you will always see people who behave or believe differently from you => In order to coexist harmoniously with such people, you should be willing to accept such different behaviour or beliefs, if they cannot be changed.
  • changing someone’s behaviour or beliefs =  influence operating word, not force.

Victors' Corner

WHAT TOLERANCE REALLY MEANS
By Victor Uyanwanne
13/03/2015

I have always been interested in learning new words and I have usually made conscious effort towards achieving that aim. I remember way back in school when we were much younger when we used to keep “New Words and Meaning” notebooks as a deliberate strategy to enhance our knowledge of English words. Those notebooks were really helpful then in building our capacity to understanding English as a second language.

Somehow, I have carried the habit of learning new words into my adult life, but with a different strategy. Thanks to the revolution in ICT! For instance, I subscribed to an offer by my telecom service provider to send me one new English word and its meaning, every day. I have been enjoying this service for years now without fail. This service has afforded me a convenient medium of learning the meaning of…

View original post 816 more words

Problemen bij vele Christenen aan de boodschap ‘God is liefde’

Het is algemeen geweten dat vele niet-gelovigen of atheïsten er over spreken dat als er een god zou bestaan deze zeker niet een van liefde kan zijn, want er gebeuren zo veel afgrijselijke dingen in deze wereld. Velen vergeten hierbij wie eigenlijk de schuldige is voor die vele wreedheden en wie de eigenlijke veroorzaker is van de vele natuurrampen.

“Overal in kerken hoor je dat ‘God liefde is’.

Aan die drie woorden wordt vaak het woordje ‘onvoorwaardelijk’ toegevoegd. Juist dat woord zorgt voor veel schade,”

vertelt David Pawson, die hier aan toe voegt

“Jezus en de apostelen noemden de liefde van God niet in hun publiekelijke prediking.”

David Pawson sprak twee weken geleden in Zuid-Afrika tijdens een conferentie voor voorgangers en predikanten.

“Wat begrijpt een ongelovige van deze ‘onvoorwaardelijke liefde’? In Engeland kregen twee homoseksuelen door middel van een draagmoeder een kind. Nadat ze hun tweede kind kregen gingen ze daar mee naar de Church of England, om de baby te laten dopen. De vicaris twijfelde over het dopen van de baby’s. Een van de mannen reageerde hierop en zei: ‘Gods liefde is toch onvoorwaardelijk? Die liefde veroordeelt niet.’ De man zei dit omdat hij ergens de toevoeging ‘onvoorwaardelijk’ had opgepikt.”

Vandaag vinden wij wel zeer veel gelovigen die zeer veroordelend zijn. Meer en meer beginnen zogenaamd Christenen te kappen op andere mensen, en vooral op diegenen die niet van hun land zijn. Vreemdelingen moeten het overal ontgelden. zou liefde niet alles moeten overtreffen en boosheid en veroordelingsdrang uit de wereld moeten helpen?

David Pawson:

“Wanneer we ongelovigen vertellen dat God liefde is, nodigen we mensen uit tot criticisme. Want als God liefde is, waarom lijden er dan zoveel mensen?
Voor een ongelovige betekent dit woordje ook dat God nooit oordeelt. Dat betekent dan ook dat God nooit iemand naar de hel stuurt. Toen ik eens een boek had geschreven over de hel werd ik overal in Engeland geïnterviewd. De interviewer vroeg mij:

‘hoe kan een God die liefde is iemand naar de hel sturen?'”

Hierbij werd dan heel duidelijk hoe de bevrager en Pawson zelf een vertekend beeld hebben van wat de hel volgens de Bijbel eigenlijk is. Pawson antwoordde door een vraag terug te stellen:

‘waar heb je het idee vandaan dat God een God van liefde is’.

‘Zei Jezus dat niet?’

antwoordde de presentator. Ik vertelde hem dat alles wat ik over de hel had geschreven in mijn boek, mij is geleerd door Jezus. Het was Jezus die de mensen over de hel vertelde. Op twee waarschuwingen over de hel na, gaf hij deze zelfs aan zijn discipelen. Toen hij de zeventig uitzond zei hij:

‘Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna.'”

Volgens Pawson is de liefde van was niet de apostelen hun Evangelie, terwijl wij van die liefde het centrum maken.

Het is een feit dat Jezus, noch de apostelen de liefde van God noemde in hun publiekelijke prediking. En toch horen wij het overal.

Ik sprak eens voor een paar honderd evangelisten in Noorwegen en vertelde hen over dit probleem met de zin ‘God is liefde’ in evangelisatie. Een meisje kwam na afloop in tranen naar me toe en zei:

u nam mijn Evangelie weg.

‘Maar Jezus vertelde hen over God zonder de liefde van God te vertellen,’ antwoordde ik. Waarom zouden wij dat niet kunnen? Omdat we het misschien niet hebben begrepen?”

Moeten we dan vertellen dat God ‘goed’ is? Dat komt wat dichter bij de waarheid. Het woordje ‘goed’ gebruiken we als het gaat over onze hond, het weer. Het zou een belediging zijn om het met die achterliggende betekenis te gebruiken als het om God gaat. Jezus zei eens tegen iemand: ‘Waarom noem je mij goed? Er is niemand goed dan God.’ Als we die uitspraak serieus nemen gebruiken we het woordje ‘goed’ alleen maar voor God, zodat we Hem een speciale plek geven.

Nochtans zouden wij moeten beseffen dat God wel degelijk Zijn schepping lief heet. Maar God heeft de mens ook dat gegeven wat de mens verlangde. De mens ging in verzet tegen God en twijfelde over Zijn rechtschapenheid en Zijn recht om alles te beheren. Aldus heeft God de wereld in de handen van de mens gegeven. Uit liefde gaat Hij niet in tegen de mens, maar laat Hij die zijn gang gaan. Ook al doet de mens heel wat slecht tegenover het milieu. Het klimaatprobleem is ontegensprekelijk het gevolg van menselijk wanbeheer.

David Pawson haalt aan

We kunnen in plaats van ‘God is goed’, en ‘God is liefde’ beter het woord ‘rechtvaardig’ gebruiken.

Jezus noemde God niet lieve, of goede Vader. Hij noemde Hem ‘rechtvaardige Vader.’ God is rechtvaardig. Dat betekent dat alles wat Hij doet goed is, en juist daar zit een zekerheid in.
Ik schreef eens op een vel papier alle dingen die God niet kan doen. Uiteindelijk vond ik 31 dingen die God niet kon doen. ‘Hij kan niet een leugen vertellen. Hij kan niemand dwingen van Hem te houden. Hij kan geen belofte breken.’ Toen ik dat opschreef, realiseerde ik me dat de dingen die Hij niet kon doen, ik wel had gedaan. Ik realiseerde mij dat ik mij zo machtiger wilde maken dan God. De Heer heeft de kracht om alles te doen, maar zijn natuur voorkomt dat Hij slechte dingen doet.”

Dit is goed en slecht nieuws, stelt Pawson.

“God houdt meer van rechtvaardigheid dan van mensen, vanwege wie Hij is. Kijk maar naar wat er bij Noach gebeurde. Een hele generatie werd overspoeld vanwege hun ongerechtigheid. God houdt meer van rechtvaardigheid dan van mensen. Anders had hij nooit de vloed kunnen sturen. Dit vindt de wereld moeilijk om te accepteren. Het laat zien dat Hij niet alleen de Schepper is, en de God die er nu is, maar ook dat hij de Rechter is van alle mensen. Er zal een dag komen dat God rekeningen op maakt. Dat is het feit wat lijkt te verdwijnen wanneer het over onvoorwaardelijke liefde gaat. Op een dag zal God al het kwaad vergelden en dit bovendien weg doen. Dan zal Hij een nieuw universum, een nieuwe hemel maken, en daarin zal rechtvaardigheid zijn. Hij wil ons daar voor klaar maken.”

Vandaag is er de mens die meer en meer laat zien dat hij de Liefde van God niet in zich draagt. Velen die zich Christen noemen dragen ook de liefde van Christus niet in zich. Waar Jezus het op nam voor de armen en minst bedeelden, willen de huidige Christenen veelal zichzelf verrijken en zitten zij helemaal niet in met mensen van andere streken die zij liefst niet in hun eigen streek zien belanden. voor hen is hun eigen stekje heilig en is er geen plaats voor immigranten of voor anders gelovigen.
Daar waar Jezus open stond voor vele andere mensen, is er in hun hart geen plaats voor die ander.

Above the Clouds

As I sit at the computer I can look out of the door at a dull, cloudy day with a light drizzle of rain falling. It reminds me of a number of analogies to our Christian life. They are all obvious and well known but they remain true and may be helpful for all that. How often have we been told that into every life a little rain must fall? Or perhaps the fact that above the clouds the sun is still shining and so in bad times we take strength in the knowledge that God is still present, still loving us and still eager to help if only we will talk to Him about our problems and ask Him to intervene.

The fact that these and other similar analogies are well known and often quoted does not lessen either their truth or their value. At times we all need to sit back and quietly muse on the obvious truths of God’s love for us and His willingness to help in every situation if only we will take the time to discuss it with Him and ask Him to intervene on our behalf. He is there. He loves us enormously. He fully understands our situation. He is able to help. He wants to help. Why not stop now, look through the clouds to our loving Father and bring Him into the situation. It will always help.

~ Alan Hermann

Christian growth a team event

Staying True

I was recently reading Warren Wiersbe’s commentary on Psalms when I came across this thought on Psalm 19:9,

‘The mark of a true bible student is a burning heart not a big head.’

The truth of this struck me instantly as did a sense of sadness at the many times I have got this wrong in my own experience in studying and sharing Bible truth. It is a timely reminder to me of the other old truth that we stop teaching the day after we stop learning. It also took me back to the words of Sir Isaac Newton when praised for his great learning he said,

‘I am like a small boy walking along a beach and turning over a stone here and there while the vast ocean of truth remains undiscovered before me.’

I am not discouraged by how little I know. I am in fact encouraged to grow in Christian understanding and living and to do my best to help others to grow along with me. Christian growth is a shared happening. We share the little we have discovered with each other and together we grow.

Christian growth is always a team event.

~ Alan Hermann

Love-Hate Relationship

I am probably exaggerating things a little, but only a little, when I say that there is a love-hate relationship developing between society at large and the church.

Whereas once the church helped society establish and find meaning in a Christian approach to morality we are now in a situation where increasingly society at large rejects Christian morality. Whereas thy church teaches love for our neighbour and endeavours, to the best of its ability, to model this, society is increasingly becoming ‘me’ centred
The church continues to put God at the centre of being but all too often society gives God no place in their life or decision making. As this antipathy to the church and its beliefs and values grows we in the church need to respond with a growing love for all people. The more we are rejected the more we love in response and reach out help in every way that we can. To paraphrase Scripture ‘they will know us by our love.’

When Jesus was attacked He responded with love, costly, sacrificial love. We can do no other. Those who malign us, misuse us, criticise our church and our faith are people for whom Jesus died and whom He loves. Let them encounter that sacrificial, caring love in us.

~ Alan Hermann

Fundamenten van het Geloof 4: Engelen. Gods volmaakte dienaren

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

Engelen. Gods volmaakte dienaren

Wie het antwoord zoekt op de vraag

‘wie of wat zijn engelen?’

merkt al snel dat de Bijbel weinig tot niets vertelt over hun natuur en bestaanswijze. De reden is dat het in de Bijbel gaat om de verhouding tussen God en mensen. En juist in verband daarmee vinden we een belangrijke uitspraak, die ons helpt bij het begrijpen van de rol die zij spelen in Gods werk:

“Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen, die het heil zullen beërven?”. (Hebr. 1: 14; vergelijk 1:7 en Psalm 103:20)

Ondanks dat deze woorden niet bedoeld waren om de natuur van engelen te beschrijven, leren we dat zij ‘geesten’ zijn. Paulus schreef dat er ‘natuurlijke lichamen’ zijn (van vlees en bloed, zoals wij nu zijn) en ‘geestelijke lichamen’. Mensen die overgaan van natuurlijk naar geestelijk leven worden ‘uit de hemel’ of ‘hemelsen’ genoemd, in tegenstelling tot wie ‘uit de aarde’, ‘stoffelijk’, zijn. Dat ‘natuurlijke lichaam’ kan het eeuwige leven niet binnengaan, omdat het aardsgezind, ongeestelijk is. Alleen het volmaakte en onvergankelijke (zoals engelen) kan in Gods nabijheid verblijven (1 Kor. 15:35-50).

“35  Maar, zal iemand vragen, hoe verrijzen de doden? Met wat voor lichaam?
36 Een dwaze vraag!
Ook wat gij zelf zaait moet eerst sterven voor het tot leven komt, 37 en wat gij zaait is slechts een graankorrel of iets dergelijks, en heeft nog niet de vorm die het zal krijgen. 38 God geeft er een lichaam aan zoals Hij dat gewild heeft, en wel aan elk zaad zijn eigen lichaam. 39 Ook is niet alle vlees hetzelfde, er is verschil tussen het vlees van mensen en dat van dieren en dat van vogels en van vissen.

40 En er zijn hemelse lichamen en aardse lichamen, maar de glans der hemelse is anders dan die van de aardse.
41 De luister van de zon is anders dan die van de maan, en die van de sterren is weer anders; zelfs de ene ster verschilt van de andere in schittering. 42 Zo is het ook met de opstanding van de doden; wat gezaaid wordt in vergankelijkheid, verrijst in onvergankelijkheid; 43 wat gezaaid wordt in geringheid en zwakte, verrijst in heerlijkheid en kracht. 44 Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam verrijst. Zoals er een natuurlijk lichaam bestaat, bestaat er ook een geestelijk lichaam. 45 In deze zin staat er geschreven: De eerste mens, Adam, werd een levens wezen. De laatste Adam werd een levendmakende Geest. 46 Maar het geestelijke komt niet het eerst; het natuurlijke gaat vooraf, daarna komt het geestelijke. 47 De eerste mens, uit de aarde genomen, is aards; de tweede is uit de hemel. 48 Zoals die eerste mens van aarde zijn alle aardse mensen, zoals de hemelse mens zullen alle hemelsen zijn. 49 En gelijk wij het beeld van de aardse hebben gedragen, zo zullen wij ook het beeld dragen van de hemelse mens. 50 Ik bedoel dit, broeders: vlees en bloed kunnen niet delen in het koninkrijk van God en het vergankelijke heeft geen aandeel in de onvergankelijkheid.” (1Co 15:35-50 WV78)

Dit komt overeen met wat Jezus zei:

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnen gaan. Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest”. (Johannes 3:5-6)

“Maar wie waardig gekeurd zijn deel te verkrijgen aan die eeuw en aan de opstanding uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk genomen. Want zij kunnen niet meer sterven; immers, zij zijn aan de engelen gelijk en zij zijn kinderen van God, omdat zij kinderen van de opstanding zijn”. (Luc. 20:35-36)

Hieruit leiden wij af dat zij volmaakt en onsterfelijk zijn en dat wij, als wij eeuwig leven ontvangen, een volmaakt ‘hemels lichaam’ zullen hebben,en in die zin aan hen gelijk zullen zijn. De schrijver van de brief aan de Hebreeën herinnert, door Psalm 8 te citeren, aan het hoge doel van God met de schepping van de mens en de vervulling daarvan in Christus Jezus:

“Want niet aan engelen heeft Hij de toekomende wereld, waarvan wij spreken, onderworpen. Maar iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat U hem gedenkt, of de mensenzoon, dat U naar hem omziet? U hebt hem voor een korte tijd beneden de engelen gesteld, met heerlijkheid en eer hebt u hem gekroond … wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden van de dood … met heerlijkheid gekroond” (Hebreeën 2:5-9).

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

Christus Jezus is de eerste van allen die behoren tot de geestelijke schepping, meer geworden dan de engelen:

“Tot wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Mijn Zoon bent U … Zet U aan mijn rechterhand…”. (Hebreeën 1:5 en 13)

“Jezus Christus, die aan de rechterhand van God is, naar de hemel gegaan,terwijl engelen en machten en krachten Hem onderworpen zijn”. (1 Petrus3:21-22)

“En Hem moeten alle engelen van God huldigen”. (Hebreeën 1:6)

De Nazareense leermeester Jezus zei dat de engelen voortdurend het aangezicht zien van God (Mattheüs 18:10). In Openbaring 5:11-13 zien we hen dan ook rondde troon van God in de hemel, in lofprijzing tot Hem en zijn Zoon.

“11 En terwijl ik keek, hoorde ik de stem van talloze engelen rondom de troon en de dieren en de oudsten; en hun getal was tienduizenden tienduizenden en duizenden duizendtallen; 12 en zij riepen luid:

‘Waardig is het Lam dat geslacht werd, te ontvangen de macht en de rijkdom, de wijsheid en de kracht, en eer en heerlijkheid en lof.’

13 En elk schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en in de zee, het ganse heelal hoorde ik roepen:

‘Aan Hem die gezeten is op de troon en aan het Lam zij de lof en de eer en de roem en de kracht in de eeuwen der eeuwen!’” (Opb 5:11-13 WV78)

Wij mensen kunnen Gods aangezicht niet zien vanwege onze onreinheid door de zonde (Exodus 33:20). Dat engelen dat wel kunnen, houdt in dat zij zonder zonde zijn en dus volmaakt (vergelijk dit met Christus Jezus in Hebreeën 7:26).

“ Zulk een hogepriester hadden wij ook nodig: een die heilig is, schuldeloos, onbesmet, afgescheiden van de zondaars, hoog verheven boven de hemelen;” (Heb 7:26 WV78)

Vervulling van Gods belofte

God zendt engelen uit als zijn betrouwbare dienaren ten behoeve van mensen. Zij doen voor Hem vele taken in verband met de voltooiing van zijn scheppingswerk en zijn heilswerk ten behoeve van mensen. Het uitzenden van zijn Geest kan daarom ook betrekking hebben op het zenden van een engel, in wie God zijn macht en kracht legde:

“Toen riepen wij tot de Here, en Hij hoorde onze stem, zond een engel en leidde ons uit Egypte”. (Numeri 20:16)

“In al hun benauwdheid was ook Hij (God) benauwd, en de Engel van zijn aangezicht heeft hen gered”. (Jesaja 63:9)

“… u, die de wet ontvangen hebt op beschikking van engelen”. (Hand. 7:53)

“Ik ben Gabriël, die voor Gods aangezicht sta, en ik ben gekomen om tot u (Maria) te spreken en deze blijmare te verkondigen”. (Lucas 1:18-29)

Een voorbeeld van het uitzenden van engelen ten dienste van hen die het heil zullen beërven, vinden we in het leven van de Heer Jezus. Na de verzoeking in de woestijn dienden engelen hem (Mattheüs 4:11). Maar al eerder in zijn leven waren zij werkzaam om te zorgen dat hem niets overkwam, voordat de bestemde tijd was gekomen (Mattheüs 2:13). Dit zijn vervullingen van Gods beloften in Psalm 91:

“Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande U, en op handen zullen zij u dragen, opdat U uw voet niet aan een steen stoot”. (Mattheüs 4:6; Lucas 4:10; Psalm 91:11-12)

Maar ook anderen hebben de vervulling van Gods belofte van bijstand ervaren, door de nabijheid van engelen, op momenten dat er menselijkerwijs gesproken geen redding meer mogelijk was:

“De engel van de Here legert Zich rondom wie Hem vrezen, en redt hen”. (Psalm 34:8)

“… zij die bij ons zijn, zijn talrijker dan zij, die bij hen zijn … en zie, de berg was vol vurige paarden en wagens rondom Elisa”. (2 Kon. 6:15-17)

“Maar een engel van de Here opende ’s nachts de deuren van de gevangenis en leidde hen naar buiten…”. (Hand. 5:19; vergelijk 12:7 en Daniël 6:23)

Soms moeten zij destructief werk doen, om de vervulling van Gods plan voortgang te kunnen laten vinden. Want wanneer God dit niet zou doen, zouden zijn kinderen ten onder gaan door het geweld van hun vijanden. De tijd van Noach laat dit duidelijk zien. Zij redden gelovigen uit de macht van de ongelovigen of straffen ongehoorzamen.

“Hij zond tegen hen zijn brandende toorn, verbolgenheid en angstwekkende gramschap, een schare van verderfengelen” (Psalm 78:49; vergelijk 1 Kron. 21:12 en 15; 2 Sam. 24:16-17).

Het werk van de engelen zal in ieder geval doorgaan tot de wederkomst van Christus Jezus uit de hemel. Hij heeft hen van God tot zijn beschikking gekregen om hem te helpen Gods wil uit te voeren, zoals mensen wakker roepen uit hun doodsslaap:

“…bij de openbaring van de Here Jezus van de hemel met de engelen van zijn kracht”. (2 Thessalonicenzen 1:7)

“En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere”. (Mattheüs 24:31)

“De Zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn Koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleidt”. (Mattheüs 13:41)

Hun werk ten behoeve van het heil van mensen zal waarschijnlijk in grote lijnen ten einde zijn gekomen, wanneer het Koninkrijk van God op aarde is gekomen. Want dan zullen er mensen zijn die volmaakt en onsterfelijk zijn geworden als de engelen, en dus op dezelfde wijze werk voor Christus kunnen doen als de engelen voor God.


Vraag ter overdenking:

Denkt u dat het mogelijk is dat engelen hebben gezondigd?


+

Voorgaande

Fundamenten van het Geloof: De lankmoedigheid van God

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Fundamenten van geloof 3: De Persoonlijkheid van God