Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 6: Het bewijs van Gods bestaan (6) De persoonlijke ervaring (slot)

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 6: Het bewijs van Gods bestaan (6) De persoonlijke ervaring (slot)

Culturele achtergrond en ervaring

Wie de Schrift werkelijk wil doorgronden, moet zich terdege bewust zijn van de Joods-Hebreeuwse achtergrond daarvan. Dit Boek spreekt een taal van duizenden jaren geleden, een wereld met een totaal andere culturele achtergrond dan de onze. Die wereld was niet geïnteresseerd in wetenschappelijke bewijzen, maar in levenservaring. Kennis was bovenal ervaringskennis, en overtuigingen waren in de eerste plaats gebaseerd op persoonlijke ervaringen.
Het was een wereld waarin ouderdom stond voor wijsheid, gebaseerd op zulke levenservaring, en niet voor seniliteit of ‘niet meer van deze tijd’ zijn.

In onze wereld heeft ‘oude van dagen’ de klank van iemand wiens rol in het leven is uitgespeeld, die alleen nog op zijn levenseinde zit te wachten; in de Bijbel is het de aanduiding van God Zelf! (Dan 7:9). Er waren in die wereld geen over elkaar heen struikelende technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen, die de mens ademloos trachtte bij te houden. Hij was veel meer statisch, en ervaring telde vele malen zwaarder dan abstracte kennis. In zo’n wereld berust het ‘kennen’ van God op het ‘hebben ervaren’ van God, niet op abstracte bewijsvoering.

Wat is zulke ervaring waard?

Maar is pure persoonlijke overtuiging dan ‘toelaatbaar’ als bewijs?

Elke wetenschapper zal dat met klem ontkennen. En terecht!

Maar wetenschappelijk bewijs is dan ook bedoeld voor totaal andere situaties. Een wetenschapper heeft tot taak de gezamenlijke kennis van zijn vakgebied verder te helpen, en zijn collega’s hebben allee niets aan objectieve bewijzen, die ook hen overtuigen. Je kunt nu een-maal geen nieuwe bouwtechniek ontwikkelen voor het bouwen van verkeersbruggen, of woontorens, of wat dan ook, op basis van persoonlijke overtuiging.

Maar bij het dienen van God gaat het er nu juist wel om dat wij zelf, en niet anderen, volkomen overtuigd zijn van zijn bestaan en dus van de juistheid van de eisen die Hij stelt aan ons persoonlijk (moreel) gedrag. Geen enkel objectief bewijs van zijn bestaan zou ons daarbij ook maar een stap verder brengen. Het gaat om de consequenties die dat heeft voor ons eigen gedrag. En die kunnen juist alleen maar wortelen in een rotsvaste persoonlijke overtuiging.

Maar pas op: ook in dit geval is persoonlijke overtuiging op zichzelf nog geen acceptabel bewijs. Immers, het ontbreekt in onze wereld bepaald niet aan mensen met zeer sterke persoonlijke overtuigingen, die niet-temin elke bijbelse grond missen.

Wie zijn medemens ombrengt omdat ‘stemmen’ hem dat hebben bevolen achten we terecht geestelijk gestoord en rijp voor opname in een kliniek. En wie er allerlei onbijbelse ideeën over God op nahoudt op grond van zijn vaste overtuiging, is misschien wat minder gevaarlijk voor zijn medemens, maar niettemin evenzeer misleid.

De Bijbel heeft ons veel te vertellen over God, zijn karakter en zijn beloften, en over de eisen die Hij stelt aan ons gedrag en onze houding in het leven, allemaal op schrift gesteld om daar kennis van te nemen. Dat kun je niet zomaar overslaan met een beroep op persoonlijke overtuiging. Pas wanneer ons dat allemaal helder is, kunnen we de volgende stap zetten en op grond van persoonlijke ervaring constateren dat God in de dagelijkse praktijk inderdaad diegene is die de Schrift ons leert, en dat Hij dus een realiteit is.

Voor wie Gods geopenbaarde en op schrift gestelde leer vervangt door een overtuiging van eigen makelij is er geen enkel excuus.

Het voorbeeld van Abraham

Neem nu een man als Abraham. Hij was weggeroepen uit een hoogontwikkelde maatschappij, gevestigd in zwaar verdedigde steden. Hij was door God naar Kanaän geleid, waar hij rondzwierf als nomade, wonend in tenten, zijn aards bezit geïnvesteerd in kudden, menselijk gezien kwetsbaar. Kwetsbaar voor de onzekere regenval die het gras voor zijn kudden op het heuvelland moest doen groeien, kwetsbaar voor de jaloezie van de lokale bevolking in de vruchtbare dalen, en kwetsbaar voor legers die hem konden betrekken in een lokaal conflict. Zo moest hij leren vertrouwen op Gods bescherming. Wanneer hij probeerde zijn positie met eigen slimheid veilig te stellen, liep dat verkeerd af als God hem daar niet juist uit redde; wanneer hij zijn volle vertrouwen op God stelde, werd hij gezegend en ging het hem goed. Toen God hem, ondanks zijn hoge ouderdom, en die van zijn vrouw, een eigen zoon als erfgenaam beloofde, en hij dat (op initiatief van zijn vrouw) opnieuw eerst aanpakte met een oplossing van eigen makelij ging dat opnieuw niet goed; toen hij Gods oplossing accepteerde, juist wel. Vervolgens kreeg hij de belofte dat hij juist door deze zoon een talrijk nageslacht zou hebben. En dan vraagt God hem plotseling die zoon te offeren. En Abraham stemt zonder aarzeling toe! Veel commentaar hierop concentreert zich op zijn bereidheid het kostbaarste dat hij bezat ‘op te geven’, maar mist daarmee het belangrijkste aspect: de vervulling van al Gods beloften hing af van het ‘overleven’ van juist deze zoon. In zijn bereidheid hem niet temin te offeren, toont Abraham het rotsvaste geloof, dat hij in een leven met God heeft opgedaan, dat God hoe dan ook zijn beloften toch zal vervullen. De Schrijver aan de Hebreeën heeft daar dan ook terecht veel over te vertellen (zie Hebr. 11:17-19). Dat is geloof in God, gebaseerd op ervaring. Hem was duidelijk en precies verteld wat God van hem verwachtte, en het geloof dat het, ondanks alle mogelijke schijn van het tegendeel, uiteindelijk toch goed zou komen, was gebaseerd op die ervaring, eerst in het klein, en vervolgens in steeds grotere dingen.

De les van dit alles

Zulk geloof moeten ook wij ontwikkelen. Alleen wanneer wij zo, stap voor stap, leren vertrouwen op God, zullen wij de overtuiging kunnen ontwikkelen dat de God die de Schrift ons leert, bestaat en te vertrouwen is; dat Hij alles wat Hij heeft beloofd, ook waar maakt.

Wat Hij van ons wil, staat geschreven. Dat we op Hem kunnen bouwen moeten we ervaren. Alleen zulk geloof kan uitgroeien tot een rotsvaste overtuiging. Geen overtuiging waarmee we onze buurman ‘plat’ kunnen krijgen, maar dat hoeft ook niet: als die buurman voor God bruikbaar is, zal God daar zelf wel voor zorgen. Maar wel een overtuiging die ons zelf volledig overtuigt. Van ons wordt wel gevraagd dat we voortdurend, en met alle kracht, ‘getuigen’, maar niet dat we iets ‘bewijzen’, althans niet iets anders dan ons eigen geloof. Voor dat bewijs van zijn bestaan zal God dan wel zorgen. Wanneer we Hem daarbij tenminste niet voor de voeten gaan lopen met wetenschappelijke pretenties.

R.C.R.

+

Voorgaand

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek 1: Een wetenschappelijke benadering

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 2: Het bewijs van Gods bestaan (2)

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 3: Het bewijs van Gods bestaan (3) De Natuur als mechanisme

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 4: Het bewijs van Gods bestaan (4) Het heelal als toevalstreffer

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 5: Het bewijs van Gods bestaan (5) De toets

Begrijpend zingen: Psalm 56: Vertrouwen op God

+

Aanverwant over Vertrouwen op God

  1. Geloof in God nodig om te slagen
  2. Kwetsbaarheid en vertrouwen samen gaand
  3. Het treffen van tijd en toeval
  4. Overdenking: David: Geloof leren door beproeving
  5. Gedachte voor vandaag “Bedanken en prijzen voor Gods gerechtigheid” (4 januari)
  6. Gedachte voor vandaag “Geloof in moeilijke tijden” (14 januari)
  7. Erkenning van Jehovah’s soevereiniteit
  8. Ontmoeting met: De vrouw uit Sunem
  9. Heb vertrouwen in je geloof … twijfel aan je twijfels
  10. Door moeilijkheden zien dat de bijbel waar is

Als de tijd ten einde loopt …… Slechts een klein deel gered

Als de tijd ten einde loopt …… Slechts een klein deel gered

Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u,zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen.”(Lukas 13:24, NBG’51)

In Lukas 13:23 lezen we hoe iemand Jezus vraagt:

Heer, zijn er maar weinigen die worden gered? En zijn antwoord is:
“Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.”

Al geeft Jezus geen direct antwoord op de vraag, voor de goede lezer is het zonneklaar wat dat antwoord is:

‘Ja, het zijn weinigen’.

Maar zijn nadruk ligt op de moeite die je moet doen om daartoe te behoren. In de bergrede vinden we dit principe wat uitgebreider:

“Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden.” (Matt. 7:13-14).

Hier is het antwoord in elk geval glashelder:

velen zullen de makkelijke maar verkeerde weg volgen, en slechts weinigen de moeilijke maar goede weg.

De brede weg

Dit gaat niet over atheïsten. Ook wie de brede weg bewandelen beschouwen zichzelf als goede volgelingen van hun heer. Nogmaals Lukas en Matteüs:

“Jullie zullen zeggen: We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven. Maar hij zal tegen jullie zeggen:
Ik ken jullie niet … Weg met jullie, rechtsverkrachters!” (Luk. 13:26-27).

“(Bij het oordeel) zullen velen tegen mij zeggen:
“Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?”
En danzal ik hun rechtuit zeggen:
“Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters!” (Matt. 7:21-23)

Zij zullen er bij het oordeel op wijzen dat zij vertrouwelijke omgang met hem hebben gehad, dat zij tot zijn ‘volk’ behoorden (in hun straten onderricht gegeven), dat zijzelf in zijn naam actief zijn geweest. En het antwoord zal zijn dat zij in werkelijkheid in dat alles tekort zijn geschoten, dat hij hen zelfs nooit gekend heeft. En hij noemt ze wetsverkrachters. Het Grieks is ‘wettelozen’, wat praktisch ‘goddelozen’ betekent.

Het gaat er dus niet om of je ‘lid’ bent van een bepaalde groep (welke dan ook). Behoudenis is er niet op zo’n basis. En ook niet om of je allerlei voorschriften in acht neemt. Natuurlijk: wie (bewust, of alleen maar uit gebrek aan interesse) Gods voorschriften overtreedt, is een zondaar en wordt niet behouden. Maar je kunt dat niet omdraaien en stellen dat wie ze in acht neemt dus ook behouden wordt. Ook niet wanneer je, uit geloofsijver, die voorschriften nog aanvult met allerlei extraatjes. De Farizeeën waren daar goed in, maar kregen daarvoor weinig applaus van Jezus. En het gaat er ook niet om of je allerlei superieure kennis bezit, of een ongeëvenaarde diepte van inzicht. Kennis en inzicht zijn hooguit gereedschappen: je moet ze gebruiken om er iets mee te bereiken. Wie ze niet gebruikt heeft er geen nut van.

De smalle weg

Waar gaat het dan wel om?

Om onze gezindheid, onze mentaliteit, in Bijbelse taal soms aangeduid als onze ‘geest’. Paulus spoort zijn bekeerlingen aan met:

“Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had” (Fil. 2:5).

Het Griekse woord voor ‘gezindheid’ is phronèma, dat duidt op een wijze van denken. De grondbetekenis is ‘plan’ of ‘besluit’, en het is afgeleid van phronis, inzicht. Verwante woorden zijn phronimos, bij zijn verstand, en phroneō, iets van plan zijn, met de bijbetekenis van: dat met alle inspanning willen verwezenlijken. Dit beschrijft een mens die ‘bij zijn volle verstand’ tot een bepaald inzicht is gekomen, op grond van dat inzicht een ideaal voor ogen heeft, en dat ideaal nu met inzet van al zijn vermogens tracht te verwezenlijken. Paulus gebruikt dit begrip regelmatig in zijn brieven, waarbij hij de gezindheid die de mens van nature (‘naar het vlees’) heeft, plaatst tegenover de gezindheid van de gelovige (‘naar de Geest’):

“… die naar het vlees zijn, hebben de gezindheid van het vlees, en zij, dienaar de Geest zijn, hebben de gezindheid van de Geest.” (Rom. 8:5, NBG’51)

Die gezindheid van de (Heilige) Geest noemt hij enkele verzen verderop achtereenvolgens de gezindheid van God en de gezindheid van Christus. Alleen gebruikt hij daar niet dat woord phronèma, maar het woord pneuma, geest. Vertalers laten zich daarom vaak verleiden dat op te vatten als de Heilige Geest en schrijven het dan met een hoofdletter (in het Grieks staan geen hoofdletters). Maar dan zie je over het hoofd dat Paulus dat woord ‘geest’ vaak gebruikt in precies die zin van mentaliteit, gezindheid:

“U was dood door de misstappen en zonden waarmee u de weg ging van de god van deze wereld … de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn” (Efez 2:1-2).

En die ‘geest’ beschrijft hij dan zo:

“Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander.” (vs 3)

Ook hier gaat het om onze oorspronkelijke menselijke natuur tegenover de ‘gezindheid van Christus’. Zoals hij aan de gemeente te Kolosse schrijft:

“Richt u [phroneō: richt uw gezindheid] op wat boven is, niet op wat op aarde is” (Kol. 3:2).

Voortdurend lezen we dat wij onze natuurlijke, menselijke, wereldse, aards-gezinde mentaliteit moeten vervangen door de gezindheid van Christus. En die ‘gezindheid van Christus’ is dan ofwel de gezindheid die zich richt op (God en) Christus, of de gezindheid die Christus zelf toonde in zijn totale gehoorzaamheid aan de Vader. Of, waarschijnlijker nog: beide.

Die weg gaan

Die neiging dat woord geest op te vatten als Gods Geest i.p.v. als onze gezindheid, is niet alleen maar een verschil in interpretatie van een stukje Grieks. Velen hebben in deze tijd de neiging hun behoudenis te zien als iets dat God aan hen doet zonder veel (of zelfs geheel zonder enige) inbreng van hun kant. Extreem gesteld: je wacht tot God je zijn Geest wil schenken, en als Hij dat doet, ben je wedergeboren, en daarmee behouden. Maar Paulus’ argument is nu juist dat je met inspanning van al je vermogens die gezindheid moet ontwikkelen. Weliswaar heeft Jezus ons daarbij zijn hulp en steun beloofd, en op die hulp mogen we daarom rekenen. Maar hulp betekent toch altijd dat het initiatief bij ons ligt, niet dat een ander het wel voor ons doet. We moeten vóór alles laten zien dat het dienen van God ons hoogste streven is. Want dat was waar Paulus het over had in zijn brief aan de gemeente te Filippi:

“Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die: … degestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en … Zich heeft vernederd en gehoorzaam is geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises.”(Fil. 2:5-8, NBG’51)

Hij beschrijft hier niet een gezindheid van lijdzaam afwachten, maar van actief bezig zijn (namelijk met zich dienstbaar te maken aan de Vader), van gehoorzaamheid en van opoffering, tot in de uiterste consequenties. En dat is ook de gezindheid die Jezus voor ogen stond, toen hij het tegenover Nicodemus had over dat wedergeboren worden (Joh 3:3).

Wedergeboren worden

Wedergeboren worden betekent: een zó radicale verandering in je leven aanbrengen dat het lijkt alsof daar een totaal nieuwe mens staat. En dat kan alleen maar betekenen dat je een totaal nieuw streven (phronèma) navolgt, een totaal nieuw doel voor ogen hebt. En ja, hij zegt in dat verband dat je moet worden wedergeboren door de (Heilige) Geest. Want die gezindheid kun je, als mens, uit jezelf niet zomaar ontwikkelen; daar heb je Gods hulp bij nodig. Maar opnieuw: we moeten zelf de eerste stappen zetten, en vervolgens ook op die weg blijven doorgaan.
De smalle weg gaan, betekent, hoe dan ook, dat we die zelf (als hetware te voet!) moeten afleggen, niet dat we kunnen gaan zitten wachten op Gods taxi. Dáár ligt dus ook de oorsprong van Paulus’ denken. In zijn brief aan Efeze schrijft hij (en let ook op de connecties met geest en gezindheid):

“U hebt toch over hem gehoord, u hebt toch onderricht over hem gekregen? Door Jezus wordt duidelijk dat u uw vroegere levenswandel moet opgevenen de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten wordenen dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapenis.” (Efez. 4:21-24).

Die nieuwe mens is wel naar Gods wil geschapen, maar wij moeten die zelf (als een nieuw kledingstuk) aandoen. En wij zelf moeten daartoe eerst onze oude levenswandel opgeven, en die ‘oude mens’ afleggen (uitdoen). En dat moeten we doen met inspanning van al onze vermogens.

Strijdt om in te gaan

Ja, het zijn weinigen die behouden worden. Maar de vraag of het er veel of weinig zouden zijn, was de verkeerde vraag.

De vraag had moeten zijn:

wat moet ik doen om behouden te worden?

En het antwoord daarop was:

“Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen” (NBG’51).

Dat woord strijden heeft niets te maken met oorlog voeren; het beschrijft het deelnemen aan een wedstrijd. Bij wedstrijden is er maar één winnaar: hij die meer heeft gepresteerd dan alle andere deelnemers. Paulus zegt daarover:

“Weet u niet dat van de atleten die in het stadion een wedloop houden er maar één de prijs kan winnen?
Ren als de atleet die wint. Iedereen die aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles; atleten doen het voor een vergankelijke erekrans, wij echter voor een onvergankelijke.” (1 Kor 9:24-25)

Zijn waarschuwing is niet dat er ook in deze (wed)strijd maar één winnaar zal zijn, maar wel dat alleen zij die hun aller-uiterste best doen zo’n erekrans zullen ontvangen. En daar valt helaas nog altijd niets op af te dingen.

R.C.R.

 

+

Voorgaand

  1. Bijbels geloof en heidense filosofie
  2. Als de tijd ten einde loopt …… Vragen naar het goede
  3. Als de tijd ten einde loopt … De geest van Nimrod
  4. Fundamenten van het Geloof 6: Beproeving van het geloof

Theologie versus godsdienstleer of godsdienst geschiedenis

In de Europese universiteiten vindt me de theologie als wetenschapsgebied in directe verbinding met concrete godsdienstige praktijken. Niet alleen in die zin dat die praktijken voorwerp van onderzoek kunnen zijn, maar zo dat de afgestudeerde theoloog bekwaam en geschikt zou zijn om in die praktijken een professionele leidinggevende rol te vervullen.

Als die praktijken uit beeld raken en er geen predikanten meer worden opgeleid, zal de theologie als wetenschapsgebied verdwijnen.

stelde prof. dr. Gerrit Immink in 2014. Toen waren de meeste afdelingen Theologie aan de universiteiten meer instellingen waar de geschriften van theologen werden bestudeerd, meer dan het eigenlijke “Godswezen”.

Theologie betekent letterlijk de studie van God (verwijzend naar Theos = Grieks voor God en logos is Grieks voor `woord`, `leer`, `kennis` of `verhandeling). Dat maakt dat het eigenlijk in theologie moet gaan over de leer of kennis van God. Hierbij zou men kunnen zeggen dat er bij dat onderzoek naar de Godheid ook moet na gaan welke godheden er zo wat aanbeden worden. Inherent daaraan komt dan de studie van verscheidene goden, godsdiensten, godsdienstige groepen en onderwerpen. De term theologie is afkomstig uit de Christelijke traditie, maar kan ook gebruikt worden voor de studie of de geloofsinhoud van andere religies.

Gedurende Krimp zijn rectoraatsperiode werd er gezocht naar samenwerking, verplaatsing.

Op de achtergrond speelde steeds de vraag: Waar gaat het eigenlijk over in de theologie? Welk vakkenpakket is nodig om een predikant op te leiden?

zei hij in 2014.

Tegenwoordig lijkt het wel dat vele faculteiten weg gevaren zijn van de vroegere oorspronkelijke instelling voor dat vak. Ook brengt elke universiteit haar geestelijke instelling naar voor en laat deze geen openheid voor anders denkenden. Zo moet men in een Katholieke universiteit het Katholisch denkpatroon volgen en kan men zeker niet tegen de Drie-eenheid zijn bijvoorbeeld.

We beseffen wel dat al in de 19e eeuw er voortdurend bewegingen in de theologie waren die het accent verlegden van God naar de mens. Bovendien groeide de kritiek op het klassieke godsbegrip en kwam zelfs de gedachte op dat God een projectie is, maar als puntje bij paaltje kwam, liet men toch geen openheid tot andere leerstellingen dan die van de ondersteunende godsdienstgroep.

In 2014 haalde Krimp terecht aan:

Als de theologie de gedachte van de godgeleerdheid – hoe lastig en ingewikkeld die ook is – loslaat, komt het bestaansrecht van de theologie als zelfstandig wetenschapsgebied snel ter discussie te staan.

Het verschijnsel religie, religieuze ervaringen en rituelen – dat alles kan toch ook prima bestudeerd worden door antropologen, psychologen en sociologen? Wolfhart Pannenberg heeft terecht opgemerkt dat de theologie van het toneel zal verdwijnen, zodra we het Godsbegrip louter opvatten als een projectie vanuit de antropologie.

In veel instelling gaat men het geschiedkundig verloop na van één of meerdere godsdiensten. Men moet dan echter beseffen dat men daar dan meer een godsdienst historicus kweekt. Met de studie van al de vroegere theologische werken komt men dan eerder op het vlak van de taalkundige of sociaal wetenschapper zonder dat men de rol van theoloog hoeft op te nemen. Volgens Krimp is daar binnen een theologische universiteit of faculteit zeker ook plaats voor.

Maar als onze vakgebieden samen het geheel van de theologie vormen, moet elk vakgebied ook beoefend kunnen worden als theologie.

Volgens hem is het daarvoor

nodig dat er binnen het vakgebied systematische vragen gesteld worden met betrekking tot hedendaagse godsdienstige praktijken en met betrekking tot het spreken over God. Dat is niet eenvoudig, want dan moeten we zowel het vak goed beheersen als in staat zijn om op systematische wijze theologische thema’s in te brengen. En het wordt pas echt spannend als we dan ook nog het gesprek aandurven over de waarheidsclaims die in teksten of in praktijken tot uitdrukking komen.

Prof. dr. Gerrit Immink vertelt verder

In mijn bestuurlijke functie als rector heb ik steeds geprobeerd het academische karakter van de theologie hoog te houden, in het besef dat de afgestudeerde theoloog bekwaam en geschikt dient te zijn om als predikant in de kerk aan de slag te gaan. De gerichtheid op concrete praktijken en de wetenschappelijke doordenking van het spreken over God zijn voor mij twee zijden van dezelfde medaille.

Decolonising our minds

Every generation has to undergo some turnovers on one or the other factor.

What is to considered to be normal at one time in another generation can be “not done”.

The last few years it seems like we are living in a society which wants to overcorrect itself. It wants to break with previous passages in history. In several countries suddenly a lot of words may not be used any more because they are considered wrong or unjust to certain groups of the population. Often then there are created new words to substitute the older word, but then they forget that happened in the past already with several words as well.

With the “Black Lives Mattermovement this seems to have arrived in a roller-coaster or rapids. It looks like when you do away with all monuments and all related words that part of history shall be made away with and forgotten. Instead of thinking about the value of keeping also the wrong things in memory.

Even the prestigious London university got caught in a row with some of its students who have repeatedly demanded leading philosophers, whose ideas have underpinned civilised society across the Western world. It might well be that a lot of philosophers their writings students may have to cover, come from Europe and as such from white people. Instead of studying the European Enlightenment figures, the students have insisted the majority of philosophers should be from Africa and Asia, and white thinkers only to be studied “if required”.

People often forget that they when being part of a certain culture should learn about their own culture first. If one wants to learn the other culture(s) it should also be possible but in another curriculum. It is wrong to exclude European thinkers, because they are part of our world mindset and provided the patrons with our wisdom, morals and ethics.

What we can see today is that lots of youngsters are trying to desacralise European thinkers, stopping them from being treated as unquestionable. We should not stop studying them, but should be able to look at them critically.

For sure, we may question what should be the place of European philosophy, and European philosophers, in an age of globalisation and of a shifting power balance from West to East, but we should recognise that they are essential to our insight in the construction of our society throughout the ages.

The argument for a more diverse curriculum seems reasonable, indeed unquestionable. After all, philosophers and thinkers come not just from Europe. There are great non-European intellectual traditions, a myriad philosophical schools from China, India, Africa and the Muslim world, many of which have shaped European philosophy as well. It would be good to see that there is made more place to look at the works of Mo Tzu, Zhu Xi, Ibn Rushd, Ibn Sina, Anton Wilhelm Amo, Frantz Fanon, Sarvepalli Radhakrishnan and Feng Youlan, just to call a few.

It is wrong to think that all European philosophy would be tainted by racism and colonialism. Several people are now falling in the same trap as racists, suggesting that because one possesses a particular identity, so one’s ideas are necessarily distinct, and linked to that identity.

A philosopher is white so his or her ideas are contaminated.

John Locke is widely regarded as having provided the philosophical foundations of modern liberal conceptions of tolerance. Yet he was a shareholder in a slaving company.
Immanuel Kant, often seen as the greatest of Enlightenment philosophers, clung to a belief in a racial hierarchy, insisting that

‘Humanity is at its greatest perfection in the race of the whites’

and that

‘the African and the Hindu appear to be incapable of moral maturity’.

Sian HawthorneSian Hawthorne, convenor of the undergraduate course in ‘World Philosophies’, the only philosophy degree that SOAS provides, observes:

‘Enlightenment philosophers make arguments about knowledge and reason setting us free, and laud the values of liberty, at the very moment that colonial enterprises and the slave trade are expanding. Those very same arguments are summoned to justify Europe’s so-called civilizing mission and make claims about European superiority.’

Jonathan Israel, now Professor Emeritus of History at the Institute of Advanced Studies, Princeton, lauds the Enlightenment as that transformative period when Europe shifted from being a culture

‘based on a largely shared core of faith, tradition and authority’

to one in which

‘everything, no matter how fundamental or deeply rooted, was questioned in the light of philosophical reason’.

Yet, Israel is also deeply critical. At the heart of his argument is the insistence that there were actually two Enlightenments. The mainstream Enlightenment of Locke, Voltaire, Kant and Hume is the one of which we know, and of which most historians have written. But it was the Radical Enlightenment, shaped by lesser-known figures such as d’Holbach, Diderot, Condorcet and, in particular, the Dutch philosopher Baruch Spinoza, that provided the Enlightenment’s heart and soul.

The two Enlightenments, Israel suggests, divided on the question of whether reason reigned supreme in human affairs, as the Radicals insisted, or whether reason had to be limited by faith and tradition – the view of the mainstream. The mainstream’s intellectual timidity constrained its critique of old social forms and beliefs. By contrast, the Radical Enlightenment

‘rejected all compromise with the past and sought to sweep away existing structures entirely’.

Israel finds the argument that the ‘Enlightenment is racist’, coming from a one-eyed view, the selective picking and choosing of certain individuals and quotes.

Such critics see only the more conservative mainstream figures, such as Locke, Kant and Hume, and ignore the thinkers of the Radical Enlightenment,

an approach that Israel calls

‘seriously obtuse’.

The Radical Enlightenment, he observes,

‘was condemned by all European governments and by all churches, because in principle it insisted on the universal and equal rights of men and the full emancipation of the black population.’

Israel is sympathetic to the demand that university curricula be diversified.

‘There is a strong case for studying non-European traditions as an essential part of any philosophy teaching course.’

But, he points out, such a global view began in the Radical Enlightenment itself.

‘Many radical enlighteners believed their anti-Christian naturalism had powerful roots in medieval Islamic philosophy. They also had strong affinities with Chinese Confucianism. They were free of the Eurocentrism that marked the mainstream Enlightenment of Voltaire, Montesquieu, Hume and Smith.’

+

Preceding

Visual and aural impacts – contacts and concepts

Added commentary to the posting A Progressive Call to Arms

++

Additional reading

  1. The twist of politics and expression
  2. Institutional Racism
  3. Mass Media’s Deception Causing Division

Visual and aural impacts – contacts and concepts

 notes that the world reveals itself to us in a stream of sensation. Man has to face a lot of things in his life; Growing up we always go from one (unexpected) situation onto another, always bringing new and other facts and facets.

All the time we are confronted with lots of imprints, made by colours, shapes, lines, shades of light and dark, whilst at the same time we do have to endure lots of sounds.

female_touching_glassWe hear sounds shrill and bass, harmonious and discordant. Our skin touches cold and heat, hard and soft, rough and smooth. Scent passes constantly through our nostrils and in our mouths we taste bitter and sweet. {Contact, Concept and Art}

How are we willing to cope with everything that surrounds us?

Beyond out physical sensations we have the rich inner world of emotion and feeling. Joy, sorrow, fear, anger, and contentment – our inner reality is constantly fluctuating between different emotional reactions to the sensations that the world presents. {Contact, Concept and Art}

As human beings it are our sensations which bring us into life. Those visible and invisible vibrations and impulses give us feelings and joys.  We get an impulse to go somewhere or do something and that then this leads us to something different, perhaps something bigger, but we never know beforehand how acting on them will transform us and our life.

When walking around on this globe we have to see and hear, or to have a willingness to undergo the vibrations of this earth. It’s really about becoming aware of them and act on them, because the universe is always speaking to us, but lots of people are not fully aware of it. Lots of people ignore signals which are giving all the time.
We should know that all those impulses around us give some direction to our emotions, even when we would not want to be influenced by them.

This cascade of sensation and emotion is not all of our reality, however, because alongside these our minds have developed the ability to generate a parallel stream of concepts that arrange and organize our sensations into ideas that can be held onto long after the sensations that gave birth to the have faded into our even out of memory. {Contact, Concept and Art}

How do we want to look at things? What do we want to allow to influence us? How do we want to form ideas and impressions?

Our concepts take a set of sensations and create an object out of them. {Contact, Concept and Art}

Do we want what we see to be real? Or do we think it is just imagination? And how far do we want to allow our imagination cope with that what passes our eyes and mind? Every one of us experiences similar experiences differently. We might be beings all come from the same one being (Adam), and in a way we all should be partners in sameness, oneness, unity, though being absolute and irrevocably unique. There is not a single person in the world who has the exact same thoughts-feelings-experiences, i.e. story, as you, me or another. None. This insight makes all of us relevant to the history of the life of humankind. It is this uniqueness which makes us all so interesting for others as well as for ourselves. Because we for ourself have to explore and to uncover our own self and the beings around us.

Exploring and developing this uniqueness, expanding and narrating our story, gives meaning, perhaps the only meaning we really need. {The meaning of life – Finding purpose}

All the time we want to find out the truth of what we see and hear. Whilst we go from one year in the next we try to live a life and grow up with reality or what we think is reality. Meanwhile, we have to cope with our strengths and weaknesses, explore our talents and analyze our personality traits. At the same time we often fear to have to explore our own self, being confronted with that what we do not want to see: our weaknesses. Most of us want to ignore them, pretend they don’t exist, and choose to focus only on our strengths, which means we don’t do anything about our shortcomings. So they grow and continue to hold us back. doing so we create a lie, sheeting ourselves.

Facing our weakness requires us to acknowledge and accept that we’re not perfect, and that is often something we do not want to know or not want to be. We would love to be perfect and somehow we also would love to see that others would also be perfect. But they just aren’t.

Why is it that human beings accept that people, in general, aren’t perfect, yet are embarrassed to admit their own imperfections?

One word: vulnerability. Imperfection and weakness mean that we’re vulnerable.

+

Preceding

Philosophy hand in hand with spirituality

++

Additional reading

  1. Ways of dreaming or thinking
  2. Fictional or real world
  3. The meaning of life – Finding purpose
  4. Anxiety Management During Pandemic Days~
  5. Philosophy hand in hand with spirituality
  6. Uncertainty and limitations
  7. Existence of a powerful “life consciousness” in all individuals

Fundamenten van het Geloof 11 Christus, de door God gezonden Verlosser

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

God beloofde de Verlosser te zijn van wie geloven. In Genesis maakte Hij al duidelijk dat de mens betrokken is bij de tot standkoming van zijn verlossing:

“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit (zaad van de vrouw) zal u (slang) de kop vermorzelen en u (slang) zult het de hiel vermorzelen” (Genesis 3:15)

God had voorzien in een nakomeling die een einde zou maken aan de slang, het symbool voor vijandige mensen die Gods kinderen af proberen te houden van eeuwig leven, door hen te verleiden tot zonde. In verband met de gevolgen daarvan deed God een verstrekkende belofte aan Abraham:

“… uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit nemen. En met uwnageslacht zullen alle volken gezegend worden …” (Genesis 22:16-18)

De apostel Paulus legde in de brief aan de Galaten uit, dat deze beloften aan Abraham in eerste instantie in enkelvoud bedoeld was. Ze hebben betrekking op een bepaalde mens, die uit hem voortkwam:

Christus Jezus (3:16).

Het punt in zijn redenering is, dat ieder mens die in hem gelooft, deel krijgt aan de beloften aan Abraham. Wat betrekking had op de ene mens, Christus Jezus, de ware Zoon van God, krijgt zijn vervulling in veel meer zonen:

“Want u bent allen zonen van God, door het geloof, in Christus Jezus … Indien u nu van Christus bent, dan bent u zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.” (Galaten 3:26-29)

Deze beloften werden niet alleen aan het nageslacht van Abraham gegeven, maar ook aan hem persoonlijk. Hij is echter op de door God bepaalde tijd gestorven en tot stof vergaan. Hij is de poort van het dodenrijk (zie Matth.16:16) binnengegaan en is nu in de macht van zijn grootste vijand: de wrede koning dood. Dit houdt in dat God zijn beloften aan hem alleen kan vervullen door hem uit de doden op te wekken (vergelijk Hebr. 11:17-19).

Jezus bewees de noodzaak van de opstanding van Abraham, toen hij wees op het feit dat God in tegenwoordige tijd en niet in verleden tijd tegen Mozes zei, dat Hij de God van Abraham is (Matth. 22:31-33). De belofte aan hem was dat zijn nageslacht de poort van zijn vijanden in bezit zou nemen. In de praktijk van die tijd hield dit in,  dat je de vijand had verslagen en bepaalde wie de stad in mocht en en wie de stad uit moesten gaan. In de belofte aan Abraham betekent het dat de vijanden van God en zijn kinderen zijn verslagen, en dat het beloofde Koninkrijk is gekomen. De nieuwe Koning bepaalt niet alleen wie dat Koninkrijk binnengaan, maar ook het voormalige rijk van koning dood in en uitgaan. De heer Jezus Christus zei over zichzelf:

“… Ik ben dood geweest, en zie Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik hebde sleutels van de dood en het dodenrijk.” (Openbaring 1:17-18)

Dat hij dood is geweest, houdt in dat hij ook zelf eerst uit de dood bevrijd moest worden:

“… daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft; de dood voert geen heerschappij meer over Hem.” (Romeinen 6:9)

Hij is het domein van de sterkste vijand van de mens binnengegaan en, omdat hij weer levend werd gemaakt door zijn God en Vader, kon hij de poort van binnenuit openen, om allen die in het geloof gestorven zijn en daar machteloos liggen, daaruit te bevrijden. Het beeld van de bevrijding van de ballingen uit Babel, in het boek van de profeet Jesaja, past ook goed bij de verlossing van de zonde en de dood, zoals deze in het NT wordt voorgesteld:

“Kan aan een sterke de buit ontnomen worden, of zullen de gevangenen van hem die in zijn recht is, ontkomen? Maar zo zegt de HERE:

Toch worden de gevangenen aan een sterke ontnomen, en ontkomt de buit een geweldige … Ik zelf zal uw zonen redden” (Jesaja 49:24-25; vergelijk Mattheüs 12:29).

Hij ‘die in zijn recht is’ was de tiran Nebukadnezar, de koning van Babel. In de brief aan de Romeinen is de tiran van de gelovigen, de dood die als koning is gaan heersen (Romeinen 5:17). Degene die hem heeft bestreden en overwonnen, is Christus Jezus. Hij heeft daarom van de eeuwige God de macht ontvangen mensen te bevrijden uit het dodenrijk, zoals Hij toont bij de opwekking van Lazarus:

“Ik zal u (de Knecht van God) … stellen tot een verbond voor het volk … omtot gevangenen te zeggen: Gaat uit! Tot hen die in de duisternis zijn: Komt tevoorschijn!” (Jesaja 49:8-9; zie ook 42:7 en 61:1)“

… en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen …om verbrokenen heen te zenden in vrijheid. (Lucas 4:19)

“Lazarus, kom naar buiten! … Maakt hem los en laat hem heen-gaan.” (Johannes 11:43-44)

Hij spreekt als een koning tot wie zijn eigendom zijn. Na zijn leven van gehoorzaamheid en kruisdood is hij door God waardig bevonden heer te zijn over al zijn bezit. God gaf hem allen die hij op grond van hun geloof heeft bevrijd uit de macht van de heerser die hij versloeg en als buit meenam:

“Daarom zal Ik hem velen als deel geven en talrijken zal hij als buit ontvangen…” (Jesaja 53:11-12)

Maar vanaf dat moment zijn deze velen geen gevangenen meer, maar tot burgers van zijn Koninkrijk gemaakt. En nu hij bij God in de hemel is, verwachten zij zijn komst met eeuwig leven voor zijn volk:

“Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen.” (Filippenzen 3:20-21)

Het is Christus gegeven allen die in hem geloven, in naam van zijn Vader, de enige en waarachtige Verlosser, te bevrijden van de eeuwige vloek van de dood. Hij zal hen door de kracht van God eeuwig leven schenken, door de weg tot de boom des levens, die werd afgesloten door de zonde van de eerste mens, weer te openen.

Niet de dood maar God overwint in Christus:

“Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.” (Romeinen 3:23)

“De dood is verzwolgen in de overwinning. Dood, waar is uw overwinning, dood, waar is uw prikkel. De prikkel van de dood is de zonde … Maar God zijdank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus.”(1 Korintiërs 15:54-57)

“Wie overwint, hem zal Ik (Christus) geven te eten van de boom des levens…” (Openbaring 2:7)

Dan kunnen de woorden die God sprak na de zonde van de eerste mens, omgedraaid worden:

‘Laat de mens nemen en eten van de boom des levens, opdat hij in eeuwigheid zal leven

 

1ste Vraag ter overdenking:

Hoe is de losprijs betaald om gelovigen te bevrijden van de dood?

2de Vraag ter overdenking:

Op grond waarvan kunnen wij in Christus verlost worden?

 

Christus Jezus en de verhoogde slang

Mozes en de Nehushtan (“Koperslang” of “slang van (het) koper”) aan een kruis, afbeelding uit 1907. – In het verhaal in Numeri 21 staat dat de Israëlieten toen zij tegen JHWH en Mozes ageerden, werden gestraft door giftige slangen. Als zij echter na gebeten te zijn keken naar de bronzen slang, zouden ze niet sterven.

Toen Israël in de woestijn zondigde stuurde God slangen om hen te doden. Wie gebeten was ontkwam niet aan de dood. Maar God trof een voorziening: Mozes plaatste een koperen slang op een paal en wie gelovig daarop de blik richtte, werd verlost van de dood (Num. 21:8-9). Maar niet voor eeuwig.
Jezus vergeleek zijn verhoging aan de houten paal met die van de slang aan de paal. Wie gelovig de blik op hem richt zal voor eeuwig behouden worden, maar wie niet in hem gelooft, is verloren (Joh. 3:14-18)

+

Voorgaand

Fundamenten van het Geloof 10 De Verlosser uit de dood

Overdenking voor vandaag

++

Aanvullende artikelen

  1. Een goddelijk Plan #4 Beloften
  2. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #1 Abraham de aartsvader
  3. De Verlosser 1 Senior en junior
  4. Verlosser of Messias aangekondigd door Daniël
  5. De Knecht des Heren #4 De Verlosser
  6. Christus in Profetie #2 De Knecht in Jesaja (2) Behoefte aan Verlossing
  7. Christus in Profetie #5 De Knecht in Jesaja (5) Verhoging van de Knecht
  8. Christus in Profetie #8 De psalmen (2B) De Gezalfde goede herder spreekt
  9. Jezus Christus De Zoon van Adam, de Zoon van God
  10. Zoon van God
  11. Zoon van de levende God
  12. Zoon van God vrijkoper
  13. Zaad van David
  14. Zoon van David
  15. Zoon van God – Vleesgeworden woord
  16. Zoon van God dé Weg naar God
  17. Zoon van God en middelaar
  18. Zoon van God en zijn autoriteit
  19. Zoon van God door God als Zijn geliefde zoon verklaard
  20. Zoon van God geopenbaard
  21. Uw vertroostingen verkwikken mijn ziel
  22. Een lovende ziel voor Hem die troost, geneest, vergeeft, verlost, gaven en recht geeft, rijk aan ontferming
  23. Verlossing #8 Gerechtigheid door geloof
  24. Uitlopen om uit lichaam te wonen
  25. Aan een betere opstanding deelhebben

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 5: Het bewijs van Gods bestaan (5) De toets

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 5: Het bewijs van Gods bestaan (5) De toets

Een wetenschappelijke benadering voor de bewijsvoering van het bestaan van God

In deel 1 van deze serie hebben we terloops geconstateerd dat vrijwel al die goedbedoelde pogingen om Gods bestaan wetenschappelijk te bewijzen de praktische fout maken dat te willen doen buiten zijn eigen Woord om, terwijl dat Woord nu juist de centrale plaats zou moeten innemen in onze overtuiging. En dat de daaraan ten grondslag liggende fundamentele fout is dat al deze ‘bewijzen’ zijn opgezet om anderen te overtuigen, in plaats van onszelf.

De beide laatste delen van deze serie willen we nu besteden aan deze twee aspecten.

Deze keer gaan we in op de vraag wat Gods Woord er zelf over te zeggen heeft.

Profetieën en tekenen

Wanneer Mozes in Deuteronomium, als het volk op het punt staat het land binnen te trekken, nogmaals Gods Wet uiteenzet, introduceert hij ook het ambt van profeet. Een profeet zou rechtstreeks namens God tot hen spreken. Maar dan zouden zij wel moeten kunnen weten of iemand die beweerde zo’n profeet te zijn, daarin wel de waarheid sprak. Mozes geeft hun daarom een toets:

“als een profeet zegt te spreken in de naam van de HEER, maar zijn woorden komen niet uit en er gebeurt niets, dan is dat geen profetie van de HEER geweest” (Deut.18:22).

Daarbij moeten we bedenken dat profetie in feite maar zelden een blote ‘voorspelling’ van de toekomst is; meestal is het een les of een waarschuwing, of een oproep tot bekering. Daarom zien we in de praktijk vaak dat belangrijke profetische uitspraken gepaard gaan met ‘een teken’. De profeet kondigt dan iets aan dat op korte termijn zal gebeuren, als ‘bewijs’ dat God hem inderdaad heeft gezonden.

Wanneer koning Jerobeam van het nieuwe noordelijke rijk Israël, in strijd met Gods gebod, in Betel een nieuw heiligdom sticht, met een eigen brandofferaltaar, verschijnt daar een profeet met de boodschap:

“Dit zegt de HEER:

In de familie van David zal een zoon worden geboren, Josia geheten. Op (dit altaar) zal deze Josia de priesters (van dit heiligdom) ten offer brengen” (1 Kon. 13:2).

In werkelijkheid zou het echter nog meer dan twee eeuwen duren eer deze profetie in vervulling zou gaan. Daarom kondigt de profeet ook een korte termijn teken aan:

“Dit is het teken dat het de HEER is die gesproken heeft: het altaar zal splijten en de as die erop ligt zal op de grond vallen” (vs 3).

Dat gebeurt dan onmiddellijk, zodat het volk weet dat dit een woord van God is.

Even voor alle volledigheid: wanneer een ‘profeet’ met een boodschap komt die in houdelijk duidelijk in strijd is met Gods Woord, dan is dat op zichzelf al voldoende bewijs dat hij niet namens God spreekt. In zo’n geval hoeft geen enkel begeleidend ‘teken’ nog van waarde te worden geacht. Dat principe had Mozes al uitgelegd in Deut. 13.

De profetie van Jesaja als kenmerkend voorbeeld

In het tweede deel van de profetie van Jesaja vinden we het regelmatig terugkerende thema van een rechtszaak tussen God en de afgoden. God claimt daarin dat Hij de enige ware god is en dat de zogenaamde goden van de volken in feite niets zijn; en dat Hij dat kan aantonen door te tonen hoe Hij de loop van de geschiedenis heeft gestuurd en nog verder zal sturen. Hij daagt de afgoden uit ook met zulke bewijzen te komen:

“Voer jullie rechtsgeding, zegt de HEER, lever overtuigende bewijzen … Vertel ons over wat vroeger is gebeurd, zodat wij de afloop nu al kennen. (of:) Licht ons in over wat komen gaat, geef ons aanwijzingen over de toekomst, dan weten wij dat jullie goden zijn” (Jes. 41:21-23).

God roept daarbij zijn eigen volk op als getuige, terwijl de afgoden hun aanhangers als getuigen mogen oproepen:

“Alle volken zullen zich verzamelen. Wie van hun goden heeft aangekondigd wat eertijds nog te gebeuren stond? Laten zij [die afgoden] getuigen leveren om hun gelijk te bewijzen … Mijn getuige zijn jullie – spreekt de HEER – die Ik uitgekozen heb opdat jullie Mij zouden kennen en vertrouwen, en zouden inzien dat Ik het ben” (Jes. 43:9-10).

Maar dat doel (kennen en vertrouwen) geldt uiteraard net zo goed voor ons.
De centrale boodschap van het boek Jesaja is dat God zijn getrouwe dienaren zal bevrijden uit de macht van de zonde, die tot de dood leidt. Die onoverwinnelijke vijand, de dood, zal voor God niet onoverwinnelijk blijken, maar uiteindelijk worden overwonnen door een ‘Knecht’ die God zal verwekken. Maar om dat duidelijk te maken vinden we in het boek een parallel, een beeld, om dit te illustreren.
Het volk zal (om zijn zonden) in ballingschap worden weggevoerd door een toekomstige machtige koning van Babel. Maar God zal hen weer uit de handen van dat onoverwinnelijk schijnende Babel bevrijden, door een overwinnaar te doen komen (in feite de Perzische koning Kores of Cyrus), die dat machtige rijk van Babel zal verslaan. En zo zou Hij ook de overwinnaar brengen die de zijnen zou verlossen uit de macht van de dood. Maar dat Babel was nog verre toekomst; het begin van die overheersing kwam pas een eeuw na Jesaja, en de bevrijding door Kores nog eens 70 jaar later. Daarom geeft God ook een korte termijn‘teken’. In Jesaja’s dagen was Assyrië, niet Babel, de wereldmacht die hen bedreigde. En dat machtige Assyrië zal God in hun dagen voor de poorten van zijn stad Jeruzalem verpletterend verslaan:

“De HEER van de hemelse machten heeft gezworen:

‘Voorwaar, het zal gaan zoals Ik heb bepaald. Ik breek de Assyrische heerschappij over mijn land, Ik verbrijzel Assyrië op mijn bergen. Mijn volk wordt van zijn juk bevrijd …

Wanneer Hij dit besloten heeft, de HEER van de hemelse machten, wie zal het dan verijdelen?” (Jes 14:24-27).

En zo is het ook gebeurd: in het jaar 701 v.GT. is het Assyrische leger in Judea volledig vernietigd (zelfs uit de kronieken van de Assyrische koning Sanherib valt dit voorzichtig af te lezen), als begin van de ondergang van dat rijk dat uiteindelijk, een eeuw later, werd overwonnen door het Babylonische.

De slotsom

Wat vertelt ons dit alles?

In de eerste plaats dat God hiermee het wettig en overtuigend bewijs heeft geleverd dat Hij inderdaad de geschiedenis leidt, en dat Hij daarmee zijn ‘rechtsgeding’ wint.

Let op dat het niet maar een kwestie is dat Hij ons ‘de toekomst kan voorspellen’, nee Hij stuurt die toekomst en zorgt ervoor dat die de loop neemt die in overeenstemming is met zijn besluiten, namelijk de loop die in het beste belang is van zijn getrouwe dienaren – ook al lijkt dat op het eerste gezicht misschien niet altijd zo te zijn. En dat is een bewijs, niet alleen voor zijn bestaan maar, veel belangrijker dan dat, van zijn zorg voor de zijnen. Want vooral dat is de les die dit ons wil leren: God bestaat niet alleen, maar je kunt ook blind op Hem vertrouwen.

R.C.R.

+

Voorgaand

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek 1: Een wetenschappelijke benadering

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 2: Het bewijs van Gods bestaan (2)

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 3: Het bewijs van Gods bestaan (3) De Natuur als mechanisme

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 4: Het bewijs van Gods bestaan (4) Het heelal als toevalstreffer

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

++

Aanvullende lectuur

  1. Populaire zoekvragen over God op Google
  2. De Weg naar het juiste station vinden
  3. Gods Uitspraken opgetekend in een boek
  4. Het woord van de Ware God gegeven voor wijsheid te vergaren
  5. De Bijbel onze Gids
  6. De Bijbel als instructieboek #1 Lezen van de Bijbel
  7. De Bijbel als instructieboek #2 Effectief Bijbellezen
  8. De Bijbel als instructieboek #3 De Taal van de Bijbel
  9. Opgetekend in je hoofd wat is neergetekend
  10. Bijbel, Gods Woord tot opvoeding (NBG51)
  11. Hermeneutiek om uit te dragen #1 Verslaggevers
  12. Wonder van openbaring
  13. Elohim, Mar-Yah laat Zijn wonderwerken zien
  14. Bijbelgezegden over God
  15. Een Drievoudige God of simpelweg een éénvoudige God
  16. Schepper en Blogger God 8 Een Blog van een Boek 2 Heilig Maker van de Geschriften
  17. Schepper en Blogger God 9 Een Blog van een Boek 3 Over Profetie
  18. Instrumenten voor de vervulling van de profetie
  19. Zomertijd ideaal om met Bijbellezing aan te vangen #2 Blijvende waardevolle schat
  20. Bestaan en moeilijke herkenning van het Hoogste Godheidswezen
  21. Hoge herkenningen. . . . Het hele licht van het universum
  22. Geloven in God
  23. Uitdagende vordering 2 Goddelijk geïnspireerd 1 Eenvoudige woorden
  24. Begrijpend Zingen: Psalm 8: Heerschappij mens en luister
  25. Begrijpend zingen: Psalm 105-106
  26. Zit je met vele vragen vind dan een site die misschien antwoorden kan geven op levensbelangrijke vragen
  27. Voor hen die beweren dat Jezus God is

How to look at thoughts of philosophers and philosophical systems

In certain religious groups there are people who say one may not read philosophers their work.

Many philosophers their thought have influenced lots of people. We always should remember that their thoughts are best read in context. In the context of the lives that they lived, the times that they lived in, and the history of what came before and what happened after.

Many of the ideas of great thinkers of the past, so many centuries later might look dated to us. And our post-modern sensibilities make it easy for us to find fault, to criticize and to deconstruct these earlier works. Some even think that there is not much real value to be found in their works, whilst others think today some people give not enough interest to those ancient thinkers.

The real value for us is to hunt down the true genius that was driving the ideas. What was the inspiration, the spark that fuelled truly original thinking? We should wonder how they came to think about certain matters and how their thinking was   original or could bring something extra to that period of thinking or for later generations.

If they had not much to tell, I do not think we would still speak of them or would not be interested to read those ancient writings.

What did for example Ralph Waldo Emerson or William James bring that was new, that was passed on from them to the next generations? What made it that people were willing to listen to them or to give them so much attention? Or what did James offer that had not been thought of before and how has that affected the course of things since?

thinks

This is where the value is to be found. You won’t find answers to these questions through only reading the ideas, you have to know about culture and history and personality. {How Do You Read Philosophy?}

What we do have to question is

  • what has this person to tell us
  • in what kind of light is that person looking at things
  • how are their thought fed by the trends in their time or what was the general thinking of their time
  • in which way where such thinkers willing to listen to people of their time
  • how were they willing to place their ideas in context with other ways of thinking
  • what is are were the angles to look at things
  • how could they cope with agreement or disagreement and what were their reactions on critique

Today we have to try to approach the ancient and the present philosophers from different sides.

According

Philosophy is generally seen to be comprised of three main components; Metaphysics, which tells you what is real; Epistemology which tells you how you know what is real; and Ethics which tells you what you should value.

To his understanding

a philosophical system is complete in the sense that it fulfills all of these functions. {Why do worldviews clash?}

His generalised idea of Christians is limited to Trinitarian Christians who believe in hell to be a place of torture, and the belief that man

will abide in one or the other after death based on the way you live and the state of some invisible part of you called a soul. {Why do worldviews clash?}

He writes

Epistemologically the way Christians know what is real is that God has told human beings what is real through the Bible, so what is true is what is written in the Bible. Christian Ethics revolve around things like charity, loving thy neighbor, duty to family, etc. In a closed system like this you can always ask questions from within the system. Question: Should I steal? Answer: No. Justification: Because the Bible dictates that you don’t. But when you start to ask questions from outside of the system such as: Does God exist? Things get more challenging. {Why do worldviews clash?}

He seems to forget many Christians wonder in their life if God exists. So to call it a non-christian question is in our eyes not exactly right or forgetting that all people question matters of life, what is behind it and what is in it.

He probably agrees that

a complete philosophical system – a worldview – dictates what is real, how you know what is real and what to value about what is real. Without those agreements there is only flimsy basis for discussion. {Why do worldviews clash?}

As such we not need as such the Bible to explain that there is a god or The God. Though the problem can be when one says or thinks:

If the question is inserted into the system from the outside, a Christian could answer by saying, ‘yes, God exists because the Bible says so.’ But that argument only works if someone shares the epistemological presupposition that the Bible is the source of truth. {Why do worldviews clash?}

A Christian shall consider the credibility of the Bible being it the infallible Word of God, but a real Christian shall also be able to point to the Divine Creator God and His possessions without having to need the Bible.

also seems to know only creationist or to classify Christians as creationists or people who would not believe in any form of evolution. He also calls his view modernist whilst the Hebrews already had his modernist view then. Perhaps he should come to know some present and ancient views of Bereshith or Genesis.

He writes:

So a complete philosophical system – a worldview – dictates what is real, how you know what is real and what to value about what is real. Without those agreements there is only flimsy basis for discussion.

If we think about the modernist worldview we have a different system. Metaphysically we have a universe that is composed of matter that has evolved to a complexity that gave rise to human beings and a mysterious property we call consciousness. Epistemologically we know what is true based on ‘logical positivism’ which means adhering to certain laws of logic applied to the evidence we gather through our senses. And the ethics of modernism revolves around the inherent goodness of progress. This is also a complete philosophical system.

It looks like he does think we Christians have no sense or “laws of logic” and that because we live by old “ethics of …..” wich would not be the same as his ethics of modernism even when he considers himself a post-modernists. Seemingly believing we as Christians can not have different views about matters, or would not have similar worldviews as certain philosophers.

He argues:

As postmodernists we recognize that there are different worldviews and we value that diversity. We also recognize that we can’t impose one worldview on another because they rest on different fundamental beliefs and each person has a right to believe as they wish as long as they don’t hurt one another.

We wonder where he gets it that Christians would not say that behaviourism is something that can be true.

The pragmatists were trying to find a way that takes us beyond the deadends of clashing worldviews when debating what is true. That is why they said that it was more useful to argue the truth of something by examining its effect. It isn’t that useful to debate, for instance, whether Behaviorism is true or not.

A Christian might say no because that is not the view that the Bible tells us. (This lets us wonder if he has ever read the Bible); A modernist might say yes because that is what the evidence proves. The question that is more useful to ask is what results from a belief in Behaviorism. Does it work? When does it work? Does it work in this instance and not in that? What results from materialism, what results from a belief in the soul, a belief in freewill, a belief in God? Everything can be examined based on Pragmatic grounds. {Why do worldviews clash?}

All the time man is bombarded in his mind with the question of what should he believe, or what is true or what is real. In his postings Carreira also argued that

if a philosophy dictates “what is real,” “how you determine what is real,” and “how you value what is real,” then it is a closed system. Internally it will be completely consistent, and as long as you “believe” in these three pillars everything (to lift a phrase from Carl) on the inside will look like non-fiction (ie. true) and everything on the outside will look like fiction (ie. not true.) {Test Drive a Worldview}

Carreira continues:

A worldview is not only a set of ideas or beliefs about the world; it is a complete psycho-emotional mental filter of the world. It is a 360 panoramic view of the real. Your worldview dictates how you think about the world, how you feel about the world and how you respond to the world. It envelops us so that the world from inside what worldview looks and feels completely different than the world seen from inside another. {Test Drive a Worldview}

We totally agree with his view that it is each individual his or her worldview which shall dictate how that person thinks and how he or she is going to react to certain matters.  How a person feels about the world and how he or she shall respond to the world depends firstly on the way that person looks at the world and secondly how that person his ethics and moral ideas are formed.

We do not need the the romantic poets, philosophers and scientists to see

a world of open and unlimited possibility in which strangely marvelous and unseen natural forces were guiding the movement of life. {Test Drive a Worldview}

Christians are aware of the many sometimes incomprehensible ways of nature. For him

These natural invisible movements were continuously revealing themselves and there was a sense of awe and wonder at the marvel of life and reality. {Test Drive a Worldview}

And that is just where we say is the Power of God. There, by the wonders of nature, man is able to come to see the invisible Hand of the Divine Creator.

Carreira has been thinking about how challenging philosophical discussion can be and he thinks that part of that difficulty comes about when we are not discussing ideas within a single worldview, but are actually clashing one worldview against another.

As I see it a worldview is a belief in a complete philosophical system. Discussing within a given philosophical system is easy, discussing across one system into another gets challenging. {The Trouble with Worldviews}

Is not that the nice challenging idea of our world where everyone may think freely?

William James believed that humanity had evolved beyond the point of absolute truth. We don’t know the absolute truth; we only know part of the truth and what that truth is, is always changing. For that reason truth had to be seen as evolving; utilized for as long as it worked in those circumstances in which it worked. He, along with his Pragmatist colleagues imagined a complete revisioning of all of philosophy based on Pragmatic grounds. {The Trouble with Worldviews}

Dividing walls of “race”

Dividing walls of “race”

All human beings are created in the image of God. This makes that we are or should be, all accepting the other as being allowed to be here by God and to be co-images of God and ourselves.

The Divine Creator, Jehovah, the God above all gods, did not create more than one race. Of the kind that now usually walks on two legs, God created only one kind: a man taken from the red earth, hence his name “A·dham“.

Dr. George Gallant says

Racism, implies that our Creator made more then one race of people. There is but one race the human race. Get use to it people and stop using the word Racism. One Blood, One People, One set of Parents, Adam and Eve.

He has good reason to call for stopping to divide people in races or a sort of brands. We all come from the same original human beings, who probably were not white at all. The first man and mannin Adam and Eve (Chavah or Isha) got children and their children got again children and in the end we come from those children their children.

William D Tillman says

the majority of people have bought into the false construct of color/ethnicity equals – species (sic race). This is really a question of supremacywhite supremacy in particular. The dividing walls of “race” were erected to not only keep “the races pure” but to subjugate all to so-called white people. My real concern is how silent the church is on this.

“let no man think more highly of himself than he ought to think…”

is a principle that is espoused but today’s rhetoric indicates it’s one that rather needs to be lived. The statement,

“I don’t see race”

is another method to dismiss the systematic denigration and disenfanchisement of a whole sector of the population because it places the blame of perception of the suffering and relieves the “race-blind” of the guilt of apathy.

We always should remember we could be born in another region, another culture, or we could have been born with either lighter or darker skin, God chose what we are on the outside but the inside is the same. The inside is the most important factor of our being.

In the life and teaching of Jesus we nowhere can find that he had a particular predilection for a sort human being. The places he went to had Hebrew, Palestinian, Arab and other Eastern people walking around and also listening to him. Never gave he a sign to have a certain preference for or over one or the other person. In Jesus’ teaching is no such thing as racial preference. He teaches that all people are the same. Also for God everybody is equal and shall be equally judged.

As followers of Christ or Christians, we all should be like brothers and sisters and share that brotherly love with each other.

++

Find also to read:

  1. How did the original readers understand Gen 1:1?
  2. A dark skinned Jesus
  3. Why I’m Angry
  4. What is Racism??
  5. A last note concerning civil rights
  6. Even in the so-called freeworld countries racism exist
  7. Where It All Needs to Start
  8. Need to reject an archaic, racist inspired interpretation of the Bible and animosity against other believers
  9. Speciesism and racism
  10. Martin Luther King’s Dream Today
  11. Apartheid or Apartness #1 Suppression and Apartness
  12. Institutional Racism
  13. Immigration consternation
  14. Migrants to the West #1
  15. 150 Years after the 13th Amendment
  16. Forms of slavery, human trafficking and disrespectful attitude to creation to be changed
  17. Walls,colours, multiculturalism, money to flow, Carson, Trump and consorts
  18. Looking at an American nightmare
  19. At the closing hours of 2016 #2 Low but also highlights
  20. Rome mobilisation to say no to fascism and racism
  21. American social perception, classes and fear mongering
  22. A president daring to use the Bible for underlining his hate speech
  23. Trump going over the top bringing a blasphemous act
  24. Apocalyptic Extremism: No Longer a Laughing Matter
  25. It’s Time real lovers of God to Stand and Speak Out!
  26. My Multi-Cultural Childhood Could be the Answer to Racism & Xenophobia

Fundamenten van het Geloof 10 De Verlosser uit de dood

De Verlosser uit de dood

God heeft in Adam alle mensen onderworpen aan de dood. Want allen hebben zich door hun zonde met Adam verbonden, en delen in het vonnis dat God over hem uitsprak. Sindsdien worden wij allen door de dood gevangen gehouden. Niemand kan aan de dood ontkomen, en niemand kan zichzelf, een goede vriend, of dierbaar familielid, op eigen kracht uit het graf bevrijden. Er is geen mogelijkheid een losprijs of borgtocht te betalen, zodat een gevangene van de dood op vrije voeten komt:

“Niemand kan ooit een broeder (zichzelf) loskopen, noch God zijn losprijs betalen, – te hoog is immers de prijs voor hun leven, voor altijd ontoereikend – dat hij voor immer zou voortleven, de groeve niet zou zien.” (Psalm 49:8-10)

Toch zijn er aan wie geloven beloften gegeven, die nog niet zijn vervuld. En omdat God trouw is aan Zijn gegeven woord, beloofde Hij voor hen een Verlosser te zijn. Wat in dit verband betekent dat Hij hen zal bevrijden uit hun gevangenis, van de ketenen van de dood. In de Bijbel zien we de zekerheid die deze hoop biedt, en de vreugde over dit vooruitzicht dat God geeft:

“Hoop op God, want ik zal Hem nog loven, mijn Verlosser en mijn God.”
“Maar God zal mijn leven verlossen uit de macht van het dodenrijk …”
(Psalm 42:6 en Psalm 49:16)
“Looft de HERE … die uw leven verlost van de groeve, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid, die uw ziel verzadigd met het goede …”(Psalm 103:2-5)

Hoewel in een aantal gevallen bedoeld wordt, dat God voorkwam dat iemand stierf (zie bijvoorbeeld Job 33:24 en 28), gaat het in Psalm 49 duidelijk over de verlossing uit de dood (zie vers 14 en 15 voor het verband met het ‘maar’ van vers 16).

“13 (49-14) Deze hun weg is een dwaasheid van hen; nochtans hebben hun nakomelingen een welbehagen in hun woorden. Sela. 14 (49-15) Men zet hen als schapen in het graf, de dood zal hen afweiden; en de oprechten zullen over hen heersen in dien morgenstond; en het graf zal hun gedaante verslijten, elk uit zijn woning. 15  (49-16) Maar God zal mijn ziel van het geweld des grafs verlossen, want Hij zal mij opnemen. Sela. 16 (49-17) Vrees niet, wanneer een man rijk wordt, wanneer de eer van zijn huis groot wordt;” (Ps 49:13-16 STV)

God is, als de bezitter van inherent onsterfelijk leven, de enige die ons daaruit kan bevrijden (Jesaja 43:11; 45:21; 47:4;63:16).

“Ik, Ik ben de HEERE, en er is geen Heiland behalve Mij.” (Jes 43:11 STV)

“Verkondigt en treedt hier toe, ja, beraadslaagt samen: wie heeft dat laten horen van ouds her? Wie heeft dat van toen af verkondigd? Ben Ik het niet, de HEERE? en er is geen God meer behalve Mij, een rechtvaardig God, en een Heiland, niemand is er dan Ik.” (Jes 45:21 STV)

“Onzes Verlossers Naam is HEERE der heirscharen, de Heilige Israëls.” (Jes 47:4 STV)

“Gij zijt toch onze Vader, want Abraham weet van ons niet, en Israël kent ons niet; Gij, o HEERE! zijt onze Vader, onze Verlosser van ouds af is Uw Naam.” (Jes 63:16 STV)

In Psalm 102 is er een verband tussen gevangenschap en de dood als iets menselijkerwijs onafwendbaars en onherroepelijks, maar waaruit God bevrijdt door de boeien en ketenen van gevangenen los te maken.

Ook in andere psalmen is God de bevrijder van gevangenen:

“De HERE maakt de gevangenen los …” (Psalm 146:8)
“… die gevangenen uitleidt in voorspoed …” (Psalm 68:7)
“… de HERE heeft uit de hemel op aarde geschouwd, om het zuchten van de gevangenen te horen, om de ten dode gedoemden te bevrijden …” (Psalm 102:20-21; zie ook Psalm 79:11)

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

“Banden van de dood hadden mij omvangen … Ach HERE, red mijn leven …Want u hebt mijn leven van de dood gered … Kostbaar is in de ogen van de HERE de dood van zijn gunstgenoten … U hebt mijn banden losgemaakt.” (Psalm 116)

Wanneer God in staat is om te verhinderen dat iemand sterft, dan kan Hij ook bevrijden wie gestorven zijn. In het boek van de profeet Hosea blijkt inderdaad dat God daartoe in staat is:

“Zou Ik hen uit de macht van het dodenrijk bevrijden, van de dood loskopen?” (Hosea 13:14)

De vraag is hier niet of Hij het kan, maar of Hij het wil, gezien de zonden van het volk Israël. Het bevrijdende antwoord is: Ja!
God zal de gelovige bevrijden uit de hand van zijn, en daarmee Gods vijanden, ook van de grootste en machtigste van alle, de dood:

“God staat op, zijn vijanden worden verstrooid … zo vergaan de goddelozen voor Het aangezicht van God. Maar de rechtvaardigen verheugen zich, zij juichen voor het aangezicht van God … die gevangenen uitleidt in voorspoed.” (Psalm 68:2-7)“

“Ja heil en goedertierenheid zullen mij volgen, al de dagen van mijn leven; ik zal in het huis van de HERE verblijven tot in lengte van dagen” (Psalm 23:6).

Het bewijs dat God de rechtvaardigen niet alleen kan, maar ook daadwerkelijk zal verlossen uit de dood, is te zien in de opwekking tot eeuwig leven van Zijn Zoon. Ook hij kon zichzelf niet bevrijden van de dood; machteloos lag hij in het graf, totdat God hem daaruit bevrijdde. Dit was de vervulling van de belofte, die Hij eeuwen daarvoor had gegeven in profetieën, die op Jezus Christus betrekking hebben:

“Omdat hij Mij zeer bemint, zal Ik hem bevrijden … Ik zal hem uitredden en tot ere brengen. Met lengte van dagen zal Ik hem verzadigen …” (Psalm 91:14-16; zie voor verband met Christus Jezus vers 11-12/Luc. 4:10-11)

“11 Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen. 12 Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot.” (Ps 91:11-12 STV)

“10 Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen; 11 En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.” (Lu 4:10-11 STV)

“Leven vroeg hij van U; U gaf het hem, lengte van dagen voor altoos enimmer.” (Psalm 21:5)

De gevangenschap van de Here Jezus in de dood wordt benadrukt door het feit, dat er na zijn begrafenis een grote steen voor het graf werd gerold, deze werd verzegeld, en er, zoals bij gevaarlijke gevangenen gebruikelijk was, vier soldaten voor het graf werden gezet om het (lees Hem) te bewaken (Mattheüs 27:62-66). Desondanks bleek het graf na enkele dagen leeg te zijn, zonder geschonden te zijn:

“Wat zoekt u de levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgewekt.” (Lucas 24:5-6)

“God evenwel heeft Hem opgewekt, want Hij verbrak de weeën van de dood, naardien het niet mogelijk was, dat Hij door hem werd vastgehouden.” (Handelingen 2:24)

Voor de apostelen was dit de vervulling van profetische woorden van David, die, omdat hij gestorven en begraven is, op iemand anders dan hemzelf betrekking moeten hebben (Handelingen 2:25-32; 13:34-37):

Ik stel mij de HERE bestendig voor ogen; omdat Hij aan mijn rechterhand staat, wankel ik niet. Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel, zelfs mijn vlees zal in veiligheid wonen; want God geeft mijn ziel niet prijs aan het dodenrijk, noch laat U uw gunstgenoot de groeve zien.” (Psalm 16:8-11)

Hiermee heeft God een zeer groot werk verricht: voor het eerst werd een mens niet tijdelijk opgewekt uit de doden, om – zoals tot dan toe het geval was geweest – later toch weer te sterven, maar voor eeuwig. De kracht die God gebruikte bij de opwekking tot eeuwig leven van zijn Zoon, zal Hij ook voor anderen gebruiken:

“… hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons, die geloven, naar de werking van de sterkte van zijn macht, die Hij heeft gewrocht in Christus, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan zijn rechterhand…” (Efeziërs 1:19-20; vergelijk 1 Korintiërs 6:14)

“En God heeft ook den Heere opgewekt, en zal ons opwekken door Zijn kracht.” (1Co 6:14 STV)

Deze belofte geldt voor wie in dit leven de begeerten van het vlees doden en leven voor God:

“Indien Christus in u is, dan is wel het lichaam dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid. En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont” (Romeinen 8:10-11).

J.K.D.

 

Vraag ter overdenking:

Hoe is de losprijs betaald om gelovigen te bevrijden van de dood?

+

Voorgaande

Fundamenten van geloof 3: De Persoonlijkheid van God

Fundamenten van het Geloof 9 De hoop op eeuwig leven door opstanding uit de doden

++

Aanvullende lectuur

  1. God is een verhaal #2 Voorgangers niet gediend met een Enige God
  2. Uitspraak van straf over de mens
  3. Dood
  4. Gedachte voor 2 januari 2018
  5. Redding mogelijk voor allen
  6. Reddingsplan
  7. Keuze van levende zielen tot de dood
  8. Betreffende Christus # 2 Goddelijke bron, verband en goddelijk mens
  9. De opgestane Heer
  10. Addendum 1: de leer van de “antichrist”
  11. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #10 Gebed #8 Voorwaarde
  12. Gedachte voor vandaag “Geloof in moeilijke tijden” (14 januari)
  13. God mijn schutting, mijn hoop voor de toekomst