Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 2: Het bewijs van Gods bestaan (2)

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 2: Het bewijs van Gods bestaan (2)

Vervolg van

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek een wetenschappelijke benadering

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

2. De weg van de filosofie

Bij de discussie over de vraag of je Gods bestaan wel of niet kunt bewijzen, of zelfs maar zou moeten bewijzen, moet je bedenken dat het antwoord op deze vraag verschilt per cultuur. De kenmerkende invalshoek van onze eigen cultuur is niet per se maatgevend, of zelfs maar van belang. Voor de Joden was de vraag naar Gods bestaan totaal geen punt van discussie. Zij waren door God zelf bevrijd uit de slavernij in Egypte. Dat was de oorsprong van hun nationale bestaan, en stond daarom vast in hun geheugen gegrift. Joods geloof bestaat bij de gratie van Gods openbaring.

Enkele bekende Grieken: v.l.n.r. Alexander de Grote, Perikles, Constantijn XI, Eleftherios Venizelos

Het waren de Grieken die er een discussiepunt van maakten. Grieken wilden alles rationeel beredeneren, en indat opzicht denken wij West-Europeanen veel meer Grieks dan Joods.

Thomas van Aquino

Thomas van Aquino; altaarstuk van Carlo Crivelli (detail)

Italiaanse filosoof en theoloog Thomas van Aquino, Aquinas of Thomas Aquinas – altaarstuk van Carlo Crivelli (detail)

Omdat het geloof bij zijn uitbreiding naar de heidense (niet-Joodse) wereld door anders denkenden ter discussie werd gesteld, ontstond een neiging dat geloof rationeel te willen verdedigen en te bewijzen.
In de middeleeuwen was het Thomas van Aquino die op die manier de Islamitische Moren in Spanje en Portugal trachtte te overtuigen. En hij baseerde dat op het filosofische gedachtegoed van de klassiek Griekse filosoof Aristoteles, wiens werken juist via de Islam in West-Europa bekend waren geworden. Deze verdediging van het christendom is later door anderen nagevolgd en verder uitgewerkt. Het gaat daarbij om de volgende vijf gedachten:

• Het feit dat de wereld (wij zouden nu zeggen: het heelal) bestaat, vraagt om een verklaring, want het zou de ‘normale’ situatie zijn wanneer die niet bestond. De enig mogelijke verklaring is God.

• Het bestaan van ons heelal vergt een oorzaak die zelf buiten dat heelal ligt, dus God.

• Elk effect heeft een oorzaak, die zelf weer het effect is van een nog eerdere oorzaak. Dit kan niet eindeloos zo teruggaan, dus moet er een eerste (‘primaire’) oorzaak zijn. En de enige primaire oorzaak die in aanmerking komt is God.

• Onze wereld is zo perfect opgebouwd en in onderlinge harmonie, dat dit alleen maar het resultaat kan zijn van een bewust ontwerp. Maar dat veronderstelt een intelligente ontwerper, dus God.

• De persoonlijke ervaring van een mens vertelt hem feilloos dat er een God moet zijn. Over sommige van deze aspecten spraken we al in de serie over ‘Intelligent Design’, op andere komen we in latere artikelen nog terug.

Blind geloof

Het lijkt nuttig om op dit punt even te pauzeren en ons af te vragen óf je eigenlijk wel moet proberen het bestaan van God te bewijzen. Is dat wel nodig?

Zou geloof in Hem niet moeten bestaan uit blind aanvaarden?

Zei Jezus zelf niet tegen de apostel Thomas

‘Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven’ (Joh 20:29).

Zulke vragen zijn terecht, maar de antwoorden kunnen toch niet volledig bevestigend zijn. We zullen hoe dan ook moeten kiezen tussen geloven en niet geloven. En de keuze die we uiteindelijk maken (welke dan ook) is onvermijdelijk altijd ergens op gebaseerd, wat dan ook. Met andere woorden: ‘blind geloof’ bestaat niet, geloof is altijd ergens op gebaseerd. Pas wanneer de keuze eenmaal is gemaakt zou verdere voortgang op die weg eventueel ‘blind’ kunnen zijn. Feitelijk bedoelen we met ‘blind’ daarom ook niet: zonder reden; we bedoelen eigenlijk: irrationeel. Want de eigenlijke vraag is niet of geloof ‘blind’ moet zijn, maar of het rationeel mag (of zelfs moet) zijn. Of, wanneer u een ander beeld wilt: ook een blinde maakt keuzes die niet werkelijk blind zijn, maar gebaseerd op de zintuigen die hem nog wel ten dienste staan, bijvoorbeeld zijn gehoor. Ze zijn misschien ‘blind’ in de directe zin van dat woord, maar ze zijn wel degelijk rationeel.

Geloof in de Bijbel

Wanneer we deze achterliggende vraag toetsen aan de Bijbel zien we dat ‘blind’ geloof daar niet voorkomt. Althans niet onder de ‘geloofs-helden’. Hun geloof is altijd gebaseerd op een hecht fundament, dat wel degelijk zeer rationeel is. Pas wanneer dat fundament is gelegd gaat het daarop gebaseerde geloof verder zonder iedere keer opnieuw te vragen naar bewijzen. Maar voor dat fundament zijn geloof en rede beslist niet onderling tegenstrijdig. Dat zou ook niet kunnen. Want geloof zonder rede kan tot alles leiden, en meestal leidt het dan ook tot het verkeerde, dus afgoderij. Tallozen zijn van God, of van zijn juiste leer, afgedwaald door hun ratio uit te schakelen en hun gevoel te volgen. De Bijbel staat vol met voorbeelden daarvan. Maar wie in de Bijbel zoekt naar een voorbeeld van iemand die van een dwaalweg tot God is gekomen, alleen door zijn gevoel te volgen, zoekt tevergeefs.

Wie om zich heen kijkt herkent de veelheid aan wegen die het ‘geloof’ kan nemen zodra de mens zijn gevoel begint te volgen. En allen die die wegen gaan zijn ervan overtuigd dat God echt zo is zoals ze Hem zich voorstellen. Maar die wegen lopen onderling zo drastisch uiteen dat pure logica ons wel moet vertellen dat ze het onmogelijk allemaal tegelijk bij het goede eind kunnen hebben. Irrationeel geloof is daarom een slechte gids, een blinde leidsman die blinden leidt (Matt. 15:14).

Het fundament van ons geloof

Terug naar de vijf wegen van Thomas van Aquino en zijn navolgers. Was daar nu iets mis mee?

Helaas moet het antwoord bevestigend zijn. In praktisch opzicht was er mee mis dat je op deze manier probeert Gods bestaan te bewijzen buiten zijn eigen Woord om, terwijl dat Woord juist de centrale plaats zou moeten innemen in onze overtuiging. Daar aan ten grondslag ligt echter een meer fundamentele fout. Deze bewijzen zijn opgezet om anderen te overtuigen, maar we hoeven alleen te weten wat ons zelf overtuigt, en of de grondslagen van dat geloof wel voldoende zijn. En zeg nu niet:

ik heb geen enkele twijfel,

want daar houdt het niet mee op. Al die mensen van de vorige alinea kennen evenmin enige twijfel, maar ze zitten er wel faliekant naast. Het fundament van ons geloof moet niet alleen hecht zijn, maar ook juist. Want alleen dan kunnen we verder. En alleen wanneer we volledig beseffen waarom we zelf geloven, en waarop dat besef gefundeerd is, zullen we werkelijk weten hoe anderen deelgenoot te maken van die overtuiging. En voor de rest kunnen we het overtuigen van anderen met een gerust hart overlaten aan God zelf.

R.C.R.

 

+

Voorgaand

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

Bijbels geloof en heidense filosofie

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

++

Aanvullende lectuur

  1. Filosofen, theologen en ogen naar de ware kennisgever van bestaan van God
  2. Doctrine, gedrag, oorzaak en gevolg
  3. Wonder van openbaring
  4. Instrumenten voor de vervulling van de profetie
  5. Begrijpend Zingen: Psalm 8: Heerschappij mens en luister
  6. 2de vraag: Wat of waar is het begin
  7. 3e vraag: Bestaat er een Goddelijke Schepper
  8. Een 1ste antwoord op de 4e vraag Wie God is 1 Een scheppend Wezen om aanbeden te worden
  9. Gods vergeten Woord 13 Schepping 5 Een God die het ter harte gaat
  10. Geloof vertrouwen voor het ongeziene
  11. Geloof en geloven
  12. Geloof
  13. Geloven in God
  14. Geloof in slechts één God

Als de tijd ten einde loopt …… Vragen naar het goede

Vragen naar het goede

Nu kwam er iemand naar Jezus toe met de vraag:

‘Meester,wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’

Hij antwoordde:

‘Waarom vraag je me naar het goede?
Er is er maar één die goed is.
Als je het leven wilt binnengaan, houd je dan aan zijn geboden’. (Matt. 19:16-17)

In de evangeliën lezen we van een jongeman, die tot Jezus komt met de vraag wat hij moet doen om het eeuwige leven te verwerven. Kennelijk is hij van goede wil, en Jezus erkent dat, want het parallelverslag in Markus vertelt ons dat hij sympathie voor hem opvatte (Mark. 10:21). Toch berispt hij hem in zijn antwoord:

‘Waarom vraag je me naar het goede’.

Want er zit verborgen kritiek in zijn vraag:

‘God verlangt wel dat we het goede doen, maar vertelt er niet bij wat dat goede dan is’.

Velen denken vandaag de dag precies zo:

je kunt God niet kennen, dus je moet het zelf maar bedenken.

Alleen wordt dat nu gezien als een vorm van ‘vrijheid’; je mag het naar eigen goeddunken zelf invullen.

Wat is goed?

Maar Jezus wijst onmiddellijk op de enige echte bron van kennis. Dat is God zelf:

‘Er is er maar één die goed is’.

En hij somt vervolgens de geboden op. Letterlijk zegt hij:

als God zelf niet goed is (d.w.z. niet goed genoeg), dan is niemand het.

Alleen Hij is de bron van ware kennis. Let op dat ‘goed’ hier dus betekent: betrouwbaar als bron van kennis. Dat verklaart ook de wat andere weergave in de parallelverslagen van Markus en Lukas. Daar luidt de vraag:

‘goede meester, wat moet ik doen om …’.

En Jezus’ antwoord is:

‘wat noemt u mij goed?’

Je hoort vaak zeggen dat Jezus hier ontkent dat hij zelf goed zou zijn, althans vergeleken met God zelf. Maar dat is niet wat hij bedoelt. Het gaat om zijn betrouwbaarheid als bron voor de juiste kennis. En zelfs dan mag je er niet uit afleiden dat hij zichzelf in dat opzicht minder betrouwbaar zou vinden. Waar hij de nadruk op legt, is dat God zelf uiteindelijk de Enige Ware Bron van kennis is, als het gaat om de vraag hoe wij moeten leven. Uiteraard is het woord dat Jezus predikt betrouwbaar, maar alleen omdat het is afgeleid van Gods eigen woord. Jezus is zelf geen onafhankelijke bron van kennis.

Gods woord als enige bron van ware kennis

Dit incident illustreert overduidelijk dat Jezus zelf God, en dus Diens Woord, als enige betrouwbare bron van kennis wil zien. Maar wie in deze tijd om zich heen kijkt, ziet maar al te duidelijk dat het christendom allang niet meer op die koers zit. Enerzijds is er de huidige theologische tendens om de Schrift te zien als achterhaald en ‘niet meer van deze tijd’, waarna er van alles voor in de plaats wordt gesteld, afhankelijk van de mode van het moment. Anderzijds is er de orthodoxie die vasthoudt aan ‘het christelijk erfgoed’ maar zonder zich ooit af te vragen of dat ‘erfgoed’ destijds misschien evenzeer, al was het maar voor een deel, zou kunnen zijn ingekleurd door opvattingen of kerkelijke belangen van destijds. Zoals een radiospreker ooit eens zei:

“er zijn er die alles maar willen aanpassen, alsof alle verandering altijd verbetering is, en anderzijds zijn er die willen vasthouden aan ‘het geloof van de vaderen’, waarmee zij de ‘vaderen’ meer lijken te eren dan God”.

En daar tussendoor dartelen dan zij die de mond vol hebben van ‘Jezus toelaten in je hart’ zonder er zich om te bekommeren waar dat eigenlijk op neer zou moeten komen.

Het is tekenend voor die ‘middenweg’ dat iemand uit die kringen, die daarin wordt gezien als ‘wegwijzer’, pas toen hij werd geconfronteerd met een probleem waar hij echt niet meer uitkwam, zich terugtrok in een blokhut in de Rocky Mountains en daar de hele Bijbel van kaft tot kaft doorlas, zich (blijkbaar voor het eerst van zijn leven) afvragend wat het Boek Zelf nu eigenlijk te vertellen had. Zijn conclusie was:

“Het trof me met ongewone kracht dat het idee dat wij over het algemeen van God hebben, wel eens heel anders zou kunnen zijn dan het beeld dat de Bijbel van God schildert”.

Ik vrees dat dit niet alleen juist is, maar dan bovendien ook nog voor een veel breder deel van het hedendaagse ‘christendom’ dan alleen zijn eigen geloofsrichting. Veel, heel veel christenen hebben zich allang een eigen ‘God’ en een eigen ‘Christus’ geschapen, en zij lezen in hun Bijbel alleen die passages die dat beeld bevestigen.

De wereld van de aantrekkelijke schijn

Toch komt dit niet onverwacht. Jezus en de apostelen Paulus, Petrus, en Johannes waarschuwen allemaal voor de verwaarlozing van het ware woord en de ‘gezonde leer’, en het vervangen daarvan door een leer naar eigen smaak:

• Er zullen talrijke valse profeten komen die velen zullen misleiden …

Want er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die indrukwekkende tekenen en wonderen zullen verrichten om ook Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden. Let op, ik heb jullie dit van tevoren gezegd. (Jezus in Matt. 24:11,24-25)

• Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoetkomen en hen naar de mond praten. Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels. (Paulus in 2 Tim. 4:3)

• Zo zullen er ook onder u dwaalleraren verschijnen. Ze zullen met verderfelijke ketterijen komen en zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht verloochenen. Daarmee bewerken ze spoedig hun eigen ondergang. (2 Pet. 2:1)

• Geliefde broeders en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen … Die valse profeten komen uit de wereld voort. Daarom spreken zij de taal van de wereld en luistert de wereld naar hen. (1 Joh. 4:1,5)

De sleutel is hier het voorvoegsel ‘pseudo’, vertaald als ‘vals’, in valse profeten (pseudoprofeten) en valse messiassen (pseudochristussen), maar ook in valse broeders, als ‘dwaal’ in dwaalleraars, als ‘schijn’ in schijnapostelen en als ‘ten onrecht zo genoemde kennis’ (pseudokennis). Het beschrijft een wereld vol valse schijn. En we moeten helaas constateren dat dat past op onze wereld als op geen andere. Daaraan kunnen wij zien dat dit de laatste dagen zijn, en dat de tijd inderdaad ten einde loopt.

De ‘antichrist’

Johannes noemt die valse profeten eveneens pseudoprofeten, maar de pseudo-christussen heten bij hem anti-christussen (wat echter hetzelfde betekent:

ze ‘doen zich voor als’, maar ‘zijn’ het niet)

en zegt daarover:

• Onderzoek altijd of een geest [nl: van profetie] van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen. De Geest van God herkent uhieraan: iedere geest [van profetie] die belijdt dat Jezus Christus als mens gekomen is, komt van God. Iedere geest [van profetie] die dit niet belijdt, komt niet van God; dat is de geest van de antichrist, waarvan u hebt gehoord dat hij zal komen. (1 Joh. 4:1-3)

In deze verzen heeft Johannes het overduidelijk over zijn eigen tijd:

• Kinderen, het laatste uur is aangebroken. U hebt gehoord dat de antichrist zal komen. Nu al treden er veel antichristen op, en daardoor weten we dat dit het laatste uur is. Ze zijn uit ons midden voortgekomen maar ze hoorden niet bij ons, want als ze werkelijk bij ons hadden gehoord, zouden ze bij ons gebleven zijn. Maar het moest aan het licht komen dat niemand van hen bij ons hoorde. (1 Joh. 2:18-19)

Hij gebruikt het begrip antichrist dus in het meervoud, en heeft het duidelijkover een (valse) leer van mensen uit hun eigen midden, die in verband daarmee de gemeente hebben verlaten. Maar de ‘christelijke’ wereld is er vast van overtuigd dat er één enkele antichrist zal komen, en dan niet in zijn tijd maar in die van ons, die zich zal manifesteren als een wereldheerser, en die de strijd zal aangaan met Christus bij zijn wederkomst. Recentelijk hebben enkele orthodoxe theologen zelfs nadrukkelijk verklaard dat de komst van die ‘antichrist’ aanstaande is. Terwijl ook deze hele uitleg alleen maar kan berusten op slecht lezen.

1 Johannes 4:1-3

Het gevaar van zulke opvattingen is dat ze de schuld voor wat er mis is met onze wereld bij een externe macht probeert te leggen, zoals Eva de schuld van haar overtreding bij de slang probeerde te leggen, terwijl we de oorzaak van het probleem in werkelijkheid bij ons zelf moeten zoeken, en bij de verwaarlozing van Gods Woord als enige bron van kennis.

Een geschiedenis die zich herhaalt

Dit illustreert helaas de moderne ‘bijbellezer’, die in de Bijbel niet alleen maar zijn favoriete passages opslaat, maar daarin dan ook nog alleen dat leest wat hij er in wil zien. En dan wordt Openbaring gelezen alsof het een soort goddelijke horoscoop is, waarin we kunnen lezen wat ons (of eigenlijk anderen) in de wereld te wachten staat, in plaats van een dringende waarschuwing en oproep tot bekering. Want wie werkelijk vertrouwd is met de rest van de Bijbel kan het eenvoudig niet ontgaan dat de situatie die hier wordt beschreven een exacte kopie is van die waaraan de wereld van het volk van het Oude Verbond ten onder is gegaan. Ook toen meenden de ‘ijveraars’ en de zelfbewuste ‘zonen der gerechtigheid’ dat hun niets kon gebeuren omdat al die aangekondigde oordelen er alleen maar waren voor anderen. Terwijl er mede door hun toedoen van alles mis was met hun wereld. Zo is er nu ook van alles mis met onze ‘christelijke’ wereld.

We hebben de aarde die ons in bruikleen was gegeven, uitgeplunderd en verwoest, in plaats van die als goede rentmeesters te beheren. We hebben volkeren aan ons onderworpen om over hen te heersen en ze uit te buiten, zelfs als slaven te verkopen, in plaats van ze als medeschepselen te benaderen met de zorg en liefde waarmee God ons heeft benaderd. We hebben in ongebreideld materialisme gouden kalveren opgericht voor onze afgod: de Mammon. En nu aan dat goede leven een einde dreigt tekomen, zien we vol vertrouwen uit naar het moment waarop Christus ons komt halen om ons te vrijwaren voor ‘de grote verdrukking’ door die antichrist die zal komen heersen over de puinhopen die wij dan achter ons hebben gelaten en over onze ‘schuldige’ medemensen die wij al die tijd hebben verwaarloosd. Maar dat zelfde boek Openbaring vertelt ons overduidelijk dat de behoudenis er alleen is voor hen

‘die gedood waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God’ (Op. 20:4, NBG’51).

Dus net als die rijke jongeman kunnen we weten wat er in werkelijkheid van ons wordt gevraagd.

R.C.R

+

Voorgaand

Twijfelende aan de werkelijkheid, echtheid en de effectiviteit van Gods liefde

Op zoek naar spiritualiteit 3 Zin van Christus

Bijbels geloof en heidense filosofie

++

Vindt ook om te lezen

  1. Geloven in God
  2. God meester van goed en kwaad
  3. Wonder van voorzienigheid
  4. De nacht is ver gevorderd 22 Studie 4 Nu actueel: Nut van tekenen
  5. Vertrouwen op God
  6. Betreffende Christus # 2 Goddelijke bron, verband en goddelijk mens
  7. Woord van God
  8. Gods vergeten Woord 24 Getuigen 4 Jezus’ laatste boodschap
  9. De Bijbel als instructieboek #1 Lezen van de Bijbel
  10. De Bijbel als instructieboek #2 Effectief Bijbellezen
  11. De Bijbel als instructieboek #3 De Taal van de Bijbel
  12. Wanneer u een ware volger van Jezus wil zijn #3 Groeiende beweging uit Joodse sekte De Weg
  13. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #1 Stromen van gelovigen
  14. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #2 Een Zoon als gids en Geschriften als leidraad
  15. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #3 Van een bepaalde wereld zijnde
  16. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #4 Ambitieuze mannen, verdraaide woorden en akkoorden met wereldleiders
  17. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #5 Valse leraren en afvalligen
  18. Addendum 1: de leer van de “antichrist”
  19. De Ekklesia #11 Addendum 2: Een antichrist
  20. Misleid door valse opwekkingen
  21. De Meest gehate familie in America – inleiding tot vervolg
  22. Tekenen te herkennen in Tijden der Laatste dagen
  23. Tekenen van de laatste dagen wanneer moeilijke tijden zullen komen
  24. De Kerk waar de mens der wetteloosheid zich nestelt
  25. Wie zijt Gij, Here?

Reformatorische christenen beweren dat wij mensen vanuit onszelf niets zijn

Nederlandse Reformatorische christenen beweren dat wij mensen vanuit onszelf niets zijn. Dat zou maar heel erg zijn. Gelukkig is dat niet zo en mogen wij er op aan dat elk menselijk wezen, gelovig of niet gelovig, wel degelijk “iets” en zelfs “iemand” is.

Ieder individu heeft een eigenwaarde en heeft ook iets te betekenen in deze wereld. elke mens is in het evenbeeld van God geschapen en past ook in Gods Plan. Of wij dat Plan kennen of niet, of er in geloven of niet.

De kerkgemeenschap die denkt de beste te zijn en er van overtuigd is dat de mens niets zonder hen is, heeft in mijn ogen wel een heel hoge dunk van zichzelf.

Sommige predikers geven ook toe dat zij elf na 50 jaar werken in “de wijngaard van de Heer” er niet tegen kunnen wat er nu speelt.

Geen enkele kerkgemeenschap kan het zieleheil van andere mensen opeisen. Dat behoort God toe en het is aan Zijn zoon gegeven om te oordelen over levenden en doden.

Het is niet het geloof dat iemand zal maken. Men moet zichzelf vormen enweten waar te maken. Het geloof kan helpen om zijn menszijn te verbeteren, maar eerst moet er de wil zijn om zichzelf te vormen en zijn persoonlijkheid naar buiten te laten komen.

Elkeen die hier ter wereld is, is van waarde! Elk levend schepsel, zij het een plant, dier of mens, is iets en moet erkenning krijgen voor haar zijn. Dat “zijn” ontkennen, negeren of minimaliseren, is inzekere zin het scheppingswerk van God negeren. Want elke plant, dier of mens die wij rondom ons kunnen zien is daar omdat God het toe laat dat deze daar is.

Van onszelf zijn wij een scheppingselement van God met zijn eigen waarde en typische of persoonlijke eigenheden.

Gelovend of niet is elk levend wezen een eigenheid, een iets in het andere iets.

 

Fundamenten van het Geloof: 7. Zonde. Overtreding van Gods wil

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren? #2 Zonde. Overtreding van Gods wil

Omdat God de mens maakte met een vrije wil, en daarmee vrijheid om te kiezen, kunnen wij zowel doen wat Hem behaagt als mishaagt. Dit laatste noemt God zonde.

Maar wat is zonde precies en hoe komt deze tot stand?

De Bijbel leert dat wie weet wat God vraagt maar het niet doet, zondigt tegenover God. Hij overtreedt Zijn wil. Zoals er in de wereld, bij overtreding van de wet, een onderzoek volgt, waarop een straf wordt bepaald, moet er ook in dit geval een toets zijn waarop God Zijn oordeel baseert. Voor Israël was die toets de wet, die ieder lid van het volk geacht werd te kennen:

“… zonde wordt niet toegerekend, als er geen wet is.” (Romeinen 5:13; 3:20)“

… doet u zonde en wordt u door de wet overtuigd van overtreding.” (Jac. 2:9)

“Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet; immers ook van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, indien de wet niet zei: u zult niet begeren.” (Romeinen 7:7)

Geboden en verboden prikkelen ons, onverschillig voor de gevolgen, de wetgever uit te dagen door, in het toegeven aan onze begeerten en hartstochten, de ons gestelde grenzen te overschrijden:

“Maar uitgaande van het gebod, wekte de zonde in mij allerlei begeerlijkheid op; want zonder de wet is de zonde dood.” (Romeinen 7:8)

“Want toen wij in het vlees waren, werkten de zondige hartstochten, die door de wet geprikkeld worden, in onze leden.” (Romeinen 7:5)

De eerste mens overtrad ook een gebod. God had gezegd dat hij van alle bomen mocht eten, maar van één boom af moest blijven. Dit was de toets van zijn gehoorzaamheid. Dit gebod prikkelde de mens echter, en in plaats van zijn begeerte te overwinnen gaf hij er aan toe:

“En de vrouw zag dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook aan haar man, die bij haar was, en hij at.” (Genesis 3:6)

Hier wordt het proces voorgesteld dat plaats vindt in de menselijke gedachten, waardoor wij proberen onze zonden als niet erg voor te stellen:

“Hoelang zullen in uw binnenste uw zondige overleggingen verwijlen?”

“Arglistig is het hart boven alles, ja verderfelijk is het; wie kan het kennen?”(Jeremia 4:14 en 17:9)

“Want uit het hart komen boze overleggingen …” (Mattheüs 15:19)
“Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking van zijn eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde …” (Jacobus 1:14)

De mens is in principe vrij, maar wij zijn van nature zo gericht op het bevredigen van onze begeerten, dat wij daarvan, zonder het in te zien, slaven zijn; gevangen in de strik van onze zelfzuchtigheid. God wil ons tegen onszelf beschermen en vraagt ons dat wij ons beheersen om echt vrij te zijn:

“Doch indien u niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur,wiens begeerte naar u uitgaat, doch over wie u moet heersen.” (Genesis 4:7)

“Laat de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat uaan zijn begeerten zou gehoorzamen … Immers, de zonde zal over u geen heerschappij voeren …” (Romeinen 6:12-14)

“Weet u niet, dat u hem, in wiens dienst u zich stelt als slaven ter gehoorzaamheid, ook moet gehoorzamen als slaven, hetzij dan van de zonde tot de dood, hetzij van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid?” (Romeinen 6:16; vergelijk Johannes 8:34)

“… gebruikt echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees…” (Galaten 5:13)

God laat ons zien dat er een weg is die naar vrijheid leidt: de weg die Zijn zoon Christus Jezus ging. Zijn voorbeeld is daarom de toets voor ons leven. Hij deed alleen het goede en zondigde niet tegen God. En God vraagt ons Jezus daarin te volgen. Door zijn ‘kruisdood’ toonde hij hoe radicaal hij met de zonde wilde afrekenen, zodat deze geen kans zou krijgen hem in bezit te nemen en te beheersen:

“… daar ook Christus … u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat u in zijn voetsporen zou treden; die geen zonde gedaan heeft …” (1 Petrus 2:21-22; vergelijk Hebreeën 4:15).

“… laat u met God verzoenen. Hem (Christus), die geen zonde gekend heeft,heeft Hij (God) voor ons tot zonde gemaakt …” (2 Korintiërs 5:20-21)

“Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven.” (Romeinen 6:10)

Geen mens kan zeggen dat hij niet op enig moment gezondigd heeft, want allen zijn Adam gevolgd:

“… gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen … omdat allen gezondigd hebben … Want allen hebben gezondigd …” (Rom. 5:12; 3:23).

“Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet… Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en zijn woord is in ons niet” (1 Johannes 1:8-10; vergelijk Johannes 8:7).

Door de doop geven wij te kennen dat wij voortaan niet meer Adam willen navolgen, maar Christus:

“Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd” (Galaten 5:24; vergelijk Mattheüs 5:43-48).

Wie op deze wijze het vlees doodt, is voortaan niet meer bezig met het bevredigen daarvan, maar heeft de gezindheid van Christus. Hij is gericht op het blijvende, in plaats van op het tijdelijke:

“Een ieder, die in Hem (Christus) blijft, zondigt niet; een ieder, die zondigt,heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend … Een ieder, die uit God geboren is, doet geen zonde; want het zaad (van God) blijft in hem en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren.” (1 Johannes 3:6 en 9; 5:18)

“Want al wat in de wereld is: de begeerten van het vlees, de begeerte van de ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld. En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.” (1 Johannes 2:16-17)

Dit wil niet zeggen dat wij dan niet meer kunnen zondigen, maar dat wij dat niet bewust, opzettelijk meer doen. Wij moeten altijd waakzaam blijven, omdat wij nog in een wereld vol verleidingen leven:

“Als iemand dan weet goed te doen en het niet doet, is het hem tot zonde.” (Jacobus 4:17)

“Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis van de waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonde meer over, maar een vreselijk uitzicht op het oordeel…” (Hebr. 10:26-27).

Vergeving van zonde

Omdat God geen behoefte heeft aan de dood van zondaars, maar wil dat zij leven (Ez.18:23), stelt Hij zich voor als vergevend God (Ex. 34:7), Die voorbijziet aan de zonden van wie in geloof, berouw en bekering tot Hem gaan (Luc. 24:47; Hand. 2:38; 3:19;13:38-39; Rom. 4:7-8; Hebr. 8:12; 1 Joh. 1:7 en 9; Matth. 18:21-35)

J.D.

+

Voorgaande

Fundamenten van het Geloof: De lankmoedigheid van God

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Fundamenten van geloof 3: De Persoonlijkheid van God

Fundamenten van het Geloof 4: Engelen. Gods volmaakte dienaren

Fundamenten van het Geloof 5: De mens, geschapen naar Gods beeld en als Zijn gelijkenis

Fundamenten van het Geloof 6: Beproeving van het geloof

Wettisch tegenover wet

++

Aanvullende artikelen om te lezen

  1. Betreft de Mens
  2. Een Boom van kennis wordt een Boom van moraal
  3. Bron(nen) van kwaad
  4. Wie brengt het Kwaad over ons
  5. Begrippen satan en duivel in de Bijbel
  6. Duivel, Satan, Lucifer, Demon, Goed en Kwaad en God
  7. Satan het kwaad in ons
  8. Gevallen engelen en hun verblijf
  9. Bestaat er iets als engelen en kunnen die zondigen
  10. Hoe de Satan vandaag rond toert
  11. Zondigen omdat men zondaar is
  12. De Voltooiing van de schepping 4 Buitenbijbelse leer
  13. Bereshith 3:20-24 Moeder van al wat leeft en gevolgen van haar keuze
  14. Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #1 Bereshith 4:1-6 Twee broers en hun offers
  15. Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #3 Bereshith 4:8 De Broedermoord
  16. Kuddedier doet liever wat het niet mag
  17. Fragiliteit en actie #2 Onderwerpen en werken
  18. Fragiliteit en actie #3 Verleden en Vervolg
  19. Fragiliteit en actie #8 Eerste Wetsvoorziening
  20. Fragiliteit en actie #9 Herval zondigheid
  21. Zuiverheid en verantwoordelijkheid van leden en leiders in een gemeenschap
  22. Moreel relativisme
  23. Kleurblindheid en verkeerscode
  24. Leugen, handvat dat alle instrumenten past
  25. Zonde cultiveert negatieve energie
  26. Verscheidene Verbondakkoorden 4 Behouden van de Wet maar Zwak door het vlees
  27. Zondigen verlaat God niet
  28. Kerk hospitaal voor zondaars
  29. Grootste oorzaak van atheïsme in de wereld zijn de Christenen
  30. Onvergeeflijke zonde en berouw
  31. Neem afstand van het kwade
  32. God wil u gunst betonen
  33. Fundamenten van het Geloof: De goedertierenheid van God
  34. Bedekking der zonden
  35. Aanwijzingen voor redding te vinden
  36. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 1 Mens geplaatst in wereld van groen en andere levende wezens
  37. Het loon der zonde is de dood; maar de genadegave van God is het eeuwige leven in Christus Jesus
  38. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 1
  39. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 4 Verzet tegen God en Overeenkomstige prijs
  40. Vraag: Als men uit God geboren zou zijn waarom zouden wij dan nog vergiffenis moeten vragen?
  41. Antwoord op Vragen van lezers: Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden
  42. Gelukkig de mens die niet de raad volgt van wie zonder God leven
  43. Vreemdelingschap
  44. Geen race voor de snelste, noch een strijd der helden
  45. Een race niet voor de snelste, noch een strijd om de sterkste
  46. Zij die in de renbaan lopen en geroepen zijn voor rechtvaardiging door geloof
  47. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen
  48. De Bekeerling, bekeringsactie en bekering
  49. Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
  50. Doemdenkers en ons lijden
  51. Waarom laat God het kwade toe
  52. Eerlijkheid begin van heiliging
  53. Christadelphians kinderen van God

+++

Gerelateerd

  1. Ontdek jou passie
  2. Nederigheid bring Wysheid
  3. Sat en moeg hiervoor?  Gaan doen wat God doen: Maak ʼn einde daaraan.
  4. Gedrag beide: Vreemd en Lelik!
  5. Metaalskuim.  
  6. Vanself goed genoeg?
  7. Oeps! Foutjie. . .
  8. Onthou wat Hy vir ons gedoen het

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

Een in het kader van ‘Bijbel en Wetenschap’ telkens weer opduikende vraag is:

kun je Gods bestaan wetenschappelijk bewijzen?

Of heeft de wetenschap juist bewezen dat Hij niet bestaat? Er zijn in principe twee manieren waarop je de beantwoording van zo’n vraag kunt aanpakken. De ene houdt in dat je al je moderne wetenschappelijke inzichten in de strijd gooit, en probeert langs die weg tot een antwoord te komen. De andere is te kijken wat de Bijbel daar zelf over te zeggen heeft.

In deze serie willen we beide benaderingen achtereenvolgens aan een nader onderzoek onderwerpen.

Geen enkele god, of juist te veel?

Bij dit onderwerp moet je dan natuurlijk wel bedenken dat de vraag als zodanig er een van onze tijd is. Gedurende het grootste deel van de geschiedenis was de vraag of God (eventueel: een god) bestaat geen punt van discussie.

Pas in de moderne tijd is de mens daar aan gaan twijfelen. Atheïsme is in zijn huidige vorm bij uitstek iets van de laatste paar eeuwen. In bijbelse tijden was er juist een overvloed aan goden, en de vraag was niet of de God van de Bijbel bestond, maar hoe Die zich verhield tot al die andere: was Hij inderdaad de grootste?

Zelfs de bewering dat Hij de enige was, was toen al een gewaagde uitspraak. Je verwacht dan ook geen teksten in de Bijbel die dat bestaan zouden bewijzen. Vandaar dus de vele historische pogingen om dat bewijs buiten de Schrift om te leveren.
Voor de volledigheid: sommige Griekse profetenscholen hielden er toch al wel atheïstische ideeën op na, zoals die van de Epikureërs in Handelingen 17. Maar zij vertegenwoordigden niet het denken van de grote massa in de Griekse wereld. We zien dan ook dat Paulus in zijn toespraak te Athene veel meer ingaat op de argumenten van die andere filosofische school van zijn dagen: die der Stoïcijnen. Maar ook daarmee krijgt hij weinig voet aan de grond.

Oude wetenschap tegenover moderne

Buste van Socrates in het Louvre in Parijs, Romeinse kopie uit de 1e eeuw n.Chr. van een Grieks origineel in brons.

Buste van Socrates in het Louvre in Parijs, Romeinse kopie uit de 1e eeuw n.Chr. van een Grieks origineel in brons.

Toch zijn er in de volgende eeuwen een aantal vroeg-christelijke schrijvers geweest die hebben geprobeerd aannemelijk te maken dat de grote Griekse filosofen met hun denkbeelden eigenlijk wel op één lijzaten met de bijbelse boodschap. Je hebt het dan over filosofen als Socrates, Plato en Aristoteles (5e-4e eeuw v. Chr.).

Als wij met onze huidige inzichten terugkijken naar de essentie van hun denkbeelden zou je niet echt snel op de gedachte komen daar veel overeenkomsten met de Schrift in te zien, maar zulke pogingen waren vooral bedoeld om het vroege christendom ‘aanvaardbaar’ te maken voor de Griekse denkwereld. Helaas resulteerde dat vooral in een aanpassing van de bijbelse boodschap aan het gangbare Griekse denken, in plaats van omgekeerd zoals eigenlijk had gemoeten. Alles veranderde echter met het aanbreken van de tijd der ‘Verlichting’. Terwijl de oude Griekse benadering van de wetenschap voornamelijk was gebaseerd op redenering, begon nu het inzicht door te breken dat je dingen kunt bestuderen. Dat betekent gericht onderzoek door middel van experimenten en waarnemingen. Uit die waarnemingen kun je dan conclusies trekken die je zo nodig verder kunt onderbouwen met nieuwe experimenten en nog meer waarnemingen. Voor onze vraag had dit twee verschillende soorten gevolg.

De bevrijding uit ‘de slavernij van de natuur’

In de allereerste plaats betekende dit dat de mens steeds meer begon te begrijpen van de natuur en de wereld om hem heen. Allerlei dingen die hij vroeger niet begreep, en daarom toeschreef aan direct goddelijk ingrijpen, kon hij nu meer en meer herleiden tot wetenschappelijk aangetoonde wetmatigheden in de natuur. Natuurlijk heb je daarmee nog geen verklaring voor de oorzaak van die wetmatigheden, maar het tempo waarin het begrip toe nam maakte de mens optimistisch genoeg om aan te nemen dat die oorzaken op een dag ook wel verklaard zouden worden. En daarmee ontstond langzaam de gedachte dat je wellicht de hele wereld zou kunnen verklaren zonder daarvoor te hoeven ‘uitwijken’ naar bovennatuurlijke verklaringen.

De mens begon zich daardoor meer en meer ‘onafhankelijk’ te voelen, hij had God ‘niet langer nodig’. Want begrip van de natuur zou op den duur ook leiden tot beheersing van die natuur. Hij zou er niet langer ondergeschikt aan zijn, maar die natuur ondergeschikt kunnen maken aan zichzelf. Het hele feit dat de waargenomen regelmatigheden in de natuur worden aangeduid als ‘wetten’ symboliseert in feite dat denkbeeld van die ondergeschiktheid van de natuur: zij kan niet zo maar haar gang gaan, maar is onderworpen aan ‘wetten’. En de mens zou van die wetten gebruik kunnen maken om de natuur naar zijn hand te zetten. De mens zag dit in toenemende mate als een bevrijding uit een soort slavernij. En dus begon zich, ook onder de grote massa, een actief atheïsme te ontwikkelen, dat gretig gebruik maakte van de nieuw verworven inzichten. Wat ten onrechte de mening heeft doen post vatten dat een geloof in God in strijd zou zijn met de conclusies van de wetenschap. Een misvatting die bijvoorbeeld de communistische wereld met veel enthousiasme heeft aangewakkerd en in stand gehouden.

Is Gods bestaan wetenschappelijk aantoonbaar?

De andere ontwikkeling leidde juist in de tegenovergestelde richting.

Overtuigde christenen begonnen te overwegen dat het wellicht mogelijk zou zijn om met die nieuw ontwikkelde wetenschappelijke methodieken juist te bewijzen dat God bestaat. Dat stuit uiteraard op het probleem dat je God niet kunt onderwerpen aan wetenschappelijke experimenten, maar met wat speurwerk zou je uit de natuur toch wel voldoende waarnemingen moeten kunnen halen als basis voor een wetenschappelijk aanvaardbare theorie. Op zich geen onlogische gedachtegang, maar in de praktijk bleek het toch moeilijk om het bewijs rond te krijgen. En bovengenoemde partijen, die hun atheïsme waren gaan baseren op diezelfde wetenschap, lieten zich hun nieuw verworven ‘bevrijding’ uiteraard niet zo gemakkelijk weer afnemen. Dat leidde onvermijdelijk tot een merkwaardig soort van godsdienstoorlog tussen beide kampen, waarbij beide partijen gebruik maken van echte ofvermeende wetenschappelijke feiten en conclusies. Met als gevolg dat de modale burger het spoor al lang bijster is.

In de komende afleveringen willen we daarom proberen daar wat klaarheid in te brengen.

R.C.R

+

Voorgaand

Bijbels geloof en heidense filosofie

++

Aansluitende lectuur

  1. 4de Vraag: Wie of wat is God
  2. God of een god
  3. God versus goden
  4. Bestaan en moeilijke herkenning van het Hoogste Godheidswezen
  5. Bijbel – Enige bron van kennis en openbaring van God
  6. Bouwen op het Bijbels fundament 1.Feit of fantasie?
  7. Gods vergeten Woord 16 Geopenbaarde Woord 1 Zoeken naar een god
  8. Gods vergeten Woord 17 Geopenbaarde Woord 2 Geopenbaard licht
  9. Bereshith 2:4-14 Adem en leven plaatsing door de Elohim God
  10. Bereshith 3:1-5 De grote misleiding
  11. Is God drie-eenheid
  12. De Enige Ware God
  13. Drie-eenheidsleer een menselijke dwaling
  14. Aanroepen van Gods Naam
  15. God is een verhaal #2 Voorgangers niet gediend met een Enige God
  16. Betreffende Christus # 2 Goddelijke bron, verband en goddelijk mens
  17. Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 4 De ziel – een Grieks beeld
  18. Christenen vragen atheïsten te bewijzen dat God niet bestaat

++

Aanverwante supplementaire lectuur

  1. Monotheisme – ÉÉN GOD

Fundamenten van het Geloof 6: Beproeving van het geloof

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

Wanneer wij een apparaat kopen, proberen wij dat uit; want we willen weten of het voldoet aan onze verwachting.
God doet iets dergelijks, door allen die zeggen dat zij Hem geloven, te beproeven, om zo aan het licht te brengen of zij menen wat zij zeggen. Want geloven is niet iets vaags en vrijblijvends, maar actief, werkend door liefde voor God en mensen. Ook stelt de mens niet zelf de criteria vast voor wat geloof is. God vraagt een door Hem bepaald geloof. Alleen wie dat geloof toont, komt in aanmerking voor het eeuwige leven dat Hij aanbiedt. De Here Jezus vroeg zich eens af:

“… als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?” (Lucas 18:8)

Het zou daarom goed zijn wanneer wij regelmatig ernstig bij ons zelf onderzochten, door de Bijbel goed te lezen en te bidden tot God, of het geloof dat wij zeggen te hebben, wel overeenkomt met het geloof dat Hij van ons vraagt, zoals Paulus dringend adviseert in 2 Korintiërs 13:5

“Stelt uzelf op de proef, of u wel in het geloof bent, onderzoekt uzelf”.

Het eeuwige leven is te kostbaar om er nonchalant mee om te gaan, menend dat wij toch wel behouden worden. Paulus wil ons bewaren voor teleurstelling op de dag van het oordeel. Maar behalve dat wijzelf ons zouden moeten beproeven, doet God het ons ook. Daarbij weet Hij hoever Hij kan gaan, zodat wij net niet door de druk hoeven te bezwijken:

“U hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. God is getrouw, die niet zal gedogen, dat u boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat u er tegen bestand bent”.(1 Korintiërs 10:13).

“Want doordat Hijzelf (Christus) in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen …”. (Hebreeën 4:15; zie ook 2:18)

In een aantal gevallen zijn verzoeken en beproeven synoniem.

God beproeft of verzoekt niet willekeurig, maar met een doel: de versterking en groei van ons geloof, zodat we onze hoop op eeuwig leven bij de komst van Jezus uit de hemel vasthouden. Doordat Hij ons beproeft, krijgen wij als het ware inzicht in de mate van ons geloof op dàt moment. Dit biedt ons de mogelijkheid van de ene fase tot een volgende fase van ons geloof te komen, zodat dit zich ontwikkelt, groeit. De groei en versterking van ons geloof worden zichtbaar in onze hoop en goede deugden:

“… want u weet, dat de beproefdheid van uw geloof volharding uitwerkt. Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat u volkomen en onberispelijk bent en in niets tekort schiet”. (Jakobus 1:3-4)“.

.. wij weten, dat de verdrukking volharding uitwerkt, en de volharding be-proefdheid, en de beproefdheid hoop; en de hoop maakt niet beschaamd …”. (Romeinen 5: 3-5)

“…indien u slechts wel gegrond en standvastig blijft in het geloof …”.(Kolossenzen 1:21-23)

In de Bijbel wordt ook wel het woord tuchtigen gebruikt; niet in de zin van een straf uit afwijzing, maar juist van een correctie uit liefde, omdat God niet wil dat de mensen die Hij lief heeft, verloren gaan. Zoals een vader en opvoeder geeft Hij kaders aan voor ons leven, zodat wij daar niet buiten treden. Daarbij horen kleine straffen, die ons moeten behoeden voor veel ergere gevolgen. Wanneer wij aannemen wat Hij ons leert, zal ons geloof eeuwige vrucht dragen.

De grote onderwijzer Jezus vergeleek dit met een wijnbouwer, die de ranken van een druivenstok inkort, zodat deze meer en betere vrucht geeft:

“Allen, die Ik liefheb, bestraf ik en tuchtig Ik; wees dan ijverig en bekeer u”.(Openbaring 3:19)

“… want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt … Hij doet het (tuchtigen) tot ons nut, opdat wij deel krijgen aan zijn heiligheid … tucht brengt hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht, die bestaat in gerechtigheid”. (Hebreeën 12:4-11; 5:14; zie Jeremia 10:23-24)

“Elke rank aan Mij (Jezus), die geen vrucht draagt, snoeit Hij (God), opdat zij meer vrucht zal dragen”. (Johannes 15:1-8)

In de eerste eeuw werd de sterkte van het geloof van de volgelingen van Christus vooral beproefd door verdrukking en lijden: bleven zij volharden bij uitbanning, vernedering, geseling en naderende dood, of zeiden zij uit angst dat Jezus niet leeft, en dat zij geen aanhangers van Hem waren?

“…dienende de Here met alle ootmoed, onder tranen en beproevingen, die mij (Paulus) overkwamen door de aanslagen van de Joden …”. (Hand. 20:19)

“Wees niet bevreesd voor hetgeen u lijden zult. Zie, de duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen, opdat u verzocht wordt … Wees getrouw tot de dood en Ik zal u geven de kroon des levens”. (Openbaring 2:10)

“Want doordat zij beproefd zijn gebleken in veel verdrukking …”. (2 Korintiërs 8:2; Romeinen 16:10)

Deze verdrukkingen maken deel uit van het louteringsproces dat God toepast, om enerzijds wie het niet waard is om het eeuwige leven te ontvangen uit te zuiveren, en anderzijds hen die het wel waard zijn geheel te zuiveren van de laatste resten van het kwade in hen:

“Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden … Integendeel, verblijdt u naarmate u deel hebt aan het lijden van Christus, opdat u zich ook met vreugde zult mogen verblijden bij de openbaring van zijn heerlijkheid”. (1 Petrus 4:12-13)

“Verheugt u daarin (hoop), ook al wordt u thans … voor korte tijd door allerlei verzoekingen bedroefd, opdat de echtheid van uw geloof, kostbaarder dan vergankelijk goud, dat door vuur beproefd wordt, tot lof en heerlijkheid en eer blijke te zijn bij de openbaring van Jezus Christus”. (1 Petrus 1:6-7; zie ook Lucas 22:31-32a; voor echtheid van het geloof Openbaring 3:18).

Voor wie het ene en waarachtige geloof vasthoudt, door verdrukking en lijden, of die nu licht of zwaar is, maar ook in de verleidingen die wij in en buiten ons ontmoeten, geldt deze zaligspreking:

“Zalig is de man, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben”. (Jakobus 1:12)

°°°

Vraag ter overdenking:

Heeft u zelf in uw leven iets ervaren van de keuzes waarvoor God u stelt?

Beproeving houdt keuzemogelijkheid in en daarvoor heeft God ons een vrije wil gegeven. Hij geeft vooraf de keuzemogelijkheden aan, met de gevolgen die deze hebben voor onze toekomstige bestemming (Deut. 30:11-20; Joz. 24:14-18). God helpt ons daarbij de beste keus te maken (Ps. 25:12; Rom. 8:26-30).

De idee van de eeuwige voorbestemming is daarmee in tegenspraak. God weet weliswaar alle dingen, maar Hij bepaalde niet wat wij doen en laten, alsof wij robots of willoze marionetten zijn,maar wat onze bestemming zal zijn, juist naar wat Hij tevoren zag van ons (on)geloof en onze (on)gehoorzaamheid. Wat zou anders de zin zijn van bidden of God ons wil bewaren in en redden van beproeving (Matth. 6:13; Openb. 3:10; 2 Petr. 2:9)? Hij heeft de criteria bepaald voor wie geschikt is dienaar in zijn Koninkrijk te zijn en op grond daarvan oordeelt Hij ons (2 Tim. 2:19-22). God is rechtvaardig in zijn verkiezingen oordeel (2 Thess. 1:3-12; Rom. 3:4-6; 2:1-11; Efez. 1:3-14; Rom. 9:14-24). Zo kon God ook vooraf getuigen van de rechtvaardigheid van zijn Zoon (1 Petr. 1:11; Matth.12:17-18; 3:17; 17:5).

J.D.

+

Voorgaande

Fundamenten van het Geloof: De lankmoedigheid van God

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Fundamenten van geloof 3: De Persoonlijkheid van God

Fundamenten van het Geloof 4: Engelen. Gods volmaakte dienaren

Fundamenten van het Geloof 5: De mens, geschapen naar Gods beeld en als Zijn gelijkenis

++

Lees ook

  1. Gods vergeten Woord 25 Varen op Bijbels Kompas 7 Vrienden van de Heer
  2. Alle dingen eertijds geschreven tot ons onderricht
  3. Christen genoemd
  4. Geloof
  5. Wat de Bijbel zegt omtrent Geloof
  6. Geloof Vertrouwen voor het ongeziene
  7. Geloof in Jezus Christus
  8. Geloof in slechts één God
  9. Geloof en Geloven
  10. Geloof voor God aanvaardbaar
  11. Geloof niet zonder daden
  12. Christus toebehorenden
  13. Christen mensen met ons geloof
  14. Geloof zonder risico tegenstrijdigheid
  15. Gehoorzamen aan God
  16. Volharding en Bijbelstudenten
  17. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen
  18. Wereld van moeilijkheden en veel ongemakken
  19. Tijd door de Maker gegeven
  20. De Dag is nabij #6 Uitzien
  21. Aan een betere opstanding deelhebben

+++

Verder gerelateerd

  1. Paulus en Jakobus hulle skryf oor geloof en werke
  2. Geloof is een Overtuiging
  3. Heb Geloof – deel 2
  4. Gewone geloof
  5. Hoender of eier: Begrip of geloof?
  6. Heb Geloof – In Pijn & Leed (Deel 3)
  7. Bly net glo!
  8. Een ander verschijnsel van het een (4)
  9. Om mure te bou

Problemen bij vele Christenen aan de boodschap ‘God is liefde’

Het is algemeen geweten dat vele niet-gelovigen of atheïsten er over spreken dat als er een god zou bestaan deze zeker niet een van liefde kan zijn, want er gebeuren zo veel afgrijselijke dingen in deze wereld. Velen vergeten hierbij wie eigenlijk de schuldige is voor die vele wreedheden en wie de eigenlijke veroorzaker is van de vele natuurrampen.

“Overal in kerken hoor je dat ‘God liefde is’.

Aan die drie woorden wordt vaak het woordje ‘onvoorwaardelijk’ toegevoegd. Juist dat woord zorgt voor veel schade,”

vertelt David Pawson, die hier aan toe voegt

“Jezus en de apostelen noemden de liefde van God niet in hun publiekelijke prediking.”

David Pawson sprak twee weken geleden in Zuid-Afrika tijdens een conferentie voor voorgangers en predikanten.

“Wat begrijpt een ongelovige van deze ‘onvoorwaardelijke liefde’? In Engeland kregen twee homoseksuelen door middel van een draagmoeder een kind. Nadat ze hun tweede kind kregen gingen ze daar mee naar de Church of England, om de baby te laten dopen. De vicaris twijfelde over het dopen van de baby’s. Een van de mannen reageerde hierop en zei: ‘Gods liefde is toch onvoorwaardelijk? Die liefde veroordeelt niet.’ De man zei dit omdat hij ergens de toevoeging ‘onvoorwaardelijk’ had opgepikt.”

Vandaag vinden wij wel zeer veel gelovigen die zeer veroordelend zijn. Meer en meer beginnen zogenaamd Christenen te kappen op andere mensen, en vooral op diegenen die niet van hun land zijn. Vreemdelingen moeten het overal ontgelden. zou liefde niet alles moeten overtreffen en boosheid en veroordelingsdrang uit de wereld moeten helpen?

David Pawson:

“Wanneer we ongelovigen vertellen dat God liefde is, nodigen we mensen uit tot criticisme. Want als God liefde is, waarom lijden er dan zoveel mensen?
Voor een ongelovige betekent dit woordje ook dat God nooit oordeelt. Dat betekent dan ook dat God nooit iemand naar de hel stuurt. Toen ik eens een boek had geschreven over de hel werd ik overal in Engeland geïnterviewd. De interviewer vroeg mij:

‘hoe kan een God die liefde is iemand naar de hel sturen?'”

Hierbij werd dan heel duidelijk hoe de bevrager en Pawson zelf een vertekend beeld hebben van wat de hel volgens de Bijbel eigenlijk is. Pawson antwoordde door een vraag terug te stellen:

‘waar heb je het idee vandaan dat God een God van liefde is’.

‘Zei Jezus dat niet?’

antwoordde de presentator. Ik vertelde hem dat alles wat ik over de hel had geschreven in mijn boek, mij is geleerd door Jezus. Het was Jezus die de mensen over de hel vertelde. Op twee waarschuwingen over de hel na, gaf hij deze zelfs aan zijn discipelen. Toen hij de zeventig uitzond zei hij:

‘Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna.'”

Volgens Pawson is de liefde van was niet de apostelen hun Evangelie, terwijl wij van die liefde het centrum maken.

Het is een feit dat Jezus, noch de apostelen de liefde van God noemde in hun publiekelijke prediking. En toch horen wij het overal.

Ik sprak eens voor een paar honderd evangelisten in Noorwegen en vertelde hen over dit probleem met de zin ‘God is liefde’ in evangelisatie. Een meisje kwam na afloop in tranen naar me toe en zei:

u nam mijn Evangelie weg.

‘Maar Jezus vertelde hen over God zonder de liefde van God te vertellen,’ antwoordde ik. Waarom zouden wij dat niet kunnen? Omdat we het misschien niet hebben begrepen?”

Moeten we dan vertellen dat God ‘goed’ is? Dat komt wat dichter bij de waarheid. Het woordje ‘goed’ gebruiken we als het gaat over onze hond, het weer. Het zou een belediging zijn om het met die achterliggende betekenis te gebruiken als het om God gaat. Jezus zei eens tegen iemand: ‘Waarom noem je mij goed? Er is niemand goed dan God.’ Als we die uitspraak serieus nemen gebruiken we het woordje ‘goed’ alleen maar voor God, zodat we Hem een speciale plek geven.

Nochtans zouden wij moeten beseffen dat God wel degelijk Zijn schepping lief heet. Maar God heeft de mens ook dat gegeven wat de mens verlangde. De mens ging in verzet tegen God en twijfelde over Zijn rechtschapenheid en Zijn recht om alles te beheren. Aldus heeft God de wereld in de handen van de mens gegeven. Uit liefde gaat Hij niet in tegen de mens, maar laat Hij die zijn gang gaan. Ook al doet de mens heel wat slecht tegenover het milieu. Het klimaatprobleem is ontegensprekelijk het gevolg van menselijk wanbeheer.

David Pawson haalt aan

We kunnen in plaats van ‘God is goed’, en ‘God is liefde’ beter het woord ‘rechtvaardig’ gebruiken.

Jezus noemde God niet lieve, of goede Vader. Hij noemde Hem ‘rechtvaardige Vader.’ God is rechtvaardig. Dat betekent dat alles wat Hij doet goed is, en juist daar zit een zekerheid in.
Ik schreef eens op een vel papier alle dingen die God niet kan doen. Uiteindelijk vond ik 31 dingen die God niet kon doen. ‘Hij kan niet een leugen vertellen. Hij kan niemand dwingen van Hem te houden. Hij kan geen belofte breken.’ Toen ik dat opschreef, realiseerde ik me dat de dingen die Hij niet kon doen, ik wel had gedaan. Ik realiseerde mij dat ik mij zo machtiger wilde maken dan God. De Heer heeft de kracht om alles te doen, maar zijn natuur voorkomt dat Hij slechte dingen doet.”

Dit is goed en slecht nieuws, stelt Pawson.

“God houdt meer van rechtvaardigheid dan van mensen, vanwege wie Hij is. Kijk maar naar wat er bij Noach gebeurde. Een hele generatie werd overspoeld vanwege hun ongerechtigheid. God houdt meer van rechtvaardigheid dan van mensen. Anders had hij nooit de vloed kunnen sturen. Dit vindt de wereld moeilijk om te accepteren. Het laat zien dat Hij niet alleen de Schepper is, en de God die er nu is, maar ook dat hij de Rechter is van alle mensen. Er zal een dag komen dat God rekeningen op maakt. Dat is het feit wat lijkt te verdwijnen wanneer het over onvoorwaardelijke liefde gaat. Op een dag zal God al het kwaad vergelden en dit bovendien weg doen. Dan zal Hij een nieuw universum, een nieuwe hemel maken, en daarin zal rechtvaardigheid zijn. Hij wil ons daar voor klaar maken.”

Vandaag is er de mens die meer en meer laat zien dat hij de Liefde van God niet in zich draagt. Velen die zich Christen noemen dragen ook de liefde van Christus niet in zich. Waar Jezus het op nam voor de armen en minst bedeelden, willen de huidige Christenen veelal zichzelf verrijken en zitten zij helemaal niet in met mensen van andere streken die zij liefst niet in hun eigen streek zien belanden. voor hen is hun eigen stekje heilig en is er geen plaats voor immigranten of voor anders gelovigen.
Daar waar Jezus open stond voor vele andere mensen, is er in hun hart geen plaats voor die ander.