Problemen bij vele Christenen aan de boodschap ‘God is liefde’

Het is algemeen geweten dat vele niet-gelovigen of atheïsten er over spreken dat als er een god zou bestaan deze zeker niet een van liefde kan zijn, want er gebeuren zo veel afgrijselijke dingen in deze wereld. Velen vergeten hierbij wie eigenlijk de schuldige is voor die vele wreedheden en wie de eigenlijke veroorzaker is van de vele natuurrampen.

“Overal in kerken hoor je dat ‘God liefde is’.

Aan die drie woorden wordt vaak het woordje ‘onvoorwaardelijk’ toegevoegd. Juist dat woord zorgt voor veel schade,”

vertelt David Pawson, die hier aan toe voegt

“Jezus en de apostelen noemden de liefde van God niet in hun publiekelijke prediking.”

David Pawson sprak twee weken geleden in Zuid-Afrika tijdens een conferentie voor voorgangers en predikanten.

“Wat begrijpt een ongelovige van deze ‘onvoorwaardelijke liefde’? In Engeland kregen twee homoseksuelen door middel van een draagmoeder een kind. Nadat ze hun tweede kind kregen gingen ze daar mee naar de Church of England, om de baby te laten dopen. De vicaris twijfelde over het dopen van de baby’s. Een van de mannen reageerde hierop en zei: ‘Gods liefde is toch onvoorwaardelijk? Die liefde veroordeelt niet.’ De man zei dit omdat hij ergens de toevoeging ‘onvoorwaardelijk’ had opgepikt.”

Vandaag vinden wij wel zeer veel gelovigen die zeer veroordelend zijn. Meer en meer beginnen zogenaamd Christenen te kappen op andere mensen, en vooral op diegenen die niet van hun land zijn. Vreemdelingen moeten het overal ontgelden. zou liefde niet alles moeten overtreffen en boosheid en veroordelingsdrang uit de wereld moeten helpen?

David Pawson:

“Wanneer we ongelovigen vertellen dat God liefde is, nodigen we mensen uit tot criticisme. Want als God liefde is, waarom lijden er dan zoveel mensen?
Voor een ongelovige betekent dit woordje ook dat God nooit oordeelt. Dat betekent dan ook dat God nooit iemand naar de hel stuurt. Toen ik eens een boek had geschreven over de hel werd ik overal in Engeland geïnterviewd. De interviewer vroeg mij:

‘hoe kan een God die liefde is iemand naar de hel sturen?'”

Hierbij werd dan heel duidelijk hoe de bevrager en Pawson zelf een vertekend beeld hebben van wat de hel volgens de Bijbel eigenlijk is. Pawson antwoordde door een vraag terug te stellen:

‘waar heb je het idee vandaan dat God een God van liefde is’.

‘Zei Jezus dat niet?’

antwoordde de presentator. Ik vertelde hem dat alles wat ik over de hel had geschreven in mijn boek, mij is geleerd door Jezus. Het was Jezus die de mensen over de hel vertelde. Op twee waarschuwingen over de hel na, gaf hij deze zelfs aan zijn discipelen. Toen hij de zeventig uitzond zei hij:

‘Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna.'”

Volgens Pawson is de liefde van was niet de apostelen hun Evangelie, terwijl wij van die liefde het centrum maken.

Het is een feit dat Jezus, noch de apostelen de liefde van God noemde in hun publiekelijke prediking. En toch horen wij het overal.

Ik sprak eens voor een paar honderd evangelisten in Noorwegen en vertelde hen over dit probleem met de zin ‘God is liefde’ in evangelisatie. Een meisje kwam na afloop in tranen naar me toe en zei:

u nam mijn Evangelie weg.

‘Maar Jezus vertelde hen over God zonder de liefde van God te vertellen,’ antwoordde ik. Waarom zouden wij dat niet kunnen? Omdat we het misschien niet hebben begrepen?”

Moeten we dan vertellen dat God ‘goed’ is? Dat komt wat dichter bij de waarheid. Het woordje ‘goed’ gebruiken we als het gaat over onze hond, het weer. Het zou een belediging zijn om het met die achterliggende betekenis te gebruiken als het om God gaat. Jezus zei eens tegen iemand: ‘Waarom noem je mij goed? Er is niemand goed dan God.’ Als we die uitspraak serieus nemen gebruiken we het woordje ‘goed’ alleen maar voor God, zodat we Hem een speciale plek geven.

Nochtans zouden wij moeten beseffen dat God wel degelijk Zijn schepping lief heet. Maar God heeft de mens ook dat gegeven wat de mens verlangde. De mens ging in verzet tegen God en twijfelde over Zijn rechtschapenheid en Zijn recht om alles te beheren. Aldus heeft God de wereld in de handen van de mens gegeven. Uit liefde gaat Hij niet in tegen de mens, maar laat Hij die zijn gang gaan. Ook al doet de mens heel wat slecht tegenover het milieu. Het klimaatprobleem is ontegensprekelijk het gevolg van menselijk wanbeheer.

David Pawson haalt aan

We kunnen in plaats van ‘God is goed’, en ‘God is liefde’ beter het woord ‘rechtvaardig’ gebruiken.

Jezus noemde God niet lieve, of goede Vader. Hij noemde Hem ‘rechtvaardige Vader.’ God is rechtvaardig. Dat betekent dat alles wat Hij doet goed is, en juist daar zit een zekerheid in.
Ik schreef eens op een vel papier alle dingen die God niet kan doen. Uiteindelijk vond ik 31 dingen die God niet kon doen. ‘Hij kan niet een leugen vertellen. Hij kan niemand dwingen van Hem te houden. Hij kan geen belofte breken.’ Toen ik dat opschreef, realiseerde ik me dat de dingen die Hij niet kon doen, ik wel had gedaan. Ik realiseerde mij dat ik mij zo machtiger wilde maken dan God. De Heer heeft de kracht om alles te doen, maar zijn natuur voorkomt dat Hij slechte dingen doet.”

Dit is goed en slecht nieuws, stelt Pawson.

“God houdt meer van rechtvaardigheid dan van mensen, vanwege wie Hij is. Kijk maar naar wat er bij Noach gebeurde. Een hele generatie werd overspoeld vanwege hun ongerechtigheid. God houdt meer van rechtvaardigheid dan van mensen. Anders had hij nooit de vloed kunnen sturen. Dit vindt de wereld moeilijk om te accepteren. Het laat zien dat Hij niet alleen de Schepper is, en de God die er nu is, maar ook dat hij de Rechter is van alle mensen. Er zal een dag komen dat God rekeningen op maakt. Dat is het feit wat lijkt te verdwijnen wanneer het over onvoorwaardelijke liefde gaat. Op een dag zal God al het kwaad vergelden en dit bovendien weg doen. Dan zal Hij een nieuw universum, een nieuwe hemel maken, en daarin zal rechtvaardigheid zijn. Hij wil ons daar voor klaar maken.”

Vandaag is er de mens die meer en meer laat zien dat hij de Liefde van God niet in zich draagt. Velen die zich Christen noemen dragen ook de liefde van Christus niet in zich. Waar Jezus het op nam voor de armen en minst bedeelden, willen de huidige Christenen veelal zichzelf verrijken en zitten zij helemaal niet in met mensen van andere streken die zij liefst niet in hun eigen streek zien belanden. voor hen is hun eigen stekje heilig en is er geen plaats voor immigranten of voor anders gelovigen.
Daar waar Jezus open stond voor vele andere mensen, is er in hun hart geen plaats voor die ander.

Niet de hemel maar de aarde

“De gemiddelde tachtigjarige kerkganger verlangt niet naar de hemel. Die zegt niet ‘gelukkig, ik ben er bijna’, nee, die zit er helemaal niet op te wachten. En terecht, hoe mooi de hemel ook zal zijn, wij zijn niet geschapen voor leven in de hemel – maar voor de aarde. De nieuwe aarde! Ik merk als ik dat preek, dat mensen helemaal blij worden”,
vertelt dominee Henk Poot, van Christenen voor Israël. Hij vindt dat kerken te weinig oog hebben voor de heilsgeschiedenis en de komst van een nieuw Jeruzalem. Want uiteindelijk zal de nieuwe hemel en aarde uit de hemel neerdalen op aarde en zal er een nieuw Jeruzalem – niet Rome of Washington – komen.
“Ik preekte laatst in een Baptistengemeente en ik zag mensen helemaal blij worden van het toekomstperspectief dat God de aarde nieuw gaat maken. Ons huis staat vlak bij een klein kerkhofje. Het lijkt me een schitterend idee dat op de grote dag ineens iemand aanklopt en zegt: ‘Goedendag, ik ben Mathilde en ik ben in 1726 gestorven’, waarop ik zal antwoorden: ‘Goedendag, zeg dat wel, ik heb inderdaad je naam wel eens op een van de grafstenen zien staan.’  Verder zal God de stammen van Israël gaan herstellen.”
Eenzijdig en egocentrisch
Henk Poot wil dat er meer kennis in de kerk komt over de betekenis van het Oude Testament – die in de eerste instantie bedoeld was voor Israël – en de inhoud van de profeten. Want Jezus kwam namelijk om deze profeten te vervullen. En zo ook de Joodse wet. Hij was namelijk een Jood. Vaak is dat nog onvoldoende doorgedrongen tot mensen.
“Dat zie je bij de EO ook, die brengen The Passion naar Groningen.”
Daar wordt Jezus neergezet als een “Westerse man met blond haar.”
“Het is slecht dat Jezus niet gepresenteerd wordt als de Messias van de profeten en alleen als de Jezus die míjn zonden vergeeft zodat ík naar de hemel kan. Dan is dat een heel eenzijdig en egocentrisch beeld en ben ik er tegen!”
Het is volgens Poot meer.
“De apostelen preekten de komst van het koninkrijk en wilden mensen erop voorbereiden. Natuurlijk waren er de gaven van de Geest in de gemeenten – omdat het koninkrijk was doorgebroken, ging het ook om geloofsopbouw en leven met God. Maar de apostelen hielden wel de grote lijnen in het oog. Als je ‘Jezus’ niet naar Groningen brengt als degene die Israël herstelt of de stammen terug brengt, doe je Hem tekort. Je kunt geen relatie hebben met Jezus buiten Israël om.”
“In Jesaja 49 staan vier dingen die Jezus doet. Hij is een scherpsnijdend zwaard om de wereld te oordelen, Hij gaat de stammen herstellen, Hij herstelt het land Israël én Hij is een Licht voor de volkeren. We hebben het alleen over vers 6b, dat Hij een Licht is voor de volkeren. Maar het wordt tijd dat we de rest ook eens benoemen.”
Te vaak wordt het Jood-zijn van Jezus vergeten of gaan christenen hier aan voorbij.
Heilsgeschiedenis
In evangelische kringen is er meer openheid voor de visie van Poot, die hij zelf als de Bijbelse visie ziet. Maar er zijn uitzonderingen.
“Veel evangelische kerken die zich niet met Israël bezig houden, zijn eigenlijk gewoon vrolijke gereformeerden geworden. Ze zijn zo erg met zichzelf bezig dat ze aan de heilsgeschiedenis niet toekomen. God heeft Israël uitgekozen om via dit volk zich bekend te maken aan de wereld en uiteindelijk zal Jezus als Messias terugkomen in Jeruzalem.”
Zowel binnen als buiten de kerk levert het onderwerp Israël altijd veel beladen discussies op. Poot herkent dit en doet een oproep om inhoudelijk in debat te gaan.
“We moeten de discussie hierover niet uit de weg gaan. Daar is het té belangrijk voor. Want in essentie gaat het met die discussie over Israël, over het wezen van de Bijbel, over God, over Christus en over de toekomst. Dit is essentieel. Maar laten we de discussie gezond houden en niet gaan schelden!”
– Martin Rozestraten

De Verzoendag (Jom Kippoer)

een afbeelding van het ware, Maar In De Hemel Zelf, om thans, ons ten goede, voor het aangezicht Gods te verschijnen….. (Hebreeen 9:24).
Het bestaan en de werkelijkheid van het hemelse heiligdom wordt in zowel het Oude als het Nieuwe Testament onmiskenbaar bevestigd.
De betekenis van ‘gezeten zijn’ in de zin van de bediening van bemiddelaar wordt in het bijzonder in Hebreeen 8:1-2 uitgelegd.
Hier wordt Christus voorgesteld als de ‘Hogepriester… gezeten…  aan de rechterhand van de troon der Majesteit in de hemelen: de dienst verrichtende in het heiligdom, in de ware tabernakel’. Door middel van zijn bemiddelende dienst houdt Christus de kerk staande.
Dit gedeelte gaat het verstand van uitleggers van het boek Hebreeen te boven.
Er is een onmiskenbare zinspeling op de Verzoendag (Jom Kippoer)!!!
Hoofdstuk 13 van het boek De Najaarsfeesten (pag. 260-282)

– Martin Rozestraten

++

Aanvullend

  1. Het scheuren van het voorhangsel
  2. De Wederkomst en de Eindtijd #5 De Verlosser uit de hemel
  3. Understanding The Atonement

+++

Het aardse en het hemelse heiligdom

Het aardse en het hemelse heiligdom worden met elkaar vergeleken en tegenover elkaar gesteld. Het aardse heiligdom was een constructie die onder leiding van Mozes door mensen gemaakt was (Hebr. 8:5), terwijl ‘het hemelse heiligdom niet door een mens opgericht werd’ (vgl. Hebr. 8:2) of ‘met [mensenhanden] gemaakt’ is (vgl. Hebr. 9:11,24).

De overeenkomst tussen het aardse en het hemelse heiligdom wordt in Hebreeën vastgesteld door middel van de relatie tussen afbeelding [hupodeigma] en schaduw [skia] van het hemelse heiligdom (Hebr. 8:2-5). ‘Noodzakelijk moesten dus hiermede (dierenoffers) de afbeeldingen [hupodeigma] van de hemelse dingen gereinigd worden, maar de hemelse dingen zelf met betere offeranden dan deze. Want Christus is niet binnengegaan in een heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding (SV: tegenbeeld, antitupos) van het ware [alethenos], maar in de hemel zelf, om thans, ons ten goede, voor het aangezicht Gods te verschijnen (Hebr. 9:23-24).  Daarom ‘bezitten we volle vrijmoedigheid om in te gaan in het [hemelse] heiligdom door het bloed van Jezus.’ (Hebr. 10:19).

Omdat het ‘een afbeelding’ en ‘een schaduw’ van het originele heiligdom is, speelt het aardse heiligdom een belangrijke rol in het uitleggen van de details van het verlossingsplan aan zowel eerdere als hedendaagse gelovigen. Bovendien geeft de definiëring van het aardse heiligdom en zijn diensten als een ‘schaduw‘ aan dat deze een voorafschaduwing waren van betere dingen die komen moesten. In feite spreekt de schrijver over de wet met haar rituele diensten als zijnde ‘slechts een schaduw [skia]… der toekomstige goederen, niet de gestalte dier dingen zelf.’ (Hebr. 10:1; cf. Kol. 2:17)

Martin Rozenstraten

+

Aanvullend

De verdwijnende heerlijkheid