Als de tijd ten einde loopt …… Slechts een klein deel gered

Als de tijd ten einde loopt …… Slechts een klein deel gered

Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u,zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen.”(Lukas 13:24, NBG’51)

In Lukas 13:23 lezen we hoe iemand Jezus vraagt:

Heer, zijn er maar weinigen die worden gered? En zijn antwoord is:
“Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.”

Al geeft Jezus geen direct antwoord op de vraag, voor de goede lezer is het zonneklaar wat dat antwoord is:

‘Ja, het zijn weinigen’.

Maar zijn nadruk ligt op de moeite die je moet doen om daartoe te behoren. In de bergrede vinden we dit principe wat uitgebreider:

“Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden.” (Matt. 7:13-14).

Hier is het antwoord in elk geval glashelder:

velen zullen de makkelijke maar verkeerde weg volgen, en slechts weinigen de moeilijke maar goede weg.

De brede weg

Dit gaat niet over atheïsten. Ook wie de brede weg bewandelen beschouwen zichzelf als goede volgelingen van hun heer. Nogmaals Lukas en Matteüs:

“Jullie zullen zeggen: We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven. Maar hij zal tegen jullie zeggen:
Ik ken jullie niet … Weg met jullie, rechtsverkrachters!” (Luk. 13:26-27).

“(Bij het oordeel) zullen velen tegen mij zeggen:
“Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?”
En danzal ik hun rechtuit zeggen:
“Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters!” (Matt. 7:21-23)

Zij zullen er bij het oordeel op wijzen dat zij vertrouwelijke omgang met hem hebben gehad, dat zij tot zijn ‘volk’ behoorden (in hun straten onderricht gegeven), dat zijzelf in zijn naam actief zijn geweest. En het antwoord zal zijn dat zij in werkelijkheid in dat alles tekort zijn geschoten, dat hij hen zelfs nooit gekend heeft. En hij noemt ze wetsverkrachters. Het Grieks is ‘wettelozen’, wat praktisch ‘goddelozen’ betekent.

Het gaat er dus niet om of je ‘lid’ bent van een bepaalde groep (welke dan ook). Behoudenis is er niet op zo’n basis. En ook niet om of je allerlei voorschriften in acht neemt. Natuurlijk: wie (bewust, of alleen maar uit gebrek aan interesse) Gods voorschriften overtreedt, is een zondaar en wordt niet behouden. Maar je kunt dat niet omdraaien en stellen dat wie ze in acht neemt dus ook behouden wordt. Ook niet wanneer je, uit geloofsijver, die voorschriften nog aanvult met allerlei extraatjes. De Farizeeën waren daar goed in, maar kregen daarvoor weinig applaus van Jezus. En het gaat er ook niet om of je allerlei superieure kennis bezit, of een ongeëvenaarde diepte van inzicht. Kennis en inzicht zijn hooguit gereedschappen: je moet ze gebruiken om er iets mee te bereiken. Wie ze niet gebruikt heeft er geen nut van.

De smalle weg

Waar gaat het dan wel om?

Om onze gezindheid, onze mentaliteit, in Bijbelse taal soms aangeduid als onze ‘geest’. Paulus spoort zijn bekeerlingen aan met:

“Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had” (Fil. 2:5).

Het Griekse woord voor ‘gezindheid’ is phronèma, dat duidt op een wijze van denken. De grondbetekenis is ‘plan’ of ‘besluit’, en het is afgeleid van phronis, inzicht. Verwante woorden zijn phronimos, bij zijn verstand, en phroneō, iets van plan zijn, met de bijbetekenis van: dat met alle inspanning willen verwezenlijken. Dit beschrijft een mens die ‘bij zijn volle verstand’ tot een bepaald inzicht is gekomen, op grond van dat inzicht een ideaal voor ogen heeft, en dat ideaal nu met inzet van al zijn vermogens tracht te verwezenlijken. Paulus gebruikt dit begrip regelmatig in zijn brieven, waarbij hij de gezindheid die de mens van nature (‘naar het vlees’) heeft, plaatst tegenover de gezindheid van de gelovige (‘naar de Geest’):

“… die naar het vlees zijn, hebben de gezindheid van het vlees, en zij, dienaar de Geest zijn, hebben de gezindheid van de Geest.” (Rom. 8:5, NBG’51)

Die gezindheid van de (Heilige) Geest noemt hij enkele verzen verderop achtereenvolgens de gezindheid van God en de gezindheid van Christus. Alleen gebruikt hij daar niet dat woord phronèma, maar het woord pneuma, geest. Vertalers laten zich daarom vaak verleiden dat op te vatten als de Heilige Geest en schrijven het dan met een hoofdletter (in het Grieks staan geen hoofdletters). Maar dan zie je over het hoofd dat Paulus dat woord ‘geest’ vaak gebruikt in precies die zin van mentaliteit, gezindheid:

“U was dood door de misstappen en zonden waarmee u de weg ging van de god van deze wereld … de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn” (Efez 2:1-2).

En die ‘geest’ beschrijft hij dan zo:

“Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander.” (vs 3)

Ook hier gaat het om onze oorspronkelijke menselijke natuur tegenover de ‘gezindheid van Christus’. Zoals hij aan de gemeente te Kolosse schrijft:

“Richt u [phroneō: richt uw gezindheid] op wat boven is, niet op wat op aarde is” (Kol. 3:2).

Voortdurend lezen we dat wij onze natuurlijke, menselijke, wereldse, aards-gezinde mentaliteit moeten vervangen door de gezindheid van Christus. En die ‘gezindheid van Christus’ is dan ofwel de gezindheid die zich richt op (God en) Christus, of de gezindheid die Christus zelf toonde in zijn totale gehoorzaamheid aan de Vader. Of, waarschijnlijker nog: beide.

Die weg gaan

Die neiging dat woord geest op te vatten als Gods Geest i.p.v. als onze gezindheid, is niet alleen maar een verschil in interpretatie van een stukje Grieks. Velen hebben in deze tijd de neiging hun behoudenis te zien als iets dat God aan hen doet zonder veel (of zelfs geheel zonder enige) inbreng van hun kant. Extreem gesteld: je wacht tot God je zijn Geest wil schenken, en als Hij dat doet, ben je wedergeboren, en daarmee behouden. Maar Paulus’ argument is nu juist dat je met inspanning van al je vermogens die gezindheid moet ontwikkelen. Weliswaar heeft Jezus ons daarbij zijn hulp en steun beloofd, en op die hulp mogen we daarom rekenen. Maar hulp betekent toch altijd dat het initiatief bij ons ligt, niet dat een ander het wel voor ons doet. We moeten vóór alles laten zien dat het dienen van God ons hoogste streven is. Want dat was waar Paulus het over had in zijn brief aan de gemeente te Filippi:

“Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die: … degestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en … Zich heeft vernederd en gehoorzaam is geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises.”(Fil. 2:5-8, NBG’51)

Hij beschrijft hier niet een gezindheid van lijdzaam afwachten, maar van actief bezig zijn (namelijk met zich dienstbaar te maken aan de Vader), van gehoorzaamheid en van opoffering, tot in de uiterste consequenties. En dat is ook de gezindheid die Jezus voor ogen stond, toen hij het tegenover Nicodemus had over dat wedergeboren worden (Joh 3:3).

Wedergeboren worden

Wedergeboren worden betekent: een zó radicale verandering in je leven aanbrengen dat het lijkt alsof daar een totaal nieuwe mens staat. En dat kan alleen maar betekenen dat je een totaal nieuw streven (phronèma) navolgt, een totaal nieuw doel voor ogen hebt. En ja, hij zegt in dat verband dat je moet worden wedergeboren door de (Heilige) Geest. Want die gezindheid kun je, als mens, uit jezelf niet zomaar ontwikkelen; daar heb je Gods hulp bij nodig. Maar opnieuw: we moeten zelf de eerste stappen zetten, en vervolgens ook op die weg blijven doorgaan.
De smalle weg gaan, betekent, hoe dan ook, dat we die zelf (als hetware te voet!) moeten afleggen, niet dat we kunnen gaan zitten wachten op Gods taxi. Dáár ligt dus ook de oorsprong van Paulus’ denken. In zijn brief aan Efeze schrijft hij (en let ook op de connecties met geest en gezindheid):

“U hebt toch over hem gehoord, u hebt toch onderricht over hem gekregen? Door Jezus wordt duidelijk dat u uw vroegere levenswandel moet opgevenen de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten wordenen dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapenis.” (Efez. 4:21-24).

Die nieuwe mens is wel naar Gods wil geschapen, maar wij moeten die zelf (als een nieuw kledingstuk) aandoen. En wij zelf moeten daartoe eerst onze oude levenswandel opgeven, en die ‘oude mens’ afleggen (uitdoen). En dat moeten we doen met inspanning van al onze vermogens.

Strijdt om in te gaan

Ja, het zijn weinigen die behouden worden. Maar de vraag of het er veel of weinig zouden zijn, was de verkeerde vraag.

De vraag had moeten zijn:

wat moet ik doen om behouden te worden?

En het antwoord daarop was:

“Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen” (NBG’51).

Dat woord strijden heeft niets te maken met oorlog voeren; het beschrijft het deelnemen aan een wedstrijd. Bij wedstrijden is er maar één winnaar: hij die meer heeft gepresteerd dan alle andere deelnemers. Paulus zegt daarover:

“Weet u niet dat van de atleten die in het stadion een wedloop houden er maar één de prijs kan winnen?
Ren als de atleet die wint. Iedereen die aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles; atleten doen het voor een vergankelijke erekrans, wij echter voor een onvergankelijke.” (1 Kor 9:24-25)

Zijn waarschuwing is niet dat er ook in deze (wed)strijd maar één winnaar zal zijn, maar wel dat alleen zij die hun aller-uiterste best doen zo’n erekrans zullen ontvangen. En daar valt helaas nog altijd niets op af te dingen.

R.C.R.

 

+

Voorgaand

  1. Bijbels geloof en heidense filosofie
  2. Als de tijd ten einde loopt …… Vragen naar het goede
  3. Als de tijd ten einde loopt … De geest van Nimrod
  4. Fundamenten van het Geloof 6: Beproeving van het geloof

Fundamenten van het Geloof 10 De Verlosser uit de dood

De Verlosser uit de dood

God heeft in Adam alle mensen onderworpen aan de dood. Want allen hebben zich door hun zonde met Adam verbonden, en delen in het vonnis dat God over hem uitsprak. Sindsdien worden wij allen door de dood gevangen gehouden. Niemand kan aan de dood ontkomen, en niemand kan zichzelf, een goede vriend, of dierbaar familielid, op eigen kracht uit het graf bevrijden. Er is geen mogelijkheid een losprijs of borgtocht te betalen, zodat een gevangene van de dood op vrije voeten komt:

“Niemand kan ooit een broeder (zichzelf) loskopen, noch God zijn losprijs betalen, – te hoog is immers de prijs voor hun leven, voor altijd ontoereikend – dat hij voor immer zou voortleven, de groeve niet zou zien.” (Psalm 49:8-10)

Toch zijn er aan wie geloven beloften gegeven, die nog niet zijn vervuld. En omdat God trouw is aan Zijn gegeven woord, beloofde Hij voor hen een Verlosser te zijn. Wat in dit verband betekent dat Hij hen zal bevrijden uit hun gevangenis, van de ketenen van de dood. In de Bijbel zien we de zekerheid die deze hoop biedt, en de vreugde over dit vooruitzicht dat God geeft:

“Hoop op God, want ik zal Hem nog loven, mijn Verlosser en mijn God.”
“Maar God zal mijn leven verlossen uit de macht van het dodenrijk …”
(Psalm 42:6 en Psalm 49:16)
“Looft de HERE … die uw leven verlost van de groeve, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid, die uw ziel verzadigd met het goede …”(Psalm 103:2-5)

Hoewel in een aantal gevallen bedoeld wordt, dat God voorkwam dat iemand stierf (zie bijvoorbeeld Job 33:24 en 28), gaat het in Psalm 49 duidelijk over de verlossing uit de dood (zie vers 14 en 15 voor het verband met het ‘maar’ van vers 16).

“13 (49-14) Deze hun weg is een dwaasheid van hen; nochtans hebben hun nakomelingen een welbehagen in hun woorden. Sela. 14 (49-15) Men zet hen als schapen in het graf, de dood zal hen afweiden; en de oprechten zullen over hen heersen in dien morgenstond; en het graf zal hun gedaante verslijten, elk uit zijn woning. 15  (49-16) Maar God zal mijn ziel van het geweld des grafs verlossen, want Hij zal mij opnemen. Sela. 16 (49-17) Vrees niet, wanneer een man rijk wordt, wanneer de eer van zijn huis groot wordt;” (Ps 49:13-16 STV)

God is, als de bezitter van inherent onsterfelijk leven, de enige die ons daaruit kan bevrijden (Jesaja 43:11; 45:21; 47:4;63:16).

“Ik, Ik ben de HEERE, en er is geen Heiland behalve Mij.” (Jes 43:11 STV)

“Verkondigt en treedt hier toe, ja, beraadslaagt samen: wie heeft dat laten horen van ouds her? Wie heeft dat van toen af verkondigd? Ben Ik het niet, de HEERE? en er is geen God meer behalve Mij, een rechtvaardig God, en een Heiland, niemand is er dan Ik.” (Jes 45:21 STV)

“Onzes Verlossers Naam is HEERE der heirscharen, de Heilige Israëls.” (Jes 47:4 STV)

“Gij zijt toch onze Vader, want Abraham weet van ons niet, en Israël kent ons niet; Gij, o HEERE! zijt onze Vader, onze Verlosser van ouds af is Uw Naam.” (Jes 63:16 STV)

In Psalm 102 is er een verband tussen gevangenschap en de dood als iets menselijkerwijs onafwendbaars en onherroepelijks, maar waaruit God bevrijdt door de boeien en ketenen van gevangenen los te maken.

Ook in andere psalmen is God de bevrijder van gevangenen:

“De HERE maakt de gevangenen los …” (Psalm 146:8)
“… die gevangenen uitleidt in voorspoed …” (Psalm 68:7)
“… de HERE heeft uit de hemel op aarde geschouwd, om het zuchten van de gevangenen te horen, om de ten dode gedoemden te bevrijden …” (Psalm 102:20-21; zie ook Psalm 79:11)

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

“Banden van de dood hadden mij omvangen … Ach HERE, red mijn leven …Want u hebt mijn leven van de dood gered … Kostbaar is in de ogen van de HERE de dood van zijn gunstgenoten … U hebt mijn banden losgemaakt.” (Psalm 116)

Wanneer God in staat is om te verhinderen dat iemand sterft, dan kan Hij ook bevrijden wie gestorven zijn. In het boek van de profeet Hosea blijkt inderdaad dat God daartoe in staat is:

“Zou Ik hen uit de macht van het dodenrijk bevrijden, van de dood loskopen?” (Hosea 13:14)

De vraag is hier niet of Hij het kan, maar of Hij het wil, gezien de zonden van het volk Israël. Het bevrijdende antwoord is: Ja!
God zal de gelovige bevrijden uit de hand van zijn, en daarmee Gods vijanden, ook van de grootste en machtigste van alle, de dood:

“God staat op, zijn vijanden worden verstrooid … zo vergaan de goddelozen voor Het aangezicht van God. Maar de rechtvaardigen verheugen zich, zij juichen voor het aangezicht van God … die gevangenen uitleidt in voorspoed.” (Psalm 68:2-7)“

“Ja heil en goedertierenheid zullen mij volgen, al de dagen van mijn leven; ik zal in het huis van de HERE verblijven tot in lengte van dagen” (Psalm 23:6).

Het bewijs dat God de rechtvaardigen niet alleen kan, maar ook daadwerkelijk zal verlossen uit de dood, is te zien in de opwekking tot eeuwig leven van Zijn Zoon. Ook hij kon zichzelf niet bevrijden van de dood; machteloos lag hij in het graf, totdat God hem daaruit bevrijdde. Dit was de vervulling van de belofte, die Hij eeuwen daarvoor had gegeven in profetieën, die op Jezus Christus betrekking hebben:

“Omdat hij Mij zeer bemint, zal Ik hem bevrijden … Ik zal hem uitredden en tot ere brengen. Met lengte van dagen zal Ik hem verzadigen …” (Psalm 91:14-16; zie voor verband met Christus Jezus vers 11-12/Luc. 4:10-11)

“11 Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen. 12 Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot.” (Ps 91:11-12 STV)

“10 Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen; 11 En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.” (Lu 4:10-11 STV)

“Leven vroeg hij van U; U gaf het hem, lengte van dagen voor altoos enimmer.” (Psalm 21:5)

De gevangenschap van de Here Jezus in de dood wordt benadrukt door het feit, dat er na zijn begrafenis een grote steen voor het graf werd gerold, deze werd verzegeld, en er, zoals bij gevaarlijke gevangenen gebruikelijk was, vier soldaten voor het graf werden gezet om het (lees Hem) te bewaken (Mattheüs 27:62-66). Desondanks bleek het graf na enkele dagen leeg te zijn, zonder geschonden te zijn:

“Wat zoekt u de levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgewekt.” (Lucas 24:5-6)

“God evenwel heeft Hem opgewekt, want Hij verbrak de weeën van de dood, naardien het niet mogelijk was, dat Hij door hem werd vastgehouden.” (Handelingen 2:24)

Voor de apostelen was dit de vervulling van profetische woorden van David, die, omdat hij gestorven en begraven is, op iemand anders dan hemzelf betrekking moeten hebben (Handelingen 2:25-32; 13:34-37):

Ik stel mij de HERE bestendig voor ogen; omdat Hij aan mijn rechterhand staat, wankel ik niet. Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel, zelfs mijn vlees zal in veiligheid wonen; want God geeft mijn ziel niet prijs aan het dodenrijk, noch laat U uw gunstgenoot de groeve zien.” (Psalm 16:8-11)

Hiermee heeft God een zeer groot werk verricht: voor het eerst werd een mens niet tijdelijk opgewekt uit de doden, om – zoals tot dan toe het geval was geweest – later toch weer te sterven, maar voor eeuwig. De kracht die God gebruikte bij de opwekking tot eeuwig leven van zijn Zoon, zal Hij ook voor anderen gebruiken:

“… hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons, die geloven, naar de werking van de sterkte van zijn macht, die Hij heeft gewrocht in Christus, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan zijn rechterhand…” (Efeziërs 1:19-20; vergelijk 1 Korintiërs 6:14)

“En God heeft ook den Heere opgewekt, en zal ons opwekken door Zijn kracht.” (1Co 6:14 STV)

Deze belofte geldt voor wie in dit leven de begeerten van het vlees doden en leven voor God:

“Indien Christus in u is, dan is wel het lichaam dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid. En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont” (Romeinen 8:10-11).

J.K.D.

 

Vraag ter overdenking:

Hoe is de losprijs betaald om gelovigen te bevrijden van de dood?

+

Voorgaande

Fundamenten van geloof 3: De Persoonlijkheid van God

Fundamenten van het Geloof 9 De hoop op eeuwig leven door opstanding uit de doden

++

Aanvullende lectuur

  1. God is een verhaal #2 Voorgangers niet gediend met een Enige God
  2. Uitspraak van straf over de mens
  3. Dood
  4. Gedachte voor 2 januari 2018
  5. Redding mogelijk voor allen
  6. Reddingsplan
  7. Keuze van levende zielen tot de dood
  8. Betreffende Christus # 2 Goddelijke bron, verband en goddelijk mens
  9. De opgestane Heer
  10. Addendum 1: de leer van de “antichrist”
  11. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #10 Gebed #8 Voorwaarde
  12. Gedachte voor vandaag “Geloof in moeilijke tijden” (14 januari)
  13. God mijn schutting, mijn hoop voor de toekomst

Fundamenten van het Geloof 9 De hoop op eeuwig leven door opstanding uit de doden

Toestand van de doden

De gedachten over de toestand van de doden, zoals we die vinden in het Oude Testament, komen velen erg deprimerend over. Het valt echter niet te ontkennen dat God de mens, na zijn zonde, de toegang heeft ontzegd tot eeuwig leven. Dat vertelt God ons ten minste in het boek Genesis. Zijn doodvonnis gaat daarom verder dan over het algemeen wordt aangeno-men. Want waaruit blijkt dat de mens iets inherent onsterfelijks in zich heeft? Is niet eerder sprake van het tegendeel?

“Laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid zou leven.” (Genesis 3:22)

Maar hadden gelovigen in het Oude Testament dan geen hoop, geen enkel vooruitzicht op wat na de dood zou gebeuren? Gelukkig is het antwoord positief! Ja, gelovigen hebben altijd uitgezien naar de toekomst. Niet alleen voor hun nageslacht, maar ook voor henzelf, over dood en het graf heen. Juist door de zekerheid dat de dood het einde van alles betekent, vertrouwden zij volkomen op God, en was hun verwachting dat Hij Zijn beloften aan hen alleen kon vervullen door hen uit de dood op te wekken. Hun geloof richtte zich niet op dit leven, maar op een opstandingsdag in de toekomst:

“Maar God zal mijn leven verlossen uit de macht van het dodenrijk, want Hij zal mij opnemen” (Psalm 49:16).

“Doden herleven niet … herleven zullen uw doden – ook mijn lijk – opstaan zullen zij. Ontwaakt en jubelt, u, die woont in het stof.” (Jes. 26:14 en 19)

In het boek Ezechiël wordt, in het visioen van het weer ‘tot leven komen’ van het volk Israël (37:1-10), op plastische wijze een indruk gegeven van de opstanding van doden, in de vorm van de herschepping van gestorvenen. Een prachtig beeld van wat God in staat is te doen: iets dat er eens was, maar waarvan niets meer te vinden is dan verdroogde beenderen en stof, opnieuw tot bestaan en leven brengen. En dat was het geloof van Abraham:

“… het geloof van Abraham … voor het aangezicht van die God, die de doden levend maakt en het niet zijnde tot aanzijn roept.” (Romeinen 4:17)

“Hij (Abraham) heeft overwogen, dat God bij machte was hem (zijn zoon Isaak) zelfs uit de doden op te wekken …” (Hebreeën 11:17-19)

God van levenden

God houdt Zijn geliefden altijd in herinnering, ook al zijn zij duizenden jaren geleden gestorven. Toen Jezus eens werd gevraagd naar de opstanding, gaf hij als bewijs daarvan de relatie die God met hen aanging:

“Wat nu de opstanding van de doden betreft, hebt u niet gelezen, wat door God tot u gesproken is, toen Hij zei: Ik ben de God van Abraham, en de God van Isaak en de God van Jakob? Hij is niet een God van doden, maar van levenden.” (Mattheüs 22:31-33)

Zij leefden niet letterlijk op aarde of in de hemel, maar God herinnerde Zich hen, alsof zij nog leefden, en zal hen gedenken op de dag dat Hij Zijn Zoon zendt om de doden op te wekken tot eeuwig leven. In het Nieuwe Testament vinden we echter uitspraken die, wanneer we ze niet goed in hun verband lezen, lijken te zeggen dat wie gelooft nu al eeuwig leven heeft:

“Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven.” (Johannes 3:36)

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven.” (Johannes 5:24; zie ook 6:47 en 54)

Na de eerste komst van Christus is er echter geen zichtbare verandering gekomen in de toestand van de doden: nog steeds sterven goeden en slechten. Deze woorden opvatten als: leeft nu al eeuwig, zou ook in tegenspraak zijn met de belofte van één opstandingsdag voor alle gelovigen van alle tijden:

Jezus zei tot haar (Maria): Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven; gelooft u dat?” (Johannes 11:25)

“Want dit is de wil van mijn Vader, dat een ieder die gelooft, eeuwig leven zal hebben, en Ik zal hem opwekken op de jongste dag.” (Johannes 6:39-40 en44; vergelijk 11:24)

In een van zijn brieven gaf de apostel Johannes een verduidelijking van wat hiermee bedoeld wordt:

God heeft Zijn Zoon opgewekt tot eeuwig leven en wie Hem toebehoren, mogen het zelfde verwachten:

“En dit is het getuigenis: God heeft ons eeuwig leven gegeven en dit leven is in zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet.” (1 Johannes 5:11-12)

De apostel Paulus legde uit dat Christus Jezus als eerste mens eeuwig leven ontving, en dat allen die geloven in hem inbegrepen zijn. In hun verbondenheid met zijn dood en opstanding, uitgedrukt in de doop en een leven naar Gods wil, bezitten zij wat hij nu bezit. Het is hen alleen nog niet gegeven. Zij moeten daarop wachten tot alle gelovigen samen zullen opstaan bij zijn wederkomst. De zekerheid dat dit zal gebeuren is de opstanding van Christus Jezus. Zonder zijn opstanding is er geen hoop op leven:

“Indien Christus niet is opgewekt … dan zijn ook zij die in Christus ontslapen zijn, verloren.” (1 Korintiërs 15:17 en 18)

“Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst.” (1 Korintiërs 15:22-23)

“Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zo hen, die ontslapen zijn, door Jezus wederbrengen met Hem … en zij die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan.” (1 Thessalonicenzen 4:14)

“Want u bent gestorven (in de doop) en uw leven is verborgen met Christus in God. Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook u met Hem verschijnen in heerlijkheid.” (Kolossenzen 3:3 en 4)

***

Vraag ter overdenking: Wat is de zin van een opstanding wanneer de overledenen in de hemel zijn?

Het boek des levens

Dat God gelovigen, die in verbondenheid met Hem en met Zijn Zoon leefden, nooit vergeet, wordt in de Bijbel voorgesteld alsof God hen opschrijft in een boek. Boeken over mensen zijn bedoeld hen te blijven herinneren, en dat is wat God doet (Ex. 32:32-33; Openb. 3:5; vergelijk Psalm 56:9; 139:16). Zo geeft Hij ons de zekerheid, dat Hij aan allen zal denken die lang of kort geleden gestorven zijn. Bij de komst van Christus Jezus in heerlijkheid, zal Zijn boek worden geopend en de gestorven gelovigen, van wie de namen, en alles wat zij gedaan en gezegd hebben, staan opgetekend, worden opgewekt, en ontvangen samen met de nog levenden, eeuwig leven (Dan. 12:1; Fil. 4:3;Openb. 20:12). Vanaf die tijd is er alleen nog plaats voor hen die het waard zijn en ge-schikt zijn voor het nieuwe, volmaakte leven dat dan aanbreekt (Ps. 69:29; Dan. 7:10; Openb. 13:8; 17:8; 20:15; 21:27).

Doden zonder toekomst

De doden die niet herleven in Jesaja 26:14 zijn mensen die zonder God leefden. Zij zullen voor eeuwig afgesneden blijven van de boom des levens. Dit inzicht doet ons beseffen dat de totale mens sterfelijk is, en er bij de dood een einde aan ons gehele bestaan komt. Niet alleen aan ons fysieke leven, maar ook aan onze geest, onze persoonlijkheid, die vaak ziel (in dat geval niet in de betekenis van levensadem ofl evend wezen) wordt genoemd (Ez. 18:4 en 20; 1 Joh. 3:15). De Schepper, die de mens met al zijn capaciteiten schiep, heeft ook de macht die zelfde mens in het niets te laten verdwijnen (Matth. 10:28). Over de toestand van goddelozen en hardnekkige zondaars is de Bijbel dan ook zeer duidelijk: er zal niets van hen overblijven (Mal. 4:1; Matth.3:10 en 12)

J.K.D

+

Voorgaande

Oorzaak lijden en dood

Fundamenten van het Geloof: De lankmoedigheid van God

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Fundamenten van geloof 3: De Persoonlijkheid van God

Fundamenten van het Geloof 4: Engelen. Gods volmaakte dienaren

Fundamenten van het Geloof 5: De mens, geschapen naar Gods beeld en als Zijn gelijkenis

Fundamenten van het Geloof 6: Beproeving van het geloof

Fundamenten van het Geloof: 7. Zonde. Overtreding van Gods wil

Fundamenten van het Geloof 8 De dood. Gods vonnis over de zonde

++

Verder aanbevolen literatuur

  1. Keuze van levende zielen tot de dood
  2. Voorzieningen voor de keuzes van de mens
  3. Bereshith 3:1-6 Het bedrog
  4. Bereshith 3:7-13 De Zondeval
  5. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 2 Lot na daad van ongehoorzaamheid
  6. Uitspraak van straf over de mens
  7. Betreft de Mens
  8. Beperktheid van de mens tot in zijn dood
  9. Dagen en jaren die voorbij gaan maar het Woord blijft bestaan
  10. Dood
  11. Een prins en de dood
  12. Leven gedefinieerd door de dood
  13. Tot bewust zijn komen voor huidig leven
  14. Onsterfelijkheid – Immortaliteit
  15. Decomposition, decay – vergaan, afsterven, ontbinding
  16. Al of niet onsterfelijkheid
  17. Wat gebeurt er als wij sterven
  18. Wij zijn sterfelijk en zullen tot stof vergaan
  19. Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 1 Levensadem en ziel
  20. Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 4 De ziel – een Grieks beeld
  21. Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 5 Griekse bezwaren tegen de opstanding
  22. Lichaam en ziel één
  23. Vindt er een transfer plaats na de dood?
  24. Het Geschreven Woord: Pijnigen
  25. Sheol, Sheool, Sjeool, Hades, Hel, Graf, Sepulcrum
  26. Begrippen satan en duivel in de Bijbel
  27. De staat van onze doden
  28. In leven na dood gelovende Duitsers
  29. Hoe zullen de doden weer levend gemaakt worden?
  30. De wereld van onbijbelse leer #3
  31. Als God bestaat
  32. Bijbels antwoord op uw vraag: Wat gebeurt er met ons na het sterven?
  33. Aanwijzingen voor redding te vinden
  34. Gedachte voor 3 januari 2018
  35. Is er meer in het leven dan dit
  36. Plan van de goddelijke Maker
  37. Een veel voorkomende vraag: Waarom moest Jezus of God naar de hel?
  38. Glimlach raam naar je ziel
  39. Vergieten van Bloed, een Oud en een Nieuw Verbond
  40. Dagelijkse keus betreffende de houding die wij voor die dag zullen maken
  41. Twee soorten mensen
  42. Zo maar gerechtvaardigd?
  43. God liefhebbenden gerechtvaardigd
  44. Aan een betere opstanding deelhebben

Fundamenten van het Geloof 8 De dood. Gods vonnis over de zonde

Geschapen mens

God heeft de mens geschapen naar Zijn beeld en als Zijn gelijkenis. Maar hij werd niet zo geprogrammeerd, dat hij alleen maar kon doen wat God wilde. De mens werd geschapen met een vrije wil en heeft dus keuzevrijheid. God stelt ons door middel van Zijn opvoedingsproces voor keuzes. Uit wat wij kiezen, blijkt of wij in Hem geloven, en of wij Hem echt willen gehoorzamen. De eerste mensen gaven toe aan de verleiding iets te doen dat God hen had verboden. Zij meenden Gods doel met hun schepping in en door het vlees te kunnen bereiken, in plaats van zich van Hem afhankelijk te stellen en geduld te tonen.

Het lag niet aan God dat zij Zijn wil overtraden maar aan de mens. God was heel duidelijk geweest, en de mens had de boodschap begrepen. Zij waren geheel vrij in de hof, op één kleine beperking na: het eten van één bepaalde boom was niet toegestaan:

“Van alle bomen in de hof mag u vrij eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad zult u niet eten, want ten dage, dat u daarvan eet, zult uvoorzeker sterven.” (Genesis 2:17; vergelijk 3:3)

De slang echter verleidde Eva met schoonklinkende woorden, die suggereerden dat zij niet zou sterven, maar als God zijn en zelf zou weten wat goed en kwaad is, en vanuit die kennis zelf in staat zijn de juiste keuzes te maken (Gen. 3:4-5). Iets dat overigens in de kern van de zaak neer kwam op de vervulling van hun mogelijk diep verlangen zelf te mogen uitmaken wat goed en kwaad is. Het valt inderdaad niet te ontkennen, dat zij niet stierf op het moment dat zij van de vrucht van die boom at. Dit neemt echter niet weg dat de dood, als de straf op de overtreding van Gods gebod, haar en Adam uiteindelijk daadwerkelijk trof.

Het sterven is een proces dat begint bij de eerste zonde. Paulus zag zichzelf in eenzelfde positie als Adam: toen hij jong was, wist hij niet wat zonde was. Maar toen hij ouder werd en geacht werd de wet te kennen, begon hij te sterven door de zonde:

“Ik heb eertijds geleefd zonder wet; toen echter het gebod kwam, begon de zonde te leven, maar ik begon te sterven, en het gebod dat ten leven moest leiden, bleek voor mij juist ten dode te zijn; want de zonde heeft uitgaande van het gebod, mij misleid en door middel daarvan gedood.” (Romeinen 7:7-12)“

… als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.” (Jakobus 1:15)

“Want het loon dat de zonde geeft is de dood.” (Romeinen 6:23; vergelijk Spreuken 12:28)

“Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede.” (Romeinen 8:6)

Zondig nageslacht

De dood trof niet alleen Adam en Eva, maar allen die uit hen voortkwamen (zie Gen. 5). Alle mensen volgden hen na in hun zonde aan God gelijk te willen zijn, zonder in Hem te geloven. En zoals Adam en Eva alle zondaars vertegenwoordigen, werden allen inbegrepen in Gods doodvonnis over hen:

“Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben.” (Romeinen 5:12)

“Want, omdat de dood er is door een mens … Want evenals in Adam allen sterven …” (1 Korintiërs 15:21-22)

Sterven wij, dan wordt het scheppingsproces als het ware omgekeerd: bij zijn schepping werd de levensadem in de neus van de mens geblazen, zodat hij leefde; wanneer wij sterven, blazen wij onze laatste adem uit en vergaan vervolgens weer tot het stof waaruit wij gemaakt zijn:

“… totdat u tot de aardbodem wederkeert, omdat u daaruit genomen bent; want stof bent u en tot stof zult u wederkeren.” (Genesis 3:19)“

… neemt U hun adem weg, zij sterven en keren weder tot hun stof.”(Psalm 104:29; zie 90:3; 146:4).“

… alles is geworden uit stof, en alles keert weder tot stof … zoals het geweest is, en de geest (levensgeest, adem) wederkeert tot God, die hem geschonken heeft” (Prediker 3:19-20 en 12:7).

In dit opzicht verschilt een mens niet van de dieren. Die zijn zich niet bewust van een God die voor hen zorgt, maar leven een korte tijd en verdwijnen daarna voor altijd in het niets. Alle schepselen hebben van God dezelfde levensadem gekregen, en Hij neemt die op Zijn tijd terug. Voor wie geen rekening met God houdt, is er, net als voor de redeloze dieren, geen enkele hoop:

“… zo stijgt wie in het dodenrijk nederdaalt, niet weer op.” (Job 7:9; in de betekenis van: keert niet weer)

“… de mens met al zijn praal houdt geen stand; hij is gelijk aan de beesten, die vergaan … Als schapen zinken zij in het dodenrijk, de dood weidt hen.” (Psalm 49:13 en 15/21)

Wie in het graf ligt, is zich van niets bewust. Hij kan niets meer doen en nergens meer over nadenken. Ook de goddeloze kan zijn jaloerse haat ten opzichte van wie geloven niet meer uitleven:

“De levenden weten ten minste, dat zij sterven moeten, maar de doden weten niets … want er is geen werk of overleg of kennis of wijsheid in het dodenrijk, waarheen u gaat.” (Prediker 9:5 en 10)

“Want in de dood is aan U geen gedachtenis; wie zou U loven in het dodenrijk?” (Psalm 6:6; 115:17; Jesaja 38:18)

De dood is als een onverzadigbaar roofdier dat zijn prooi grijpt en niet meer loslaat. Of als een koning, die mensen rooft en met strenge hand over hen regeert, alsof het slaven zijn die hij niet wil laten gaan. Zij zitten in een gevangenis, een kerker, waaruit zij niet meer kunnen ontsnappen:

“… doet het dodenrijk zijn keel wijd open en spert het zijn muil op, mateloos…” (Jesaja 5:14; Hab. 2:5)

“Droogte en hitte roven het sneeuwwater weg, zo het dodenrijk hen die zondigen.” (Job 24:19)

“… heeft de dood als koning geheerst … Want, indien door de overtreding van de ene de dood als koning is gaan heersen door die ene …” (Rom 5:14 en 17)

“Weet u niet, dat u hem, in wiens dienst u zich stelt als slaven … ook moet gehoorzamen als slaven, hetzij … van de zonde tot de dood, hetzij van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid?” (Romeinen 6:16)

De dood wordt daarom door gelovigen in de Bijbel terecht gezien als de grote vijand van de mens, uit wiens macht zij hun geliefden, laat staan zichzelf, niet kunnen bevrijden:

“Welk mens leeft er, die de dood niet zien zal, die zijn ziel zal redden uit de macht van het dodenrijk?” (Psalm 89:49; vergelijk 8:5 en 116:3)

“Niemand kan ooit een broeder loskopen, noch God zijn losprijs betalen … dat hij voor immer zou voortleven, de groeve niet zou zien.” (Psalm 49:8-13).

***

Vraag ter overdenking: Is de toestand van de doden veranderd sinds de komst van Jezus?

Wie sterven na een leven van geloof, blijven niet eeuwig dood. Hun toestand wordt in de Bijbel voorgesteld als een slaap, waaruit het mogelijk is te ontwaken bij het aanbreken van een nieuwe dag. Zij zijn ontslapen (ingeslapen), zijn de rust van de doodslaap ingegaan en wachten in het stof tot Jehovah hen wekt: Marc. 5:39/Luc.8:52; Joh. 11:11-13; 1 Kor. 15:17-18; 1 Thess. 4:14-15; Dan 12:2/13; Hand. 13:36; Jes. 26:19/Efez. 5:14; Joh. 11:24.

.J.K.D

+

Voorgaande:

Fundamenten van het Geloof 5: De mens, geschapen naar Gods beeld en als Zijn gelijkenis

Fundamenten van het Geloof: 7. Zonde. Overtreding van Gods wil

++

Aansluitende lectuur

  1. De Schepper achter eerste levende wezens
  2. Terugblikkend op de eerste mens en eerste gebeurtenissen 1 Ontstaan en plaatsing eerste mens
  3. Voorziening van leven
  4. Bereshith 2:4-14 Adem en leven plaatsing door de Elohim God
  5. Bereshith 2:15-25 De mens geplaatst in de tuin van Eden
  6. Bereshith 3:1-5 De grote misleiding
  7. Bereshith 3:1-6 Het bedrog
  8. Keuze van levende zielen tot de dood
  9. Terugblikkend op de eerste mens en eerste gebeurtenissen 2 Daad van ongehoorzaamheid eerste mens
  10. Fundamenten van het Geloof: De goedertierenheid van God
  11. Al of niet onsterfelijkheid
  12. Dood
  13. Beperktheid van de mens tot in zijn dood
  14. Wat gebeurt er als wij sterven
  15. Vindt er een transfer plaats na de dood?
  16. Wij zijn sterfelijk en zullen tot stof vergaan
  17. Ontbinding
  18. Decomposition, decay – vergaan, afsterven, ontbinding

Reformatorische christenen beweren dat wij mensen vanuit onszelf niets zijn

Nederlandse Reformatorische christenen beweren dat wij mensen vanuit onszelf niets zijn. Dat zou maar heel erg zijn. Gelukkig is dat niet zo en mogen wij er op aan dat elk menselijk wezen, gelovig of niet gelovig, wel degelijk “iets” en zelfs “iemand” is.

Ieder individu heeft een eigenwaarde en heeft ook iets te betekenen in deze wereld. elke mens is in het evenbeeld van God geschapen en past ook in Gods Plan. Of wij dat Plan kennen of niet, of er in geloven of niet.

De kerkgemeenschap die denkt de beste te zijn en er van overtuigd is dat de mens niets zonder hen is, heeft in mijn ogen wel een heel hoge dunk van zichzelf.

Sommige predikers geven ook toe dat zij elf na 50 jaar werken in “de wijngaard van de Heer” er niet tegen kunnen wat er nu speelt.

Geen enkele kerkgemeenschap kan het zieleheil van andere mensen opeisen. Dat behoort God toe en het is aan Zijn zoon gegeven om te oordelen over levenden en doden.

Het is niet het geloof dat iemand zal maken. Men moet zichzelf vormen enweten waar te maken. Het geloof kan helpen om zijn menszijn te verbeteren, maar eerst moet er de wil zijn om zichzelf te vormen en zijn persoonlijkheid naar buiten te laten komen.

Elkeen die hier ter wereld is, is van waarde! Elk levend schepsel, zij het een plant, dier of mens, is iets en moet erkenning krijgen voor haar zijn. Dat “zijn” ontkennen, negeren of minimaliseren, is inzekere zin het scheppingswerk van God negeren. Want elke plant, dier of mens die wij rondom ons kunnen zien is daar omdat God het toe laat dat deze daar is.

Van onszelf zijn wij een scheppingselement van God met zijn eigen waarde en typische of persoonlijke eigenheden.

Gelovend of niet is elk levend wezen een eigenheid, een iets in het andere iets.

 

Kritiek op religie hebben

“Het is jammer dat als je kritiek op een religie uitoefent dat je dan opeens wordt neergezet als een boze, ‘witte’ man.
Tegen dat ‘witte’ en dat man zijn kan ik niets doen.
Boos ben ik eigenlijk nooit.
Maar wat veel moslima’s met mij doen is precies wat ze mij verwijten.”

~Jan Jaap de Ruiter

 

Omgaan met verschillen

Als men in de België en Nederland kijkt hoe bepaalde christenen omgaat met andere mensen kan men zich veel vragen stellen over hun christen zijn.

sommigen zouden eens moeten kijken naar Wim Wijnholds directeur van Perspectief Groep, hoe die 24 uur per dag christen probeert te zijn.

“In een bedrijf is dat iets gemakkelijker, omdat veel dingen zijn vastgelegd in afspraken en processen. De manier waarop je werkt moet goed zijn, anders kun je als bedrijf niet overleven. Ik wil graag overbrengen dat de belangrijkste bron buiten ons ligt, dat is in Christus.”

zegt hij.

Wijnholds groeide op in een christelijk gezin en koos er rond zijn 15e levensjaar bewust voor om Christus te volgen.

“Toentertijd vond ik het belangrijk om voor mijn geloof uit te komen en het geloof in mijn leven een belangrijke rol te laten spelen.”

Inmiddels is Wijnholds directeur van Perspectief Groep, een klein samenwerkingsverband van professionals die werken aan verandering van organisaties en mensen.

“Mijn belangrijkste taak is mijn collega’s en medewerkers te motiveren en stimuleren. Op die manier wil ik overbrengen hoe we onze waarden naar onze manier van werken kunnen vertalen.”

In het Christelijk geloof draait eigenlijk alles om waarden en ethiek. Mensen rondom ons zouden een verschil aan ons moeten zien tussen een ongelovige en ons als gelovige. Het is namelijk zo dat atheïsten en anders gelovigen even goed goede mensen kunnen zijn. Maar toch moet er in die goedheid en rechtvaardigheid meer schuilen bij de gelovige in Christus dan bij de anders- of niet- gelovige. Ook in de wijze van leven en in de omgang naar een geloofsgemeenschap moet er steeds de liefde voor Gods schepselen zijn, welke tot gevolg heeft dat men op een bepaalde manier zal werken en zich naar de werkenden zal gedragen.

Wijnholds zegt

“Mijn christen-zijn wil ik als ondernemer in mijn werk laten zien door in de praktijk zorgvuldig met verschillen om te gaan. We geven mensen over het algemeen langer de kans hun eigen pad te vinden. Verder zijn er in het bedrijf veel christelijke functionarissen werkzaam. We proberen ons handelen te verantwoorden voor God en elkaar. Dat helpt ons alert te blijven. “

Hij geeft wel te kennen dat vroeger er geen plaats was in zijn bedrijf voor niet-christenen en maakt het niet duidelijk waarom er dan eigenlijk wel een aantal jaar geleden er werd besloten om ook niet-christenen toe te laten.

Met zijn werk blijft hij wel werken vanuit de christelijke basisopvattingen. Maar geeft aan dat christenen zich niet moeten afscheiden van anderen.

Afscheiden is risicovol, omdat je dan niet meer weet hoe anderen over bepaalde zaken denken,”

verklaart Wijnholds.

Volgens hem kan je geloof wel niet vertalen in leefnormen, maar wij denken juist van wel. Het geloof moet de ondersteuning zijn van een levenswijze en moet veruiterlijkt worden door je manier van doen. Aan het handelen en spreken moet men de ware Christen leren erkennen. Anderen moeten kunnen zien en horen dat jouw kern geworteld is in Christus en dat je bereid bent om je te laten leiden door Gods Geest. Dat er mensen zijn die dat scheiden kan hij ook wel moeilijk verklaren. Hij geeft aan

Door op momenten van stille tijd God te zoeken en te reflecteren hoe ik de dag doorbreng, streef ik ernaar mij door God te laten leiden. Dan zijn er op de dag momenten dat je tijdens belangrijke beslissingen ruggespraak houdt.”

Wijnholds merkt op dat de niet-christenen binnen het bedrijf in de praktijk meer open gaan staan voor het christelijk geloof.

“Velen hebben er een andere kijk op gekregen. Ik denk dat op individuele momenten mensen elkaar op weg helpen, ook christenen onderling. We hebben mensen uit allerlei soorten denominaties, waardoor er gesprekken met verschillende invalshoeken ontstaan. Harmonie is bijzonder en sfeer is uniek. Ik geloof dat mensen vanuit hun christen-zijn een groot verantwoordelijkheidsbesef hebben, wat wij weer proberen te stimuleren.”

Voor hem is het persoonlijk en gemeenschappelijk geloof belangrijker dan zich te houden aan normen, maar toch geeft hij toe dat

het gaat om wandelen met Christus en achter Hem aangaan.”

+

Voorgaande: Problemen bij vele Christenen aan de boodschap ‘God is liefde’

Problemen bij vele Christenen aan de boodschap ‘God is liefde’

Het is algemeen geweten dat vele niet-gelovigen of atheïsten er over spreken dat als er een god zou bestaan deze zeker niet een van liefde kan zijn, want er gebeuren zo veel afgrijselijke dingen in deze wereld. Velen vergeten hierbij wie eigenlijk de schuldige is voor die vele wreedheden en wie de eigenlijke veroorzaker is van de vele natuurrampen.

“Overal in kerken hoor je dat ‘God liefde is’.

Aan die drie woorden wordt vaak het woordje ‘onvoorwaardelijk’ toegevoegd. Juist dat woord zorgt voor veel schade,”

vertelt David Pawson, die hier aan toe voegt

“Jezus en de apostelen noemden de liefde van God niet in hun publiekelijke prediking.”

David Pawson sprak twee weken geleden in Zuid-Afrika tijdens een conferentie voor voorgangers en predikanten.

“Wat begrijpt een ongelovige van deze ‘onvoorwaardelijke liefde’? In Engeland kregen twee homoseksuelen door middel van een draagmoeder een kind. Nadat ze hun tweede kind kregen gingen ze daar mee naar de Church of England, om de baby te laten dopen. De vicaris twijfelde over het dopen van de baby’s. Een van de mannen reageerde hierop en zei: ‘Gods liefde is toch onvoorwaardelijk? Die liefde veroordeelt niet.’ De man zei dit omdat hij ergens de toevoeging ‘onvoorwaardelijk’ had opgepikt.”

Vandaag vinden wij wel zeer veel gelovigen die zeer veroordelend zijn. Meer en meer beginnen zogenaamd Christenen te kappen op andere mensen, en vooral op diegenen die niet van hun land zijn. Vreemdelingen moeten het overal ontgelden. zou liefde niet alles moeten overtreffen en boosheid en veroordelingsdrang uit de wereld moeten helpen?

David Pawson:

“Wanneer we ongelovigen vertellen dat God liefde is, nodigen we mensen uit tot criticisme. Want als God liefde is, waarom lijden er dan zoveel mensen?
Voor een ongelovige betekent dit woordje ook dat God nooit oordeelt. Dat betekent dan ook dat God nooit iemand naar de hel stuurt. Toen ik eens een boek had geschreven over de hel werd ik overal in Engeland geïnterviewd. De interviewer vroeg mij:

‘hoe kan een God die liefde is iemand naar de hel sturen?'”

Hierbij werd dan heel duidelijk hoe de bevrager en Pawson zelf een vertekend beeld hebben van wat de hel volgens de Bijbel eigenlijk is. Pawson antwoordde door een vraag terug te stellen:

‘waar heb je het idee vandaan dat God een God van liefde is’.

‘Zei Jezus dat niet?’

antwoordde de presentator. Ik vertelde hem dat alles wat ik over de hel had geschreven in mijn boek, mij is geleerd door Jezus. Het was Jezus die de mensen over de hel vertelde. Op twee waarschuwingen over de hel na, gaf hij deze zelfs aan zijn discipelen. Toen hij de zeventig uitzond zei hij:

‘Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna.'”

Volgens Pawson is de liefde van was niet de apostelen hun Evangelie, terwijl wij van die liefde het centrum maken.

Het is een feit dat Jezus, noch de apostelen de liefde van God noemde in hun publiekelijke prediking. En toch horen wij het overal.

Ik sprak eens voor een paar honderd evangelisten in Noorwegen en vertelde hen over dit probleem met de zin ‘God is liefde’ in evangelisatie. Een meisje kwam na afloop in tranen naar me toe en zei:

u nam mijn Evangelie weg.

‘Maar Jezus vertelde hen over God zonder de liefde van God te vertellen,’ antwoordde ik. Waarom zouden wij dat niet kunnen? Omdat we het misschien niet hebben begrepen?”

Moeten we dan vertellen dat God ‘goed’ is? Dat komt wat dichter bij de waarheid. Het woordje ‘goed’ gebruiken we als het gaat over onze hond, het weer. Het zou een belediging zijn om het met die achterliggende betekenis te gebruiken als het om God gaat. Jezus zei eens tegen iemand: ‘Waarom noem je mij goed? Er is niemand goed dan God.’ Als we die uitspraak serieus nemen gebruiken we het woordje ‘goed’ alleen maar voor God, zodat we Hem een speciale plek geven.

Nochtans zouden wij moeten beseffen dat God wel degelijk Zijn schepping lief heet. Maar God heeft de mens ook dat gegeven wat de mens verlangde. De mens ging in verzet tegen God en twijfelde over Zijn rechtschapenheid en Zijn recht om alles te beheren. Aldus heeft God de wereld in de handen van de mens gegeven. Uit liefde gaat Hij niet in tegen de mens, maar laat Hij die zijn gang gaan. Ook al doet de mens heel wat slecht tegenover het milieu. Het klimaatprobleem is ontegensprekelijk het gevolg van menselijk wanbeheer.

David Pawson haalt aan

We kunnen in plaats van ‘God is goed’, en ‘God is liefde’ beter het woord ‘rechtvaardig’ gebruiken.

Jezus noemde God niet lieve, of goede Vader. Hij noemde Hem ‘rechtvaardige Vader.’ God is rechtvaardig. Dat betekent dat alles wat Hij doet goed is, en juist daar zit een zekerheid in.
Ik schreef eens op een vel papier alle dingen die God niet kan doen. Uiteindelijk vond ik 31 dingen die God niet kon doen. ‘Hij kan niet een leugen vertellen. Hij kan niemand dwingen van Hem te houden. Hij kan geen belofte breken.’ Toen ik dat opschreef, realiseerde ik me dat de dingen die Hij niet kon doen, ik wel had gedaan. Ik realiseerde mij dat ik mij zo machtiger wilde maken dan God. De Heer heeft de kracht om alles te doen, maar zijn natuur voorkomt dat Hij slechte dingen doet.”

Dit is goed en slecht nieuws, stelt Pawson.

“God houdt meer van rechtvaardigheid dan van mensen, vanwege wie Hij is. Kijk maar naar wat er bij Noach gebeurde. Een hele generatie werd overspoeld vanwege hun ongerechtigheid. God houdt meer van rechtvaardigheid dan van mensen. Anders had hij nooit de vloed kunnen sturen. Dit vindt de wereld moeilijk om te accepteren. Het laat zien dat Hij niet alleen de Schepper is, en de God die er nu is, maar ook dat hij de Rechter is van alle mensen. Er zal een dag komen dat God rekeningen op maakt. Dat is het feit wat lijkt te verdwijnen wanneer het over onvoorwaardelijke liefde gaat. Op een dag zal God al het kwaad vergelden en dit bovendien weg doen. Dan zal Hij een nieuw universum, een nieuwe hemel maken, en daarin zal rechtvaardigheid zijn. Hij wil ons daar voor klaar maken.”

Vandaag is er de mens die meer en meer laat zien dat hij de Liefde van God niet in zich draagt. Velen die zich Christen noemen dragen ook de liefde van Christus niet in zich. Waar Jezus het op nam voor de armen en minst bedeelden, willen de huidige Christenen veelal zichzelf verrijken en zitten zij helemaal niet in met mensen van andere streken die zij liefst niet in hun eigen streek zien belanden. voor hen is hun eigen stekje heilig en is er geen plaats voor immigranten of voor anders gelovigen.
Daar waar Jezus open stond voor vele andere mensen, is er in hun hart geen plaats voor die ander.

Niets van de wereld eisend


Wanneer je niets van de wereld eist,
noch van God,
wanneer je niets wilt, niets zoekt, niets verwacht,
dan zal de allerhoogste staat onaangekondigd en onverwacht tot je komen.

Sri Nisargadatta Maharaj

English version / Engelse versie > Demanding nothing of the world

Angst voor ouderwetse regels en verlies van christenen

In het Nederlandstalig gebied van West-Europa zijn er heel wat die extreme ideeën hebben. Beiden maken elkaar bang en willen de anderen doen geloven dat zij deze contreien gaan of moeten overheersen.

De grote toestroom van immigranten doet veel mensen denken dat diegenen die zich hier willen komen vestigen, zich niet zullen aanpassen aan onze westerse samenleving en dat zij hun geloof aan de anderen zullen gaan opdringen.

Velen die zo bang zijn vergeten dat het enkel diegenen die zwak in hun eigen geloof staan bekeerd zullen kunnen geraken. Doch bekering loopt niet zo van een leien dakje. Wij moeten echter bewust zijn dat sommige geloofsgroepen weinig vergen om een bekeerling op te nemen en dit doen met aanlokkelijke slogans maar weinig diepgang. Gevolg hiervan zal zijn dat sommige van die bekeerden na een tijdje wel de waarheid zullen gaan inzien en die gemeenschap dan ook de rug zullen gaan toe keren. Hiertoe moet de rest van de maatschappij ook openstaan en er voor zorgen dat die ontmoedigden dan terug opgevangen kunnen worden in een ordelijke maatschappij.

Dat uit een studie van 2013, die nu zeer in de belangstelling is, blijkt dat in Nederland en vijf andere Europese landen tweederde van de ondervraagde moslims hun religieuze wetten belangrijker vinden dat de wetten van de landen waarin zij leven moet ons niet verwonderen. In wezen zouden de geloofswetten voor elke gelovige de basis waarden moeten vormen voor hun leven. Ook in het Christelijk geloof wordt er gevraagd om uit de wereld te stappen en zeker nooit akkoord te gaan met staatswetten die indruisen tegen de wetten van God. Bij de meerderheid van de Christenen is het echter zo dat zij zelf veel wetten van God niet na leven en eigenlijk weinig of geen interesse hebben in de beleving van het geloof of van God. Waar zij zich hoofdzakelijk aan houden zijn de heidense feesten en de menselijke tradities die eveneens meestal gebaseerd zijn op heidense gebruiken.

Dat er zo veel jongeren aangetrokken worden tot het islamitische geloof zou de mensen in het westen meer vragen moeten doen stellen. Indien veel christenen zich zouden gaan bekeren tot de islam zegt dat niet meer over die christenen dan over de islamieten?

Men kan er niet naast zien dat in de jaren 6070 van vorige eeuw heel wat Turken en Marokkanen naar hier zijn gekomen om meer te verdienen en zich een beter leven op te bouwen. Van die gezinnen bracht de meerderheid een conservatievere levensstijl mee dan de meerderheid in hun land. Die zeer oude conservatieve godsdienstbeleving bleef hier in hun kinderen ingedrukt geworden. Ook zij moesten zich houden aan de klassieke geloofsbeleving meet al de gebruiken van hun ouders hun heimat. Door hun afzondering en dikwijls het leven in ghettos kon hun geloofsbeleving stagneren en gingen velen niet mee met de tijd.

Door institutionele uitsluiting en stigmatisering kon de ‘underdog’ groeien en kreeg men uitvergrote verkeerde beelden. Bepaalde politieke partijen zagen hierin de kans schoon om zich te richten op hen die anders zijn dan de plaatselijke bevolking.

WLM - roel1943 - Koran

WLM – roel1943 – Koran (Photo credit: Wikipedia)

In beide groepen, moslims en niet moslims geraakten valse beelden aangenomen gedachten die niet altijd kloppen met de werkelijkheid. Zo hebben bijvoorbeeld moslims in Duitsland aanmerkelijk minder rechten dan in Nederland. Sterker nog: in geen enkel Europees land hebben moslims zoveel rechten als in Nederland. Nochtans voelen vele moslims in Nederland onterecht behandeld. Ook in België geraken meerderen ook meer gefrustreerd. Vooral de media die mee helpen om een angstpsychose te creëren helpen er aan mee om de ontevredenheid aan te scherpen.

Ook al willen de leden van het Christendom, en voornamelijk dan de Katholieken, geloven dat zij de grootste ware geloofsgemeenschap is, kan de Islam zich veroorloven te zeggen dat 1 op vier Islamiet is. Van de totale wereldbevolking in 2009 (6,8 miljard) werden er namelijk 1,57 miljard mensen als moslim geboekstaafd. Er leven ook meer moslims in Azië dan in het Midden-Oosten. Ook al zou slechts vijf procent van de Europese bevolking of  ongeveer  38 miljoen mensen, aanhanger van de Islam zijn moeten wij er rekening mee houden dat er een veel grotere groep is die niet behoort tot de algemeen erkende geloofsverenigingen of Moslimexecutieven.

Het zijn die anders gelovige moslims die zoals anders gelovige christenen toch ook een belangrijke geloofsgroep vormen. Ook in België zegt men dikwijls ‘de christenen’ maar doelt men op de katholieken en vergeet men heel wat christenen die heel andere gebruiken en geloofsovertuigingen hebben dan die Rooms Katholieken. Zo  ook  zijn er onder de Islamieten heel wat verschillende strekkingen die niet allemaal dezelfde regels hebben, laat staan de zelfde geloofsopvattingen.

Erg is het gesteld met de fundamentalistische groepen die zo veel aandacht krijgen in de media dat de gewone mens wel begint te geloven dat zij ‘de Islam’ voor stellen. Vooral de Moslimexecutieve of in het algemeen de Islamitische raden hebben hiertoe bij gedragen door niet tijdig tegenwind te geven en er op te duiden waar Alquada, ISIL, ISIS, IS of Daesh en Bokoharam dingen deden die indruisen tegen het ware islamitische geloof.

Pew Forum on Religion and Public Life bracht in 2009 naar voor dat Islam is de tweede godsdienst in de wereld na het Christendom, dat ongeveer 2,2 miljard volgelingen heeft. Nu zeven jaar later ziet het Christendom de zeer grote groei van die Islam als een bedreiging aan en beseffen velen dat er heel wat meer moslims zijn dan de geregistreerden.

In België is dat duidelijk te zien aan de vele streken waar meer dan de nu normale 25% moslims kan vast gesteld worden.

Die enorme groei van de laatste jaren, waarbij ook veel meer vrouwen met hoofddoek een gewoon straatbeeld zijn geworden, boezemt velen angst in dat het nog meer gaat doorzetten door de toestroom van migranten.

The Balkans Chronicles getuigt van zulk een angst in de volksmond. De auteur wil de mensen doen geloven dat de meeste mensen gewoon niet bewust zijn dat de islam niet zomaar een religie, maar een totalitaire politieke cult-achtige ideologie is, die zijn volgelingen dwingt tot blinde gehoorzaamheid, leert intolerantie, brutaliteit en alle moslims en niet-moslims vergrendelt in een strijd die rechtstreeks voortvloeien uit de 7e eeuw nomadische, roofzuchtige, Bedoeïen culture. {Islam is hier om Europa over te nemen!}

Waar hij dit vandaan haalt mag Joost weten. Hij schrijft verder

Deze politieke ideologie heeft als doel, de wereld te onderwerpen,hetzij vreedzaam door middel van zending en migratie, hetzij met geweld door middel van de heilige oorlog of jihad… {Islam is hier om Europa over te nemen!}

Zonder oog te hebben wat bepaalde zogenaamd christelijke groepen hebben uitgespookt de vorige eeuwen, hun moorddadige acties in de doofpot stekend, kijkt hij wel naar tegenreacties van Islamitische groepen.

Ook wijst hij met een boze vinger naar de migratieproblematiek waarin hij een verder gevaar van islamisering ziet. Hij schrijft:

In landen waar moslims met oorlogsvoering de sharia niet dwingend kan opleggen, daar wordt gebruik/misbruik gemaakt van migratie. Indonesië, Maleisië, Centraal Azië en delen van India dankzij migratie werden geïslamiseerd. Migratie is slechts een verkapte verovering en het zal pas eindigen wanneer de hele wereld is veroverd.Er zijn nu 57 staten waarin de islam regeert…

Europa wordt binnenkort een ‘islamitische staat’, waar de shari’ah geldt! De opkomst van de islam, betekent ook de opkomst van de sharia wetgeving in ons rechtssysteem.Veel menende term ISLAMISERING niet helemaal begrijpen.Met islamisering wordt niet alleen de toename van de moslimpopulatie bedoeld, en ook niet de militaire verovering van het land door moslims of de stichting van een islamitische staat. Islamisering is een proces waarbij de religie sluipenderwijs alle aspecten van het leven gaat domineren. {Islam is hier om Europa over te nemen!}

Dit lijkt wel Vlaams Blok of Vlaams Belang praat en is niet gestoeld op werkelijkheid maar getuigd ook van een onderschatting van het huidige staatsapparaat. Alsook onderschat het het vermogen van de Europese Unie als gemeenschap van federale staten die ook zelf hun eigen zeg in eigen land mogen doen.

Londen is een mooi voorbeeld hoe zijn gedachte over de komende twintig jaar, werkelijkheid kan worden en er niet alleen  genoeg islamitische kiezers in dat Europa zullen zijn, maar dat er ook anderen er voor zullen kiezen om op een Islamiet te kiezen als burgemeester of als President!  Heeft men er in het verleden zo veel vragen bij gesteld als het een Katholiek, Protestant, Niet gelovige, Humanist, Boeddhist of anders gelovige was die zich kandidaat stelde in een gemeente of in het land voor een kiesbare plaats?

Hebben die Christenen die zo bang zijn dat hun geloofsgemeenschap zal verminderen zich zorgen gemaakt toen atheïsten de burgemeesterposten gingen opeisen of parlementszetels gingen innemen? Waar waren dan die bezorgde christenen toen wetten werden goedgekeurd die tegen hun christelijk geloof ingingen? Toen leek het allemaal heel gewoon of moest iedereen maar mee op de kar van de vooruitgang klimmen.

Wat heeft men gedaan toen men gemeenschapsscholen or rijksscholen oprichtte, of protestantse Bijbelscholen of Joodse scholen terwijl men nu bezwaren heeft tegen sharia erfenissen, sharia scholen, en sharia banken in Europa?

Dat in Amsterdam polygame huwelijken officieel worden geregistreerd door de gemeentediensten is dat niet gewoon der werkelijkheid voor waar nemen? Trouwens heel wat Belgische blanke mannen houden er ook meerdere vrouwen op na, zonder dat zij al doende geregistreerd zijn. Is hun buitenechtelijke verhouding dan zo veel beter dan de echtelijke verbintenis van diegene die openen bloot voor meerdere vrouwen zorgt en hun goed behandelt?

Heel wat zogenaamde christenen zien er geen bezwaar in om seks te hebben voor het huwelijk of om met nog anderen seks te hebben als zij al door de echt met iemand anders verbonden zijn. Sommigen houden er zelfs van om van de verscheiden geslachten te snoepen en enkelen vinden het heel aangenaam om met meerderen tegelijk de liefde te bedrijven en vinden er zelfs geen bezwaar in om er mee te pronken.

De normen en waarde in onze westerse samenleving zijn zodanig laag komen te staan dat bepaalde bevolkingsgroepen terecht een halt toe roepen tegen die decadentie. Dat het voornamelijk Islamieten zijn, getuigd alleen maar hoe weinig christenen echt met het geloof bezig zijn en zich aan de regels van hun heilige boeken willen houden.

Sommige debatten zoals rond de hoofddoeken zijn dikwijls zaken die wij eerder bij de katholieken ook gezien hebben. De kinderboom generatie hebben hun ouders nog weten gescheiden zitten in de kerk en zagen hun moeders nog gesluierd en ofwel met hoedje of met hoofddoek de straat op gaan. Voor veel jongeren vandaag is dat niet meer gekend, maar dat wij ze gerust eens onze familie albums eens voor leggen.

Vele christenen zijn vergeten hoe de nonnen hun kapsels waren of hoe priesters in habijt rond liepen. In sommige landen is dat nog gewone praktijk.

Kan men niet inzien dat bepaalde islamitische groepen nu in een zelfde fase zitten als de christenen in de vorige eeuw hebben mee gemaakt?

Ook bij de moslims ziet men een duidelijke trent dat jongeren hun geloof minder diep beleven dan hun grootouders en ouders. Maar dat er terecht nu een opleving komt in geloofsbevraging is een feit waar wij in het westen beter zouden nadenken wat er in onze eigen cultuur verkeerd is gelopen. Indien christenen zo bang zijn dat het christendom zou ‘overwonnen’ worden door de islam, zouden zij zich dan niet beter aan de regels van die christelijke leer houden?

Betreft regels aan anderen opleggen moet iedereen die in het westen komt wonen zich aansluiten bij de rechtsbepalingen van dat land. Anders moet hij of zij dar niet wonen. Indien dat duidelijk wordt gemaakt aan hen die naar hier komen mag dat ook geen probleem vormen.

Iedereen, moslims maar ook christenen moeten zich er bewust van zijn dat geen enkele religie het recht heeft zich op te dringen aan anderen.

Analoog aan de uitspraak de Spaanse minister van Justitie López Aguilar (op 11-09-2004 ), geldt ook hier hetzelfde wat de Australische minister van Onderwijs Brendan Nelson zei:

“Indien u en uw achterban niet van plan zijn onze wetten, waarden en omgangsvormen te accepteren, hoort u hier niet thuis en dient u de koffers te pakken, paspoorten in te leveren en Australië te verlaten!” …

Maar dit hoeft niet in te houden dat zij niet hun eigen gebruiken en wijze van geloofsuitvoering zouden mogen hebben.  Zolang zij de vrijheid van een ander niet beperken en niemand schade berokkenen met hun geloofsbeleving moet deze ook vrij blijvend kunnen uitgevoerd worden.

Nederlands: Hans Janmaat, fractievoorzitter va...

Hans Janmaat, fractievoorzitter van de centrumpartij, tijdens een televisieuitzending in de zendtijd voor politieke partijen. Nederland, 8 februari 1984. (Photo credit: Wikipedia)

Dat een stem voor de PvdA, SP, Groen, Groenlinks, CDA, CD&V, N-VA, Liberalen of D66 een stem zou zijn voor Sharia, voor de burka’s, hoofddoekjes, moskeeën, gescheiden zwemmen, gescheiden klassen en ga maar door is een onterechte uitspraak. Mogen wij er ook op wijzen dat wij, die nu nog leven, zelf nog dat gescheiden zwemmen hebben gekend.  Natuurlijk moeten wij niet terug naar die oude tijd toen onze ouders nog met die lange zwempakken het zeewater in gingen en wij niet met ontblote benen en armen mochten lopen. Misschien kan de oudere generatie de jongeren daar misschien even terug aan herinneren. Ook al hebben deze, zoals de schrijver van dit stuk, zich ook heftig tegen die ouderwetse ouders en de maatschappij verzet. Wij zijn er zelfs de barricaden voor opgeklommen in 1968 en hebben er niet tegen opgezien om naakt te lopen of in communes te leven. Zo is de wereld van één uiterste naar een ander gegaan en ziet het er naar uit dat de wereld nu terug naar een ander (vroeger) uiterste wil gaan.

Om te zeggen

Nergens ter wereld bestaat er een goed functionerende islamitische samenleving...

is de waarheid geweld aan doen en er niet in geloven dat zoals het christendom geëvolueerd is, de Islam ook zal evolueren en gebonden zal zijn aan het tijdsgebeuren..

+

Lees ook:

  1. Veroverende geloofsgroep
  2. Angst en verlossing van het kwaad
  3. Eerste moslim-mensenrechtencommissie start deze maand
  4. Sharia een kwaad voor Islam
  5. 15 jaar cel geëist voor leider Sharia4Belgium
  6. Nieuwkomers, nieuwelingen, immigranten, allochtonen en import
  7. Wat heeft zovelen ertoe gebracht naar Duitsland te willen emigreren
  8. Migratie en veiligheid even geherformuleerd
  9. Overzicht voor het jaar 2015 #1 Dreiging en angst
  10. Islamofobie
  11. Is Islamfobie uitgevonden door fundamentalistische regime
  12. Interview P-magazine // Overbevolking: hoe gaan we al die vluchtelingen opvangen?
  13. Denemarken zwicht onder druk van anti asielzoekers
  14. Wanneer de jongere oor kreeg voor Arabische klanken
  15. Verbod veruiterlijking van overtuiging
  16. Boerka moet weg uit Frankrijk
  17. Fundamentalisme en religie #2 Frankrijk en België
  18. Fundamentalisme en religie #3 Vluchtelingen en racisme
  19. Fundamentalisme en religie #5 Verguisde Koran
  20. Fundamentalisme en religie #6 Versplintering
  21. Het Raadsel, Salah Abdeslam
  22. Waarom jihadi’s niet onze eigen schuld zijn
  23. Het failliet van de war on terror
  24. De nacht is ver gevorderd 2 Studie 1 Zijn het de laatste dagen? 1 Intro
  25. Het gevaar om niets te doen tegen de oorzaak en de kwaal
  26. Volgens vele Belgen over tien jaar in de problemen door te soepele asiel opnamen vandaag

++

Verwant aan het christen zijn en bekering

  1. Overdracht van mening te vrijwaren
  2. Moslims, Christenen en Gratis Heilige Boeken
  3. Onze God ook deze van de moslims
  4. Antwerpse tien dagen moslima voor sociaal experiment
  5. Bekering een ‘keerpunt’
  6. Christenen die het juiste hart hebben om anderen te roepen om naar God te komen
  7. Wie zichzelf kent, is mild voor een ander
  8. Wat betreft Wees de beste…
  9. Door verkondiging ook geruster
  10. De rol van de Vader en zijn Zoon

+++

Verdere bedenkingen van anderen
  1. Help mijn vriend doet aan de Ramadan!
  2. Religie, democratie & vrijheid
  3. Aanslagen en tegenslagen..
  4. Tegen IS, niet tegen de Islam
  5. De moslimburgemeester
  6. Ontbreekt het respect in Almere?
  7. Module: De succesvolle moslim door Ustaadz Suleyman Van Ael
  8. Leugens (FB column voorjaar 2015)
  9. Tijd voor Verandering
  10. Selvforsvar (upassende begejsting)
  11. Fremgang for ordentlige skoler
  12. Mental Health: Muslim Attitudes, Beliefs and Behaviour
  13. Should we wish a ‘Blessed Ramadan’ on our Muslim friends?

+++

Related articles