Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

Waar gaat het nu uiteindelijk om in deze discussie over ‘intelligent design’?

Enerzijds zijn er bijbelgetrouwe christenen, ervan overtuigd dat God bestaat en de wereld heeft geschapen: voor hen valt daar niet aan te tornen. Anderzijds zijn er wetenschappers, die op grond van onderzoek tot conclusies zijn gekomen waarvan zij terecht menen dat je daar niet zomaar aan voorbij kan gaan.

Met geen van beide standpunten is op zichzelf iets mis. Er is zelfs geen fundamentele reden waarom die met elkaar in conflict zouden moeten zijn. Maar de discussie is vervuild geraakt doordat hij aan beide kanten in handen viel van fundamentalisten, die er een ‘godsdienstoorlog’ van hebben gemaakt.

De essentiële denkfout

Aan christelijke zijde is de basisfout al ten tijde van de ‘Verlichting’ gemaakt, door goed bedoelende gelovigen die in hun optimisme meenden dat je nu een oude droom in vervulling kon doen gaan: het bestaan van God wetenschappelijk bewijzen. Maar dat kan zo niet, en dus lukte dat ook niet. Het opkomend atheïsme heeft die voorzet voor open doel vervolgens vol benut: als die gelovigen het met hen eens zijn dat alles wat waar is ook wetenschappelijk te bewijzen valt, en als zij er dan vervolgens niet in slagen dat bewijs te leveren, dan is daarmee afdoende ‘aangetoond’ dat God dus niet bestaat, als een soort ‘bewijs uit het ongerijmde’.

Het grondprincipe van geloof is echter:

“Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven” (Johannes 20:29).

De ware gelovige gelooft om heel andere redenen dan die waar het in deze discussie voortdurend om gaat. En de ‘gelovige’ die voor zijn geloof wetenschappelijke bewijzen nodig heeft, zit bij voorbaat al op het verkeerde spoor. Die bewijsvoering dient dan ook niet om het geloof van gelovigen te versterken, maar om ongelovigen ‘plat’ te krijgen. Omdat het christendom zo onnadenkend is geweest zelf de discussie op deze basis aan te gaan, is zij vervolgens met haar eigen argumenten afgeslacht. Zij heeft, als een Eva, de verleider in haar hof uitgenodigd in de hoogmoedige overtuiging het debat met hem wel te zullen winnen, en kan nu niet meer terugvallen op het, op zichzelf juiste, argument dat de basis van dit debat zelf om te beginnen al volledig verkeerd is.

Wat de Bijbel ons werkelijk wil vertellen

“Wie tot God komt, moet geloven dat Hij bestaat” (Hebr. 11;6, NBG-51).

Dat moet het uitgangspunt zijn, niet het resultaat. Als de Schrift keer op keer spreekt over de wonderen van de schepping, is dat niet om Gods bestaan te bewijzen, maar om Zijn grootheid te benadrukken.

Een kind van God gelooft al in Zijn bestaan, en ziet om zich heen de bewijzen, niet van dat bestaan, maar van die grootheid en majesteit, en van Gods zorg voor Zijn kinderen.
Wij zijn de Schrift echter gaan lezen als beoordelaars in plaats van als leerlingen. Wij willen daarin vinden hoe God bezig is geweest in de schepping en niet waarom Hij dat allemaal heeft gedaan. Het eerste hoofdstuk van de Schrift vertelt ons dat God de aarde niet alleen maar heeft geschapen, maar dat Hij die vervolgens ook stap voor stap heeft ingericht en bewoonbaar gemaakt voor de mens. Dat moet ons leren dat de mens niet maar een toevallig bijproduct van die schepping is, maar het doel ervan, en dat wij mensen Hem dus kennelijk ter harte gaan. Maar wij gebruiken dat hoofdstuk alleen om uit te vinden hoeveel tijd het Hem koste om de klus te klaren, en hoe oud de aarde dus is; om het antwoord op die vraag vervolgens te gebruiken om onze mede gelovigen de maat te nemen: of de rechtzinnigheid van hun geloof wel door onze beugel kan. En we leiden er theorieën uit af over de wereld van voor de zondeval, gebaseerd op het feit dat God die situatie ‘zeer goed’ heeft genoemd (Gen. 1:31). Wat er in feite op neer komt dat wij God het recht ontzeggen die situatie zo aan te duiden wanneer die niet zou hebben voldaan aan onze criteria voor ‘zeer goed’.

Waar het echt om gaat

In de middeleeuwen was het een uitgemaakte zaak dat de aarde het middelpunt was van het heelal, want ‘dat stond duidelijk zo in de Bijbel’. En het was de christenheid volledig ontgaan dat de Schrift alleen spreekt van de aarde als het middelpunt van Gods doel met de schepping, en dat de vraag naar het fysieke middelpunt van het heelal daarvoor niet van belang is, en dat we het antwoord op die vraag daar dus ook niet kunnen vinden. In dat geval liggen de wetenschappelijke waarnemingen inmiddels echter zo duidelijk, dat de meeste van ons (hoewel niet allen!) daar intussen wel achter zijn. Maar het zou ons net zo duidelijk moeten zijn dat de beschrijving in Genesis 1 van de inrichting van die aarde (niet de schepping ervan) ons heel veel te vertellen heeft over Gods plan en doel met ons, en ook in dat geval helemaal niets over het fysieke proces. Maar op dat punt denken wij nog steeds middeleeuws, en dus gebruiken we dat hoofdstuk voor een totaal andere, volslagen onbijbelse, discussie.

De slotsom

Het wordt daarom hoog tijd terug te keren tot werkelijk bijbels denken.

“De hemel verhaalt van Gods majesteit, het uitspansel roemt het werk van zijn handen” aan hen die geloven (Ps 19:2),

om hun geloof te versterken. Maar het is geen wetenschappelijk bewijs voor Zijn bestaan, te gebruiken om anderen mee om de oren te slaan.

Genesis 1 maakt ons duidelijk dat

‘niets ons zal kunnen scheiden van de liefde van God’,

zoals ook het feit dat Hij,

‘toen wij nog zondaars waren’,

Zijn Zoon heeft gegeven om ons te verlossen uit de macht van de dood, ons daar nog verder van overtuigt. Maar het is niet bedoeld om ons een beschrijving te geven van Zijn werkweek, en al helemaal niet om er onze mede gelovigen de maat mee te nemen.

De middeleeuwen kenden felle discussies over de vraag hoeveel engelen konden dansen op de punt van een naald, maar niemands behoudenis heeft ooit afgehangen van het antwoord daarop. Zo zouden wij inderdaad moeten begrijpen dat deze schepping het resultaat is van een buitengewoon intelligent ontwerpplan, een plan bedoeld voor onze behoudenis. Maar dat zouden wij moeten koesteren als een kostbaar inzicht, ons door God geschonken om ons geloof te versterken, en om zo mogelijk te delen met anderen. Maar niet als een rechtvaardiging voor fundamentalistisch gedrag.

R.C.R.

+

Voorgaande

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Geloof en onderzoek: Schepping, intelligent design, evolutie (5) De atheïstische fundamentalist

Wetenschap en religie zijn met elkaar te rijmen

++

Aanvullende lectuur

  1. Grootste oorzaak van atheïsme in de wereld zijn de Christenen

Palestijnen volgens sommigen een ‘uitgevonden volk’

Er zijn er die beweren dat de Palestijnen oogstten wat ze gezaaid hebben, toen
Gingrich hen als een uitgevonden volk bestempelde.

Toch, zoals Barry Shaw opmerkt, zijn veel Arabieren het daarmee eens. In 1937 vertelde de Arabische leider A.B. Abdul Hadi tegen de Peel Commissie van de Volkenbond:

Er is geen land zoals Palestina.

Palestina is een term die de Zionisten uitgevonden hebben … Ons land was altijd een deel van Syrië.

In 1946 zei de Arabische professor in de geschiedenis van het Midden Oosten aan de Princeton Universiteit, Philip Hitti, tegen de Anglo-Amerikaanse Onderzoekscommissie:

Het is algemeen bekend dat er niet zoiets als Palestina in de geschiedenis is.

Voor diezelfde commissie zei de Arabische Prof. J. Hazam over de Balfour Declaratie:

er was nooit een Palestijnse kwestie en er was geen Palestina als een politieke of geografische eenheid.

In 1956 zei Ahmed Shukari, die later de PLO stichtte, tegen de VN:

Palestina bestaat in het geheel niet.

Zelfs Arafat zei in 1970 tegen een Italiaanse journalist:

De PLO bevecht Israël in de naam van het Pan-Arabisme.
Wat u Jordanië noemt is niets meer dan Palestina.

Hij had gelijk omdat Jordanië door de Britten werd gecreëerd op 77% van het land dat aan het Joodse volk door de Volkenbond in 1922 beloofd was.
En Feisal Husseini zei, na de Oslo-Akkoorden in 1993:

Het Palestijnse Volk is niets meer dan een ‘Trojaans Paard’ om het land van Israël te veroveren. (“Gingrich is right about the Palestinian fraud …” B. Shaw, JP Blogs, 19 Dec. 2011)

Uit de oude doos: De da Vinci code

Naast de ophef over het Evangelie van Judas gonsde het ook in 2006 van een complottheorie in het Vaticaan.

Wij schreven toen

Het zal u niet ontgaan zijn dat er recent enige commotie is ontstaan rond de schrijver Dan Brown, meer speciaal rond zijn mysterieroman ‘De daVinci code’. Het werk is fictie, zoals elke roman, maar is losjes gebaseerd op een mengsel van historische werkelijkheid en reeds lang bekende buiten-bijbelse verhalen en theorieën over Jezus. En een kundig auteur als Dan Brown weet zo’n mengsel wel te verwerken tot een knap geschreven en spannend verhaal, met als gevolg dat zijn boek intussen in miljoenen-oplage over de toonbank gaat. Maar het blijft uiteraard fictie met geen groter waarheidsgehalte dan, om maar iets te noemen, ‘de scheepsjongens van Bontekoe’. Tot zover dus niets nieuws, of het moest zijn dat hij zijn ‘plot’ in feite iets te veel zou hebben ‘geleend’ van andere auteurs, zoals die intussen beweren (daar loopt inmiddels een rechtszaak over). Maar toen werd het verfilmd, en vervolgens brak ‘de hel’ los.
The da vinci code final.jpg Om een of andere reden schijnt een film (bioscoop of TV) in zulke gevallen een schijn van werkelijkheid op te roepen, die boeken nooit helemaal bereiken. En dus lopen christelijke groeperingen overal ter wereld ineens te hoop en organiseren demonstraties en boekverbrandingen, waarbij de islamitische commotie over ‘De Duivelsverzen’ in het niet lijkt te verzinken. Dat steekt wat merkwaardig af tegen het minstens even grote ‘succes’ van een serie boeken, even commercieel van opzet, die in de VS worden verkocht als ‘christian fiction’, waarin een even fictieve beschrijving wordt gegeven van ‘het einde der tijden’, minstens even losjes gebaseerd op het Bijbelboek Openbaring. In tegenstelling tot het verhaal van Dan Brown wordt dit door veel evangelische christenen echter juist ‘de hemel in geprezen’ en als een mogelijke weergave van de toekomstige werkelijkheid gezien. En je telt daar als christen dus eigenlijk nauwelijks nog mee als je dat niet gelezen hebt.

Per saldo lijkt de enige gemeenschappelijke factor te bestaan in een opvallend gebrek aan echte Bijbelkennis. Wie zijn Bijbel voldoende kent, kan zich permitteren zijn schouders op te halen, en zulke boeken te zien voor wat ze zijn: lucratieve geldbronnen. Maar voor wie onvoldoende (of geen) Bijbelkennis bezit is zo’n vervaging van de grens tussen fictie en werkelijkheid kennelijk buitengewoon verblindend, en dan ofwel duivels en bedreigend, of juist een stralend brandpunt voor zijn geloof.

R.C.R.

 

+

Voorgaande

Uit de oude doos: Het Judasevangelie

Uit de oude doos: Het Judasevangelie

In 2006 was er heel wat ophef over het Evangelie van Judas.

Wij schreven toen

Wie in onze wereld aandacht wil trekken, zit altijd goed met complottheorieën, vooral op christelijk gebied. Jezus zou niet op aan een paal gestorven zijn, en dus ook niet echt uit de dood zijn opgestaan. Paulus zou een Romeins ‘undercover agent’ zijn geweest die, met listige verdraaiingen van Jezus’ boodschap, de christenen zou hebben wijsgemaakt dat ze de (Romeinse) overheid moesten gehoorzamen.

De lijkwade van Turijn zou ’s werelds eerste foto zijn, gemaakt door Leonardo da Vinci, die daarmee het Vaticaan een of andere duistere poets heeft willen bakken. Je kunt het zo gek niet verzinnen of het is verkondigd.

Nu heeft de National Geographic Society (NGS) weer uitgepakt met het verhaal dat Judas juist de ‘goede’ man was en alle andere apostelen slechterikken, of in elk geval domoren. De basis voor dit laatste verhaal is de ‘sensationele’ vondst van ‘het evangelie naar Judas’.
Nu is dat verhaal over de edele bedoelingen van Judas al bijna net zo oud als het christendom zelf, en dus niet echt nieuw. En het bestaan van dit ‘evangelie’ is ook al meer dan 18 eeuwen bekend, zij het alleen uit vermeldingen. Halfweg de vorige eeuw is er echter een late Koptische versie van opgedoken, waar sindsdien een erg schimmig spel mee gespeeld is, met als voornaamste trefwoord: geld.

Eerste pagina van het Evangelie van Judas (Pagina 33 van de Codex Tchacos)

Nu heeft de NGS met een fors bedrag de vertaling van de tekst gesponsord, en uiteraard wil men daar wat van terugzien. Dat wordt nu sensationeel in het nieuws gebracht,met complottheorie: eindelijk komt de echte waarheid aan het licht.
Helaas staat de NGS niet bekend om haar wetenschappelijke benadering van het christendom. Dit geschrift is er een uit een lange reeks van zogenaamde gnostische geschriften. Gnostiek is een leer van ‘ingewijd zijn in verborgen kennis’ (gnostiek is afgeleid van ‘gnosis’ = kennis). Gnostiek maakt gebruik van christelijke, of christelijk klinkende, elementen, maar moet in zijn aard feitelijk als niet-christelijk worden getypeerd. Voor zover de Bijbel al een rol speelt, wordt deze zeer ‘spiritueel’ en symbolisch geïnterpreteerd. Extreme stromingen zien ‘Jehova’ zelfs als de god van het kwaad, die de gangbare leer heeft verspreid als een dekmantel voor zijn negatieve bedoelingen. Een weldenkende christen, die werkelijk gelooft in God en in Zijn almacht, doet er goed aan te bedenken dat God het onmogelijk kan hebben toegelaten, dat de waarheid 2000 jaar lang door welke belang-hebbende partij dan ook kan zijn achtergehouden, en dat de goedwillende gelovige daar dan de dupe van zou zijn. En wie dat niet wil of kan aanvaarden, zou zich ernstig moeten afvragen in wat voor ‘god’ hij dan wel gelooft.

+

Volgende artikel omtrent complottheorieën: Uit de oude doos: De da Vinci code

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

In deze aflevering wil ik eerst een zijweg inslaan, voordat we verder gaan met ‘Intelligent Design’. Aan de basis van deze hele discussie ligt namelijk de vraag of God bestaat. En die discussie hoort hier niet thuis!

Thomas van Aquino

Thomas van Aquino; altaarstuk van Carlo Crivelli (detail)

Thomas van Aquino; altaarstuk van Carlo Crivelli (detail)

In de 13e eeuw kwam Thomas van Aquino met zijn vijf ‘godsbewijzen’, filosofisch opgezette bewijzen, en volgens de redeneerkunst van die tijd onderbouwd met verwijzingen naar andere denkers. Voor Thomas was dat in de eerste plaats ‘de filosoof’: voor hem was dat de Griekse wijsgeer Aristoteles (4e eeuw v.Chr.). Moderne filosofen menen echter dat zijn betogen niet sluitend zijn, omdat hij uiteindelijk vervalt in cikelredeneringen. En achteraf gezien was het misschien ook niet zo’n goede gedachte om het bestaan van de God van de Bijbel te willen bewijzen met behulp van een heidense filosoof. De redenen daarvoor lagen echter verder terug in de geschiedenis, toen kerkvaders en andere vroege christelijke schrijvers het geloof voor hun tijdgenoten aanvaardbaar trachtten te maken, door ‘aan te tonen’ dat de beroemde Griekse denkers eigenlijk al op één lijn zaten met de leer van de Bijbel.

Het horloge van dominee Paley

Die poging van Thomas van Aquino had eigenlijk alleen maar academische waarde, want in zijn tijd twijfelde nog niemand aan het bestaan van God. Dat veranderde met de “Verlichting” (ca. 1650-1800) met zijn toenemend atheïsme. In antwoord daarop kwam de Engelse dominee Paley in 1802 met zijn boek ‘Natuurlijke Theologie’ (afgeleid van ‘natuurlijke historie’ als term voor biologie). Daarin ging hij uitgebreid in op de extreme complexiteit en kennelijke doelgerichtheid van allerlei levensvormen. Hij betoogde dat dit voldoende bewijs was voor het bestaan van een ‘designer’ (een ontwerper), dus God. Het voorbeeld waarmee hij opent is wereldwijd bekend geworden:

“Stel dat ik een wandeling zou maken over de hei en een horloge zou vinden”.

Hij beschrijft dat horloge alsof het een onbekend voorwerp was, en betoogt dan dat hij bij bestudering van de complexiteit en doelgerichtheid van het mechanisme wel tot de conclusie moet komen dat dit is ontworpen en vervaardigd door een intelligent wezen, en niet door puur toeval kan zijn ontstaan. Uitgaande van dat voorbeeld beschrijft hij dan een uitgebreide reeks biologische organismen, om daaruit te concluderen dat deze slechts afkomstig kunnen zijn van de hand van een intelligente schepper. Dit is sindsdien de standaardbenadering van alle verdedigers van de scheppingsgedachte.
Je moet dan wel bedenken dat in Paleys dagen het begrip evolutie nog niet bestond. De eerste (voorlopige) uitgave van Darwins beroemde boek dateert van 1859 (de definitieve editie van 1872). In een herdruk van Paleys boek uit 1890, bijgewerkt en aangepast aan de laatste inzichten door een medisch professor, is in een introductie het volgende te vinden:

“De auteur (Paley dus) refereert aan een idee of veronderstelling, vagelijk gekoesterd door sommige schrijvers uit zijn tijd”,

waarmee hij vroege evolutiegedachten bedoelt. Paley had die even genoemd, om ze vervolgens als niet serieus van de hand te wijzen. In 1890 ligt dat intussen anders. De bewerker noemt de “theorie van evolutie” en ‘Dr. Darwin’ als een van de voornaamste verkondigers hiervan. Maar ook hij stelt (kort samengevat) dat het dan toch nog steeds alleen maar om het mechanisme van de ontwikkeling gaat, en niet om het duidelijke doel daarachter. Een constatering die zowel evolutionisten als creationisten intussen wat uit het oog verloren lijken te hebben. Tenslotte is het interessant te zien dat de term ‘Intelligent Design’ al opduikt in deze introductie.

De blinde horlogemaker

Sindsdien is er echter veel gebeurd in de wereld. Het atheïsme heeft de westerse wereld veroverd, en de biologie heeft vooral de laatste decennia spectaculaire ontwikkelingen doorgemaakt. En nu zijn fundamentalistisch denkende atheïsten (daar kom ik in een later artikel op terug) begonnen evolutie te presenteren als ‘bewijs’ dat God niet bestaat. In elementaire vorm houdt dat in:

“Je kunt de waargenomen complexiteit en doelgerichtheid van de bestaande organismen afdoende verklaren met behulp van de beide pijlers van het neo-darwinisme, te weten spontane mutaties van DNA en natuurlijke selectie. En dus heb je daarvoor geen God nodig”.

In de meest extreme vorm wordt daar dan ook nog de conclusie uit getrokken, dat die God dus ook niet bestaat. Het boek dat dat het nadrukkelijkst doet, is “De blinde horlogemaker” van Richard Dawkins. Dawkins geeft daarin welwillend toe dat Paleys bewijs vóór Darwin inderdaad onweerlegbaar was, maar sinds Darwin is er volgens hem geen enkel excuus meer om dat nog te geloven: evolutie is de ‘blinde horlogemaker’ die dat horloge op de hei tot stand gebracht heeft. Nu is Dawkins’ wijze van redeneren verre van sluitend, en in zijn ‘bewijs’ dat God niet bestaat, vervalt hij in nog veel duidelijker denkfouten (of zijn het bewuste manipulaties?) dan Thomas van Aquino zeven eeuwen eerder. Maar als we eerlijk zijn (en dat behoren we boven alles te zijn!) moeten we toegeven dat Paleys horloge wel het nodige van zijn oorspronkelijke glans heeft verloren. Dus het kan geen kwaad een en ander nog eens goed tegen het licht te houden.

Conclusie

We zouden uit deze ‘geschiedenisles’ daarom de volgende conclusie moeten trekken. Er zijn voldoende redenen Gods hand in de schepping te zien, en dus ook voldoende redenen om de doelgerichtheid daarvan te zien als een krachtige demonstratie van Zijn grootheid en wijsheid.
Maar de discussie is vervuild geraakt door goedbedoelde pogingen dit te gebruiken als bewijs voor zijn bestaan, en dat was niet zo verstandig. Zoals het destijds ook niet zo verstandig was om een bij uitstek Griekse denker als Aristoteles voor dat doel te gebruiken. We doen het verstandigst als we naar ervaringen zoeken die onszelf overtuigen, in plaats van onze buurman, en dan zijn er betere redenen om in God te geloven. En de schepping kan ons nuttiger lessen leren dan hoe wij onze ongelovige medemens intellectueel zouden kunnen aftroeven.

R.C.R.

+

Voorgaande

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

++

Aanvullend

  1. Ontstaan van het lineaire denken
  2. Kosmos, Schepper en Menselijk Lot
  3. Begin van leven op aard: schepping of evolutie
  4. EO-directie: ‘Wij geloven in God als Schepper’
  5. Grootste oorzaak van atheïsme in de wereld zijn de Christenen
  6. Christenen vragen atheïsten te bewijzen dat God niet bestaat

+++

Gerelateerd – Related articles

  1. Terechte kritiek vanuit gespecialiseerde ecologen op Dna-biologen @volkskrant #dnatechnologie #evolutieleer
  2. Terug naar de zee!
  3. Richard Dawkins, almost too British to function – de menselijke reflexiteit met betrekking tot inzicht en kritiek op de rede worden hier secundair en primair het contract, desondanks deze spanning zeer controversieel is in verband met de positie van de mens in de natuur en de bedenking met de drift boven dergelijke reflexifivtiet te plaatsen, is dit niet een een degratie van de mens, inzicht in de plaats van geforceerd ideen brengt een openplek voor de mens via een andere weg dan beginnen vanuit de hogere positie van de mens.
  4. Blogging through Darwin (3): Darwin admits his difficulties
  5. Scenes from a thesis: development
  6. Dataïsme op weg naar alleenheerschappij
  7. Myths and Misconceptions about evolution
  8. The God imperative
  9. Genesis 1:27 | Look at the Stars
  10. Darwin Devolves by Michael Behe
  11. Insects & Intelligent Design
  12. The Origin of the Universe — Explained by Hambo
  13. Hambo Says Tigers Prove the Bible Is True
  14. Creationist Wisdom #913: Science Has No Answers
  15. Creationist Wisdom #914: We’ve Been Poisoned
  16. Hawking Got Everything Wrong

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek – een wetenschappelijke benadering

We hebben in het eerste deel van dit artikel al even gekeken naar de vermeende tegenstelling tussen schepping en evolutie, en daarbij geconstateerd dat het ene gaat over ontstaan en het andere over ontwikkeling. Maar wat zijn dan toch de punten die veel christenen doen menen een tegenstelling te zien?

Conflicterende tijdschalen?

Zwarte gaten en sterren

Wel, allereerst is er de tijdschaal. Veel bijbelgetrouwe christenen menen dat we uit Genesis 1 moeten opmaken dat de schepping zich heeft afgespeeld in 6 dagen van 24 uur. En dat op de zesde dag Adam is geschapen. Wanneer je vervolgens de leeftijden in de geslachtsregisters van Genesis 5 en 11 optelt, kom je voor de geboorte van Abraham uit op 1948 jaar na de schepping. En we weten dat Abraham rond 2000 v.Chr. leefde, dus kan de aarde volgens deze opvatting niet ouder kan zijn dan ca. 6000 jaar. De Engelse bisschop Usher berekende de schepping dan ook op exact 4004 v. Chr. (hij wist dit zelfs op de dag af te vermelden, maar dat vindt je in moderne opgaven niet meer terug). Anderzijds gaat de moderne wetenschap er van uit dat het heelal nu zo’n 13,7 miljard jaar oud is, dat onze aarde zo’n 4,5 miljard jaar oud is, dat het leven daarop zo’n 3,5 miljard jaar geleden is ontstaan en dierlijk leven ca. 0,5 miljard jaar geleden. Dat maakt het heelal ruim 2 miljoen maal zo oud als in bovenstaande opvatting, en dierlijk leven altijd nog bijna 100.000 maal zo oud. Dat zijn zeer grote verschillen. Daarnaast lijkt de bijbeltekst ons te vertellen dat elke levenssoort apart door God is geschapen, terwijl de evolutieleer er op neerkomt dat alle leven op aarde is ontstaan uit één enkele oervorm.

Jonge aarde versus oude aarde

We zitten dus uiteindelijk met twee conflictpunten: de tijdschaal en de mate van Gods bemoeienis met het ontstaan van de verschillende levensvormen. Aan de ene kant zijn er de creationisten die geloven in een volledige stap voor stap bemoeienis van God met het proces, en in een jonge aarde. Aan de andere kant zijn er de evolutionisten die geloven in een universele evolutie,
en in een oude aarde Maar strikt genomen gaat het daarbij om twee verschillende aspecten, al is het wel zo dat een universele evolutie noodzakelijkerwijs veel tijd vergt, en daarom niet valt te combineren met de gedachte van een jonge aarde. Maar de gedachte van een schepping valt wel degelijk te combineren met een oude aarde. En het is daarom op zijn minst misleidend om de theorie van een universele evolutie te ‘bestrijden’ met het argument van de leeftijd van de aarde. Toch gebeurt dat op grote
schaal.
Die overtuiging van een jonge aarde is echter volledig gebaseerd op de regelmatig terugkerende zin in Genesis 1:

“Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste (tweede, derde, enz) dag.”

Maar in feite weten we niet precies wat deze uitdrukking ons wil vertellen. Hierover zijn in de loop van de tijd de volgende opvattingen verkondigd:

  • Het voorafgaande (de beschreven scheppingsdaad of -daden) heeft zich afgespeeld gedurende de voorafgaande 24 uur.
  • Het voorafgaande is gedurende die dag geopenbaard aan Mozes (die het vervolgens heeft opgeschreven in het boek Genesis).
  • Het voorafgaande is gedurende de voorafgaande avond bij wijze van instructie geopenbaard aan Adam (die het mondeling of op schrift heeft doorgegeven aan zijn nakomelingen).
  • Het geheel is een ‘dramatische’ voorstelling van Gods werk. Zo’n dramatische voorstelling vinden we bijvoorbeeld ook in 1 Koningen 22:19-22, en in de eerste twee hoofdstukken van het boek Job. Het geeft ons een ‘gedramatiseerd’ verslag dat de essentie beschrijft, maar geen objectieve werkelijkheid.

Het is hier niet de plaats om het voor en tegen van elk van deze suggesties te bespreken, maar het is goed om te beseffen dat we alleen in het eerste geval kunnen beredeneren dat er dan sprake moet zijn van een jonge aarde; in de andere gevallen weten we daar eenvoudig niets over. Het betekent dat we voorzichtig moeten zijn dit argument te gebruiken zolang we niet zeker weten of de Bijbel ons dat wil vertellen.

De kernvraag: hoe of waarom geschapen?

De fout die iedereen lijkt te maken, is Genesis 1 te lezen als een beschrijving van hoe God de aarde heeft geschapen. Maar voor onze behoudenis hoeven we dat helemaal niet te weten. Bovendien gaat het hoofdstuk niet over de schepping (die staat alleen als feit vermeld in vers 1), maar over het bewoonbaar maken van de aarde, die in eerste instantie nog woest (onbruikbaar) en leeg was. Wat dit hoofdstuk ons in werkelijkheid wil leren is waarom God de aarde stap voor stap bewoonbaar heeft gemaakt, zoals Jesaja ons duidelijk vertelt (Jesaja 45:18, waar datzelfde woord ‘woest’ is vertaald als ‘baaierd’). Daarom is het enige dat we zeker weten, het feit dat God er, hoe dan ook, voor gezorgd heeft dat de aarde zo werd als Hij die wilde hebben, en dat er die schepselen op kwamen te wonen die Hij daar wilde hebben. Hoe Hij dat heeft gedaan is niet van belang. En dus is elke discussie daarover een verspilling van tijd.

Overeenkomsten en verschillen tussen mensen en dieren

In feite vertelt Genesis 1 ons ook dat de mens in essentie bestaat uit dezelfde aardse materie waar ook de dieren uit bestaan: beide zijn geformeerd uit het ‘stof van de aardbodem’ (afar = aardse materie) en zijn zo geworden tot een levend wezen (nefesj), in leven gehouden door Gods levensadem (ruach). Het enige dat de mens van de dieren onderscheidt is zijn vermogen om God te kennen, en Hem dus bewust te dienen. Maar de mens die dat inzicht niet heeft, beschrijft de Schrift inderdaad als niet meer dan een dier. En dan is een beschrijving van die mens als een wat ‘opgepoetste’ aap niet eens zo ver bezijden de
waarheid. Het enige dat we zeker weten, is dat we door ons moreel inzicht van oorsprong een duidelijke meerwaarde hebben ten opzichte van de dieren, en dat wij van onze kant dan ook de plicht hebben met die meerwaarde iets te doen, namelijk God dienen.

We moeten dus concluderen dat de discussie tussen creationisten en evolutionisten in feite gaat over (bijbels gezien) niet van belang zijnde aspecten, die de aandacht slechts afleiden van waar het wel om gaat.

R.C.R

+

Voorgaande:

Wetenschap en religie zijn met elkaar te rijmen

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek een wetenschappelijke benadering – Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

++

Aanvullend

  1. Taal van de Bijbel onder ogen zien
  2. Begin van leven op aard: schepping of evolutie
  3. Ontstaan van het lineaire denken
  4. Kosmos, Schepper en Menselijk Lot
  5. Het begin van alles
  6. Van chaos naar ordelijkheid
  7. De Schepper achter eerste levende wezens
  8. EO-directie: ‘Wij geloven in God als Schepper’

+++

Gerelateerd

  1. Dhatu 5: Sunyata – De Leegte
  2. Terug naar de zee!
  3. God-Hypothesis: …in the Details
  4. Life aand Living Forms Present a Problem for Materialism but not for Biblical Theism
  5. Treadmills: Proof of Intelligent Design
  6. Mimicking a Neural Network–an exercise in Intelligent Design?
  7. Creationist Wisdom #896: Is There Any Hope?

Torens waarvan de top tot in de hemel reikt

Het zal de meeste krantenlezers ontgaan zijn, maar wie de technische pers volgt, weet dat er al enkele jaren een race aan de gang is om het hoogste gebouw ter wereld te bezitten.

Wij zijn ver weg van “Het Witte Huis” in Rotterdam dat rond 1900 met haar 43 meter hoogte het hoogste gebouw van Europa was en werd gebouwd naar voorbeeld van de Amerikaanse wolkenkrabbers.

Home Insurance Building.JPG

Kantoorgebouw Home Insurance Building in Chicago (Verenigde Staten)

De hoogbouw hausse die de Verenigde Staten aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw overspoelde werd echter niet alleen aangejaagd door technische innovaties zoals de veiligheidslift van Otis uit 1852, de toepassing van gewapend beton en staalskeletten maar ook door economische prikkels als een stijging van de stedelijke grondprijzen en een daling van de staalprijzen. Het 42 meter hoge Home Insurance Building in Chicago, van de architect William Lebaron Jenney, gebouwd in 1885 wordt vaak beschouwd als de eerste echte wolkenkrabber.

File:Empire State Building by David Shankbone.jpg

Empire State Building from a Park Avenue skyscraper. – Photo David Shankbone – August 2007

Decennia lang behoorde het Empire State Building in New York met zijn 443 m tot de hoogste “wolkenkrabbers“.

File:Petronas Panorama II.jpgIn 1998 gingen de (tweeling) Petronas Towers in Kuala Lumpur daar met ca. 10 m overheen.

In 2004 ‘verbeterde’ de Taipei 101, in de hoofdstad van Taiwan, het record met meer dan 50 m: totale hoogte 508 m (meer dan een halve kilometer!).

In de stad Dubai in de Verenigde Arabische Emiraten werd  op 21 september 2004 begonnen met de bouw van een toren die op 21 juli 2007 de titel ‘hoogste gebouw ter wereld’ mocht verkrijgen.

Lang werd de exacte hoogte geheim gehouden. Op 17 januari 2009 bereikte de toren haar hoogste punt, met een hoogte van 828 meter. Inclusief antennes en vlaggenmasten is de hoogte 829,8m. De hoogste toren mocht als Burj Khalifa (Arabisch: برج خليفة) met groots vuurwerk geopend worden op 4 januari 2010. Het koelsysteem gebruikt het equivalent van ruim 10,2 miljoen kilo gesmolten ijs als koelwater.

File:Dubai skyline 2015 (crop).jpg

Horizon van Downtown Dubai met Burj Khalifa vanuit een helikopter

Intussen is bevestigd dat de toegenomen seismische (aardbevings-) activiteit, die inmiddels in Taipei is waargenomen, wordt veroorzaakt door de druk van de toren. Het gaat nog om kleine, niet voelbare trillingen, maar het is duidelijk dat de ondergrond bezig is te reageren op de enorme zeer plaatselijke (en variërende!) druk. Soortgelijke effecten zijn ook al waargenomen bij zeer grote, recent aangelegde stuwmeren. Het absurde is dat, anders dan in het centrum van New
York, schaarse bouwruimte niet de reden is voor het bouwen van deze giganten. Het gaat uitsluitend om nationaal prestige.

File:12062008 dubail mall galery.JPG

Een groots koop paradijs: Dubai Mall

De betrokken landen zijn rijk en kunnen het zich veroorloven. En rijkdom wil zich tonen. De toren in Dubai vormt het middelpunt van een multifunctioneel complex, dat onder meer het daarnaast gelegen grootste winkelcentrum ter wereld, de Dubai Mall omvat. De toren ligt aan een kunstmatige vijver met daarin de grootste fontein ter wereld.  In het geval van Dubai is zelfs de vraag naar (kantoor)ruimte niet de drijfveer. Integendeel: men begint zich al af te vragen of men al die ruimte wel verhuurd krijgt, en de zaak niet een financiële ramp dreigt te worden. In dat verband wordt al gesproken van een ‘toren van Babel’. Maar de echte vraag begint zich op te dringen of niet terrorisme maar geologische instabiliteit misschien de grootste bedreiging van dergelijke bouwsels gaat vormen, en of dat ‘toren van Babel’ risico niet veel meer in de klassieke zin moet worden ingeschat. De moderne mens lijkt intussen even ver doorgeschoten in zijn eigenwaan als die ten tijde van Abraham.