Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 2: Het bewijs van Gods bestaan (2)

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 2: Het bewijs van Gods bestaan (2)

Vervolg van

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek een wetenschappelijke benadering

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

2. De weg van de filosofie

Bij de discussie over de vraag of je Gods bestaan wel of niet kunt bewijzen, of zelfs maar zou moeten bewijzen, moet je bedenken dat het antwoord op deze vraag verschilt per cultuur. De kenmerkende invalshoek van onze eigen cultuur is niet per se maatgevend, of zelfs maar van belang. Voor de Joden was de vraag naar Gods bestaan totaal geen punt van discussie. Zij waren door God zelf bevrijd uit de slavernij in Egypte. Dat was de oorsprong van hun nationale bestaan, en stond daarom vast in hun geheugen gegrift. Joods geloof bestaat bij de gratie van Gods openbaring.

Enkele bekende Grieken: v.l.n.r. Alexander de Grote, Perikles, Constantijn XI, Eleftherios Venizelos

Het waren de Grieken die er een discussiepunt van maakten. Grieken wilden alles rationeel beredeneren, en indat opzicht denken wij West-Europeanen veel meer Grieks dan Joods.

Thomas van Aquino

Thomas van Aquino; altaarstuk van Carlo Crivelli (detail)

Italiaanse filosoof en theoloog Thomas van Aquino, Aquinas of Thomas Aquinas – altaarstuk van Carlo Crivelli (detail)

Omdat het geloof bij zijn uitbreiding naar de heidense (niet-Joodse) wereld door anders denkenden ter discussie werd gesteld, ontstond een neiging dat geloof rationeel te willen verdedigen en te bewijzen.
In de middeleeuwen was het Thomas van Aquino die op die manier de Islamitische Moren in Spanje en Portugal trachtte te overtuigen. En hij baseerde dat op het filosofische gedachtegoed van de klassiek Griekse filosoof Aristoteles, wiens werken juist via de Islam in West-Europa bekend waren geworden. Deze verdediging van het christendom is later door anderen nagevolgd en verder uitgewerkt. Het gaat daarbij om de volgende vijf gedachten:

• Het feit dat de wereld (wij zouden nu zeggen: het heelal) bestaat, vraagt om een verklaring, want het zou de ‘normale’ situatie zijn wanneer die niet bestond. De enig mogelijke verklaring is God.

• Het bestaan van ons heelal vergt een oorzaak die zelf buiten dat heelal ligt, dus God.

• Elk effect heeft een oorzaak, die zelf weer het effect is van een nog eerdere oorzaak. Dit kan niet eindeloos zo teruggaan, dus moet er een eerste (‘primaire’) oorzaak zijn. En de enige primaire oorzaak die in aanmerking komt is God.

• Onze wereld is zo perfect opgebouwd en in onderlinge harmonie, dat dit alleen maar het resultaat kan zijn van een bewust ontwerp. Maar dat veronderstelt een intelligente ontwerper, dus God.

• De persoonlijke ervaring van een mens vertelt hem feilloos dat er een God moet zijn. Over sommige van deze aspecten spraken we al in de serie over ‘Intelligent Design’, op andere komen we in latere artikelen nog terug.

Blind geloof

Het lijkt nuttig om op dit punt even te pauzeren en ons af te vragen óf je eigenlijk wel moet proberen het bestaan van God te bewijzen. Is dat wel nodig?

Zou geloof in Hem niet moeten bestaan uit blind aanvaarden?

Zei Jezus zelf niet tegen de apostel Thomas

‘Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven’ (Joh 20:29).

Zulke vragen zijn terecht, maar de antwoorden kunnen toch niet volledig bevestigend zijn. We zullen hoe dan ook moeten kiezen tussen geloven en niet geloven. En de keuze die we uiteindelijk maken (welke dan ook) is onvermijdelijk altijd ergens op gebaseerd, wat dan ook. Met andere woorden: ‘blind geloof’ bestaat niet, geloof is altijd ergens op gebaseerd. Pas wanneer de keuze eenmaal is gemaakt zou verdere voortgang op die weg eventueel ‘blind’ kunnen zijn. Feitelijk bedoelen we met ‘blind’ daarom ook niet: zonder reden; we bedoelen eigenlijk: irrationeel. Want de eigenlijke vraag is niet of geloof ‘blind’ moet zijn, maar of het rationeel mag (of zelfs moet) zijn. Of, wanneer u een ander beeld wilt: ook een blinde maakt keuzes die niet werkelijk blind zijn, maar gebaseerd op de zintuigen die hem nog wel ten dienste staan, bijvoorbeeld zijn gehoor. Ze zijn misschien ‘blind’ in de directe zin van dat woord, maar ze zijn wel degelijk rationeel.

Geloof in de Bijbel

Wanneer we deze achterliggende vraag toetsen aan de Bijbel zien we dat ‘blind’ geloof daar niet voorkomt. Althans niet onder de ‘geloofs-helden’. Hun geloof is altijd gebaseerd op een hecht fundament, dat wel degelijk zeer rationeel is. Pas wanneer dat fundament is gelegd gaat het daarop gebaseerde geloof verder zonder iedere keer opnieuw te vragen naar bewijzen. Maar voor dat fundament zijn geloof en rede beslist niet onderling tegenstrijdig. Dat zou ook niet kunnen. Want geloof zonder rede kan tot alles leiden, en meestal leidt het dan ook tot het verkeerde, dus afgoderij. Tallozen zijn van God, of van zijn juiste leer, afgedwaald door hun ratio uit te schakelen en hun gevoel te volgen. De Bijbel staat vol met voorbeelden daarvan. Maar wie in de Bijbel zoekt naar een voorbeeld van iemand die van een dwaalweg tot God is gekomen, alleen door zijn gevoel te volgen, zoekt tevergeefs.

Wie om zich heen kijkt herkent de veelheid aan wegen die het ‘geloof’ kan nemen zodra de mens zijn gevoel begint te volgen. En allen die die wegen gaan zijn ervan overtuigd dat God echt zo is zoals ze Hem zich voorstellen. Maar die wegen lopen onderling zo drastisch uiteen dat pure logica ons wel moet vertellen dat ze het onmogelijk allemaal tegelijk bij het goede eind kunnen hebben. Irrationeel geloof is daarom een slechte gids, een blinde leidsman die blinden leidt (Matt. 15:14).

Het fundament van ons geloof

Terug naar de vijf wegen van Thomas van Aquino en zijn navolgers. Was daar nu iets mis mee?

Helaas moet het antwoord bevestigend zijn. In praktisch opzicht was er mee mis dat je op deze manier probeert Gods bestaan te bewijzen buiten zijn eigen Woord om, terwijl dat Woord juist de centrale plaats zou moeten innemen in onze overtuiging. Daar aan ten grondslag ligt echter een meer fundamentele fout. Deze bewijzen zijn opgezet om anderen te overtuigen, maar we hoeven alleen te weten wat ons zelf overtuigt, en of de grondslagen van dat geloof wel voldoende zijn. En zeg nu niet:

ik heb geen enkele twijfel,

want daar houdt het niet mee op. Al die mensen van de vorige alinea kennen evenmin enige twijfel, maar ze zitten er wel faliekant naast. Het fundament van ons geloof moet niet alleen hecht zijn, maar ook juist. Want alleen dan kunnen we verder. En alleen wanneer we volledig beseffen waarom we zelf geloven, en waarop dat besef gefundeerd is, zullen we werkelijk weten hoe anderen deelgenoot te maken van die overtuiging. En voor de rest kunnen we het overtuigen van anderen met een gerust hart overlaten aan God zelf.

R.C.R.

 

+

Voorgaand

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

Bijbels geloof en heidense filosofie

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

++

Aanvullende lectuur

  1. Filosofen, theologen en ogen naar de ware kennisgever van bestaan van God
  2. Doctrine, gedrag, oorzaak en gevolg
  3. Wonder van openbaring
  4. Instrumenten voor de vervulling van de profetie
  5. Begrijpend Zingen: Psalm 8: Heerschappij mens en luister
  6. 2de vraag: Wat of waar is het begin
  7. 3e vraag: Bestaat er een Goddelijke Schepper
  8. Een 1ste antwoord op de 4e vraag Wie God is 1 Een scheppend Wezen om aanbeden te worden
  9. Gods vergeten Woord 13 Schepping 5 Een God die het ter harte gaat
  10. Geloof vertrouwen voor het ongeziene
  11. Geloof en geloven
  12. Geloof
  13. Geloven in God
  14. Geloof in slechts één God

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

Een in het kader van ‘Bijbel en Wetenschap’ telkens weer opduikende vraag is:

kun je Gods bestaan wetenschappelijk bewijzen?

Of heeft de wetenschap juist bewezen dat Hij niet bestaat? Er zijn in principe twee manieren waarop je de beantwoording van zo’n vraag kunt aanpakken. De ene houdt in dat je al je moderne wetenschappelijke inzichten in de strijd gooit, en probeert langs die weg tot een antwoord te komen. De andere is te kijken wat de Bijbel daar zelf over te zeggen heeft.

In deze serie willen we beide benaderingen achtereenvolgens aan een nader onderzoek onderwerpen.

Geen enkele god, of juist te veel?

Bij dit onderwerp moet je dan natuurlijk wel bedenken dat de vraag als zodanig er een van onze tijd is. Gedurende het grootste deel van de geschiedenis was de vraag of God (eventueel: een god) bestaat geen punt van discussie.

Pas in de moderne tijd is de mens daar aan gaan twijfelen. Atheïsme is in zijn huidige vorm bij uitstek iets van de laatste paar eeuwen. In bijbelse tijden was er juist een overvloed aan goden, en de vraag was niet of de God van de Bijbel bestond, maar hoe Die zich verhield tot al die andere: was Hij inderdaad de grootste?

Zelfs de bewering dat Hij de enige was, was toen al een gewaagde uitspraak. Je verwacht dan ook geen teksten in de Bijbel die dat bestaan zouden bewijzen. Vandaar dus de vele historische pogingen om dat bewijs buiten de Schrift om te leveren.
Voor de volledigheid: sommige Griekse profetenscholen hielden er toch al wel atheïstische ideeën op na, zoals die van de Epikureërs in Handelingen 17. Maar zij vertegenwoordigden niet het denken van de grote massa in de Griekse wereld. We zien dan ook dat Paulus in zijn toespraak te Athene veel meer ingaat op de argumenten van die andere filosofische school van zijn dagen: die der Stoïcijnen. Maar ook daarmee krijgt hij weinig voet aan de grond.

Oude wetenschap tegenover moderne

Buste van Socrates in het Louvre in Parijs, Romeinse kopie uit de 1e eeuw n.Chr. van een Grieks origineel in brons.

Buste van Socrates in het Louvre in Parijs, Romeinse kopie uit de 1e eeuw n.Chr. van een Grieks origineel in brons.

Toch zijn er in de volgende eeuwen een aantal vroeg-christelijke schrijvers geweest die hebben geprobeerd aannemelijk te maken dat de grote Griekse filosofen met hun denkbeelden eigenlijk wel op één lijzaten met de bijbelse boodschap. Je hebt het dan over filosofen als Socrates, Plato en Aristoteles (5e-4e eeuw v. Chr.).

Als wij met onze huidige inzichten terugkijken naar de essentie van hun denkbeelden zou je niet echt snel op de gedachte komen daar veel overeenkomsten met de Schrift in te zien, maar zulke pogingen waren vooral bedoeld om het vroege christendom ‘aanvaardbaar’ te maken voor de Griekse denkwereld. Helaas resulteerde dat vooral in een aanpassing van de bijbelse boodschap aan het gangbare Griekse denken, in plaats van omgekeerd zoals eigenlijk had gemoeten. Alles veranderde echter met het aanbreken van de tijd der ‘Verlichting’. Terwijl de oude Griekse benadering van de wetenschap voornamelijk was gebaseerd op redenering, begon nu het inzicht door te breken dat je dingen kunt bestuderen. Dat betekent gericht onderzoek door middel van experimenten en waarnemingen. Uit die waarnemingen kun je dan conclusies trekken die je zo nodig verder kunt onderbouwen met nieuwe experimenten en nog meer waarnemingen. Voor onze vraag had dit twee verschillende soorten gevolg.

De bevrijding uit ‘de slavernij van de natuur’

In de allereerste plaats betekende dit dat de mens steeds meer begon te begrijpen van de natuur en de wereld om hem heen. Allerlei dingen die hij vroeger niet begreep, en daarom toeschreef aan direct goddelijk ingrijpen, kon hij nu meer en meer herleiden tot wetenschappelijk aangetoonde wetmatigheden in de natuur. Natuurlijk heb je daarmee nog geen verklaring voor de oorzaak van die wetmatigheden, maar het tempo waarin het begrip toe nam maakte de mens optimistisch genoeg om aan te nemen dat die oorzaken op een dag ook wel verklaard zouden worden. En daarmee ontstond langzaam de gedachte dat je wellicht de hele wereld zou kunnen verklaren zonder daarvoor te hoeven ‘uitwijken’ naar bovennatuurlijke verklaringen.

De mens begon zich daardoor meer en meer ‘onafhankelijk’ te voelen, hij had God ‘niet langer nodig’. Want begrip van de natuur zou op den duur ook leiden tot beheersing van die natuur. Hij zou er niet langer ondergeschikt aan zijn, maar die natuur ondergeschikt kunnen maken aan zichzelf. Het hele feit dat de waargenomen regelmatigheden in de natuur worden aangeduid als ‘wetten’ symboliseert in feite dat denkbeeld van die ondergeschiktheid van de natuur: zij kan niet zo maar haar gang gaan, maar is onderworpen aan ‘wetten’. En de mens zou van die wetten gebruik kunnen maken om de natuur naar zijn hand te zetten. De mens zag dit in toenemende mate als een bevrijding uit een soort slavernij. En dus begon zich, ook onder de grote massa, een actief atheïsme te ontwikkelen, dat gretig gebruik maakte van de nieuw verworven inzichten. Wat ten onrechte de mening heeft doen post vatten dat een geloof in God in strijd zou zijn met de conclusies van de wetenschap. Een misvatting die bijvoorbeeld de communistische wereld met veel enthousiasme heeft aangewakkerd en in stand gehouden.

Is Gods bestaan wetenschappelijk aantoonbaar?

De andere ontwikkeling leidde juist in de tegenovergestelde richting.

Overtuigde christenen begonnen te overwegen dat het wellicht mogelijk zou zijn om met die nieuw ontwikkelde wetenschappelijke methodieken juist te bewijzen dat God bestaat. Dat stuit uiteraard op het probleem dat je God niet kunt onderwerpen aan wetenschappelijke experimenten, maar met wat speurwerk zou je uit de natuur toch wel voldoende waarnemingen moeten kunnen halen als basis voor een wetenschappelijk aanvaardbare theorie. Op zich geen onlogische gedachtegang, maar in de praktijk bleek het toch moeilijk om het bewijs rond te krijgen. En bovengenoemde partijen, die hun atheïsme waren gaan baseren op diezelfde wetenschap, lieten zich hun nieuw verworven ‘bevrijding’ uiteraard niet zo gemakkelijk weer afnemen. Dat leidde onvermijdelijk tot een merkwaardig soort van godsdienstoorlog tussen beide kampen, waarbij beide partijen gebruik maken van echte ofvermeende wetenschappelijke feiten en conclusies. Met als gevolg dat de modale burger het spoor al lang bijster is.

In de komende afleveringen willen we daarom proberen daar wat klaarheid in te brengen.

R.C.R

+

Voorgaand

Bijbels geloof en heidense filosofie

++

Aansluitende lectuur

  1. 4de Vraag: Wie of wat is God
  2. God of een god
  3. God versus goden
  4. Bestaan en moeilijke herkenning van het Hoogste Godheidswezen
  5. Bijbel – Enige bron van kennis en openbaring van God
  6. Bouwen op het Bijbels fundament 1.Feit of fantasie?
  7. Gods vergeten Woord 16 Geopenbaarde Woord 1 Zoeken naar een god
  8. Gods vergeten Woord 17 Geopenbaarde Woord 2 Geopenbaard licht
  9. Bereshith 2:4-14 Adem en leven plaatsing door de Elohim God
  10. Bereshith 3:1-5 De grote misleiding
  11. Is God drie-eenheid
  12. De Enige Ware God
  13. Drie-eenheidsleer een menselijke dwaling
  14. Aanroepen van Gods Naam
  15. God is een verhaal #2 Voorgangers niet gediend met een Enige God
  16. Betreffende Christus # 2 Goddelijke bron, verband en goddelijk mens
  17. Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 4 De ziel – een Grieks beeld
  18. Christenen vragen atheïsten te bewijzen dat God niet bestaat

++

Aanverwante supplementaire lectuur

  1. Monotheisme – ÉÉN GOD

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

Waar gaat het nu uiteindelijk om in deze discussie over ‘intelligent design’?

Enerzijds zijn er bijbelgetrouwe christenen, ervan overtuigd dat God bestaat en de wereld heeft geschapen: voor hen valt daar niet aan te tornen. Anderzijds zijn er wetenschappers, die op grond van onderzoek tot conclusies zijn gekomen waarvan zij terecht menen dat je daar niet zomaar aan voorbij kan gaan.

Met geen van beide standpunten is op zichzelf iets mis. Er is zelfs geen fundamentele reden waarom die met elkaar in conflict zouden moeten zijn. Maar de discussie is vervuild geraakt doordat hij aan beide kanten in handen viel van fundamentalisten, die er een ‘godsdienstoorlog’ van hebben gemaakt.

De essentiële denkfout

Aan christelijke zijde is de basisfout al ten tijde van de ‘Verlichting’ gemaakt, door goed bedoelende gelovigen die in hun optimisme meenden dat je nu een oude droom in vervulling kon doen gaan: het bestaan van God wetenschappelijk bewijzen. Maar dat kan zo niet, en dus lukte dat ook niet. Het opkomend atheïsme heeft die voorzet voor open doel vervolgens vol benut: als die gelovigen het met hen eens zijn dat alles wat waar is ook wetenschappelijk te bewijzen valt, en als zij er dan vervolgens niet in slagen dat bewijs te leveren, dan is daarmee afdoende ‘aangetoond’ dat God dus niet bestaat, als een soort ‘bewijs uit het ongerijmde’.

Het grondprincipe van geloof is echter:

“Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven” (Johannes 20:29).

De ware gelovige gelooft om heel andere redenen dan die waar het in deze discussie voortdurend om gaat. En de ‘gelovige’ die voor zijn geloof wetenschappelijke bewijzen nodig heeft, zit bij voorbaat al op het verkeerde spoor. Die bewijsvoering dient dan ook niet om het geloof van gelovigen te versterken, maar om ongelovigen ‘plat’ te krijgen. Omdat het christendom zo onnadenkend is geweest zelf de discussie op deze basis aan te gaan, is zij vervolgens met haar eigen argumenten afgeslacht. Zij heeft, als een Eva, de verleider in haar hof uitgenodigd in de hoogmoedige overtuiging het debat met hem wel te zullen winnen, en kan nu niet meer terugvallen op het, op zichzelf juiste, argument dat de basis van dit debat zelf om te beginnen al volledig verkeerd is.

Wat de Bijbel ons werkelijk wil vertellen

“Wie tot God komt, moet geloven dat Hij bestaat” (Hebr. 11;6, NBG-51).

Dat moet het uitgangspunt zijn, niet het resultaat. Als de Schrift keer op keer spreekt over de wonderen van de schepping, is dat niet om Gods bestaan te bewijzen, maar om Zijn grootheid te benadrukken.

Een kind van God gelooft al in Zijn bestaan, en ziet om zich heen de bewijzen, niet van dat bestaan, maar van die grootheid en majesteit, en van Gods zorg voor Zijn kinderen.
Wij zijn de Schrift echter gaan lezen als beoordelaars in plaats van als leerlingen. Wij willen daarin vinden hoe God bezig is geweest in de schepping en niet waarom Hij dat allemaal heeft gedaan. Het eerste hoofdstuk van de Schrift vertelt ons dat God de aarde niet alleen maar heeft geschapen, maar dat Hij die vervolgens ook stap voor stap heeft ingericht en bewoonbaar gemaakt voor de mens. Dat moet ons leren dat de mens niet maar een toevallig bijproduct van die schepping is, maar het doel ervan, en dat wij mensen Hem dus kennelijk ter harte gaan. Maar wij gebruiken dat hoofdstuk alleen om uit te vinden hoeveel tijd het Hem koste om de klus te klaren, en hoe oud de aarde dus is; om het antwoord op die vraag vervolgens te gebruiken om onze mede gelovigen de maat te nemen: of de rechtzinnigheid van hun geloof wel door onze beugel kan. En we leiden er theorieën uit af over de wereld van voor de zondeval, gebaseerd op het feit dat God die situatie ‘zeer goed’ heeft genoemd (Gen. 1:31). Wat er in feite op neer komt dat wij God het recht ontzeggen die situatie zo aan te duiden wanneer die niet zou hebben voldaan aan onze criteria voor ‘zeer goed’.

Waar het echt om gaat

In de middeleeuwen was het een uitgemaakte zaak dat de aarde het middelpunt was van het heelal, want ‘dat stond duidelijk zo in de Bijbel’. En het was de christenheid volledig ontgaan dat de Schrift alleen spreekt van de aarde als het middelpunt van Gods doel met de schepping, en dat de vraag naar het fysieke middelpunt van het heelal daarvoor niet van belang is, en dat we het antwoord op die vraag daar dus ook niet kunnen vinden. In dat geval liggen de wetenschappelijke waarnemingen inmiddels echter zo duidelijk, dat de meeste van ons (hoewel niet allen!) daar intussen wel achter zijn. Maar het zou ons net zo duidelijk moeten zijn dat de beschrijving in Genesis 1 van de inrichting van die aarde (niet de schepping ervan) ons heel veel te vertellen heeft over Gods plan en doel met ons, en ook in dat geval helemaal niets over het fysieke proces. Maar op dat punt denken wij nog steeds middeleeuws, en dus gebruiken we dat hoofdstuk voor een totaal andere, volslagen onbijbelse, discussie.

De slotsom

Het wordt daarom hoog tijd terug te keren tot werkelijk bijbels denken.

“De hemel verhaalt van Gods majesteit, het uitspansel roemt het werk van zijn handen” aan hen die geloven (Ps 19:2),

om hun geloof te versterken. Maar het is geen wetenschappelijk bewijs voor Zijn bestaan, te gebruiken om anderen mee om de oren te slaan.

Genesis 1 maakt ons duidelijk dat

‘niets ons zal kunnen scheiden van de liefde van God’,

zoals ook het feit dat Hij,

‘toen wij nog zondaars waren’,

Zijn Zoon heeft gegeven om ons te verlossen uit de macht van de dood, ons daar nog verder van overtuigt. Maar het is niet bedoeld om ons een beschrijving te geven van Zijn werkweek, en al helemaal niet om er onze mede gelovigen de maat mee te nemen.

De middeleeuwen kenden felle discussies over de vraag hoeveel engelen konden dansen op de punt van een naald, maar niemands behoudenis heeft ooit afgehangen van het antwoord daarop. Zo zouden wij inderdaad moeten begrijpen dat deze schepping het resultaat is van een buitengewoon intelligent ontwerpplan, een plan bedoeld voor onze behoudenis. Maar dat zouden wij moeten koesteren als een kostbaar inzicht, ons door God geschonken om ons geloof te versterken, en om zo mogelijk te delen met anderen. Maar niet als een rechtvaardiging voor fundamentalistisch gedrag.

R.C.R.

+

Voorgaande

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Geloof en onderzoek: Schepping, intelligent design, evolutie (5) De atheïstische fundamentalist

Wetenschap en religie zijn met elkaar te rijmen

++

Aanvullende lectuur

  1. Grootste oorzaak van atheïsme in de wereld zijn de Christenen

Fundamenten van het Geloof 5: De mens, geschapen naar Gods beeld en als Zijn gelijkenis

De mens, geschapen naar Gods beeld en als Zijn gelijkenis

De mens is voortdurend op zoek naar zijn identiteit:

‘Wie zijn wij en waar komen wij vandaan?’.

Voor wie niet gelooft in de Schepper is dit een nooit eindigende zoektocht. Maar in plaats van het wetenschappelijk bewijs voor onze oorsprong in de natuurwereld te zoeken, zou onderzoek naar de plaats van de mens, te midden van alle andere wezens, tot een ander resultaat kunnen leiden. Want het valt niet te ontkennen dat de mens uniek is in de natuurwereld.

De Bijbel vertelt dat wij hier niet toevallig zijn, als het product van een langzame ontwikkeling uit andere, primitievere wezens, maar dat God de mens naar Zijn plan heeft gemaakt:

“En God zei: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen in de zee en over het gevogelte aan de hemel en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipende gedierte dat op de aardbodem kruipt. En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen”. (Genesis 1:26; vergelijk 9:6)

Dat dit geen primitief idee is, uit een ver verleden, toont het geloof van Jezus en de apostelen. Zij geloofden dat God verantwoordelijk is voor alle leven en dat alle mensen zijn voortgekomen uit dit eerste mensenpaar (Matth. 19:4; 1 Kor. 11 :7; Jac. 3:9). Maar wat wordt er bedoeld met:

‘naar ons beeld, als onze gelijkenis’?

De mens heeft in bepaalde opzichten een gelijkenis met zijn Schepper. Met de schepping van de mens heeft God iets van Zichzelf ‘gereproduceerd’ en er moet iets van God in de mens te herkennen zijn. Wanneer deze later zelf nageslacht voortbrengt, legt hij op zijn beurt zijn eigenschappen daarin; het zijn afdrukken van zijn wezen:

“Adam … verwekte (een zoon) naar zijn gelijkenis, als zijn beeld”. (Genesis 5:3)

Hiermee worden echter niet meer het beeld en gelijkenis van God bedoeld, maar de mens zoals Adam geworden is: zondig in het vlees, zodat hij de heerlijkheid van God niet in zich draagt. Wanneer dit voor altijd was voortgegaan, zou Gods scheppingswerk een hopeloze mislukking zijn. God zei echter dat het goed was wat Hij had geschapen. In zijn alwetendheid moet Hij gezien hebben dat er uiteindelijk wel mensen met de heerlijkheid van zijn beeld en gelijkenis zouden zijn:

“Want allen hebben gezondigd en derven (lopen mis) de heerlijkheid van God”.

“… juist om de rijkdom van zijn heerlijkheid bekend te maken over de voorwerpen van ontferming, die Hij tot heerlijkheid heeft voorbereid”. (Romeinen 9:23)

“Wij dan … hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus, door wie wij ook de toegang hebben verkregen tot deze genade, waarin wij staan, en roemen in de hoop op de heerlijkheid van God”. (Romeinen 5:1-2)

Het natuurlijke nageslacht van Adam kan Gods heerlijkheid niet weerspiegelen. Dit is een voortdurend vraagpunt van gelovigen aan God. David vroeg zich in een Psalm af welke verklaring er is voor die hoge plaats van de mens in Gods onmetelijke heelal, en de schrijver van de brief aan de Hebreeën wijst op de vervulling van Gods plan met ons in Christus Jezus:

“Wat is de mens, dat U aan hem denkt, en het mensenkind, dat U naar hem omziet? Toch hebt U hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond”. (Psalm 8:4-9)

“… maar wij zien Jezus … met heerlijkheid en eer gekroond”. (Hebreeën 2:6-9)

In de persoon van Jezus heeft God uit de mensheid een nieuwe mens verwekt, die deze heerlijkheid van God wel draagt en weerspiegelt. De apostelen getuigen in de evangelieverslagen en brieven van wat zij hebben gezien en ervaren van deze ‘zoon des mensen’, de mens bij uitnemendheid:

“Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid”. (Johannes 1:14)

“Deze de afstraling van zijn heerlijkheid, en de afdruk van zijn wezen”(Hebreeën 1:3)

Zij hebben twee kanten van hem gezien: zijn gestalte als dienstknecht, die volmaakt de wil van God deed, en zijn verheerlijkte gestalte toen zij met hem op de berg waren (Luc. 9:29; 2 Petr. 1:16). Zijn verheerlijking was een voorproef van wat hij zou ontvangen, wanneer hij de wil van zijn Vader tot het laatst zou doen. Hierin is hij het voorbeeld voor wie in hem gelooft:

“Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die in de gestalte van God zijnde, het God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen … heeft Hij zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja tot de kruisdood. Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd” (Filippenzen 2:5-9; vergelijk Romeinen 8:5-7).

Door verbondenheid met Christus Jezus, en in hun leven dezelfde gezindheid te tonen als hij, kunnen ook andere mensen deel krijgen aan dezelfde natuur en dezelfde heerlijkheid weerspiegelen als hij:

“Want het voegde Hem…dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun behoudenis door lijden zou volmaken”. (Hebreeën 2:10)

“Daartoe heeft Hij u ook door ons evangelie geroepen tot het verkrijgen van de heerlijkheid van onze Here Jezus Christus”. (2 Thess. 2:14; 1 Thess. 2:12;vergelijk 2 Timotheüs 2:10)

“En wij allen, die … de heerlijkheid van de Here weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid …”. (2 Korintiërs 3:18)

Wanneer dit werkelijkheid is geworden, zal Gods doel met de schepping zijn bereikt. Dan zijn de mensen als Zijn zonen, dragen zij Zijn beeld en zal de aarde van Zijn heerlijkheid vol worden:

“En gelijk wij het beeld van de stoffelijke (Adam) gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse (Christus) dragen”. (1 Korintiërs 15:49)

“… met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden van de zonen van God … maar ook wij zelf…zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap… Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van zijn Zoon, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen”. (Romeinen 8:19-30)

“Ik zal hem een God zijn en hij zal Mij een zoon zijn”. (Openbaring 21:7)

“Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen; maar wij weten, dat, als Hij (Christus) zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen …”. (1 Johannes 3:2)

Psalm 8 en de heerlijkheid van de mens in Christus Jezus

De aandacht van gelovigen richt zich op Gods doel met de schepping van de mens, zoals geopenbaard in het boek Genesis (1:26). Koning David schreef in Psalm 8 een overdenking hiervan. Hij zag de heerlijkheid van de Hemelkoning (verzen 1-4), die de mens schiep om zijn onderkoning op aarde te zijn (vergelijk Genesis 41:40) en te regeren over alle wezens daarop (verzen 4-9). Omdat het hier om Adam ging, heeft David waarschijnlijk in eerste instantie een specifieke mens op het oog. In Psalm 21:6 beschouwt hij zijn eigen unieke positie als koning op Gods troon op aarde. In Psalm 72 spreekt hij over zijn zoon Salomo. Maar beide waren zij niet de eeuwige koning die God beloofde (zie 2 Samuël 7:11-29; Psalm 21:5 en 72:17). Genesis 1 en Psalm 8 vormen dan ook het begin van een rode draad in de openbaring van Gods doel met de mens, die ons leidt tot het Nieuwe Testament en de daarin geopenbaarde vervulling in Christus Jezus (Luc. 10:22; Ef. 1:21-22; 1 Kor. 15:25-27; Hebr. 1:1-4en 2:5-9; Kolos. 1:15-17) en doorgaat in allen die geloven (Hebr. 2:10; Rom. 8:17).

*

Vraag ter overdenking:

Hoe kunt u worden tot een nieuwe mens, naar het beeld van Christus?

+

Voorgaande

Al-Fatiha [De Opening] Surah 1: 4-7 Barmhartige Heer van de Schepping om ons de juiste weg te tonen

Fundamenten van het Geloof: De lankmoedigheid van God

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Fundamenten van geloof 3: De Persoonlijkheid van God

Fundamenten van het Geloof 4: Engelen. Gods volmaakte dienaren

++

Aansluitende lectuur

  1. De Schepper achter eerste levende wezens
  2. Bereshith 2:15-25 v 18-25 Een Hulp voor de man of een Vrouw in het vizier
  3. Betreft de Mens
  4. Betreffende het spirituele lichaam
  5. Begin van leven op aard: schepping of evolutie
  6. Fundamenten van het Geloof: De goedertierenheid van God
  7. Begrijpend Zingen: Psalm 8: Wat is de mens…?
  8. Begrijpend Zingen: Psalm 8: Heerschappij mens en luister
  9. Gebed na het lezen van Psalm 8
  10. De toorn van God
  11. De Verlosser 3 Zijn menselijke kant
  12. Schepping geschenk van God
  13. EO-directie: ‘Wij geloven in God als Schepper’

Geloof en onderzoek: Schepping, intelligent design, evolutie (5) De atheïstische fundamentalist

De ‘overbodige’ God

Een opmerkelijk verschijnsel in de wetenschap is dat je zelfs daar af en toe op een duidelijke vorm van fundamentalisme kunt stuiten. Nu is dat karakteristiek voor mensen in het algemeen, dus ook voor (bepaalde) wetenschappers.

Sinds de ‘Verlichting’ is men alle vormen van godsdienst gaan zien als vormen van onderdrukking van de mens, die daarvan ‘bevrijd’ moest worden. En de nieuw verworven wetenschappelijke inzichten werden in dienst gesteld van dit streven: kennis zou de mens vrij maken.

Allerlei natuurverschijnselen, ooit toegeschreven aan ‘de hand van God’, kon men nu wetenschappelijk verklaren. En men nam optimistisch aan dat op den duur alles zo verklaard zou worden. God werd voor de verklaring van dit soort zaken dus meer en meer ‘overbodig’ en schoof daarom steeds meer naar de achtergrond. Aan het eind van dat proces zou je Hem dan zonder bezwaar kunnen ‘afschaffen’.

Ik wil er hier met nadruk op wijzen, dat voortgang in de wetenschap niet noodzakelijk leidt tot de conclusie dat God niet bestaat; de wetenschap werd alleen in dienst gesteld van een streven die conclusie te bereiken en te onderbouwen. Anders gezegd: wetenschap leidt niet tot atheïsme, maar het atheïsme begon de wetenschap te gebruiken voor haar eigen specifieke doeleinden.

Het failliet van een idee

Dat ‘overbodig maken van God’ lag echter vooral in het verklaren van de natuur. Maar er is meer, zoals bijvoorbeeld alle ethische kwesties.Daarom begon het humanisme de gedachte te ontwikkelen dat de mens van nature goed is, want als ethiek niet van de godsdienst komt, moet het ergens anders vandaan komen. Om dat aannemelijk te maken, werd erop gewezen dat oorlogen altijd werden veroorzaakt door de godsdienst. Dus:

schaf godsdienst af en je hebt geen oorlog meer.

Nu werden veel oorlogen inderdaad godsdienstig gemotiveerd, maar daarom nog niet door die godsdienst veroorzaakt. Maar vooral het marxisme heeft deze gedachte innig omhelsd. En omdat de mens nu eenmaal niet weet wat goed voor hem is, werd het atheïsme desnoods met geweld afgedwongen. Inmiddels zijn we enkele wereldoorlogen en een paar fascistische en stalinistische regimes verder, en het failliet van deze leer is de meeste mensen (niet alle!) intussen wel duidelijk.

De Bijbelse leer dat de mens van zichzelf slecht en zelfzuchtig is, en dat alleen een continue oriëntatie op God er nog iets van kan maken, is intussen naar alle maatstaven van wetenschappelijk bewijs volkomen overtuigend empirisch aangetoond. Nu zou dat juist voor evolutionisten niet vreemd moeten zijn, want een eenvoudige evolutieleer, gebaseerd op het overleven van de meest geschikte variant (‘survival of the fittest’) zou het bestaan van ethisch besef juist moeten uitsluiten.
Immers, hoe zelfzuchtiger een variant, hoe groter zijn kansen om te overleven. Het probleem is juist gelegen in het feit dat ethisch besef niet allang totaal afwezig is, weg geselecteerd door de evolutie.

Het eerste slachtoffer van een oorlog

Maar fundamentalisme laat zich nooit gemakkelijk overtuigen. Beginjaren ’70 van de vorige eeuw werd door sommige evolutionisten een aangepaste opvatting over het evolutionaire proces voorgesteld. Daaraan werd vervolgens een wetenschappelijk congres gewijd. Dat is normaal: niets is wetenschappelijker dan voor- en tegenstanders van een opvatting met elkaar te laten discussiëren. Maar toen het Amerikaanse blad ‘Science’ daar een themanummer aan wijdde, leverde dat een ingezonden brief op van een verontwaardigde lezer die het de redactie kwalijk nam aandacht te hebben besteed aan deze controverse: dit speelde ‘de vijand’ in de kaart.      Laat dit even op u inwerken.     Hier werd serieus voorgesteld een mogelijke stap voorwaarts in wetenschappelijk inzicht geheim te houden omdat ‘de vijand’ daar anders wellicht voordeel uit zou kunnen trekken. Dit is geen wetenschap meer, dit is godsdienstoorlog! En we kennen allemaal het gezegde:

het eerste slachtoffer van een oorlog is de waarheid.

De fundamentalist achter deze brief beschouwt zich als voorvechter van een absolute waarheid, die desnoods met behulp van leugens moet worden verdedigd. En van dergelijk fundamentalisme zijn nog andere (ook meer recente) voorbeelden te geven. En let op dat de in het geding zijnde ‘godsdienst’ niet het christendom is, maar het atheïsme.

Een voorgeprogrammeerde mens?

Veel gevaarlijker is echter het streven van bepaalde fundamentalisten uit deze hoek, die het hiervóór besproken probleem van het bestaan van ethiek proberen te omzeilen, door daar toch een ‘evolutionaire’ verklaring voor te geven.

Onzelfzuchtig gedrag zou weliswaar ongunstig zijn voor het individu, maar juist gunstig voor het voortbestaan van de soort; we zouden dat dus breder moeten zien. Het bekendste voorbeeld van deze opvatting, is het boek ‘The selfish gene’ (de zelfzuchtige genen) van Richard Dawkins. Onze genen, zo betoogt hij, zijn door het evolutieproces zo geprogrammeerd dat ze streven naar de maximale kans op het blijven voortbestaan van onze (eigenlijk hun) erfelijke eigenschappen, ook wanneer dat ten koste gaat van de individuele drager van die genen en die eigenschappen. Daarmee wordt ethiek dus niet verklaard, maar integendeel juist weggeredeneerd: uiteindelijk is (volgens Dawkins) ook schijnbaar ethisch gedrag gebaseerd op een vorm van zelfzucht, alleen op collectief in plaats van op individueel niveau. En alles wat we doen is op die manier al in onze genen voorgeprogrammeerd. Maar als we dat consequent door redeneren, komt dat er op neer dat alles wat nuttig is voor het voortbestaan van de beste erfelijke eigenschappen (ongeacht de ethische consequenties) daarmee gerechtvaardigd is, ook wanneer dat naar andere maatstaven volslagen onethisch is (ethiek is immers alleen maar een illusie). Die opvatting hebben we echter al eerder beleefd: dat heette toen ‘eugenetica’, wat inhield dat je het recht (of zelfs de plicht) had om alle ‘inferieure’ levensvormen (zowel lichamelijk als geestelijk minder goed uitgeruste soortgenoten) uit het voortplantingsproces te elimineren. Vooral de nazi’s zijn daar druk mee geweest, maar het is uiteindelijk toch niet erkend als een triomf van verlicht menselijk denken. En dat is maar goed ook, want veel verder kun je niet van God verwijderd raken. Maar atheïstische fundamentalisten hebben die hoop kennelijk nog steeds niet opgegeven. Want doorgedraaid atheïsme is ook een vorm van godsdienst en in godsdienstig fundamentalisme is, in naam van de grote ‘god’, alles geoorloofd.

R.C.R.

+

Voorgaande

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

In het voor gaande hoofdstuk hebben wij gezien dat er voldoende redenen zijn om een Bijzondere Maker achter het ontwerp van het universum te zien. Als wij het geheel bekijken zouden wij voldoende redenen om de doelgerichtheid van Zijn Werk te zien als een krachtige demonstratie van Zijn grootheid en wijsheid.

Bijbel en Wetenschap – Wetenschap en Bijbel: Geloof en onderzoek:

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Het onwaarschijnlijke heelal

Maar in de fysica liggen de eigenschappen onveranderlijk vast: die wijzigen niet. En dus kun je daar uit wel conclusies trekken over hoe het vroeger was. Waar het in de biologie intussen moeiteloos mogelijk is te betogen, zelfs aannemelijk te maken, dat die buitengewoon goede aanpassing van allerlei levensvormen op den duur vanzelf is ontstaan, kan dat voor de wetten van de fysica absoluut niet. Maar dan moet die buitengewoon goede onderlinge afstemming van natuurwetten waar het hele bestaan van ons heelal van afhangt, er dus van het begin af aan zijn geweest. En die goede onderlinge afstemming is juist de laatste decennia zo vreselijk duidelijk geworden. Als die er niet zou zijn, zou dit heelal nooit hebben bestaan, of in elk geval nooit lang genoeg om een aarde met levende wezens voort te brengen. Dan waren wij er nu dus echt niet geweest. Zonder in detail te gaan, kan ik u melden dat moderne fysici het er redelijk over eens zijn dat een heelal zoals wij dat bewonen een buitengewoon uitzonderlijke toevalligheid zou zijn, wanneer dat geheel als gevolg van toeval zou zijn ontstaan.

Artistieke weergave van een niveau 2 multiversum.

Waarom zien we wat we zien

Als mogelijk rationele verklaring voor dit ‘schijnbare’ toeval wordt wel het zogenaamd ‘anthropisch principe’ aangedragen. {het door Robert Dicke voorgestelde en door John D. Barrow en Frank J. Tipler verder uitgewerkte idee dat er een nauw verband bestaat tussen ons mens-zijn en de eigenschappen van het heelal. } Dit bestaat in twee varianten; een sterke en een zwakke versie. In beide gevallen is het uitgangspunt dat het nooit helemaal toevallig kan zijn dat het heelal dat wij waarnemen, die buitengewoon opvallende combinatie van eigenschappen heeft; want als die er niet zou zijn, zouden wij nu niet bestaan, en het dus ook niet kunnen waarnemen en ons daarover verbazen. Anders gezegd: een heelal dat wij waarnemen moet noodzakelijkerwijs wel een dergelijke uitzonderlijke combinatie van eigenschappen bezitten. De sterke versie zegt dan verder: OK, het is erg toevallig, maar ook iets dat erg toevallig is, kan uiteindelijk gebeuren, en wij zijn degenen die deze mazzel hebben. De zwakke versie zegt: er zijn gewoon heel erg veel universa (heelallen), nu (als het ware naast elkaar), of ooit geweest (als het ware opvolgend na elkaar), en noodzakelijkerwijs wonen wij dan uiteraard in dat ene universum waar het ontstaan van leven mogelijk was. Dan is het dus niet meer toevallig dat er zo’n speciale variant bestaat, want er zijn er zoveel (geweest) dat dit statistisch mogelijk is, maar het is ook niet toevallig dat het heelal van ons die speciale variant is, want een andere mogelijkheid is er niet.

Is dit wetenschap?

De relevante vraag is echter: kun je die ‘verklaring’ volgens het anthropisch principe beschouwen als wetenschap?

Daaraan bestaat bij een aantal wetenschappers terechte twijfel. Het is geen theorie die je kunt toetsen (de basisvoorwaarde voor een wetenschappelijke theorie), want er is geen enkele reële mogelijkheid om het bestaan van andere universa vast te stellen. Maar dan is het niet meer dan een onbewijsbaar ‘geloof’, en dan kun je je terecht afvragen waarom het geloof ineen onbegrensd aantal universa rationeler zou zijn dan het geloof ineen onbegrensde God, zoals een van hen eens opmerkte. Het opmerkelijke is overigens dat die bepaalde wetenschapper begon met een poging een rationele verklaring te geven voor het bestaan van dat buitengewoon onwaarschijnlijke heelal van ons, maar intussen (blijkens zijn achtereenvolgende boeken) al is opgeschoven naar de mening dat de meest waarschijnlijke verklaring toch moet zijn gelegen in het bestaan van een of andere vorm van intelligentie die het zo ontworpen heeft. Met andere woorden: intelligent design, maar dan voor het geheel (het heelal in zijn totaliteit) in plaats van voor een deelonderwerp (het leven op aarde). Of je die intelligentie dan God wil noemen, moetje volgens hem dan maar voor jezelf uitmaken.

Een interessante gedachte van een wetenschapper die er niet op uit was het bestaan van God te bewijzen, maar die wel eerlijk genoeg is om strikt wetenschappelijk te blijven redeneren. Want dat laatste is lang niet altijd het geval; maar daar wil ik de volgende keer naar kijken.

Conclusie

De conclusie nu lijkt echter te zijn dat er voldoende reden is om te geloven in een intelligent design (intelligent ontwerp), maar dat daar betere redenen voor zijn dan te wijzen op de veelheid aan levensvormen.

R.C.R.

+

Voorgaande

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

In deze aflevering wil ik eerst een zijweg inslaan, voordat we verder gaan met ‘Intelligent Design’. Aan de basis van deze hele discussie ligt namelijk de vraag of God bestaat. En die discussie hoort hier niet thuis!

Thomas van Aquino

Thomas van Aquino; altaarstuk van Carlo Crivelli (detail)

Thomas van Aquino; altaarstuk van Carlo Crivelli (detail)

In de 13e eeuw kwam Thomas van Aquino met zijn vijf ‘godsbewijzen’, filosofisch opgezette bewijzen, en volgens de redeneerkunst van die tijd onderbouwd met verwijzingen naar andere denkers. Voor Thomas was dat in de eerste plaats ‘de filosoof’: voor hem was dat de Griekse wijsgeer Aristoteles (4e eeuw v.Chr.). Moderne filosofen menen echter dat zijn betogen niet sluitend zijn, omdat hij uiteindelijk vervalt in cikelredeneringen. En achteraf gezien was het misschien ook niet zo’n goede gedachte om het bestaan van de God van de Bijbel te willen bewijzen met behulp van een heidense filosoof. De redenen daarvoor lagen echter verder terug in de geschiedenis, toen kerkvaders en andere vroege christelijke schrijvers het geloof voor hun tijdgenoten aanvaardbaar trachtten te maken, door ‘aan te tonen’ dat de beroemde Griekse denkers eigenlijk al op één lijn zaten met de leer van de Bijbel.

Het horloge van dominee Paley

Die poging van Thomas van Aquino had eigenlijk alleen maar academische waarde, want in zijn tijd twijfelde nog niemand aan het bestaan van God. Dat veranderde met de “Verlichting” (ca. 1650-1800) met zijn toenemend atheïsme. In antwoord daarop kwam de Engelse dominee Paley in 1802 met zijn boek ‘Natuurlijke Theologie’ (afgeleid van ‘natuurlijke historie’ als term voor biologie). Daarin ging hij uitgebreid in op de extreme complexiteit en kennelijke doelgerichtheid van allerlei levensvormen. Hij betoogde dat dit voldoende bewijs was voor het bestaan van een ‘designer’ (een ontwerper), dus God. Het voorbeeld waarmee hij opent is wereldwijd bekend geworden:

“Stel dat ik een wandeling zou maken over de hei en een horloge zou vinden”.

Hij beschrijft dat horloge alsof het een onbekend voorwerp was, en betoogt dan dat hij bij bestudering van de complexiteit en doelgerichtheid van het mechanisme wel tot de conclusie moet komen dat dit is ontworpen en vervaardigd door een intelligent wezen, en niet door puur toeval kan zijn ontstaan. Uitgaande van dat voorbeeld beschrijft hij dan een uitgebreide reeks biologische organismen, om daaruit te concluderen dat deze slechts afkomstig kunnen zijn van de hand van een intelligente schepper. Dit is sindsdien de standaardbenadering van alle verdedigers van de scheppingsgedachte.
Je moet dan wel bedenken dat in Paleys dagen het begrip evolutie nog niet bestond. De eerste (voorlopige) uitgave van Darwins beroemde boek dateert van 1859 (de definitieve editie van 1872). In een herdruk van Paleys boek uit 1890, bijgewerkt en aangepast aan de laatste inzichten door een medisch professor, is in een introductie het volgende te vinden:

“De auteur (Paley dus) refereert aan een idee of veronderstelling, vagelijk gekoesterd door sommige schrijvers uit zijn tijd”,

waarmee hij vroege evolutiegedachten bedoelt. Paley had die even genoemd, om ze vervolgens als niet serieus van de hand te wijzen. In 1890 ligt dat intussen anders. De bewerker noemt de “theorie van evolutie” en ‘Dr. Darwin’ als een van de voornaamste verkondigers hiervan. Maar ook hij stelt (kort samengevat) dat het dan toch nog steeds alleen maar om het mechanisme van de ontwikkeling gaat, en niet om het duidelijke doel daarachter. Een constatering die zowel evolutionisten als creationisten intussen wat uit het oog verloren lijken te hebben. Tenslotte is het interessant te zien dat de term ‘Intelligent Design’ al opduikt in deze introductie.

De blinde horlogemaker

Sindsdien is er echter veel gebeurd in de wereld. Het atheïsme heeft de westerse wereld veroverd, en de biologie heeft vooral de laatste decennia spectaculaire ontwikkelingen doorgemaakt. En nu zijn fundamentalistisch denkende atheïsten (daar kom ik in een later artikel op terug) begonnen evolutie te presenteren als ‘bewijs’ dat God niet bestaat. In elementaire vorm houdt dat in:

“Je kunt de waargenomen complexiteit en doelgerichtheid van de bestaande organismen afdoende verklaren met behulp van de beide pijlers van het neo-darwinisme, te weten spontane mutaties van DNA en natuurlijke selectie. En dus heb je daarvoor geen God nodig”.

In de meest extreme vorm wordt daar dan ook nog de conclusie uit getrokken, dat die God dus ook niet bestaat. Het boek dat dat het nadrukkelijkst doet, is “De blinde horlogemaker” van Richard Dawkins. Dawkins geeft daarin welwillend toe dat Paleys bewijs vóór Darwin inderdaad onweerlegbaar was, maar sinds Darwin is er volgens hem geen enkel excuus meer om dat nog te geloven: evolutie is de ‘blinde horlogemaker’ die dat horloge op de hei tot stand gebracht heeft. Nu is Dawkins’ wijze van redeneren verre van sluitend, en in zijn ‘bewijs’ dat God niet bestaat, vervalt hij in nog veel duidelijker denkfouten (of zijn het bewuste manipulaties?) dan Thomas van Aquino zeven eeuwen eerder. Maar als we eerlijk zijn (en dat behoren we boven alles te zijn!) moeten we toegeven dat Paleys horloge wel het nodige van zijn oorspronkelijke glans heeft verloren. Dus het kan geen kwaad een en ander nog eens goed tegen het licht te houden.

Conclusie

We zouden uit deze ‘geschiedenisles’ daarom de volgende conclusie moeten trekken. Er zijn voldoende redenen Gods hand in de schepping te zien, en dus ook voldoende redenen om de doelgerichtheid daarvan te zien als een krachtige demonstratie van Zijn grootheid en wijsheid.
Maar de discussie is vervuild geraakt door goedbedoelde pogingen dit te gebruiken als bewijs voor zijn bestaan, en dat was niet zo verstandig. Zoals het destijds ook niet zo verstandig was om een bij uitstek Griekse denker als Aristoteles voor dat doel te gebruiken. We doen het verstandigst als we naar ervaringen zoeken die onszelf overtuigen, in plaats van onze buurman, en dan zijn er betere redenen om in God te geloven. En de schepping kan ons nuttiger lessen leren dan hoe wij onze ongelovige medemens intellectueel zouden kunnen aftroeven.

R.C.R.

+

Voorgaande

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

++

Aanvullend

  1. Ontstaan van het lineaire denken
  2. Kosmos, Schepper en Menselijk Lot
  3. Begin van leven op aard: schepping of evolutie
  4. EO-directie: ‘Wij geloven in God als Schepper’
  5. Grootste oorzaak van atheïsme in de wereld zijn de Christenen
  6. Christenen vragen atheïsten te bewijzen dat God niet bestaat

+++

Gerelateerd – Related articles

  1. Terechte kritiek vanuit gespecialiseerde ecologen op Dna-biologen @volkskrant #dnatechnologie #evolutieleer
  2. Terug naar de zee!
  3. Richard Dawkins, almost too British to function – de menselijke reflexiteit met betrekking tot inzicht en kritiek op de rede worden hier secundair en primair het contract, desondanks deze spanning zeer controversieel is in verband met de positie van de mens in de natuur en de bedenking met de drift boven dergelijke reflexifivtiet te plaatsen, is dit niet een een degratie van de mens, inzicht in de plaats van geforceerd ideen brengt een openplek voor de mens via een andere weg dan beginnen vanuit de hogere positie van de mens.
  4. Blogging through Darwin (3): Darwin admits his difficulties
  5. Scenes from a thesis: development
  6. Dataïsme op weg naar alleenheerschappij
  7. Myths and Misconceptions about evolution
  8. The God imperative
  9. Genesis 1:27 | Look at the Stars
  10. Darwin Devolves by Michael Behe
  11. Insects & Intelligent Design
  12. The Origin of the Universe — Explained by Hambo
  13. Hambo Says Tigers Prove the Bible Is True
  14. Creationist Wisdom #913: Science Has No Answers
  15. Creationist Wisdom #914: We’ve Been Poisoned
  16. Hawking Got Everything Wrong