Als de tijd ten einde loopt … De geest van Nimrod

“U hebt uw schatkamers gevuld, hoewel de tijd ten einde loopt”(Jac.5:3)

De geest van Nimrod

Nimrod was de eerste machthebber op aarde …
De kern van zijn rijk werd gevormd door Babel, Uruk, Akkad en Kalne, in Sinear.
Vanuit dat land trok hij naar Assyrië, waar hij Nineve, Rechobot–Ir en Kalach bouwde, en ook de grote stad Resen, tussen Nineve en Kalach. (Gen. 10:8-12)

Toen Kaïn was vervloekt om de moord op zijn broer Abel, trok hij weg uit de streek Eden naar het land Nod. En een van de eerste dingen die hij daar deed, was een stad bouwen. Dit is de eerste keer dat wij dat woord ‘stad’ in de Bijbel tegen komen. Het Hebreeuwse woord is ‘ir’(zie Rechoboth-Ir in het citaat hierboven). Het betekent: ‘een bewaakte plaats’, en het is afgeleid van yare, dat ‘angst’ betekent, of ‘bevreesd zijn’. Nu lezen we in Gen. 4:14 dat Kaïn inderdaad vreesde voor zijn leven, dus helemaal onlogisch was dat niet. Maar het was het begin van een kenmerkende gewoonte van de goddelozen.

Imperium vorming

Bij ziggoerats werden reeds bakstenen toegepast (de foto toont een reconstructie)

Toen de mensheid zich, na de vloed, opnieuw begon te verspreiden en naar de vlakte van Sinear (Mesopotamië) trok, begon zij daar onmiddellijk weer steden te bouwen. Volgens Gen.11:3 gebruikte zij daarvoor een nieuwe bouwtechniek. In plaats van het stapelen van (al of niet bewerkte) natuursteen, ging zij nu uit van handgevormde stenen (een vorm van baksteen), die ze met natuurlijk asfalt (bij wijze van cement) aan elkaar metselde. De archeologie bevestigt ons, dat zij daarmee enorme bouwwerken konden optrekken. Dat is dan ook de achtergrond van de stad Babel en zijn befaamde toren.

De Toren van Babel, schilderij van Pieter Bruegel. De koning op de voorgrond (linksonder) stelt waarschijnlijk Nimrod voor.

De tekst geeft duidelijk aan dat de bouw daarvan werd gemotiveerd door de wens onafhankelijk te worden van God, en een alternatieve veiligheid te vinden. Dat gold niet alleen voor de toren, maar voor de stad als geheel, want het is de bouw van de stad, niet alleen die van de toren, die door Gods ingrijpen wordt stilgelegd. Maar we hoeven dit niet te beperken tot alleen deze stad; Babel wordt ons duidelijk getoond als voorbeeld voor de hele streek. Voor deze steden wordt opnieuw het woord ir gebruikt. We vinden het maar liefst 5 maal genoemd in deze twee hoofdstukken (Gen. 10 en 11). Let op dat het woord niet zomaar een aanduiding is van een plaats met een groter aantal huizen dan een dorp; het duidt altijd een ommuurde plaats aan. Ommuren doe je alleen wanneer je bang bent voor vijanden. En die vijanden ontstonden doordat zij, uit zelfverdediging, die andere volken juist aanvielen en onderwierpen.

Nimrod volgens het Promptuarii Iconum Insigniorum – “de tegenstrever” of “de zich verontwaardigende”, zoon van Kus en een achterkleinzoon van Noach.

Nimrod wordt ons genoemd als de eerste van dergelijke heersers, en het is tekenend dat hij ons tevens wordt geschilderd als ‘een groot jager’ (Gen. 10:9). Waar de generaties van vóór de vloed ons aanvankelijk nog worden geschilderd als herders en bezitters van kudden – dus hoeders van dieren – is nu het jagen en doden van dieren – dus bloedvergieten – het teken van ‘ware mannelijkheid’. Eenzelfde onderscheid vinden we later in Gen. 25 tussen Jakob en Esau, en het is niet zonder betekenis dat dit de eerstvolgende keer is dat we het begrip jacht in Genesis vinden (jacht en jachtbuit komen in Gen. 25 en 27 maar liefst 10 maal voor, tegen nog maar 7 maal daarna!).

Uitgaan uit de stad

Het is uit deze wereld van menselijke heerszucht en menselijke ‘veiligheid’ dat Abraham wordt weggeroepen, om verder als nomade te leven in het land Kanaän. Maar de menselijke schijnveiligheid van de ommuurde stad blijft ook dan een rol spelen in het verhaal. Wanneer Abraham en zijn neef Lot besluiten elk een kant uit te gaan, omdat hun gezamenlijke kudden te groot zijn geworden om nog in dezelfde streek te weiden, kiest Lot voor zichzelf de vruchtbare omgeving van ‘de steden van de vlakte’ (dat is de vallei ten zuiden van de Dode Zee). En na verloop van tijd vestigt hij zich in één daarvan. Dit is, na Gen. 10+11, de eerstvolgende keer dat we het woord ‘stad’ (ir) weer tegenkomen. De eerste crisis komt wanneer een confederatie van Mesopotamische heersers die steden aanvalt en de bevolking, inclusief Lot, als slaven mee terug wil nemen naar Mesopotamië. Alleen door tussenkomst van Abraham en enkele medestanders kan Lot daaraan ontsnappen. Toch vestigt hij zich opnieuw in de stad Sodom. De volgende crisis komt wanneer God besluit die steden te vernietigen wegens hun verregaande goddeloosheid. God is bereid Lot daarbij te sparen, maar die moet dan wel kiezen tussen Gods belofte van bescherming en de schijnveiligheid van een ommuurde stad. In deze hoofdstukken 18+19 komen we dat woord stad dan ook maar liefst 14 keer tegen. Lot blijkt echter slechts met moeite te bewegen de stad Sodom te ontvluch-ten, en ziet ook dan zijn veiligheid toch allereerst nog in Soar, een andere,nabij gelegen stad. Pas later besluit hij ook die achter zich te laten en zijn veiligheid te zoeken in de bergen, maar blijkbaar nog steeds niet in een vertrouwen op de God die hem toch tot tweemaal toe had gered.

De muren om de ‘vestingen’ van het christendom

Onze christelijke wereld kent, naast de ‘grote’ kerken, een uitgebreid palet van bewegingen en sekten; elk met een eigen versie van de christelijke boodschap die in hun visie het ware bijbelse christendom vertegenwoordigt.

Het lijkt wel alsof er een aparte Bijbel bestaat voor elk van hen, omdat elk dat Boek op een geheel eigen manier leest. Vele daarvan ontlenen hun bestaansrecht aan de nadruk die ze leggen op een bepaald aspect van de bijbelse boodschap, waar ze de rest in belangrijke mate aan ondergeschikt maken. En dat komt weer doordat velen voor eigen consumptie een slecht gebalanceerd menu samenstellen uit het totale Bijbelse aanbod. Het Oude Testament blijkt vaak zeer slecht gelezen, en dus gekend, te worden. En vervolgens wordt de tekst veel te veel met moderne westerse ogen gelezen, wat vaak leidt tot een-zijdige of zelfs ronduit onjuiste interpretatie van de bedoeling ervan. Nu is de gemiddelde Bijbellezer op zulke punten een leek en dus kun je hem deze neiging ook weer niet al te kwalijk nemen. Maar toch rust er ook op die leek-lezer wel degelijk een verantwoordelijkheid om rekening te houden met de mogelijkheid dat zijn begrip van de tekst wellicht gekleurd is door zijn ‘voorgeprogrammeerde’ denkwijze. En wanneer hij voldoende reden heeft aan te nemen dat een uitleg die probeert dat te corrigeren, wellicht juist zou kunnen zijn, moet hij bereid zijn die te aanvaarden, of in elk geval in overweging te nemen. De praktijk blijkt echter maar al te vaak anders te zijn. Dan wordt de eigen opvatting als onaantastbaar beschouwd (‘het staat er toch’) en wordt de geboden alternatieve uitleg opgevat als een infame poging de eigen identiteit van de betrokken geloofsrichting te ondermijnen, of als het bewijs van een apert gebrek aan nederigheid om de ‘duidelijke’ leer van de Schrift te erkennen. Maar ook daar blijft het niet bij. De ware fundamentalist neemt niet alleen zijn medegelovigen de maat door hem langs de lat van juist dit soort uitleg te leggen, hij toont naar buiten toe ook zijn geloofsijver door te ijveren voor, en het verplicht stellen van, het aanhangen van deze opvattingen door al zijn medeburgers, ook diegenen die niet tot zijn eigen kring behoren. Want waar het ten diepste op neerkomt, is angst. En zijn overtuiging is zijn bescherming, de ‘muur’ tussen hemzelf en de goddeloze wereld daarbuiten, die hem moet beschermen tegen de aanvallen van de vijandige wereld rond-om. En wie niet van zijn eigen ‘stad’ is, moet overheerst worden, gedwongen de heerschappij van die overtuiging te erkennen. Daarin ligt zijn hele gevoel van veiligheid. En die overtuiging, die muur, zal hij dus ook nooit ter discussie willen stellen. En daarom zijn er zoveel geloofs-koninkrijkjes, gescheiden door zulke muren. Maar al die muren zijn nog steeds gebouwd van door mensenhanden gevormde ‘stenen’, en niet door God.

Je eigen kruis opnemen

Bij Lukas, die meer dan de andere evangelisten de eisen van discipelschap benadrukt, lezen we:

‘Wie niet zijn kruis draagt en mij op mijn weg volgt, kanniet mijn leerling zijn’ (Luk. 14:27).

Voor een Jood uit de 1e eeuw zou ‘een kruis dragen’ maar één betekenis hebben: op weg zijn naar de plaats van je executie. ‘Je kruis dragen en Jezus volgen’ zou voor hem betekenen: Hem volgen naar Golgotha om daar met hem gekruisigd te worden. Dit gaat over het opofferen van je eigen leven in navolging van je meester. Dat hoeft niet altijd te betekenen dat je voor het geloof moet sterven (al moet je die bereidheid wel te allen tijde hebben), het kan ook betekenen dat je juist je leven in zijn dienst stelt. Maar het gaat in elk geval over opoffering. De ware volgeling van Christus leeft zonder eigen muren. Hij vertrouwt op God, dat Hij die bescherming biedt. Maar fundamentalistische ijveraars zien liever dat anderen zich aan ‘de regels’ houden. Zij dwingen het ‘heiligen’ van de sabbat af, ook voor niet-christenen (zonder zich er verder om te bekommeren hoe die dag dan infeite wordt doorgebracht). Ze lopen te hoop tegen iedere suggestie dat de aarde ouder zou zijn dan 6000 jaar (zonder zich ooit af te vragen wat nu in feite de werkelijke boodschap is van Gen. 1). Ze oefenen druk uit op de overheid om ook voor niet-christenen elk ingrijpen in het menselijk leven te verbieden (zonder zich ooit te hebben verzet tegen militair ingrijpen in andermans land of, aan de overkant van de oceaan, tegen particulier wapenbezit). Ze gaan tewerk als diegenen uit de Farizeeën, die tot geloof waren gekomen, maar die er tegelijkertijd op aandrongen dat de gelovigen uit de heidenen zich zouden laten besnijden. Over hen schrijft Paulus:

‘Ze zijn voor de besnijdenis, maar leven zelf niet volgens de wet; ze willen dat u zich laat besnijden om zich daarop te kunnen laten voorstaan. Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus (Gal. 6:13-14).

Dit alles is uiteindelijk nog steeds de geest van Nimrod: heersen over anderen. Weliswaar gebeurt dat zogenaamd voor de glorie van God, maar het is toch niet wat Jezus van zijn volgelingen vroeg. Hij verlangde dat zij hun eigen leven in zijn dienst stelden, niet dat van anderen. Wat er met die anderen gebeurt, zouden zij volledig aan God moeten over laten; dat is niet hun zaak. We vinden dat aan het eind van het evangelie van Johannes: op de vraag

‘En wat gebeurt er met hem, Heer?’

is Jezus’ antwoord:

‘Het is niet jouw zaak (wat er met hem zal gebeuren): jijmoet mij volgen.’ (Joh. 21:21-22).

De gelovige die zich temidden van al deze imperiumvorming nog staande wil houden, doet er daarom goed aan zich te concentreren op wat er van hemzelf wordt gevraagd. Het lot van zijn medemens kan hij met een gerust hart aan God overlaten.

R.C.R.

+

Voorgaande

Als de tijd ten einde loopt …… Vragen naar het goede

 

++

Aanverwant

  1. Fragiliteit en actie #10 Voor het nageslacht
  2. De nacht is ver gevorderd 4 Studie 1 Zijn het de laatste dagen? 3 Hoe pakken we het aan?
  3. De nacht is ver gevorderd 6 Studie 2 Schrik of troost 2 Sodom en Gomorra
  4. De nacht is ver gevorderd 18 Studie 3 Lessen uit het verleden 7 Conclusie
  5. God meester van goed en kwaad
  6. De Dag is nabij #8 Overzicht

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

Een in het kader van ‘Bijbel en Wetenschap’ telkens weer opduikende vraag is:

kun je Gods bestaan wetenschappelijk bewijzen?

Of heeft de wetenschap juist bewezen dat Hij niet bestaat? Er zijn in principe twee manieren waarop je de beantwoording van zo’n vraag kunt aanpakken. De ene houdt in dat je al je moderne wetenschappelijke inzichten in de strijd gooit, en probeert langs die weg tot een antwoord te komen. De andere is te kijken wat de Bijbel daar zelf over te zeggen heeft.

In deze serie willen we beide benaderingen achtereenvolgens aan een nader onderzoek onderwerpen.

Geen enkele god, of juist te veel?

Bij dit onderwerp moet je dan natuurlijk wel bedenken dat de vraag als zodanig er een van onze tijd is. Gedurende het grootste deel van de geschiedenis was de vraag of God (eventueel: een god) bestaat geen punt van discussie.

Pas in de moderne tijd is de mens daar aan gaan twijfelen. Atheïsme is in zijn huidige vorm bij uitstek iets van de laatste paar eeuwen. In bijbelse tijden was er juist een overvloed aan goden, en de vraag was niet of de God van de Bijbel bestond, maar hoe Die zich verhield tot al die andere: was Hij inderdaad de grootste?

Zelfs de bewering dat Hij de enige was, was toen al een gewaagde uitspraak. Je verwacht dan ook geen teksten in de Bijbel die dat bestaan zouden bewijzen. Vandaar dus de vele historische pogingen om dat bewijs buiten de Schrift om te leveren.
Voor de volledigheid: sommige Griekse profetenscholen hielden er toch al wel atheïstische ideeën op na, zoals die van de Epikureërs in Handelingen 17. Maar zij vertegenwoordigden niet het denken van de grote massa in de Griekse wereld. We zien dan ook dat Paulus in zijn toespraak te Athene veel meer ingaat op de argumenten van die andere filosofische school van zijn dagen: die der Stoïcijnen. Maar ook daarmee krijgt hij weinig voet aan de grond.

Oude wetenschap tegenover moderne

Buste van Socrates in het Louvre in Parijs, Romeinse kopie uit de 1e eeuw n.Chr. van een Grieks origineel in brons.

Buste van Socrates in het Louvre in Parijs, Romeinse kopie uit de 1e eeuw n.Chr. van een Grieks origineel in brons.

Toch zijn er in de volgende eeuwen een aantal vroeg-christelijke schrijvers geweest die hebben geprobeerd aannemelijk te maken dat de grote Griekse filosofen met hun denkbeelden eigenlijk wel op één lijzaten met de bijbelse boodschap. Je hebt het dan over filosofen als Socrates, Plato en Aristoteles (5e-4e eeuw v. Chr.).

Als wij met onze huidige inzichten terugkijken naar de essentie van hun denkbeelden zou je niet echt snel op de gedachte komen daar veel overeenkomsten met de Schrift in te zien, maar zulke pogingen waren vooral bedoeld om het vroege christendom ‘aanvaardbaar’ te maken voor de Griekse denkwereld. Helaas resulteerde dat vooral in een aanpassing van de bijbelse boodschap aan het gangbare Griekse denken, in plaats van omgekeerd zoals eigenlijk had gemoeten. Alles veranderde echter met het aanbreken van de tijd der ‘Verlichting’. Terwijl de oude Griekse benadering van de wetenschap voornamelijk was gebaseerd op redenering, begon nu het inzicht door te breken dat je dingen kunt bestuderen. Dat betekent gericht onderzoek door middel van experimenten en waarnemingen. Uit die waarnemingen kun je dan conclusies trekken die je zo nodig verder kunt onderbouwen met nieuwe experimenten en nog meer waarnemingen. Voor onze vraag had dit twee verschillende soorten gevolg.

De bevrijding uit ‘de slavernij van de natuur’

In de allereerste plaats betekende dit dat de mens steeds meer begon te begrijpen van de natuur en de wereld om hem heen. Allerlei dingen die hij vroeger niet begreep, en daarom toeschreef aan direct goddelijk ingrijpen, kon hij nu meer en meer herleiden tot wetenschappelijk aangetoonde wetmatigheden in de natuur. Natuurlijk heb je daarmee nog geen verklaring voor de oorzaak van die wetmatigheden, maar het tempo waarin het begrip toe nam maakte de mens optimistisch genoeg om aan te nemen dat die oorzaken op een dag ook wel verklaard zouden worden. En daarmee ontstond langzaam de gedachte dat je wellicht de hele wereld zou kunnen verklaren zonder daarvoor te hoeven ‘uitwijken’ naar bovennatuurlijke verklaringen.

De mens begon zich daardoor meer en meer ‘onafhankelijk’ te voelen, hij had God ‘niet langer nodig’. Want begrip van de natuur zou op den duur ook leiden tot beheersing van die natuur. Hij zou er niet langer ondergeschikt aan zijn, maar die natuur ondergeschikt kunnen maken aan zichzelf. Het hele feit dat de waargenomen regelmatigheden in de natuur worden aangeduid als ‘wetten’ symboliseert in feite dat denkbeeld van die ondergeschiktheid van de natuur: zij kan niet zo maar haar gang gaan, maar is onderworpen aan ‘wetten’. En de mens zou van die wetten gebruik kunnen maken om de natuur naar zijn hand te zetten. De mens zag dit in toenemende mate als een bevrijding uit een soort slavernij. En dus begon zich, ook onder de grote massa, een actief atheïsme te ontwikkelen, dat gretig gebruik maakte van de nieuw verworven inzichten. Wat ten onrechte de mening heeft doen post vatten dat een geloof in God in strijd zou zijn met de conclusies van de wetenschap. Een misvatting die bijvoorbeeld de communistische wereld met veel enthousiasme heeft aangewakkerd en in stand gehouden.

Is Gods bestaan wetenschappelijk aantoonbaar?

De andere ontwikkeling leidde juist in de tegenovergestelde richting.

Overtuigde christenen begonnen te overwegen dat het wellicht mogelijk zou zijn om met die nieuw ontwikkelde wetenschappelijke methodieken juist te bewijzen dat God bestaat. Dat stuit uiteraard op het probleem dat je God niet kunt onderwerpen aan wetenschappelijke experimenten, maar met wat speurwerk zou je uit de natuur toch wel voldoende waarnemingen moeten kunnen halen als basis voor een wetenschappelijk aanvaardbare theorie. Op zich geen onlogische gedachtegang, maar in de praktijk bleek het toch moeilijk om het bewijs rond te krijgen. En bovengenoemde partijen, die hun atheïsme waren gaan baseren op diezelfde wetenschap, lieten zich hun nieuw verworven ‘bevrijding’ uiteraard niet zo gemakkelijk weer afnemen. Dat leidde onvermijdelijk tot een merkwaardig soort van godsdienstoorlog tussen beide kampen, waarbij beide partijen gebruik maken van echte ofvermeende wetenschappelijke feiten en conclusies. Met als gevolg dat de modale burger het spoor al lang bijster is.

In de komende afleveringen willen we daarom proberen daar wat klaarheid in te brengen.

R.C.R

+

Voorgaand

Bijbels geloof en heidense filosofie

++

Aansluitende lectuur

  1. 4de Vraag: Wie of wat is God
  2. God of een god
  3. God versus goden
  4. Bestaan en moeilijke herkenning van het Hoogste Godheidswezen
  5. Bijbel – Enige bron van kennis en openbaring van God
  6. Bouwen op het Bijbels fundament 1.Feit of fantasie?
  7. Gods vergeten Woord 16 Geopenbaarde Woord 1 Zoeken naar een god
  8. Gods vergeten Woord 17 Geopenbaarde Woord 2 Geopenbaard licht
  9. Bereshith 2:4-14 Adem en leven plaatsing door de Elohim God
  10. Bereshith 3:1-5 De grote misleiding
  11. Is God drie-eenheid
  12. De Enige Ware God
  13. Drie-eenheidsleer een menselijke dwaling
  14. Aanroepen van Gods Naam
  15. God is een verhaal #2 Voorgangers niet gediend met een Enige God
  16. Betreffende Christus # 2 Goddelijke bron, verband en goddelijk mens
  17. Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 4 De ziel – een Grieks beeld
  18. Christenen vragen atheïsten te bewijzen dat God niet bestaat

++

Aanverwante supplementaire lectuur

  1. Monotheisme – ÉÉN GOD

Ogen open doen voor transparante verkondiging te zien

In onze huidige wereld willen mensen voor alles wel een uitleg vinden. In de vorige decennia namen velen omtrent het geloof hun toevlucht in interpretatieve geschriften.
De laatste jaren is de hermeneutiek de belangrijkste wetenschap geworden in de theologie.

Velen vinden het moeilijk om dat alles te verbinden met het leven hier en nu. Maar moet men daar niet stellen dat velen het veel te ver gaan zoeken? Heeft de mens werkelijk zulk een noodzaak aan al die theologische werken?

Men zou eigenlijk kunnen verwachten dat de Bijbel op zich toch genoeg duidelijkheid zou moeten kunnen scheppen. In wezen kan die dat ook maar de meeste mensen schenken nog het liefst het meeste vertrouwen in mensen die zij rondom zichzelf kunnen benaderen. Schrijvers en denkers van nu spreken hen dan ook het meest aan.

Velen blijken te vergeten dat het Christelijk Geloof niet zo moeilijk hoeft te zijn of niet zo overgoten moet zijn met onbegrijpelijke verhalen of gebeurtenissen. Men moet maar de bijbel ter hand nemen en men zal, als men zijn ogen open doet, wel de transparante verkondiging weten te zien.

Wetenschap: God of afgod 1 Wat zijn wetenschap en Bijbel en hun raakvlakken

Wetenschap: God of afgod 1 Wat zijn wetenschap en Bijbel en hun raakvlakken

Vijanden van elkaar

Het is vreemd, maar veel christenen menen dat Bijbel en wetenschap natuurlijke vijanden van elkaar zijn. Alles wat wetenschap in feite doet, is echter de wereld om ons heen systematisch beschrijven. Goede wetenschap berust op feiten en doet daar verslag van. Waarom zijn zoveel christenen daar dan bang voor? Vrezen zij dat een al te helder licht op de feiten wellicht zou kunnen aantonen dat hun opvattingen over de uiterste houdbaarheidsdatum heen zijn?
Natuurlijk, er zijn gezaghebbende wetenschappers die hun status misbruiken om hun privé opvattingen over atheïsme gezag te verlenen, zoals er ook theologen zijn die hun gezag als theoloog misbruiken om onverantwoorde uitspraken te doen. Dat
zegt weliswaar veel over de beperkte betrouwbaarheid van mensen, maar nog niets over nut of onnut van wetenschap, of van theologie.

Wat is wetenschap?

Wetenschap beschrijft de werkelijkheid. Je gaat uit van waarnemingen, vaak meetresultaten al hoeft dat niet. Die probeer je te verklaren; dan krijg je een ‘hypothese’. Vervolgens redeneer je: als ik dit doe dan moet er dat gebeuren, en dat ga je dan controleren d.m.v. experimenten. Als het klopt wordt je hypothese een theorie. Die theorie is een mogelijke verklaring/beschrijving van wat je in de natuur waarneemt, en daar mogen geen uitzonderingen op bekend zijn. Het vervelende is alleen dat zo’n uitzondering altijd morgen kan opduiken. Als dat gebeurt moet je je theorie zodanig aanpassen dat die nieuwe waarneming daar ook in past.
Als dat niet lukt, moet je hem weggooien en een andere bedenken. Maar een theorie is altijd gebaseerd op waargenomen feiten. En die zijn in elk geval juist. Alleen de verklaring daarvan zou tekort kunnen schieten. In concreto: dinosaurussen hebben bestaan; de vraag is alleen: hoe zijn we er ooit aangekomen, en hoe zijn we er weer van afgekomen. Dat laatste
is een verklaring, een theorie, waar je over kunt discussiëren. Maar te ontkennen dat die beesten ooit hebben bestaan is niet aan de orde.

Wat is de Bijbel?

Aan de andere kant hebben we de Bijbel, Gods instructieboek aan ons, ons ‘Handboek-soldaat’, dat ons alles vertelt wat we moeten weten om een goed christen te zijn. Zoals dat Handboek-soldaat de dienstplichtige destijds alles vertelde wat hij moest
weten om een goed soldaat te zijn.

Maar de Bijbel vertelt je beslist niet waar de dinosaurus vandaan kwam, of waar hij is gebleven, want dat hoef je als christen niet te weten. Zoals het Handboek-soldaat je niet vertelde wie de Mona Lisa heeft geschilderd, of waar je die nu kunt zien. En zoals de wetenschapper er van uit gaat dat zijn waarnemingen juist zijn – dat zij de feiten zijn waar hij zich op kan baseren – zo gaat de bijbellezer er van uit dat de tekst die hij voor zich heeft juist is, dat die de waarheid is waar hij zich op kan baseren.

Strikt genomen is noch het een noch het ander volledig gegarandeerd. Waarnemingen kunnen achteraf wel eens vals blijken te zijn geweest, en evenzo kan de Bijbeltekst wel eens verkeerd zijn overgeleverd, en wij lezen hem in elk geval altijd in een vertaling!
Maar door de band genomen klopt dat allemaal wel.

Maar zoals feiten op zichzelf geen betekenis hebben, en eerst moeten worden geïnterpreteerd voordat ze iets voor ons betekenen, zo moeten we ook de Bijbeltekst eerst uitleggen voordat die iets voor ons betekent.

En zoals een wetenschappelijke theorie achteraf wel eens onjuist, of op zijn minst onvolledig, kan blijken te zijn, zo hoeft ook een theologische uitleg niet altijd de absolute waarheid te zijn. Anders gezegd: feiten liegen niet, maar wetenschappers soms wel, en die zijn in elk geval niet onfeilbaar. Maar evenzo: Gods woord is weliswaar de waarheid, maar Bijbellezers en Bijbeluitleggers kunnen, al dan niet met de beste bedoelingen, soms heel scheve schaatsen rijden.

Welke raakvlakken zijn er eigenlijk

U vindt een en ander geïllustreerd in het schema. Wetenschap is gebaseerd op waargenomen feiten en christendom op de tekst van de Bijbel.
Die kunnen nooit met elkaar in strijd zijn. Dat kan hooguit met de uitleg van die feiten en teksten, maar hoe groot is die kans? Wetenschap gaat vooral over fysieke zaken, en de Bijbel over geestelijk leven. De meeste ‘conflicten’ ontstaan wanneer christenen in bepaalde teksten een beschrijving gaan lezen van natuurkundige of biologische principes. Zoals de middeleeuwse kerk in de Schrift de bevestiging zag van een wereldbeeld met de aarde als het middelpunt van het heelal. Daar kwamen geleerden als Copernicus en Galileï mee in conflict toen ze beweerden dat de aarde om de zon draaide, in plaats van andersom.

De Italiaans natuurkundige, astronoom, wiskundige en filosoof Galilei en Viviani, 1892, Tito Lessi

Maar de Bijbel gaat niet over de fysieke inrichting van het heelal, die gaat over het feit dat God de aarde heeft geschapen als
geestelijk middelpunt van zijn plan met de mens. Wat hier mis gaat is daarom niet de
interpretatie van bepaalde teksten als zodanig, maar het feit dat de Bijbel wordt gelezen vanuit een totaal verkeerde invalshoek. Waarna die invalshoek vervolgens tot zulke misinterpretaties leidt.
Helaas is die middeleeuwse invalshoek tot ons christelijk erfgoed gaan behoren, zodat dit soort misinterpretaties nog steeds voorkomen. Wanneer de wetenschap dan aantoont dat die niet overeenstemmen met onze waarnemingen, ligt dat echt niet aan die waarnemingen. Ja,
de Bijbel is geïnspireerd, en kan niet fout zijn. Maar onze uitleg van die Bijbel is niet geïnspireerd, en kan er wel degelijk mijlenver naast zitten!

Het schema toont ons dat, en we moeten ons dan steeds afvragen of de interpretatie van de feiten onjuist is, of toch onze uitleg (exegese) van de Bijbel. Maar het schema toont ons ook waar het veel vaker mis gaat: feilbare mensen, aan de ene kant of aan de andere, bouwen op hun begrip van de feiten of van de Bijbeltekst een verdere redenering (bij gebrek aan een betere term heb ik dat maar filosofieën genoemd) die in conflict is met wat we aan de andere kant weten. Maar dat mag je de Bijbel niet verwijten, en evenmin de wetenschap. Dat ligt aan de neiging van mensen die iets willen ‘bewijzen’ om daar hun vakgebied
voor te misbruiken, of dat nu Bijbelexegese is of juist wetenschap.
Maar in feite is het geen van beide, in feite is het in beide gevallen een vorm van bijgeloof. In de komende afleveringen willen we daarom een aantal van dit soort confrontaties wat nader beschouwen.

+

Aanvullende lectuur

  1. Rond de Bijbel
  2. Bijbel verzameld Woord van God
  3. Boek der boeken de Bijbel
  4. Boek in onze handen
  5. Bijbel baken en zuiverend water
  6. Bestseller aller tijden
  7. De Bijbel als instructieboek
  8. De Bijbel als instructieboek #1 Lezen van de Bijbel
  9. De Bijbel als instructieboek #2 Effectief Bijbellezen
  10. De Bijbel als instructieboek #3 De Taal van de Bijbel
  11. Nut van het lezen van de Bijbel
  12. Missionaire hermeneutiek 1/5
  13. Missionaire hermeneutiek 2/5
  14. Hermeneutiek om uit te dragen #3 Wetenschap
  15. Hermeneutiek om uit te dragen #7 In Harmonie
  16. Hermeneutiek om uit te dragen #8 Tegenspraak

+++

Gerelateerd

  1. Herman Bavinck on Traveling and the Theology of Nature Hoe leert men dan nog beter dan voorheen de taal van Psalmen en Profeten waardeeren en de heerlijke natuurpoëzie van den Bijbel verstaan?

Over de overbodigheid van een faculteit theologie

Betreft al de theologische scholen valt het telkens op dat bij die instellingen wel wordt verwacht dat men geloof stelt in hun god en meestal ook wel behoord tot hun geaffilieerde kerkgenootschap.

Anders en niet gelovigen hebben het in zulke instellingen zeer moeilijk om voor de examens te slagen en daar een graad te behalen.

Natuurlijk hebben zulke hogescholen een betekenis van bestaan voor het leren van geschiedkundige achtergronden van religies, filosofische en religieuze denkwijzen, maar om er te leren wie de Ware God is en hoe Hem te dienen zijn het niet de ideale instellingen.

Voor de Ware Enige God te leren gaat men best te rade bij de Grootste Gever van Het meest juiste antwoord biedende Woord, de Bijbel. Daarin kan men de beste opleiding verkrijgen om de enige Ware God te leren kennen om Hem op de juiste wijze te leren dienen.

Men heeft geen theologie opleiding nodig om de bijbel te kunnen verstaan of begrijpen en/of om een goed Christen te worden.

*

Ter herinnering

Dawkins at the University of Texas at Austin.

Dawkins at the University of Texas at Austin. (Photo credit: Wikipedia)

266px-maarten_boudry

Maarten Boudry profileert  zich als de Richard Dawkins van de lage landen => waarmee de autistische informaticus Malakh Ahavah hem bekritiseerd op zijn dogmatische houding als atheïstische evangelist tegenover religie.

Maarten Boudry = neptheoloog

zond tweet de wereld in, (in de Wetenschappelijke taal Engels):

 

“No self-respecting university should have a Faculty of Theology. Even a Faculty of Astrology would make more sense. At least stars exist.”

.

verschillende opvattingen, > Descartes twee bewijzen voor het bestaan van God, + Lacant onderbewuste structureren als een taal

.

Universiteit Leuven > geloof van student niet geëxamineerd

theologie-studenten niet met geloof bezig houden <= Theologie op academisch niveau = niet studie in geloof

theologiestudie = confrontatie met alle facetten die mens eigen zijn: filosofie, geschiedenis, psychologie, religie en geloof

niet enkel Moslim bezig met spirituele vragen >> Spiritualiteit hoort bij de mens

.

Malakh Ahavah heeft geleerd hoe Joden, Moslims + andere gelovigen hun religie & geloof beleven + relatie tussen deze religies

Als student theoloog vooral leren denken + geschiedenis van denken onder de loep genomen

.

Theologie = geen bijbelstudie, al kan bijbelstudie er wel een deel van uitmaken.

+++

Save

Save

malakhahavah

Steeds meer profileert Maarten Boudry zich als de Richard Dawkins van de lage landen, waarmee ik hem niet wil complementeren met zijn intellect, dat wil ik in het midden laten, maar wel wil bekritiseren op zijn dogmatische houding als atheïstische evangelist tegenover religie.

Maarten Boudry zal in het collectieve geheugen van de theologie altijd bekend staan als die neptheoloog die ooit brieven stuurde naar enkel conferenties, vol onzin, die ten zeerste door het theologisch establishment werden serieus genomen. Een “grap” waarmee hij nog steeds fel te koop loopt gezien zijn bijdrage onlangs in De Standaard.

Nu heeft hij het weer gedaan; onlangs zond hij een tweet de wereld in, uiteraard zoals het een goede wetenschapper betaamd in de Wetenschappelijke taal Engels, (of was het om meer lezers te trekken?): “No self-respecting university should have a Faculty of Theology. Even a Faculty of Astrology would make more sense. At least stars…

View original post 680 more words

Bijbel, zwaard van de Geest in de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God om tot een volkomen mens te komen

 

 

“Een psalm van David, voor den opperzangmeester. {1} (19-2) De hemelen vertellen {2} Gods eer, en het uitspansel {3} verkondigt Zijner handen werk.” (Psalmen 19:1 STV)

“1  Toen sprak God {1} al deze woorden, {2} zeggende: 2 Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, {3} uitgeleid heb. 3 Gij zult geen andere goden {4} voor Mijn aangezicht hebben.” (Exodus 20:1-3 STV)

“Alzo zegt de Heere HEERE: Het zal niet bestaan, {22} en het zal niet geschieden.” (Jesaja 7:7 STV)

“En de HEERE stak Zijn hand uit, en roerde mijn mond aan; {20} en de HEERE zeide tot mij: Zie, Ik geef Mijn woorden in uw mond. {21}” (Jeremia 1:9 STV)

“Gelooft gij niet, dat Ik in den Vader [ben], en de Vader in Mij is? De woorden, {20} die Ik tot ulieden spreek, spreek Ik van Mijzelven niet, maar de Vader, Die in Mij blijft, {21} Dezelve doet de werken. {22}” (Johannes 14:10 STV)

“En neemt den helm der zaligheid, {40} en het zwaard des Geestes, {41} hetwelk is Gods Woord.” (Efeziërs 6:17 STV)

“Hij zeide voorts: Ik ben de God uws vaders, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob. En Mozes verborg zijn aangezicht, {10} want hij vreesde God aan te zien.” (Exodus 3:6 STV)

“Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, {54} dat wij den Waarachtige kennen; {55} en wij zijn in den Waarachtige, {56} [namelijk] in Zijn {57} Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige {58} God, en het eeuwige Leven. {59}” (1 Johannes 5:20 STV)

“Gij Heere, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, {24} en de eer, en de kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil zijn zij, {25} en zijn zij geschapen.” (Openbaring 4:11 STV)

“2 (6-1) Verder sprak God tot Mozes, en zeide tot hem: Ik ben de HEERE, {1} 3 (6-2) En Ik ben aan Abraham, Izak, en Jakob verschenen, als God {2} de Almachtige; {3} doch met Mijn Naam HEERE ben Ik hun niet bekend geweest. {4}” (Exodus 6:2-3 STV)

“13 Daarom zegt gij: {23} Wat weet er God van? Zal Hij door de donkerheid {24} oordelen? 14 De wolken zijn Hem een verberging, dat Hij niet ziet; en Hij bewandelt {25} den omgang der hemelen.” (Job 22:13-14 STV)

“5 En de Levieten, Jesua, en Kadmiel, Bani, Hasabneja; Serebja, Hodia, Sebanja, Petahja, zeiden: Staat op, looft den HEERE, {9} uw God, van eeuwigheid tot in eeuwigheid; en men love {10} den Naam Uwer heerlijkheid, {11} die verhoogd is boven allen lof en prijs! {12} 6 Gij zijt die HEERE alleen, Gij hebt gemaakt den hemel, den hemel der hemelen, {13} en al hun heir, {14} de aarde en al wat daarop is, de zeeën en al wat daarin is, en Gij maakt die allen levend; {15} en het heir der hemelen {16} aanbidt U. {17} 7 Gij zijt die HEERE, de God, Die Abram hebt verkoren, en hem uit Ur der Chaldeën uitgevoerd; en Gij hebt zijn naam gesteld Abraham.” (Nehemia 9:5-7 STV)

“7  Hoort, Mijn volk! en Ik zal spreken; Israël! en Ik zal onder u betuigen; {14} Ik, God, ben uw God. {15} 8 Om uw {16} offeranden zal Ik u niet straffen, want uw brandofferen zijn steeds voor Mij. 9 Ik zal uit uw huis geen var nemen, [noch] bokken uit uw kooien; 10 Want al het gedierte des wouds is Mijn, de beesten op duizend {17} bergen. 11 Ik ken al het gevogelte der bergen, en het wild des velds is bij Mij. {18} 12 Zo Mij hongerde, Ik zou het u niet zeggen; want Mijn is de wereld en haar volheid. {19} 13 Zou Ik stierenvlees {20} eten, of bokkenbloed drinken? 14 Offert Gode dank, {21} en betaalt den Allerhoogste uw geloften. 15 En roept Mij aan in den dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eren. 16  Maar tot den goddeloze zegt God: Wat hebt gij Mijn inzettingen te vertellen, en neemt Mijn verbond in uw mond? 17 Dewijl gij de kastijding {22} haat, en Mijn woorden achter {23} u henenwerpt.” (Psalmen 50:7-17 STV)

“11 En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, {26} en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, {27} en sommigen tot herders {28} en leraars; 12 Tot de volmaking {29} der heiligen, tot het werk {30} der bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus; 13 Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid {31} des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen {32} man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus; 14 Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met allen wind der leer, door de bedriegerij {33} der mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen;” (Efeziërs 4:11-14 STV)

“En ik, broeders, als ik tot u ben gekomen, ben niet gekomen met uitnemendheid {1} van woorden, of van wijsheid, u verkondigende de getuigenis {2} van God.” (1 Corinthiërs 2:1 STV)

“9 Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des {22} mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben. 10 Doch God heeft [het] ons geopenbaard {23} door Zijn Geest; {24} want de Geest onderzoekt alle {25} dingen, ook de diepten Gods. {26}” (1 Corinthiërs 2:9-10 STV)

“14 Maar de natuurlijke mens {35} begrijpt niet de {36} dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij {37} kan ze niet {38} verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden. {39} 15 Doch de geestelijke [mens] {40} onderscheidt wel alle dingen, maar {41} hij zelf wordt van niemand {42} onderscheiden. {43} 16 Want wie heeft den zin des Heeren {44} gekend, die Hem zou onderrichten? Maar wij hebben den zin van Christus. {45}” (1 Corinthiërs 2:14-16 STV)

“Wie heeft den Geest {52} des HEEREN bestierd, {53} en [wie] heeft Hem [als] Zijn raadsman onderwezen? {54}” (Jesaja 40:13 STV)

“5 Welke in andere {9} eeuwen den {10} kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu {11} is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, {12} door den Geest; 6 [Namelijk] dat de heidenen zijn medeërfgenamen, {13} en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie;” (Efeziërs 3:5-6 STV)

“Opdat hun harten {5} vertroost mogen {6} worden, en zij samengevoegd {7} zijn in de liefde, en [dat] tot allen rijkdom der volle verzekerdheid {8} des verstands, tot kennis der {9} verborgenheid van God en den Vader, en van Christus;” (Colossenzen 2:2 STV)

“Spreek niet voor het oor van een zot, want hij zou het verstand {21} uwer woorden verachten.” (Spreuken 23:9 STV)

“1  Voorts zijn dit de laatste woorden van David. {1} David, de zoon van Isaï zegt, en de man, die hoog is opgericht, {2} de gezalfde van Jakobs God, en liefelijk [in] psalmen van Israël, {3} zegt: 2 De Geest des HEEREN heeft door mij gesproken, en Zijn rede is op mijn tong geweest.” (2 Samuël 23:1-2 STV)

“Mannen broeders, deze Schrift moest vervuld worden, welke de Heilige Geest door den mond Davids voorzegd heeft van Judas, die de leidsman geweest is dergenen, die Jezus vingen;” (Handelingen 1:16 STV)

“En tegen elkander oneens zijnde, scheidden zij; {42} als Paulus [dit] ene woord {43} gezegd had, [namelijk]: Wel heeft de Heilige Geest {44} gesproken door Jesaja, den profeet, tot onze vaderen,” (Handelingen 28:25 STV)

“Onderzoekende, op welken of hoedanigen tijd {37} de Geest van {38} Christus, Die in hen was, beduidde en te voren getuigde, het lijden, [dat] op Christus [komen] [zou], en de heerlijkheid daarna {39} [volgende].” (1 Petrus 1:11 STV)

“20 Dit eerst wetende, {73} dat geen profetie {74} der Schrift is van eigen uitlegging; {75} 21 Want de profetie is {76} voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen, {77} maar de heilige mensen Gods, {78} van den Heiligen Geest {79} gedreven zijnde, {80} hebben [ze] gesproken. {81}” (2 Petrus 1:20-21 STV)

“Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken {53} alles, wat Ik u gezegd heb.” (Johannes 14:26 STV)

“16 Al de Schrift is {57} van God ingegeven, {58} en is nuttig tot lering, tot {59} wederlegging, tot {60} verbetering, tot {61} onderwijzing, die {62} in de rechtvaardigheid is; 17 Opdat de mens Gods {63} volmaakt zij, tot {64} alle goed werk volmaaktelijk toegerust. {65}” (2 Timotheüs 3:16-17 STV)

“Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, als gij het Woord der prediking {23} van God van ons ontvangen {24} hebt, gij dat aangenomen {25} hebt, niet [als] der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) [als] Gods Woord, dat ook {26} werkt in u, die gelooft.” (1 Thessalonicen 2:13 STV)

“Want al wat te voren geschreven is, {17} dat is tot onze lering te voren geschreven, {18} opdat wij, door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften, {19} hoop hebben zouden. {20}” (Romeinen 15:4 STV)

“En deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden; {19} en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op dewelke de einden der {20} eeuwen gekomen zijn. {21}” (1 Corinthiërs 10:11 STV)

“49  Zain. Gedenk des woords, {54} tot Uw knecht [gesproken], op hetwelk Gij mij hebt doen hopen. 50  Dit is mijn troost in mijn ellende, want Uw toezegging heeft mij levend gemaakt.” (Psalmen 119:49-50 STV)

“7 De wijsheid is het voornaamste; {13} verkrijg [dan] wijsheid, en verkrijg verstand met al uw bezitting. {14} 8 Verhef ze, {15} en zij zal u verhogen; zij zal u vereren, {16} als gij haar omhelzen zult. 9 Zij zal uw hoofd een aangenaam {17} toevoegsel geven, een sierlijke kroon {18} zal zij u leveren.” (Spreuken 4:7-9 STV)

“Een verstandig hart zal de wetenschap opzoeken; maar de mond der zotten zal met dwaasheid {29} gevoed {30} worden.” (Spreuken 15:14 STV)

“Die nu in de goede aarde bezaaid is, {23} deze is degene, die het Woord hoort en verstaat, die ook vrucht draagt en voortbrengt, {24} de een honderd-, de ander zestig-, en de ander dertig [voud].” (Mattheüs 13:23 STV)

“Maar der volmaakten is {33} de vaste spijze, {34} die door de gewoonheid {35} de zinnen geoefend hebben, {36} tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads.” (Hebreeën 5:14 STV)

“Aan deze vier jongelingen nu gaf God wetenschap en verstand {56} in alle boeken, {57} en wijsheid; maar Daniël {58} gaf Hij verstand in allerlei gezichten en dromen. {59}” (Daniël 1:17 STV)

“Er is geen wijsheid, en er is geen verstand, en er is geen raad tegen den HEERE. {69}” (Spreuken 21:30 STV)

“Hoor raad, {54} en ontvang tucht, {55} opdat gij in uw laatste {56} wijs zijt.” (Spreuken 19:20 STV)

“7 Merk, hetgeen ik zeg; {17} doch de Heere geve {18} u verstand in alle dingen. 8  Houd in gedachtenis, {19} dat Jezus Christus uit {20} de doden is opgewekt, Welke is uit den zade Davids, naar mijn Evangelie; {21} 9 Om hetwelk ik verdrukkingen {22} lijde tot de banden toe, {23} als een kwaaddoener; {24} maar het Woord Gods is niet gebonden. {25} 10 Daarom verdraag ik alles om de uitverkorenen, {26} opdat ook zij de {27} zaligheid zouden verkrijgen, die in Christus Jezus is, {28} met eeuwige heerlijkheid.” (2 Timotheüs 2:7-10 STV)

“Gelijkerwijs Gij Hem macht gegeven hebt over alle vlees, {4} opdat al wat Gij Hem gegeven hebt, {5} Hij hun het eeuwige leven geve.” (Johannes 17:2 STV)

“Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, {54} dat wij den Waarachtige kennen; {55} en wij zijn in den Waarachtige, {56} [namelijk] in Zijn {57} Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige {58} God, en het eeuwige Leven. {59}” (1 Johannes 5:20 STV)

“2 Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust {4} en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en {5} eerbaarheid. 3 Want dat is goed en {6} aangenaam voor God, onzen Zaligmaker; 4 Welke wil, dat alle mensen zalig {7} worden, en tot kennis der waarheid {8} komen.” (1 Timotheüs 2:2-4 STV)

*

 

 

Bijbel Staten Generaal der Verenigde Nederlanden 1926

Bijbel Staten Generaal der Verenigde Nederlanden 1926

+

Voorgaand:

Coming to understanding from sayings written long ago

Bibel, Schwert des Geistes, in die Einheit des Glaubens und der Erkenntnis des Sohnes Gotte

Vervolg:

Bible, épée de l’Esprit à venir dans l’unité de la foi et de la connaissance du Fils de Dieu

Bible, sword of the Spirit to come into the unity of the faith and of the knowledge of the Son of God, unto a perfect man

++

Aanvullende lectuur:

  1. Bijbel, Gods Woord ingegeven nuttig tot lering, tot bestraffing, tot verbetering en tot onderwijzing
  2. Het woord van de Ware God gegeven voor wijsheid te vergaren
  3. Bijbel, Gods Woord tot opvoeding (NBG51)
  4. De heilige geest zal alle dingen welke gezegd zijn in herinnering terugbrengen
  5. Bijbel, helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest ter onderricht
  6. Bibel, Helm des Heils und das Schwert des Geistes

+++

Misschien ook boeiend om onder ogen te nemen, maar welke niet steeds onze goedkeuring dragen of hetzelfde geloven als wij:

Staat God achter al het kwaad hier op aarde

Voorheen geplaatst op 29 juni 2011, verkreeg dit artikel tot op 11 december 2014 1029 bezichtigingen op Bijbelvorsers Webs, de website van de stoppende Vereniging voor Bijbelstudie.

Bestraffing der wereld

Regelmatig horen wij mensen de opmerking geven dat het God is die de wereld straft. Zij zeggen dat de rampen die over deze wereld komen de wraak van God zijn. Volgens hen is het een terechtwijzing van God voor de mensen die verkeerd leven. Men kan dan wel de vraag stellen waarom mensen die dan toch hun best doen om goed te leven ook worden gestraft. Waarom moeten die mensen die goed doen lijden?

In de oude Hebreeuwse geschriften kan men het Boek van Job vinden waarin een beeld wordt geschetst waarom er lijden is op deze aardbol. Wij kunnen in dat boek het verhaal lezen van de welvarende man Job die onverwachts getroffen wordt door calamiteiten van allerhande aard, die hem het leven zo zuur  maken dat hij er zelfs een einde wil aan maken.

Van rijkdom tot armoede en malheur

De zo devote man begint op een ogenblik zelfs te twijfelen of God wel nog met hem wil zijn. Misschien hebben wij ook wel eens zulke ogenblikken. Of nog erger, krijgen wij soms zulk een ideeën dat er dan toch geen God zou bestaan. God lijkt dan helemaal uit ons leven verdwenen te zijn.

De man die van rijkdom in armoede vervalt en zijn meest geliefden weet te sterven voor dat zij een gezegende kroost  en gezond nakomelingschap konden bezorgen.

COLLECTIE TROPENMUSEUM Wajangfiguur van perkam...

Strijden tegen moeilijkheden. – Wajangfiguur van perkament voorstellende een buffel (Foto credit: Wikipedia)

De personen die Job omringden verlieten hem of betichtten hem van dingen verkeerd te hebben gedaan en zelfs tegen God gezondigd te hebben. Toen Job over zijn moeilijkheden klaagde en zijn teleurstelling over het leven en de hulp er in uitte, stonden zijn vrienden al met hun antwoord klaar, want nu konden zij eigenlijk eens die hoger geplaatste die omlaag gevallen was een lesje leren. Aan al de miserie die Job nu overkwam moest wel een oorzaak gelegen zijn welke te zoeken was in het hart van Job. Het moest toch zijn houding in dit leven en tegenover God zijn die tot gevolg had dat er nu rampspoeden over hem kwamen. Het zou toch niet zo maar over de mens kunnen komen. Voor hen had alles een oorzaak, die bij de mens zelf moest te vinden zijn.

Goed en slechtheid over de mens

Volgens Jobs vrienden zouden de goede dingen toekomen aan de mensen die goed doen en de slechte dingen zouden sowieso naar diegenen komen die slecht doen. Slechte mensen zullen steeds de weerbots krijgen. En dat laatste zullen wij niet tegenspreken, want indien het niet in dit leven zal gebeuren zal het zeker bij het Laatste Oordeel gebeuren waar zij de rekening zullen gepresenteerd krijgen.

Maar is het wel zo dat diegenen die goed doen enkel het goede over hen krijgen. Ik ben bang van niet. Nog erger zelfs. Ik vrees dat er meer personen zijn die veel goeds doen en echt een fijne ingesteldheid hebben die toch te lijden hebben en veel moeten verduren.
Zo wel gelovigen als ongelovigen kunnen goed doen, maar eveneens dingen verkeerd doen. Zo wel gelovigen als niet gelovigen moeten de pijnen van deze wereld ondergaan en worden geconfronteerd met de smarten van deze wereld.

Heersingsdrang van de mens

Waar men ook kijkt komt men geweld tegen, geestelijk als lichamelijk. De geschiedenis is doorspekt met verhalen van verdrukking en oorlogsgeweld. Steeds hebben mensen geprobeerd om over anderen te heersen. Dit bracht regelmatig rampzalige gevolgen mee voor bepaalde groepen mensen. Zelfs gelovigen brachten andere gelovigen moeilijkheden, tot zelfs dusdanige misgrijpen dat de andere het met het leven moest bekopen. In naam van God zijn heel veel mensen moeten sneuvelen. Voor de godsdienst zijn er heel wat mensen als martelaar omgekomen of als vervloekten gemarteld, verbrand, verdronken of met wapens gedood.

Geweld is schering en inslag.

Sommige geloofsgroepen rechtvaardigen zelfs geweld in naam van hun geloof. Volgens hen kunnen zij dat lijden aanbrengen aan de anderen omdat deze zondaars zouden zijn. Het geloof heiligt de middelen.

Hierbij kan je vragen stellen of de Schepper van hemel en aarde, de Elohim, de Allah, de God Yahweh Jahweh of Jehovah hier mee zou akkoord gaan. Zou hij dit geweld als gerechtvaardigd aanschouwen. Zou de Schepper van hemel en aarde zich kunnen verkneukelen in het verdriet van zoveel mensen die onder die terreur daden moeten lijden?

Beschermingsmiddel

God is een God van rechtvaardigheid, zachtheid.

Om die reden denken vele gelovigen ook dat het geloof in God hen wel zal beschermen tegen problemen. In feite wensen zij dat hun verlangens werkelijkheid worden en dat zij helemaal geen problemen hoeven tegen te komen en dat alles in hun leven naar hun wensen zal mogen verlopen. Zij vragen zich dan wel meestal niet af wat de wensen van God zijn. Want over dat laatste bekommeren zich echter heel weinig mensen.

Zodra er echter iets fout gaat in de wereld is iedereen daar om met de vinger te wijzen naar die God. Dan schijnen in eens veel meer mensen God te kennen. Er zijn er dan die niet van Hem willen weten of Hem verfoeien en anderen die Hem de schuld willen geven omdat Hij dan die straffen over de arme mensen zou brengen.

Twijfel bij mens

File:Book of Job Chapter 1-9 (Bible Illustrations by Sweet Media).jpg

Bijbelse illustratie van Boek over Job hoofdstuk 1 – Jim Padgett, courtesy of Sweet Publishing, Ft. Worth, TX, and Gospel Light, Ventura, CA. Copyright 1984

Men kan eerder zeggen dat de twijfel aan God zodra er problemen op ons af komen niets te maken hebben met Gods rechtvaardigheid, maar met onze verkeerde perceptie van goed en kwaad en van de verhouding van God met de wereld. Wij vergeten dan maar al te snel het begin van de strijdvraag. Het probleem dat er boven water kwam bij de eerste mensen. De gebeurtenis in de beginjaren van het mensdom waardoor wij nu in de problemen zitten.

Ja, wij moeten ver in de geschiedenis gaan om de oorzaak van de problemen te vinden. Maar nu zijn ze niet meer weg te denken uit de wereld en moeten wij er trachten mee te leren leven. Wat makkelijker gezegd is dan gedaan. Maar wij hebben van de Schepper hulpmiddelen gekregen om ons verder te behelpen om deze problemen te overkomen.

Wij kunnen misschien denken dat het leven er vooral niet is om geluk en persoonlijke voldoening te ontvangen. Er zijn er die dat beweren. Maar God heeft ons geschapen om te genieten van het leven en om vreugdevol te zijn. Niet om ons te zien lijden. Hij is een God van liefde.

Eigen keuze met gevolgen

Maar het is de mens zelf die zijn keuze heeft bepaald en zelf de wijde wereld in wil trekken op zijn eigen manier. De mens is dikwijls zo eigenwijs dat hij dikwijls niet beseft wat hij zich zelf aan doet. Zaken die hij zelf veroorzaakt ontgaan hem dikwijls. Maar dikwijls beseffen wij ook niet wat wij zelf aan een ander aan doen.

De wereld is een vat van verhoudingen die allemaal in evenwicht moeten gehouden worden. Het hele ecosysteem moet juist draaien. En de mens ploetert daar nog al eens graag in. Dikwijls gaan de mensen respectloos met moeder natuur om. De zaken die zij dan in de natuur veroorzaken geven soms tot gevolg dat er ernstige problemen komen voor plant, dier maar ook voor de mens. Zo halen wij dikwijls problemen over ons door onze eigen stommiteiten.

Opvoeding is heel belangrijk om onze verdere weg in het leven te bepalen en om er voor te zorgen dat wij de juiste houding krijgen naar de anderen toe en naar de wereld rondom ons. Als wij die wereld goed verzorgen zullen er al heel wat minder problemen op ons af komen.

Ook kan je de vraag stellen of er achter al dat gene wat wij rondom ons zien iemand achter staat en welke Zijn rol is.

Lijden, wanhoop en foltering

In de Bijbel vinden wij onder andere één boek waar het element van het Lijden speciaal onder de loep wordt genomen. Wij kunnen er het verhaal van Job vinden. Alsook kunnen wij daarin lezen hoe mensen met het lijden van anderen willen omgaan en welke antwoorden zij daar dikwijls over geven. Daaruit zal je kunnen opmaken dat het niet steeds de juiste antwoorden zijn en dat zij ook mogelijk mensen nog dieper in de put kunnen trekken om dat zij de waarheid verdraaien. En in dat laatste is de mens zeer handig. Zo zullen wij in ons leven steeds moeten opletten om niet in de handen van de verkeerde leermeesters te vallen. Wants steeds zullen er mensen zijn die uit de wanhoop van anderen voordeel zullen willen behalen.

Men komt op aarde zelfs mensen tegen die niet enkel God beschuldigen van het kwade nu hier op aarde te brengen, maar ook beweren dat Hij de mensen na de dood ook nog zal komen tarten. Namelijk zullen de grove zondaars dan tot in de eeuwigheid gemarteld worden in een hellevuur, volgens hen. De kleinere zondaars gunnen zij nog wat hoop en presenteren ze met een kortere tijd van foltering in een onerbarmelijk vuur. Voor de kleine vergrijpen zal het vagevuur een verdiende straf zijn. Zo beweren die priesters, dominees en predikers toch.

Maar is dat wel volgens de leer van Jezus Christus en voornamer, is dat wel volgens de leer van God, de Allerhoogste?

In het voorgestelde Boek van Job komen niet alle vragen volledig diep uitgewerkt of beantwoord, maar toch wordt er voldoende aandacht aan geschonken en kan men een licht in de duisternis ontwaren.

Graag stel ik daarom voor om verder een kijkje te nemen in dat onthullende verhaal, dat ons ook meer inzicht geeft over waarom de dingen zo verlopen in deze wereld. Alsook geeft het een beter inzicht in God, de Allerhoogste.

Gids en handleiding

Jij kan de Bijbel ook als Gids gebruiken om dit leven makkelijk aan te kunnen.

Vandaag hebben wij de gelegenheid om de Bestseller aller tijden, de Bijbel op elke koffietafel te kunnen gebruiken. Overal zouden wij het kunnen inzien in een taal die wij kunnen lezen en begrijpen. Het enige is dat wij het ter hand moeten nemen om te lezen. Wij moeten zelf de actie ondernemen om het in te zien.

Indien wij deze wereld willen begrijpen en meer gewapend willen zijn tegen alle ongemakken van deze wereld kunnen wij best Dát Handboek gebruiken welk ons de Beste Handleiding kan geven om deze wereld door te komen en nog meer om tot een ander leven ná dit leven te komen. Want ja, dit is een voorlopig stadium. Na dit leven kan er ons nog wat te wachten staan. Maar dat zal geen leven voor eeuwig zijn in een hel, of voor een korte tijd in een vagevuur of voor een eeuwigheid in een hemel. Neen, diegenen die geloven in God de Allerhoogste kan een eeuwig leven klaar liggen op deze aarde. (Kom daar meer over te weten bij de Belgische Christadelphians)

Inzage in Plan en Doel van dit leven en lijden

Prent uit het 15° hoofdstuk van het Boek Job -Biblical illustrations by Jim Padgett, courtesy of Sweet Publishing, Ft. Worth, TX, and Gospel Light, Ventura, CA. Copyright 1984

Leer meer over die Schepper van hemel en aarde die een prachtig Plan voor de mensheid heeft. Door het Boek Job te lezen kan u meer inzicht krijgen in de zin en het doel van dit leven alsook over het hoe en waarom van pijn. Het kan je ook helpen om je Lijden in je verder leven te kunnen verdragen.

Laat het Woord van God u door de stormen van dit leven leiden.

Laat ons ook inzien dat al het lijden dat wij hier nu moeten ondergaan een deel van ons leven kan en moet zijn om te kunnen groeien. Al de ongemakken die ons kunnen overkomen kunnen verder aangewend worden om er uit te leren en om ons te vormen. Ook al zijn het ongewenste en neerhalende ongemakken kunnen zij ons groter doen worden.

Job was er van overtuigd dat hij die rampspoed die over hem kwam niet verdiende. Er kwam een moment dat hij over zichzelf begon te twijfelen en zelfs God in vraag stelde en de zin van dit hele leven niet meer inzag.

Neerslachtige gevoelens en probleemstelling

Hoeveel mensen worden daar niet mee geconfronteerd? Hoe velen willen er geen eigen maken aan hun eigen leven? Ken jij dat gevoel dat je er echt genoeg van hebt? Zie je dan het daglicht niet meer zitten?

Ja het kan wel eens gebeuren, en misschien meer dan één keer dat je het niet meer ziet zitten. Erg genoeg is dat jij er zo dikwijls de fout bij je zelf wil gaan zoeken. Waarom zou jij het probleem zijn? Wat zou er verkeerd met jou zijn?

Maar wat is dan het probleem bij de ander? bij wie ligt de fout? Is er wel iemand schuldig voor al die problemen die jou te veel blijken te zijn?

Zijn die moeilijkheden echt zo onoverkomelijk als zij er uit zien?

Is er geen uitweg?

Uitweg

Wij als mensen willen zo graag over een antwoord op hebben. Indien wij er mee geconfronteerd worden dat wij niet op alles kunnen antwoorden, voelen wij ons soms gekrenkt of te min gedaan.

Worden wij te kort gedaan? Wordt er ten onrechte onrecht over ons gebracht? Of is het terecht dat er moeilijkheden over ons komen.

Neen dat moet niet terecht zijn. En u moet ook niet steeds denken dat u iets fout heeft gedaan en daardoor moeilijkheden u omringen. U hoeft niet aan de basis van de problemen te liggen. Maar nog minder hoeft God aan de oorzaak van de problemen te liggen.

In de Bijbelstudie van de ecclesia Brussel Leuven zal u kunnen zien dat het helemaal geen straf van God is als er een aardbeving, aardverschuiving, vulkaanuitbarsting of tsunami zo veel mensenlevens eist. En dat het helemaal God niet is die u straft omdat u iets zou verkeerds gedaan hebben.

+

Aanvullende lectuur:

  1. God meester van goed en kwaad
  2. Zonder God geen reden, geen doel, geen hoop
  3. Lijden,waarom God het toelaat
  4. Omgaan met zorgen in ons leven
  5. Relatie tot God
  6. Laatste dagen omroepers
  7. Doemdenkers en ons lijden
  8. Doemdagscenarios
  9. Newsweek vraagt zich af of wij nog onwetend willen houden
  10. Nucleaire ramp in Japan doet mensen twee maal nadenken
  11. De Dag is nabij #1 Voortdurende moeilijkheden
  12. De Dag is nabij #2 Bruikbare informatie
  13. De Dag is nabij #3 Niet laten verrassen
  14. Ik hef mijn ogen op naar God
  15. Activiteiten in dit leven nagaan
  16. Woede en wraak
  17. Wrevel vermoordt de dwaas, gramschap doodt de zot
  18. Wrok verwerpen
  19. De wereld is een grote herberg
  20. We moeten beperkende teleurstelling accepteren
  21. Er zijn geen teleurstellingen voor degenen wier testamenten zijn begraven in de wil van God
  22. Geestelijke vorming tot heiligheid #1
  23. Op zoek naar spiritualiteit 8 Eigen spiritualiteit
  24. Wat Jezus Deed – Misleiding om de Messias en het laatste oordeel
  25. Uitkijken naar twee adventen
  26. Wij zijn zelf verantwoordelijk
  27. Het is makkelijk onze verantwoordelijkheden te ontwijken
  28. Oorsprong van het kwaad
  29. Slag om waardigheid in zuivere natuur
  30. Wat gebeurt er als wij sterven
  31. Kinderen niet naar het voorgeborgte
  32. Sheol, Sheool, Sjeool, Hades, Hel, Graf, Sepulcrum
  33. Hoofdbronnen van afwijkende gedachten

++

Please do find out in the Bible Study at the Christadelphian Ecclesia Brussel-Leuven.

  1. Bad things no punishment from God
  2. Profitable disasters
  3. Facing disaster fatigue
  4. Fragments from the Book of Job #1: chapters 1-12
  5. Fragments from the Book of Job #2: chapters 12-20
  6. Fragments from the Book of Job #3: chapters 21-26
  7. Fragments from the Book of Job #4: chapters 27-31
  8. Fragments from the Book of Job #5: chapters 32-37
  9. Fragments from the Book of Job #6: chapters 38-42
  10. Fragments from the Book of Job #7 Epilogue
  11. Let us recognise how great God is

+++

  • Wrestling with the Big Questions: A Day In Job at LICC (bibleandmission.redcliffe.org)
    The book of Job speaks a compelling word of honesty and hope into the deepest and most difficult of human experiences. Job’s story of suffering and the process he goes through with his comforters and with God is just as relevant for Christians and local churches today as we wrestle with our own questions and the questions of those around us.
  • The Weather (frmilovan.wordpress.com)
    Though it is subtle, weather plays a role in the Bible story as well. In the book of Job we read: “For He says to the snow, be on the earth….He directs His lightening to the ends of the earth” (Job 37:3,6). In Psalms 96:4 we read: “His lightening enlightened the world. The whole earth saw and trembled.” He directs the weather to help us and thus in Genesis we read: “But God remembered Noah and all the wild animals and the livestock with him in the boat. He sent a wind to blow across the earth and the flood waters began to recede” (8:1-2). There are many mentions of natural phenomena attributed to God throughout Scripture and they include snow and rain and hail and earthquakes and so forth.
  • Questioning God (dailybibleplan.com)
    We are all tempted to question God.  There are many times when we simply cannot understand why things are happening as they are.  In these times, we as humans tend to do one of two things.  Either we question God by asking Him why He is allowing this to happen, or we put words in God’s mouth by trying to explain His motives.  Sometimes, we try to do both.  God, however, does not need our help.  God does not need or want us to try to run the world.  God’s moral purposes are so complex that they are beyond human understanding.  How can we question God when we cannot understand things like His creation or the forces of nature?
  • I think ignorance should be punishable (maasaiboys.wordpress.com)
    We learn in Genesis that once in a while, that is before he chased away the tenants of the small garden, he would take a walk in the afternoon to see how his creation was doing. I was doing my stroll in blogland this afternoon and found a post which was well written and a comment that has informed our choice of title and this will be made clear in a short while.
  • Making Sense of Suffering (enteringthepromisedland.wordpress.com)
    God never lets us suffer because He likes to do that. However, in His great love He alone sees what kind of circumstances, afflictions or trials will be helpful for us to finally give up on ourselves and to only trust in Him. Despite serious pains in my heart and soul for some time now, I sense that a new form of faith which is no longer grounded on something that I could find in myself – since there is nothing that could ever make me jump for joy again – has begun to come to light right out of the darkness. I do not understand how it works, yet I have realized that faith, indeed, exclusively comes from God. We could never achieve true faith on our own.
  • With Friends Like These… (thebluepaper.com)
    Job starts to call God bad names and wishes he, Job that is, had never been born. That’s when his three “friends” — Eliphaz the Temanite, Bildad the Shuhite, and Zophar the Naamathite — show up to make him feel better. One tells Job that his kids died because they were sinful and he should just shut up and take it like a man. Another thinks Job did something wrong or was simply stupid. The third tells Job he whines and wails and talks too much, so basically more “shut up and take it” advice. Job tells them to take their “comfort” and ride back out on the camel they came in on. He then tells God that he was crazy to presume he could figure out God’s reasons for doing anything and should have just gone with the flow and then, one burnt offering later, he gets his wealth, health, and family back
  • Is Atheism a Specifically Western Phenomenon? (the-american-interest.com)
    Atheism, as we know it, came out of a Judaeo-Christian context.
    +
    The rebellion is triggered by an agonizing problem: How can God, believed to be both all-powerful and morally perfect, permit the suffering and the evil afflicting humanity? This is the problem called theodicy, which literally means the “justice of God”; in the spirit of the rebellion it is also a demand that God has to justify himself. The most eloquent expression of this atheist rebellion in literature is by Dostoyevsky’s Ivan Karamazov rejecting God, because he allowed the cruel murder of one child.

    Within the Hebrew Bible the problem of theodicy is of course confronted in the Book of Job. Its happy ending (Job’s restored good fortune) is probably a later redaction, intended to assuage the outrage at Job’s innocent suffering. If one brackets the ending, the message is one of submission to God’s will, whatever it may be.

  • Protecting Your Heart from Entitlement (pastortyrus.com)
    If right now you lost your job, home, health AND your children – would you charge God foolishly? The Apostle Paul said it best, “I know how to live in poverty or prosperity. No matter what the situation, I’ve learned the secret of how to live when I’m full or when I’m hungry, when I have too much or when I have too little.” Wow- you can only share the sentiments of Paul, if you haven’t allowed possessions, position, and power to alter the makeup of your soul. Now let’s go back to Job, he never charged God foolishly for his lost, and in the end he was awarded double than what he had before his divine test. If you are reading this blog today and you feel that you have allowed possessions to lead you to entitlement, stop and repent.
  • Time passing away (bijbelvorser.wordpress.com)
    for everything written in the past was written to teach us, so that with the encouragement of the Tanakh we might patiently hold on to our hope.