Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

De levende en waarachtige God

Geloof richt zich op het niet-waarneembare, wetenschap houdt zich bezig met het aantoonbare. Dat er geen wetenschappelijk bewijs zou zijn voor het bestaan van God, wil nog niet zeggen dat Hij niet bestaat. God bestaat niet omdat wij dat denken of geloven, maar Hij vraagt ons te geloven dat Hij er is en dat het zin heeft naar Hem te luisteren en Hem te dienen. Zonder Hem heeft geloven geen betekenis of doel. Buiten Hem is er geen God is zijn polariserende stelling:
“Weet daarom heden en neem het ter harte, dat de HERE de enige God is in de hemel daarboven en op de aarde hier beneden, er is geen ander”. (NBG Deuteronomium 4:39; vergelijk Jesaja 45)

Wie verwacht enig loon te ontvangen voor het leven dat hij of zij nu leidt, moet voldoen aan twee hoofdvoorwaarden:

“Want wie tot God komt moet geloven dat Hij bestaat en een beloner is voor wie hem ernstig zoeken”. (NBG Hebreeën 11:6)

Hoe kunnen wij weten dat God bestaat? En Wie is Hij?

De eerste vraag kan alleen worden beantwoord door God Zelf. Niemand heeft Hem ooit gezien en zijn bestaan moet daarom blijken uit het bewijs dat Hijzelf daarvan geeft: de voor ons merkbare gevolgen van wat Hij doet. God maakt Zich bekend als de Schepper, de Formeerder van nieuwe dingen, van iets dat voordien niet bestond, of wat nog niet gezien kon worden. Hij zegt zelfs iets dat verging opnieuw te kunnen genereren, bijvoorbeeld door een mens op te wekken, die weerkeerde tot het stof waaruit hij werd gemaakt:

“Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord van God tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare”. (NBG Hebreeën 11:3)

“…die God…die de doden levend maakt en het niet zijnde tot aanzijn roept”. (NBG Romeinen 4:17)

Het geloof dat God in Hem vraagt is geen vaag besef maar een vast vertrouwen dat het zo is of zal zijn wat Hij zegt. Daarnaast getuigen ontwerp en functioneren van de natuur als geheel en de schoonheid van de schepping met de daarin verborgen krachten dat er een Schepper moet zijn:

“Het geloof nu is de zekerheid van (het vertrouwen op de) de dingen, die men hoopt, en het bewijs van de dingen, die men niet ziet”. (NBG Hebreeën 11:1)

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

“De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk van zijn handen…Het is geen sprake en het zijn geen woorden, hun stem wordt niet vernomen: toch gaat hun prediking uit over de ganse aarde en hun taal tot aan het einde van de wereld” (Psalm 19:2-7)

Paulus schreef dat wie Gods’ bestaan niet erkent geen excuus heeft:

“Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping van de wereld uit zijn werken met het verstand doorzien” (NBG Romeinen 1:20)

Psalm 33 is een overdenking van de consequenties van dat feit:

“Door het woord van de HERE zijn de hemelen gemaakt, door de adem van zijn mond al hun heer…De ganse aarde vreze voor de HERE, al de bewoners van de wereld moeten voor Hem ontzag hebben. Want Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er”. (NBG Psalm 33:6-9)

Dat alles tot stand kwam door Gods’ machtswoord is het getuigenis van de Bijbel, waarin God heeft geopenbaard wat Hij heeft gedaan. Dit is geen mythe, maar een feit. Wanneer wij het woord van mensen niet vertrouwen, dat van de mensenzoon Jezus dan toch wel, mogen wij hopen, want Hij zei eens:

“Hebt u niet gelezen, dat de Schepper hen van den beginne als man en vrouw heeft gemaakt?” (NBG Mattheüs 19:4)

“Mijn Vader werkt tot nu toe, en Ik werk ook” (NBG Johannes 5:17)

God heeft Zich niet teruggetrokken na zijn scheppingswerk, zoals velen menen, en Hij is ook niet dood, maar Hij leeft en werkt aan de voltooiing van zijn plan. Zonder Hem zouden wij niets zijn of kunnen. In hetzelfde geloof als zijn Here maakte Paulus God overal bekend als:

“de levende God, die de hemel, de aarde, de zee en al wat erin is gemaakt heeft”. (NBG Handelingen 14:15)

“De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde…daar Hij zelf aan allen leven en adem geeft. Hij heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt om op de ganse oppervlakte van de aarde te wonen en Hij heeft de hun toegemeten tijden en grenzen van hun woonplaatsen bepaald, opdat zij God zouden zoeken, of zij hem al tastende vinden mochten, hoewel Hij niet ver is van een ieder van ons. Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij…”. (NBG Handelingen 17:24-28)

Het bijzondere van het volk Israël is het geloof in één God. Andere volken kenden vele goden, die verantwoordelijk waren voor het goede en kwade dat hen overkwam. Maar de God die uit het nageslacht van Abraham, Isaak en Jakob het volk Israël heeft geformeerd, zegt dezelfde te zijn als Die de hemel en de aarde, en al wat daarin en daarop is, gemaakt heeft:

“De HERE is de waarachtige God, Hij is de levende God…De goden, die de hemel en de aarde niet gemaakt hebben, zullen vergaan van de aarde en van onder de hemel. Hij maakt de aarde door zijn kracht, Hij bereidt de wereld toe door zijn wijsheid en breidt de hemel uit door zijn verstand…Hij is de Formeerder van alles en Israël is de stam van zijn erfenis: HERE der heerscharen is zijn naam”. (NBG Jeremia 10:1-16; 51:15-19; vergelijk Jesaja 45)

Gelovigen in Israël en in de eerste christelijke gemeenten geloofden in deze ene God, die Zich openbaart in de Bijbel en de werken van zijn hand.

Vraag ter overdenking: Wanneer u zegt in de God van de Bijbel te geloven, Wie is Hij dan voor u?

De enige God

God hecht er veel belang aan dat wij inzien dat er maar één God is:

De Schepper van al wat leeft, die zich openbaart in de Bijbel, als zijn enige woord tot mensen. Dit sluit niet alleen de door mensen verzonnen afgoden uit, maar ook ieder ander die beweert God te zijn: Deuteronomium 6:4; Marcus 12:28-34; Jesaja 4:6-8; 45:9-25.

De God die doet wat Hij gezegd heeft

Gods Name on the Scrolls – Gods Naam op de boekrollen

Toen God Zich bekendmaakte aan Mozes, vroeg Mozes Hem naar zijn naam. Deze naam is door Israël, uit ontzag en respect niet uitgesproken, maar bewaard gebleven als JHWH, Jahweh (Jehova). In onze Bijbel weergegeven met HERE. Het belang van de naam is niet de juistheid van het uitspreken van het woord als zodanig, maar de betekenis die God Zelf daaraan gaf:

‘Ik ben’.

Voor het juiste verstaan hiervan, dienen we te kijken naar wat God is voor zijn volk, namelijk de God, die doet wat Hij zegt, wat Hij belooft:

te beginnen bij wat Hij hun vaderen Abraham, Isaak en Jakob beloofde, maar
ook wat Hij hen in Egypte en bij de berg Horeb beloofde. Daarom is de vertaling

‘Ik ben die Ik ben’

misschien beter te vervangen door

‘Ik ben, die Ik zijn zal’ of ‘Ik zal zijn, die Ik zijn zal’ (Exodus 3:12-15; Let steeds op het werkwoord zullen, vergelijk Exodus
6:5 en 33:9; Openbaringen 1:8).

J.D

+

Voorgaande

Fundamenten van het Geloof: De lankmoedigheid van God

++

Aanvullende lectuur

  1. Geloof en geloven
  2. Geloof in slechts één God
  3. Belangrijkheid van Gods Naam
  4. Heer, Yahuwah, Yeshua of Yahushua
  5. Jehovah Yahweh Gods Name – Gods Naam
  6. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #2 Aanroepen van de Naam van God
  7. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #11 Gebed #9 Heiliging van Dé Naam
  8. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #13 Gebed #11 Naam om apart geplaatst te worden
  9. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #15 Expositie voor de Schepper
  10. Prijs en zeg dank tot God de Allerhoogste
  11. Al-Fatiha [The Opening/De Opening] Süra 1:1-3 In the name of Allah the Merciful Lord Of The Creation
  12. Al-Fatiha [De Opening] Surah 1: 1-7 Hulp van God onze Schepper
  13. Ik ben die ben Ehyeh-Asher-Ehyeh אהיה אשר אהיה
  14. Hashem השם, Hebreeuws voor “de Naam”
  15. Archeologische vondst omtrent de Naam van God YHWH
  16. Een Drievoudige God of simpelweg een éénvoudige God
  17. Gebruik van Jehovahs naam
  18. Use of /Gebruik van Jehovah or/of Yahweh in Bible Translations/Bijbel vertalingen
  19. De NIV en de Naam van God
  20. Breng glorie aan Jehovah God de Allerhoogste
  21. Plan van de goddelijke maker
  22. Reddingsplan
  23. Plan van God en wereldvrede
  24. Zonder God geen reden, geen doel, geen hoop
  25. Geloof in Jezus Christus
  26. Heb vertrouwen in je geloof … twijfel aan je twijfels
  27. Wonder van openbaring

+++

Gerelateerd

  1. How to Prove God Exists
  2. The existence of God
  3. Stop saying that it’s ‘obvious’ that God exists
  4. Proofs for Existence of Allaah
  5. Is God, as First Cause, a Numerical First of Many Causes?
  6. Finding God
  7. How to Handle Talking About God
  8. “Seeing” God More Clearly
  9. An Escape Mechanism
  10. Clues of God
  11. An Evidential Argument from ‘Non-God Objects’
Advertisements

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek – een wetenschappelijke benadering

We hebben in het eerste deel van dit artikel al even gekeken naar de vermeende tegenstelling tussen schepping en evolutie, en daarbij geconstateerd dat het ene gaat over ontstaan en het andere over ontwikkeling. Maar wat zijn dan toch de punten die veel christenen doen menen een tegenstelling te zien?

Conflicterende tijdschalen?

Zwarte gaten en sterren

Wel, allereerst is er de tijdschaal. Veel bijbelgetrouwe christenen menen dat we uit Genesis 1 moeten opmaken dat de schepping zich heeft afgespeeld in 6 dagen van 24 uur. En dat op de zesde dag Adam is geschapen. Wanneer je vervolgens de leeftijden in de geslachtsregisters van Genesis 5 en 11 optelt, kom je voor de geboorte van Abraham uit op 1948 jaar na de schepping. En we weten dat Abraham rond 2000 v.Chr. leefde, dus kan de aarde volgens deze opvatting niet ouder kan zijn dan ca. 6000 jaar. De Engelse bisschop Usher berekende de schepping dan ook op exact 4004 v. Chr. (hij wist dit zelfs op de dag af te vermelden, maar dat vindt je in moderne opgaven niet meer terug). Anderzijds gaat de moderne wetenschap er van uit dat het heelal nu zo’n 13,7 miljard jaar oud is, dat onze aarde zo’n 4,5 miljard jaar oud is, dat het leven daarop zo’n 3,5 miljard jaar geleden is ontstaan en dierlijk leven ca. 0,5 miljard jaar geleden. Dat maakt het heelal ruim 2 miljoen maal zo oud als in bovenstaande opvatting, en dierlijk leven altijd nog bijna 100.000 maal zo oud. Dat zijn zeer grote verschillen. Daarnaast lijkt de bijbeltekst ons te vertellen dat elke levenssoort apart door God is geschapen, terwijl de evolutieleer er op neerkomt dat alle leven op aarde is ontstaan uit één enkele oervorm.

Jonge aarde versus oude aarde

We zitten dus uiteindelijk met twee conflictpunten: de tijdschaal en de mate van Gods bemoeienis met het ontstaan van de verschillende levensvormen. Aan de ene kant zijn er de creationisten die geloven in een volledige stap voor stap bemoeienis van God met het proces, en in een jonge aarde. Aan de andere kant zijn er de evolutionisten die geloven in een universele evolutie,
en in een oude aarde Maar strikt genomen gaat het daarbij om twee verschillende aspecten, al is het wel zo dat een universele evolutie noodzakelijkerwijs veel tijd vergt, en daarom niet valt te combineren met de gedachte van een jonge aarde. Maar de gedachte van een schepping valt wel degelijk te combineren met een oude aarde. En het is daarom op zijn minst misleidend om de theorie van een universele evolutie te ‘bestrijden’ met het argument van de leeftijd van de aarde. Toch gebeurt dat op grote
schaal.
Die overtuiging van een jonge aarde is echter volledig gebaseerd op de regelmatig terugkerende zin in Genesis 1:

“Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste (tweede, derde, enz) dag.”

Maar in feite weten we niet precies wat deze uitdrukking ons wil vertellen. Hierover zijn in de loop van de tijd de volgende opvattingen verkondigd:

  • Het voorafgaande (de beschreven scheppingsdaad of -daden) heeft zich afgespeeld gedurende de voorafgaande 24 uur.
  • Het voorafgaande is gedurende die dag geopenbaard aan Mozes (die het vervolgens heeft opgeschreven in het boek Genesis).
  • Het voorafgaande is gedurende de voorafgaande avond bij wijze van instructie geopenbaard aan Adam (die het mondeling of op schrift heeft doorgegeven aan zijn nakomelingen).
  • Het geheel is een ‘dramatische’ voorstelling van Gods werk. Zo’n dramatische voorstelling vinden we bijvoorbeeld ook in 1 Koningen 22:19-22, en in de eerste twee hoofdstukken van het boek Job. Het geeft ons een ‘gedramatiseerd’ verslag dat de essentie beschrijft, maar geen objectieve werkelijkheid.

Het is hier niet de plaats om het voor en tegen van elk van deze suggesties te bespreken, maar het is goed om te beseffen dat we alleen in het eerste geval kunnen beredeneren dat er dan sprake moet zijn van een jonge aarde; in de andere gevallen weten we daar eenvoudig niets over. Het betekent dat we voorzichtig moeten zijn dit argument te gebruiken zolang we niet zeker weten of de Bijbel ons dat wil vertellen.

De kernvraag: hoe of waarom geschapen?

De fout die iedereen lijkt te maken, is Genesis 1 te lezen als een beschrijving van hoe God de aarde heeft geschapen. Maar voor onze behoudenis hoeven we dat helemaal niet te weten. Bovendien gaat het hoofdstuk niet over de schepping (die staat alleen als feit vermeld in vers 1), maar over het bewoonbaar maken van de aarde, die in eerste instantie nog woest (onbruikbaar) en leeg was. Wat dit hoofdstuk ons in werkelijkheid wil leren is waarom God de aarde stap voor stap bewoonbaar heeft gemaakt, zoals Jesaja ons duidelijk vertelt (Jesaja 45:18, waar datzelfde woord ‘woest’ is vertaald als ‘baaierd’). Daarom is het enige dat we zeker weten, het feit dat God er, hoe dan ook, voor gezorgd heeft dat de aarde zo werd als Hij die wilde hebben, en dat er die schepselen op kwamen te wonen die Hij daar wilde hebben. Hoe Hij dat heeft gedaan is niet van belang. En dus is elke discussie daarover een verspilling van tijd.

Overeenkomsten en verschillen tussen mensen en dieren

In feite vertelt Genesis 1 ons ook dat de mens in essentie bestaat uit dezelfde aardse materie waar ook de dieren uit bestaan: beide zijn geformeerd uit het ‘stof van de aardbodem’ (afar = aardse materie) en zijn zo geworden tot een levend wezen (nefesj), in leven gehouden door Gods levensadem (ruach). Het enige dat de mens van de dieren onderscheidt is zijn vermogen om God te kennen, en Hem dus bewust te dienen. Maar de mens die dat inzicht niet heeft, beschrijft de Schrift inderdaad als niet meer dan een dier. En dan is een beschrijving van die mens als een wat ‘opgepoetste’ aap niet eens zo ver bezijden de
waarheid. Het enige dat we zeker weten, is dat we door ons moreel inzicht van oorsprong een duidelijke meerwaarde hebben ten opzichte van de dieren, en dat wij van onze kant dan ook de plicht hebben met die meerwaarde iets te doen, namelijk God dienen.

We moeten dus concluderen dat de discussie tussen creationisten en evolutionisten in feite gaat over (bijbels gezien) niet van belang zijnde aspecten, die de aandacht slechts afleiden van waar het wel om gaat.

R.C.R

+

Voorgaande:

Wetenschap en religie zijn met elkaar te rijmen

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek een wetenschappelijke benadering – Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

++

Aanvullend

  1. Taal van de Bijbel onder ogen zien
  2. Begin van leven op aard: schepping of evolutie
  3. Ontstaan van het lineaire denken
  4. Kosmos, Schepper en Menselijk Lot
  5. Het begin van alles
  6. Van chaos naar ordelijkheid
  7. De Schepper achter eerste levende wezens
  8. EO-directie: ‘Wij geloven in God als Schepper’

+++

Gerelateerd

  1. Dhatu 5: Sunyata – De Leegte
  2. Terug naar de zee!
  3. God-Hypothesis: …in the Details
  4. Life aand Living Forms Present a Problem for Materialism but not for Biblical Theism
  5. Treadmills: Proof of Intelligent Design
  6. Mimicking a Neural Network–an exercise in Intelligent Design?
  7. Creationist Wisdom #896: Is There Any Hope?

Torens waarvan de top tot in de hemel reikt

Het zal de meeste krantenlezers ontgaan zijn, maar wie de technische pers volgt, weet dat er al enkele jaren een race aan de gang is om het hoogste gebouw ter wereld te bezitten.

Wij zijn ver weg van “Het Witte Huis” in Rotterdam dat rond 1900 met haar 43 meter hoogte het hoogste gebouw van Europa was en werd gebouwd naar voorbeeld van de Amerikaanse wolkenkrabbers.

Home Insurance Building.JPG

Kantoorgebouw Home Insurance Building in Chicago (Verenigde Staten)

De hoogbouw hausse die de Verenigde Staten aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw overspoelde werd echter niet alleen aangejaagd door technische innovaties zoals de veiligheidslift van Otis uit 1852, de toepassing van gewapend beton en staalskeletten maar ook door economische prikkels als een stijging van de stedelijke grondprijzen en een daling van de staalprijzen. Het 42 meter hoge Home Insurance Building in Chicago, van de architect William Lebaron Jenney, gebouwd in 1885 wordt vaak beschouwd als de eerste echte wolkenkrabber.

File:Empire State Building by David Shankbone.jpg

Empire State Building from a Park Avenue skyscraper. – Photo David Shankbone – August 2007

Decennia lang behoorde het Empire State Building in New York met zijn 443 m tot de hoogste “wolkenkrabbers“.

File:Petronas Panorama II.jpgIn 1998 gingen de (tweeling) Petronas Towers in Kuala Lumpur daar met ca. 10 m overheen.

In 2004 ‘verbeterde’ de Taipei 101, in de hoofdstad van Taiwan, het record met meer dan 50 m: totale hoogte 508 m (meer dan een halve kilometer!).

In de stad Dubai in de Verenigde Arabische Emiraten werd  op 21 september 2004 begonnen met de bouw van een toren die op 21 juli 2007 de titel ‘hoogste gebouw ter wereld’ mocht verkrijgen.

Lang werd de exacte hoogte geheim gehouden. Op 17 januari 2009 bereikte de toren haar hoogste punt, met een hoogte van 828 meter. Inclusief antennes en vlaggenmasten is de hoogte 829,8m. De hoogste toren mocht als Burj Khalifa (Arabisch: برج خليفة) met groots vuurwerk geopend worden op 4 januari 2010. Het koelsysteem gebruikt het equivalent van ruim 10,2 miljoen kilo gesmolten ijs als koelwater.

File:Dubai skyline 2015 (crop).jpg

Horizon van Downtown Dubai met Burj Khalifa vanuit een helikopter

Intussen is bevestigd dat de toegenomen seismische (aardbevings-) activiteit, die inmiddels in Taipei is waargenomen, wordt veroorzaakt door de druk van de toren. Het gaat nog om kleine, niet voelbare trillingen, maar het is duidelijk dat de ondergrond bezig is te reageren op de enorme zeer plaatselijke (en variërende!) druk. Soortgelijke effecten zijn ook al waargenomen bij zeer grote, recent aangelegde stuwmeren. Het absurde is dat, anders dan in het centrum van New
York, schaarse bouwruimte niet de reden is voor het bouwen van deze giganten. Het gaat uitsluitend om nationaal prestige.

File:12062008 dubail mall galery.JPG

Een groots koop paradijs: Dubai Mall

De betrokken landen zijn rijk en kunnen het zich veroorloven. En rijkdom wil zich tonen. De toren in Dubai vormt het middelpunt van een multifunctioneel complex, dat onder meer het daarnaast gelegen grootste winkelcentrum ter wereld, de Dubai Mall omvat. De toren ligt aan een kunstmatige vijver met daarin de grootste fontein ter wereld.  In het geval van Dubai is zelfs de vraag naar (kantoor)ruimte niet de drijfveer. Integendeel: men begint zich al af te vragen of men al die ruimte wel verhuurd krijgt, en de zaak niet een financiële ramp dreigt te worden. In dat verband wordt al gesproken van een ‘toren van Babel’. Maar de echte vraag begint zich op te dringen of niet terrorisme maar geologische instabiliteit misschien de grootste bedreiging van dergelijke bouwsels gaat vormen, en of dat ‘toren van Babel’ risico niet veel meer in de klassieke zin moet worden ingeschat. De moderne mens lijkt intussen even ver doorgeschoten in zijn eigenwaan als die ten tijde van Abraham.

What sort people of faith do we want to be

In this ungodliness world we do find also several people who claim to be Christian but do not seem to worship the God of the Nazarene man Jeshua. They seem caught or tricked by human doctrines or do prefer to belong to the world and its traditions.

We may find ourselves being surrounded by people who do not believe in a god or in the right God above all gods. Though we should be able to find many examples of people of faith in the past. They are mentioned in Scriptures. As such we can read about men and women, like Abel, Enoch, Noah, Sarah and Abraham, Gideon, Barak, Samson, Jephthah, David, Samuel, and the prophets Isaiah, Jeremiah a.o. who all heard a Voice of an Unseen person and where not afraid to follow His Guidance and do as He wished.

Many Christians forget to look at those men and women who did not follow other men or worldly or human traditions. Though today so many who call themselves Christian do prefer to keep all those human traditions and do not spend much time in the Word of God nor do not go often to worship services.

Western Europe, where Protestant Christianity originated and Catholicism has been based for most of its history, has become one of the world’s most secular regions. This is proven by the fact that we see many empty churches or churches now being used as libraries, community centres but also as entertainment houses or discotheques.

Big problem in West Europe is that the vast majority of people still let their children being baptised by the Roman Catholic church and get that church still inn the church taxes though they do not have so many active members as other churches which do receive no payment from the government or church tax.

When talking to those people who say they were baptized, today though many do not describe themselves as Christians. Some say they gradually drifted away from religion, stopped believing in religious teachings, or were alienated by scandals or church positions on social issues, according to a major new Pew Research Center survey of religious beliefs and practices in Western Europe.

The survey shows that non-practicing Christians (defined, for the purposes of this report, as people who identify as Christians, but attend church services no more than a few times per year) make up the biggest share of the population across the region. In every country except Italy, they are more numerous than church-attending Christians (those who go to religious services at least once a month). In the United Kingdom, for example, there are roughly three times as many non-practicing Christians (55%) as there are church-attending Christians (18%) defined this way.

Non-practicing Christians also outnumber the religiously unaffiliated population (people who identify as atheist, agnostic or “nothing in particular,” sometimes called the “nones”) in most of the countries surveyed.1 And, even after a recent surge in immigration from the Middle East and North Africa, there are many more non-practicing Christians in Western Europe than people of all other religions combined (Muslims, Jews, Hindus, Buddhists, etc.).

By those non-practicing Christians we do find that the majority are not really believers in the Most High God, but that some might belief in all sorts of fairy tales, like when dying becoming a star or going to heaven or transforming in an animal or in an other person. Not many of them believe that we shall be able to find a Kingdom of God here on earth. Lots of them are doubting that there is such an Eternal Spirit Being that would help them in this life, though some do not mind to believe in a godly man or in God having incarnated and having done that He was tempted (because God cannot be tempted) and who would have faked His death (because God can not die), but do not know or understand why that god would have stayed for three days in hell,because they believe hell is an eternal torture place were all the bad people would come.

Not many of those non-practicing Christians nor many of other Christians have their eyes fixed on the real Jesus who should be the source and the goal of our faith. For he himself endured all that bullying and an impalement until death took place. That Nazarene master teacher thought nothing of its shame because of the joy he knew would follow his suffering. The short period he taught, he declared his heavenly Father and showed people how they could come to God, him being the way. Jesus also spoke often about the way of righteous people and how man could have hope for a better life but also should be careful not to lose it. His many parables should be a warning for us all that though the grace may be given for free, without works our faith shall be dead.

Prophets in the ancient times spoke about the promised one who would come and bring salvation. The first time there was spoken about him in the Garden of Eden. More than once is being referred to that person God was going to send. Many people in ancient times believed in that promise of a sent one from God. But today not many believe or are willing to put their hope on such a guy of which they even doubt his existence. They should know that no matter if they believe or not in God or Jesus, Jeshua or Jesus from Nazareth is a real political figure born in 4 BCE. For those who believe in the Bible to be the infallible Word of God, this man is now seated at the right hand of God’s throne. The world should think constantly of him enduring all that sinful men could say against him and people should have believe in him, accepting his as son of God and not a god son, even when so many would like them to believe differently and want to take away their purpose or their courage. (Hebrews 12:1-3)

After all, the lovers of God and lovers of Christ, who want to fight against sin should know that this battle against sin has not yet meant the shedding of blood. From the survey we may see that not many are interested in God and that many have lost sight of that piece of advice which reminds man of their sonship in God. (Hebrews 12:4-6)

We must look in to the past and remember the many people who did not loose faith. We should see how they did not despise the chastening of the Most High. Even when we are confronted with empty churches and not finding many believing people around us, we should not be discouraged when we are laughed at by acquaintances or people at work. But we should not loose interest in God when we do not directly feel Him or His presence.We also should endure suffering as a way of discipline, looking at it as God dealing with us as sons. For what son is there that a father does not discipline? (Hebrews 12:7)

We must always remember that our ancestors won God’s approval by their faith. (Hebrews 11:2) We also should not be afraid to let others know that we trust the Most High of Who we believe made all things and allows all things to happen.  By faith we understand that the worlds have been framed by the word of God, so that what is seen had not been made out of things which appear. (Hebrews 11:3)

The men spoken off in the bible freely admitted that they lived on this earth as exiles and foreigners. Men who say that mean, of course, that their eyes are fixed upon their true home-land. If they had meant the particular country they had left behind, they had ample opportunity to return. No, the fact is that they longed for a better country altogether, nothing less than a heavenly one. And because of this faith of theirs, God is not ashamed to be called their God for in sober truth He has prepared for them a city. (Hebrews 11:13-16)

So also for us who want to share the same faith as these men, there is the prospect of a city in a better world. by faith we shall be able to live at a time when Jesus shall have send others to their second death.

Longing for a better country, we should put our hope on Christ Jesus to become our King of kings and be grateful that we may look forward to the return of Christ and the entrance to the Kingdom of God for the faithful.

In this world where many hold on the material site of life, do you want to be a lover of human traditions and human teachings, or do you want to be a person who like those men of faith only believed in the One True God of Israel, the God of Abraham, Who is One?

*

Please read Hebrews 11-12

+

Preceding

Religious matters

People Seeking for God 3 Laws and directions

Seeing or not seeing and willingness to find God

Roman, Aztec and other rites still influencing us today

++

Additional reading

  1. Words in the world
  2. Looking to the East and the West for Truth
  3. Looking at an American nightmare
  4. Casual Christians
  5. Being Christian in Western Europe at the beginning of the 21st century #1
  6. Being Christian in Western Europe at the beginning of the 21st century #2
  7. Non-practicing Christians widely believing in a god or higher power
  8. Doctrine and Conduct Cause and Effect
  9. Views on relationship between government and religion
  10. What makes you following Christ and Facebook Groups
  11. Inner voice inside the soul of man
  12. Not following the tradition of man
  13. Focussing on the man Jesus and the relationship with God
  14. Atonement And Fellowship 6/8
  15. To find ways of Godly understanding
  16. Written by inspiration of God for our admonition, to whom it shall be imputed if they believe
  17. Believing in the send one and understanding that one does not live by bread alone
  18. Reasons why you may not miss the opportunity to go to a Small Church

+++

Related
  1. The Lord’s Way and TimeThe way to GodThe Way of the Righteous
  2. Educate Me; Make My Life Beautiful
  3. Orthodoxy, Religious Beliefs, and God’s Saving Power during Typhoon Ondoy (Ketsana)
  4. Belief & When Americans Say They Believe in God, What Do They Mean? #PewResearch
  5. 18-17 Segment 2: Religion in America’s Prisons
  6. Come Sunday
  7. Massimo Introvigne: Visual Artworks of The Church of Almighty God Convey a Very Deep Message
  8. Hooray! No Taxes For Churches!
  9. Walk with me
  10. Former President Carter Writing Book About Religious Faith
  11. Baptist Army Chaplain Faces Punishment for Religious Beliefs
  12. The biblical definition of ______________
  13. Tell about your father’s spiritual or religious beliefs.
  14. Activity 1-1: How (Dis)Similar Are Muslims and Christians?
  15. One and Only
  16. Pistis ( πίστις)
  17. By faith Enoch
  18. What to do to Grow in the Spirit
  19. Be a God Pleaser
  20. Oh Mighty God! by Penny Chavers
  21. It is impossible to please God without faith. (today’s verse) 
  22. A List Of Ten Things That God Is Pleased About
  23. Please God, and not people
  24. The Seen And The Unseen
  25. When You Want to Step out but You’re Afraid to Fail
  26. Personal Victories
  27. Leadership Insight…
  28. We should learn from each other
  29. Holding on to God
  30. Hey God…
  31. Meditation Monday
  32. Inside the Mind: The Human Soul
  33. Today is One Part
  34. Divine Providence
  35. Lessons from Hopelessness
  36. The Supreme Court Quietly Gives Religious Liberty A Big Win
  37. The Chinese Communist Party Uses “Cult” as a Pretext to Persecute Religious Beliefs | What’s a Cult? | The Church of Almighty God

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek een wetenschappelijke benadering

Schepping, intelligent design, evolutie

Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

Eind 2005 ontstond er enige opwinding over een voorstel van de Nederlandse Minister van Onderwijs om een discussie te organiseren over ‘ID’ (intelligent design = intelligent ontwerp). ID is als begrip komen overwaaien uit de Verenigde Staten en duidt op de geclaimde bewijzen dat onze wereld niet door toeval kan zijn ontstaan, maar dat er een ‘intelligent’ plan aan ten grondslag moet liggen. Deze gedachte is op zich niet nieuw, maar heeft nu een nieuwe naam. De strijd van sommige orthodox-christelijke groepen in de VS, om op scholen het zogenaamde ‘creationisme’ (scheppingsleer) te onderwijzen naast het
neodarwinisme’ (evolutieleer), is echter al veel ouder, en heeft feitelijk noch de serieuze Bijbeluitleg, noch de objectieve wetenschap veel goed gedaan. Het was daarom niet verwonderlijk dat het voorstel van de minister allerlei voorvechters uit beide kampen meteen weer de barricaden op joeg. Helaas is het daarbij gebleven.

De discussie is op zichzelf interessant genoeg. En wetenschappelijk gezien is er niets mis met een discussie over verschillende opvattingen. In de wetenschap is dat een normale manier om voortgang te boeken. Maar het onderwerp ‘het ontstaan van de wereld’ is zo beladen dat aan beide kanten sprake is van duidelijk fundamentalisme, waardoor ‘extremisten’, die het hardst roepen, het beeld bepalen. En omdat zij de discussie vooral zien als een oorlog, gaat de nuance volledig verloren, wat weer leidt tot allerlei begripsverwarring. Daarom wil ik eerst proberen de zaken wat meer in perspectief te zetten.

Ontstaan versus ontwikkeling

Schema met grondprincipes van de erfelijkheid (hier: autosomale vererving)

Weinigen lijken zich te realiseren dat schepping en evolutie in principe over verschillende dingen gaan, en dus op zichzelf niet met elkaar in strijd hoeven te zijn. De evolutieleer spreekt over een mechanisme waarmee biologen trachten te verklaren hoe de ene levensvorm zich zou kunnen hebben ontwikkeld tot een andere. Door toevallige veranderingen (mutaties) in het DNA, dat een codering van de erfelijke eigenschappen van de levensvorm bevat, zou een iets gewijzigde variant kunnen ontstaan.
Wanneer die variant beter toegerust zou zijn voor het leven in zijn leefomgeving, zou die zich vervolgens uitbreiden ten koste van de oorspronkelijke variant en die verdringen. Een reeks van dergelijke stappen zou dan kunnen leiden tot een totaal nieuwe soort.

Wanneer je van mening bent dat de Bijbel leert dat elke variant afzonderlijk door
God is geschapen, zou zo’n ontwikkeling inderdaad in strijd zijn met de Bijbel. Maar wanneer je meent dat God wellicht alleen de hoofdsoorten heeft geschapen, en niet elke variant daarop (wel een hond, maar niet elk afzonderlijk ras), dan hoeft daar geen conflict te liggen.

In algemeenheid geldt dat wetenschap tracht te verklaren hoe dingen zich ontwikkeld hebben, maar gewoonlijk nauwelijks, of geheel niet, in staat is uitspraken te doen over ontstaansoorzaken. Sommige wetenschappers hebben daar weliswaar zeer concrete ideeën over, maar die berusten op intellectuele overwegingen en niet op onderzoeksresultaten. En wanneer zij eerlijk zijn, proberen zij die ideeën niet te tooien met hun gezag als wetenschapper. Anderzijds wijst de Bijbel God aan als de primaire ontstaansoorzaak, maar vinden we weinig of niets over de manier waarop dingen tot stand zijn gekomen. De Bijbel gaat in principe niet over de manier waarop, maar over de reden waarom.

Evolutie

Beperkte evolutie hoeft op zichzelf niet in strijd te zijn met de Bijbel.
En voor een dergelijke beperkte evolutie zijn er redelijke wetenschappelijke aanwijzingen. De reden waarom neodarwinisme zich slecht verdraagt met de leer van de Bijbel is vooral gelegen in de gedachte van een ‘universele’ evolutie:

alle leven op aarde zou zich door middel van evolutie hebben ontwikkeld uit één enkele oervorm.

De chemische structuur van DNA. Blauw, rood, groen en paars: basen. Oranje: deoxyribosegroep. Geel: fosfaatgroep. De twee- en drievoudige waterstofbruggen zijn aangegeven met stippellijntjes. De 3′- en de 5′-uiteinden van de “ruggengraten” staan eveneens aangegeven

Daarvoor zijn echter weer geen harde wetenschappelijke bewijzen. Die gedachte steunt op de overweging dat een degelijke ontwikkeling, wetenschappelijk gezien, het enige redelijke alternatief is voor een bewuste schepping.
Maar dan mag je dat alternatief daar dus niet mee ‘bewijzen’, want dat zou een klassiek geval zijn van een cirkelredenering.

Belangrijk is echter het volgende. Als evolutie het gevolg is van een mutatie van DNA, dan moet je wel eerst DNA hebben! Evolutie gaat
dus over de ontwikkeling van het leven op aarde (en in dat kader over
het ontstaan van verschillende soorten), maar absoluut niet over het
ontstaan van leven op aarde.

Weliswaar zijn daar ook ideeën over, en die worden gemakshalve ook
nog wel meegenomen onder de kop neodarwinisme (populair:
‘evolutie’), maar dat is toch een totaal ander onderwerp: met evolutie
(waar of niet) kun je het ontstaan van leven niet verklaren!

Het ontstaan van leven

Fred Polak.jpg

Fred Lodewijk Polak (1907–1985) Nederlands ambtenaar, hoogleraar, bestuurder en politicus voor de PvdA en DS’70 + een van de aartsvaders van de Nederlandse futurologie.

Die theorieën over het ontstaan van leven kun je echter, in tegenstelling tot die over de evolutie zelf, prima in een laboratorium toetsen. En dan moeten we concluderen dat zulke proeven tot op heden erg weinig concreets hebben opgeleverd. Strikt wetenschappelijk gesproken moet je dan aannemen dat er blijkbaar nog te grote afwijkingen van de werkelijkheid in zitten, wat sommigen er echter niet van weerhoudt ze voor principieel correct te houden: het zou alleen nog wat schorten aan de details. In 1981 sprak de toenmalige futuroloog Fred Polak als zijn verwachting uit dat er vóór het einde van de eeuw kunstmatig leven zou zijn geproduceerd. We zijn nu bijna aan kwart eeuw verder, en we zijn nog geen stap dichter bij dat doel dan toen. Dus opnieuw: wetenschappelijk moet je dan concluderen dat er ernstige manco’s zitten in je theorie. Hoe dat precies zit kan ik het kader van dit artikeltje niet uitleggen (dat heb ik elders wel gedaan), maar het komt er op neer dat die manco’s (wetenschappelijk gesproken!) niet in de exacte details zitten, maar van principiële aard zijn. En dat betekent dat, wat neodarwinisme ook te zeggen mag hebben over de ontwikkeling van het leven op aarde, het in elk geval tot nu toe niets nuttigs heeft kunnen zeggen over de oorsprong van dat leven.

R.C.R.

+

Voorgaande

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

++

Aanvullende lectuur

  1. Het begin van alles
  2. Is daar een veroorzaker van alles
  3. Gods vergeten Woord 11 Schepping 3 Andere ontstaansverhalen
  4. Gods vergeten Woord 12 Schepping 4 De Schepper zelf
  5. Terugblikkend op de eerste mens en eerste gebeurtenissen 1 Ontstaan en plaatsing eerste mens
  6. Bereshith 2:4-14 Adem en leven plaatsing door de Elohim God
  7. Kosmos, Schepper en Menselijk Lot
  8. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #1 Schepper en Zijn profeten
  9. Het begin van Jezus #2 Aller Begin
  10. Ongelovige Thomassen, Jezus en zijn God
  11. Materialisme, “would be” leven en aspiraties #3

Zij heeft gedaan wat zij kon

Lof van Christus ontvangen is een rijke beloning. Sommigen hebben die al verdiend en gekregen.

Anderen hebben het nederig vertrouwen dat zij die krijgen wanneer zij zullen staan.

*

Onder hen die van de Meester lof ontvingen toen hij op aarde leefde was Maria, de zuster van Lazarus.
Hun huis in Betanië onderscheidt zich in de evangeliën als de enige plek waar Jezus liefde en een ware
verkwikking van lichaam en geest kon vinden. De deuren stonden altijd voor hem open en hij vond daar
vrede en rust. Is het dan verwonderlijk dat er staat geschreven:

“Jezus had nu Marta en haar zuster (Maria) en Lazarus lief” (Johannes 11:5)?

Tot deze haven van rust kwam Jezus aan het begin van die drukke week die zou eindigen in zijn foltering en kruisiging. Hij wist heel goed wat hem te wachten stond:

“Hoe beklemt het mij, totdat het volbracht is” (Lucas 12:50).

File:Zimmermann Christus bei Maria und Martha.jpg

Jezus op bezoek bij Maria en Marta – Christus bei Maria und Martha. 1836 – Standort des Gemäldes: Sakristei der St. Marienkirche in Pirna

Wat is het een troost te weten dat hij, tijdens die laatste dagen en nachten voor zijn lijden, in dat huis in Betanië door vrienden ontvangen en verzorgd werd. Wij lezen dat zij op de sabbatsnacht van die week voor hem een maaltijd aanrichtten; waarschijnlijk het gewone feest in een Joods huishouden ter afsluiting van de sabbat. Marta bekleedde haar gebruikelijke rol van gastvrouw en hield zich druk bezig met het bereiden van de maaltijd. Maria heette de meester op een andere manier welkom: zij nam een albasten kruik vol echte, kostbare nardusmirre, en zalfde zijn voeten terwijl hij aan de tafel aanlag. Beide zusters hebben Jezus gediend. Marta zorgde met haar huishoudelijke vaardigheden rijkelijk voor zijn lichamelijke noden.

De dienst van Maria was van een andere aard en lag op een ander niveau. Had zij een voorgevoel waarop zijn bezoek deze keer zou uitlopen? Zag zij de dreigende tragedie van Golgota al opdoemen? Jezus’ commentaar op haar liefdesdaad lijkt dit te steunen:

“Zij heeft gedaan, wat zij kon; van tevoren heeft zij mijn lichaam gezalfd voor de begrafenis” (Marcus 14:8).

Maar welke gedachte deze grote daad van toewijding ook geïnspireerd zou kunnen hebben, deed deze wel de veroordeling van sommigen van de aanwezigen op haar hoofd neerkomen. Mattheüs vertelt,

“De discipelen … waren verontwaardigd en zeiden: Waartoe die verkwisting?”.

Maar Johannes openbaart de oorsprong van deze onbarmhartige veroordeling, wanneer hij zegt dat het de stem van Judas Iskariot, de toekomstige verrader, was wiens stem zich tegen deze vermeende verkwisting verhief:

“Waarom is deze mirre niet voor driehonderd schellingen verkocht en aan de armen gegeven?”

Met het daarop vernietigende commentaar van Johannes:

“Maar dit zei hij niet, omdat hij zich om de armen bekommerde, maar omdat hij een dief was en als beheerder van de kas de inkomsten wegnam” (Johannes 12:5-6).

Er wordt met geen woord gerept over verontwaardiging bij de discipelen over de bediening van Marta! Het feest van lekkernijen riep helemaal geen kritiek op! Zelfs Judas kon die waarderen. Maar de dienst van Maria – minder duidelijk in bedoeling en meer geestelijk van aard – wordt zelfs door sommigen uit de ‘intieme kring’ van de discipelen als verkwisting veroordeeld! Hoe bemoedigend moet dan voor Maria het antwoord van Jezus zijn geweest:

“laat haar begaan; waarom valt u haar lastig?
Zij heeft een grote daad aan Mij verricht…Voorwaar, Ik zeg u, overal waar het evangelie verkondigd zal worden, over de gehele wereld, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van wat zij gedaan heeft” (Marcus 14:6,9).

Het verslag in Marcus voegt dan die betekenisvolle woorden toe aan de lof van de Meester:

“Zij heeft gedaan, wat zij kon” (vers 8).

Dat werpt een interessant licht op de bediening door Maria, en op het gezichtspunt van waaruit Christus die beoordeelde. Wij zouden misschien gemeend hebben dat Maria’s gave van kostbare nardusmirre en haar toewijding aan Jezus van zulk een
overtreffende aard was, dat enige suggestie van beperktheid daarvan uitgesloten is. Schuilt er in de woorden van Marcus echter niet een aanwijzing dat het verlangen van Maria om Christus te dienen ver uitsteeg boven haar gave op zich? Het verlangen te dienen, en de gelegenheid daartoe, kunnen toch twee verschillende dingen zijn. Het gevaar voor iedere discipel schuilt hierin dat wij, wanneer wij niet ten volle kunnen dienen, zouden kunnen vervallen in moedeloze passiviteit. Maria heeft die fout niet gemaakt, zij heeft gedaan wat zij kon. Christus aanvaardde en prees haar bediening, al waren sommigen snel om die te veroordelen.

“Zij heeft gedaan wat zij kon”.

Ligt er niet een les voor ons in deze woorden van de Meester? Wachten wij op de grote gelegenheid? Beperken we ons tot een mate van dienstbaarheid die met onze gevoelens van toewijding aan Christus overeenkomt? Zo ja, dan missen wij misschien vele gelegenheden ‘kleinere’ diensten te bewijzen, die voor Christus acceptabel en lovenswaardig zijn. Zijn oordeel op de grote dag van de afrekening zou ons dan kunnen verbazen, zoals bij de discipelen in dat huis te Betanië het geval was.
Er zal voor ons geen grotere teleurstelling denkbaar zijn, dan het besef dat wij de lof van de Meester missen, omdat wij de gelegenheden hem te dienen niet gebruikt hebben.

++

Lees ook:

  1. Het begin van Jezus #12 Gezalfd na Johannes de Doper
  2. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  3. Zalving als teken van verhoging

Bouwen op het bijbels fundament: De apostelen deden het toch ook

De apostelen deden het toch ook

“11  want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt-Jezus Christus zelf. 12 Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro, 13 van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is.” (1Co 3:11-13 NBV)

Elke christen zou zich eigenlijk moeten afvragen: wat is nu feitelijk de essentie van dit christendom van mij, waar gaat het nu echt om? Dat kan soms best lastig zijn, zoiets als ‘beschrijf het eiland waar je woont’, wanneer je daar nog nooit vanaf bent geweest. Als je de rest van de wereld kent, ken je ook de verschillen en weet je wat kenmerkend is voor je eigen plekje. Maar als je die niet kent, waar leg je dan de nadruk op? Maar ook: als je die rest van de wereld wel kent, waar leg je dan de nadruk op? Op het strand en de duinen, de polder en de vogels? Of op de saamhorigheid van die kleine leefgemeenschap enerzijds, en anderzijds het feit dat je er niet op hoeft te rekenen dat je binnen een half uur in een ziekenhuis ligt wanneer er iets grondig mis is gegaan?

Verpakking of inhoud

Zo ook: hoe zou je je geloof omschrijven ten opzichte van andere christelijke stromingen, of ten opzichte van andere religies? Waar leg je de nadruk op? Benadruk je de verschillen met die anderen, of zoek je het in het positieve en ben je in staat te wijzen op wat werkelijk kenmerkend is en waarde heeft? Dat laatste vereist uiteraard een goed inzicht in waar het echt om draait. Noem je bijvoorbeeld het feit dat je elke zondag naar de kerk gaat? Of spreek je over verlossing, vergeving van de schuld waarvoor je eigenlijk zou moeten sterven, en een hoop op leven die je desondanks toch hebt gekregen? En doe je dat dan op de trotse toon waarop een ander het over zijn nieuwe dure auto heeft, of doe je dat op de nederige toon van iemand die ten volle beseft dat hij – naar Gods maatstaven gemeten – al dood had moeten zijn en nu op cadeau gekregen tijd leeft? Wat geen enkele andere levensbeschouwing zou kunnen bieden?
Anders gesteld: leg je de nadruk op de verpakking, of op de inhoud?

Wie om zich heen kijkt, ziet dat voor velen de verpakking vandaag allang belangrijker is geworden dan de inhoud. Een ‘bekende Nederlander’ werd onlangs gevraagd of ze religieus was. Het antwoord was:

‘Ik ben diep religieus’,

en meteen daar achteraan:

‘maar met het concept God kan ik niet zo goed uit de voeten’.

Religie betekende voor haar glas-in-lood ramen, Mariabeelden en de geur van wierook. Een extreem voorbeeld? Uiteraard, maar staat het echt zo alleen? Voor velen bestaat christendom inderdaad uit indrukwekkende diensten met indrukwekkende rituelen, liturgische gewaden en loepzuiver gezang van professionele koren. Voor anderen juist uit massale bijeenkomsten in de open lucht met veel spontaan gezang op moderne muziek, handgeklap en hallelujageroep. Voor weer anderen zijn het genezingssessies in grote ‘glazen tempels’, spectaculaire duiveluitdrijvingen, of ‘het spreken in tongen’. En in het dagelijks leven is het voor de een sociaal bezig zijn in zijn omgeving, en voor de ander het vermijden van frivoliteiten en geen TV-kijken op zondag; voor de een het steunen van een bevrijdingsbeweging in een ver land en voor de ander het verspreiden van traktaatjes, of geld geven voor een of ander kerkelijk doel.

Op zoek naar de essentie

Sommige van zulke dingen zijn heel spectaculair, andere juist veel minder ‘zichtbaar’. Veel ervan zijn ontegenzeggelijk nuttig voor de maatschappij, andere toch meer gericht op het krijgen van ‘een goed gevoel’. Sommige worden verdedigd door er op te wijzen dat ook de apostelen zulke dingen deden, andere met het argument dat ze juist ‘de vertaling naar deze tijd’ zijn van zulke apostolische activiteiten. Maar ze hebben allemaal gemeen dat ze uiterlijkheden en bijzaken betreffen. Niet dat ze in alle gevallen onbelangrijk zouden zijn, maar ze vormen – als zodanig – toch niet de essentie van het christendom. Ook een atheïstische humanist kan heel sociaal en onbaatzuchtig bezig zijn, en op het eerste gezicht lijkt er ook weinig verschil te zitten tussen het ‘heb je vijanden lief’ van de bergrede en het ‘je moet je vijanden overwinnen door beter te zijn dan zij’ van een door orthodoxe christenen weinig gewaardeerde vorm van ‘afgoderij’. Genezingen, zelfs ‘duiveluitdrijvingen’, zijn veelvuldig te vinden op de pagina’s van het Nieuwe Testament, maar evenzeer in de binnenlanden van Afrika. Ook zulke zaken vormen niet de essentie van het Christendom.

Imiteren of navolgen

Je ziet jonge kinderen vaak het gedrag en het spreken van hun ouders imiteren zonder dat ze werkelijk begrijpen waar dat toe dient. Ze imiteren de uiterlijke vorm maar het heeft geen inhoud. Ze denken zo te tonen dat ze al ‘groot’ zijn, maar het toont juist hun gebrek aan begrip. Als volwassenen weten we dat ‘groot zijn’ niet zit in zulk gedrag, maar in de dingen die daar toe leiden. En zo gaat dat ook met het opgroeien in het geloof. Dat gaat ook niet om het imiteren van het gedrag van Christus of de apostelen, maar om het ontwikkelen van een karakter, om het opbouwen van ‘de gezindheid van Christus’: niet het ‘imiteren’
maar het ‘navolgen’ van Christus. En wellicht leidt dat dan weer tot zulk gedrag,maar dat hangt af van de situatie waarin God ons plaatst. Veel wat we als christen doen, of zouden moeten doen, kan ook gedaan worden vanuit andere motieven, en wordt
ook vaak gedaan vanuit zulke andere motieven. Op zichzelf is dat nog geen christendom. Je kunt weliswaar geen christen zijn zonder naastenliefde te tonen, maar je kunt wel degelijk heel erg veel naastenliefde tonen zonder christen te zijn. Dus daar zit de kern toch niet.

Jezus’ missie was niet het genezen van zieken of het ‘solidair zijn met de armen’, maar het doen van een laatste oproep tot bekering aan zijn volk. Die genezingen waren een vervulling van de profetieën die hem aanwezen als de Messias, ze waren zijn identificatie. Hij wijst de boden van Johannes de Doper daarop (Luc. 7:21-22), maar wat werkelijk van belang is, laat hij er meteen op volgen:

“Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot neemt” (vs 23)

wat in dit verband betekent:

… wie mij niet houdt voor een valse profeet.

O zeker, hij was vervuld van mededogen met allen die het moeilijk hadden in het leven. Maar hij was niet gekomen om alle ziekte uit het land uit te bannen. Zijn genezingen waren zijn identificatie, en tegelijkertijd een voorafschaduwing van het koninkrijk dat hij ooit op deze aarde zou komen oprichten. En het zou de taak van zijn apostelen zijn het woord verder te verspreiden, tot in heidense landen.
En ook daarbij zouden de genezingen die dubbele functie vervullen van autorisatie en van voorafschaduwing van wat eens zou komen. Maar tijdens zijn drie-jarige prediking genas Jezus niet alle zieken, want wanneer Petrus en Johannes in Hand. 3 naar de tempel gaan treffen zij bij de toegangspoort een verlamde die daar al vele decennia lag. En in de brieven van Paulus lezen we af en toe over medewerkers die ‘ten dode toe’ ziek zijn geweest en die hij kennelijk niet heeft kunnen genezen, of die hij ergens ziek heeft moeten achterlaten.

De kern van het geloof

Het gevaar van het louter imiteren van wat Jezus en de apostelen deden, of de gelovigen van het eerste uur, is dat het de nadruk legt op wat per saldo toch maar uiterlijkheden en bijzaken zijn. Sommige daarvan zijn niet echt belangrijk of zelfs helemaal niet. Andere zijn inderdaad van groot belang, maar ook dan niet de hoofdzaken, de dingen waar het ten diepste om gaat. Waar het werkelijk om gaat is de relatie met God, om het besef dat we die relatie eigenlijk had den verspeeld door onze zonde maar dat die toch weer is hersteld, niet door onze verdienste maar door Gods genade, en om de diepe dankbaarheid die we daarvoor zouden moeten voelen. Al die andere aspecten zijn alleen maar de consequenties daarvan, vaak zelfs de onvermijdelijke consequenties, maar toch niet de hoofdzaken. Wat kenmerkend is voor het ware geloof is die relatie, en de rest heeft alleen werkelijke waarde voor zover het daar uit volgt. Want alleen dan gaat het echt om de inhoud en niet om de verpakking.

R.C.R.

+

Aansluitende lectuur

  1. Geloof
  2. Geloof en geloven
  3. Geloof in Jezus Christus
  4. Geloof in slechts één God
  5. Geloof niet zonder daden
  6. Geloof – Vertrouwen voor het ongeziene
  7. Geloof voor God aanvaardbaar

+++

Gerelateerd

  1. Nep christenen
  2. Fundamentalisme: De kunst van het God onder de duim hebben.
  3. Scheepje (z)onder Jezus’ hoede