Fundamenten van geloof 3: De Persoonlijkheid van God

Wanneer het voor ons eenmaal vaststaat dat er een Schepper is van alle leven, dan komt de vraag:

‘Wie is Hij dan?’

We hebben gezien dat Hij

‘een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken’.

Dit houdt noodzakelijkerwijs in dat Hij ieder mens moet zien en horen om te weten wie Hem ernstig zoeken. Het redelijke antwoord is daarom dat Hij een werkelijk Wezen moet zijn, dat niet ver van ons weg is. De Bijbel openbaart God dan ook als de hoogste van alle levende wezens, de Volmaakte en Heilige, geheel anders dan mensen, onzichtbaar maar niettemin aanwezig:

“God is Geest” (Johannes 4:24).

“Ik ben God en geen mens, heilig in uw midden”. (Hosea 11:9; vergelijk 1 Petrus 1:16)

“U dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is”. (Mattheüs 5:48)

“…hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid…”. (Romeinen 1:20)

God heeft de hemel als een even concrete woonplaats, als wij mensen de aarde:

“…De HERE heeft in de hemel zijn troon”. (Psalm 11:4)

“…hoor U dan in de hemel, de vaste plaats van uw woning…”. (1 Kon. 8:39)

“de enige Heerser…de Koning der koningen en de Here der Heren, die alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont, die geen van de mensen gezien heeft of zien kan”. (1 Timotheüs 6:15-16)

Want wij zouden zijn aanblik niet kunnen verdragen. Toen Mozes God vroeg of Hij zijn heerlijkheid mocht zien, toonde God Zich niet aan hem, maar maakte Hij hem zijn eigenschappen bekend:

“Hij zei: U zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven…wanneer mijn heerlijkheid voorbijgaat zal Ik u in de rotsholte zetten en u met mijn hand bedekken, totdat ik ben voorbijgegaan…De HERE ging aan hem voorbij en riep: HERE, HERE, God barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft; maar de schuldige houdt Hij zeker niet onschuldig…”. (Exodus 33:18-34:7)

Dat maakt Hem tot een werkelijk Wezen met een bewustzijn, met gevoel en genegenheid. Zijn eigenschappen vertelden het volk Israël Wie en wat Hij voor hen wilde zijn. Het bewijs van zijn bestaan en aanwezigheid zou dan ook blijken uit het waarmaken hiervan. Hierdoor werd Hij werkelijk de HERE, de

‘Ik zal zijn, die Ik zijn zal’.

Hetzelfde geldt voor alle beloften voor de toekomst, vooral die wat de Messias betreft. Wanneer God geen realiteit was, kon Hij onmogelijk mensen maken naar zijn beeld, waarvan zijn Christus Jezus, die Hij zijn Zoon noemde, het volmaakte voorbeeld is:

“En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem”. (Genesis 1:27)

“De Zoon…de afstraling van zijn heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen”. (Hebreeën 1:3)

Ondanks dat geen mens ooit God heeft gezien, gaven de apostelen aan dat zij in de Here Jezus iets hadden gezien van Wie en wat God is. Hij wordt daarom ‘Immanuël’ genoemd:

‘God met ons’:

“Indien u Mij zou kennen, zou u ook mijn Vader gekend hebben. Van nu aan kent u Hem en hebt u Hem gezien. Filippus zei tot Hem (Jezus): Here, toon ons de Vader en het is ons genoeg. Jezus zei tot hem: Ben Ik zolang bij u Filippus, en kent u Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien”. (Johannes 14:7-9)

“Het woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid”. (Johannes 1:14)

“Niemand heeft ooit God gezien, de eniggeboren Zoon, die aan de boezem van de Vader is, die heeft Hem doen kennen”. (Johannes 1:18)

Nu kennen wij God en zijn Zoon door de getuigenissen over Hen in de Bijbel. Straks zullen er echter niet meer woorden zijn, maar zullen allen die geloven de manifestatie van Gods heerlijkheid zien in zijn Zoon. En Hij zal ons de Vader tonen, zodat onze hoop en ons vertrouwen realiteit wordt:

“Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien”. (Mattheüs 5:8)

“…de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien”. (Hebreeën 12:14)

“Geliefden, nu zijn wij kinderen van God en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen; maar wij weten, dat, als Hij (de Zoon) zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is”. (1 Johannes 3:2)

“…en zijn dienstknechten zullen Hem vereren, en zij zullen zijn aangezicht zien”. (Openbaring 22:4)

Intussen mogen wij Hem noemen met een naam, die wijst op zijn innige relatie met mensen: Vader:

“Bidt u dan aldus: Onze Vader die in de hemelen bent”. (Mattheüs 6:9)

Uit dit alles blijkt dat God geen menselijk idee is, maar een reëel Wezen, met eigenschappen. En hoewel Hij vanwege onze zonde van ons gescheiden woont in de hemel, communiceert Hij met ons, komt Hij ons nabij door Zich in zijn woord bekend te maken en zijn eigenschappen en beloften werkelijkheid te maken in Christus Jezus. Hij is de afdruk van zijn wezen, zijn volmaakte Zoon. En evenals hij een Vader en Zoon relatie heeft met Hem, kan en wil God een relatie hebben met wie in hem geloven.

Vraag ter overdenking:
Wat is voor u de zekerheid dat God weet dat u bestaat en met u bezig is?

Een God van nabij

Wie in de Bijbel het getuigenis van en over gelovigen leest, bemerkt dat zij niet een idee aanhingen of allerlei theorieën nodig hadden om te bewijzen dat er een God moet zijn. Zij hebben een ervaringsgeloof, omdat zij de nabijheid van God hebben
bemerkt (Gen. 28:16-17). Hij verhoorde hun gebeden (zie Psalm 54 en 118), sloot verbonden met hen (Gen. 17), sprak tot hen door middel van engelen (Zacharia; Johannes in Openbaring), deed wonderen (door Mozes, Elia, Elisa, Jezus, de apostelen).
Zijn relatie met gelovigen blijkt uit hoe Hij hen noemde en behandelde: Zo noemde Hij Abraham zijn vriend (Jac. 2:23; vergelijk Ex. 33:11) en David de man naar zijn hart (1 Sam. 13:14; Hand. 13:22). God ziet ons vanuit de hemel (Psalm 33:13-19; 34:16; 2 Kron. 16:9; Jer. 16:17; Hebr. 4:13). Wie oprecht in Hem geloven, zal Hij nooit alleen laten (Gen. 28:13-15; Ex. 3:8; 2 Sam. 7;11-16; Psalm 34:8; Matth. 22:32). Hij toont zijn liefde en zorg voor zijn volk (Ex. 19:4; Jes. 46:3-4; Jer. 31:3; Hos. 11:3-4; Joh. 3:16; Matth. 6:25-34). Maar Gods bestaan en nabijheid blijken vooral hieruit dat Hij zijn verbonden nakomt en zijn beloften vervuld (Ex. 2:24; 13:11; Deut. 10:20-22; 1 Kon. 8:22-26; Psalm 89; Luc. 1:30-33; 54-55;68-79). Hij vertrouwt zijn wil toe aan betrouwbare mensen (Amos 3:7), zodat zij in Hem geloven als de God die hen vertelt wat in de toekomst zal gebeuren (Jes. 44:24-28; 45:18-21; vgl. Joh. 14:29; 16:1-4), en Die zij mogen vragen zijn beloften na te komen, zoals Daniël deed, en een engel maakte hem de toekomst van zijn volk en van hemzelf bekend (Dan. 9:1-12:13). Gebed is een uiting van geloof en verbondenheid met een levende Realiteit, anders zou het een spreken in het niets zijn. Het feit dat God een Verhoorder van gebeden is, bewijst dat Hij bestaat en ons vanuit de hemel kan zien en horen. Hij weet wat wij nodig hebben en wil het ons geven op grond van ons geloof, nu en/of in de toekomst (Psalm 145:15-19; Matth. 7:7-12; Joh.16:23-24). Intussen hebben wij de belofte dat Jezus daar is waar gelovigen bijeenkomen om hem te belijden, volgen en dienen als hun heer (Matth. 18:20; zie ook Hebr. 12:2-3).

J.D.

+

Voorgaande

Op zoek naar spiritualiteit 8 Eigen spiritualiteit

Een meer dan Grote God om naar op zoek te gaan

Fundamenten van het Geloof: De lankmoedigheid van God

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen

Al-Fatiha [De Opening] Surah 1: 4-7 Barmhartige Heer van de Schepping om ons de juiste weg te tonen

++

Aanvullend

  1. Betreft de Mens
  2. De Bijbel haar relevatie over God
  3. Gods vergeten Woord 15 Schepping 7 Vreze des Heren
  4. Gods vergeten Woord 20 Geopenbaarde Woord 5 Onoverbrugbare kloof
  5. Gods vergeten Woord 20 Volk van het Boek 4 Verloren wetboek
  6. Het begin van alles
  7. Een Naam voor een God #9 Vals geloof gevoed door vrees
  8. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #2 Aanroepen van de Naam van God
  9. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #1 Schepper en Zijn profeten
  10. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #6 Woorden tot voedsel en communicatie
  11. Echte boodschap van redding niet ver te zoeken
  12. Leren kennen van Hem die het hart kent
  13. Voor hen die beweren dat Jezus God is
  14. Het begin van Jezus #3 Voorgaande Tijden
  15. Het begin van Jezus #1 Menselijke aspecten
  16. Jezus van Nazareth #1 Jezus Geboorte
  17. Betreffende Christus # 2 Goddelijke bron, verband en goddelijk mens
  18. De Verlosser 2 Zijn goddelijke kant
  19. Ongelovige Thomassen, Jezus en zijn God

+++

Vindt verder ook om te lezen

  1. Onvoorwaardelijk zoeken // Seeking unconditionally
  2. Waarheid en Geloof // Truth and Faith
  3. Geschapen naar Gods beeld
  4. Geloofstwyfel : Waar vind ons God?
  5. Voel jy soms of die Here te vér is?
  6. De God van Doorbraak
  7. God van Doorbraak 3
  8. Verlange (Omgee) vir ander
  9. Waak jy en bid jy? Of slaap jy?
  10. Vertrou God as Hy nee sê
  11. Christen of “Christen-ish”?
Advertisements

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

De levende en waarachtige God

Geloof richt zich op het niet-waarneembare, wetenschap houdt zich bezig met het aantoonbare. Dat er geen wetenschappelijk bewijs zou zijn voor het bestaan van God, wil nog niet zeggen dat Hij niet bestaat. God bestaat niet omdat wij dat denken of geloven, maar Hij vraagt ons te geloven dat Hij er is en dat het zin heeft naar Hem te luisteren en Hem te dienen. Zonder Hem heeft geloven geen betekenis of doel. Buiten Hem is er geen God is zijn polariserende stelling:
“Weet daarom heden en neem het ter harte, dat de HERE de enige God is in de hemel daarboven en op de aarde hier beneden, er is geen ander”. (NBG Deuteronomium 4:39; vergelijk Jesaja 45)

Wie verwacht enig loon te ontvangen voor het leven dat hij of zij nu leidt, moet voldoen aan twee hoofdvoorwaarden:

“Want wie tot God komt moet geloven dat Hij bestaat en een beloner is voor wie hem ernstig zoeken”. (NBG Hebreeën 11:6)

Hoe kunnen wij weten dat God bestaat? En Wie is Hij?

De eerste vraag kan alleen worden beantwoord door God Zelf. Niemand heeft Hem ooit gezien en zijn bestaan moet daarom blijken uit het bewijs dat Hijzelf daarvan geeft: de voor ons merkbare gevolgen van wat Hij doet. God maakt Zich bekend als de Schepper, de Formeerder van nieuwe dingen, van iets dat voordien niet bestond, of wat nog niet gezien kon worden. Hij zegt zelfs iets dat verging opnieuw te kunnen genereren, bijvoorbeeld door een mens op te wekken, die weerkeerde tot het stof waaruit hij werd gemaakt:

“Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord van God tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare”. (NBG Hebreeën 11:3)

“…die God…die de doden levend maakt en het niet zijnde tot aanzijn roept”. (NBG Romeinen 4:17)

Het geloof dat God in Hem vraagt is geen vaag besef maar een vast vertrouwen dat het zo is of zal zijn wat Hij zegt. Daarnaast getuigen ontwerp en functioneren van de natuur als geheel en de schoonheid van de schepping met de daarin verborgen krachten dat er een Schepper moet zijn:

“Het geloof nu is de zekerheid van (het vertrouwen op de) de dingen, die men hoopt, en het bewijs van de dingen, die men niet ziet”. (NBG Hebreeën 11:1)

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

“De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk van zijn handen…Het is geen sprake en het zijn geen woorden, hun stem wordt niet vernomen: toch gaat hun prediking uit over de ganse aarde en hun taal tot aan het einde van de wereld” (Psalm 19:2-7)

Paulus schreef dat wie Gods’ bestaan niet erkent geen excuus heeft:

“Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping van de wereld uit zijn werken met het verstand doorzien” (NBG Romeinen 1:20)

Psalm 33 is een overdenking van de consequenties van dat feit:

“Door het woord van de HERE zijn de hemelen gemaakt, door de adem van zijn mond al hun heer…De ganse aarde vreze voor de HERE, al de bewoners van de wereld moeten voor Hem ontzag hebben. Want Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er”. (NBG Psalm 33:6-9)

Dat alles tot stand kwam door Gods’ machtswoord is het getuigenis van de Bijbel, waarin God heeft geopenbaard wat Hij heeft gedaan. Dit is geen mythe, maar een feit. Wanneer wij het woord van mensen niet vertrouwen, dat van de mensenzoon Jezus dan toch wel, mogen wij hopen, want Hij zei eens:

“Hebt u niet gelezen, dat de Schepper hen van den beginne als man en vrouw heeft gemaakt?” (NBG Mattheüs 19:4)

“Mijn Vader werkt tot nu toe, en Ik werk ook” (NBG Johannes 5:17)

God heeft Zich niet teruggetrokken na zijn scheppingswerk, zoals velen menen, en Hij is ook niet dood, maar Hij leeft en werkt aan de voltooiing van zijn plan. Zonder Hem zouden wij niets zijn of kunnen. In hetzelfde geloof als zijn Here maakte Paulus God overal bekend als:

“de levende God, die de hemel, de aarde, de zee en al wat erin is gemaakt heeft”. (NBG Handelingen 14:15)

“De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde…daar Hij zelf aan allen leven en adem geeft. Hij heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt om op de ganse oppervlakte van de aarde te wonen en Hij heeft de hun toegemeten tijden en grenzen van hun woonplaatsen bepaald, opdat zij God zouden zoeken, of zij hem al tastende vinden mochten, hoewel Hij niet ver is van een ieder van ons. Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij…”. (NBG Handelingen 17:24-28)

Het bijzondere van het volk Israël is het geloof in één God. Andere volken kenden vele goden, die verantwoordelijk waren voor het goede en kwade dat hen overkwam. Maar de God die uit het nageslacht van Abraham, Isaak en Jakob het volk Israël heeft geformeerd, zegt dezelfde te zijn als Die de hemel en de aarde, en al wat daarin en daarop is, gemaakt heeft:

“De HERE is de waarachtige God, Hij is de levende God…De goden, die de hemel en de aarde niet gemaakt hebben, zullen vergaan van de aarde en van onder de hemel. Hij maakt de aarde door zijn kracht, Hij bereidt de wereld toe door zijn wijsheid en breidt de hemel uit door zijn verstand…Hij is de Formeerder van alles en Israël is de stam van zijn erfenis: HERE der heerscharen is zijn naam”. (NBG Jeremia 10:1-16; 51:15-19; vergelijk Jesaja 45)

Gelovigen in Israël en in de eerste christelijke gemeenten geloofden in deze ene God, die Zich openbaart in de Bijbel en de werken van zijn hand.

Vraag ter overdenking: Wanneer u zegt in de God van de Bijbel te geloven, Wie is Hij dan voor u?

De enige God

God hecht er veel belang aan dat wij inzien dat er maar één God is:

De Schepper van al wat leeft, die zich openbaart in de Bijbel, als zijn enige woord tot mensen. Dit sluit niet alleen de door mensen verzonnen afgoden uit, maar ook ieder ander die beweert God te zijn: Deuteronomium 6:4; Marcus 12:28-34; Jesaja 4:6-8; 45:9-25.

De God die doet wat Hij gezegd heeft

Gods Name on the Scrolls – Gods Naam op de boekrollen

Toen God Zich bekendmaakte aan Mozes, vroeg Mozes Hem naar zijn naam. Deze naam is door Israël, uit ontzag en respect niet uitgesproken, maar bewaard gebleven als JHWH, Jahweh (Jehova). In onze Bijbel weergegeven met HERE. Het belang van de naam is niet de juistheid van het uitspreken van het woord als zodanig, maar de betekenis die God Zelf daaraan gaf:

‘Ik ben’.

Voor het juiste verstaan hiervan, dienen we te kijken naar wat God is voor zijn volk, namelijk de God, die doet wat Hij zegt, wat Hij belooft:

te beginnen bij wat Hij hun vaderen Abraham, Isaak en Jakob beloofde, maar
ook wat Hij hen in Egypte en bij de berg Horeb beloofde. Daarom is de vertaling

‘Ik ben die Ik ben’

misschien beter te vervangen door

‘Ik ben, die Ik zijn zal’ of ‘Ik zal zijn, die Ik zijn zal’ (Exodus 3:12-15; Let steeds op het werkwoord zullen, vergelijk Exodus
6:5 en 33:9; Openbaringen 1:8).

J.D

+

Voorgaande

Fundamenten van het Geloof: De lankmoedigheid van God

++

Aanvullende lectuur

  1. Geloof en geloven
  2. Geloof in slechts één God
  3. Belangrijkheid van Gods Naam
  4. Heer, Yahuwah, Yeshua of Yahushua
  5. Jehovah Yahweh Gods Name – Gods Naam
  6. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #2 Aanroepen van de Naam van God
  7. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #11 Gebed #9 Heiliging van Dé Naam
  8. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #13 Gebed #11 Naam om apart geplaatst te worden
  9. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #15 Expositie voor de Schepper
  10. Prijs en zeg dank tot God de Allerhoogste
  11. Al-Fatiha [The Opening/De Opening] Süra 1:1-3 In the name of Allah the Merciful Lord Of The Creation
  12. Al-Fatiha [De Opening] Surah 1: 1-7 Hulp van God onze Schepper
  13. Ik ben die ben Ehyeh-Asher-Ehyeh אהיה אשר אהיה
  14. Hashem השם, Hebreeuws voor “de Naam”
  15. Archeologische vondst omtrent de Naam van God YHWH
  16. Een Drievoudige God of simpelweg een éénvoudige God
  17. Gebruik van Jehovahs naam
  18. Use of /Gebruik van Jehovah or/of Yahweh in Bible Translations/Bijbel vertalingen
  19. De NIV en de Naam van God
  20. Breng glorie aan Jehovah God de Allerhoogste
  21. Plan van de goddelijke maker
  22. Reddingsplan
  23. Plan van God en wereldvrede
  24. Zonder God geen reden, geen doel, geen hoop
  25. Geloof in Jezus Christus
  26. Heb vertrouwen in je geloof … twijfel aan je twijfels
  27. Wonder van openbaring

+++

Gerelateerd

  1. How to Prove God Exists
  2. The existence of God
  3. Stop saying that it’s ‘obvious’ that God exists
  4. Proofs for Existence of Allaah
  5. Is God, as First Cause, a Numerical First of Many Causes?
  6. Finding God
  7. How to Handle Talking About God
  8. “Seeing” God More Clearly
  9. An Escape Mechanism
  10. Clues of God
  11. An Evidential Argument from ‘Non-God Objects’

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek een wetenschappelijke benadering

Schepping, intelligent design, evolutie

Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

Eind 2005 ontstond er enige opwinding over een voorstel van de Nederlandse Minister van Onderwijs om een discussie te organiseren over ‘ID’ (intelligent design = intelligent ontwerp). ID is als begrip komen overwaaien uit de Verenigde Staten en duidt op de geclaimde bewijzen dat onze wereld niet door toeval kan zijn ontstaan, maar dat er een ‘intelligent’ plan aan ten grondslag moet liggen. Deze gedachte is op zich niet nieuw, maar heeft nu een nieuwe naam. De strijd van sommige orthodox-christelijke groepen in de VS, om op scholen het zogenaamde ‘creationisme’ (scheppingsleer) te onderwijzen naast het
neodarwinisme’ (evolutieleer), is echter al veel ouder, en heeft feitelijk noch de serieuze Bijbeluitleg, noch de objectieve wetenschap veel goed gedaan. Het was daarom niet verwonderlijk dat het voorstel van de minister allerlei voorvechters uit beide kampen meteen weer de barricaden op joeg. Helaas is het daarbij gebleven.

De discussie is op zichzelf interessant genoeg. En wetenschappelijk gezien is er niets mis met een discussie over verschillende opvattingen. In de wetenschap is dat een normale manier om voortgang te boeken. Maar het onderwerp ‘het ontstaan van de wereld’ is zo beladen dat aan beide kanten sprake is van duidelijk fundamentalisme, waardoor ‘extremisten’, die het hardst roepen, het beeld bepalen. En omdat zij de discussie vooral zien als een oorlog, gaat de nuance volledig verloren, wat weer leidt tot allerlei begripsverwarring. Daarom wil ik eerst proberen de zaken wat meer in perspectief te zetten.

Ontstaan versus ontwikkeling

Schema met grondprincipes van de erfelijkheid (hier: autosomale vererving)

Weinigen lijken zich te realiseren dat schepping en evolutie in principe over verschillende dingen gaan, en dus op zichzelf niet met elkaar in strijd hoeven te zijn. De evolutieleer spreekt over een mechanisme waarmee biologen trachten te verklaren hoe de ene levensvorm zich zou kunnen hebben ontwikkeld tot een andere. Door toevallige veranderingen (mutaties) in het DNA, dat een codering van de erfelijke eigenschappen van de levensvorm bevat, zou een iets gewijzigde variant kunnen ontstaan.
Wanneer die variant beter toegerust zou zijn voor het leven in zijn leefomgeving, zou die zich vervolgens uitbreiden ten koste van de oorspronkelijke variant en die verdringen. Een reeks van dergelijke stappen zou dan kunnen leiden tot een totaal nieuwe soort.

Wanneer je van mening bent dat de Bijbel leert dat elke variant afzonderlijk door
God is geschapen, zou zo’n ontwikkeling inderdaad in strijd zijn met de Bijbel. Maar wanneer je meent dat God wellicht alleen de hoofdsoorten heeft geschapen, en niet elke variant daarop (wel een hond, maar niet elk afzonderlijk ras), dan hoeft daar geen conflict te liggen.

In algemeenheid geldt dat wetenschap tracht te verklaren hoe dingen zich ontwikkeld hebben, maar gewoonlijk nauwelijks, of geheel niet, in staat is uitspraken te doen over ontstaansoorzaken. Sommige wetenschappers hebben daar weliswaar zeer concrete ideeën over, maar die berusten op intellectuele overwegingen en niet op onderzoeksresultaten. En wanneer zij eerlijk zijn, proberen zij die ideeën niet te tooien met hun gezag als wetenschapper. Anderzijds wijst de Bijbel God aan als de primaire ontstaansoorzaak, maar vinden we weinig of niets over de manier waarop dingen tot stand zijn gekomen. De Bijbel gaat in principe niet over de manier waarop, maar over de reden waarom.

Evolutie

Beperkte evolutie hoeft op zichzelf niet in strijd te zijn met de Bijbel.
En voor een dergelijke beperkte evolutie zijn er redelijke wetenschappelijke aanwijzingen. De reden waarom neodarwinisme zich slecht verdraagt met de leer van de Bijbel is vooral gelegen in de gedachte van een ‘universele’ evolutie:

alle leven op aarde zou zich door middel van evolutie hebben ontwikkeld uit één enkele oervorm.

De chemische structuur van DNA. Blauw, rood, groen en paars: basen. Oranje: deoxyribosegroep. Geel: fosfaatgroep. De twee- en drievoudige waterstofbruggen zijn aangegeven met stippellijntjes. De 3′- en de 5′-uiteinden van de “ruggengraten” staan eveneens aangegeven

Daarvoor zijn echter weer geen harde wetenschappelijke bewijzen. Die gedachte steunt op de overweging dat een degelijke ontwikkeling, wetenschappelijk gezien, het enige redelijke alternatief is voor een bewuste schepping.
Maar dan mag je dat alternatief daar dus niet mee ‘bewijzen’, want dat zou een klassiek geval zijn van een cirkelredenering.

Belangrijk is echter het volgende. Als evolutie het gevolg is van een mutatie van DNA, dan moet je wel eerst DNA hebben! Evolutie gaat
dus over de ontwikkeling van het leven op aarde (en in dat kader over
het ontstaan van verschillende soorten), maar absoluut niet over het
ontstaan van leven op aarde.

Weliswaar zijn daar ook ideeën over, en die worden gemakshalve ook
nog wel meegenomen onder de kop neodarwinisme (populair:
‘evolutie’), maar dat is toch een totaal ander onderwerp: met evolutie
(waar of niet) kun je het ontstaan van leven niet verklaren!

Het ontstaan van leven

Fred Polak.jpg

Fred Lodewijk Polak (1907–1985) Nederlands ambtenaar, hoogleraar, bestuurder en politicus voor de PvdA en DS’70 + een van de aartsvaders van de Nederlandse futurologie.

Die theorieën over het ontstaan van leven kun je echter, in tegenstelling tot die over de evolutie zelf, prima in een laboratorium toetsen. En dan moeten we concluderen dat zulke proeven tot op heden erg weinig concreets hebben opgeleverd. Strikt wetenschappelijk gesproken moet je dan aannemen dat er blijkbaar nog te grote afwijkingen van de werkelijkheid in zitten, wat sommigen er echter niet van weerhoudt ze voor principieel correct te houden: het zou alleen nog wat schorten aan de details. In 1981 sprak de toenmalige futuroloog Fred Polak als zijn verwachting uit dat er vóór het einde van de eeuw kunstmatig leven zou zijn geproduceerd. We zijn nu bijna aan kwart eeuw verder, en we zijn nog geen stap dichter bij dat doel dan toen. Dus opnieuw: wetenschappelijk moet je dan concluderen dat er ernstige manco’s zitten in je theorie. Hoe dat precies zit kan ik het kader van dit artikeltje niet uitleggen (dat heb ik elders wel gedaan), maar het komt er op neer dat die manco’s (wetenschappelijk gesproken!) niet in de exacte details zitten, maar van principiële aard zijn. En dat betekent dat, wat neodarwinisme ook te zeggen mag hebben over de ontwikkeling van het leven op aarde, het in elk geval tot nu toe niets nuttigs heeft kunnen zeggen over de oorsprong van dat leven.

R.C.R.

+

Voorgaande

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

++

Aanvullende lectuur

  1. Het begin van alles
  2. Is daar een veroorzaker van alles
  3. Gods vergeten Woord 11 Schepping 3 Andere ontstaansverhalen
  4. Gods vergeten Woord 12 Schepping 4 De Schepper zelf
  5. Terugblikkend op de eerste mens en eerste gebeurtenissen 1 Ontstaan en plaatsing eerste mens
  6. Bereshith 2:4-14 Adem en leven plaatsing door de Elohim God
  7. Kosmos, Schepper en Menselijk Lot
  8. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #1 Schepper en Zijn profeten
  9. Het begin van Jezus #2 Aller Begin
  10. Ongelovige Thomassen, Jezus en zijn God
  11. Materialisme, “would be” leven en aspiraties #3

Zij heeft gedaan wat zij kon

Lof van Christus ontvangen is een rijke beloning. Sommigen hebben die al verdiend en gekregen.

Anderen hebben het nederig vertrouwen dat zij die krijgen wanneer zij zullen staan.

*

Onder hen die van de Meester lof ontvingen toen hij op aarde leefde was Maria, de zuster van Lazarus.
Hun huis in Betanië onderscheidt zich in de evangeliën als de enige plek waar Jezus liefde en een ware
verkwikking van lichaam en geest kon vinden. De deuren stonden altijd voor hem open en hij vond daar
vrede en rust. Is het dan verwonderlijk dat er staat geschreven:

“Jezus had nu Marta en haar zuster (Maria) en Lazarus lief” (Johannes 11:5)?

Tot deze haven van rust kwam Jezus aan het begin van die drukke week die zou eindigen in zijn foltering en kruisiging. Hij wist heel goed wat hem te wachten stond:

“Hoe beklemt het mij, totdat het volbracht is” (Lucas 12:50).

File:Zimmermann Christus bei Maria und Martha.jpg

Jezus op bezoek bij Maria en Marta – Christus bei Maria und Martha. 1836 – Standort des Gemäldes: Sakristei der St. Marienkirche in Pirna

Wat is het een troost te weten dat hij, tijdens die laatste dagen en nachten voor zijn lijden, in dat huis in Betanië door vrienden ontvangen en verzorgd werd. Wij lezen dat zij op de sabbatsnacht van die week voor hem een maaltijd aanrichtten; waarschijnlijk het gewone feest in een Joods huishouden ter afsluiting van de sabbat. Marta bekleedde haar gebruikelijke rol van gastvrouw en hield zich druk bezig met het bereiden van de maaltijd. Maria heette de meester op een andere manier welkom: zij nam een albasten kruik vol echte, kostbare nardusmirre, en zalfde zijn voeten terwijl hij aan de tafel aanlag. Beide zusters hebben Jezus gediend. Marta zorgde met haar huishoudelijke vaardigheden rijkelijk voor zijn lichamelijke noden.

De dienst van Maria was van een andere aard en lag op een ander niveau. Had zij een voorgevoel waarop zijn bezoek deze keer zou uitlopen? Zag zij de dreigende tragedie van Golgota al opdoemen? Jezus’ commentaar op haar liefdesdaad lijkt dit te steunen:

“Zij heeft gedaan, wat zij kon; van tevoren heeft zij mijn lichaam gezalfd voor de begrafenis” (Marcus 14:8).

Maar welke gedachte deze grote daad van toewijding ook geïnspireerd zou kunnen hebben, deed deze wel de veroordeling van sommigen van de aanwezigen op haar hoofd neerkomen. Mattheüs vertelt,

“De discipelen … waren verontwaardigd en zeiden: Waartoe die verkwisting?”.

Maar Johannes openbaart de oorsprong van deze onbarmhartige veroordeling, wanneer hij zegt dat het de stem van Judas Iskariot, de toekomstige verrader, was wiens stem zich tegen deze vermeende verkwisting verhief:

“Waarom is deze mirre niet voor driehonderd schellingen verkocht en aan de armen gegeven?”

Met het daarop vernietigende commentaar van Johannes:

“Maar dit zei hij niet, omdat hij zich om de armen bekommerde, maar omdat hij een dief was en als beheerder van de kas de inkomsten wegnam” (Johannes 12:5-6).

Er wordt met geen woord gerept over verontwaardiging bij de discipelen over de bediening van Marta! Het feest van lekkernijen riep helemaal geen kritiek op! Zelfs Judas kon die waarderen. Maar de dienst van Maria – minder duidelijk in bedoeling en meer geestelijk van aard – wordt zelfs door sommigen uit de ‘intieme kring’ van de discipelen als verkwisting veroordeeld! Hoe bemoedigend moet dan voor Maria het antwoord van Jezus zijn geweest:

“laat haar begaan; waarom valt u haar lastig?
Zij heeft een grote daad aan Mij verricht…Voorwaar, Ik zeg u, overal waar het evangelie verkondigd zal worden, over de gehele wereld, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van wat zij gedaan heeft” (Marcus 14:6,9).

Het verslag in Marcus voegt dan die betekenisvolle woorden toe aan de lof van de Meester:

“Zij heeft gedaan, wat zij kon” (vers 8).

Dat werpt een interessant licht op de bediening door Maria, en op het gezichtspunt van waaruit Christus die beoordeelde. Wij zouden misschien gemeend hebben dat Maria’s gave van kostbare nardusmirre en haar toewijding aan Jezus van zulk een
overtreffende aard was, dat enige suggestie van beperktheid daarvan uitgesloten is. Schuilt er in de woorden van Marcus echter niet een aanwijzing dat het verlangen van Maria om Christus te dienen ver uitsteeg boven haar gave op zich? Het verlangen te dienen, en de gelegenheid daartoe, kunnen toch twee verschillende dingen zijn. Het gevaar voor iedere discipel schuilt hierin dat wij, wanneer wij niet ten volle kunnen dienen, zouden kunnen vervallen in moedeloze passiviteit. Maria heeft die fout niet gemaakt, zij heeft gedaan wat zij kon. Christus aanvaardde en prees haar bediening, al waren sommigen snel om die te veroordelen.

“Zij heeft gedaan wat zij kon”.

Ligt er niet een les voor ons in deze woorden van de Meester? Wachten wij op de grote gelegenheid? Beperken we ons tot een mate van dienstbaarheid die met onze gevoelens van toewijding aan Christus overeenkomt? Zo ja, dan missen wij misschien vele gelegenheden ‘kleinere’ diensten te bewijzen, die voor Christus acceptabel en lovenswaardig zijn. Zijn oordeel op de grote dag van de afrekening zou ons dan kunnen verbazen, zoals bij de discipelen in dat huis te Betanië het geval was.
Er zal voor ons geen grotere teleurstelling denkbaar zijn, dan het besef dat wij de lof van de Meester missen, omdat wij de gelegenheden hem te dienen niet gebruikt hebben.

++

Lees ook:

  1. Het begin van Jezus #12 Gezalfd na Johannes de Doper
  2. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  3. Zalving als teken van verhoging

Bouwen op het bijbels fundament: De apostelen deden het toch ook

De apostelen deden het toch ook

“11  want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt-Jezus Christus zelf. 12 Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro, 13 van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is.” (1Co 3:11-13 NBV)

Elke christen zou zich eigenlijk moeten afvragen: wat is nu feitelijk de essentie van dit christendom van mij, waar gaat het nu echt om? Dat kan soms best lastig zijn, zoiets als ‘beschrijf het eiland waar je woont’, wanneer je daar nog nooit vanaf bent geweest. Als je de rest van de wereld kent, ken je ook de verschillen en weet je wat kenmerkend is voor je eigen plekje. Maar als je die niet kent, waar leg je dan de nadruk op? Maar ook: als je die rest van de wereld wel kent, waar leg je dan de nadruk op? Op het strand en de duinen, de polder en de vogels? Of op de saamhorigheid van die kleine leefgemeenschap enerzijds, en anderzijds het feit dat je er niet op hoeft te rekenen dat je binnen een half uur in een ziekenhuis ligt wanneer er iets grondig mis is gegaan?

Verpakking of inhoud

Zo ook: hoe zou je je geloof omschrijven ten opzichte van andere christelijke stromingen, of ten opzichte van andere religies? Waar leg je de nadruk op? Benadruk je de verschillen met die anderen, of zoek je het in het positieve en ben je in staat te wijzen op wat werkelijk kenmerkend is en waarde heeft? Dat laatste vereist uiteraard een goed inzicht in waar het echt om draait. Noem je bijvoorbeeld het feit dat je elke zondag naar de kerk gaat? Of spreek je over verlossing, vergeving van de schuld waarvoor je eigenlijk zou moeten sterven, en een hoop op leven die je desondanks toch hebt gekregen? En doe je dat dan op de trotse toon waarop een ander het over zijn nieuwe dure auto heeft, of doe je dat op de nederige toon van iemand die ten volle beseft dat hij – naar Gods maatstaven gemeten – al dood had moeten zijn en nu op cadeau gekregen tijd leeft? Wat geen enkele andere levensbeschouwing zou kunnen bieden?
Anders gesteld: leg je de nadruk op de verpakking, of op de inhoud?

Wie om zich heen kijkt, ziet dat voor velen de verpakking vandaag allang belangrijker is geworden dan de inhoud. Een ‘bekende Nederlander’ werd onlangs gevraagd of ze religieus was. Het antwoord was:

‘Ik ben diep religieus’,

en meteen daar achteraan:

‘maar met het concept God kan ik niet zo goed uit de voeten’.

Religie betekende voor haar glas-in-lood ramen, Mariabeelden en de geur van wierook. Een extreem voorbeeld? Uiteraard, maar staat het echt zo alleen? Voor velen bestaat christendom inderdaad uit indrukwekkende diensten met indrukwekkende rituelen, liturgische gewaden en loepzuiver gezang van professionele koren. Voor anderen juist uit massale bijeenkomsten in de open lucht met veel spontaan gezang op moderne muziek, handgeklap en hallelujageroep. Voor weer anderen zijn het genezingssessies in grote ‘glazen tempels’, spectaculaire duiveluitdrijvingen, of ‘het spreken in tongen’. En in het dagelijks leven is het voor de een sociaal bezig zijn in zijn omgeving, en voor de ander het vermijden van frivoliteiten en geen TV-kijken op zondag; voor de een het steunen van een bevrijdingsbeweging in een ver land en voor de ander het verspreiden van traktaatjes, of geld geven voor een of ander kerkelijk doel.

Op zoek naar de essentie

Sommige van zulke dingen zijn heel spectaculair, andere juist veel minder ‘zichtbaar’. Veel ervan zijn ontegenzeggelijk nuttig voor de maatschappij, andere toch meer gericht op het krijgen van ‘een goed gevoel’. Sommige worden verdedigd door er op te wijzen dat ook de apostelen zulke dingen deden, andere met het argument dat ze juist ‘de vertaling naar deze tijd’ zijn van zulke apostolische activiteiten. Maar ze hebben allemaal gemeen dat ze uiterlijkheden en bijzaken betreffen. Niet dat ze in alle gevallen onbelangrijk zouden zijn, maar ze vormen – als zodanig – toch niet de essentie van het christendom. Ook een atheïstische humanist kan heel sociaal en onbaatzuchtig bezig zijn, en op het eerste gezicht lijkt er ook weinig verschil te zitten tussen het ‘heb je vijanden lief’ van de bergrede en het ‘je moet je vijanden overwinnen door beter te zijn dan zij’ van een door orthodoxe christenen weinig gewaardeerde vorm van ‘afgoderij’. Genezingen, zelfs ‘duiveluitdrijvingen’, zijn veelvuldig te vinden op de pagina’s van het Nieuwe Testament, maar evenzeer in de binnenlanden van Afrika. Ook zulke zaken vormen niet de essentie van het Christendom.

Imiteren of navolgen

Je ziet jonge kinderen vaak het gedrag en het spreken van hun ouders imiteren zonder dat ze werkelijk begrijpen waar dat toe dient. Ze imiteren de uiterlijke vorm maar het heeft geen inhoud. Ze denken zo te tonen dat ze al ‘groot’ zijn, maar het toont juist hun gebrek aan begrip. Als volwassenen weten we dat ‘groot zijn’ niet zit in zulk gedrag, maar in de dingen die daar toe leiden. En zo gaat dat ook met het opgroeien in het geloof. Dat gaat ook niet om het imiteren van het gedrag van Christus of de apostelen, maar om het ontwikkelen van een karakter, om het opbouwen van ‘de gezindheid van Christus’: niet het ‘imiteren’
maar het ‘navolgen’ van Christus. En wellicht leidt dat dan weer tot zulk gedrag,maar dat hangt af van de situatie waarin God ons plaatst. Veel wat we als christen doen, of zouden moeten doen, kan ook gedaan worden vanuit andere motieven, en wordt
ook vaak gedaan vanuit zulke andere motieven. Op zichzelf is dat nog geen christendom. Je kunt weliswaar geen christen zijn zonder naastenliefde te tonen, maar je kunt wel degelijk heel erg veel naastenliefde tonen zonder christen te zijn. Dus daar zit de kern toch niet.

Jezus’ missie was niet het genezen van zieken of het ‘solidair zijn met de armen’, maar het doen van een laatste oproep tot bekering aan zijn volk. Die genezingen waren een vervulling van de profetieën die hem aanwezen als de Messias, ze waren zijn identificatie. Hij wijst de boden van Johannes de Doper daarop (Luc. 7:21-22), maar wat werkelijk van belang is, laat hij er meteen op volgen:

“Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot neemt” (vs 23)

wat in dit verband betekent:

… wie mij niet houdt voor een valse profeet.

O zeker, hij was vervuld van mededogen met allen die het moeilijk hadden in het leven. Maar hij was niet gekomen om alle ziekte uit het land uit te bannen. Zijn genezingen waren zijn identificatie, en tegelijkertijd een voorafschaduwing van het koninkrijk dat hij ooit op deze aarde zou komen oprichten. En het zou de taak van zijn apostelen zijn het woord verder te verspreiden, tot in heidense landen.
En ook daarbij zouden de genezingen die dubbele functie vervullen van autorisatie en van voorafschaduwing van wat eens zou komen. Maar tijdens zijn drie-jarige prediking genas Jezus niet alle zieken, want wanneer Petrus en Johannes in Hand. 3 naar de tempel gaan treffen zij bij de toegangspoort een verlamde die daar al vele decennia lag. En in de brieven van Paulus lezen we af en toe over medewerkers die ‘ten dode toe’ ziek zijn geweest en die hij kennelijk niet heeft kunnen genezen, of die hij ergens ziek heeft moeten achterlaten.

De kern van het geloof

Het gevaar van het louter imiteren van wat Jezus en de apostelen deden, of de gelovigen van het eerste uur, is dat het de nadruk legt op wat per saldo toch maar uiterlijkheden en bijzaken zijn. Sommige daarvan zijn niet echt belangrijk of zelfs helemaal niet. Andere zijn inderdaad van groot belang, maar ook dan niet de hoofdzaken, de dingen waar het ten diepste om gaat. Waar het werkelijk om gaat is de relatie met God, om het besef dat we die relatie eigenlijk had den verspeeld door onze zonde maar dat die toch weer is hersteld, niet door onze verdienste maar door Gods genade, en om de diepe dankbaarheid die we daarvoor zouden moeten voelen. Al die andere aspecten zijn alleen maar de consequenties daarvan, vaak zelfs de onvermijdelijke consequenties, maar toch niet de hoofdzaken. Wat kenmerkend is voor het ware geloof is die relatie, en de rest heeft alleen werkelijke waarde voor zover het daar uit volgt. Want alleen dan gaat het echt om de inhoud en niet om de verpakking.

R.C.R.

+

Aansluitende lectuur

  1. Geloof
  2. Geloof en geloven
  3. Geloof in Jezus Christus
  4. Geloof in slechts één God
  5. Geloof niet zonder daden
  6. Geloof – Vertrouwen voor het ongeziene
  7. Geloof voor God aanvaardbaar

+++

Gerelateerd

  1. Nep christenen
  2. Fundamentalisme: De kunst van het God onder de duim hebben.
  3. Scheepje (z)onder Jezus’ hoede

Wetenschap: God of afgod? 2 De grenzen van de wetenschap

De vorige keer stelden we de vraag of wetenschap in strijd zou zijn met de Bijbel. Daarvoor moeten we allereerst begrijpen wat wetenschap eigenlijk is en wat het doet. Daarover gaat het nu.

Wetenschap bestudeert waargenomen verschijnselen en tracht daar een logische onderlinge samenhang in te vinden of, wat kort door de bocht, die te ‘verklaren’.
Maar al zal er voor ieder ‘waarom’ ook een ‘daarom’ zijn, ieder ‘daarom’ roept weer zijn eigen ‘waarom’ op. Waarom valt die vogel in de lucht niet naar beneden? Omdat hij vleugels heeft. Maar hoe werken die vleugels dan? Dat volgt uit de stroming van de lucht er omheen, en dat kun je weer verklaren uit de theorieën van de aerodynamica, die zelf weer volgen uit de wetten van de stromingsleer, die weer berusten op meer fundamentele behoudswetten (zoals behoud van massa en energie). Enz.
enz. enz., totdat je bent aangeland bij de grenzen van de gezamenlijke kennis. Maar niet bij die ene, unieke alles verklarende basisoorzaak!

Verschuivende grenzen

Die grenzen schuiven voortdurend op, maar die primaire oorzaak zul je zo nooit bereiken. Enerzijds kan dat frustrerend zijn, want als wetenschappers willen we graag alles weten. Anderzijds houdt het ons van de straat, want er blijft altijd weer wat te onderzoeken over. En voor de dagelijkse praktijk kunnen we er prima mee uit de voeten. Ooit moest je flink wat bruggen bouwen, waarvan er vrij veel op ongelegen momenten instortten, voordat we door begonnen te krijgen hoe je dat een beetje betrouwbaar kon voorkomen. En toen de Zweden in 1625 een nieuw oorlogsschip wilden hebben dat een maatje groter was dan alles tot dan toe, is dat al vóór de afvaart in de haven van Stockholm gezonken, omdat de stabiliteit wat te wensen over liet. Tegenwoordig lukt zulk opschalen van bekende ontwerpen naar grotere toch aanzienlijk beter. Je kunt al dat soort dingen nu van tevoren uitrekenen (ook al gebeurt er ook nu nog wel eens iets dat niet helemaal was voorzien). Het is echter van belang te beseffen dat wetenschap is gebaseerd op (waargenomen) feiten.
En mits die waarnemingen betrouwbaar zijn, moeten we ervan uitgaan dat die feiten nooit in strijd kunnen zijn met de waarheid: ze zijn de waarheid. En de zich Bijbelgetrouw noemende christen die bang is voor feiten, gelooft strikt genomen niet echt in de waarheid van de Bijbel.

De ‘ondergrens’

Oogsten van wilgen voor bio-brandstof

Het moet daarom wel duidelijk zijn dat we al te simpele opvattingen wel als onwetenschappelijk naar de prullenmand moeten verwijzen, omdat ze niet voldoen aan een minimum van wetenschappelijke redelijkheid. In mijn loopbaan ben ik regelmatig geconfronteerd met spectaculaire uitvindingen die auto’s op slag 20-30 % zuiniger zouden maken. Iemand komt dan bijvoorbeeld aanzetten met een apparaat dat de brandstofmoleculen zou ‘ioniseren’ en daarmee ‘richten’ zodat ze allemaal met de neuzen dezelfde kant op staan, wat een zoveel completere verbranding zou geven dat je die 30 % besparing beslist zou halen. Nu is het wetenschappelijk niet bekend dat je brandstofmoleculen zo zou kunnen ioniseren, en wetenschappelijk gezien kun je je ook al niets voorstellen bij dat ‘richten’, noch over de invloed die dat hoe dan ook zou kunnen hebben op de kwaliteit van de verbranding als dat al mogelijk zou zijn. Dat is gewoon consequent doorredeneren op basis van wat we weten. Je kunt ook overwegen dat er nooit meer dan iets van 5 % van de brandstof verloren ging door onvolledige verbranding, dus dan ga je die 30 % besparing ook dan nog niet halen. Daar hoef je niet eens voor te weten hoe het werkt, of zelfs maar òf het werkt. Dat is gewoon een kwestie van gezond verstand en kennis van zaken. En daar is niets mysterieus aan.
Dit voorbeeld lijkt misschien wat opgeklopt (hoewel toch echt uit het leven gegrepen). Maar tot ver in de 19e eeuw stond bijvoorbeeld de medische ‘wetenschap’ nog steeds op zulk peil. Op basis van wat we nu weten over bacteriën en virussen, en over de opbouw en het functioneren van het menselijk lichaam, stond die kennis nog op het niveau van middeleeuwse kwakzalverij. Volgens sommigen was het relatieve succes van een, wetenschappelijk gesproken, dubieuze theorie als homeopathie voornamelijk een gevolg van het feit dat deze theorie voor de patiënt in elk geval een stuk minder gevaarlijk was dan de toenmalige ‘reguliere’ geneeskunde. En bij alle publiciteit over medische missers zouden we er goed aan doen te bedenken dat in bijbelse tijden ziekten vaak al heel snel levensbedreigend waren. Onze opvatting dat doodgaan aan een ziekte eigenlijk ‘niet zou moeten kunnen’ is een luxe van zeer recente datum (en dan nog alleen voor onze westerse maatschappij!).

De ‘bovengrens’

Maar behalve een ‘ondergrens’ is er ook een ‘bovengrens’. In een interview met de auteurs van een nieuw boek viel (in het kader van God als schepper) de vraag of er plaats zou zijn voor een ‘boedelscheiding tussen wetenschap en godsdienst’. Het antwoord was:

“Of je bent lid van de wetenschappelijke gemeenschap, of je bent het niet. Beide tegelijk kan niet.”

Maar zo’n opmerking snijdt wetenschappelijk totaal geen hout. Wetenschappelijke theorieën en wetten beschrijven de logische samenhang tussen ‘normale’ verschijnselen. Maar elke goede wetenschapper weet dat als je de grenzen van het mogelijke nadert, die samenhang kan gaan verschuiven. Zo is er een wet van behoud van energie en één van behoud van massa. Onder normale omstandigheden zal energietoevoer aan een bewegend voorwerp resulteren in toename van de snelheid. Maar Einstein toonde aan dat als je de snelheid van het licht nadert, die energie zich gaat omzetten in massa. En in elke kernreactie wordt massa omgezet in energie. Dus onder extreme omstandigheden werken die beide wetten elk voor zich niet meer (hoewel nog wel de combinatie). En ‘God’ is uiteraard ook zo’n uiterste grens.

Wetenschap kan evenmin een primaire oorzaak aangeven, zoals ik al eerder aangaf. Wetenschap kan ontwikkelingen verklaren, en daarmee kun je uiteindelijk soms een beginpunt vaststellen. Maar een beginpunt is nog geen oorzaak. Zoals de politie uit een voetspoor in de sneeuw wel kan zien waar de verdachte zijn wandeling is begonnen, maar absoluut niet waarom hij dat deed. Zo zou je ook een perfecte geluidsopname kunnen maken van de Matthäus Passion en daar via Fouriertransformatie en frequentieanalyse een compleet geluidsspectrum van bepalen; en dat dan weer volledig verklaren uit de interactie tussen de akoestische eigenschappen van de instrumenten en stemmen enerzijds en de zaalcondities (akoestiek, luchtsamenstelling, vochtigheidsgraad, temperatuur, etc.) anderzijds. Maar betekent dat echt dat je dan afstand zou moeten doen van J.S.Bach als ‘schepper’ (primaire oorzaak) van dat werk? Omdat dat niet wetenschappelijk zou zijn? Kom nou! Dit is gewoon quasi-wetenschappelijk geleuter.

R.C.R
Bijbel en Wetenschap

+

Voorgaande:

Wetenschap: God of afgod 1 Wat zijn wetenschap en Bijbel en hun raakvlakken

Stemt de Bijbel overeen met de wetenschap

Wetenschap en religie zijn met elkaar te rijmen

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

++

Aanvullende lectuur

  1. Filosofen, theologen en ogen naar de ware kennisgever van bestaan van God
  2. Hermeneutiek om uit te dragen #3 Wetenschap
  3. Geleerd en Gelovig
  4. Vaticaan publiceert procesakten van Galileo Galilei
  5. 2de vraag: Wat of waar is het begin

+++

Gerelateerd

  1. Wetenschap in beeld
  2. Superdiversiteit maakt alles wat complexer (video)
  3. Nietzsche in tien vrolijke lessen
  4. Theologie in de 21ste eeuw: de taak van een discipline in het nauw
  5. Even geen paraplu meer nodig
  6. Hoe wordt voeding weer een wetenschap?

Wetenschap: God of afgod 1 Wat zijn wetenschap en Bijbel en hun raakvlakken

Vijanden van elkaar

Het is vreemd, maar veel christenen menen dat Bijbel en wetenschap natuurlijke vijanden van elkaar zijn. Alles wat wetenschap in feite doet, is echter de wereld om ons heen systematisch beschrijven. Goede wetenschap berust op feiten en doet daar verslag van. Waarom zijn zoveel christenen daar dan bang voor? Vrezen zij dat een al te helder licht op de feiten wellicht zou kunnen aantonen dat hun opvattingen over de uiterste houdbaarheidsdatum heen zijn?
Natuurlijk, er zijn gezaghebbende wetenschappers die hun status misbruiken om hun privé opvattingen over atheïsme gezag te verlenen, zoals er ook theologen zijn die hun gezag als theoloog misbruiken om onverantwoorde uitspraken te doen. Dat
zegt weliswaar veel over de beperkte betrouwbaarheid van mensen, maar nog niets over nut of onnut van wetenschap, of van theologie.

Wat is wetenschap?

Wetenschap beschrijft de werkelijkheid. Je gaat uit van waarnemingen, vaak meetresultaten al hoeft dat niet. Die probeer je te verklaren; dan krijg je een ‘hypothese’. Vervolgens redeneer je: als ik dit doe dan moet er dat gebeuren, en dat ga je dan controleren d.m.v. experimenten. Als het klopt wordt je hypothese een theorie. Die theorie is een mogelijke verklaring/beschrijving van wat je in de natuur waarneemt, en daar mogen geen uitzonderingen op bekend zijn. Het vervelende is alleen dat zo’n uitzondering altijd morgen kan opduiken. Als dat gebeurt moet je je theorie zodanig aanpassen dat die nieuwe waarneming daar ook in past.
Als dat niet lukt, moet je hem weggooien en een andere bedenken. Maar een theorie is altijd gebaseerd op waargenomen feiten. En die zijn in elk geval juist. Alleen de verklaring daarvan zou tekort kunnen schieten. In concreto: dinosaurussen hebben bestaan; de vraag is alleen: hoe zijn we er ooit aangekomen, en hoe zijn we er weer van afgekomen. Dat laatste
is een verklaring, een theorie, waar je over kunt discussiëren. Maar te ontkennen dat die beesten ooit hebben bestaan is niet aan de orde.

Wat is de Bijbel?

Aan de andere kant hebben we de Bijbel, Gods instructieboek aan ons, ons ‘Handboek-soldaat’, dat ons alles vertelt wat we moeten weten om een goed christen te zijn. Zoals dat Handboek-soldaat de dienstplichtige destijds alles vertelde wat hij moest
weten om een goed soldaat te zijn.

Maar de Bijbel vertelt je beslist niet waar de dinosaurus vandaan kwam, of waar hij is gebleven, want dat hoef je als christen niet te weten. Zoals het Handboek-soldaat je niet vertelde wie de Mona Lisa heeft geschilderd, of waar je die nu kunt zien. En zoals de wetenschapper er van uit gaat dat zijn waarnemingen juist zijn – dat zij de feiten zijn waar hij zich op kan baseren – zo gaat de bijbellezer er van uit dat de tekst die hij voor zich heeft juist is, dat die de waarheid is waar hij zich op kan baseren.

Strikt genomen is noch het een noch het ander volledig gegarandeerd. Waarnemingen kunnen achteraf wel eens vals blijken te zijn geweest, en evenzo kan de Bijbeltekst wel eens verkeerd zijn overgeleverd, en wij lezen hem in elk geval altijd in een vertaling!
Maar door de band genomen klopt dat allemaal wel.

Maar zoals feiten op zichzelf geen betekenis hebben, en eerst moeten worden geïnterpreteerd voordat ze iets voor ons betekenen, zo moeten we ook de Bijbeltekst eerst uitleggen voordat die iets voor ons betekent.

En zoals een wetenschappelijke theorie achteraf wel eens onjuist, of op zijn minst onvolledig, kan blijken te zijn, zo hoeft ook een theologische uitleg niet altijd de absolute waarheid te zijn. Anders gezegd: feiten liegen niet, maar wetenschappers soms wel, en die zijn in elk geval niet onfeilbaar. Maar evenzo: Gods woord is weliswaar de waarheid, maar Bijbellezers en Bijbeluitleggers kunnen, al dan niet met de beste bedoelingen, soms heel scheve schaatsen rijden.

Welke raakvlakken zijn er eigenlijk

U vindt een en ander geïllustreerd in het schema. Wetenschap is gebaseerd op waargenomen feiten en christendom op de tekst van de Bijbel.
Die kunnen nooit met elkaar in strijd zijn. Dat kan hooguit met de uitleg van die feiten en teksten, maar hoe groot is die kans? Wetenschap gaat vooral over fysieke zaken, en de Bijbel over geestelijk leven. De meeste ‘conflicten’ ontstaan wanneer christenen in bepaalde teksten een beschrijving gaan lezen van natuurkundige of biologische principes. Zoals de middeleeuwse kerk in de Schrift de bevestiging zag van een wereldbeeld met de aarde als het middelpunt van het heelal. Daar kwamen geleerden als Copernicus en Galileï mee in conflict toen ze beweerden dat de aarde om de zon draaide, in plaats van andersom.

De Italiaans natuurkundige, astronoom, wiskundige en filosoof Galilei en Viviani, 1892, Tito Lessi

Maar de Bijbel gaat niet over de fysieke inrichting van het heelal, die gaat over het feit dat God de aarde heeft geschapen als
geestelijk middelpunt van zijn plan met de mens. Wat hier mis gaat is daarom niet de
interpretatie van bepaalde teksten als zodanig, maar het feit dat de Bijbel wordt gelezen vanuit een totaal verkeerde invalshoek. Waarna die invalshoek vervolgens tot zulke misinterpretaties leidt.
Helaas is die middeleeuwse invalshoek tot ons christelijk erfgoed gaan behoren, zodat dit soort misinterpretaties nog steeds voorkomen. Wanneer de wetenschap dan aantoont dat die niet overeenstemmen met onze waarnemingen, ligt dat echt niet aan die waarnemingen. Ja,
de Bijbel is geïnspireerd, en kan niet fout zijn. Maar onze uitleg van die Bijbel is niet geïnspireerd, en kan er wel degelijk mijlenver naast zitten!

Het schema toont ons dat, en we moeten ons dan steeds afvragen of de interpretatie van de feiten onjuist is, of toch onze uitleg (exegese) van de Bijbel. Maar het schema toont ons ook waar het veel vaker mis gaat: feilbare mensen, aan de ene kant of aan de andere, bouwen op hun begrip van de feiten of van de Bijbeltekst een verdere redenering (bij gebrek aan een betere term heb ik dat maar filosofieën genoemd) die in conflict is met wat we aan de andere kant weten. Maar dat mag je de Bijbel niet verwijten, en evenmin de wetenschap. Dat ligt aan de neiging van mensen die iets willen ‘bewijzen’ om daar hun vakgebied
voor te misbruiken, of dat nu Bijbelexegese is of juist wetenschap.
Maar in feite is het geen van beide, in feite is het in beide gevallen een vorm van bijgeloof. In de komende afleveringen willen we daarom een aantal van dit soort confrontaties wat nader beschouwen.

+

Aanvullende lectuur

  1. Rond de Bijbel
  2. Bijbel verzameld Woord van God
  3. Boek der boeken de Bijbel
  4. Boek in onze handen
  5. Bijbel baken en zuiverend water
  6. Bestseller aller tijden
  7. De Bijbel als instructieboek
  8. De Bijbel als instructieboek #1 Lezen van de Bijbel
  9. De Bijbel als instructieboek #2 Effectief Bijbellezen
  10. De Bijbel als instructieboek #3 De Taal van de Bijbel
  11. Nut van het lezen van de Bijbel
  12. Missionaire hermeneutiek 1/5
  13. Missionaire hermeneutiek 2/5
  14. Hermeneutiek om uit te dragen #3 Wetenschap
  15. Hermeneutiek om uit te dragen #7 In Harmonie
  16. Hermeneutiek om uit te dragen #8 Tegenspraak

+++

Gerelateerd

  1. Herman Bavinck on Traveling and the Theology of Nature Hoe leert men dan nog beter dan voorheen de taal van Psalmen en Profeten waardeeren en de heerlijke natuurpoëzie van den Bijbel verstaan?