Theologie versus godsdienstleer of godsdienst geschiedenis

In de Europese universiteiten vindt me de theologie als wetenschapsgebied in directe verbinding met concrete godsdienstige praktijken. Niet alleen in die zin dat die praktijken voorwerp van onderzoek kunnen zijn, maar zo dat de afgestudeerde theoloog bekwaam en geschikt zou zijn om in die praktijken een professionele leidinggevende rol te vervullen.

Als die praktijken uit beeld raken en er geen predikanten meer worden opgeleid, zal de theologie als wetenschapsgebied verdwijnen.

stelde prof. dr. Gerrit Immink in 2014. Toen waren de meeste afdelingen Theologie aan de universiteiten meer instellingen waar de geschriften van theologen werden bestudeerd, meer dan het eigenlijke “Godswezen”.

Theologie betekent letterlijk de studie van God (verwijzend naar Theos = Grieks voor God en logos is Grieks voor `woord`, `leer`, `kennis` of `verhandeling). Dat maakt dat het eigenlijk in theologie moet gaan over de leer of kennis van God. Hierbij zou men kunnen zeggen dat er bij dat onderzoek naar de Godheid ook moet na gaan welke godheden er zo wat aanbeden worden. Inherent daaraan komt dan de studie van verscheidene goden, godsdiensten, godsdienstige groepen en onderwerpen. De term theologie is afkomstig uit de Christelijke traditie, maar kan ook gebruikt worden voor de studie of de geloofsinhoud van andere religies.

Gedurende Krimp zijn rectoraatsperiode werd er gezocht naar samenwerking, verplaatsing.

Op de achtergrond speelde steeds de vraag: Waar gaat het eigenlijk over in de theologie? Welk vakkenpakket is nodig om een predikant op te leiden?

zei hij in 2014.

Tegenwoordig lijkt het wel dat vele faculteiten weg gevaren zijn van de vroegere oorspronkelijke instelling voor dat vak. Ook brengt elke universiteit haar geestelijke instelling naar voor en laat deze geen openheid voor anders denkenden. Zo moet men in een Katholieke universiteit het Katholisch denkpatroon volgen en kan men zeker niet tegen de Drie-eenheid zijn bijvoorbeeld.

We beseffen wel dat al in de 19e eeuw er voortdurend bewegingen in de theologie waren die het accent verlegden van God naar de mens. Bovendien groeide de kritiek op het klassieke godsbegrip en kwam zelfs de gedachte op dat God een projectie is, maar als puntje bij paaltje kwam, liet men toch geen openheid tot andere leerstellingen dan die van de ondersteunende godsdienstgroep.

In 2014 haalde Krimp terecht aan:

Als de theologie de gedachte van de godgeleerdheid – hoe lastig en ingewikkeld die ook is – loslaat, komt het bestaansrecht van de theologie als zelfstandig wetenschapsgebied snel ter discussie te staan.

Het verschijnsel religie, religieuze ervaringen en rituelen – dat alles kan toch ook prima bestudeerd worden door antropologen, psychologen en sociologen? Wolfhart Pannenberg heeft terecht opgemerkt dat de theologie van het toneel zal verdwijnen, zodra we het Godsbegrip louter opvatten als een projectie vanuit de antropologie.

In veel instelling gaat men het geschiedkundig verloop na van één of meerdere godsdiensten. Men moet dan echter beseffen dat men daar dan meer een godsdienst historicus kweekt. Met de studie van al de vroegere theologische werken komt men dan eerder op het vlak van de taalkundige of sociaal wetenschapper zonder dat men de rol van theoloog hoeft op te nemen. Volgens Krimp is daar binnen een theologische universiteit of faculteit zeker ook plaats voor.

Maar als onze vakgebieden samen het geheel van de theologie vormen, moet elk vakgebied ook beoefend kunnen worden als theologie.

Volgens hem is het daarvoor

nodig dat er binnen het vakgebied systematische vragen gesteld worden met betrekking tot hedendaagse godsdienstige praktijken en met betrekking tot het spreken over God. Dat is niet eenvoudig, want dan moeten we zowel het vak goed beheersen als in staat zijn om op systematische wijze theologische thema’s in te brengen. En het wordt pas echt spannend als we dan ook nog het gesprek aandurven over de waarheidsclaims die in teksten of in praktijken tot uitdrukking komen.

Prof. dr. Gerrit Immink vertelt verder

In mijn bestuurlijke functie als rector heb ik steeds geprobeerd het academische karakter van de theologie hoog te houden, in het besef dat de afgestudeerde theoloog bekwaam en geschikt dient te zijn om als predikant in de kerk aan de slag te gaan. De gerichtheid op concrete praktijken en de wetenschappelijke doordenking van het spreken over God zijn voor mij twee zijden van dezelfde medaille.

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 3: Het bewijs van Gods bestaan (3) De Natuur als mechanisme

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 3: Het bewijs van Gods bestaan (3) De Natuur als mechanisme

Menselijke toewijzing

Verne (foto door Nadar omstreeks 1890)

Franse romanschrijver, dichter en toneelschrijver Jules Verne (foto door Nadar omstreeks 1890) – De samenwerking van Verne met de uitgever Pierre-Jules Hetzel leidde tot de oprichting van de Voyages extraordinaires, een zeer populaire serie nauwgezet onderzochte avonturenromans waaronder De la Terre à la Lune (1865), Vingt Mille Lieues sous les mers (1870), Le Tour du monde en quatre-vingts jours (1873).

De mens heeft millennia lang alles wat hij niet begreep toegeschreven aan de hand van God. Maar de opkomst van de wetenschap stelde hem in staat de natuur steeds meer te beschrijven en te begrijpen. Dat op zijn beurt stelde hem in staat machines te ontwikkelen en te bouwen die hem ten dienste begonnen te staan. Voor wetenschappers en ingenieurs begon de logica van dit alles steeds duidelijker te worden, maar voor het grote publiek grensde dit aanvankelijk nog zeer dicht aan zwarte magie. Nog vroeg in de 20e eeuw kon de schrijfster van een stuiversroman de spanning bij haar lezeressen dramatisch verhogen door een bepaalde dubieuze figuur nader aan te duiden als een ingenieur. Mysterieuzer kon het nauwelijks. Anderzijds kon een alert wetenschapsjournalist als Jules Verne de spannendste verhalen schrijven door alleen maar de ontwikkelingen van zijn tijd in een geschikte omgeving een hoofdrol te laten spelen. En het is tekenend dat hij daarmee de geschiedenis is ingegaan als een visionaire toekomstvoorspeller. Terwijl zijn verhalen toch alleen maar waren gebaseerd op kennis die op laboratoriumschaal al voldoende was aangetoond.

De natuur als mechanisme

Het hoeft dus weinig verbazing te wekken dat de gelovige burger in die tijd sterk werd aangesproken door een beschrijving van de natuur als een (buitengewoon gecompliceerd) mechanisme. Het hele begrip mechanisme had al iets goddelijks, dus wat kon er beter dienen om de grootsheid van Gods schepping te beschrijven dan de vergelijking met een super mechanisme. Met God Zelf als het superbrein (de ultieme ingenieur) die dat alles had uitgedacht en gebouwd.

Vooral de buitengewoon gecompliceerde levende natuur, in al haar talloze verschijningsvormen, elk optimaal aangepast aan zijn specifieke levensomstandigheden, sprak de 19e eeuwse mens buitengewoon aan: dat moest wel het ultieme bewijs zijn van Gods bestaan:

alles door Hem geschapen ‘naar zijn aard’.

En het was in die wereld dat er, vroeg in de19e eeuw, een boek verscheen dat de standaardbenadering is geworden van alle creationisten:

‘Natural Theology’ (natuurlijke theologie)

File:William Paley by George Romney.jpg

Engelse geestelijke, christelijke apoloog, filosoof en utilitair William Paley, door George Romney

van de Engelse dominee Paley. We hadden het daar al over in de serie over ‘Intelligent Design’ (intelligent ontwerp). Paley vergeleek de schepping met een horloge, in die tijd een toppunt van mechanische precisie, en concludeerde dat je daaruit wel moest concluderen dat dit het product was van een intelligente ontwerper, dus God.

Darwin

Helaas kwam deze conclusie wat op de tocht te staan toen Charles Darwin halfweg die eeuw met de (wetenschappelijk gezien) interessante hypothese kwam dat het leven in staat zou zijn zich aan zijn omgeving aan te passen. In het belang van de wetenschappelijke objectiviteit moeten we hier misschien eerst enkele broodjes aap opruimen.

• Darwin heeft nooit getracht te ‘bewijzen’ dat dergelijke aanpassing heeft kunnen leiden tot de totale diversiviteit aan levensvormen die wij op aarde vinden. Hij heeft slechts een hypothese opgesteld voor hoe dat zou kunnen zijn gebeurd, en het aan anderen over gelaten de bewijzen daarvoor te verzamelen.

• Darwin heeft nooit de bedoeling gehad met zijn hypothese de Bijbel te weerleggen. Hoewel zijn naam voor huidige creationisten zo ongeveer de belichaming is van het kwaad in eigen persoon, heeft de man zelf juist geworsteld met de vermeende theologische consequenties van zijn ideeën.

• Darwins hypothese bevatte geen enkel element voor het ontstaan van het leven zelf. Dat is er later door anderen aan toegevoegd.

De tekortkomingen van de beschrijving

Wanneer we ons echter losmaken van de traditionele controverse (op zichzelf al moeilijk genoeg) en ons eerlijk en objectief proberen af te vragen, wat dit alles ons nu leert, dan moeten we constateren dat Darwins ideeën, ongeacht wat ze waard zijn, wel degelijk een zwakte in de beschrijving van de levende natuur als mechanisme hebben blootgelegd, namelijk dat die onvoldoende rekening houdt met de specifieke eigenschappen van levende organismen. Anders gezegd: hij is veel te beperkt!

Het werktuigbouwkundig mechanisme was destijds het meest geavanceerde dat de mens zelf kon voortbrengen, maar daarmee heb je nog niet Gods werk in voldoende mate beschreven. Jesaja hekelt de neiging van zijn tijdgenoten hun goden gelijk te stellen aan het meest volmaakte dat zij kennen: een ‘pronkstuk van een mens’, vervaardigd met de meest geavanceerde technieken van destijds. Maar eigenlijk deed de 19e eeuwse mens niet anders toen hij Gods handwerk verge-leek met het beste dat hijzelf kon voortbrengen, terwijl de werkelijkheid die verre overtrof.

De huidige maatschappij heeft overigens op gelijke wijze de neiging alles om zich heen te beschrijven als een soort supercomputer. De neiging van de mens om Gods handwerk te beschrijven als het meest geavanceerde dat hijzelf op dat moment kan produceren, is kennelijk onuitroeibaar. En dat zou je wantrouwig moeten maken: zo’n beschrijving is blijkbaar nogal modegevoelig. Een mechanisme is echter star: het kan alleen dat doen waarvoor het is ontworpen, en zal dat nooit kunnen veranderen of verbeteren. Het is tot aan het einde van zijn levensduur gebonden aan die ene ingebouwde functie of groep van functies. Terwijl een levend organisme zich kan ontwikkelen, kan leren, beslissingen kan nemen, kan kiezen, en zich-zelf in bepaalde mate zelfs kan herstellen van opgelopen schade. Dat maakt het tot iets oneindig veel groters dan Paleys horloge.

Wanneer het zich werkelijk, over vele generaties, ook nog zou kunnen aanpassen aan zijn omgeving, zou dat het alleen maar nog grootser maken. Vanuit dat oogpunt gezien is het daarom eigenlijk uiterst merkwaardig dat zoveel orthodoxe christenen dat juist met alle macht proberen te ontkennen; nota bene met het argument dat dat afbreuk zou doen aan Gods grootheid, terwijl in feite het omgekeerde het geval is. Maar zoals we in de serie over Intelligent Design al zagen: deze houding is een onvermijdelijk gevolg van de poging op deze manier het bestaan van God te willen bewijzen. En dat brengt ons dus tot de conclusie dat die goedbedoelde poging zo dat bewijs te leveren in de praktijk juist leidt tot een afbreuk aan de grootheid van Gods werk, dat we dan immers verlagen tot het niveau van menselijk ambachtswerk.

R.C.R.

+

Voorgaande

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Fundamenten van geloof 3: De Persoonlijkheid van God

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek 1: Een wetenschappelijke benadering

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 2: Het bewijs van Gods bestaan (2)

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

Een meer dan Grote God om naar op zoek te gaan

El Shaddai Die verscheen voor Abraham

++

Aanvullend

  1. Onzeker over relevantie Bijbel
  2. Filosofen, theologen en ogen naar de ware kennisgever van bestaan van God
  3. Hoge herkenningen. . . . Het hele licht van het universum
  4. Begrijpend Zingen: Psalm 8: Heerschappij mens en luister
  5. Wonder van openbaring
  6. Uitdagende vordering 4 Goddelijk geïnspireerd 3 Zelf-consistente Woord van God
  7. Gedachte bij de Bijbellezing van 27 december: Elihu verklaart de majesteit van God
  8. Een moment van Bezinning, even maar

Als de tijd ten einde loopt … De geest van Nimrod

“U hebt uw schatkamers gevuld, hoewel de tijd ten einde loopt”(Jac.5:3)

De geest van Nimrod

Nimrod was de eerste machthebber op aarde …
De kern van zijn rijk werd gevormd door Babel, Uruk, Akkad en Kalne, in Sinear.
Vanuit dat land trok hij naar Assyrië, waar hij Nineve, Rechobot–Ir en Kalach bouwde, en ook de grote stad Resen, tussen Nineve en Kalach. (Gen. 10:8-12)

Toen Kaïn was vervloekt om de moord op zijn broer Abel, trok hij weg uit de streek Eden naar het land Nod. En een van de eerste dingen die hij daar deed, was een stad bouwen. Dit is de eerste keer dat wij dat woord ‘stad’ in de Bijbel tegen komen. Het Hebreeuwse woord is ‘ir’(zie Rechoboth-Ir in het citaat hierboven). Het betekent: ‘een bewaakte plaats’, en het is afgeleid van yare, dat ‘angst’ betekent, of ‘bevreesd zijn’. Nu lezen we in Gen. 4:14 dat Kaïn inderdaad vreesde voor zijn leven, dus helemaal onlogisch was dat niet. Maar het was het begin van een kenmerkende gewoonte van de goddelozen.

Imperium vorming

Bij ziggoerats werden reeds bakstenen toegepast (de foto toont een reconstructie)

Toen de mensheid zich, na de vloed, opnieuw begon te verspreiden en naar de vlakte van Sinear (Mesopotamië) trok, begon zij daar onmiddellijk weer steden te bouwen. Volgens Gen.11:3 gebruikte zij daarvoor een nieuwe bouwtechniek. In plaats van het stapelen van (al of niet bewerkte) natuursteen, ging zij nu uit van handgevormde stenen (een vorm van baksteen), die ze met natuurlijk asfalt (bij wijze van cement) aan elkaar metselde. De archeologie bevestigt ons, dat zij daarmee enorme bouwwerken konden optrekken. Dat is dan ook de achtergrond van de stad Babel en zijn befaamde toren.

De Toren van Babel, schilderij van Pieter Bruegel. De koning op de voorgrond (linksonder) stelt waarschijnlijk Nimrod voor.

De tekst geeft duidelijk aan dat de bouw daarvan werd gemotiveerd door de wens onafhankelijk te worden van God, en een alternatieve veiligheid te vinden. Dat gold niet alleen voor de toren, maar voor de stad als geheel, want het is de bouw van de stad, niet alleen die van de toren, die door Gods ingrijpen wordt stilgelegd. Maar we hoeven dit niet te beperken tot alleen deze stad; Babel wordt ons duidelijk getoond als voorbeeld voor de hele streek. Voor deze steden wordt opnieuw het woord ir gebruikt. We vinden het maar liefst 5 maal genoemd in deze twee hoofdstukken (Gen. 10 en 11). Let op dat het woord niet zomaar een aanduiding is van een plaats met een groter aantal huizen dan een dorp; het duidt altijd een ommuurde plaats aan. Ommuren doe je alleen wanneer je bang bent voor vijanden. En die vijanden ontstonden doordat zij, uit zelfverdediging, die andere volken juist aanvielen en onderwierpen.

Nimrod volgens het Promptuarii Iconum Insigniorum – “de tegenstrever” of “de zich verontwaardigende”, zoon van Kus en een achterkleinzoon van Noach.

Nimrod wordt ons genoemd als de eerste van dergelijke heersers, en het is tekenend dat hij ons tevens wordt geschilderd als ‘een groot jager’ (Gen. 10:9). Waar de generaties van vóór de vloed ons aanvankelijk nog worden geschilderd als herders en bezitters van kudden – dus hoeders van dieren – is nu het jagen en doden van dieren – dus bloedvergieten – het teken van ‘ware mannelijkheid’. Eenzelfde onderscheid vinden we later in Gen. 25 tussen Jakob en Esau, en het is niet zonder betekenis dat dit de eerstvolgende keer is dat we het begrip jacht in Genesis vinden (jacht en jachtbuit komen in Gen. 25 en 27 maar liefst 10 maal voor, tegen nog maar 7 maal daarna!).

Uitgaan uit de stad

Het is uit deze wereld van menselijke heerszucht en menselijke ‘veiligheid’ dat Abraham wordt weggeroepen, om verder als nomade te leven in het land Kanaän. Maar de menselijke schijnveiligheid van de ommuurde stad blijft ook dan een rol spelen in het verhaal. Wanneer Abraham en zijn neef Lot besluiten elk een kant uit te gaan, omdat hun gezamenlijke kudden te groot zijn geworden om nog in dezelfde streek te weiden, kiest Lot voor zichzelf de vruchtbare omgeving van ‘de steden van de vlakte’ (dat is de vallei ten zuiden van de Dode Zee). En na verloop van tijd vestigt hij zich in één daarvan. Dit is, na Gen. 10+11, de eerstvolgende keer dat we het woord ‘stad’ (ir) weer tegenkomen. De eerste crisis komt wanneer een confederatie van Mesopotamische heersers die steden aanvalt en de bevolking, inclusief Lot, als slaven mee terug wil nemen naar Mesopotamië. Alleen door tussenkomst van Abraham en enkele medestanders kan Lot daaraan ontsnappen. Toch vestigt hij zich opnieuw in de stad Sodom. De volgende crisis komt wanneer God besluit die steden te vernietigen wegens hun verregaande goddeloosheid. God is bereid Lot daarbij te sparen, maar die moet dan wel kiezen tussen Gods belofte van bescherming en de schijnveiligheid van een ommuurde stad. In deze hoofdstukken 18+19 komen we dat woord stad dan ook maar liefst 14 keer tegen. Lot blijkt echter slechts met moeite te bewegen de stad Sodom te ontvluch-ten, en ziet ook dan zijn veiligheid toch allereerst nog in Soar, een andere,nabij gelegen stad. Pas later besluit hij ook die achter zich te laten en zijn veiligheid te zoeken in de bergen, maar blijkbaar nog steeds niet in een vertrouwen op de God die hem toch tot tweemaal toe had gered.

De muren om de ‘vestingen’ van het christendom

Onze christelijke wereld kent, naast de ‘grote’ kerken, een uitgebreid palet van bewegingen en sekten; elk met een eigen versie van de christelijke boodschap die in hun visie het ware bijbelse christendom vertegenwoordigt.

Het lijkt wel alsof er een aparte Bijbel bestaat voor elk van hen, omdat elk dat Boek op een geheel eigen manier leest. Vele daarvan ontlenen hun bestaansrecht aan de nadruk die ze leggen op een bepaald aspect van de bijbelse boodschap, waar ze de rest in belangrijke mate aan ondergeschikt maken. En dat komt weer doordat velen voor eigen consumptie een slecht gebalanceerd menu samenstellen uit het totale Bijbelse aanbod. Het Oude Testament blijkt vaak zeer slecht gelezen, en dus gekend, te worden. En vervolgens wordt de tekst veel te veel met moderne westerse ogen gelezen, wat vaak leidt tot een-zijdige of zelfs ronduit onjuiste interpretatie van de bedoeling ervan. Nu is de gemiddelde Bijbellezer op zulke punten een leek en dus kun je hem deze neiging ook weer niet al te kwalijk nemen. Maar toch rust er ook op die leek-lezer wel degelijk een verantwoordelijkheid om rekening te houden met de mogelijkheid dat zijn begrip van de tekst wellicht gekleurd is door zijn ‘voorgeprogrammeerde’ denkwijze. En wanneer hij voldoende reden heeft aan te nemen dat een uitleg die probeert dat te corrigeren, wellicht juist zou kunnen zijn, moet hij bereid zijn die te aanvaarden, of in elk geval in overweging te nemen. De praktijk blijkt echter maar al te vaak anders te zijn. Dan wordt de eigen opvatting als onaantastbaar beschouwd (‘het staat er toch’) en wordt de geboden alternatieve uitleg opgevat als een infame poging de eigen identiteit van de betrokken geloofsrichting te ondermijnen, of als het bewijs van een apert gebrek aan nederigheid om de ‘duidelijke’ leer van de Schrift te erkennen. Maar ook daar blijft het niet bij. De ware fundamentalist neemt niet alleen zijn medegelovigen de maat door hem langs de lat van juist dit soort uitleg te leggen, hij toont naar buiten toe ook zijn geloofsijver door te ijveren voor, en het verplicht stellen van, het aanhangen van deze opvattingen door al zijn medeburgers, ook diegenen die niet tot zijn eigen kring behoren. Want waar het ten diepste op neerkomt, is angst. En zijn overtuiging is zijn bescherming, de ‘muur’ tussen hemzelf en de goddeloze wereld daarbuiten, die hem moet beschermen tegen de aanvallen van de vijandige wereld rond-om. En wie niet van zijn eigen ‘stad’ is, moet overheerst worden, gedwongen de heerschappij van die overtuiging te erkennen. Daarin ligt zijn hele gevoel van veiligheid. En die overtuiging, die muur, zal hij dus ook nooit ter discussie willen stellen. En daarom zijn er zoveel geloofs-koninkrijkjes, gescheiden door zulke muren. Maar al die muren zijn nog steeds gebouwd van door mensenhanden gevormde ‘stenen’, en niet door God.

Je eigen kruis opnemen

Bij Lukas, die meer dan de andere evangelisten de eisen van discipelschap benadrukt, lezen we:

‘Wie niet zijn kruis draagt en mij op mijn weg volgt, kanniet mijn leerling zijn’ (Luk. 14:27).

Voor een Jood uit de 1e eeuw zou ‘een kruis dragen’ maar één betekenis hebben: op weg zijn naar de plaats van je executie. ‘Je kruis dragen en Jezus volgen’ zou voor hem betekenen: Hem volgen naar Golgotha om daar met hem gekruisigd te worden. Dit gaat over het opofferen van je eigen leven in navolging van je meester. Dat hoeft niet altijd te betekenen dat je voor het geloof moet sterven (al moet je die bereidheid wel te allen tijde hebben), het kan ook betekenen dat je juist je leven in zijn dienst stelt. Maar het gaat in elk geval over opoffering. De ware volgeling van Christus leeft zonder eigen muren. Hij vertrouwt op God, dat Hij die bescherming biedt. Maar fundamentalistische ijveraars zien liever dat anderen zich aan ‘de regels’ houden. Zij dwingen het ‘heiligen’ van de sabbat af, ook voor niet-christenen (zonder zich er verder om te bekommeren hoe die dag dan infeite wordt doorgebracht). Ze lopen te hoop tegen iedere suggestie dat de aarde ouder zou zijn dan 6000 jaar (zonder zich ooit af te vragen wat nu in feite de werkelijke boodschap is van Gen. 1). Ze oefenen druk uit op de overheid om ook voor niet-christenen elk ingrijpen in het menselijk leven te verbieden (zonder zich ooit te hebben verzet tegen militair ingrijpen in andermans land of, aan de overkant van de oceaan, tegen particulier wapenbezit). Ze gaan tewerk als diegenen uit de Farizeeën, die tot geloof waren gekomen, maar die er tegelijkertijd op aandrongen dat de gelovigen uit de heidenen zich zouden laten besnijden. Over hen schrijft Paulus:

‘Ze zijn voor de besnijdenis, maar leven zelf niet volgens de wet; ze willen dat u zich laat besnijden om zich daarop te kunnen laten voorstaan. Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus (Gal. 6:13-14).

Dit alles is uiteindelijk nog steeds de geest van Nimrod: heersen over anderen. Weliswaar gebeurt dat zogenaamd voor de glorie van God, maar het is toch niet wat Jezus van zijn volgelingen vroeg. Hij verlangde dat zij hun eigen leven in zijn dienst stelden, niet dat van anderen. Wat er met die anderen gebeurt, zouden zij volledig aan God moeten over laten; dat is niet hun zaak. We vinden dat aan het eind van het evangelie van Johannes: op de vraag

‘En wat gebeurt er met hem, Heer?’

is Jezus’ antwoord:

‘Het is niet jouw zaak (wat er met hem zal gebeuren): jijmoet mij volgen.’ (Joh. 21:21-22).

De gelovige die zich temidden van al deze imperiumvorming nog staande wil houden, doet er daarom goed aan zich te concentreren op wat er van hemzelf wordt gevraagd. Het lot van zijn medemens kan hij met een gerust hart aan God overlaten.

R.C.R.

+

Voorgaande

Als de tijd ten einde loopt …… Vragen naar het goede

 

++

Aanverwant

  1. Fragiliteit en actie #10 Voor het nageslacht
  2. De nacht is ver gevorderd 4 Studie 1 Zijn het de laatste dagen? 3 Hoe pakken we het aan?
  3. De nacht is ver gevorderd 6 Studie 2 Schrik of troost 2 Sodom en Gomorra
  4. De nacht is ver gevorderd 18 Studie 3 Lessen uit het verleden 7 Conclusie
  5. God meester van goed en kwaad
  6. De Dag is nabij #8 Overzicht

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 2: Het bewijs van Gods bestaan (2)

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 2: Het bewijs van Gods bestaan (2)

Vervolg van

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek een wetenschappelijke benadering

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

2. De weg van de filosofie

Bij de discussie over de vraag of je Gods bestaan wel of niet kunt bewijzen, of zelfs maar zou moeten bewijzen, moet je bedenken dat het antwoord op deze vraag verschilt per cultuur. De kenmerkende invalshoek van onze eigen cultuur is niet per se maatgevend, of zelfs maar van belang. Voor de Joden was de vraag naar Gods bestaan totaal geen punt van discussie. Zij waren door God zelf bevrijd uit de slavernij in Egypte. Dat was de oorsprong van hun nationale bestaan, en stond daarom vast in hun geheugen gegrift. Joods geloof bestaat bij de gratie van Gods openbaring.

Enkele bekende Grieken: v.l.n.r. Alexander de Grote, Perikles, Constantijn XI, Eleftherios Venizelos

Het waren de Grieken die er een discussiepunt van maakten. Grieken wilden alles rationeel beredeneren, en indat opzicht denken wij West-Europeanen veel meer Grieks dan Joods.

Thomas van Aquino

Thomas van Aquino; altaarstuk van Carlo Crivelli (detail)

Italiaanse filosoof en theoloog Thomas van Aquino, Aquinas of Thomas Aquinas – altaarstuk van Carlo Crivelli (detail)

Omdat het geloof bij zijn uitbreiding naar de heidense (niet-Joodse) wereld door anders denkenden ter discussie werd gesteld, ontstond een neiging dat geloof rationeel te willen verdedigen en te bewijzen.
In de middeleeuwen was het Thomas van Aquino die op die manier de Islamitische Moren in Spanje en Portugal trachtte te overtuigen. En hij baseerde dat op het filosofische gedachtegoed van de klassiek Griekse filosoof Aristoteles, wiens werken juist via de Islam in West-Europa bekend waren geworden. Deze verdediging van het christendom is later door anderen nagevolgd en verder uitgewerkt. Het gaat daarbij om de volgende vijf gedachten:

• Het feit dat de wereld (wij zouden nu zeggen: het heelal) bestaat, vraagt om een verklaring, want het zou de ‘normale’ situatie zijn wanneer die niet bestond. De enig mogelijke verklaring is God.

• Het bestaan van ons heelal vergt een oorzaak die zelf buiten dat heelal ligt, dus God.

• Elk effect heeft een oorzaak, die zelf weer het effect is van een nog eerdere oorzaak. Dit kan niet eindeloos zo teruggaan, dus moet er een eerste (‘primaire’) oorzaak zijn. En de enige primaire oorzaak die in aanmerking komt is God.

• Onze wereld is zo perfect opgebouwd en in onderlinge harmonie, dat dit alleen maar het resultaat kan zijn van een bewust ontwerp. Maar dat veronderstelt een intelligente ontwerper, dus God.

• De persoonlijke ervaring van een mens vertelt hem feilloos dat er een God moet zijn. Over sommige van deze aspecten spraken we al in de serie over ‘Intelligent Design’, op andere komen we in latere artikelen nog terug.

Blind geloof

Het lijkt nuttig om op dit punt even te pauzeren en ons af te vragen óf je eigenlijk wel moet proberen het bestaan van God te bewijzen. Is dat wel nodig?

Zou geloof in Hem niet moeten bestaan uit blind aanvaarden?

Zei Jezus zelf niet tegen de apostel Thomas

‘Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven’ (Joh 20:29).

Zulke vragen zijn terecht, maar de antwoorden kunnen toch niet volledig bevestigend zijn. We zullen hoe dan ook moeten kiezen tussen geloven en niet geloven. En de keuze die we uiteindelijk maken (welke dan ook) is onvermijdelijk altijd ergens op gebaseerd, wat dan ook. Met andere woorden: ‘blind geloof’ bestaat niet, geloof is altijd ergens op gebaseerd. Pas wanneer de keuze eenmaal is gemaakt zou verdere voortgang op die weg eventueel ‘blind’ kunnen zijn. Feitelijk bedoelen we met ‘blind’ daarom ook niet: zonder reden; we bedoelen eigenlijk: irrationeel. Want de eigenlijke vraag is niet of geloof ‘blind’ moet zijn, maar of het rationeel mag (of zelfs moet) zijn. Of, wanneer u een ander beeld wilt: ook een blinde maakt keuzes die niet werkelijk blind zijn, maar gebaseerd op de zintuigen die hem nog wel ten dienste staan, bijvoorbeeld zijn gehoor. Ze zijn misschien ‘blind’ in de directe zin van dat woord, maar ze zijn wel degelijk rationeel.

Geloof in de Bijbel

Wanneer we deze achterliggende vraag toetsen aan de Bijbel zien we dat ‘blind’ geloof daar niet voorkomt. Althans niet onder de ‘geloofs-helden’. Hun geloof is altijd gebaseerd op een hecht fundament, dat wel degelijk zeer rationeel is. Pas wanneer dat fundament is gelegd gaat het daarop gebaseerde geloof verder zonder iedere keer opnieuw te vragen naar bewijzen. Maar voor dat fundament zijn geloof en rede beslist niet onderling tegenstrijdig. Dat zou ook niet kunnen. Want geloof zonder rede kan tot alles leiden, en meestal leidt het dan ook tot het verkeerde, dus afgoderij. Tallozen zijn van God, of van zijn juiste leer, afgedwaald door hun ratio uit te schakelen en hun gevoel te volgen. De Bijbel staat vol met voorbeelden daarvan. Maar wie in de Bijbel zoekt naar een voorbeeld van iemand die van een dwaalweg tot God is gekomen, alleen door zijn gevoel te volgen, zoekt tevergeefs.

Wie om zich heen kijkt herkent de veelheid aan wegen die het ‘geloof’ kan nemen zodra de mens zijn gevoel begint te volgen. En allen die die wegen gaan zijn ervan overtuigd dat God echt zo is zoals ze Hem zich voorstellen. Maar die wegen lopen onderling zo drastisch uiteen dat pure logica ons wel moet vertellen dat ze het onmogelijk allemaal tegelijk bij het goede eind kunnen hebben. Irrationeel geloof is daarom een slechte gids, een blinde leidsman die blinden leidt (Matt. 15:14).

Het fundament van ons geloof

Terug naar de vijf wegen van Thomas van Aquino en zijn navolgers. Was daar nu iets mis mee?

Helaas moet het antwoord bevestigend zijn. In praktisch opzicht was er mee mis dat je op deze manier probeert Gods bestaan te bewijzen buiten zijn eigen Woord om, terwijl dat Woord juist de centrale plaats zou moeten innemen in onze overtuiging. Daar aan ten grondslag ligt echter een meer fundamentele fout. Deze bewijzen zijn opgezet om anderen te overtuigen, maar we hoeven alleen te weten wat ons zelf overtuigt, en of de grondslagen van dat geloof wel voldoende zijn. En zeg nu niet:

ik heb geen enkele twijfel,

want daar houdt het niet mee op. Al die mensen van de vorige alinea kennen evenmin enige twijfel, maar ze zitten er wel faliekant naast. Het fundament van ons geloof moet niet alleen hecht zijn, maar ook juist. Want alleen dan kunnen we verder. En alleen wanneer we volledig beseffen waarom we zelf geloven, en waarop dat besef gefundeerd is, zullen we werkelijk weten hoe anderen deelgenoot te maken van die overtuiging. En voor de rest kunnen we het overtuigen van anderen met een gerust hart overlaten aan God zelf.

R.C.R.

 

+

Voorgaand

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

Bijbels geloof en heidense filosofie

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

++

Aanvullende lectuur

  1. Filosofen, theologen en ogen naar de ware kennisgever van bestaan van God
  2. Doctrine, gedrag, oorzaak en gevolg
  3. Wonder van openbaring
  4. Instrumenten voor de vervulling van de profetie
  5. Begrijpend Zingen: Psalm 8: Heerschappij mens en luister
  6. 2de vraag: Wat of waar is het begin
  7. 3e vraag: Bestaat er een Goddelijke Schepper
  8. Een 1ste antwoord op de 4e vraag Wie God is 1 Een scheppend Wezen om aanbeden te worden
  9. Gods vergeten Woord 13 Schepping 5 Een God die het ter harte gaat
  10. Geloof vertrouwen voor het ongeziene
  11. Geloof en geloven
  12. Geloof
  13. Geloven in God
  14. Geloof in slechts één God

Als de tijd ten einde loopt …… Vragen naar het goede

Vragen naar het goede

Nu kwam er iemand naar Jezus toe met de vraag:

‘Meester,wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’

Hij antwoordde:

‘Waarom vraag je me naar het goede?
Er is er maar één die goed is.
Als je het leven wilt binnengaan, houd je dan aan zijn geboden’. (Matt. 19:16-17)

In de evangeliën lezen we van een jongeman, die tot Jezus komt met de vraag wat hij moet doen om het eeuwige leven te verwerven. Kennelijk is hij van goede wil, en Jezus erkent dat, want het parallelverslag in Markus vertelt ons dat hij sympathie voor hem opvatte (Mark. 10:21). Toch berispt hij hem in zijn antwoord:

‘Waarom vraag je me naar het goede’.

Want er zit verborgen kritiek in zijn vraag:

‘God verlangt wel dat we het goede doen, maar vertelt er niet bij wat dat goede dan is’.

Velen denken vandaag de dag precies zo:

je kunt God niet kennen, dus je moet het zelf maar bedenken.

Alleen wordt dat nu gezien als een vorm van ‘vrijheid’; je mag het naar eigen goeddunken zelf invullen.

Wat is goed?

Maar Jezus wijst onmiddellijk op de enige echte bron van kennis. Dat is God zelf:

‘Er is er maar één die goed is’.

En hij somt vervolgens de geboden op. Letterlijk zegt hij:

als God zelf niet goed is (d.w.z. niet goed genoeg), dan is niemand het.

Alleen Hij is de bron van ware kennis. Let op dat ‘goed’ hier dus betekent: betrouwbaar als bron van kennis. Dat verklaart ook de wat andere weergave in de parallelverslagen van Markus en Lukas. Daar luidt de vraag:

‘goede meester, wat moet ik doen om …’.

En Jezus’ antwoord is:

‘wat noemt u mij goed?’

Je hoort vaak zeggen dat Jezus hier ontkent dat hij zelf goed zou zijn, althans vergeleken met God zelf. Maar dat is niet wat hij bedoelt. Het gaat om zijn betrouwbaarheid als bron voor de juiste kennis. En zelfs dan mag je er niet uit afleiden dat hij zichzelf in dat opzicht minder betrouwbaar zou vinden. Waar hij de nadruk op legt, is dat God zelf uiteindelijk de Enige Ware Bron van kennis is, als het gaat om de vraag hoe wij moeten leven. Uiteraard is het woord dat Jezus predikt betrouwbaar, maar alleen omdat het is afgeleid van Gods eigen woord. Jezus is zelf geen onafhankelijke bron van kennis.

Gods woord als enige bron van ware kennis

Dit incident illustreert overduidelijk dat Jezus zelf God, en dus Diens Woord, als enige betrouwbare bron van kennis wil zien. Maar wie in deze tijd om zich heen kijkt, ziet maar al te duidelijk dat het christendom allang niet meer op die koers zit. Enerzijds is er de huidige theologische tendens om de Schrift te zien als achterhaald en ‘niet meer van deze tijd’, waarna er van alles voor in de plaats wordt gesteld, afhankelijk van de mode van het moment. Anderzijds is er de orthodoxie die vasthoudt aan ‘het christelijk erfgoed’ maar zonder zich ooit af te vragen of dat ‘erfgoed’ destijds misschien evenzeer, al was het maar voor een deel, zou kunnen zijn ingekleurd door opvattingen of kerkelijke belangen van destijds. Zoals een radiospreker ooit eens zei:

“er zijn er die alles maar willen aanpassen, alsof alle verandering altijd verbetering is, en anderzijds zijn er die willen vasthouden aan ‘het geloof van de vaderen’, waarmee zij de ‘vaderen’ meer lijken te eren dan God”.

En daar tussendoor dartelen dan zij die de mond vol hebben van ‘Jezus toelaten in je hart’ zonder er zich om te bekommeren waar dat eigenlijk op neer zou moeten komen.

Het is tekenend voor die ‘middenweg’ dat iemand uit die kringen, die daarin wordt gezien als ‘wegwijzer’, pas toen hij werd geconfronteerd met een probleem waar hij echt niet meer uitkwam, zich terugtrok in een blokhut in de Rocky Mountains en daar de hele Bijbel van kaft tot kaft doorlas, zich (blijkbaar voor het eerst van zijn leven) afvragend wat het Boek Zelf nu eigenlijk te vertellen had. Zijn conclusie was:

“Het trof me met ongewone kracht dat het idee dat wij over het algemeen van God hebben, wel eens heel anders zou kunnen zijn dan het beeld dat de Bijbel van God schildert”.

Ik vrees dat dit niet alleen juist is, maar dan bovendien ook nog voor een veel breder deel van het hedendaagse ‘christendom’ dan alleen zijn eigen geloofsrichting. Veel, heel veel christenen hebben zich allang een eigen ‘God’ en een eigen ‘Christus’ geschapen, en zij lezen in hun Bijbel alleen die passages die dat beeld bevestigen.

De wereld van de aantrekkelijke schijn

Toch komt dit niet onverwacht. Jezus en de apostelen Paulus, Petrus, en Johannes waarschuwen allemaal voor de verwaarlozing van het ware woord en de ‘gezonde leer’, en het vervangen daarvan door een leer naar eigen smaak:

• Er zullen talrijke valse profeten komen die velen zullen misleiden …

Want er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die indrukwekkende tekenen en wonderen zullen verrichten om ook Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden. Let op, ik heb jullie dit van tevoren gezegd. (Jezus in Matt. 24:11,24-25)

• Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoetkomen en hen naar de mond praten. Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels. (Paulus in 2 Tim. 4:3)

• Zo zullen er ook onder u dwaalleraren verschijnen. Ze zullen met verderfelijke ketterijen komen en zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht verloochenen. Daarmee bewerken ze spoedig hun eigen ondergang. (2 Pet. 2:1)

• Geliefde broeders en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen … Die valse profeten komen uit de wereld voort. Daarom spreken zij de taal van de wereld en luistert de wereld naar hen. (1 Joh. 4:1,5)

De sleutel is hier het voorvoegsel ‘pseudo’, vertaald als ‘vals’, in valse profeten (pseudoprofeten) en valse messiassen (pseudochristussen), maar ook in valse broeders, als ‘dwaal’ in dwaalleraars, als ‘schijn’ in schijnapostelen en als ‘ten onrecht zo genoemde kennis’ (pseudokennis). Het beschrijft een wereld vol valse schijn. En we moeten helaas constateren dat dat past op onze wereld als op geen andere. Daaraan kunnen wij zien dat dit de laatste dagen zijn, en dat de tijd inderdaad ten einde loopt.

De ‘antichrist’

Johannes noemt die valse profeten eveneens pseudoprofeten, maar de pseudo-christussen heten bij hem anti-christussen (wat echter hetzelfde betekent:

ze ‘doen zich voor als’, maar ‘zijn’ het niet)

en zegt daarover:

• Onderzoek altijd of een geest [nl: van profetie] van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen. De Geest van God herkent uhieraan: iedere geest [van profetie] die belijdt dat Jezus Christus als mens gekomen is, komt van God. Iedere geest [van profetie] die dit niet belijdt, komt niet van God; dat is de geest van de antichrist, waarvan u hebt gehoord dat hij zal komen. (1 Joh. 4:1-3)

In deze verzen heeft Johannes het overduidelijk over zijn eigen tijd:

• Kinderen, het laatste uur is aangebroken. U hebt gehoord dat de antichrist zal komen. Nu al treden er veel antichristen op, en daardoor weten we dat dit het laatste uur is. Ze zijn uit ons midden voortgekomen maar ze hoorden niet bij ons, want als ze werkelijk bij ons hadden gehoord, zouden ze bij ons gebleven zijn. Maar het moest aan het licht komen dat niemand van hen bij ons hoorde. (1 Joh. 2:18-19)

Hij gebruikt het begrip antichrist dus in het meervoud, en heeft het duidelijkover een (valse) leer van mensen uit hun eigen midden, die in verband daarmee de gemeente hebben verlaten. Maar de ‘christelijke’ wereld is er vast van overtuigd dat er één enkele antichrist zal komen, en dan niet in zijn tijd maar in die van ons, die zich zal manifesteren als een wereldheerser, en die de strijd zal aangaan met Christus bij zijn wederkomst. Recentelijk hebben enkele orthodoxe theologen zelfs nadrukkelijk verklaard dat de komst van die ‘antichrist’ aanstaande is. Terwijl ook deze hele uitleg alleen maar kan berusten op slecht lezen.

1 Johannes 4:1-3

Het gevaar van zulke opvattingen is dat ze de schuld voor wat er mis is met onze wereld bij een externe macht probeert te leggen, zoals Eva de schuld van haar overtreding bij de slang probeerde te leggen, terwijl we de oorzaak van het probleem in werkelijkheid bij ons zelf moeten zoeken, en bij de verwaarlozing van Gods Woord als enige bron van kennis.

Een geschiedenis die zich herhaalt

Dit illustreert helaas de moderne ‘bijbellezer’, die in de Bijbel niet alleen maar zijn favoriete passages opslaat, maar daarin dan ook nog alleen dat leest wat hij er in wil zien. En dan wordt Openbaring gelezen alsof het een soort goddelijke horoscoop is, waarin we kunnen lezen wat ons (of eigenlijk anderen) in de wereld te wachten staat, in plaats van een dringende waarschuwing en oproep tot bekering. Want wie werkelijk vertrouwd is met de rest van de Bijbel kan het eenvoudig niet ontgaan dat de situatie die hier wordt beschreven een exacte kopie is van die waaraan de wereld van het volk van het Oude Verbond ten onder is gegaan. Ook toen meenden de ‘ijveraars’ en de zelfbewuste ‘zonen der gerechtigheid’ dat hun niets kon gebeuren omdat al die aangekondigde oordelen er alleen maar waren voor anderen. Terwijl er mede door hun toedoen van alles mis was met hun wereld. Zo is er nu ook van alles mis met onze ‘christelijke’ wereld.

We hebben de aarde die ons in bruikleen was gegeven, uitgeplunderd en verwoest, in plaats van die als goede rentmeesters te beheren. We hebben volkeren aan ons onderworpen om over hen te heersen en ze uit te buiten, zelfs als slaven te verkopen, in plaats van ze als medeschepselen te benaderen met de zorg en liefde waarmee God ons heeft benaderd. We hebben in ongebreideld materialisme gouden kalveren opgericht voor onze afgod: de Mammon. En nu aan dat goede leven een einde dreigt tekomen, zien we vol vertrouwen uit naar het moment waarop Christus ons komt halen om ons te vrijwaren voor ‘de grote verdrukking’ door die antichrist die zal komen heersen over de puinhopen die wij dan achter ons hebben gelaten en over onze ‘schuldige’ medemensen die wij al die tijd hebben verwaarloosd. Maar dat zelfde boek Openbaring vertelt ons overduidelijk dat de behoudenis er alleen is voor hen

‘die gedood waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God’ (Op. 20:4, NBG’51).

Dus net als die rijke jongeman kunnen we weten wat er in werkelijkheid van ons wordt gevraagd.

R.C.R

+

Voorgaand

Twijfelende aan de werkelijkheid, echtheid en de effectiviteit van Gods liefde

Op zoek naar spiritualiteit 3 Zin van Christus

Bijbels geloof en heidense filosofie

++

Vindt ook om te lezen

  1. Geloven in God
  2. God meester van goed en kwaad
  3. Wonder van voorzienigheid
  4. De nacht is ver gevorderd 22 Studie 4 Nu actueel: Nut van tekenen
  5. Vertrouwen op God
  6. Betreffende Christus # 2 Goddelijke bron, verband en goddelijk mens
  7. Woord van God
  8. Gods vergeten Woord 24 Getuigen 4 Jezus’ laatste boodschap
  9. De Bijbel als instructieboek #1 Lezen van de Bijbel
  10. De Bijbel als instructieboek #2 Effectief Bijbellezen
  11. De Bijbel als instructieboek #3 De Taal van de Bijbel
  12. Wanneer u een ware volger van Jezus wil zijn #3 Groeiende beweging uit Joodse sekte De Weg
  13. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #1 Stromen van gelovigen
  14. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #2 Een Zoon als gids en Geschriften als leidraad
  15. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #3 Van een bepaalde wereld zijnde
  16. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #4 Ambitieuze mannen, verdraaide woorden en akkoorden met wereldleiders
  17. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #5 Valse leraren en afvalligen
  18. Addendum 1: de leer van de “antichrist”
  19. De Ekklesia #11 Addendum 2: Een antichrist
  20. Misleid door valse opwekkingen
  21. De Meest gehate familie in America – inleiding tot vervolg
  22. Tekenen te herkennen in Tijden der Laatste dagen
  23. Tekenen van de laatste dagen wanneer moeilijke tijden zullen komen
  24. De Kerk waar de mens der wetteloosheid zich nestelt
  25. Wie zijt Gij, Here?

Reformatorische christenen beweren dat wij mensen vanuit onszelf niets zijn

Nederlandse Reformatorische christenen beweren dat wij mensen vanuit onszelf niets zijn. Dat zou maar heel erg zijn. Gelukkig is dat niet zo en mogen wij er op aan dat elk menselijk wezen, gelovig of niet gelovig, wel degelijk “iets” en zelfs “iemand” is.

Ieder individu heeft een eigenwaarde en heeft ook iets te betekenen in deze wereld. elke mens is in het evenbeeld van God geschapen en past ook in Gods Plan. Of wij dat Plan kennen of niet, of er in geloven of niet.

De kerkgemeenschap die denkt de beste te zijn en er van overtuigd is dat de mens niets zonder hen is, heeft in mijn ogen wel een heel hoge dunk van zichzelf.

Sommige predikers geven ook toe dat zij elf na 50 jaar werken in “de wijngaard van de Heer” er niet tegen kunnen wat er nu speelt.

Geen enkele kerkgemeenschap kan het zieleheil van andere mensen opeisen. Dat behoort God toe en het is aan Zijn zoon gegeven om te oordelen over levenden en doden.

Het is niet het geloof dat iemand zal maken. Men moet zichzelf vormen enweten waar te maken. Het geloof kan helpen om zijn menszijn te verbeteren, maar eerst moet er de wil zijn om zichzelf te vormen en zijn persoonlijkheid naar buiten te laten komen.

Elkeen die hier ter wereld is, is van waarde! Elk levend schepsel, zij het een plant, dier of mens, is iets en moet erkenning krijgen voor haar zijn. Dat “zijn” ontkennen, negeren of minimaliseren, is inzekere zin het scheppingswerk van God negeren. Want elke plant, dier of mens die wij rondom ons kunnen zien is daar omdat God het toe laat dat deze daar is.

Van onszelf zijn wij een scheppingselement van God met zijn eigen waarde en typische of persoonlijke eigenheden.

Gelovend of niet is elk levend wezen een eigenheid, een iets in het andere iets.

 

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

Een in het kader van ‘Bijbel en Wetenschap’ telkens weer opduikende vraag is:

kun je Gods bestaan wetenschappelijk bewijzen?

Of heeft de wetenschap juist bewezen dat Hij niet bestaat? Er zijn in principe twee manieren waarop je de beantwoording van zo’n vraag kunt aanpakken. De ene houdt in dat je al je moderne wetenschappelijke inzichten in de strijd gooit, en probeert langs die weg tot een antwoord te komen. De andere is te kijken wat de Bijbel daar zelf over te zeggen heeft.

In deze serie willen we beide benaderingen achtereenvolgens aan een nader onderzoek onderwerpen.

Geen enkele god, of juist te veel?

Bij dit onderwerp moet je dan natuurlijk wel bedenken dat de vraag als zodanig er een van onze tijd is. Gedurende het grootste deel van de geschiedenis was de vraag of God (eventueel: een god) bestaat geen punt van discussie.

Pas in de moderne tijd is de mens daar aan gaan twijfelen. Atheïsme is in zijn huidige vorm bij uitstek iets van de laatste paar eeuwen. In bijbelse tijden was er juist een overvloed aan goden, en de vraag was niet of de God van de Bijbel bestond, maar hoe Die zich verhield tot al die andere: was Hij inderdaad de grootste?

Zelfs de bewering dat Hij de enige was, was toen al een gewaagde uitspraak. Je verwacht dan ook geen teksten in de Bijbel die dat bestaan zouden bewijzen. Vandaar dus de vele historische pogingen om dat bewijs buiten de Schrift om te leveren.
Voor de volledigheid: sommige Griekse profetenscholen hielden er toch al wel atheïstische ideeën op na, zoals die van de Epikureërs in Handelingen 17. Maar zij vertegenwoordigden niet het denken van de grote massa in de Griekse wereld. We zien dan ook dat Paulus in zijn toespraak te Athene veel meer ingaat op de argumenten van die andere filosofische school van zijn dagen: die der Stoïcijnen. Maar ook daarmee krijgt hij weinig voet aan de grond.

Oude wetenschap tegenover moderne

Buste van Socrates in het Louvre in Parijs, Romeinse kopie uit de 1e eeuw n.Chr. van een Grieks origineel in brons.

Buste van Socrates in het Louvre in Parijs, Romeinse kopie uit de 1e eeuw n.Chr. van een Grieks origineel in brons.

Toch zijn er in de volgende eeuwen een aantal vroeg-christelijke schrijvers geweest die hebben geprobeerd aannemelijk te maken dat de grote Griekse filosofen met hun denkbeelden eigenlijk wel op één lijzaten met de bijbelse boodschap. Je hebt het dan over filosofen als Socrates, Plato en Aristoteles (5e-4e eeuw v. Chr.).

Als wij met onze huidige inzichten terugkijken naar de essentie van hun denkbeelden zou je niet echt snel op de gedachte komen daar veel overeenkomsten met de Schrift in te zien, maar zulke pogingen waren vooral bedoeld om het vroege christendom ‘aanvaardbaar’ te maken voor de Griekse denkwereld. Helaas resulteerde dat vooral in een aanpassing van de bijbelse boodschap aan het gangbare Griekse denken, in plaats van omgekeerd zoals eigenlijk had gemoeten. Alles veranderde echter met het aanbreken van de tijd der ‘Verlichting’. Terwijl de oude Griekse benadering van de wetenschap voornamelijk was gebaseerd op redenering, begon nu het inzicht door te breken dat je dingen kunt bestuderen. Dat betekent gericht onderzoek door middel van experimenten en waarnemingen. Uit die waarnemingen kun je dan conclusies trekken die je zo nodig verder kunt onderbouwen met nieuwe experimenten en nog meer waarnemingen. Voor onze vraag had dit twee verschillende soorten gevolg.

De bevrijding uit ‘de slavernij van de natuur’

In de allereerste plaats betekende dit dat de mens steeds meer begon te begrijpen van de natuur en de wereld om hem heen. Allerlei dingen die hij vroeger niet begreep, en daarom toeschreef aan direct goddelijk ingrijpen, kon hij nu meer en meer herleiden tot wetenschappelijk aangetoonde wetmatigheden in de natuur. Natuurlijk heb je daarmee nog geen verklaring voor de oorzaak van die wetmatigheden, maar het tempo waarin het begrip toe nam maakte de mens optimistisch genoeg om aan te nemen dat die oorzaken op een dag ook wel verklaard zouden worden. En daarmee ontstond langzaam de gedachte dat je wellicht de hele wereld zou kunnen verklaren zonder daarvoor te hoeven ‘uitwijken’ naar bovennatuurlijke verklaringen.

De mens begon zich daardoor meer en meer ‘onafhankelijk’ te voelen, hij had God ‘niet langer nodig’. Want begrip van de natuur zou op den duur ook leiden tot beheersing van die natuur. Hij zou er niet langer ondergeschikt aan zijn, maar die natuur ondergeschikt kunnen maken aan zichzelf. Het hele feit dat de waargenomen regelmatigheden in de natuur worden aangeduid als ‘wetten’ symboliseert in feite dat denkbeeld van die ondergeschiktheid van de natuur: zij kan niet zo maar haar gang gaan, maar is onderworpen aan ‘wetten’. En de mens zou van die wetten gebruik kunnen maken om de natuur naar zijn hand te zetten. De mens zag dit in toenemende mate als een bevrijding uit een soort slavernij. En dus begon zich, ook onder de grote massa, een actief atheïsme te ontwikkelen, dat gretig gebruik maakte van de nieuw verworven inzichten. Wat ten onrechte de mening heeft doen post vatten dat een geloof in God in strijd zou zijn met de conclusies van de wetenschap. Een misvatting die bijvoorbeeld de communistische wereld met veel enthousiasme heeft aangewakkerd en in stand gehouden.

Is Gods bestaan wetenschappelijk aantoonbaar?

De andere ontwikkeling leidde juist in de tegenovergestelde richting.

Overtuigde christenen begonnen te overwegen dat het wellicht mogelijk zou zijn om met die nieuw ontwikkelde wetenschappelijke methodieken juist te bewijzen dat God bestaat. Dat stuit uiteraard op het probleem dat je God niet kunt onderwerpen aan wetenschappelijke experimenten, maar met wat speurwerk zou je uit de natuur toch wel voldoende waarnemingen moeten kunnen halen als basis voor een wetenschappelijk aanvaardbare theorie. Op zich geen onlogische gedachtegang, maar in de praktijk bleek het toch moeilijk om het bewijs rond te krijgen. En bovengenoemde partijen, die hun atheïsme waren gaan baseren op diezelfde wetenschap, lieten zich hun nieuw verworven ‘bevrijding’ uiteraard niet zo gemakkelijk weer afnemen. Dat leidde onvermijdelijk tot een merkwaardig soort van godsdienstoorlog tussen beide kampen, waarbij beide partijen gebruik maken van echte ofvermeende wetenschappelijke feiten en conclusies. Met als gevolg dat de modale burger het spoor al lang bijster is.

In de komende afleveringen willen we daarom proberen daar wat klaarheid in te brengen.

R.C.R

+

Voorgaand

Bijbels geloof en heidense filosofie

++

Aansluitende lectuur

  1. 4de Vraag: Wie of wat is God
  2. God of een god
  3. God versus goden
  4. Bestaan en moeilijke herkenning van het Hoogste Godheidswezen
  5. Bijbel – Enige bron van kennis en openbaring van God
  6. Bouwen op het Bijbels fundament 1.Feit of fantasie?
  7. Gods vergeten Woord 16 Geopenbaarde Woord 1 Zoeken naar een god
  8. Gods vergeten Woord 17 Geopenbaarde Woord 2 Geopenbaard licht
  9. Bereshith 2:4-14 Adem en leven plaatsing door de Elohim God
  10. Bereshith 3:1-5 De grote misleiding
  11. Is God drie-eenheid
  12. De Enige Ware God
  13. Drie-eenheidsleer een menselijke dwaling
  14. Aanroepen van Gods Naam
  15. God is een verhaal #2 Voorgangers niet gediend met een Enige God
  16. Betreffende Christus # 2 Goddelijke bron, verband en goddelijk mens
  17. Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 4 De ziel – een Grieks beeld
  18. Christenen vragen atheïsten te bewijzen dat God niet bestaat

++

Aanverwante supplementaire lectuur

  1. Monotheisme – ÉÉN GOD

Kritiek op religie hebben

“Het is jammer dat als je kritiek op een religie uitoefent dat je dan opeens wordt neergezet als een boze, ‘witte’ man.
Tegen dat ‘witte’ en dat man zijn kan ik niets doen.
Boos ben ik eigenlijk nooit.
Maar wat veel moslima’s met mij doen is precies wat ze mij verwijten.”

~Jan Jaap de Ruiter

 

Fundamenten van het Geloof 6: Beproeving van het geloof

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

Wanneer wij een apparaat kopen, proberen wij dat uit; want we willen weten of het voldoet aan onze verwachting.
God doet iets dergelijks, door allen die zeggen dat zij Hem geloven, te beproeven, om zo aan het licht te brengen of zij menen wat zij zeggen. Want geloven is niet iets vaags en vrijblijvends, maar actief, werkend door liefde voor God en mensen. Ook stelt de mens niet zelf de criteria vast voor wat geloof is. God vraagt een door Hem bepaald geloof. Alleen wie dat geloof toont, komt in aanmerking voor het eeuwige leven dat Hij aanbiedt. De Here Jezus vroeg zich eens af:

“… als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?” (Lucas 18:8)

Het zou daarom goed zijn wanneer wij regelmatig ernstig bij ons zelf onderzochten, door de Bijbel goed te lezen en te bidden tot God, of het geloof dat wij zeggen te hebben, wel overeenkomt met het geloof dat Hij van ons vraagt, zoals Paulus dringend adviseert in 2 Korintiërs 13:5

“Stelt uzelf op de proef, of u wel in het geloof bent, onderzoekt uzelf”.

Het eeuwige leven is te kostbaar om er nonchalant mee om te gaan, menend dat wij toch wel behouden worden. Paulus wil ons bewaren voor teleurstelling op de dag van het oordeel. Maar behalve dat wijzelf ons zouden moeten beproeven, doet God het ons ook. Daarbij weet Hij hoever Hij kan gaan, zodat wij net niet door de druk hoeven te bezwijken:

“U hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. God is getrouw, die niet zal gedogen, dat u boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat u er tegen bestand bent”.(1 Korintiërs 10:13).

“Want doordat Hijzelf (Christus) in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen …”. (Hebreeën 4:15; zie ook 2:18)

In een aantal gevallen zijn verzoeken en beproeven synoniem.

God beproeft of verzoekt niet willekeurig, maar met een doel: de versterking en groei van ons geloof, zodat we onze hoop op eeuwig leven bij de komst van Jezus uit de hemel vasthouden. Doordat Hij ons beproeft, krijgen wij als het ware inzicht in de mate van ons geloof op dàt moment. Dit biedt ons de mogelijkheid van de ene fase tot een volgende fase van ons geloof te komen, zodat dit zich ontwikkelt, groeit. De groei en versterking van ons geloof worden zichtbaar in onze hoop en goede deugden:

“… want u weet, dat de beproefdheid van uw geloof volharding uitwerkt. Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat u volkomen en onberispelijk bent en in niets tekort schiet”. (Jakobus 1:3-4)“.

.. wij weten, dat de verdrukking volharding uitwerkt, en de volharding be-proefdheid, en de beproefdheid hoop; en de hoop maakt niet beschaamd …”. (Romeinen 5: 3-5)

“…indien u slechts wel gegrond en standvastig blijft in het geloof …”.(Kolossenzen 1:21-23)

In de Bijbel wordt ook wel het woord tuchtigen gebruikt; niet in de zin van een straf uit afwijzing, maar juist van een correctie uit liefde, omdat God niet wil dat de mensen die Hij lief heeft, verloren gaan. Zoals een vader en opvoeder geeft Hij kaders aan voor ons leven, zodat wij daar niet buiten treden. Daarbij horen kleine straffen, die ons moeten behoeden voor veel ergere gevolgen. Wanneer wij aannemen wat Hij ons leert, zal ons geloof eeuwige vrucht dragen.

De grote onderwijzer Jezus vergeleek dit met een wijnbouwer, die de ranken van een druivenstok inkort, zodat deze meer en betere vrucht geeft:

“Allen, die Ik liefheb, bestraf ik en tuchtig Ik; wees dan ijverig en bekeer u”.(Openbaring 3:19)

“… want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt … Hij doet het (tuchtigen) tot ons nut, opdat wij deel krijgen aan zijn heiligheid … tucht brengt hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht, die bestaat in gerechtigheid”. (Hebreeën 12:4-11; 5:14; zie Jeremia 10:23-24)

“Elke rank aan Mij (Jezus), die geen vrucht draagt, snoeit Hij (God), opdat zij meer vrucht zal dragen”. (Johannes 15:1-8)

In de eerste eeuw werd de sterkte van het geloof van de volgelingen van Christus vooral beproefd door verdrukking en lijden: bleven zij volharden bij uitbanning, vernedering, geseling en naderende dood, of zeiden zij uit angst dat Jezus niet leeft, en dat zij geen aanhangers van Hem waren?

“…dienende de Here met alle ootmoed, onder tranen en beproevingen, die mij (Paulus) overkwamen door de aanslagen van de Joden …”. (Hand. 20:19)

“Wees niet bevreesd voor hetgeen u lijden zult. Zie, de duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen, opdat u verzocht wordt … Wees getrouw tot de dood en Ik zal u geven de kroon des levens”. (Openbaring 2:10)

“Want doordat zij beproefd zijn gebleken in veel verdrukking …”. (2 Korintiërs 8:2; Romeinen 16:10)

Deze verdrukkingen maken deel uit van het louteringsproces dat God toepast, om enerzijds wie het niet waard is om het eeuwige leven te ontvangen uit te zuiveren, en anderzijds hen die het wel waard zijn geheel te zuiveren van de laatste resten van het kwade in hen:

“Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden … Integendeel, verblijdt u naarmate u deel hebt aan het lijden van Christus, opdat u zich ook met vreugde zult mogen verblijden bij de openbaring van zijn heerlijkheid”. (1 Petrus 4:12-13)

“Verheugt u daarin (hoop), ook al wordt u thans … voor korte tijd door allerlei verzoekingen bedroefd, opdat de echtheid van uw geloof, kostbaarder dan vergankelijk goud, dat door vuur beproefd wordt, tot lof en heerlijkheid en eer blijke te zijn bij de openbaring van Jezus Christus”. (1 Petrus 1:6-7; zie ook Lucas 22:31-32a; voor echtheid van het geloof Openbaring 3:18).

Voor wie het ene en waarachtige geloof vasthoudt, door verdrukking en lijden, of die nu licht of zwaar is, maar ook in de verleidingen die wij in en buiten ons ontmoeten, geldt deze zaligspreking:

“Zalig is de man, die in verzoeking volhardt, want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben”. (Jakobus 1:12)

°°°

Vraag ter overdenking:

Heeft u zelf in uw leven iets ervaren van de keuzes waarvoor God u stelt?

Beproeving houdt keuzemogelijkheid in en daarvoor heeft God ons een vrije wil gegeven. Hij geeft vooraf de keuzemogelijkheden aan, met de gevolgen die deze hebben voor onze toekomstige bestemming (Deut. 30:11-20; Joz. 24:14-18). God helpt ons daarbij de beste keus te maken (Ps. 25:12; Rom. 8:26-30).

De idee van de eeuwige voorbestemming is daarmee in tegenspraak. God weet weliswaar alle dingen, maar Hij bepaalde niet wat wij doen en laten, alsof wij robots of willoze marionetten zijn,maar wat onze bestemming zal zijn, juist naar wat Hij tevoren zag van ons (on)geloof en onze (on)gehoorzaamheid. Wat zou anders de zin zijn van bidden of God ons wil bewaren in en redden van beproeving (Matth. 6:13; Openb. 3:10; 2 Petr. 2:9)? Hij heeft de criteria bepaald voor wie geschikt is dienaar in zijn Koninkrijk te zijn en op grond daarvan oordeelt Hij ons (2 Tim. 2:19-22). God is rechtvaardig in zijn verkiezingen oordeel (2 Thess. 1:3-12; Rom. 3:4-6; 2:1-11; Efez. 1:3-14; Rom. 9:14-24). Zo kon God ook vooraf getuigen van de rechtvaardigheid van zijn Zoon (1 Petr. 1:11; Matth.12:17-18; 3:17; 17:5).

J.D.

+

Voorgaande

Fundamenten van het Geloof: De lankmoedigheid van God

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Fundamenten van geloof 3: De Persoonlijkheid van God

Fundamenten van het Geloof 4: Engelen. Gods volmaakte dienaren

Fundamenten van het Geloof 5: De mens, geschapen naar Gods beeld en als Zijn gelijkenis

++

Lees ook

  1. Gods vergeten Woord 25 Varen op Bijbels Kompas 7 Vrienden van de Heer
  2. Alle dingen eertijds geschreven tot ons onderricht
  3. Christen genoemd
  4. Geloof
  5. Wat de Bijbel zegt omtrent Geloof
  6. Geloof Vertrouwen voor het ongeziene
  7. Geloof in Jezus Christus
  8. Geloof in slechts één God
  9. Geloof en Geloven
  10. Geloof voor God aanvaardbaar
  11. Geloof niet zonder daden
  12. Christus toebehorenden
  13. Christen mensen met ons geloof
  14. Geloof zonder risico tegenstrijdigheid
  15. Gehoorzamen aan God
  16. Volharding en Bijbelstudenten
  17. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen
  18. Wereld van moeilijkheden en veel ongemakken
  19. Tijd door de Maker gegeven
  20. De Dag is nabij #6 Uitzien
  21. Aan een betere opstanding deelhebben

+++

Verder gerelateerd

  1. Paulus en Jakobus hulle skryf oor geloof en werke
  2. Geloof is een Overtuiging
  3. Heb Geloof – deel 2
  4. Gewone geloof
  5. Hoender of eier: Begrip of geloof?
  6. Heb Geloof – In Pijn & Leed (Deel 3)
  7. Bly net glo!
  8. Een ander verschijnsel van het een (4)
  9. Om mure te bou

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

Waar gaat het nu uiteindelijk om in deze discussie over ‘intelligent design’?

Enerzijds zijn er bijbelgetrouwe christenen, ervan overtuigd dat God bestaat en de wereld heeft geschapen: voor hen valt daar niet aan te tornen. Anderzijds zijn er wetenschappers, die op grond van onderzoek tot conclusies zijn gekomen waarvan zij terecht menen dat je daar niet zomaar aan voorbij kan gaan.

Met geen van beide standpunten is op zichzelf iets mis. Er is zelfs geen fundamentele reden waarom die met elkaar in conflict zouden moeten zijn. Maar de discussie is vervuild geraakt doordat hij aan beide kanten in handen viel van fundamentalisten, die er een ‘godsdienstoorlog’ van hebben gemaakt.

De essentiële denkfout

Aan christelijke zijde is de basisfout al ten tijde van de ‘Verlichting’ gemaakt, door goed bedoelende gelovigen die in hun optimisme meenden dat je nu een oude droom in vervulling kon doen gaan: het bestaan van God wetenschappelijk bewijzen. Maar dat kan zo niet, en dus lukte dat ook niet. Het opkomend atheïsme heeft die voorzet voor open doel vervolgens vol benut: als die gelovigen het met hen eens zijn dat alles wat waar is ook wetenschappelijk te bewijzen valt, en als zij er dan vervolgens niet in slagen dat bewijs te leveren, dan is daarmee afdoende ‘aangetoond’ dat God dus niet bestaat, als een soort ‘bewijs uit het ongerijmde’.

Het grondprincipe van geloof is echter:

“Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven” (Johannes 20:29).

De ware gelovige gelooft om heel andere redenen dan die waar het in deze discussie voortdurend om gaat. En de ‘gelovige’ die voor zijn geloof wetenschappelijke bewijzen nodig heeft, zit bij voorbaat al op het verkeerde spoor. Die bewijsvoering dient dan ook niet om het geloof van gelovigen te versterken, maar om ongelovigen ‘plat’ te krijgen. Omdat het christendom zo onnadenkend is geweest zelf de discussie op deze basis aan te gaan, is zij vervolgens met haar eigen argumenten afgeslacht. Zij heeft, als een Eva, de verleider in haar hof uitgenodigd in de hoogmoedige overtuiging het debat met hem wel te zullen winnen, en kan nu niet meer terugvallen op het, op zichzelf juiste, argument dat de basis van dit debat zelf om te beginnen al volledig verkeerd is.

Wat de Bijbel ons werkelijk wil vertellen

“Wie tot God komt, moet geloven dat Hij bestaat” (Hebr. 11;6, NBG-51).

Dat moet het uitgangspunt zijn, niet het resultaat. Als de Schrift keer op keer spreekt over de wonderen van de schepping, is dat niet om Gods bestaan te bewijzen, maar om Zijn grootheid te benadrukken.

Een kind van God gelooft al in Zijn bestaan, en ziet om zich heen de bewijzen, niet van dat bestaan, maar van die grootheid en majesteit, en van Gods zorg voor Zijn kinderen.
Wij zijn de Schrift echter gaan lezen als beoordelaars in plaats van als leerlingen. Wij willen daarin vinden hoe God bezig is geweest in de schepping en niet waarom Hij dat allemaal heeft gedaan. Het eerste hoofdstuk van de Schrift vertelt ons dat God de aarde niet alleen maar heeft geschapen, maar dat Hij die vervolgens ook stap voor stap heeft ingericht en bewoonbaar gemaakt voor de mens. Dat moet ons leren dat de mens niet maar een toevallig bijproduct van die schepping is, maar het doel ervan, en dat wij mensen Hem dus kennelijk ter harte gaan. Maar wij gebruiken dat hoofdstuk alleen om uit te vinden hoeveel tijd het Hem koste om de klus te klaren, en hoe oud de aarde dus is; om het antwoord op die vraag vervolgens te gebruiken om onze mede gelovigen de maat te nemen: of de rechtzinnigheid van hun geloof wel door onze beugel kan. En we leiden er theorieën uit af over de wereld van voor de zondeval, gebaseerd op het feit dat God die situatie ‘zeer goed’ heeft genoemd (Gen. 1:31). Wat er in feite op neer komt dat wij God het recht ontzeggen die situatie zo aan te duiden wanneer die niet zou hebben voldaan aan onze criteria voor ‘zeer goed’.

Waar het echt om gaat

In de middeleeuwen was het een uitgemaakte zaak dat de aarde het middelpunt was van het heelal, want ‘dat stond duidelijk zo in de Bijbel’. En het was de christenheid volledig ontgaan dat de Schrift alleen spreekt van de aarde als het middelpunt van Gods doel met de schepping, en dat de vraag naar het fysieke middelpunt van het heelal daarvoor niet van belang is, en dat we het antwoord op die vraag daar dus ook niet kunnen vinden. In dat geval liggen de wetenschappelijke waarnemingen inmiddels echter zo duidelijk, dat de meeste van ons (hoewel niet allen!) daar intussen wel achter zijn. Maar het zou ons net zo duidelijk moeten zijn dat de beschrijving in Genesis 1 van de inrichting van die aarde (niet de schepping ervan) ons heel veel te vertellen heeft over Gods plan en doel met ons, en ook in dat geval helemaal niets over het fysieke proces. Maar op dat punt denken wij nog steeds middeleeuws, en dus gebruiken we dat hoofdstuk voor een totaal andere, volslagen onbijbelse, discussie.

De slotsom

Het wordt daarom hoog tijd terug te keren tot werkelijk bijbels denken.

“De hemel verhaalt van Gods majesteit, het uitspansel roemt het werk van zijn handen” aan hen die geloven (Ps 19:2),

om hun geloof te versterken. Maar het is geen wetenschappelijk bewijs voor Zijn bestaan, te gebruiken om anderen mee om de oren te slaan.

Genesis 1 maakt ons duidelijk dat

‘niets ons zal kunnen scheiden van de liefde van God’,

zoals ook het feit dat Hij,

‘toen wij nog zondaars waren’,

Zijn Zoon heeft gegeven om ons te verlossen uit de macht van de dood, ons daar nog verder van overtuigt. Maar het is niet bedoeld om ons een beschrijving te geven van Zijn werkweek, en al helemaal niet om er onze mede gelovigen de maat mee te nemen.

De middeleeuwen kenden felle discussies over de vraag hoeveel engelen konden dansen op de punt van een naald, maar niemands behoudenis heeft ooit afgehangen van het antwoord daarop. Zo zouden wij inderdaad moeten begrijpen dat deze schepping het resultaat is van een buitengewoon intelligent ontwerpplan, een plan bedoeld voor onze behoudenis. Maar dat zouden wij moeten koesteren als een kostbaar inzicht, ons door God geschonken om ons geloof te versterken, en om zo mogelijk te delen met anderen. Maar niet als een rechtvaardiging voor fundamentalistisch gedrag.

R.C.R.

+

Voorgaande

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Geloof en onderzoek: Schepping, intelligent design, evolutie (5) De atheïstische fundamentalist

Wetenschap en religie zijn met elkaar te rijmen

++

Aanvullende lectuur

  1. Grootste oorzaak van atheïsme in de wereld zijn de Christenen