Fundamenten van het Geloof 8 De dood. Gods vonnis over de zonde

Geschapen mens

God heeft de mens geschapen naar Zijn beeld en als Zijn gelijkenis. Maar hij werd niet zo geprogrammeerd, dat hij alleen maar kon doen wat God wilde. De mens werd geschapen met een vrije wil en heeft dus keuzevrijheid. God stelt ons door middel van Zijn opvoedingsproces voor keuzes. Uit wat wij kiezen, blijkt of wij in Hem geloven, en of wij Hem echt willen gehoorzamen. De eerste mensen gaven toe aan de verleiding iets te doen dat God hen had verboden. Zij meenden Gods doel met hun schepping in en door het vlees te kunnen bereiken, in plaats van zich van Hem afhankelijk te stellen en geduld te tonen.

Het lag niet aan God dat zij Zijn wil overtraden maar aan de mens. God was heel duidelijk geweest, en de mens had de boodschap begrepen. Zij waren geheel vrij in de hof, op één kleine beperking na: het eten van één bepaalde boom was niet toegestaan:

“Van alle bomen in de hof mag u vrij eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad zult u niet eten, want ten dage, dat u daarvan eet, zult uvoorzeker sterven.” (Genesis 2:17; vergelijk 3:3)

De slang echter verleidde Eva met schoonklinkende woorden, die suggereerden dat zij niet zou sterven, maar als God zijn en zelf zou weten wat goed en kwaad is, en vanuit die kennis zelf in staat zijn de juiste keuzes te maken (Gen. 3:4-5). Iets dat overigens in de kern van de zaak neer kwam op de vervulling van hun mogelijk diep verlangen zelf te mogen uitmaken wat goed en kwaad is. Het valt inderdaad niet te ontkennen, dat zij niet stierf op het moment dat zij van de vrucht van die boom at. Dit neemt echter niet weg dat de dood, als de straf op de overtreding van Gods gebod, haar en Adam uiteindelijk daadwerkelijk trof.

Het sterven is een proces dat begint bij de eerste zonde. Paulus zag zichzelf in eenzelfde positie als Adam: toen hij jong was, wist hij niet wat zonde was. Maar toen hij ouder werd en geacht werd de wet te kennen, begon hij te sterven door de zonde:

“Ik heb eertijds geleefd zonder wet; toen echter het gebod kwam, begon de zonde te leven, maar ik begon te sterven, en het gebod dat ten leven moest leiden, bleek voor mij juist ten dode te zijn; want de zonde heeft uitgaande van het gebod, mij misleid en door middel daarvan gedood.” (Romeinen 7:7-12)“

… als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.” (Jakobus 1:15)

“Want het loon dat de zonde geeft is de dood.” (Romeinen 6:23; vergelijk Spreuken 12:28)

“Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede.” (Romeinen 8:6)

Zondig nageslacht

De dood trof niet alleen Adam en Eva, maar allen die uit hen voortkwamen (zie Gen. 5). Alle mensen volgden hen na in hun zonde aan God gelijk te willen zijn, zonder in Hem te geloven. En zoals Adam en Eva alle zondaars vertegenwoordigen, werden allen inbegrepen in Gods doodvonnis over hen:

“Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben.” (Romeinen 5:12)

“Want, omdat de dood er is door een mens … Want evenals in Adam allen sterven …” (1 Korintiërs 15:21-22)

Sterven wij, dan wordt het scheppingsproces als het ware omgekeerd: bij zijn schepping werd de levensadem in de neus van de mens geblazen, zodat hij leefde; wanneer wij sterven, blazen wij onze laatste adem uit en vergaan vervolgens weer tot het stof waaruit wij gemaakt zijn:

“… totdat u tot de aardbodem wederkeert, omdat u daaruit genomen bent; want stof bent u en tot stof zult u wederkeren.” (Genesis 3:19)“

… neemt U hun adem weg, zij sterven en keren weder tot hun stof.”(Psalm 104:29; zie 90:3; 146:4).“

… alles is geworden uit stof, en alles keert weder tot stof … zoals het geweest is, en de geest (levensgeest, adem) wederkeert tot God, die hem geschonken heeft” (Prediker 3:19-20 en 12:7).

In dit opzicht verschilt een mens niet van de dieren. Die zijn zich niet bewust van een God die voor hen zorgt, maar leven een korte tijd en verdwijnen daarna voor altijd in het niets. Alle schepselen hebben van God dezelfde levensadem gekregen, en Hij neemt die op Zijn tijd terug. Voor wie geen rekening met God houdt, is er, net als voor de redeloze dieren, geen enkele hoop:

“… zo stijgt wie in het dodenrijk nederdaalt, niet weer op.” (Job 7:9; in de betekenis van: keert niet weer)

“… de mens met al zijn praal houdt geen stand; hij is gelijk aan de beesten, die vergaan … Als schapen zinken zij in het dodenrijk, de dood weidt hen.” (Psalm 49:13 en 15/21)

Wie in het graf ligt, is zich van niets bewust. Hij kan niets meer doen en nergens meer over nadenken. Ook de goddeloze kan zijn jaloerse haat ten opzichte van wie geloven niet meer uitleven:

“De levenden weten ten minste, dat zij sterven moeten, maar de doden weten niets … want er is geen werk of overleg of kennis of wijsheid in het dodenrijk, waarheen u gaat.” (Prediker 9:5 en 10)

“Want in de dood is aan U geen gedachtenis; wie zou U loven in het dodenrijk?” (Psalm 6:6; 115:17; Jesaja 38:18)

De dood is als een onverzadigbaar roofdier dat zijn prooi grijpt en niet meer loslaat. Of als een koning, die mensen rooft en met strenge hand over hen regeert, alsof het slaven zijn die hij niet wil laten gaan. Zij zitten in een gevangenis, een kerker, waaruit zij niet meer kunnen ontsnappen:

“… doet het dodenrijk zijn keel wijd open en spert het zijn muil op, mateloos…” (Jesaja 5:14; Hab. 2:5)

“Droogte en hitte roven het sneeuwwater weg, zo het dodenrijk hen die zondigen.” (Job 24:19)

“… heeft de dood als koning geheerst … Want, indien door de overtreding van de ene de dood als koning is gaan heersen door die ene …” (Rom 5:14 en 17)

“Weet u niet, dat u hem, in wiens dienst u zich stelt als slaven … ook moet gehoorzamen als slaven, hetzij … van de zonde tot de dood, hetzij van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid?” (Romeinen 6:16)

De dood wordt daarom door gelovigen in de Bijbel terecht gezien als de grote vijand van de mens, uit wiens macht zij hun geliefden, laat staan zichzelf, niet kunnen bevrijden:

“Welk mens leeft er, die de dood niet zien zal, die zijn ziel zal redden uit de macht van het dodenrijk?” (Psalm 89:49; vergelijk 8:5 en 116:3)

“Niemand kan ooit een broeder loskopen, noch God zijn losprijs betalen … dat hij voor immer zou voortleven, de groeve niet zou zien.” (Psalm 49:8-13).

***

Vraag ter overdenking: Is de toestand van de doden veranderd sinds de komst van Jezus?

Wie sterven na een leven van geloof, blijven niet eeuwig dood. Hun toestand wordt in de Bijbel voorgesteld als een slaap, waaruit het mogelijk is te ontwaken bij het aanbreken van een nieuwe dag. Zij zijn ontslapen (ingeslapen), zijn de rust van de doodslaap ingegaan en wachten in het stof tot Jehovah hen wekt: Marc. 5:39/Luc.8:52; Joh. 11:11-13; 1 Kor. 15:17-18; 1 Thess. 4:14-15; Dan 12:2/13; Hand. 13:36; Jes. 26:19/Efez. 5:14; Joh. 11:24.

.J.K.D

+

Voorgaande:

Fundamenten van het Geloof 5: De mens, geschapen naar Gods beeld en als Zijn gelijkenis

Fundamenten van het Geloof: 7. Zonde. Overtreding van Gods wil

++

Aansluitende lectuur

  1. De Schepper achter eerste levende wezens
  2. Terugblikkend op de eerste mens en eerste gebeurtenissen 1 Ontstaan en plaatsing eerste mens
  3. Voorziening van leven
  4. Bereshith 2:4-14 Adem en leven plaatsing door de Elohim God
  5. Bereshith 2:15-25 De mens geplaatst in de tuin van Eden
  6. Bereshith 3:1-5 De grote misleiding
  7. Bereshith 3:1-6 Het bedrog
  8. Keuze van levende zielen tot de dood
  9. Terugblikkend op de eerste mens en eerste gebeurtenissen 2 Daad van ongehoorzaamheid eerste mens
  10. Fundamenten van het Geloof: De goedertierenheid van God
  11. Al of niet onsterfelijkheid
  12. Dood
  13. Beperktheid van de mens tot in zijn dood
  14. Wat gebeurt er als wij sterven
  15. Vindt er een transfer plaats na de dood?
  16. Wij zijn sterfelijk en zullen tot stof vergaan
  17. Ontbinding
  18. Decomposition, decay – vergaan, afsterven, ontbinding

Als de tijd ten einde loopt …… Vragen naar het goede

Vragen naar het goede

Nu kwam er iemand naar Jezus toe met de vraag:

‘Meester,wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’

Hij antwoordde:

‘Waarom vraag je me naar het goede?
Er is er maar één die goed is.
Als je het leven wilt binnengaan, houd je dan aan zijn geboden’. (Matt. 19:16-17)

In de evangeliën lezen we van een jongeman, die tot Jezus komt met de vraag wat hij moet doen om het eeuwige leven te verwerven. Kennelijk is hij van goede wil, en Jezus erkent dat, want het parallelverslag in Markus vertelt ons dat hij sympathie voor hem opvatte (Mark. 10:21). Toch berispt hij hem in zijn antwoord:

‘Waarom vraag je me naar het goede’.

Want er zit verborgen kritiek in zijn vraag:

‘God verlangt wel dat we het goede doen, maar vertelt er niet bij wat dat goede dan is’.

Velen denken vandaag de dag precies zo:

je kunt God niet kennen, dus je moet het zelf maar bedenken.

Alleen wordt dat nu gezien als een vorm van ‘vrijheid’; je mag het naar eigen goeddunken zelf invullen.

Wat is goed?

Maar Jezus wijst onmiddellijk op de enige echte bron van kennis. Dat is God zelf:

‘Er is er maar één die goed is’.

En hij somt vervolgens de geboden op. Letterlijk zegt hij:

als God zelf niet goed is (d.w.z. niet goed genoeg), dan is niemand het.

Alleen Hij is de bron van ware kennis. Let op dat ‘goed’ hier dus betekent: betrouwbaar als bron van kennis. Dat verklaart ook de wat andere weergave in de parallelverslagen van Markus en Lukas. Daar luidt de vraag:

‘goede meester, wat moet ik doen om …’.

En Jezus’ antwoord is:

‘wat noemt u mij goed?’

Je hoort vaak zeggen dat Jezus hier ontkent dat hij zelf goed zou zijn, althans vergeleken met God zelf. Maar dat is niet wat hij bedoelt. Het gaat om zijn betrouwbaarheid als bron voor de juiste kennis. En zelfs dan mag je er niet uit afleiden dat hij zichzelf in dat opzicht minder betrouwbaar zou vinden. Waar hij de nadruk op legt, is dat God zelf uiteindelijk de Enige Ware Bron van kennis is, als het gaat om de vraag hoe wij moeten leven. Uiteraard is het woord dat Jezus predikt betrouwbaar, maar alleen omdat het is afgeleid van Gods eigen woord. Jezus is zelf geen onafhankelijke bron van kennis.

Gods woord als enige bron van ware kennis

Dit incident illustreert overduidelijk dat Jezus zelf God, en dus Diens Woord, als enige betrouwbare bron van kennis wil zien. Maar wie in deze tijd om zich heen kijkt, ziet maar al te duidelijk dat het christendom allang niet meer op die koers zit. Enerzijds is er de huidige theologische tendens om de Schrift te zien als achterhaald en ‘niet meer van deze tijd’, waarna er van alles voor in de plaats wordt gesteld, afhankelijk van de mode van het moment. Anderzijds is er de orthodoxie die vasthoudt aan ‘het christelijk erfgoed’ maar zonder zich ooit af te vragen of dat ‘erfgoed’ destijds misschien evenzeer, al was het maar voor een deel, zou kunnen zijn ingekleurd door opvattingen of kerkelijke belangen van destijds. Zoals een radiospreker ooit eens zei:

“er zijn er die alles maar willen aanpassen, alsof alle verandering altijd verbetering is, en anderzijds zijn er die willen vasthouden aan ‘het geloof van de vaderen’, waarmee zij de ‘vaderen’ meer lijken te eren dan God”.

En daar tussendoor dartelen dan zij die de mond vol hebben van ‘Jezus toelaten in je hart’ zonder er zich om te bekommeren waar dat eigenlijk op neer zou moeten komen.

Het is tekenend voor die ‘middenweg’ dat iemand uit die kringen, die daarin wordt gezien als ‘wegwijzer’, pas toen hij werd geconfronteerd met een probleem waar hij echt niet meer uitkwam, zich terugtrok in een blokhut in de Rocky Mountains en daar de hele Bijbel van kaft tot kaft doorlas, zich (blijkbaar voor het eerst van zijn leven) afvragend wat het Boek Zelf nu eigenlijk te vertellen had. Zijn conclusie was:

“Het trof me met ongewone kracht dat het idee dat wij over het algemeen van God hebben, wel eens heel anders zou kunnen zijn dan het beeld dat de Bijbel van God schildert”.

Ik vrees dat dit niet alleen juist is, maar dan bovendien ook nog voor een veel breder deel van het hedendaagse ‘christendom’ dan alleen zijn eigen geloofsrichting. Veel, heel veel christenen hebben zich allang een eigen ‘God’ en een eigen ‘Christus’ geschapen, en zij lezen in hun Bijbel alleen die passages die dat beeld bevestigen.

De wereld van de aantrekkelijke schijn

Toch komt dit niet onverwacht. Jezus en de apostelen Paulus, Petrus, en Johannes waarschuwen allemaal voor de verwaarlozing van het ware woord en de ‘gezonde leer’, en het vervangen daarvan door een leer naar eigen smaak:

• Er zullen talrijke valse profeten komen die velen zullen misleiden …

Want er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die indrukwekkende tekenen en wonderen zullen verrichten om ook Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden. Let op, ik heb jullie dit van tevoren gezegd. (Jezus in Matt. 24:11,24-25)

• Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoetkomen en hen naar de mond praten. Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels. (Paulus in 2 Tim. 4:3)

• Zo zullen er ook onder u dwaalleraren verschijnen. Ze zullen met verderfelijke ketterijen komen en zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht verloochenen. Daarmee bewerken ze spoedig hun eigen ondergang. (2 Pet. 2:1)

• Geliefde broeders en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen … Die valse profeten komen uit de wereld voort. Daarom spreken zij de taal van de wereld en luistert de wereld naar hen. (1 Joh. 4:1,5)

De sleutel is hier het voorvoegsel ‘pseudo’, vertaald als ‘vals’, in valse profeten (pseudoprofeten) en valse messiassen (pseudochristussen), maar ook in valse broeders, als ‘dwaal’ in dwaalleraars, als ‘schijn’ in schijnapostelen en als ‘ten onrecht zo genoemde kennis’ (pseudokennis). Het beschrijft een wereld vol valse schijn. En we moeten helaas constateren dat dat past op onze wereld als op geen andere. Daaraan kunnen wij zien dat dit de laatste dagen zijn, en dat de tijd inderdaad ten einde loopt.

De ‘antichrist’

Johannes noemt die valse profeten eveneens pseudoprofeten, maar de pseudo-christussen heten bij hem anti-christussen (wat echter hetzelfde betekent:

ze ‘doen zich voor als’, maar ‘zijn’ het niet)

en zegt daarover:

• Onderzoek altijd of een geest [nl: van profetie] van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen. De Geest van God herkent uhieraan: iedere geest [van profetie] die belijdt dat Jezus Christus als mens gekomen is, komt van God. Iedere geest [van profetie] die dit niet belijdt, komt niet van God; dat is de geest van de antichrist, waarvan u hebt gehoord dat hij zal komen. (1 Joh. 4:1-3)

In deze verzen heeft Johannes het overduidelijk over zijn eigen tijd:

• Kinderen, het laatste uur is aangebroken. U hebt gehoord dat de antichrist zal komen. Nu al treden er veel antichristen op, en daardoor weten we dat dit het laatste uur is. Ze zijn uit ons midden voortgekomen maar ze hoorden niet bij ons, want als ze werkelijk bij ons hadden gehoord, zouden ze bij ons gebleven zijn. Maar het moest aan het licht komen dat niemand van hen bij ons hoorde. (1 Joh. 2:18-19)

Hij gebruikt het begrip antichrist dus in het meervoud, en heeft het duidelijkover een (valse) leer van mensen uit hun eigen midden, die in verband daarmee de gemeente hebben verlaten. Maar de ‘christelijke’ wereld is er vast van overtuigd dat er één enkele antichrist zal komen, en dan niet in zijn tijd maar in die van ons, die zich zal manifesteren als een wereldheerser, en die de strijd zal aangaan met Christus bij zijn wederkomst. Recentelijk hebben enkele orthodoxe theologen zelfs nadrukkelijk verklaard dat de komst van die ‘antichrist’ aanstaande is. Terwijl ook deze hele uitleg alleen maar kan berusten op slecht lezen.

1 Johannes 4:1-3

Het gevaar van zulke opvattingen is dat ze de schuld voor wat er mis is met onze wereld bij een externe macht probeert te leggen, zoals Eva de schuld van haar overtreding bij de slang probeerde te leggen, terwijl we de oorzaak van het probleem in werkelijkheid bij ons zelf moeten zoeken, en bij de verwaarlozing van Gods Woord als enige bron van kennis.

Een geschiedenis die zich herhaalt

Dit illustreert helaas de moderne ‘bijbellezer’, die in de Bijbel niet alleen maar zijn favoriete passages opslaat, maar daarin dan ook nog alleen dat leest wat hij er in wil zien. En dan wordt Openbaring gelezen alsof het een soort goddelijke horoscoop is, waarin we kunnen lezen wat ons (of eigenlijk anderen) in de wereld te wachten staat, in plaats van een dringende waarschuwing en oproep tot bekering. Want wie werkelijk vertrouwd is met de rest van de Bijbel kan het eenvoudig niet ontgaan dat de situatie die hier wordt beschreven een exacte kopie is van die waaraan de wereld van het volk van het Oude Verbond ten onder is gegaan. Ook toen meenden de ‘ijveraars’ en de zelfbewuste ‘zonen der gerechtigheid’ dat hun niets kon gebeuren omdat al die aangekondigde oordelen er alleen maar waren voor anderen. Terwijl er mede door hun toedoen van alles mis was met hun wereld. Zo is er nu ook van alles mis met onze ‘christelijke’ wereld.

We hebben de aarde die ons in bruikleen was gegeven, uitgeplunderd en verwoest, in plaats van die als goede rentmeesters te beheren. We hebben volkeren aan ons onderworpen om over hen te heersen en ze uit te buiten, zelfs als slaven te verkopen, in plaats van ze als medeschepselen te benaderen met de zorg en liefde waarmee God ons heeft benaderd. We hebben in ongebreideld materialisme gouden kalveren opgericht voor onze afgod: de Mammon. En nu aan dat goede leven een einde dreigt tekomen, zien we vol vertrouwen uit naar het moment waarop Christus ons komt halen om ons te vrijwaren voor ‘de grote verdrukking’ door die antichrist die zal komen heersen over de puinhopen die wij dan achter ons hebben gelaten en over onze ‘schuldige’ medemensen die wij al die tijd hebben verwaarloosd. Maar dat zelfde boek Openbaring vertelt ons overduidelijk dat de behoudenis er alleen is voor hen

‘die gedood waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God’ (Op. 20:4, NBG’51).

Dus net als die rijke jongeman kunnen we weten wat er in werkelijkheid van ons wordt gevraagd.

R.C.R

+

Voorgaand

Twijfelende aan de werkelijkheid, echtheid en de effectiviteit van Gods liefde

Op zoek naar spiritualiteit 3 Zin van Christus

Bijbels geloof en heidense filosofie

++

Vindt ook om te lezen

  1. Geloven in God
  2. God meester van goed en kwaad
  3. Wonder van voorzienigheid
  4. De nacht is ver gevorderd 22 Studie 4 Nu actueel: Nut van tekenen
  5. Vertrouwen op God
  6. Betreffende Christus # 2 Goddelijke bron, verband en goddelijk mens
  7. Woord van God
  8. Gods vergeten Woord 24 Getuigen 4 Jezus’ laatste boodschap
  9. De Bijbel als instructieboek #1 Lezen van de Bijbel
  10. De Bijbel als instructieboek #2 Effectief Bijbellezen
  11. De Bijbel als instructieboek #3 De Taal van de Bijbel
  12. Wanneer u een ware volger van Jezus wil zijn #3 Groeiende beweging uit Joodse sekte De Weg
  13. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #1 Stromen van gelovigen
  14. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #2 Een Zoon als gids en Geschriften als leidraad
  15. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #3 Van een bepaalde wereld zijnde
  16. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #4 Ambitieuze mannen, verdraaide woorden en akkoorden met wereldleiders
  17. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #5 Valse leraren en afvalligen
  18. Addendum 1: de leer van de “antichrist”
  19. De Ekklesia #11 Addendum 2: Een antichrist
  20. Misleid door valse opwekkingen
  21. De Meest gehate familie in America – inleiding tot vervolg
  22. Tekenen te herkennen in Tijden der Laatste dagen
  23. Tekenen van de laatste dagen wanneer moeilijke tijden zullen komen
  24. De Kerk waar de mens der wetteloosheid zich nestelt
  25. Wie zijt Gij, Here?

Reformatorische christenen beweren dat wij mensen vanuit onszelf niets zijn

Nederlandse Reformatorische christenen beweren dat wij mensen vanuit onszelf niets zijn. Dat zou maar heel erg zijn. Gelukkig is dat niet zo en mogen wij er op aan dat elk menselijk wezen, gelovig of niet gelovig, wel degelijk “iets” en zelfs “iemand” is.

Ieder individu heeft een eigenwaarde en heeft ook iets te betekenen in deze wereld. elke mens is in het evenbeeld van God geschapen en past ook in Gods Plan. Of wij dat Plan kennen of niet, of er in geloven of niet.

De kerkgemeenschap die denkt de beste te zijn en er van overtuigd is dat de mens niets zonder hen is, heeft in mijn ogen wel een heel hoge dunk van zichzelf.

Sommige predikers geven ook toe dat zij elf na 50 jaar werken in “de wijngaard van de Heer” er niet tegen kunnen wat er nu speelt.

Geen enkele kerkgemeenschap kan het zieleheil van andere mensen opeisen. Dat behoort God toe en het is aan Zijn zoon gegeven om te oordelen over levenden en doden.

Het is niet het geloof dat iemand zal maken. Men moet zichzelf vormen enweten waar te maken. Het geloof kan helpen om zijn menszijn te verbeteren, maar eerst moet er de wil zijn om zichzelf te vormen en zijn persoonlijkheid naar buiten te laten komen.

Elkeen die hier ter wereld is, is van waarde! Elk levend schepsel, zij het een plant, dier of mens, is iets en moet erkenning krijgen voor haar zijn. Dat “zijn” ontkennen, negeren of minimaliseren, is inzekere zin het scheppingswerk van God negeren. Want elke plant, dier of mens die wij rondom ons kunnen zien is daar omdat God het toe laat dat deze daar is.

Van onszelf zijn wij een scheppingselement van God met zijn eigen waarde en typische of persoonlijke eigenheden.

Gelovend of niet is elk levend wezen een eigenheid, een iets in het andere iets.

 

Fundamenten van het Geloof: 7. Zonde. Overtreding van Gods wil

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren? #2 Zonde. Overtreding van Gods wil

Omdat God de mens maakte met een vrije wil, en daarmee vrijheid om te kiezen, kunnen wij zowel doen wat Hem behaagt als mishaagt. Dit laatste noemt God zonde.

Maar wat is zonde precies en hoe komt deze tot stand?

De Bijbel leert dat wie weet wat God vraagt maar het niet doet, zondigt tegenover God. Hij overtreedt Zijn wil. Zoals er in de wereld, bij overtreding van de wet, een onderzoek volgt, waarop een straf wordt bepaald, moet er ook in dit geval een toets zijn waarop God Zijn oordeel baseert. Voor Israël was die toets de wet, die ieder lid van het volk geacht werd te kennen:

“… zonde wordt niet toegerekend, als er geen wet is.” (Romeinen 5:13; 3:20)“

… doet u zonde en wordt u door de wet overtuigd van overtreding.” (Jac. 2:9)

“Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet; immers ook van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, indien de wet niet zei: u zult niet begeren.” (Romeinen 7:7)

Geboden en verboden prikkelen ons, onverschillig voor de gevolgen, de wetgever uit te dagen door, in het toegeven aan onze begeerten en hartstochten, de ons gestelde grenzen te overschrijden:

“Maar uitgaande van het gebod, wekte de zonde in mij allerlei begeerlijkheid op; want zonder de wet is de zonde dood.” (Romeinen 7:8)

“Want toen wij in het vlees waren, werkten de zondige hartstochten, die door de wet geprikkeld worden, in onze leden.” (Romeinen 7:5)

De eerste mens overtrad ook een gebod. God had gezegd dat hij van alle bomen mocht eten, maar van één boom af moest blijven. Dit was de toets van zijn gehoorzaamheid. Dit gebod prikkelde de mens echter, en in plaats van zijn begeerte te overwinnen gaf hij er aan toe:

“En de vrouw zag dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook aan haar man, die bij haar was, en hij at.” (Genesis 3:6)

Hier wordt het proces voorgesteld dat plaats vindt in de menselijke gedachten, waardoor wij proberen onze zonden als niet erg voor te stellen:

“Hoelang zullen in uw binnenste uw zondige overleggingen verwijlen?”

“Arglistig is het hart boven alles, ja verderfelijk is het; wie kan het kennen?”(Jeremia 4:14 en 17:9)

“Want uit het hart komen boze overleggingen …” (Mattheüs 15:19)
“Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking van zijn eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde …” (Jacobus 1:14)

De mens is in principe vrij, maar wij zijn van nature zo gericht op het bevredigen van onze begeerten, dat wij daarvan, zonder het in te zien, slaven zijn; gevangen in de strik van onze zelfzuchtigheid. God wil ons tegen onszelf beschermen en vraagt ons dat wij ons beheersen om echt vrij te zijn:

“Doch indien u niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur,wiens begeerte naar u uitgaat, doch over wie u moet heersen.” (Genesis 4:7)

“Laat de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat uaan zijn begeerten zou gehoorzamen … Immers, de zonde zal over u geen heerschappij voeren …” (Romeinen 6:12-14)

“Weet u niet, dat u hem, in wiens dienst u zich stelt als slaven ter gehoorzaamheid, ook moet gehoorzamen als slaven, hetzij dan van de zonde tot de dood, hetzij van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid?” (Romeinen 6:16; vergelijk Johannes 8:34)

“… gebruikt echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees…” (Galaten 5:13)

God laat ons zien dat er een weg is die naar vrijheid leidt: de weg die Zijn zoon Christus Jezus ging. Zijn voorbeeld is daarom de toets voor ons leven. Hij deed alleen het goede en zondigde niet tegen God. En God vraagt ons Jezus daarin te volgen. Door zijn ‘kruisdood’ toonde hij hoe radicaal hij met de zonde wilde afrekenen, zodat deze geen kans zou krijgen hem in bezit te nemen en te beheersen:

“… daar ook Christus … u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat u in zijn voetsporen zou treden; die geen zonde gedaan heeft …” (1 Petrus 2:21-22; vergelijk Hebreeën 4:15).

“… laat u met God verzoenen. Hem (Christus), die geen zonde gekend heeft,heeft Hij (God) voor ons tot zonde gemaakt …” (2 Korintiërs 5:20-21)

“Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven.” (Romeinen 6:10)

Geen mens kan zeggen dat hij niet op enig moment gezondigd heeft, want allen zijn Adam gevolgd:

“… gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen … omdat allen gezondigd hebben … Want allen hebben gezondigd …” (Rom. 5:12; 3:23).

“Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet… Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en zijn woord is in ons niet” (1 Johannes 1:8-10; vergelijk Johannes 8:7).

Door de doop geven wij te kennen dat wij voortaan niet meer Adam willen navolgen, maar Christus:

“Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd” (Galaten 5:24; vergelijk Mattheüs 5:43-48).

Wie op deze wijze het vlees doodt, is voortaan niet meer bezig met het bevredigen daarvan, maar heeft de gezindheid van Christus. Hij is gericht op het blijvende, in plaats van op het tijdelijke:

“Een ieder, die in Hem (Christus) blijft, zondigt niet; een ieder, die zondigt,heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend … Een ieder, die uit God geboren is, doet geen zonde; want het zaad (van God) blijft in hem en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren.” (1 Johannes 3:6 en 9; 5:18)

“Want al wat in de wereld is: de begeerten van het vlees, de begeerte van de ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld. En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.” (1 Johannes 2:16-17)

Dit wil niet zeggen dat wij dan niet meer kunnen zondigen, maar dat wij dat niet bewust, opzettelijk meer doen. Wij moeten altijd waakzaam blijven, omdat wij nog in een wereld vol verleidingen leven:

“Als iemand dan weet goed te doen en het niet doet, is het hem tot zonde.” (Jacobus 4:17)

“Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis van de waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonde meer over, maar een vreselijk uitzicht op het oordeel…” (Hebr. 10:26-27).

Vergeving van zonde

Omdat God geen behoefte heeft aan de dood van zondaars, maar wil dat zij leven (Ez.18:23), stelt Hij zich voor als vergevend God (Ex. 34:7), Die voorbijziet aan de zonden van wie in geloof, berouw en bekering tot Hem gaan (Luc. 24:47; Hand. 2:38; 3:19;13:38-39; Rom. 4:7-8; Hebr. 8:12; 1 Joh. 1:7 en 9; Matth. 18:21-35)

J.D.

+

Voorgaande

Fundamenten van het Geloof: De lankmoedigheid van God

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Fundamenten van geloof 3: De Persoonlijkheid van God

Fundamenten van het Geloof 4: Engelen. Gods volmaakte dienaren

Fundamenten van het Geloof 5: De mens, geschapen naar Gods beeld en als Zijn gelijkenis

Fundamenten van het Geloof 6: Beproeving van het geloof

Wettisch tegenover wet

++

Aanvullende artikelen om te lezen

  1. Betreft de Mens
  2. Een Boom van kennis wordt een Boom van moraal
  3. Bron(nen) van kwaad
  4. Wie brengt het Kwaad over ons
  5. Begrippen satan en duivel in de Bijbel
  6. Duivel, Satan, Lucifer, Demon, Goed en Kwaad en God
  7. Satan het kwaad in ons
  8. Gevallen engelen en hun verblijf
  9. Bestaat er iets als engelen en kunnen die zondigen
  10. Hoe de Satan vandaag rond toert
  11. Zondigen omdat men zondaar is
  12. De Voltooiing van de schepping 4 Buitenbijbelse leer
  13. Bereshith 3:20-24 Moeder van al wat leeft en gevolgen van haar keuze
  14. Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #1 Bereshith 4:1-6 Twee broers en hun offers
  15. Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #3 Bereshith 4:8 De Broedermoord
  16. Kuddedier doet liever wat het niet mag
  17. Fragiliteit en actie #2 Onderwerpen en werken
  18. Fragiliteit en actie #3 Verleden en Vervolg
  19. Fragiliteit en actie #8 Eerste Wetsvoorziening
  20. Fragiliteit en actie #9 Herval zondigheid
  21. Zuiverheid en verantwoordelijkheid van leden en leiders in een gemeenschap
  22. Moreel relativisme
  23. Kleurblindheid en verkeerscode
  24. Leugen, handvat dat alle instrumenten past
  25. Zonde cultiveert negatieve energie
  26. Verscheidene Verbondakkoorden 4 Behouden van de Wet maar Zwak door het vlees
  27. Zondigen verlaat God niet
  28. Kerk hospitaal voor zondaars
  29. Grootste oorzaak van atheïsme in de wereld zijn de Christenen
  30. Onvergeeflijke zonde en berouw
  31. Neem afstand van het kwade
  32. God wil u gunst betonen
  33. Fundamenten van het Geloof: De goedertierenheid van God
  34. Bedekking der zonden
  35. Aanwijzingen voor redding te vinden
  36. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 1 Mens geplaatst in wereld van groen en andere levende wezens
  37. Het loon der zonde is de dood; maar de genadegave van God is het eeuwige leven in Christus Jesus
  38. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 1
  39. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 4 Verzet tegen God en Overeenkomstige prijs
  40. Vraag: Als men uit God geboren zou zijn waarom zouden wij dan nog vergiffenis moeten vragen?
  41. Antwoord op Vragen van lezers: Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden
  42. Gelukkig de mens die niet de raad volgt van wie zonder God leven
  43. Vreemdelingschap
  44. Geen race voor de snelste, noch een strijd der helden
  45. Een race niet voor de snelste, noch een strijd om de sterkste
  46. Zij die in de renbaan lopen en geroepen zijn voor rechtvaardiging door geloof
  47. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen
  48. De Bekeerling, bekeringsactie en bekering
  49. Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
  50. Doemdenkers en ons lijden
  51. Waarom laat God het kwade toe
  52. Eerlijkheid begin van heiliging
  53. Christadelphians kinderen van God

+++

Gerelateerd

  1. Ontdek jou passie
  2. Nederigheid bring Wysheid
  3. Sat en moeg hiervoor?  Gaan doen wat God doen: Maak ʼn einde daaraan.
  4. Gedrag beide: Vreemd en Lelik!
  5. Metaalskuim.  
  6. Vanself goed genoeg?
  7. Oeps! Foutjie. . .
  8. Onthou wat Hy vir ons gedoen het

Kritiek op religie hebben

“Het is jammer dat als je kritiek op een religie uitoefent dat je dan opeens wordt neergezet als een boze, ‘witte’ man.
Tegen dat ‘witte’ en dat man zijn kan ik niets doen.
Boos ben ik eigenlijk nooit.
Maar wat veel moslima’s met mij doen is precies wat ze mij verwijten.”

~Jan Jaap de Ruiter

 

Bijbels geloof en heidense filosofie

In Handelingen 17 lezen we over Paulus’ ontmoeting met twee filosofische stromingen in Athene: de Epicureïsche en de Stoïcijnse school.

Als we tijd en geografie buiten beschouwing laten, lijkt het alsof wij worden geconfronteerd met de ‘wijsheden’ in ónze tijd. Want het wereldse denken in Paulus’ dagen vertoonde bepaalde overeenkomsten met dat in onze wereld.

De Epicureïsche wijsgeren gingen er in hun dagelijks leven van uit, dat alles door toeval was ontstaan. Slechts in theorie geloofden zij in “de goden”. Deze goden, zo ver weg, konden niet werkelijk geïnteresseerd zijn in de wereld en haar bewoners. Zij waren voor deze wijsgeren geen realiteit. Zij waren eigenlijk atheïsten. Hun uitgangspunten lijken sterk op die van hedendaagse levensgenieters. Zij gaven zich over aan de geneugten van het leven en koesterden het vlees.

De god van de Stoïcijnen was de natuur. De mens maakte daar deel vanuit. Zij bewoog zich in vastgestelde kringlopen, die de mens niet kon veranderen. De Stoïcijnen geloofden dat alles door het noodlot werd bepaald. Dat lot heette dan Gods wil. Aangezien alles wat er gebeurt Gods wil is, zit er niets anders op dan dat de mensen moeten leren alles te accepteren.

Op het moment dat de wereldcyclus ten einde komt, valt alles uiteen in een vuurbal. Dan begint alles weer van voren af aan. Alles wat plaats vindt is van te voren bepaald. Omdat alles vooraf is vastgesteld, kan er niets worden veranderd.

De Stoïcijnen leerden dat het maar het beste is je te schikken in je lot. Je moet dat doen door je te oefenen onafhankelijk te zijn.
Omgaan met het kwaad lukt het beste als je een onverschillige levenshouding probeert aan te nemen. Dit geeft je vrede in je geest. De Stoïcijnen onttrokken zich aan het vlees.

 

De prediking door Paulus

In zo’n denk- en leefwereld verscheen de apostel Paulus met het evangelie. Zijn prediking bestond uit zes hoofdpunten,:

Verzen 24-25

Lucius Annaeus Seneca meest gekende van de stoïcijnse filosofen

In tegenstelling tot de Epicureërs, die leerden dat de goden verwijderd waren van de natuur, of de Stoïcijnen die leerden ‘god is de natuur’, zei Paulus dat God, hoewel ver boven ons verheven, toch zeer betrokken is bij de wereld die Hij maakte. Wat Paulus zei is tevens een les voor alle tijden. Het is maar al te waar dat mensen vaak aanbidden wat hun handen hebben gemaakt.
De ‘god’ van een mens is dat waaraan hij al zijn tijd, geld, energie en aandacht geeft, waardoor deze god belangrijker voor hem is dan zijn Schepper. Dat kan van alles inhouden: sport, studies, hobbies en vermaak.

Vers 26

In contrast met de Epicureërs, die welbeschouwd op atheïstische evolutionisten lijken, en leerden dat de wereld door toeval ontstond, of de Stoïcijnen, wier ‘god’ de wereld was die zichzelf draaiende houdt volgens onveranderlijke wetten en eindeloze herhalingen, predikte Paulus dat God onze Maker is en ons zegent. Niet het noodlot bestuurt ons, maar Gods hand.

Verzen 27-28

De fatalistische Stoïcijnen leerden dat alles zou samensmelten tot een pantheïstische god. De praktisch ingestelde atheïstische Epicureërs leerden dat de goden heel ver van de mens waren verwijderd en al helemaal niet in hen geïnteresseerd. Paulus zei dat God ons zó heeft gemaakt (naar Zijn beeld) dat wij Hem kunnen zoeken. Er is dus met God contact mogelijk.

Griekse dichter Aratus

Paulus haalde twee citaten aan van twee van hun nationale dichters: Aratus en Cleanthes. In elk van hun gedichten komt de zin voor:

“Wij zijn van Zijn geslacht”.

Verzen 29-30

De dagen van donkerheid en onwetendheid zijn nu voorbij en verleden tijd. De wijsgeren hebben ongelijk.

Als het waar is dat God ons heeft gemaakt, dan kan onze opvatting van God niet iets zijn dat wij maken. Zoals wij macht hebben over goud, zilveren steen, zo heeft God macht over ons. God straft ons niet direct als wij afgoden dienen, maar eist wel degelijk bekering.

Zolang de mens op zoek was in de duisternis kon hij God niet leren kennen. God zag vroeger hun dwaasheden en fouten over het hoofd. Nu is het anders:

De ware kennis van God is tot ons gekomen in Christus.

Vers 31a

De oordeelsdag komt naderbij.

Voor de mens is het leven niet een weg die leidt tot vernietiging, zoals de Epicureeërs leerden. Het is evenmin een weg die ons opneemt in een god die Natuur heet, zoals de Stoïcijnen dachten.

Het is een reis naar de Rechterstoel van Christus.

Vers 31b

Het grootste teken van Gods bemoeienis in deze wereld is de opstanding van Jezus Christus. We moeten niet worden verenigd met een Onbekende God, maar met de door de hemelse Vader opgewekte Christus.

 

Gemengde reacties

Paulus had minder succes in Athene dan elders, waar “niet vele wijzen, niet vele invloedrijken” waren (1 Kor. 1:26). De inwoners van Athene zeiden dat zij op zoek waren naar wijsheid. Zij wilden geen actie. Zij waren niet op zoek naar conclusies. Zoals velen tegenwoordig wilden zij alleen maar praten en discussiëren, en niets doen. Sommigen spotten. Zij vonden die enthousiaste joodse Paulus waarschijnlijk maar een vreemde snuiter. Voor hen was het leven een soort grap. Maar grappen eindigen vaak in tragedies. Uiteindelijk worden wij allemaal geconfronteerd met de harde realiteit van het sterven. Sommigen zeiden:

Wij zullen u hierover nog wel eens horen.

Dat zijn mensen die belangrijke beslissingen altijd maar uitstellen. Maar aan het eind van onze levensreis is er geen ‘morgen’ meer.

Dionysius de Areopagiet uit Athene

Sommigen kwamen tot geloof. Dit is de enige veilige weg. Enige mannen sloten zich bij Paulus aan. Er was ook een vrouw, Dámaris, die tot geloof kwam. En dan was er Dionysius, een Areopagiet, lid van het Tribunaal. Het was alsof de rechter van zijn stoel opstond, en zich bij de gevangene aansloot in de afgesloten ruimte van de rechtzaal. Van menselijk standpunt bekeken was zijn bekering een triomf voor de waarheid. Een lid van het Tribunaal genoot de hoogste reputatie onder het volk vanwege zijn intelligentie en voorbeeldige gedrag. Dionysius gooide zijn carrière te grabbel, omdat Christus het waard is!

M.R.

++

Aanverwant

  1. Bereshith 3:1-6 Het bedrog
  2. Dingen laten komen zoals ze zijn geweven in je levenslot
  3. Controleer uw lot of iemand anders zal het doen

Geloof en onderzoek: Schepping, intelligent design, evolutie (5) De atheïstische fundamentalist

De ‘overbodige’ God

Een opmerkelijk verschijnsel in de wetenschap is dat je zelfs daar af en toe op een duidelijke vorm van fundamentalisme kunt stuiten. Nu is dat karakteristiek voor mensen in het algemeen, dus ook voor (bepaalde) wetenschappers.

Sinds de ‘Verlichting’ is men alle vormen van godsdienst gaan zien als vormen van onderdrukking van de mens, die daarvan ‘bevrijd’ moest worden. En de nieuw verworven wetenschappelijke inzichten werden in dienst gesteld van dit streven: kennis zou de mens vrij maken.

Allerlei natuurverschijnselen, ooit toegeschreven aan ‘de hand van God’, kon men nu wetenschappelijk verklaren. En men nam optimistisch aan dat op den duur alles zo verklaard zou worden. God werd voor de verklaring van dit soort zaken dus meer en meer ‘overbodig’ en schoof daarom steeds meer naar de achtergrond. Aan het eind van dat proces zou je Hem dan zonder bezwaar kunnen ‘afschaffen’.

Ik wil er hier met nadruk op wijzen, dat voortgang in de wetenschap niet noodzakelijk leidt tot de conclusie dat God niet bestaat; de wetenschap werd alleen in dienst gesteld van een streven die conclusie te bereiken en te onderbouwen. Anders gezegd: wetenschap leidt niet tot atheïsme, maar het atheïsme begon de wetenschap te gebruiken voor haar eigen specifieke doeleinden.

Het failliet van een idee

Dat ‘overbodig maken van God’ lag echter vooral in het verklaren van de natuur. Maar er is meer, zoals bijvoorbeeld alle ethische kwesties.Daarom begon het humanisme de gedachte te ontwikkelen dat de mens van nature goed is, want als ethiek niet van de godsdienst komt, moet het ergens anders vandaan komen. Om dat aannemelijk te maken, werd erop gewezen dat oorlogen altijd werden veroorzaakt door de godsdienst. Dus:

schaf godsdienst af en je hebt geen oorlog meer.

Nu werden veel oorlogen inderdaad godsdienstig gemotiveerd, maar daarom nog niet door die godsdienst veroorzaakt. Maar vooral het marxisme heeft deze gedachte innig omhelsd. En omdat de mens nu eenmaal niet weet wat goed voor hem is, werd het atheïsme desnoods met geweld afgedwongen. Inmiddels zijn we enkele wereldoorlogen en een paar fascistische en stalinistische regimes verder, en het failliet van deze leer is de meeste mensen (niet alle!) intussen wel duidelijk.

De Bijbelse leer dat de mens van zichzelf slecht en zelfzuchtig is, en dat alleen een continue oriëntatie op God er nog iets van kan maken, is intussen naar alle maatstaven van wetenschappelijk bewijs volkomen overtuigend empirisch aangetoond. Nu zou dat juist voor evolutionisten niet vreemd moeten zijn, want een eenvoudige evolutieleer, gebaseerd op het overleven van de meest geschikte variant (‘survival of the fittest’) zou het bestaan van ethisch besef juist moeten uitsluiten.
Immers, hoe zelfzuchtiger een variant, hoe groter zijn kansen om te overleven. Het probleem is juist gelegen in het feit dat ethisch besef niet allang totaal afwezig is, weg geselecteerd door de evolutie.

Het eerste slachtoffer van een oorlog

Maar fundamentalisme laat zich nooit gemakkelijk overtuigen. Beginjaren ’70 van de vorige eeuw werd door sommige evolutionisten een aangepaste opvatting over het evolutionaire proces voorgesteld. Daaraan werd vervolgens een wetenschappelijk congres gewijd. Dat is normaal: niets is wetenschappelijker dan voor- en tegenstanders van een opvatting met elkaar te laten discussiëren. Maar toen het Amerikaanse blad ‘Science’ daar een themanummer aan wijdde, leverde dat een ingezonden brief op van een verontwaardigde lezer die het de redactie kwalijk nam aandacht te hebben besteed aan deze controverse: dit speelde ‘de vijand’ in de kaart.      Laat dit even op u inwerken.     Hier werd serieus voorgesteld een mogelijke stap voorwaarts in wetenschappelijk inzicht geheim te houden omdat ‘de vijand’ daar anders wellicht voordeel uit zou kunnen trekken. Dit is geen wetenschap meer, dit is godsdienstoorlog! En we kennen allemaal het gezegde:

het eerste slachtoffer van een oorlog is de waarheid.

De fundamentalist achter deze brief beschouwt zich als voorvechter van een absolute waarheid, die desnoods met behulp van leugens moet worden verdedigd. En van dergelijk fundamentalisme zijn nog andere (ook meer recente) voorbeelden te geven. En let op dat de in het geding zijnde ‘godsdienst’ niet het christendom is, maar het atheïsme.

Een voorgeprogrammeerde mens?

Veel gevaarlijker is echter het streven van bepaalde fundamentalisten uit deze hoek, die het hiervóór besproken probleem van het bestaan van ethiek proberen te omzeilen, door daar toch een ‘evolutionaire’ verklaring voor te geven.

Onzelfzuchtig gedrag zou weliswaar ongunstig zijn voor het individu, maar juist gunstig voor het voortbestaan van de soort; we zouden dat dus breder moeten zien. Het bekendste voorbeeld van deze opvatting, is het boek ‘The selfish gene’ (de zelfzuchtige genen) van Richard Dawkins. Onze genen, zo betoogt hij, zijn door het evolutieproces zo geprogrammeerd dat ze streven naar de maximale kans op het blijven voortbestaan van onze (eigenlijk hun) erfelijke eigenschappen, ook wanneer dat ten koste gaat van de individuele drager van die genen en die eigenschappen. Daarmee wordt ethiek dus niet verklaard, maar integendeel juist weggeredeneerd: uiteindelijk is (volgens Dawkins) ook schijnbaar ethisch gedrag gebaseerd op een vorm van zelfzucht, alleen op collectief in plaats van op individueel niveau. En alles wat we doen is op die manier al in onze genen voorgeprogrammeerd. Maar als we dat consequent door redeneren, komt dat er op neer dat alles wat nuttig is voor het voortbestaan van de beste erfelijke eigenschappen (ongeacht de ethische consequenties) daarmee gerechtvaardigd is, ook wanneer dat naar andere maatstaven volslagen onethisch is (ethiek is immers alleen maar een illusie). Die opvatting hebben we echter al eerder beleefd: dat heette toen ‘eugenetica’, wat inhield dat je het recht (of zelfs de plicht) had om alle ‘inferieure’ levensvormen (zowel lichamelijk als geestelijk minder goed uitgeruste soortgenoten) uit het voortplantingsproces te elimineren. Vooral de nazi’s zijn daar druk mee geweest, maar het is uiteindelijk toch niet erkend als een triomf van verlicht menselijk denken. En dat is maar goed ook, want veel verder kun je niet van God verwijderd raken. Maar atheïstische fundamentalisten hebben die hoop kennelijk nog steeds niet opgegeven. Want doorgedraaid atheïsme is ook een vorm van godsdienst en in godsdienstig fundamentalisme is, in naam van de grote ‘god’, alles geoorloofd.

R.C.R.

+

Voorgaande

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum