Zij heeft gedaan wat zij kon

Lof van Christus ontvangen is een rijke beloning. Sommigen hebben die al verdiend en gekregen.

Anderen hebben het nederig vertrouwen dat zij die krijgen wanneer zij zullen staan.

*

Onder hen die van de Meester lof ontvingen toen hij op aarde leefde was Maria, de zuster van Lazarus.
Hun huis in Betanië onderscheidt zich in de evangeliën als de enige plek waar Jezus liefde en een ware
verkwikking van lichaam en geest kon vinden. De deuren stonden altijd voor hem open en hij vond daar
vrede en rust. Is het dan verwonderlijk dat er staat geschreven:

“Jezus had nu Marta en haar zuster (Maria) en Lazarus lief” (Johannes 11:5)?

Tot deze haven van rust kwam Jezus aan het begin van die drukke week die zou eindigen in zijn foltering en kruisiging. Hij wist heel goed wat hem te wachten stond:

“Hoe beklemt het mij, totdat het volbracht is” (Lucas 12:50).

File:Zimmermann Christus bei Maria und Martha.jpg

Jezus op bezoek bij Maria en Marta – Christus bei Maria und Martha. 1836 – Standort des Gemäldes: Sakristei der St. Marienkirche in Pirna

Wat is het een troost te weten dat hij, tijdens die laatste dagen en nachten voor zijn lijden, in dat huis in Betanië door vrienden ontvangen en verzorgd werd. Wij lezen dat zij op de sabbatsnacht van die week voor hem een maaltijd aanrichtten; waarschijnlijk het gewone feest in een Joods huishouden ter afsluiting van de sabbat. Marta bekleedde haar gebruikelijke rol van gastvrouw en hield zich druk bezig met het bereiden van de maaltijd. Maria heette de meester op een andere manier welkom: zij nam een albasten kruik vol echte, kostbare nardusmirre, en zalfde zijn voeten terwijl hij aan de tafel aanlag. Beide zusters hebben Jezus gediend. Marta zorgde met haar huishoudelijke vaardigheden rijkelijk voor zijn lichamelijke noden.

De dienst van Maria was van een andere aard en lag op een ander niveau. Had zij een voorgevoel waarop zijn bezoek deze keer zou uitlopen? Zag zij de dreigende tragedie van Golgota al opdoemen? Jezus’ commentaar op haar liefdesdaad lijkt dit te steunen:

“Zij heeft gedaan, wat zij kon; van tevoren heeft zij mijn lichaam gezalfd voor de begrafenis” (Marcus 14:8).

Maar welke gedachte deze grote daad van toewijding ook geïnspireerd zou kunnen hebben, deed deze wel de veroordeling van sommigen van de aanwezigen op haar hoofd neerkomen. Mattheüs vertelt,

“De discipelen … waren verontwaardigd en zeiden: Waartoe die verkwisting?”.

Maar Johannes openbaart de oorsprong van deze onbarmhartige veroordeling, wanneer hij zegt dat het de stem van Judas Iskariot, de toekomstige verrader, was wiens stem zich tegen deze vermeende verkwisting verhief:

“Waarom is deze mirre niet voor driehonderd schellingen verkocht en aan de armen gegeven?”

Met het daarop vernietigende commentaar van Johannes:

“Maar dit zei hij niet, omdat hij zich om de armen bekommerde, maar omdat hij een dief was en als beheerder van de kas de inkomsten wegnam” (Johannes 12:5-6).

Er wordt met geen woord gerept over verontwaardiging bij de discipelen over de bediening van Marta! Het feest van lekkernijen riep helemaal geen kritiek op! Zelfs Judas kon die waarderen. Maar de dienst van Maria – minder duidelijk in bedoeling en meer geestelijk van aard – wordt zelfs door sommigen uit de ‘intieme kring’ van de discipelen als verkwisting veroordeeld! Hoe bemoedigend moet dan voor Maria het antwoord van Jezus zijn geweest:

“laat haar begaan; waarom valt u haar lastig?
Zij heeft een grote daad aan Mij verricht…Voorwaar, Ik zeg u, overal waar het evangelie verkondigd zal worden, over de gehele wereld, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van wat zij gedaan heeft” (Marcus 14:6,9).

Het verslag in Marcus voegt dan die betekenisvolle woorden toe aan de lof van de Meester:

“Zij heeft gedaan, wat zij kon” (vers 8).

Dat werpt een interessant licht op de bediening door Maria, en op het gezichtspunt van waaruit Christus die beoordeelde. Wij zouden misschien gemeend hebben dat Maria’s gave van kostbare nardusmirre en haar toewijding aan Jezus van zulk een
overtreffende aard was, dat enige suggestie van beperktheid daarvan uitgesloten is. Schuilt er in de woorden van Marcus echter niet een aanwijzing dat het verlangen van Maria om Christus te dienen ver uitsteeg boven haar gave op zich? Het verlangen te dienen, en de gelegenheid daartoe, kunnen toch twee verschillende dingen zijn. Het gevaar voor iedere discipel schuilt hierin dat wij, wanneer wij niet ten volle kunnen dienen, zouden kunnen vervallen in moedeloze passiviteit. Maria heeft die fout niet gemaakt, zij heeft gedaan wat zij kon. Christus aanvaardde en prees haar bediening, al waren sommigen snel om die te veroordelen.

“Zij heeft gedaan wat zij kon”.

Ligt er niet een les voor ons in deze woorden van de Meester? Wachten wij op de grote gelegenheid? Beperken we ons tot een mate van dienstbaarheid die met onze gevoelens van toewijding aan Christus overeenkomt? Zo ja, dan missen wij misschien vele gelegenheden ‘kleinere’ diensten te bewijzen, die voor Christus acceptabel en lovenswaardig zijn. Zijn oordeel op de grote dag van de afrekening zou ons dan kunnen verbazen, zoals bij de discipelen in dat huis te Betanië het geval was.
Er zal voor ons geen grotere teleurstelling denkbaar zijn, dan het besef dat wij de lof van de Meester missen, omdat wij de gelegenheden hem te dienen niet gebruikt hebben.

++

Lees ook:

  1. Het begin van Jezus #12 Gezalfd na Johannes de Doper
  2. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  3. Zalving als teken van verhoging
Advertisements

Bouwen op het bijbels fundament: De apostelen deden het toch ook

De apostelen deden het toch ook

“11  want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt-Jezus Christus zelf. 12 Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro, 13 van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is.” (1Co 3:11-13 NBV)

Elke christen zou zich eigenlijk moeten afvragen: wat is nu feitelijk de essentie van dit christendom van mij, waar gaat het nu echt om? Dat kan soms best lastig zijn, zoiets als ‘beschrijf het eiland waar je woont’, wanneer je daar nog nooit vanaf bent geweest. Als je de rest van de wereld kent, ken je ook de verschillen en weet je wat kenmerkend is voor je eigen plekje. Maar als je die niet kent, waar leg je dan de nadruk op? Maar ook: als je die rest van de wereld wel kent, waar leg je dan de nadruk op? Op het strand en de duinen, de polder en de vogels? Of op de saamhorigheid van die kleine leefgemeenschap enerzijds, en anderzijds het feit dat je er niet op hoeft te rekenen dat je binnen een half uur in een ziekenhuis ligt wanneer er iets grondig mis is gegaan?

Verpakking of inhoud

Zo ook: hoe zou je je geloof omschrijven ten opzichte van andere christelijke stromingen, of ten opzichte van andere religies? Waar leg je de nadruk op? Benadruk je de verschillen met die anderen, of zoek je het in het positieve en ben je in staat te wijzen op wat werkelijk kenmerkend is en waarde heeft? Dat laatste vereist uiteraard een goed inzicht in waar het echt om draait. Noem je bijvoorbeeld het feit dat je elke zondag naar de kerk gaat? Of spreek je over verlossing, vergeving van de schuld waarvoor je eigenlijk zou moeten sterven, en een hoop op leven die je desondanks toch hebt gekregen? En doe je dat dan op de trotse toon waarop een ander het over zijn nieuwe dure auto heeft, of doe je dat op de nederige toon van iemand die ten volle beseft dat hij – naar Gods maatstaven gemeten – al dood had moeten zijn en nu op cadeau gekregen tijd leeft? Wat geen enkele andere levensbeschouwing zou kunnen bieden?
Anders gesteld: leg je de nadruk op de verpakking, of op de inhoud?

Wie om zich heen kijkt, ziet dat voor velen de verpakking vandaag allang belangrijker is geworden dan de inhoud. Een ‘bekende Nederlander’ werd onlangs gevraagd of ze religieus was. Het antwoord was:

‘Ik ben diep religieus’,

en meteen daar achteraan:

‘maar met het concept God kan ik niet zo goed uit de voeten’.

Religie betekende voor haar glas-in-lood ramen, Mariabeelden en de geur van wierook. Een extreem voorbeeld? Uiteraard, maar staat het echt zo alleen? Voor velen bestaat christendom inderdaad uit indrukwekkende diensten met indrukwekkende rituelen, liturgische gewaden en loepzuiver gezang van professionele koren. Voor anderen juist uit massale bijeenkomsten in de open lucht met veel spontaan gezang op moderne muziek, handgeklap en hallelujageroep. Voor weer anderen zijn het genezingssessies in grote ‘glazen tempels’, spectaculaire duiveluitdrijvingen, of ‘het spreken in tongen’. En in het dagelijks leven is het voor de een sociaal bezig zijn in zijn omgeving, en voor de ander het vermijden van frivoliteiten en geen TV-kijken op zondag; voor de een het steunen van een bevrijdingsbeweging in een ver land en voor de ander het verspreiden van traktaatjes, of geld geven voor een of ander kerkelijk doel.

Op zoek naar de essentie

Sommige van zulke dingen zijn heel spectaculair, andere juist veel minder ‘zichtbaar’. Veel ervan zijn ontegenzeggelijk nuttig voor de maatschappij, andere toch meer gericht op het krijgen van ‘een goed gevoel’. Sommige worden verdedigd door er op te wijzen dat ook de apostelen zulke dingen deden, andere met het argument dat ze juist ‘de vertaling naar deze tijd’ zijn van zulke apostolische activiteiten. Maar ze hebben allemaal gemeen dat ze uiterlijkheden en bijzaken betreffen. Niet dat ze in alle gevallen onbelangrijk zouden zijn, maar ze vormen – als zodanig – toch niet de essentie van het christendom. Ook een atheïstische humanist kan heel sociaal en onbaatzuchtig bezig zijn, en op het eerste gezicht lijkt er ook weinig verschil te zitten tussen het ‘heb je vijanden lief’ van de bergrede en het ‘je moet je vijanden overwinnen door beter te zijn dan zij’ van een door orthodoxe christenen weinig gewaardeerde vorm van ‘afgoderij’. Genezingen, zelfs ‘duiveluitdrijvingen’, zijn veelvuldig te vinden op de pagina’s van het Nieuwe Testament, maar evenzeer in de binnenlanden van Afrika. Ook zulke zaken vormen niet de essentie van het Christendom.

Imiteren of navolgen

Je ziet jonge kinderen vaak het gedrag en het spreken van hun ouders imiteren zonder dat ze werkelijk begrijpen waar dat toe dient. Ze imiteren de uiterlijke vorm maar het heeft geen inhoud. Ze denken zo te tonen dat ze al ‘groot’ zijn, maar het toont juist hun gebrek aan begrip. Als volwassenen weten we dat ‘groot zijn’ niet zit in zulk gedrag, maar in de dingen die daar toe leiden. En zo gaat dat ook met het opgroeien in het geloof. Dat gaat ook niet om het imiteren van het gedrag van Christus of de apostelen, maar om het ontwikkelen van een karakter, om het opbouwen van ‘de gezindheid van Christus’: niet het ‘imiteren’
maar het ‘navolgen’ van Christus. En wellicht leidt dat dan weer tot zulk gedrag,maar dat hangt af van de situatie waarin God ons plaatst. Veel wat we als christen doen, of zouden moeten doen, kan ook gedaan worden vanuit andere motieven, en wordt
ook vaak gedaan vanuit zulke andere motieven. Op zichzelf is dat nog geen christendom. Je kunt weliswaar geen christen zijn zonder naastenliefde te tonen, maar je kunt wel degelijk heel erg veel naastenliefde tonen zonder christen te zijn. Dus daar zit de kern toch niet.

Jezus’ missie was niet het genezen van zieken of het ‘solidair zijn met de armen’, maar het doen van een laatste oproep tot bekering aan zijn volk. Die genezingen waren een vervulling van de profetieën die hem aanwezen als de Messias, ze waren zijn identificatie. Hij wijst de boden van Johannes de Doper daarop (Luc. 7:21-22), maar wat werkelijk van belang is, laat hij er meteen op volgen:

“Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot neemt” (vs 23)

wat in dit verband betekent:

… wie mij niet houdt voor een valse profeet.

O zeker, hij was vervuld van mededogen met allen die het moeilijk hadden in het leven. Maar hij was niet gekomen om alle ziekte uit het land uit te bannen. Zijn genezingen waren zijn identificatie, en tegelijkertijd een voorafschaduwing van het koninkrijk dat hij ooit op deze aarde zou komen oprichten. En het zou de taak van zijn apostelen zijn het woord verder te verspreiden, tot in heidense landen.
En ook daarbij zouden de genezingen die dubbele functie vervullen van autorisatie en van voorafschaduwing van wat eens zou komen. Maar tijdens zijn drie-jarige prediking genas Jezus niet alle zieken, want wanneer Petrus en Johannes in Hand. 3 naar de tempel gaan treffen zij bij de toegangspoort een verlamde die daar al vele decennia lag. En in de brieven van Paulus lezen we af en toe over medewerkers die ‘ten dode toe’ ziek zijn geweest en die hij kennelijk niet heeft kunnen genezen, of die hij ergens ziek heeft moeten achterlaten.

De kern van het geloof

Het gevaar van het louter imiteren van wat Jezus en de apostelen deden, of de gelovigen van het eerste uur, is dat het de nadruk legt op wat per saldo toch maar uiterlijkheden en bijzaken zijn. Sommige daarvan zijn niet echt belangrijk of zelfs helemaal niet. Andere zijn inderdaad van groot belang, maar ook dan niet de hoofdzaken, de dingen waar het ten diepste om gaat. Waar het werkelijk om gaat is de relatie met God, om het besef dat we die relatie eigenlijk had den verspeeld door onze zonde maar dat die toch weer is hersteld, niet door onze verdienste maar door Gods genade, en om de diepe dankbaarheid die we daarvoor zouden moeten voelen. Al die andere aspecten zijn alleen maar de consequenties daarvan, vaak zelfs de onvermijdelijke consequenties, maar toch niet de hoofdzaken. Wat kenmerkend is voor het ware geloof is die relatie, en de rest heeft alleen werkelijke waarde voor zover het daar uit volgt. Want alleen dan gaat het echt om de inhoud en niet om de verpakking.

R.C.R.

+

Aansluitende lectuur

  1. Geloof
  2. Geloof en geloven
  3. Geloof in Jezus Christus
  4. Geloof in slechts één God
  5. Geloof niet zonder daden
  6. Geloof – Vertrouwen voor het ongeziene
  7. Geloof voor God aanvaardbaar

+++

Gerelateerd

  1. Nep christenen
  2. Fundamentalisme: De kunst van het God onder de duim hebben.
  3. Scheepje (z)onder Jezus’ hoede

Overdenking voor vandaag

Niets is eindig…
maar een overgang!


‘Wanneer gij door het water trekt, ben Ik met u, gaat gij door rivieren, zij zullen u niet wegspoelen, als gij door het vuur gaat, zult gij niet verteren en zal de vlam u niet verbranden. Want Ik, de Here, ben uw God, de Heilige Israëls, uw Verlosser, Ik geef Egypte, Ethiopie en Seba als losgeld in uw plaats.’
Jesaja 43:2-3

Kerkzijn in een ik-gerichte tijd

In onze kapitalistische maatschappij waar er geen plaats meer is voor God en gebod zullen de kerken het alsmaar moeilijker en moeilijker krijgen om op te botsen tegen de entertainment en materie liefhebbende wereld.

Door de vele (valse) menselijke leerstellingen hebben heel wat kerkgemeenschappen het moeilijk om dingen duidelijk uit te kunnen leggen of uit te klaren. De meerderheid van de kerkgemeenschappen zijn helemaal afgeweken van de Bijbelse waarheid en hebben zich een eigen godheid toegemeten waarvan zij afbeeldingen hebben gemaakt, ook al verzoekt de Schepper van hemel en aarde geen afbeeldingen te maken voor verheerlijking of aanbidding van Hem noch van andere goden.

Vandaag hebben de mensen die mensgod van vele christelijke geloofsgroepen opzij gezet om hun eigen hoogheid naar voor te schuiven. Velen achten zichzelf god en handelen er naar. Voor de meerderheid van de mensen draait het om het eigen ik en om de verwerven van heet eigen fortuin. In dat plaatje past die godmens Jezus niet, noch al die priesters die het hoge noorden blijkbaar niet weten te vinden en zowel zichzelf als anderen en de bijbel lijken tegen te spreken, wat voor nog eens extra verwarring zorgt.

Het mag positief te noemen zijn dat er hier en daar lichtpuntjes opsteken waarbij mensen toch hun ergernis over de hebzucht van de mens durven uiten. Hier en daar komen er toch ook al meer stemmen op om die verwaarloosde aarde terug onder de hoede te nemen en om meer te gaan denken aan anderen en vooral ook aan diegenen die na ons zullen komen.

Indien er terug zaden van wij-culturen geplant zijn geworden zullen wij met een hoopvol hart uitkijken naar hun ontwikkeling.

Of die wij culturen nog een open hart zullen hebben voor geloofsleven zal een andere zaak zijn.
Hoog tijd wordt het in ieder geval dat de Kerken weer hun ware gezicht zullen tonen en hun stem meer zullen laten horen, de taak opnemend die Jezus zijn volgelingen gegeven heeft, namelijk uit te gaan over de gehele wereld en het Goede Nieuws van het Koninkrijk van God te verkondigen.

Wij zullen mee op de uitkijk staan voor die goede Nieuws brengers.

*

Op te nemen

  • Dominee Ferdinand Bijzet maakt gehakt van de keuze van jongeren die geen belijdenis doen in de kerk, maar in een tuin (ND 30 augustus).

Waarom zou men speciaal naar een specifiek gebouw moeten gaan om God te aanbidden of om zijn geloof te belijden?

  • dilemma’s die de vrijgemaakte kerk van Zwolle-West ervaart (ND 27 augustus), gaan niet alleen over belijdenis doen in de kerk of in een tuin.
  • verkondiging waarin dilemma’s centraal staan
  • gemeenteleden die last hebben aangesproken te worden op bepaalde zaken
  • christenen die verantwoordelijk werk hebben, maar afspraken niet nakomen.
  • onder vrijgemaakten kerkbesef weggevaagd
  • kerken lijden onder verdeeldheid, marginalisering, relevantieverlies, zelfexpressiedrang van haar leden, ik-gerichte cultuur
  • (hyper)individualisme aan het voorbijgaan

++

Aanvullend

  1. Materialisme, “would be” leven en aspiraties #1
  2. Materialisme, “would be” leven en aspiraties #2
  3. Materialisme, “would be” leven en aspiraties #5
  4. Materialisme, “would be” leven en aspiraties #7
  5. Een Drievoudige God of simpelweg een éénvoudige God
  6. Hoe we denken schijnt door in hoe we handelen
  7. Fragiliteit en actie #3 Verleden en Vervolg
  8. Schoonheid van heiligheid
  9. Donkere periodes en het uitkijken naar vrede

+++

Verder aanverwante lectuur

  1. Lof offers
  2. Aanbidding – Dis die rede vir jou bestaan
  3. Heftig aan de wortels van de stamboom schudden… harder! deel 1/2
  4. Vinnig of Stadig?
  5. Preek: Psalm 2:10 Wees gewaarsku – ook oor godsdiens op skole
  6. Preek: Psalm 47 Alle volke moet die HERE prys
  7. Kerkelijk spreken in het licht van eenheid
  8. Schulderkenning en nieuw belijden als weg tot kerkelijke eenheid
  9. Stilzitten als je wordt geschoren.
  10. ‘Bijbelse’ vrouwelijke ambtsdragers. Gedachten bij het deputatenrapport GKv
  11. Korte samenvatting ‘Bijbelse’ vrouwelijke ambtsdragers. Verandert de GKv?

Matthijs Haak

Dominee Ferdinand Bijzet maakt gehakt van de keuze van jongeren die geen belijdenis doen in de kerk, maar in een tuin (ND 30 augustus). Op Twitter vond iemand het bespottelijk dat de kerkenraad als een knipmes buigt voor zo’n verzoek. Op dit soort reacties kon je wachten. Toch zitten die er flink naast. Want de dilemma’s die de vrijgemaakte kerk van Zwolle-West ervaart (ND 27 augustus), gaan niet alleen over belijdenis doen

View original post 530 more words

Angst voor ouderwetse regels en verlies van christenen

In het Nederlandstalig gebied van West-Europa zijn er heel wat die extreme ideeën hebben. Beiden maken elkaar bang en willen de anderen doen geloven dat zij deze contreien gaan of moeten overheersen.

De grote toestroom van immigranten doet veel mensen denken dat diegenen die zich hier willen komen vestigen, zich niet zullen aanpassen aan onze westerse samenleving en dat zij hun geloof aan de anderen zullen gaan opdringen.

Velen die zo bang zijn vergeten dat het enkel diegenen die zwak in hun eigen geloof staan bekeerd zullen kunnen geraken. Doch bekering loopt niet zo van een leien dakje. Wij moeten echter bewust zijn dat sommige geloofsgroepen weinig vergen om een bekeerling op te nemen en dit doen met aanlokkelijke slogans maar weinig diepgang. Gevolg hiervan zal zijn dat sommige van die bekeerden na een tijdje wel de waarheid zullen gaan inzien en die gemeenschap dan ook de rug zullen gaan toe keren. Hiertoe moet de rest van de maatschappij ook openstaan en er voor zorgen dat die ontmoedigden dan terug opgevangen kunnen worden in een ordelijke maatschappij.

Dat uit een studie van 2013, die nu zeer in de belangstelling is, blijkt dat in Nederland en vijf andere Europese landen tweederde van de ondervraagde moslims hun religieuze wetten belangrijker vinden dat de wetten van de landen waarin zij leven moet ons niet verwonderen. In wezen zouden de geloofswetten voor elke gelovige de basis waarden moeten vormen voor hun leven. Ook in het Christelijk geloof wordt er gevraagd om uit de wereld te stappen en zeker nooit akkoord te gaan met staatswetten die indruisen tegen de wetten van God. Bij de meerderheid van de Christenen is het echter zo dat zij zelf veel wetten van God niet na leven en eigenlijk weinig of geen interesse hebben in de beleving van het geloof of van God. Waar zij zich hoofdzakelijk aan houden zijn de heidense feesten en de menselijke tradities die eveneens meestal gebaseerd zijn op heidense gebruiken.

Dat er zo veel jongeren aangetrokken worden tot het islamitische geloof zou de mensen in het westen meer vragen moeten doen stellen. Indien veel christenen zich zouden gaan bekeren tot de islam zegt dat niet meer over die christenen dan over de islamieten?

Men kan er niet naast zien dat in de jaren 6070 van vorige eeuw heel wat Turken en Marokkanen naar hier zijn gekomen om meer te verdienen en zich een beter leven op te bouwen. Van die gezinnen bracht de meerderheid een conservatievere levensstijl mee dan de meerderheid in hun land. Die zeer oude conservatieve godsdienstbeleving bleef hier in hun kinderen ingedrukt geworden. Ook zij moesten zich houden aan de klassieke geloofsbeleving meet al de gebruiken van hun ouders hun heimat. Door hun afzondering en dikwijls het leven in ghettos kon hun geloofsbeleving stagneren en gingen velen niet mee met de tijd.

Door institutionele uitsluiting en stigmatisering kon de ‘underdog’ groeien en kreeg men uitvergrote verkeerde beelden. Bepaalde politieke partijen zagen hierin de kans schoon om zich te richten op hen die anders zijn dan de plaatselijke bevolking.

WLM - roel1943 - Koran

WLM – roel1943 – Koran (Photo credit: Wikipedia)

In beide groepen, moslims en niet moslims geraakten valse beelden aangenomen gedachten die niet altijd kloppen met de werkelijkheid. Zo hebben bijvoorbeeld moslims in Duitsland aanmerkelijk minder rechten dan in Nederland. Sterker nog: in geen enkel Europees land hebben moslims zoveel rechten als in Nederland. Nochtans voelen vele moslims in Nederland onterecht behandeld. Ook in België geraken meerderen ook meer gefrustreerd. Vooral de media die mee helpen om een angstpsychose te creëren helpen er aan mee om de ontevredenheid aan te scherpen.

Ook al willen de leden van het Christendom, en voornamelijk dan de Katholieken, geloven dat zij de grootste ware geloofsgemeenschap is, kan de Islam zich veroorloven te zeggen dat 1 op vier Islamiet is. Van de totale wereldbevolking in 2009 (6,8 miljard) werden er namelijk 1,57 miljard mensen als moslim geboekstaafd. Er leven ook meer moslims in Azië dan in het Midden-Oosten. Ook al zou slechts vijf procent van de Europese bevolking of  ongeveer  38 miljoen mensen, aanhanger van de Islam zijn moeten wij er rekening mee houden dat er een veel grotere groep is die niet behoort tot de algemeen erkende geloofsverenigingen of Moslimexecutieven.

Het zijn die anders gelovige moslims die zoals anders gelovige christenen toch ook een belangrijke geloofsgroep vormen. Ook in België zegt men dikwijls ‘de christenen’ maar doelt men op de katholieken en vergeet men heel wat christenen die heel andere gebruiken en geloofsovertuigingen hebben dan die Rooms Katholieken. Zo  ook  zijn er onder de Islamieten heel wat verschillende strekkingen die niet allemaal dezelfde regels hebben, laat staan de zelfde geloofsopvattingen.

Erg is het gesteld met de fundamentalistische groepen die zo veel aandacht krijgen in de media dat de gewone mens wel begint te geloven dat zij ‘de Islam’ voor stellen. Vooral de Moslimexecutieve of in het algemeen de Islamitische raden hebben hiertoe bij gedragen door niet tijdig tegenwind te geven en er op te duiden waar Alquada, ISIL, ISIS, IS of Daesh en Bokoharam dingen deden die indruisen tegen het ware islamitische geloof.

Pew Forum on Religion and Public Life bracht in 2009 naar voor dat Islam is de tweede godsdienst in de wereld na het Christendom, dat ongeveer 2,2 miljard volgelingen heeft. Nu zeven jaar later ziet het Christendom de zeer grote groei van die Islam als een bedreiging aan en beseffen velen dat er heel wat meer moslims zijn dan de geregistreerden.

In België is dat duidelijk te zien aan de vele streken waar meer dan de nu normale 25% moslims kan vast gesteld worden.

Die enorme groei van de laatste jaren, waarbij ook veel meer vrouwen met hoofddoek een gewoon straatbeeld zijn geworden, boezemt velen angst in dat het nog meer gaat doorzetten door de toestroom van migranten.

The Balkans Chronicles getuigt van zulk een angst in de volksmond. De auteur wil de mensen doen geloven dat de meeste mensen gewoon niet bewust zijn dat de islam niet zomaar een religie, maar een totalitaire politieke cult-achtige ideologie is, die zijn volgelingen dwingt tot blinde gehoorzaamheid, leert intolerantie, brutaliteit en alle moslims en niet-moslims vergrendelt in een strijd die rechtstreeks voortvloeien uit de 7e eeuw nomadische, roofzuchtige, Bedoeïen culture. {Islam is hier om Europa over te nemen!}

Waar hij dit vandaan haalt mag Joost weten. Hij schrijft verder

Deze politieke ideologie heeft als doel, de wereld te onderwerpen,hetzij vreedzaam door middel van zending en migratie, hetzij met geweld door middel van de heilige oorlog of jihad… {Islam is hier om Europa over te nemen!}

Zonder oog te hebben wat bepaalde zogenaamd christelijke groepen hebben uitgespookt de vorige eeuwen, hun moorddadige acties in de doofpot stekend, kijkt hij wel naar tegenreacties van Islamitische groepen.

Ook wijst hij met een boze vinger naar de migratieproblematiek waarin hij een verder gevaar van islamisering ziet. Hij schrijft:

In landen waar moslims met oorlogsvoering de sharia niet dwingend kan opleggen, daar wordt gebruik/misbruik gemaakt van migratie. Indonesië, Maleisië, Centraal Azië en delen van India dankzij migratie werden geïslamiseerd. Migratie is slechts een verkapte verovering en het zal pas eindigen wanneer de hele wereld is veroverd.Er zijn nu 57 staten waarin de islam regeert…

Europa wordt binnenkort een ‘islamitische staat’, waar de shari’ah geldt! De opkomst van de islam, betekent ook de opkomst van de sharia wetgeving in ons rechtssysteem.Veel menende term ISLAMISERING niet helemaal begrijpen.Met islamisering wordt niet alleen de toename van de moslimpopulatie bedoeld, en ook niet de militaire verovering van het land door moslims of de stichting van een islamitische staat. Islamisering is een proces waarbij de religie sluipenderwijs alle aspecten van het leven gaat domineren. {Islam is hier om Europa over te nemen!}

Dit lijkt wel Vlaams Blok of Vlaams Belang praat en is niet gestoeld op werkelijkheid maar getuigd ook van een onderschatting van het huidige staatsapparaat. Alsook onderschat het het vermogen van de Europese Unie als gemeenschap van federale staten die ook zelf hun eigen zeg in eigen land mogen doen.

Londen is een mooi voorbeeld hoe zijn gedachte over de komende twintig jaar, werkelijkheid kan worden en er niet alleen  genoeg islamitische kiezers in dat Europa zullen zijn, maar dat er ook anderen er voor zullen kiezen om op een Islamiet te kiezen als burgemeester of als President!  Heeft men er in het verleden zo veel vragen bij gesteld als het een Katholiek, Protestant, Niet gelovige, Humanist, Boeddhist of anders gelovige was die zich kandidaat stelde in een gemeente of in het land voor een kiesbare plaats?

Hebben die Christenen die zo bang zijn dat hun geloofsgemeenschap zal verminderen zich zorgen gemaakt toen atheïsten de burgemeesterposten gingen opeisen of parlementszetels gingen innemen? Waar waren dan die bezorgde christenen toen wetten werden goedgekeurd die tegen hun christelijk geloof ingingen? Toen leek het allemaal heel gewoon of moest iedereen maar mee op de kar van de vooruitgang klimmen.

Wat heeft men gedaan toen men gemeenschapsscholen or rijksscholen oprichtte, of protestantse Bijbelscholen of Joodse scholen terwijl men nu bezwaren heeft tegen sharia erfenissen, sharia scholen, en sharia banken in Europa?

Dat in Amsterdam polygame huwelijken officieel worden geregistreerd door de gemeentediensten is dat niet gewoon der werkelijkheid voor waar nemen? Trouwens heel wat Belgische blanke mannen houden er ook meerdere vrouwen op na, zonder dat zij al doende geregistreerd zijn. Is hun buitenechtelijke verhouding dan zo veel beter dan de echtelijke verbintenis van diegene die openen bloot voor meerdere vrouwen zorgt en hun goed behandelt?

Heel wat zogenaamde christenen zien er geen bezwaar in om seks te hebben voor het huwelijk of om met nog anderen seks te hebben als zij al door de echt met iemand anders verbonden zijn. Sommigen houden er zelfs van om van de verscheiden geslachten te snoepen en enkelen vinden het heel aangenaam om met meerderen tegelijk de liefde te bedrijven en vinden er zelfs geen bezwaar in om er mee te pronken.

De normen en waarde in onze westerse samenleving zijn zodanig laag komen te staan dat bepaalde bevolkingsgroepen terecht een halt toe roepen tegen die decadentie. Dat het voornamelijk Islamieten zijn, getuigd alleen maar hoe weinig christenen echt met het geloof bezig zijn en zich aan de regels van hun heilige boeken willen houden.

Sommige debatten zoals rond de hoofddoeken zijn dikwijls zaken die wij eerder bij de katholieken ook gezien hebben. De kinderboom generatie hebben hun ouders nog weten gescheiden zitten in de kerk en zagen hun moeders nog gesluierd en ofwel met hoedje of met hoofddoek de straat op gaan. Voor veel jongeren vandaag is dat niet meer gekend, maar dat wij ze gerust eens onze familie albums eens voor leggen.

Vele christenen zijn vergeten hoe de nonnen hun kapsels waren of hoe priesters in habijt rond liepen. In sommige landen is dat nog gewone praktijk.

Kan men niet inzien dat bepaalde islamitische groepen nu in een zelfde fase zitten als de christenen in de vorige eeuw hebben mee gemaakt?

Ook bij de moslims ziet men een duidelijke trent dat jongeren hun geloof minder diep beleven dan hun grootouders en ouders. Maar dat er terecht nu een opleving komt in geloofsbevraging is een feit waar wij in het westen beter zouden nadenken wat er in onze eigen cultuur verkeerd is gelopen. Indien christenen zo bang zijn dat het christendom zou ‘overwonnen’ worden door de islam, zouden zij zich dan niet beter aan de regels van die christelijke leer houden?

Betreft regels aan anderen opleggen moet iedereen die in het westen komt wonen zich aansluiten bij de rechtsbepalingen van dat land. Anders moet hij of zij dar niet wonen. Indien dat duidelijk wordt gemaakt aan hen die naar hier komen mag dat ook geen probleem vormen.

Iedereen, moslims maar ook christenen moeten zich er bewust van zijn dat geen enkele religie het recht heeft zich op te dringen aan anderen.

Analoog aan de uitspraak de Spaanse minister van Justitie López Aguilar (op 11-09-2004 ), geldt ook hier hetzelfde wat de Australische minister van Onderwijs Brendan Nelson zei:

“Indien u en uw achterban niet van plan zijn onze wetten, waarden en omgangsvormen te accepteren, hoort u hier niet thuis en dient u de koffers te pakken, paspoorten in te leveren en Australië te verlaten!” …

Maar dit hoeft niet in te houden dat zij niet hun eigen gebruiken en wijze van geloofsuitvoering zouden mogen hebben.  Zolang zij de vrijheid van een ander niet beperken en niemand schade berokkenen met hun geloofsbeleving moet deze ook vrij blijvend kunnen uitgevoerd worden.

Nederlands: Hans Janmaat, fractievoorzitter va...

Hans Janmaat, fractievoorzitter van de centrumpartij, tijdens een televisieuitzending in de zendtijd voor politieke partijen. Nederland, 8 februari 1984. (Photo credit: Wikipedia)

Dat een stem voor de PvdA, SP, Groen, Groenlinks, CDA, CD&V, N-VA, Liberalen of D66 een stem zou zijn voor Sharia, voor de burka’s, hoofddoekjes, moskeeën, gescheiden zwemmen, gescheiden klassen en ga maar door is een onterechte uitspraak. Mogen wij er ook op wijzen dat wij, die nu nog leven, zelf nog dat gescheiden zwemmen hebben gekend.  Natuurlijk moeten wij niet terug naar die oude tijd toen onze ouders nog met die lange zwempakken het zeewater in gingen en wij niet met ontblote benen en armen mochten lopen. Misschien kan de oudere generatie de jongeren daar misschien even terug aan herinneren. Ook al hebben deze, zoals de schrijver van dit stuk, zich ook heftig tegen die ouderwetse ouders en de maatschappij verzet. Wij zijn er zelfs de barricaden voor opgeklommen in 1968 en hebben er niet tegen opgezien om naakt te lopen of in communes te leven. Zo is de wereld van één uiterste naar een ander gegaan en ziet het er naar uit dat de wereld nu terug naar een ander (vroeger) uiterste wil gaan.

Om te zeggen

Nergens ter wereld bestaat er een goed functionerende islamitische samenleving...

is de waarheid geweld aan doen en er niet in geloven dat zoals het christendom geëvolueerd is, de Islam ook zal evolueren en gebonden zal zijn aan het tijdsgebeuren..

+

Lees ook:

  1. Veroverende geloofsgroep
  2. Angst en verlossing van het kwaad
  3. Eerste moslim-mensenrechtencommissie start deze maand
  4. Sharia een kwaad voor Islam
  5. 15 jaar cel geëist voor leider Sharia4Belgium
  6. Nieuwkomers, nieuwelingen, immigranten, allochtonen en import
  7. Wat heeft zovelen ertoe gebracht naar Duitsland te willen emigreren
  8. Migratie en veiligheid even geherformuleerd
  9. Overzicht voor het jaar 2015 #1 Dreiging en angst
  10. Islamofobie
  11. Is Islamfobie uitgevonden door fundamentalistische regime
  12. Interview P-magazine // Overbevolking: hoe gaan we al die vluchtelingen opvangen?
  13. Denemarken zwicht onder druk van anti asielzoekers
  14. Wanneer de jongere oor kreeg voor Arabische klanken
  15. Verbod veruiterlijking van overtuiging
  16. Boerka moet weg uit Frankrijk
  17. Fundamentalisme en religie #2 Frankrijk en België
  18. Fundamentalisme en religie #3 Vluchtelingen en racisme
  19. Fundamentalisme en religie #5 Verguisde Koran
  20. Fundamentalisme en religie #6 Versplintering
  21. Het Raadsel, Salah Abdeslam
  22. Waarom jihadi’s niet onze eigen schuld zijn
  23. Het failliet van de war on terror
  24. De nacht is ver gevorderd 2 Studie 1 Zijn het de laatste dagen? 1 Intro
  25. Het gevaar om niets te doen tegen de oorzaak en de kwaal
  26. Volgens vele Belgen over tien jaar in de problemen door te soepele asiel opnamen vandaag

++

Verwant aan het christen zijn en bekering

  1. Overdracht van mening te vrijwaren
  2. Moslims, Christenen en Gratis Heilige Boeken
  3. Onze God ook deze van de moslims
  4. Antwerpse tien dagen moslima voor sociaal experiment
  5. Bekering een ‘keerpunt’
  6. Christenen die het juiste hart hebben om anderen te roepen om naar God te komen
  7. Wie zichzelf kent, is mild voor een ander
  8. Wat betreft Wees de beste…
  9. Door verkondiging ook geruster
  10. De rol van de Vader en zijn Zoon

+++

Verdere bedenkingen van anderen
  1. Help mijn vriend doet aan de Ramadan!
  2. Religie, democratie & vrijheid
  3. Aanslagen en tegenslagen..
  4. Tegen IS, niet tegen de Islam
  5. De moslimburgemeester
  6. Ontbreekt het respect in Almere?
  7. Module: De succesvolle moslim door Ustaadz Suleyman Van Ael
  8. Leugens (FB column voorjaar 2015)
  9. Tijd voor Verandering
  10. Selvforsvar (upassende begejsting)
  11. Fremgang for ordentlige skoler
  12. Mental Health: Muslim Attitudes, Beliefs and Behaviour
  13. Should we wish a ‘Blessed Ramadan’ on our Muslim friends?

+++

Related articles

De zeven Feesten van God

De zeven Feesten van God zijn de belangrijkste feesten van de hele
Bijbel (Va’Yikra 23, Leviticus 23).

In de Bijbel lezen we niet over kerst, sinterklaas, halloween en zelfs niet over pasen.

English: Shabbat Candles Deutsch: Schabbatkerzen

English: Shabbat Candles Deutsch: Schabbatkerzen (Photo credit: Wikipedia)

We lezen wel over het Pascha (niet te verwarren met het christelijke pasen), het Feest van Ongezuurde Broden, Sjawoeot (Pinksteren, de 50ste dag), Bazuinendag, Jom Kippoer (Grote Verzoendag), Sukkot (Loofhuttenfeest) en de Achtste Dag (het Millennium).

Velen geloven dat de geboden en voorschriften en leringen der mensen (Kol. 2:20-23)  op de Tora betrekking hebben. Dat is een klassieke fout van christenen die menen dat de Wet is afgeschaft/verouderd/geannuleerd

Het eerste feest is de 14de nisan. Lukas noemt het het feest der Ongezuurde Broden, dat Pascha genoemd wordt (Lukas 22:15). Dit feest is niet slechts een feest der herinnering of gedachtenis, maar heeft ook een vooruitwijzende betekenis (Lukas 22:16, 29-30) en heeft betrekking op het Koninkrijk. Het Feest van Pascha is dus niet verouderd. Het is Gods Feest!!!

Dit geldt voor alle zeven Feesten van JHWH.

De spil van Gods Feesten is de Shabbat.

 

Het christendom loochent Gods Woord (Psalm 119:66,115).

 

Kom tot inzicht en bekering.
– Martin Rozestraten

Zeven sabbatten

Paulus’ verwijzing naar ‘een feestdag, nieuwe maan of sabbat’  in Kolossenzen 2:16 is van speciaal belang voor onze bestudering van de manier waarop de Joodse kalender in de apostolische kerk werd gebruikt. De drie woorden feestdag, nieuwe maan en sjabbat stellen een zich stap voor stap ontwikkelende en uitputtende opsomming van de oudtestamentische heilige tijden voor. Deze drie woorden komen in dezelfde of in omgekeerde volgorde voor, vijf maal in de Septuaginta en verscheidene malen in andere literatuur. In deze gedeelten duiden ze de volgorde van de heilige tijden van de Joodse religieuze kalender aan.
De feestdagen zijn de jaarlijkse hoogtijdagen die in het voor- en najaar worden gevierd. De nieuwe maan is de maandelijkse viering van de eerste dag van de maand. Op deze dag werd in het vroege Israël op de bazuinen geblazen om de mensen aan de naderende Dag van het Bazuingeschal te herinneren (Num. 10:10; Ps. 81:4).
Het was een dag van speciale aanbidding (1 Sam. 20:5), waarop het werk werd onderbroken en extra offers werden gebracht (Num. 29:11-14).
Sjabbat is duidelijk de wekelijkse hoogtijdag die op de zevende dag in acht werd genomen. Het is duidelijk dat de drie woorden een opsomming van de heilige tijden voorstellen die door de Joodse kalender werden bepaald.
Het gebruik dat Paulus in Kolossenzen 2:16 van de speciale benaming ‘nieuwe maan’ (neomenia) maakt, in plaats van de algemene benaming ‘maand’ (men) zoals deze wordt gebruikt in Galaten 4:10), laat duidelijk zien dat hij de heilige tijden van de Joodse kalender voor ogen heeft en niet die van de heidense kalender. De vermelding ‘nieuwe maan’ is van belang voor onze studie van de Dag van Bazuingeschal, aangezien beide in ideologische zin met elkaar in verband stonden. Het blazen op de bazuinen bij nieuwe maan diende als een maandelijkse herinnering aan de naderende Dag van het Bazuingeschal, waarop op een indrukwekkende manier op de bazuinen werd geblazen, om de mensen op te roepen dat ze voor God terecht moesten staan tijdens de tien dagen die aan de Verzoendag voorafgingen. Op deze dag zouden hun zonden uiteindelijk voorgoed weggedaan worden.
Uit: De Najaarsfeesten van Samuele Bacchiocchio

Goedkeuring of afkeuring van hoogtijdagen?

De belangrijke vraag die we in dit opzicht in overweging moeten nemen is of Paulus in Kolossenzen 2:16 de naleving van de heilige tijden van de Joodse kalender goedkeurt dan wel afkeurt. In het verleden is deze tekst, zoals ik in mijn dissertatie Van Sjabbat naar zondag heb aangetoond, geïnterpreteerd als een Paulinische veroordeling van de viering van de oudtestamentische hoogtijdagen. Ondanks het feit dat dit een oude en geliefde interpretatie is, is zij geheel verkeerd, omdat Paulus in dit gedeelte de Kolossenzen niet waarschuwt tegen de inachtneming van de vijf genoemde gebruiken (eten, drinken, feesten, nieuwe maan en sjabbatten), maar tegen ‘wie dan ook’ (tis) die oordeelt hoe ze dit zouden moeten doen.

Er moet worden opgemerkt dat de rechter die oordeelt niet Paulus is, maar de dwaalleraren onder de Kolossenzen die ‘geboden’ opleggen (2:20)wat betreft de manier waarop deze gebruiken in acht genomen zouden moeten worden, om ‘eigendunkelijke godsdienst, nederigheid en kastijding  van het lichaam’ (2:23) te bereiken. D.R. De Lacey geeft, schrijvend in het symposium From Sabbath to Lord’s Day, terecht als commentaar:

‘De rechter is waarschijnlijk een man met ascetische neigingen die bezwaar heeft tegen het eten en drinken tegen het eten en drinken door de Kolossenzen. Het meest begrijpelijk is om de rest van het gedeelte zo op te vatten dat hij niet ook een ritueel van feestdagen oplegt, maar eerder dat hij bezwaar maakt tegen bepaalde elementen van een dergelijke naleving. Vermoedelijk wilde de ‘rechter’, dat wil zeggen de dwaalleraren, dat de gemeente deze praktijken op een meer ascetische manier in acht zouden nemen (‘kastijding van het lichaam’ – 2:23,21). Anders gezegd: de dwaalleraren wilden dat de gelovige Kolossenzen minder zouden feesten en meer zouden vasten.

+

Paulus ging met Barnabas op de sabbat in Antiochië naar de synagoge Hand. 13,14  De eerstvolgende sabbat predikten zij weer in de synagoge. De volgende sabbat kwam bijna de gehele stad bijeen om het woord van God te horen. Vele Joden geloofden niet. Daarna wendden zij op sabbat zich tot de heidenen. Hand. 13, 46 en 48. Dat was op sabbat. In Hand. 14, lezen we opnieuw dat zij naar de synagoge gingen, Daar waren Joden en heidenen in de synagoge. De niet Joden namen het woord van God wel aan. Verder ging de prediking gewoon door in Ikonium Hand. 14, 1. Een grote menigte, zowel Joden als van Grieken, kwam tot het geloof Hand. 14, 1.

In Hand. 15 was niet de sabbat in het geding vers 21.

In Hand. 17 ging Paulus naar Tessalonika waar een synagoge dus geen christelijke kerk was. En Paulus behandelde drie sabbatten achtereen met hen gedeelten uit de Schriften, de Torah, vers 2.

Zo gaat het maar door. En dan komen wij bij de beroemde passage in Hand 20,7 of eigenlijk het gehele hoofdstuk 1 tot en met 16. Het betreft de Zeven Sabbatten waarover Paulus het heeft. De Zeven Sabbatten is een rechtstreekse verwijzing naar Leviticus 23,15,16  DE VOLLE WEKEN d.w.z. 50 dagen tot Pinksterdag waar ook Lukas in Hand. 20,16 over schrijft.

De gemeente was op Pinksterdag begonnen Hand. 2, 1. Dezelfde Pinksterdag het Feest van Sjawoeot dat vermeld wordt in Hand. 20, 16. Het was een Joods Feest, beter Bijbels Feest. De eerste gemeente bestond uitsluitend uit Joden. Heidenen mochten pas in Hand. 10 meedoen.

De `broeders` in Hand. 28,14 waren Joden.

In Antiochië werden de gelovigen ´christenen´ genoemd, maar dat was een bijnaam.

Een geoefend oog merkt op dat de gelovigen Loofhutten hielden in overeenstemming met Zacharia 14.16.

Eigenlijk is het boek Handelingen doortrokken van de Bijbelse feestdagen waarvan Pesach en Sjawoeot getuigen. Het grootste deel van het Evangelie van Johannes betreft het feest der Ongezuurde Broden. Zie ook Lukas 22,7. Het gaat direct terug op Leviticus 23. Leviticus 23 is de spil waar het om draait. Centraal staat de Sabbat.

Groet,

Martin Rozestraten

  • Gepubliceerd op Yom Hey, 13 Nisan 5776 of 21 april 2016

+++