Bijbels geloof en heidense filosofie

In Handelingen 17 lezen we over Paulus’ ontmoeting met twee filosofische stromingen in Athene: de Epicureïsche en de Stoïcijnse school.

Als we tijd en geografie buiten beschouwing laten, lijkt het alsof wij worden geconfronteerd met de ‘wijsheden’ in ónze tijd. Want het wereldse denken in Paulus’ dagen vertoonde bepaalde overeenkomsten met dat in onze wereld.

De Epicureïsche wijsgeren gingen er in hun dagelijks leven van uit, dat alles door toeval was ontstaan. Slechts in theorie geloofden zij in “de goden”. Deze goden, zo ver weg, konden niet werkelijk geïnteresseerd zijn in de wereld en haar bewoners. Zij waren voor deze wijsgeren geen realiteit. Zij waren eigenlijk atheïsten. Hun uitgangspunten lijken sterk op die van hedendaagse levensgenieters. Zij gaven zich over aan de geneugten van het leven en koesterden het vlees.

De god van de Stoïcijnen was de natuur. De mens maakte daar deel vanuit. Zij bewoog zich in vastgestelde kringlopen, die de mens niet kon veranderen. De Stoïcijnen geloofden dat alles door het noodlot werd bepaald. Dat lot heette dan Gods wil. Aangezien alles wat er gebeurt Gods wil is, zit er niets anders op dan dat de mensen moeten leren alles te accepteren.

Op het moment dat de wereldcyclus ten einde komt, valt alles uiteen in een vuurbal. Dan begint alles weer van voren af aan. Alles wat plaats vindt is van te voren bepaald. Omdat alles vooraf is vastgesteld, kan er niets worden veranderd.

De Stoïcijnen leerden dat het maar het beste is je te schikken in je lot. Je moet dat doen door je te oefenen onafhankelijk te zijn.
Omgaan met het kwaad lukt het beste als je een onverschillige levenshouding probeert aan te nemen. Dit geeft je vrede in je geest. De Stoïcijnen onttrokken zich aan het vlees.

 

De prediking door Paulus

In zo’n denk- en leefwereld verscheen de apostel Paulus met het evangelie. Zijn prediking bestond uit zes hoofdpunten,:

Verzen 24-25

Lucius Annaeus Seneca meest gekende van de stoïcijnse filosofen

In tegenstelling tot de Epicureërs, die leerden dat de goden verwijderd waren van de natuur, of de Stoïcijnen die leerden ‘god is de natuur’, zei Paulus dat God, hoewel ver boven ons verheven, toch zeer betrokken is bij de wereld die Hij maakte. Wat Paulus zei is tevens een les voor alle tijden. Het is maar al te waar dat mensen vaak aanbidden wat hun handen hebben gemaakt.
De ‘god’ van een mens is dat waaraan hij al zijn tijd, geld, energie en aandacht geeft, waardoor deze god belangrijker voor hem is dan zijn Schepper. Dat kan van alles inhouden: sport, studies, hobbies en vermaak.

Vers 26

In contrast met de Epicureërs, die welbeschouwd op atheïstische evolutionisten lijken, en leerden dat de wereld door toeval ontstond, of de Stoïcijnen, wier ‘god’ de wereld was die zichzelf draaiende houdt volgens onveranderlijke wetten en eindeloze herhalingen, predikte Paulus dat God onze Maker is en ons zegent. Niet het noodlot bestuurt ons, maar Gods hand.

Verzen 27-28

De fatalistische Stoïcijnen leerden dat alles zou samensmelten tot een pantheïstische god. De praktisch ingestelde atheïstische Epicureërs leerden dat de goden heel ver van de mens waren verwijderd en al helemaal niet in hen geïnteresseerd. Paulus zei dat God ons zó heeft gemaakt (naar Zijn beeld) dat wij Hem kunnen zoeken. Er is dus met God contact mogelijk.

Griekse dichter Aratus

Paulus haalde twee citaten aan van twee van hun nationale dichters: Aratus en Cleanthes. In elk van hun gedichten komt de zin voor:

“Wij zijn van Zijn geslacht”.

Verzen 29-30

De dagen van donkerheid en onwetendheid zijn nu voorbij en verleden tijd. De wijsgeren hebben ongelijk.

Als het waar is dat God ons heeft gemaakt, dan kan onze opvatting van God niet iets zijn dat wij maken. Zoals wij macht hebben over goud, zilveren steen, zo heeft God macht over ons. God straft ons niet direct als wij afgoden dienen, maar eist wel degelijk bekering.

Zolang de mens op zoek was in de duisternis kon hij God niet leren kennen. God zag vroeger hun dwaasheden en fouten over het hoofd. Nu is het anders:

De ware kennis van God is tot ons gekomen in Christus.

Vers 31a

De oordeelsdag komt naderbij.

Voor de mens is het leven niet een weg die leidt tot vernietiging, zoals de Epicureeërs leerden. Het is evenmin een weg die ons opneemt in een god die Natuur heet, zoals de Stoïcijnen dachten.

Het is een reis naar de Rechterstoel van Christus.

Vers 31b

Het grootste teken van Gods bemoeienis in deze wereld is de opstanding van Jezus Christus. We moeten niet worden verenigd met een Onbekende God, maar met de door de hemelse Vader opgewekte Christus.

 

Gemengde reacties

Paulus had minder succes in Athene dan elders, waar “niet vele wijzen, niet vele invloedrijken” waren (1 Kor. 1:26). De inwoners van Athene zeiden dat zij op zoek waren naar wijsheid. Zij wilden geen actie. Zij waren niet op zoek naar conclusies. Zoals velen tegenwoordig wilden zij alleen maar praten en discussiëren, en niets doen. Sommigen spotten. Zij vonden die enthousiaste joodse Paulus waarschijnlijk maar een vreemde snuiter. Voor hen was het leven een soort grap. Maar grappen eindigen vaak in tragedies. Uiteindelijk worden wij allemaal geconfronteerd met de harde realiteit van het sterven. Sommigen zeiden:

Wij zullen u hierover nog wel eens horen.

Dat zijn mensen die belangrijke beslissingen altijd maar uitstellen. Maar aan het eind van onze levensreis is er geen ‘morgen’ meer.

Dionysius de Areopagiet uit Athene

Sommigen kwamen tot geloof. Dit is de enige veilige weg. Enige mannen sloten zich bij Paulus aan. Er was ook een vrouw, Dámaris, die tot geloof kwam. En dan was er Dionysius, een Areopagiet, lid van het Tribunaal. Het was alsof de rechter van zijn stoel opstond, en zich bij de gevangene aansloot in de afgesloten ruimte van de rechtzaal. Van menselijk standpunt bekeken was zijn bekering een triomf voor de waarheid. Een lid van het Tribunaal genoot de hoogste reputatie onder het volk vanwege zijn intelligentie en voorbeeldige gedrag. Dionysius gooide zijn carrière te grabbel, omdat Christus het waard is!

M.R.

++

Aanverwant

  1. Bereshith 3:1-6 Het bedrog
  2. Dingen laten komen zoals ze zijn geweven in je levenslot
  3. Controleer uw lot of iemand anders zal het doen

Geloof en onderzoek: Schepping, intelligent design, evolutie (5) De atheïstische fundamentalist

De ‘overbodige’ God

Een opmerkelijk verschijnsel in de wetenschap is dat je zelfs daar af en toe op een duidelijke vorm van fundamentalisme kunt stuiten. Nu is dat karakteristiek voor mensen in het algemeen, dus ook voor (bepaalde) wetenschappers.

Sinds de ‘Verlichting’ is men alle vormen van godsdienst gaan zien als vormen van onderdrukking van de mens, die daarvan ‘bevrijd’ moest worden. En de nieuw verworven wetenschappelijke inzichten werden in dienst gesteld van dit streven: kennis zou de mens vrij maken.

Allerlei natuurverschijnselen, ooit toegeschreven aan ‘de hand van God’, kon men nu wetenschappelijk verklaren. En men nam optimistisch aan dat op den duur alles zo verklaard zou worden. God werd voor de verklaring van dit soort zaken dus meer en meer ‘overbodig’ en schoof daarom steeds meer naar de achtergrond. Aan het eind van dat proces zou je Hem dan zonder bezwaar kunnen ‘afschaffen’.

Ik wil er hier met nadruk op wijzen, dat voortgang in de wetenschap niet noodzakelijk leidt tot de conclusie dat God niet bestaat; de wetenschap werd alleen in dienst gesteld van een streven die conclusie te bereiken en te onderbouwen. Anders gezegd: wetenschap leidt niet tot atheïsme, maar het atheïsme begon de wetenschap te gebruiken voor haar eigen specifieke doeleinden.

Het failliet van een idee

Dat ‘overbodig maken van God’ lag echter vooral in het verklaren van de natuur. Maar er is meer, zoals bijvoorbeeld alle ethische kwesties.Daarom begon het humanisme de gedachte te ontwikkelen dat de mens van nature goed is, want als ethiek niet van de godsdienst komt, moet het ergens anders vandaan komen. Om dat aannemelijk te maken, werd erop gewezen dat oorlogen altijd werden veroorzaakt door de godsdienst. Dus:

schaf godsdienst af en je hebt geen oorlog meer.

Nu werden veel oorlogen inderdaad godsdienstig gemotiveerd, maar daarom nog niet door die godsdienst veroorzaakt. Maar vooral het marxisme heeft deze gedachte innig omhelsd. En omdat de mens nu eenmaal niet weet wat goed voor hem is, werd het atheïsme desnoods met geweld afgedwongen. Inmiddels zijn we enkele wereldoorlogen en een paar fascistische en stalinistische regimes verder, en het failliet van deze leer is de meeste mensen (niet alle!) intussen wel duidelijk.

De Bijbelse leer dat de mens van zichzelf slecht en zelfzuchtig is, en dat alleen een continue oriëntatie op God er nog iets van kan maken, is intussen naar alle maatstaven van wetenschappelijk bewijs volkomen overtuigend empirisch aangetoond. Nu zou dat juist voor evolutionisten niet vreemd moeten zijn, want een eenvoudige evolutieleer, gebaseerd op het overleven van de meest geschikte variant (‘survival of the fittest’) zou het bestaan van ethisch besef juist moeten uitsluiten.
Immers, hoe zelfzuchtiger een variant, hoe groter zijn kansen om te overleven. Het probleem is juist gelegen in het feit dat ethisch besef niet allang totaal afwezig is, weg geselecteerd door de evolutie.

Het eerste slachtoffer van een oorlog

Maar fundamentalisme laat zich nooit gemakkelijk overtuigen. Beginjaren ’70 van de vorige eeuw werd door sommige evolutionisten een aangepaste opvatting over het evolutionaire proces voorgesteld. Daaraan werd vervolgens een wetenschappelijk congres gewijd. Dat is normaal: niets is wetenschappelijker dan voor- en tegenstanders van een opvatting met elkaar te laten discussiëren. Maar toen het Amerikaanse blad ‘Science’ daar een themanummer aan wijdde, leverde dat een ingezonden brief op van een verontwaardigde lezer die het de redactie kwalijk nam aandacht te hebben besteed aan deze controverse: dit speelde ‘de vijand’ in de kaart.      Laat dit even op u inwerken.     Hier werd serieus voorgesteld een mogelijke stap voorwaarts in wetenschappelijk inzicht geheim te houden omdat ‘de vijand’ daar anders wellicht voordeel uit zou kunnen trekken. Dit is geen wetenschap meer, dit is godsdienstoorlog! En we kennen allemaal het gezegde:

het eerste slachtoffer van een oorlog is de waarheid.

De fundamentalist achter deze brief beschouwt zich als voorvechter van een absolute waarheid, die desnoods met behulp van leugens moet worden verdedigd. En van dergelijk fundamentalisme zijn nog andere (ook meer recente) voorbeelden te geven. En let op dat de in het geding zijnde ‘godsdienst’ niet het christendom is, maar het atheïsme.

Een voorgeprogrammeerde mens?

Veel gevaarlijker is echter het streven van bepaalde fundamentalisten uit deze hoek, die het hiervóór besproken probleem van het bestaan van ethiek proberen te omzeilen, door daar toch een ‘evolutionaire’ verklaring voor te geven.

Onzelfzuchtig gedrag zou weliswaar ongunstig zijn voor het individu, maar juist gunstig voor het voortbestaan van de soort; we zouden dat dus breder moeten zien. Het bekendste voorbeeld van deze opvatting, is het boek ‘The selfish gene’ (de zelfzuchtige genen) van Richard Dawkins. Onze genen, zo betoogt hij, zijn door het evolutieproces zo geprogrammeerd dat ze streven naar de maximale kans op het blijven voortbestaan van onze (eigenlijk hun) erfelijke eigenschappen, ook wanneer dat ten koste gaat van de individuele drager van die genen en die eigenschappen. Daarmee wordt ethiek dus niet verklaard, maar integendeel juist weggeredeneerd: uiteindelijk is (volgens Dawkins) ook schijnbaar ethisch gedrag gebaseerd op een vorm van zelfzucht, alleen op collectief in plaats van op individueel niveau. En alles wat we doen is op die manier al in onze genen voorgeprogrammeerd. Maar als we dat consequent door redeneren, komt dat er op neer dat alles wat nuttig is voor het voortbestaan van de beste erfelijke eigenschappen (ongeacht de ethische consequenties) daarmee gerechtvaardigd is, ook wanneer dat naar andere maatstaven volslagen onethisch is (ethiek is immers alleen maar een illusie). Die opvatting hebben we echter al eerder beleefd: dat heette toen ‘eugenetica’, wat inhield dat je het recht (of zelfs de plicht) had om alle ‘inferieure’ levensvormen (zowel lichamelijk als geestelijk minder goed uitgeruste soortgenoten) uit het voortplantingsproces te elimineren. Vooral de nazi’s zijn daar druk mee geweest, maar het is uiteindelijk toch niet erkend als een triomf van verlicht menselijk denken. En dat is maar goed ook, want veel verder kun je niet van God verwijderd raken. Maar atheïstische fundamentalisten hebben die hoop kennelijk nog steeds niet opgegeven. Want doorgedraaid atheïsme is ook een vorm van godsdienst en in godsdienstig fundamentalisme is, in naam van de grote ‘god’, alles geoorloofd.

R.C.R.

+

Voorgaande

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Zinloosheid of zin van leven volgens Bas Heijne

De NRC-journalist en schrijver Bas Heijne gelooft niet dat God bestaat, maar sympathie voor het geloof heeft hij wel.
Hoewel hij zelf niet gelovig is opgevoed, kreeg Heijne er in zijn gereformeerde dorp wel veel van mee. Hij begrijpt dat mensen houvast vinden in hun geloof. Zelf houdt hij liever open hoe iets zit.

Een paar jaar geleden overleden zijn ouders. Heeft dat hem iets geleerd over het leven?

‘Ik ben gaan nadenken over wat ik met de rest van mijn tijd hier op aarde ga doen. Het moet wel zinvol zijn.’

Hij snapt dat mensen hun leven willen inkleuren, maar vindt het juist spannend als je het open laat.

“dan moet je jezelf in het spel brengen.”

Hij is zich bewust van leegtes die zich kunnen voordoen als men niet gelooft.

“Als je los bent van een vast geloof en niet opgroeit in een soort bedding die houvast geeft vanaf de wieg, dan is de leegte makkelijk aanwezig. Wat heeft het leven dan voor zin? Ik vind dat ik die zin dan zelf moet geven, anders is het zinloos”

> Bekijk de uitzending van de EO: Adieu God met Bas Heijne

Omgaan met verschillen

Als men in de België en Nederland kijkt hoe bepaalde christenen omgaat met andere mensen kan men zich veel vragen stellen over hun christen zijn.

sommigen zouden eens moeten kijken naar Wim Wijnholds directeur van Perspectief Groep, hoe die 24 uur per dag christen probeert te zijn.

“In een bedrijf is dat iets gemakkelijker, omdat veel dingen zijn vastgelegd in afspraken en processen. De manier waarop je werkt moet goed zijn, anders kun je als bedrijf niet overleven. Ik wil graag overbrengen dat de belangrijkste bron buiten ons ligt, dat is in Christus.”

zegt hij.

Wijnholds groeide op in een christelijk gezin en koos er rond zijn 15e levensjaar bewust voor om Christus te volgen.

“Toentertijd vond ik het belangrijk om voor mijn geloof uit te komen en het geloof in mijn leven een belangrijke rol te laten spelen.”

Inmiddels is Wijnholds directeur van Perspectief Groep, een klein samenwerkingsverband van professionals die werken aan verandering van organisaties en mensen.

“Mijn belangrijkste taak is mijn collega’s en medewerkers te motiveren en stimuleren. Op die manier wil ik overbrengen hoe we onze waarden naar onze manier van werken kunnen vertalen.”

In het Christelijk geloof draait eigenlijk alles om waarden en ethiek. Mensen rondom ons zouden een verschil aan ons moeten zien tussen een ongelovige en ons als gelovige. Het is namelijk zo dat atheïsten en anders gelovigen even goed goede mensen kunnen zijn. Maar toch moet er in die goedheid en rechtvaardigheid meer schuilen bij de gelovige in Christus dan bij de anders- of niet- gelovige. Ook in de wijze van leven en in de omgang naar een geloofsgemeenschap moet er steeds de liefde voor Gods schepselen zijn, welke tot gevolg heeft dat men op een bepaalde manier zal werken en zich naar de werkenden zal gedragen.

Wijnholds zegt

“Mijn christen-zijn wil ik als ondernemer in mijn werk laten zien door in de praktijk zorgvuldig met verschillen om te gaan. We geven mensen over het algemeen langer de kans hun eigen pad te vinden. Verder zijn er in het bedrijf veel christelijke functionarissen werkzaam. We proberen ons handelen te verantwoorden voor God en elkaar. Dat helpt ons alert te blijven. “

Hij geeft wel te kennen dat vroeger er geen plaats was in zijn bedrijf voor niet-christenen en maakt het niet duidelijk waarom er dan eigenlijk wel een aantal jaar geleden er werd besloten om ook niet-christenen toe te laten.

Met zijn werk blijft hij wel werken vanuit de christelijke basisopvattingen. Maar geeft aan dat christenen zich niet moeten afscheiden van anderen.

Afscheiden is risicovol, omdat je dan niet meer weet hoe anderen over bepaalde zaken denken,”

verklaart Wijnholds.

Volgens hem kan je geloof wel niet vertalen in leefnormen, maar wij denken juist van wel. Het geloof moet de ondersteuning zijn van een levenswijze en moet veruiterlijkt worden door je manier van doen. Aan het handelen en spreken moet men de ware Christen leren erkennen. Anderen moeten kunnen zien en horen dat jouw kern geworteld is in Christus en dat je bereid bent om je te laten leiden door Gods Geest. Dat er mensen zijn die dat scheiden kan hij ook wel moeilijk verklaren. Hij geeft aan

Door op momenten van stille tijd God te zoeken en te reflecteren hoe ik de dag doorbreng, streef ik ernaar mij door God te laten leiden. Dan zijn er op de dag momenten dat je tijdens belangrijke beslissingen ruggespraak houdt.”

Wijnholds merkt op dat de niet-christenen binnen het bedrijf in de praktijk meer open gaan staan voor het christelijk geloof.

“Velen hebben er een andere kijk op gekregen. Ik denk dat op individuele momenten mensen elkaar op weg helpen, ook christenen onderling. We hebben mensen uit allerlei soorten denominaties, waardoor er gesprekken met verschillende invalshoeken ontstaan. Harmonie is bijzonder en sfeer is uniek. Ik geloof dat mensen vanuit hun christen-zijn een groot verantwoordelijkheidsbesef hebben, wat wij weer proberen te stimuleren.”

Voor hem is het persoonlijk en gemeenschappelijk geloof belangrijker dan zich te houden aan normen, maar toch geeft hij toe dat

het gaat om wandelen met Christus en achter Hem aangaan.”

+

Voorgaande: Problemen bij vele Christenen aan de boodschap ‘God is liefde’

Beslissen wat we moeten doen met de gegeven tijd


“Het enige dat we moeten beslissen,
is wat we moeten doen met de tijd die ons is gegeven.”
– J.R.R. Tolkien


English version / Engelse versie > To decide what to do with the time that is given

Niets van de wereld eisend


Wanneer je niets van de wereld eist,
noch van God,
wanneer je niets wilt, niets zoekt, niets verwacht,
dan zal de allerhoogste staat onaangekondigd en onverwacht tot je komen.

Sri Nisargadatta Maharaj

English version / Engelse versie > Demanding nothing of the world

Zij heeft gedaan wat zij kon

Lof van Christus ontvangen is een rijke beloning. Sommigen hebben die al verdiend en gekregen.

Anderen hebben het nederig vertrouwen dat zij die krijgen wanneer zij zullen staan.

*

Onder hen die van de Meester lof ontvingen toen hij op aarde leefde was Maria, de zuster van Lazarus.
Hun huis in Betanië onderscheidt zich in de evangeliën als de enige plek waar Jezus liefde en een ware
verkwikking van lichaam en geest kon vinden. De deuren stonden altijd voor hem open en hij vond daar
vrede en rust. Is het dan verwonderlijk dat er staat geschreven:

“Jezus had nu Marta en haar zuster (Maria) en Lazarus lief” (Johannes 11:5)?

Tot deze haven van rust kwam Jezus aan het begin van die drukke week die zou eindigen in zijn foltering en kruisiging. Hij wist heel goed wat hem te wachten stond:

“Hoe beklemt het mij, totdat het volbracht is” (Lucas 12:50).

File:Zimmermann Christus bei Maria und Martha.jpg

Jezus op bezoek bij Maria en Marta – Christus bei Maria und Martha. 1836 – Standort des Gemäldes: Sakristei der St. Marienkirche in Pirna

Wat is het een troost te weten dat hij, tijdens die laatste dagen en nachten voor zijn lijden, in dat huis in Betanië door vrienden ontvangen en verzorgd werd. Wij lezen dat zij op de sabbatsnacht van die week voor hem een maaltijd aanrichtten; waarschijnlijk het gewone feest in een Joods huishouden ter afsluiting van de sabbat. Marta bekleedde haar gebruikelijke rol van gastvrouw en hield zich druk bezig met het bereiden van de maaltijd. Maria heette de meester op een andere manier welkom: zij nam een albasten kruik vol echte, kostbare nardusmirre, en zalfde zijn voeten terwijl hij aan de tafel aanlag. Beide zusters hebben Jezus gediend. Marta zorgde met haar huishoudelijke vaardigheden rijkelijk voor zijn lichamelijke noden.

De dienst van Maria was van een andere aard en lag op een ander niveau. Had zij een voorgevoel waarop zijn bezoek deze keer zou uitlopen? Zag zij de dreigende tragedie van Golgota al opdoemen? Jezus’ commentaar op haar liefdesdaad lijkt dit te steunen:

“Zij heeft gedaan, wat zij kon; van tevoren heeft zij mijn lichaam gezalfd voor de begrafenis” (Marcus 14:8).

Maar welke gedachte deze grote daad van toewijding ook geïnspireerd zou kunnen hebben, deed deze wel de veroordeling van sommigen van de aanwezigen op haar hoofd neerkomen. Mattheüs vertelt,

“De discipelen … waren verontwaardigd en zeiden: Waartoe die verkwisting?”.

Maar Johannes openbaart de oorsprong van deze onbarmhartige veroordeling, wanneer hij zegt dat het de stem van Judas Iskariot, de toekomstige verrader, was wiens stem zich tegen deze vermeende verkwisting verhief:

“Waarom is deze mirre niet voor driehonderd schellingen verkocht en aan de armen gegeven?”

Met het daarop vernietigende commentaar van Johannes:

“Maar dit zei hij niet, omdat hij zich om de armen bekommerde, maar omdat hij een dief was en als beheerder van de kas de inkomsten wegnam” (Johannes 12:5-6).

Er wordt met geen woord gerept over verontwaardiging bij de discipelen over de bediening van Marta! Het feest van lekkernijen riep helemaal geen kritiek op! Zelfs Judas kon die waarderen. Maar de dienst van Maria – minder duidelijk in bedoeling en meer geestelijk van aard – wordt zelfs door sommigen uit de ‘intieme kring’ van de discipelen als verkwisting veroordeeld! Hoe bemoedigend moet dan voor Maria het antwoord van Jezus zijn geweest:

“laat haar begaan; waarom valt u haar lastig?
Zij heeft een grote daad aan Mij verricht…Voorwaar, Ik zeg u, overal waar het evangelie verkondigd zal worden, over de gehele wereld, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van wat zij gedaan heeft” (Marcus 14:6,9).

Het verslag in Marcus voegt dan die betekenisvolle woorden toe aan de lof van de Meester:

“Zij heeft gedaan, wat zij kon” (vers 8).

Dat werpt een interessant licht op de bediening door Maria, en op het gezichtspunt van waaruit Christus die beoordeelde. Wij zouden misschien gemeend hebben dat Maria’s gave van kostbare nardusmirre en haar toewijding aan Jezus van zulk een
overtreffende aard was, dat enige suggestie van beperktheid daarvan uitgesloten is. Schuilt er in de woorden van Marcus echter niet een aanwijzing dat het verlangen van Maria om Christus te dienen ver uitsteeg boven haar gave op zich? Het verlangen te dienen, en de gelegenheid daartoe, kunnen toch twee verschillende dingen zijn. Het gevaar voor iedere discipel schuilt hierin dat wij, wanneer wij niet ten volle kunnen dienen, zouden kunnen vervallen in moedeloze passiviteit. Maria heeft die fout niet gemaakt, zij heeft gedaan wat zij kon. Christus aanvaardde en prees haar bediening, al waren sommigen snel om die te veroordelen.

“Zij heeft gedaan wat zij kon”.

Ligt er niet een les voor ons in deze woorden van de Meester? Wachten wij op de grote gelegenheid? Beperken we ons tot een mate van dienstbaarheid die met onze gevoelens van toewijding aan Christus overeenkomt? Zo ja, dan missen wij misschien vele gelegenheden ‘kleinere’ diensten te bewijzen, die voor Christus acceptabel en lovenswaardig zijn. Zijn oordeel op de grote dag van de afrekening zou ons dan kunnen verbazen, zoals bij de discipelen in dat huis te Betanië het geval was.
Er zal voor ons geen grotere teleurstelling denkbaar zijn, dan het besef dat wij de lof van de Meester missen, omdat wij de gelegenheden hem te dienen niet gebruikt hebben.

++

Lees ook:

  1. Het begin van Jezus #12 Gezalfd na Johannes de Doper
  2. Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen
  3. Zalving als teken van verhoging