Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek een wetenschappelijke benadering

Schepping, intelligent design, evolutie

Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

Eind 2005 ontstond er enige opwinding over een voorstel van de Nederlandse Minister van Onderwijs om een discussie te organiseren over ‘ID’ (intelligent design = intelligent ontwerp). ID is als begrip komen overwaaien uit de Verenigde Staten en duidt op de geclaimde bewijzen dat onze wereld niet door toeval kan zijn ontstaan, maar dat er een ‘intelligent’ plan aan ten grondslag moet liggen. Deze gedachte is op zich niet nieuw, maar heeft nu een nieuwe naam. De strijd van sommige orthodox-christelijke groepen in de VS, om op scholen het zogenaamde ‘creationisme’ (scheppingsleer) te onderwijzen naast het
neodarwinisme’ (evolutieleer), is echter al veel ouder, en heeft feitelijk noch de serieuze Bijbeluitleg, noch de objectieve wetenschap veel goed gedaan. Het was daarom niet verwonderlijk dat het voorstel van de minister allerlei voorvechters uit beide kampen meteen weer de barricaden op joeg. Helaas is het daarbij gebleven.

De discussie is op zichzelf interessant genoeg. En wetenschappelijk gezien is er niets mis met een discussie over verschillende opvattingen. In de wetenschap is dat een normale manier om voortgang te boeken. Maar het onderwerp ‘het ontstaan van de wereld’ is zo beladen dat aan beide kanten sprake is van duidelijk fundamentalisme, waardoor ‘extremisten’, die het hardst roepen, het beeld bepalen. En omdat zij de discussie vooral zien als een oorlog, gaat de nuance volledig verloren, wat weer leidt tot allerlei begripsverwarring. Daarom wil ik eerst proberen de zaken wat meer in perspectief te zetten.

Ontstaan versus ontwikkeling

Schema met grondprincipes van de erfelijkheid (hier: autosomale vererving)

Weinigen lijken zich te realiseren dat schepping en evolutie in principe over verschillende dingen gaan, en dus op zichzelf niet met elkaar in strijd hoeven te zijn. De evolutieleer spreekt over een mechanisme waarmee biologen trachten te verklaren hoe de ene levensvorm zich zou kunnen hebben ontwikkeld tot een andere. Door toevallige veranderingen (mutaties) in het DNA, dat een codering van de erfelijke eigenschappen van de levensvorm bevat, zou een iets gewijzigde variant kunnen ontstaan.
Wanneer die variant beter toegerust zou zijn voor het leven in zijn leefomgeving, zou die zich vervolgens uitbreiden ten koste van de oorspronkelijke variant en die verdringen. Een reeks van dergelijke stappen zou dan kunnen leiden tot een totaal nieuwe soort.

Wanneer je van mening bent dat de Bijbel leert dat elke variant afzonderlijk door
God is geschapen, zou zo’n ontwikkeling inderdaad in strijd zijn met de Bijbel. Maar wanneer je meent dat God wellicht alleen de hoofdsoorten heeft geschapen, en niet elke variant daarop (wel een hond, maar niet elk afzonderlijk ras), dan hoeft daar geen conflict te liggen.

In algemeenheid geldt dat wetenschap tracht te verklaren hoe dingen zich ontwikkeld hebben, maar gewoonlijk nauwelijks, of geheel niet, in staat is uitspraken te doen over ontstaansoorzaken. Sommige wetenschappers hebben daar weliswaar zeer concrete ideeën over, maar die berusten op intellectuele overwegingen en niet op onderzoeksresultaten. En wanneer zij eerlijk zijn, proberen zij die ideeën niet te tooien met hun gezag als wetenschapper. Anderzijds wijst de Bijbel God aan als de primaire ontstaansoorzaak, maar vinden we weinig of niets over de manier waarop dingen tot stand zijn gekomen. De Bijbel gaat in principe niet over de manier waarop, maar over de reden waarom.

Evolutie

Beperkte evolutie hoeft op zichzelf niet in strijd te zijn met de Bijbel.
En voor een dergelijke beperkte evolutie zijn er redelijke wetenschappelijke aanwijzingen. De reden waarom neodarwinisme zich slecht verdraagt met de leer van de Bijbel is vooral gelegen in de gedachte van een ‘universele’ evolutie:

alle leven op aarde zou zich door middel van evolutie hebben ontwikkeld uit één enkele oervorm.

De chemische structuur van DNA. Blauw, rood, groen en paars: basen. Oranje: deoxyribosegroep. Geel: fosfaatgroep. De twee- en drievoudige waterstofbruggen zijn aangegeven met stippellijntjes. De 3′- en de 5′-uiteinden van de “ruggengraten” staan eveneens aangegeven

Daarvoor zijn echter weer geen harde wetenschappelijke bewijzen. Die gedachte steunt op de overweging dat een degelijke ontwikkeling, wetenschappelijk gezien, het enige redelijke alternatief is voor een bewuste schepping.
Maar dan mag je dat alternatief daar dus niet mee ‘bewijzen’, want dat zou een klassiek geval zijn van een cirkelredenering.

Belangrijk is echter het volgende. Als evolutie het gevolg is van een mutatie van DNA, dan moet je wel eerst DNA hebben! Evolutie gaat
dus over de ontwikkeling van het leven op aarde (en in dat kader over
het ontstaan van verschillende soorten), maar absoluut niet over het
ontstaan van leven op aarde.

Weliswaar zijn daar ook ideeën over, en die worden gemakshalve ook
nog wel meegenomen onder de kop neodarwinisme (populair:
‘evolutie’), maar dat is toch een totaal ander onderwerp: met evolutie
(waar of niet) kun je het ontstaan van leven niet verklaren!

Het ontstaan van leven

Fred Polak.jpg

Fred Lodewijk Polak (1907–1985) Nederlands ambtenaar, hoogleraar, bestuurder en politicus voor de PvdA en DS’70 + een van de aartsvaders van de Nederlandse futurologie.

Die theorieën over het ontstaan van leven kun je echter, in tegenstelling tot die over de evolutie zelf, prima in een laboratorium toetsen. En dan moeten we concluderen dat zulke proeven tot op heden erg weinig concreets hebben opgeleverd. Strikt wetenschappelijk gesproken moet je dan aannemen dat er blijkbaar nog te grote afwijkingen van de werkelijkheid in zitten, wat sommigen er echter niet van weerhoudt ze voor principieel correct te houden: het zou alleen nog wat schorten aan de details. In 1981 sprak de toenmalige futuroloog Fred Polak als zijn verwachting uit dat er vóór het einde van de eeuw kunstmatig leven zou zijn geproduceerd. We zijn nu bijna aan kwart eeuw verder, en we zijn nog geen stap dichter bij dat doel dan toen. Dus opnieuw: wetenschappelijk moet je dan concluderen dat er ernstige manco’s zitten in je theorie. Hoe dat precies zit kan ik het kader van dit artikeltje niet uitleggen (dat heb ik elders wel gedaan), maar het komt er op neer dat die manco’s (wetenschappelijk gesproken!) niet in de exacte details zitten, maar van principiële aard zijn. En dat betekent dat, wat neodarwinisme ook te zeggen mag hebben over de ontwikkeling van het leven op aarde, het in elk geval tot nu toe niets nuttigs heeft kunnen zeggen over de oorsprong van dat leven.

R.C.R.

+

Voorgaande

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

++

Aanvullende lectuur

  1. Het begin van alles
  2. Is daar een veroorzaker van alles
  3. Gods vergeten Woord 11 Schepping 3 Andere ontstaansverhalen
  4. Gods vergeten Woord 12 Schepping 4 De Schepper zelf
  5. Terugblikkend op de eerste mens en eerste gebeurtenissen 1 Ontstaan en plaatsing eerste mens
  6. Bereshith 2:4-14 Adem en leven plaatsing door de Elohim God
  7. Kosmos, Schepper en Menselijk Lot
  8. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #1 Schepper en Zijn profeten
  9. Het begin van Jezus #2 Aller Begin
  10. Ongelovige Thomassen, Jezus en zijn God
  11. Materialisme, “would be” leven en aspiraties #3
Advertisements

Fundamenten van het Geloof: De lankmoedigheid van God

Wanneer God zondaars niet direct straft, komt dit voort uit zijn lankmoedigheid, zijn verdraagzaamheid, geduld, afwachting. Zijn lankmoedigheid staat uiteraard in directe relatie tot zijn barmhartigheid (zie volgende arttikel), als uiting van zijn goedertierenheid (zie Fundamenten van het Geloof: De goedertierenheid van God), zijn verbondsliefde, zijn verbondstrouw:

De HERE ging aan hem (Mozes) voorbij en riep: HERE, HERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw … (Exodus 34:6)

Als een Vader voedt God zijn kinderen op. Daarbij is geduld en verdraagzaamheid nodig, want opvoeden is een leerproces, met onderwijs en beproeving, waarin het geleerde in de praktijk gebracht moet worden. Zo heeft God gehandeld met zijn volk:

Vele jaren was U lankmoedig over hen en vermaande hen door uw Geest, door de dienst van uw profeten … (Nehemia 9:30)

In het Hebreeuws wordt het begrip lankmoedigheid omschreven als: het uitstellen, het vertragen van zijn toorn, of de uitbarsting daarvan. God ontziet het volk dus en geeft het nog een kans, zodat het in zijn genade aangenomen kan worden. In die periode wordt van het volk verwacht dat het zijn zonden zal belijden, onder afsmeking van vergiffenis daarvan, en zich vervolgens bekeren, zodat het niet meer zondigt. Petrus schrijft dat om die reden de zondvloed niet direct kwam:

“… toen de lankmoedigheid van God bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl
de ark in gereedheid werd gebracht. (1 Petrus 3:20)

En Paulus wijst op Gods verdraagzaamheid in de periode van Israëls omzwerving door de woestijn:

… en Hij heeft gedurende een tijd van ongeveer veertig jaren in de woestijn hun eigenaardigheden verdragen. (Handelingen13:18)

Het motief voor Gods afwachten is te vinden in het boek van de profeet Ezechiël:

Zou Ik een welgevallen hebben aan de dood van de goddeloze? Luidt het woord van de Here, HERE. Niet veeleer hieraan, dat hij zich bekere van zijn wegen en leve? (Ezechiël 18:23, 32; 33:11).

Maar ook nu nog luidt het woord van de HERE: Bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en met vasten en met geween en met rouwklacht. Scheurt uw hart en niet uw klederen en bekeert u tot de HERE, uw God. Want genadig en barmhartig is Hij, lankmoedig en groot van goedertierenheid, berouw hebbende over het onheil … (Joël 2:12-14)

In het Nieuwe Testament herinnert Paulus zijn volksgenoten aan Gods lankmoedigheid met hen en roept hen op de tijd die hen nog is vergund goed te benutten:

En als God nu, zijn toorn willende tonen en zijn kracht bekendmaken, de voorwerpen van zijn toorn, die ten verderve toebereid waren, met veel lankmoedigheid verdragen heeft – juist om de rijkdom van zijn heerlijkheid bekend te maken over de voorwerpen van ontferming, die Hij tot heerlijkheid heeft voorbereid? (Romeinen 9:22-23)

Of veracht u de rijkdom van zijn goedertierenheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid, en beseft u niet, dat de goedertierenheid van God u tot boetvaardigheid leidt? (Romeinen 2:4)

De lange tijd tussen de hemelvaart en de wederkomst van Christus Jezus is een voorbeeld van Gods lankmoedigheid, van zijn wachten met zijn oordeel over tot zonde geneigde mensen. De apostel Petrus herinnert zich kennelijk wat zijn heer eens
tot hem zei, als hij schrijft om het geloof van broeders en zusters te versterken:

De Here talmt niet met de belofte, al zijn er die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen … en houdt de lankmoedigheid van onze Here voor zaligheid … (2 Petrus 3:9).

En u (Petrus), als u eenmaal tot bekering gekomen bent, versterk dan uw broeders. (Lucas 22:32)

Paulus meent God te dienen door de gemeente van Christus te vervolgen. Vol ijver trekt hij door het gehele land, en gaat zelfs daarbuiten, om wie belijden dat zij volgelingen van Christus zijn gevangen te zetten en te (laten) doden. Zelf zegt hij later, dat
hij dat in tomeloze woede deed, verontwaardigd omdat deze mensen durven zeggen dat die vervloekte mens, Jezus van Nazareth, leeft en zelfs in de hemel bij God is.
Maar dan verschijnt hem de levende Jezus zelf en moet hij belijden dat hij, met al zijn kennis van de Schriften, geen inzicht heeft. Maar als Jezus hem uit de wet en de profeten uitlegt wat op Hem betrekking heeft, valt alles op zijn plaats. Dan is hij bereid met positieve ijver, voortkomend uit liefde voor God en de naaste, zoveel mogelijk zondaars te bekeren, zodat zij behouden worden van Gods toorn. Voor hem heeft God zijn grote lankmoedigheid aan hem bewezen, met als doel dat ook anderen die zouden ervaren door zijn prediking van het evangelie:

Maar hiertoe is mij ontferming bewezen, dat Jezus Christus in de eerste plaats in mij zijn ganse lankmoedigheid zou bewijzen, tot een voorbeeld voor hen, die later op Hem zouden vertrouwen ten eeuwigen leven. (1 Timoteüs 1:16)

Ook in dit geval is deze goddelijke eigenschap ook de eigenschap van zijn Zoon. En wanneer wij kinderen van God willen zijn, zal deze eigenschap ook bij ons aanwezig moeten zijn, want God wil dat wij deel krijgen aan zijn natuur (2 Petrus 1:4):

… wij doen onszelf in alles kennen als dienaren van God: in veel dulden, in verdrukkingen, in noden, in gevangenschappen … in reinheid, in kennis, in lankmoedigheid, in rechtschapenheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde … (2 Korintiërs 6:3-10)

… de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. (Galaten 5:22)

… vermaan ik u dan te wandelen waardig de roeping waarmee u geroepen bent, met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid en elkaar in liefde te verdragen … (Efeziërs 4:1-5)

Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. Verdraagt en vergeeft elkander … (Kolossensen 3:12,13)

God heeft ons mensen tot nu verdragen en vergeven, en de kans gegeven ons te bekeren. Maar zijn geduld duurt niet eeuwig. Daarom is het van het grootste belang te luisteren naar de leraars, die Hij in de wereld gezonden heeft met de woorden:

… verkondig het woord … weerleg, bestraf en bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting. (2 Timoteüs 4:2)

De lankmoedigheid van God
Vragen ter overdenking:

1. Waaruit blijkt in onze tijd de goedertierenheid van God?
2. Wat gaat u doen om Gods goedertierenheid te mogen ervaren?
3. Waarin heeft God lange tijd met u geduld moeten hebben?
4. Hoe brengt u de eis van God geduld met anderen te hebben in praktijk?
De betrouwbaarheid van God

De namen die God geeft aan mensen, zeggen iets over wat zij zijn of zullen zijn. Hun naam vertelt iets over hun eigenschappen, over hun levenswijze of hun daden. Dat moet dus ook het geval zijn met zijn eigen naam JWHW (Jehovah), die God aan Mozes bekendmaakte volgens Exodus 34. Gezien de eigenschappen die God daar van Zichzelf bekendmaakte in verband met zijn naam, mogen we zeggen dat deze niet alleen vandaag kunnen gelden, maar eeuwig zijn, omdat zij deel zijn van zijn wezen en kenmerkend voor zijn handelen. Goedertierenheid kan nooit voor een korte tijd gelden, omdat bijvoorbeeld zijn verbondsliefde of verbondstrouw zich over lange tijd uitstrekt. Maar ook over lankmoedigheid, ofwel geduld, kan alleen gesproken worden als het over een langere periode gaat. God heeft niet slechts 1 of 3 dagen, of een maand geduld, zoals wij mensen, maar eeuwen, zelfs duizenden jaren. De betekenis van zijn Naam heeft daarom betrekking op het heden, maar ook op het verleden en de toekomst. De God die lang geleden alle leven heeft gewekt, die er heden nog steeds is en er morgen zijn zal tot in alle eeuwigheden. De God die spreekt over toekomstige dingen en van de mens vraagt Hem op dat punt te beproeven, of Hij doet wat Hij heeft gezegd (zie bijvoorbeeld Jesaja 45-48). Daaruit moet blijken of Hij Degene is die Hij zegt te zijn: de  betrouwbare God. En zijn betrouwbaarheid komt aan het licht wanneer het woord dat Hij heeft gesproken waarheid wordt (zie Psalm 19:8 en 93:5). Het woord dat Hij spreekt heeft eeuwigheidswaarde, zoals God zelf eeuwig is. Hij is daarom zowel de God Die is, de Ik ben, als de God die in de toekomst is wat Hij tevoren heeft gezegd te zullen zijn, de Ik zal zijn, ofwel de Ik ben, die Ik zal zijn. We vinden herinneringen aan Exodus 34 in onder andere: Psalm 86:15; Psalm 89; Psalm 103:17-18; Psalm 145:8-10; Joël 2:13; Jona 2:2b; Mattheüs 23:23; Romeinen 2:4. De eeuwen door hebben gelovigen een beroep gedaan op deze openbaring van Gods naam, van de eigenschappen waarmee Hij zijn liefde en trouw wilde bewijzen aan zijn vriend Abraham en allen die in hetzelfde geloof als hij met Hem zouden wandelen.

J.K.D

++

Aanvullende lectuur

  1. Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 7 Omgaan met risico’s
  2. Donkere tijden, droge plekken, hijgende harten, dorstigen, neergeworpenen en geduld
  3. Fundamenten van het Geloof: De goedertierenheid van God
  4. Omgaan met zorgen in ons leven

+++

Gerelateerd

  1. Werk die Heilige Gees in my?
  2. ​As die Wet in die vleeslike karakter sonde uitgewys het, wat wys die Wet in die geestelike karakter? ( PD Conradie )

Plaatsing van Jezus door zogenaamd Bijbelstudie webruimte

Op“Biblespace- Uw Bijbelstudie – Uw Redding” wordt er helemaal geen plaats gelaten om over te gaan tot ernstige Bijbelstudie, doordat enkel stellingen geponeerd worden waarbij lezers niet kunnen op reageren. (Op 23 juni 2017 is er op die website namelijk geen reactie mogelijk bij de artikelen.)

Zo kan men wel verwensingen of negatieve kritiek vinden op anderen maar laat men geen kritiek op zichzelf toe, of laat men die geschoffeerde groepen niet aan het woord. De andersdenkenden die hun denken met onjuiste informatie worden besproken kunnen geen weerlegging voor leggen.

Algemeen vindt men zo vele trinitarische groepen die totaal geen openheid willen vertonen of zich zo willen opstellen dat anders denkenden kunnen reageren. Het zijn juist die trinitarische groeperingen die doen wat zij anderen verwijten.

Vandaag wil men alle godsdiensten centraliseren en dan controleren, een voorbereiding van de komende antichrist. {Wat betekent Jezus voor u?}

De schrijver van dat artikel geeft aan dat hij wil spreken over de goddelijkheid van Jezus, en schrijft dat

bijna tweeduizend jaar zijn er kinderen Gods die Jezus zijn trouw gebleven, en Hem niet hebben verraden.  {Wat betekent Jezus voor u?}

Hij vergeet dat hij zoals vele andere trinitariërs juist die man van Nazareth heeft verraden en nog veel erger dat hij juist met zijn geloofsgemeenschap de daad van Jezus geminimaliseerd heeft tot een zich belachelijk makende godheid die de ene na de andere leugen verkondigt.

De artikel schrijver poneert

Vandaag wil het volk Jezus niet meer aanvaarden voor wat Jezus is :

de Zoon van God, en goddelijk ! {Wat betekent Jezus voor u?}

Met de vinger op de zere plek vergeten vele het verschil te zien tussen ‘goddelijk’ zijn en ‘god zijn’ alsook ‘de God zijn’. Zij zien ook over het hoofd hoe er in de Bijbel over meerdere goden wordt gesproken maar ook duidelijk wordt gemaakt dat wij als mensen slechts één Ware God mogen aanbidden, en dat er in het Rijk van God slechts plaats is voor één Enige God die slecht één is, en geen veelvoud van goden is (twee, drie of meerdere).

Voor vele mensen vandaag is Jezus slechts een profeet, als vele anderen. Voor kinderen wordt Hij verborgen als t ware. Welke ouders spreken er nog over Jezus tegen hun kinderen ? Kinderen weten wel veel van superman, maar wie Jezus is moet hun nog duidelijk gemaakt worden. Jezus is God ! God is mens geworden ! {Wat betekent Jezus voor u?}

schrijft dat bovengenoemde blog, waarbij het totaal in gaat tegen de Bijbelse leer, die het zegt te verkondigen en te bestuderen.

Volgens de Schrift is Jezus wel degelijk een profeet, ook al geeft dat blog de indruk dat hij dat niet zou zijn. Het was de Allerhoogste Goddelijke Macht die Zijn gezondene en Zijn eigen eniggeboren geliefde zoon gebruikte om Zijn Woorden kenbaar te maken .

“die te gast moet zijn in de hemel tot aan de tijden van het herstel van alle dingen waarvan God heeft gesproken door de mond van zijn heilige profeten sinds eeuwig;” (Handelingen 3:21 NB)

In die zoon van mensen moeten wij geloof stellen, alsook moeten wij het Geestelijk Wezen, De Allerhoogste Godheid (die geen Driegodheid is)geloven die Jezus gezonden heeft en hem als Zijn zoon erkend heeft.

“zij zal een zoon baren en jij zult als zijn naam uitroepen: Jezus!- \@de Heer redt;\@ want hij zal zijn gemeente redden van hun zonden!” (Mattheüs 1:21 NB)

“en zie, een stem uit de hemel die zegt: dit is mijn zoon, de geliefde, in wie ik een welbehagen heb!” (Mattheüs 3:17 NB)

“wanneer ze u in deze stad vervolgen: vlucht naar de andere; want het is zeker, zeg ik u, ge zult niet het einde bereiken met de steden van Israël voordat de mensenzoon komt!” (Mattheüs 10:23 NB)

“want zoals ‘Jona drie dagen en drie nachten in de schoot van het zeemonster is geweest’, zó zal de mensenzoon drie dagen en drie nachten zijn in het hart van de aarde;” (Mattheüs 12:40 NB)

“Want zozeer heeft God de wereld liefgehad dat hij de Zoon, de eniggeborene, gegeven heeft,- opdat ieder die in hem gelooft niet verloren zal gaan maar eeuwig leven mag hebben.” (Johannes 3:16 NB)

“vast en zeker is het, zeg ik u, dat wie mijn spreken hoort en gelooft in wie mij uitstuurt, eeuwig leven heeft en niet in het oordeel komt; nee, hij is overgegaan uit de dood naar het leven;” (Johannes 5:24 NB)

“Als Jezus dit alles heeft uitgesproken heft hij zijn ogen ten hemel en zegt: Vader, het uur is gekomen; verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon ú mag verheerlijken,” (Johannes 17:1 NB)

“zoals geschiedde in de dagen van Noach, zó zal het ook zijn in de dagen van de mensenzoon:” (Lukas 17:26 NB)

“En ik zag, en zie: een witte wolk, en op de wolk was gezeten iemand als een mensenzoon, met op zijn hoofd een gouden kroon en in zijn hand een scherpe sikkel.” (Openbaring 14:14 NB)

God heeft geen welbehagen in zichzelf maar in Zijn zoon, die Hij geautoriseerd heeft in Zijn Naam te handelen en ook heeft aangesteld als Zijn hogepriester en als bemiddelaar tussen Hem en de mens.

“Jezus komt naderbij en spreekt tot hen; hij zegt: mij is gegeven alle gezag in hemel en op aarde;” (Mattheüs 28:18 NB)

“en heeft hij hem volmacht gegeven om een beoordeling te doen omdat hij de mensenzoon is!-” (Johannes 5:27 NB)

“Hierom, heilige broeders-en-zusters, een hemelse roeping deelachtig, houdt steeds voor ogen de apostel en hogepriester van onze belijdenis: Jezus,” (Hebreeën 3:1 NB)

jezus op het water

Wij mogen ons geen verkeerde held nemen maar moeten opkijken naar onze voorloper, die door God ook aangesteld is als hogepriester, zodat wij geen andere hoge priesters meer nodig hebben. God kan onmogelijk priester voor zich zelf zijn en zulke positie zou helemaal geen nut hebben. Als priester zou Hij niet voor de mens kunnen optreden noch bemiddelen, want een persoon kan onmogelijk met zichzelf bemiddelen, tenzij hij schizofreen is, wat de trinitariërs van Jezus maken een schizofreen iemand die een bepaald ogenblik alles zou weten en een ander ogenblik beweert dingen niet te weten en zegt dat het niet aan hem gelegen is maar aan een ander, die hij dan weer zelf zou zijn (volgens de trinitariërs).

“waar als voorloper voor ons Jezus is binnengekomen, toen hij ‘naar de ordening van Melchisedek’ hogepriester werd tot in de eeuwigheid.” (Hebreeën 6:20 NB)

“Want God is één, één is ook de middelaar tussen God en mensen: een mens, Christus Jezus,” (1 Timotheüs 2:5 NB)

“en tot Jezus, middelaar van een nieuw verbond, en tot bloed ter besprenkeling dat sterker spreekt dan dat van Abel.” (Hebreeën 12:24 NB)

Wanneer men Jezus tot God neemt ontneemt men hem zijn waarlijke positie en verlaagt men de waarde van zijn offergave. Namelijk zijn er velen die beweren dat Jezus God moet zijn omdat zij geloven dat geen enkele mens bekwam is om datgene te doen wat Jezus deed. Dat is totaal Jezus onderschatten. Ofwel is het de foutieve denkwijze dat God zulk een wrede God zou zijn dat Hij de mensen regels heeft gegeven waaraan de mens zich niet zou kunnen houden en dat Hij daarom moest doen of Hij Zich zou opofferen voor de mens met zijn waandoodsvoorstelling. Zij vergeten dat zulk een schouwspel met God die deed alsof Hij stierf, want God kan niet sterven, een absurde komedie zou zijn die niets op lost en voor de mens ook geen enkel positief vooruitzicht geeft, daar er dan geen hoop in de verrijzenis van een mens kan bestaan omdat God geen mens is maar een Geestelijk Wezen en geen mens ons is voorgegaan uit de dood.

In het geval Jezus God zou zijn is de wereld niets met die schijnvoorstelling van een Onsterfelijk Wezen dat doet alsof het dood gaat en dan uit die dood zou op staan. Verder geeft het de indruk dat die Godheid een verschrikkelijk monster, of wrede God, moet zijn omdat Hij dan na die toneelvoorstelling nog steeds zo vele miljoenen mensen enorm laat afzien. Dagelijks sterven nog vele duizenden aan hongersnood en wegens geweld dat hen ten onrechte wordt aangedaan en de onrechtdoeners blijken nog steeds enorm te genieten van hun daden en van hun rijkelijk leven terwijl anderen alle moeite hebben om in hun armoede te overleven.

De Allerhoogste God is gelukkig geen wreedaardig wezen maar een God van liefde. In Hém berust nog een grotere liefde dan de agapè liefde. Gods liefde overstijgt deze van enig mens, zelfs die van de Nazarener Jood die bereid was God Zijn Wil te doen, niettegenstaande dat dat zijn leven zou kosten aan de martelpaal.

Eigenaardig genoeg wordt in het aangehaalde artikel geschreven en zelfs onderlijnt terwijl men het zelf niet gelooft:

Petrus was niet de eerste Paus zoals men wil laten geloven, maar de context maakt duidelijk dat Jezus zijn gemeente bouwt op mensen die weten en erkennen dat Jezus de zoon van God is. Om dit te kunnen aanvaarden is er een operatie gebeurt aan de mens. Dan kan God op ieder zulk mens zijn gemeente bouwen ! Er waren dan nog geen denominaties en soorten van christenen ! {Wat betekent Jezus voor u?}

Wij moeten beseffen dat er zeer vele kerken of kerkgenootschappen zijn. De wereld is bezaaid met allerlei soorten religies en allerlei soorten gebedshuizen, tempels, synagogen, kerken of moskeeën, waar men allerlei leerstellingen op na houdt. Maar ware gelovigen die als navolgers van de rabbijn Jeshua of Jezus Christus, door het leven willen gaan, moeten het wijze besluit nemen om alle leringen die niet met die van Jezus overeenstemmen opzij te schuiven.

Jezus, zoals elke Jood, geloofde slechts in één Ware God, de God van Israël. Die God van Abraham was en is een enkelvoudige God en geen onderdeel van een Drie-eenheid of Drievuldigheid.

Velen die voor het Drie-eenheidsdenken zwichten denken dat Jezus omdat hij zieken genas en zonden vergaf wel God moest zijn omdat alleen God dat kan doen. Zij zien over het hoofd dat het niet Jezus was die al die mensen liet zien of hun kreupelheid ongedaan maakte, of mensen uit de dood deed op staan of zonden vergaf. Jezus verzocht zijn hemelse Vader om dat te doen. Het was steeds God die de handelingen van Jezus Christus en Jezus zijn woorden tot werkelijkheid liet komen. Jezus had van God de autoriteit gekregen om in Gods Naam te spreken en handelen, maar zonder God kon Jezus niets.

“17  Maar hij heeft hun geantwoord: mijn Vader werkt ononderbroken en zo werk ik ook! 18 Daardoor zijn toen de Judeeërs eens te meer zijn dood gaan zoeken, omdat hij niet alleen de sabbat ontbond maar ook God zijn eigen Vader noemde,- zo zichzelf gelijkmakend aan God. 19 Toen heeft Jezus geantwoord en tot hen gezegd: vast en zeker is het, zeg ik u: de zoon kan niet zomaar uit zichzelf iets maken of hij moet het de vader zien maken want al wat díe maakt, evenzo maakt ook de zoon;” (Johannes 5:17-19 NB)

De houders van de website Biblespace- Uw Bijbelstudie – Uw Redding zouden beter in acht nemen wat zij zelf schrijven

Wie Jezus niet als de Zoon van God aanneemt is een antichrist ! {Wat betekent Jezus voor u?}

Iedereen moet beseffen dat vandaag de dag het belangrijk is om te geloven wie Jezus is en om hem als de Weg naar God te volgen. Iedereen moet zoals Jezus elf besefte weten dat God veel groter is dan Jezus. Wij moeten allen onder Jezus Christus komen die zelf ook onder God staat, aan wie Jezus op het einde na onderwerping aan hem ook alles aan zijn hemelse vader zal overdragen.

“ge hebt gehoord dat ík u heb gezegd: ik ga heen én kom naar u toe; als ge me liefhadt zoudt ge verheugd zijn dat ik naar de Vader ga, omdat de Vader groter is dan ik;” (Johannes 14:28 NB)

“Maar wel wil ik dat ge weet dat de Christus het hoofd is van elke man, de man het hoofd van de vrouw en God het hoofd van de Christus.” (1 Corinthiërs 11:3 NB)

“Maar wanneer alles aan hem onderworpen is, dán zal ook de Zoon zelf zich onderwerpen aan hem die alles aan hem heeft onderworpen, opdat het zal zijn: God alles in allen!” (1 Corinthiërs 15:28 NB)

Laat niemand vergeten hoe wij onder Christus Jezus één moeten worden zoals Jezus één is met zijn Goddelijke Vader, en hoe wij de Zoon moeten erkennen voor wie hij is en voor wat hij gedaan heeft. De wereld moet weten dat diegene die God niet gelooft en geen acht slaat op Zijn woorden en op de woorden van Zijn zoon de Vader niet tot zich zal krijgen en geen aanspraak zal kunnen maken op rechtvaardiging door het offer van Gods zoon. Erkenning van de zoon als de Weg naar God is essentieel voor een waardig geloofsleven.

“ieder die de Zoon verloochent heeft ook de Vader niet; wie de Zoon belijdt heeft ook de Vader.” (1 Johannes 2:23 NB)

Wij wensen onze lezers ook te waarschuwen voor die websites die het vertikken om de lezers ook aan het woord te laten. Indien er geen mogelijkheid is op een website die een blog voorziet, om reacties te geven, of als een blog de bedenkingen van anderen verzwijgt of niet publiceerbaar maakt, moet men steeds argwanend zijn. Trouwens moet men altijd op de hoede zijn voor de ontkenners van het zoonschap van Jezus. Steeds moet men ook elke site (ook onze publicaties) onderwerpen aan een vergelijking met de Heilige Schrift, de Bijbel, het enige onfeilbare Woord.

Blijf steeds onder ogen zien dat het belangrijk is om te doen wat, en de weg uit te gaan die, God voor legt aan de wereld. Jezus is de Weg en hem moeten wij volgen. Hem moeten wij erkennen als de eniggeboren zoon van God dankzij wie wij onder de genadegave van God vallen.

+

Voorgaand

Jezus zoon van David, zoon van Abraham en zoon van God

Azteekse en Romeinse tradities die ons nog steeds beïnvloeden

El Shaddai Die verscheen voor Abraham

Bijbel, zwaard van de Geest in de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God om tot een volkomen mens te komen

++

Vindt ook om te lezen

  1. God die Almachtige Geest die geen mens kan zien
  2. De Almachtige God der goden, groter dan en hoog verheven boven alle goden
  3. Is God een Drie-eenheid
  4. Heilige-drievuldigheid of drie-eenheid
  5. Bijbel, Gods Woord ingegeven nuttig tot lering, tot bestraffing, tot verbetering en tot onderwijzing
  6. Gods vergeten Woord 19 Geopenbaarde Woord 4 Het ware licht
  7. Gods wil dat alle soorten van mensen worden gered
  8. De verkeerde held
  9. Het begin van Jezus #1 Menselijke aspecten
  10. Het begin van Jezus #7 Een Nieuwe Adam, zoon van Abraham
  11. Het begin van Jezus #8 Beloofde Gezalfde zoon van God
  12. Het begin van Jezus #11 Goddelijk verwezenlijkt en niet geïncarneerd
  13. Het begin van Jezus #13 Een te komen mens
  14. De Verlosser 1 Senior en junior
  15. 2020 jaar geleden werd de weg geopend
  16. Verwaarloosde geboortedag en sterfplaats 1 Rabbijn Jeshua en Romeinse weerstand
  17. Wie is Jezus volgens Prof. Buzzard
  18. Een koning die zijn onderdanen wetten oplegt waarvan hij weet dat zij zich er nooit aan kunnen houden
  19. De god zoon, koning en zijn onderdanen
  20. De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden
  21. Voor de Wil van Hem die groter is dan Jezus
  22. Belangrijkste weekend van het jaar 2016
  23. Gevangenneming en terechtstelling van Christus Jezus
  24. Jezus vindt de dood op Golgota op voorbereidingsdag
  25. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 1
  26. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 2
  27. Na de sabbat na Pesach, de verrijzenis van Jezus Christus
  28. Hellenistische invloeden
  29. Politiek en macht eerste prioriteit #2 Arianisme, Nestorianisme en Monofysitisme
  30. Politiek en macht eerste prioriteit # 3 Verhoging van Maria en de Heilige Geest
  31. Filosofen, theologen en ogen naar de ware kennisgever van bestaan van God
  32. Denkers in de maatschappij
  33. Doctrine van de Drievuldigheid
  34. Filippenzen 1 – 2
  35. Tekenen te herkennen in Tijden der Laatste dagen
  36. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #5 Apologeten
  37. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #6 Constantijn de Grote
  38. Vele kerken
  39. Christenen
  40. Bedenkingen: Gods eigen Volk
  41. Heeft Bijbel voor de mens van vandaag nog betekenis
  42. Zomertijd ideaal op met Bijbellezing aan te vangen #1Bestseller aller tijden

+++

El Shaddai Jehova der Abraham erschienen

“Im Anfang schuf Gott die Himmel {Im Hebr. steht das Wort “Himmel” immer in der Mehrzahl} und die Erde.” (1 Mose 1:1 ELB)

“Und Abram war 99 Jahre alt, da erschien Jehova dem Abram und sprach zu ihm: Ich bin Gott, {El} der Allmächtige; wandle vor meinem Angesicht und sei vollkommen. {S. die Anmerkung zu Kap. 6,9}” (1 Mose 17:1 ELB)

“2 Und Gott redete zu Mose und sprach zu ihm: Ich bin Jehova. 3 Und ich bin Abraham, Isaak und Jakob erschienen als Gott, {El} der Allmächtige; aber mit meinem Namen Jehova habe ich mich ihnen nicht kundgegeben.” (2 Mose 6:2-3 ELB)

“Wer ist dir gleich unter den Göttern, Jehova! Wer ist dir gleich, herrlich in Heiligkeit, furchtbar an Ruhm, Wunder tuend!” (2 Mose 15:11 ELB)

“Nun weiß ich, daß Jehova größer ist als alle Götter; denn in der Sache, worin sie in Übermut handelten, war er über ihnen.” (2 Mose 18:11 ELB)

“Und er sprach: Du vermagst nicht mein Angesicht zu sehen, denn nicht kann ein Mensch mich sehen und leben.” (2 Mose 33:20 ELB)

“4  Höre Israel: Jehova, unser Gott, ist ein einziger Jehova! {d. h. einzig und allein derjenige, welchem der Name Jehova zukommt. (Vergl. Sach. 14,9)} 5 Und du sollst Jehova, deinen Gott, lieben mit deinem ganzen Herzen und mit deiner ganzen Seele und mit deiner ganzen Kraft. 6 Und diese Worte, die ich dir heute gebiete, sollen auf deinem Herzen sein. 7 Und du sollst sie deinen Kindern einschärfen und davon reden, wenn du in deinem Hause sitzest, und wenn du auf dem Wege gehst, und wenn du dich niederlegst, und wenn du aufstehst. 8 Und du sollst sie zum Zeichen auf deine Hand binden, und sie sollen zu Stirnbändern sein zwischen deinen Augen; 9 und du sollst sie auf die Pfosten deines Hauses und an deine Tore schreiben.” (5Mose 6:4-9 ELB)

“Denn den Namen Jehovas will ich ausrufen: Gebet Majestät {W. Größe} unserem Gott!” (5Mose 32:3 ELB)

“Dein, Jehova, ist die Größe und die Stärke und der Ruhm {O. die Herrlichkeit} und der Glanz und die Pracht; {O. die Hoheit, Majestät} denn alles im Himmel und auf Erden ist dein. Dein, Jehova, ist das Königreich, und du bist über alles erhaben als Haupt;” (1 Chronik 29:11 ELB)

“Und das Haus, das ich bauen will, soll groß sein; denn unser Gott ist größer als alle Götter.” (2 Chronik 2:5 ELB)

“Siehe, Gott {El} ist zu erhaben für unsere Erkenntnis; {W. ist erhaben, so daß wir nicht erkennen} die Zahl seiner Jahre, sie ist unerforschlich.” (Hiob 36:26 ELB)

“Lasset ab und erkennet, daß ich Gott bin! Ich werde erhöht werden unter den Nationen, ich werde erhöht werden auf Erden.” (Psalmen 46:10 ELB)

“Ein Lied, ein Psalm. {Eig. Ein Psalm-Lied} Von den Söhnen Korahs. Groß ist Jehova und sehr zu loben in der Stadt unseres Gottes auf seinem heiligen Berge.” (Psalmen 48:1 ELB)

“Und deine Gerechtigkeit, o Gott, reicht bis zur Höhe; du, der du große Dinge getan hast, o Gott, wer ist wie du?” (Psalmen 71:19 ELB)

“Gepriesen sei Jehova, Gott, der Gott Israels, der Wunder tut, er allein!” (Psalmen 72:18 ELB)

“Und erkennen, {O. damit sie erkennen} daß du allein, dessen Name Jehova ist, der Höchste bist über die ganze Erde!” (Psalmen 83:18 ELB)

“Keiner ist wie du, Herr, unter den Göttern, und nichts gleich deinen Werken.” (Psalmen 86:8 ELB)

“Denn wer in den Wolken ist mit Jehova zu vergleichen? Wer ist Jehova gleich unter den Söhnen der Starken?” (Psalmen 89:6 ELB)

“Wie groß sind deine Werke, Jehova! sehr tief sind deine Gedanken.” (Psalmen 92:5 ELB)

“3 Denn ein großer Gott {El} ist Jehova, und ein großer König über alle Götter; 4 In dessen Hand die Tiefen der Erde, und dessen die Höhen der Berge sind; 5 Dessen das Meer ist, er hat es ja gemacht; und das Trockene, seine Hände haben es gebildet. 6 Kommet, lasset uns anbeten und uns niederbeugen, lasset uns niederknien vor Jehova, der uns gemacht hat! 7  Denn er ist unser Gott, und wir sind das Volk seiner Weide und die Herde seiner Hand. Heute, wenn ihr seine Stimme höret, 8 Verhärtet euer Herz nicht, wie zu Meriba, wie am Tage von Massa in der Wüste; 9 Als eure Väter mich versuchten, mich prüften, und sie sahen doch mein Werk!” (Psalmen 95:3-9 ELB)

“Denn du, Jehova, bist der Höchste über die ganze Erde; du bist sehr erhaben über alle Götter.” (Psalmen 97:9 ELB)

“Er hat Erlösung gesandt seinem Volke, seinen Bund verordnet auf ewig; heilig und furchtbar ist sein Name.” (Psalmen 111:9 ELB)

“Denn ich weiß, daß Jehova groß ist, und unser Herr groß vor allen Göttern.” (Psalmen 135:5 ELB)

“Groß ist Jehova und sehr zu loben, und seine Größe ist unerforschlich.” (Psalmen 145:3 ELB)

“Und Jehova der Heerscharen wird im Gericht erhaben sein, und Gott, der Heilige, sich heilig erweisen in Gerechtigkeit. -” (Jesaja 5:16 ELB)

“Und einer rief dem anderen zu und sprach: Heilig, heilig, heilig ist Jehova der Heerscharen, die ganze Erde ist voll seiner Herrlichkeit!” (Jesaja 6:3 ELB)

“Jehova der Heerscharen, den sollt ihr heiligen; und er sei eure Furcht, und er sei euer Schrecken.” (Jesaja 8:13 ELB)

“Und wem wollt ihr Gott {El} vergleichen? Und was für ein Gleichnis wollt ihr ihm an die Seite stellen?” (Jesaja 40:18 ELB)

“Ich, ich bin Jehova, und außer mir ist kein Heiland. {O. Retter, Helfer}” (Jesaja 43:11 ELB)

“Erschrecket nicht und zittert nicht! Habe ich es nicht von längsther dich hören lassen und dir verkündet? und ihr seid meine Zeugen. Gibt es einen Gott {Eloah} außer mir? und es gibt keinen Fels, ich weiß keinen.” (Jesaja 44:8 ELB)

“Denn so spricht der Hohe und Erhabene, der in Ewigkeit wohnt, {O. bleibt} und dessen Name der Heilige ist: Ich wohne in der Höhe und im Heiligtum, und bei dem, der zerschlagenen und gebeugten Geistes ist, um zu beleben den Geist der Gebeugten und zu beleben das Herz der Zerschlagenen.” (Jesaja 57:15 ELB)

“Wer sollte dich nicht fürchten, König der Nationen? denn dir gebührt es. Denn unter allen Weisen der Nationen und in allen ihren Königreichen ist gar niemand dir gleich,” (Jeremia 10:7 ELB)

“Als einen lieblichen Geruch werde ich euch wohlgefällig annehmen, wenn ich euch aus den Völkern herausführe und euch aus den Ländern sammle, in welche ihr zerstreut worden seid, und ich mich vor den Augen der Nationen an euch heilige {d. h. mich heilig erweise.}” (Hesekiel 20:41 ELB)

“Und ich werde meinen großen Namen heiligen, der entweiht ist unter den Nationen, welchen ihr entweiht habt in ihrer Mitte. Und die Nationen werden wissen, daß ich Jehova bin, spricht der Herr, Jehova, wenn ich mich vor ihren Augen an euch heilige {d. h. heilig erweise.} -” (Hesekiel 36:23 ELB)

“Und ich werde mich groß und heilig erweisen, und werde mich kundtun vor den Augen vieler Nationen. Und sie werden wissen, daß ich Jehova bin.” (Hesekiel 38:23 ELB)

“Der König antwortete Daniel und sprach: In Wahrheit, euer Gott ist der Gott der Götter und der Herr der Könige, und ein Offenbarer der Geheimnisse, da du vermocht hast, dieses Geheimnis zu offenbaren.” (Daniel 2:47 ELB)

“Und es wird geschehen, ein jeder, der den Namen Jehovas anrufen wird, wird errettet werden; denn auf dem Berge Zion und in Jerusalem wird Errettung {O. werden Entronnene} sein, wie Jehova gesprochen hat, und unter den Übriggebliebenen, welche {O. wen} Jehova berufen wird.” (Joel 2:32 ELB)

“Denn alsdann werde ich die Lippen der Völker in reine Lippen umwandeln, damit sie alle den Namen Jehovas anrufen und ihm einmütig dienen.” (Zefanja 3:9 ELB)

“Betet ihr nun also: Unser Vater, der du bist in den Himmeln, geheiligt werde dein Name;” (Matthäus 6:9 ELB)

“Jesus aber sprach zu ihm: Was heißest du mich gut? Niemand ist gut als nur Einer, Gott.” (Markus 10:18 ELB)

“Denn große Dinge hat der Mächtige an mir getan, und heilig ist sein Name;” (Lukas 1:49 ELB)

“Gott ist ein Geist, und die ihn anbeten, müssen in Geist und Wahrheit anbeten.” (Johannes 4:24 ELB)

“1  Dieses redete Jesus und hob seine Augen auf gen Himmel und sprach: Vater, die Stunde ist gekommen; verherrliche deinen Sohn, auf daß dein Sohn dich verherrliche. 2 Gleichwie du ihm Gewalt gegeben hast über alles Fleisch, auf daß er allen, die du ihm gegeben, {Eig. auf daß alles, was du ihm gegeben, er ihnen usw.} ewiges Leben gebe. 3 Dies aber ist das ewige Leben, daß sie dich, den allein wahren Gott, und den du gesandt hast, Jesum Christum, erkennen.” (Johannes 17:1-3 ELB)

“Ich habe deinen Namen geoffenbart den Menschen, die du mir aus der Welt gegeben hast. Dein waren sie, und du hast sie mir gegeben, und sie haben dein Wort bewahrt. {O. gehalten}” (Johannes 17:6 ELB)

“25 Gerechter Vater! und die Welt hat dich nicht erkannt; ich aber habe dich erkannt, und diese haben erkannt, daß du mich gesandt hast. 26 Und ich habe ihnen deinen Namen kundgetan und werde ihn kundtun, auf daß die Liebe, womit du mich geliebt hast, in ihnen sei und ich in ihnen.” (Johannes 17:25-26 ELB)

“Und es wird geschehen, ein jeder, der irgend den Namen des Herrn anrufen wird, wird errettet werden.” {Joel 2,28-32}” (Apostelgescht 2:21 ELB)

“denn das Unsichtbare von ihm, sowohl seine ewige Kraft als auch seine Göttlichkeit, die von Erschaffung der Welt an in dem Gemachten wahrgenommen {O. erkannt, mit dem Verstande ergriffen} werden, wird geschaut-damit sie ohne Entschuldigung seien;” (Römer 1:20 ELB)

“denn jeder, der irgend den Namen des Herrn anrufen wird, wird errettet werden”. {Joel 2,32}” (Römer 10:13 ELB)

“O Tiefe des Reichtums, sowohl der Weisheit als auch {O. und der Weisheit und} der Erkenntnis Gottes! Wie unausforschlich sind seine Gerichte und unausspürbar seine Wege!” (Römer 11:33 ELB)

“4  was nun das Essen der Götzenopfer betrifft, so wissen wir, daß ein Götzenbild nichts ist in der Welt, und daß kein [anderer] Gott ist, als nur einer. 5 Denn wenn es anders solche gibt, die Götter genannt werden, sei es im Himmel oder auf Erden (wie es ja viele Götter und viele Herren gibt), 6 so ist doch für uns ein Gott, der Vater, von welchem alle Dinge sind, und wir für ihn, und ein Herr, Jesus Christus, durch welchen alle Dinge sind, und wir durch ihn.” (1 Korinther 8:4-6 ELB)

“nach dem Evangelium der Herrlichkeit des seligen Gottes, welches mir anvertraut worden ist.” (1 Timotheus 1:11 ELB)

“Denn Gott ist einer, und einer Mittler {O. da ist ein Gott und ein Mittler} zwischen Gott und Menschen, der Mensch Christus Jesus,” (1 Timotheus 2:5 ELB)

“Denn der Christus ist nicht eingegangen in das mit Händen gemachte Heiligtum, ein Gegenbild des wahrhaftigen, sondern in den Himmel selbst, um jetzt vor dem Angesicht Gottes für uns zu erscheinen;” (Hebräer 9:24 ELB)

“Und wir haben erkannt und geglaubt die Liebe, die Gott zu uns hat. Gott ist Liebe, und wer in der Liebe bleibt, bleibt in Gott und Gott in ihm.” (1 Johannes 4:16 ELB)

“Und die vier lebendigen Wesen hatten, ein jedes von ihnen für sich, je sechs Flügel; ringsum und inwendig sind sie voller Augen, und sie hören Tag und Nacht nicht auf zu sagen: {W. sie haben …  keine Ruhe, sagend} Heilig, heilig, heilig, Herr, Gott, Allmächtiger, der da war und der da ist und der da kommt!” (Offenbarung 4:8 ELB)

“und sprachen: Wir danken dir, Herr, Gott, Allmächtiger, der da ist und der da war, daß du angenommen hast deine große Macht und angetreten deine Herrschaft!” (Offenbarung 11:17 ELB)

“Und ich hörte den Altar sagen: Ja, Herr, Gott, Allmächtiger, wahrhaftig und gerecht sind deine Gerichte.” (Offenbarung 16:7 ELB)

*

+

Bibel, Schwert des Geistes, in die Einheit des Glaubens und der Erkenntnis des Sohnes Gottes

El Shaddai Die verscheen voor Abraham

El Shaddai ’Eternel et Dieu puissant Qui apparut à Abraham

El Shaddai Who appeared unto Abraham

++

God die Almagtige ’n Gees Wie geen mens kan sien en nogtans lewe nie

God die Almachtige Geest die geen mens kan zien

Allmächtige Gott denn kein Mensch wird leben, der Dich sieht

Deutsch: Martin Luthers, Schulerbibel. PWB. St...

Martin Luthers, Schulerbibel. PWB. Stuttgart, 1938 (Photo credit: Wikipedia)

+++

El Shaddai Die verscheen voor Abraham

 

“IN HET BEGIN schiep God de hemel en de aarde.” (Genesis 1:1 WV78)

“Toen Abram negenennegentig jaar was, verscheen Jahwe hem en zei: ‘Ik ben God almachtig, richt uw schreden naar Mij en gedraag u onberispelijk.” (Genesis 17:1 WV78)

–  17 Toen A̱bram nu negenennegentig jaar oud was, verscheen Jehovah aan A̱bram en zei tot hem:+ „Ik ben God de Almachtige.*+ Wandel voor mijn aangezicht en betoon u onberispelijk.+ En ik wil mijn verbond geven tussen mij en u,+ opdat ik u zeer, zeer moge vermenigvuldigen.”+

En God* sprak verder tot Mo̱zes en zei tot hem: „Ik ben Jehovah.+ En aan A̱braham,+ I̱saäk+ en Ja̱kob+ ben ik altijd verschenen als God de Almachtige,*+ maar wat mijn naam Jehovah+ betreft,* daarmee heb ik mij niet aan hen bekendgemaakt.*+

“2 Wederom richtte God het woord tot Mozes en sprak tot hem: ‘Ik ben Jahwe. 3 Aan Abraham, aan Isaak en aan Jakob ben Ik verschenen als God Almachtig; mijn naam Jahwe heb Ik hun niet geopenbaard.” (Exodus 6:2-3 WV78)

“Wie is van de goden als gij, o Jahwe? Wie is er als Gij, schrikwekkend en heilig. om roemvolle daden geducht, om wonder na wonder?” (Exodus 15:11 WV78)

“Nu weet ik dat Jahwe groter is dan alle andere goden.’” (Exodus 18:11 WV78)

“Maar hij voegde er aan toe: ‘Mijn gelaat kunt gij niet zien, want geen mens kan mijn gelaat zien en in leven blijven.’” (Exodus 33:20 WV78)

“4  Luister, Israel, Jahwe is onze God, Jahwe alleen! 5 Gij moet Jahwe uw God beminnen met heel uw hart, met heel uw ziel en met al uw krachten. 6 De geboden die ik u heden voorschrijf, moet ge in uw hart prenten. 7 Ge moet er met uw kinderen telkens opnieuw over spreken, wanneer ge thuis zijt en onderweg, als ge slapen gaat en opstaat. 8 Bind ze als een teken op uw hand en als een band op uw voorhoofd. 9 Grif ze in de deurposten van uw huis en op de poorten van uw stad.” (Deuteronomium 6:4-9 WV78)

“Jahwe’s naam roep ik uit: Breng hulde aan onze God!” (Deuteronomium 32:3 WV78)

“Aan U, Jahwe, behoort de grootheid en de kracht, de luister, de roem en de majesteit, want aan U, Jahwe, behoort alles in de hemel en op de aarde. Aan U, Jahwe, behoort het koningschap, aan U, die als hoofd boven alles verheven bent.” (1 Kronieken 29:11 WV78)

“(2:4) De tempel die ik wil bouwen zal groot zijn, want onze God is de grootste van alle goden.” (2 Kronieken 2:5 WV78)

“Ja, hoogverheven is God, we kennen Hem niet, onnaspeurlijk is zijn ouderdom.” (Job 36:26 WV78)

“(46:11) Laat af en beseft dat Ik God ben, Ik: boven de volken verheven, verheven hoog boven de aarde.” (Psalmen 46:10 WV78)

“Een lied. Een psalm van de Korachieten. (48:2) Groot, hoog te loven Jahwe: in de stad van Hem, onze God, waar zijn heilige berg zich verheft, -” (Psalmen 48:1 WV78)

“uw gerechtigheid, God, naar zij oprijst, hoe Gij grote dingen gedaan hebt. Wie is, o God, gelijk Gij?” (Psalmen 71:19 WV78)

“Geloofd zij God de Heer, de God van Israel, die wonderen doet, Hij alleen.” (Psalmen 72:18 WV78)

“(83:19) weten zij dat slechts Gij – wiens naam is de Heer – over heel de aarde ten troon zit.” (Psalmen 83:18 WV78)

“Geen god, Heer komt U nabij, uw werken zijn onvergelijkelijk;” (Psalmen 86:8 WV78)

“(89:7) Wie daarboven reikt tot de Heer, welke godenzoon evenaart Hem?” (Psalmen 89:6 WV78)

“(92:6) Hoe groots is uw schepping, o Heer, hoe grondeloos zijn uw gedachten,” (Psalmen 92:5 WV78)

“3 Want een godheid groot is de Heer, koning groot, alle goden te boven. 4 In zijn hand zijn aan de diepten der aarde en de steilten der bergen beheerst. Hij; 5 aan Hem hoort de zee want Hij schiep haar, en het land, dat zijn handen formeerden. 6 Nadert, buigen deemoedig wij neer, knielen wij voor de Heer die ons maakte: 7  onze God is Hij, wij zijn het volk dat Hij weidt – de schapen in zijn hoede. Het is heden! hoort naar zijn stem: 8 verhardt niet uw hart, als bij Meriba, als bij Massa, toen in de woestijn; 9 toen uw vaderen Mij hebben verzocht, Mij tartten – en nog zagen mijn daden!” (Psalmen 95:3-9 WV78)

“Want Gij zijt de Heer, souverein, boven heel de aarde verrijzend, hoog – alle goden te boven.” (Psalmen 97:9 WV78)

“Bevrijding schonk Hij zijn volk, schiep voor de eeuwigheid zijn verbond. Heilig, ontzagwekkend zijn naam!” (Psalmen 111:9 WV78)

“Ik belijd het: groot is de Heer, onze Heer – alle goden te boven.” (Psalmen 135:5 WV78)

“Groot is de Heer, hoog te loven, nooit is te doorgronden zijn grootheid.” (Psalmen 145:3 WV78)

“Maar Jahwe van de legerscharen wordt groot in zijn oordeel, in zijn gerechtigheid toont de heilige God zijn heiligheid.” (Jesaja 5:16 WV78)

“Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is Jahwe van de machten; al wat de aarde vult is zijn heerlijkheid.’” (Jesaja 6:3 WV78)

“Jahwe van de legerscharen moet gij als heilig beschouwen, alleen voor Hem moet gij vrezen en beducht zijn.” (Jesaja 8:13 WV78)

“Met wie zoudt gij God vergelijken en welke voorstelling zoudt gij u van Hem maken?” (Jesaja 40:18 WV78)

“Ik, Ik alleen ben Jahwe, en een redder buiten Mij is er niet.” (Jesaja 43:11 WV78)

“Weest niet beangst of radeloos: heb Ik het u niet van oudsher bekend gemaakt en verkondigd? Gij zijt mij getuigen: is er een god buiten Mij? Er is geen andere rots, Ik ken er geen!” (Jesaja 44:8 WV78)

“Want zo spreekt de Hoogverhevene, die troont voor eeuwig, wiens naam de Heilige is: ‘Ik ben de Heilige die woont in den hoge, maar ook in het geslagen en diep vernederd gemoed: Ik geef nieuw leven aan het vernederd gemoed, nieuw leven aan het geslagen hart.” (Jesaja 57:15 WV78)

“Iedereen moet U vrezen, koning van de volken; dat komt U toe. Onder de wijze mannen van volken en koninkrijken is niemand aan U gelijk,” (Jeremia 10:7 WV78)

“Als in een geurige gave zal Ik behagen in u scheppen, als Ik u heb weggeleid uit de volken en u heb samengebracht uit de landen waarover ge verstrooid zijt, en zo door u aan de volken getoond heb dat Ik de Heilige ben.” (Ezechiël 20:41 WV78)

“Ik zal voor mijn grote naam, die ontwijd is onder de volken, die door u onder hen ontwijd is, weer eerbied afdwingen en door u aan de volken tonen dat Ik de Heilige ben; zo zullen de volken erkennen dat Ik Jahwe ben, luidt de godsspraak van Jahwe de Heer.” (Ezechiël 36:23 WV78)

“Zo zal Ik mijn grootheid laten zien en tonen dat Ik de Heilige ben. Wanneer Ik Mij openbaar zullen alle volken erkennen dat Ik Jahwe ben..” (Ezechiël 38:23 WV78)

“De koning zei tot Daniel: ‘Waarlijk, uw God is de God der goden en de heer der koningen. Hij openbaart geheimen en daarom hebt u dit geheim kunnen ontsluieren.’” (Daniël 2:47 WV78)

“(3:5) Zo zal het gaan: alwie de naam van Jahwe aanroept, hij wordt gered, want op de berg Sion en in Jeruzalem daar zal de redding zijn, zoals Jahwe heeft gezegd. En degenen die door Jahwe worden geroepen, zij zijn het die ontkomen.” (Joël 2:32 WV78)

“Maar voorwaar, dan geef Ik mijn volk andere lippen, reine lippen, om allen de naam van Jahwe aan te roepen en Hem te dienen, zij aan zij.” (Sefanja 3:9 WV78)

“Gij moet daarom zo bidden: Onze Vader die in de hemel zijt, Uw Naam worde geheiligd;” (Mattheüs 6:9 WV78)

“Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt ge Mij goed? Niemand is goed dan God alleen.” (Markus 10:18 WV78)

“omdat aan mij zijn wonderwerken deed Die machtig is, en heilig is zijn Naam.” (Lukas 1:49 WV78)

“God is geest, en wie Hem aanbidden moeten Hem in geest en waarheid aanbidden.’” (Johannes 4:24 WV78)

“1  Zo sprak Jezus. Toen sloeg Hij zijn ogen ten hemel en zei: ‘Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijke. 2 Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen om eeuwig leven te schenken aan allen die Gij Hem gegeven hebt. 3 En dit is het eeuwig leven, dat zij U kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden, Jezus Christus.” (Johannes 17:1-3 WV78)

“Ik heb uw Naam geopenbaard aan de mensen die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. U behoorden ze toe; Mij hebt Gij ze gegeven en zij hebben uw woord onderhouden.” (Johannes 17:6 WV78)

“25 Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend, Ik heb U erkend, en dezen hier hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt. 26 Uw naam heb Ik hun geopenbaard en Ik zal dit blijven doen, opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad, in hen moge zijn en Ik in hen.’” (Johannes 17:25-26 WV78)

“Dan zal het geschieden, dat ieder die de naam des Heren aanroept, gered zal worden.” (Handelingen 2:21 WV78)

“Van de schepping der wereld af wordt zijn onzichtbaar wezen door de rede in zijn werken aanschouwd, zijn eeuwige macht namelijk en zijn godheid. Daarom zijn zij niet te verontschuldigen.” (Romeinen 1:20 WV78)

“Want alwie de naam van de Heer aanroept zal gered worden.” (Romeinen 10:13 WV78)

“O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis! Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen!” (Romeinen 11:33 WV78)

“4  Wat nu het eten van offervlees betreft, wij weten dat er in de hele wereld geen afgod bestaat en dat er geen God is behalve een. 5 Want al zijn er ook zogenaamde goden, hetzij in de hemel hetzij op aarde – en in deze zin zijn er ongetwijfeld goden en heren in menigte – 6 toch is er voor ons maar een God, de Vader, uit wie het al voortkomt en voor wie wij bestemd zijn, en een Heer, Jezus Christus, door wie het al bestaat en wij in het bijzonder.” (1 Corinthiërs 8:4-6 WV78)

“die steunt op het roemrijk evangelie van de gelukzalige God, dat mij is toevertrouwd.” (1 Timotheüs 1:11 WV78)

“Want God is een, een is ook de middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus,” (1 Timotheüs 2:5 WV78)

“Want Christus is niet het heiligdom binnengegaan dat, door mensenhanden gemaakt, slechts een symbool is van het waarachtige heiligdom; Hij is de hemel zelf binnengegaan om er nu, voor onze zaak, bij God present te zijn.” (Hebreeën 9:24 WV78)

“Zo hebben wij de liefde leren kennen die God voor ons heeft, en wij geloven in haar. God is liefde: wie in de liefde woont, woont in God en God is met hem.” (1 Johannes 4:16 WV78)

“En de vier dieren hadden elk zes vleugels; rondom en van binnen zijn zij met ogen bezet. En zij roepen zonder rusten dag en nacht: ‘Heilig, heilig, heilig, Heer, God, Albeheerser, die was en die is en die komt.’” (Openbaring 4:8 WV78)

“zeggend: ‘Wij danken u, Heer, God, Albeheerser, die zijt en die waart, dat Gij uw grote macht gegrepen en uw koningschap aanvaard hebt.” (Openbaring 11:17 WV78)

“En ik hoorde de stem van het altaar: ‘Ja, Heer, God, Albeheerser, waarachtig en rechtvaardig zijn uw oordelen.’” (Openbaring 16:7 WV78)

*

 

+

Voorgaand:

Bijbel, zwaard van de Geest in de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God om tot een volkomen mens te komen

Volgend:

El Shaddai Jehova der Abraham erschienen

El Shaddai ’Eternel et Dieu puissant Qui apparut à Abraham

El Shaddai Who appeared unto Abraham

++

God die Almagtige ’n Gees Wie geen mens kan sien en nogtans lewe nie

God die Almachtige Geest die geen mens kan zien

Allmächtige Gott denn kein Mensch wird leben, der Dich sieht

+++

Bijbel, zwaard van de Geest in de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God om tot een volkomen mens te komen

 

 

“Een psalm van David, voor den opperzangmeester. {1} (19-2) De hemelen vertellen {2} Gods eer, en het uitspansel {3} verkondigt Zijner handen werk.” (Psalmen 19:1 STV)

“1  Toen sprak God {1} al deze woorden, {2} zeggende: 2 Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, {3} uitgeleid heb. 3 Gij zult geen andere goden {4} voor Mijn aangezicht hebben.” (Exodus 20:1-3 STV)

“Alzo zegt de Heere HEERE: Het zal niet bestaan, {22} en het zal niet geschieden.” (Jesaja 7:7 STV)

“En de HEERE stak Zijn hand uit, en roerde mijn mond aan; {20} en de HEERE zeide tot mij: Zie, Ik geef Mijn woorden in uw mond. {21}” (Jeremia 1:9 STV)

“Gelooft gij niet, dat Ik in den Vader [ben], en de Vader in Mij is? De woorden, {20} die Ik tot ulieden spreek, spreek Ik van Mijzelven niet, maar de Vader, Die in Mij blijft, {21} Dezelve doet de werken. {22}” (Johannes 14:10 STV)

“En neemt den helm der zaligheid, {40} en het zwaard des Geestes, {41} hetwelk is Gods Woord.” (Efeziërs 6:17 STV)

“Hij zeide voorts: Ik ben de God uws vaders, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob. En Mozes verborg zijn aangezicht, {10} want hij vreesde God aan te zien.” (Exodus 3:6 STV)

“Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, {54} dat wij den Waarachtige kennen; {55} en wij zijn in den Waarachtige, {56} [namelijk] in Zijn {57} Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige {58} God, en het eeuwige Leven. {59}” (1 Johannes 5:20 STV)

“Gij Heere, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, {24} en de eer, en de kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil zijn zij, {25} en zijn zij geschapen.” (Openbaring 4:11 STV)

“2 (6-1) Verder sprak God tot Mozes, en zeide tot hem: Ik ben de HEERE, {1} 3 (6-2) En Ik ben aan Abraham, Izak, en Jakob verschenen, als God {2} de Almachtige; {3} doch met Mijn Naam HEERE ben Ik hun niet bekend geweest. {4}” (Exodus 6:2-3 STV)

“13 Daarom zegt gij: {23} Wat weet er God van? Zal Hij door de donkerheid {24} oordelen? 14 De wolken zijn Hem een verberging, dat Hij niet ziet; en Hij bewandelt {25} den omgang der hemelen.” (Job 22:13-14 STV)

“5 En de Levieten, Jesua, en Kadmiel, Bani, Hasabneja; Serebja, Hodia, Sebanja, Petahja, zeiden: Staat op, looft den HEERE, {9} uw God, van eeuwigheid tot in eeuwigheid; en men love {10} den Naam Uwer heerlijkheid, {11} die verhoogd is boven allen lof en prijs! {12} 6 Gij zijt die HEERE alleen, Gij hebt gemaakt den hemel, den hemel der hemelen, {13} en al hun heir, {14} de aarde en al wat daarop is, de zeeën en al wat daarin is, en Gij maakt die allen levend; {15} en het heir der hemelen {16} aanbidt U. {17} 7 Gij zijt die HEERE, de God, Die Abram hebt verkoren, en hem uit Ur der Chaldeën uitgevoerd; en Gij hebt zijn naam gesteld Abraham.” (Nehemia 9:5-7 STV)

“7  Hoort, Mijn volk! en Ik zal spreken; Israël! en Ik zal onder u betuigen; {14} Ik, God, ben uw God. {15} 8 Om uw {16} offeranden zal Ik u niet straffen, want uw brandofferen zijn steeds voor Mij. 9 Ik zal uit uw huis geen var nemen, [noch] bokken uit uw kooien; 10 Want al het gedierte des wouds is Mijn, de beesten op duizend {17} bergen. 11 Ik ken al het gevogelte der bergen, en het wild des velds is bij Mij. {18} 12 Zo Mij hongerde, Ik zou het u niet zeggen; want Mijn is de wereld en haar volheid. {19} 13 Zou Ik stierenvlees {20} eten, of bokkenbloed drinken? 14 Offert Gode dank, {21} en betaalt den Allerhoogste uw geloften. 15 En roept Mij aan in den dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eren. 16  Maar tot den goddeloze zegt God: Wat hebt gij Mijn inzettingen te vertellen, en neemt Mijn verbond in uw mond? 17 Dewijl gij de kastijding {22} haat, en Mijn woorden achter {23} u henenwerpt.” (Psalmen 50:7-17 STV)

“11 En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, {26} en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, {27} en sommigen tot herders {28} en leraars; 12 Tot de volmaking {29} der heiligen, tot het werk {30} der bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus; 13 Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid {31} des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen {32} man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus; 14 Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met allen wind der leer, door de bedriegerij {33} der mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen;” (Efeziërs 4:11-14 STV)

“En ik, broeders, als ik tot u ben gekomen, ben niet gekomen met uitnemendheid {1} van woorden, of van wijsheid, u verkondigende de getuigenis {2} van God.” (1 Corinthiërs 2:1 STV)

“9 Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des {22} mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben. 10 Doch God heeft [het] ons geopenbaard {23} door Zijn Geest; {24} want de Geest onderzoekt alle {25} dingen, ook de diepten Gods. {26}” (1 Corinthiërs 2:9-10 STV)

“14 Maar de natuurlijke mens {35} begrijpt niet de {36} dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij {37} kan ze niet {38} verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden. {39} 15 Doch de geestelijke [mens] {40} onderscheidt wel alle dingen, maar {41} hij zelf wordt van niemand {42} onderscheiden. {43} 16 Want wie heeft den zin des Heeren {44} gekend, die Hem zou onderrichten? Maar wij hebben den zin van Christus. {45}” (1 Corinthiërs 2:14-16 STV)

“Wie heeft den Geest {52} des HEEREN bestierd, {53} en [wie] heeft Hem [als] Zijn raadsman onderwezen? {54}” (Jesaja 40:13 STV)

“5 Welke in andere {9} eeuwen den {10} kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu {11} is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, {12} door den Geest; 6 [Namelijk] dat de heidenen zijn medeërfgenamen, {13} en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie;” (Efeziërs 3:5-6 STV)

“Opdat hun harten {5} vertroost mogen {6} worden, en zij samengevoegd {7} zijn in de liefde, en [dat] tot allen rijkdom der volle verzekerdheid {8} des verstands, tot kennis der {9} verborgenheid van God en den Vader, en van Christus;” (Colossenzen 2:2 STV)

“Spreek niet voor het oor van een zot, want hij zou het verstand {21} uwer woorden verachten.” (Spreuken 23:9 STV)

“1  Voorts zijn dit de laatste woorden van David. {1} David, de zoon van Isaï zegt, en de man, die hoog is opgericht, {2} de gezalfde van Jakobs God, en liefelijk [in] psalmen van Israël, {3} zegt: 2 De Geest des HEEREN heeft door mij gesproken, en Zijn rede is op mijn tong geweest.” (2 Samuël 23:1-2 STV)

“Mannen broeders, deze Schrift moest vervuld worden, welke de Heilige Geest door den mond Davids voorzegd heeft van Judas, die de leidsman geweest is dergenen, die Jezus vingen;” (Handelingen 1:16 STV)

“En tegen elkander oneens zijnde, scheidden zij; {42} als Paulus [dit] ene woord {43} gezegd had, [namelijk]: Wel heeft de Heilige Geest {44} gesproken door Jesaja, den profeet, tot onze vaderen,” (Handelingen 28:25 STV)

“Onderzoekende, op welken of hoedanigen tijd {37} de Geest van {38} Christus, Die in hen was, beduidde en te voren getuigde, het lijden, [dat] op Christus [komen] [zou], en de heerlijkheid daarna {39} [volgende].” (1 Petrus 1:11 STV)

“20 Dit eerst wetende, {73} dat geen profetie {74} der Schrift is van eigen uitlegging; {75} 21 Want de profetie is {76} voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen, {77} maar de heilige mensen Gods, {78} van den Heiligen Geest {79} gedreven zijnde, {80} hebben [ze] gesproken. {81}” (2 Petrus 1:20-21 STV)

“Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken {53} alles, wat Ik u gezegd heb.” (Johannes 14:26 STV)

“16 Al de Schrift is {57} van God ingegeven, {58} en is nuttig tot lering, tot {59} wederlegging, tot {60} verbetering, tot {61} onderwijzing, die {62} in de rechtvaardigheid is; 17 Opdat de mens Gods {63} volmaakt zij, tot {64} alle goed werk volmaaktelijk toegerust. {65}” (2 Timotheüs 3:16-17 STV)

“Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, als gij het Woord der prediking {23} van God van ons ontvangen {24} hebt, gij dat aangenomen {25} hebt, niet [als] der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) [als] Gods Woord, dat ook {26} werkt in u, die gelooft.” (1 Thessalonicen 2:13 STV)

“Want al wat te voren geschreven is, {17} dat is tot onze lering te voren geschreven, {18} opdat wij, door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften, {19} hoop hebben zouden. {20}” (Romeinen 15:4 STV)

“En deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden; {19} en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op dewelke de einden der {20} eeuwen gekomen zijn. {21}” (1 Corinthiërs 10:11 STV)

“49  Zain. Gedenk des woords, {54} tot Uw knecht [gesproken], op hetwelk Gij mij hebt doen hopen. 50  Dit is mijn troost in mijn ellende, want Uw toezegging heeft mij levend gemaakt.” (Psalmen 119:49-50 STV)

“7 De wijsheid is het voornaamste; {13} verkrijg [dan] wijsheid, en verkrijg verstand met al uw bezitting. {14} 8 Verhef ze, {15} en zij zal u verhogen; zij zal u vereren, {16} als gij haar omhelzen zult. 9 Zij zal uw hoofd een aangenaam {17} toevoegsel geven, een sierlijke kroon {18} zal zij u leveren.” (Spreuken 4:7-9 STV)

“Een verstandig hart zal de wetenschap opzoeken; maar de mond der zotten zal met dwaasheid {29} gevoed {30} worden.” (Spreuken 15:14 STV)

“Die nu in de goede aarde bezaaid is, {23} deze is degene, die het Woord hoort en verstaat, die ook vrucht draagt en voortbrengt, {24} de een honderd-, de ander zestig-, en de ander dertig [voud].” (Mattheüs 13:23 STV)

“Maar der volmaakten is {33} de vaste spijze, {34} die door de gewoonheid {35} de zinnen geoefend hebben, {36} tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads.” (Hebreeën 5:14 STV)

“Aan deze vier jongelingen nu gaf God wetenschap en verstand {56} in alle boeken, {57} en wijsheid; maar Daniël {58} gaf Hij verstand in allerlei gezichten en dromen. {59}” (Daniël 1:17 STV)

“Er is geen wijsheid, en er is geen verstand, en er is geen raad tegen den HEERE. {69}” (Spreuken 21:30 STV)

“Hoor raad, {54} en ontvang tucht, {55} opdat gij in uw laatste {56} wijs zijt.” (Spreuken 19:20 STV)

“7 Merk, hetgeen ik zeg; {17} doch de Heere geve {18} u verstand in alle dingen. 8  Houd in gedachtenis, {19} dat Jezus Christus uit {20} de doden is opgewekt, Welke is uit den zade Davids, naar mijn Evangelie; {21} 9 Om hetwelk ik verdrukkingen {22} lijde tot de banden toe, {23} als een kwaaddoener; {24} maar het Woord Gods is niet gebonden. {25} 10 Daarom verdraag ik alles om de uitverkorenen, {26} opdat ook zij de {27} zaligheid zouden verkrijgen, die in Christus Jezus is, {28} met eeuwige heerlijkheid.” (2 Timotheüs 2:7-10 STV)

“Gelijkerwijs Gij Hem macht gegeven hebt over alle vlees, {4} opdat al wat Gij Hem gegeven hebt, {5} Hij hun het eeuwige leven geve.” (Johannes 17:2 STV)

“Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, {54} dat wij den Waarachtige kennen; {55} en wij zijn in den Waarachtige, {56} [namelijk] in Zijn {57} Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige {58} God, en het eeuwige Leven. {59}” (1 Johannes 5:20 STV)

“2 Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust {4} en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en {5} eerbaarheid. 3 Want dat is goed en {6} aangenaam voor God, onzen Zaligmaker; 4 Welke wil, dat alle mensen zalig {7} worden, en tot kennis der waarheid {8} komen.” (1 Timotheüs 2:2-4 STV)

*

 

 

Bijbel Staten Generaal der Verenigde Nederlanden 1926

Bijbel Staten Generaal der Verenigde Nederlanden 1926

+

Voorgaand:

Coming to understanding from sayings written long ago

Bibel, Schwert des Geistes, in die Einheit des Glaubens und der Erkenntnis des Sohnes Gotte

Vervolg:

Bible, épée de l’Esprit à venir dans l’unité de la foi et de la connaissance du Fils de Dieu

Bible, sword of the Spirit to come into the unity of the faith and of the knowledge of the Son of God, unto a perfect man

++

Aanvullende lectuur:

  1. Bijbel, Gods Woord ingegeven nuttig tot lering, tot bestraffing, tot verbetering en tot onderwijzing
  2. Het woord van de Ware God gegeven voor wijsheid te vergaren
  3. Bijbel, Gods Woord tot opvoeding (NBG51)
  4. De heilige geest zal alle dingen welke gezegd zijn in herinnering terugbrengen
  5. Bijbel, helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest ter onderricht
  6. Bibel, Helm des Heils und das Schwert des Geistes

+++

Misschien ook boeiend om onder ogen te nemen, maar welke niet steeds onze goedkeuring dragen of hetzelfde geloven als wij:

Bibel, Schwert des Geistes, in die Einheit des Glaubens und der Erkenntnis des Sohnes Gottes

 

 

“Dem Vorsänger. Ein Psalm Davids. (19-2) Die Himmel erzählen die Ehre Gottes, und die Feste verkündigt seiner Hände Werk.” (Psalmen 19:1 SCHLACH)

“1  Da redete Gott alle diese Worte und sprach: 2 Ich bin der HERR, dein Gott, der ich dich aus Ägyptenland, aus dem Diensthause, geführt habe. 3 Du sollst keine andern Götter neben mir haben!” (2 Mose 20:1-3 SCHLACH)

“spricht der HERR also: Es soll nicht zustande kommen und nicht geschehen!” (Jesaja 7:7 SCHLACH)

“Und der HERR streckte seine Hand aus und rührte meinen Mund an; und der HERR sprach zu mir: Siehe, ich habe meine Worte in deinen Mund gelegt!” (Jeremia 1:9 SCHLACH)

“Glaubst du nicht, daß ich im Vater bin und der Vater in mir ist? Die Worte, die ich zu euch rede, rede ich nicht von mir selbst, sondern der Vater, der in mir wohnt, tut die Werke.” (Johannes 14:10 SCHLACH)

“Und nehmet den Helm des Heils und das Schwert des Geistes, nämlich das Wort Gottes.” (Epheser 6:17 SCHLACH)

“Und er sprach: Ich bin der Gott deines Vaters, der Gott Abrahams, der Gott Isaaks und der Gott Jakobs! Da verdeckte Mose sein Angesicht; denn er fürchtete sich, Gott anzuschauen.” (2 Mose 3:6 SCHLACH)

“wir wissen aber, daß der Sohn Gottes gekommen ist und uns einen Sinn gegeben hat, daß wir den Wahrhaftigen erkennen. Und wir sind in dem Wahrhaftigen, in seinem Sohne Jesus Christus. Dieser ist der wahrhaftige Gott und das ewige Leben.” (1 Johannes 5:20 SCHLACH)

“Würdig bist du, unser Herr und Gott, zu empfangen den Ruhm und die Ehre und die Macht; denn du hast alle Dinge geschaffen, und durch deinen Willen sind sie und wurden sie geschaffen!” (Offenbarung 4:11 SCHLACH)

“2 Und Gott redete mit Mose und sprach zu ihm: Ich bin der HERR; 3 ich bin Abraham, Isaak und Jakob erschienen als der allmächtige Gott; aber nach meinem Namen « HERR » habe ich mich ihnen nicht geoffenbart.” (2 Mose 6:2-3 SCHLACH)

“13 Und du denkst: « Was weiß Gott! Sollte er hinter dem Dunkel richten? 14 Die Wolken hüllen ihn ein, daß er nicht sehen kann, und er wandelt auf dem Himmelsgewölbe umher! »” (Hiob 22:13-14 SCHLACH)

“5 Und die Leviten Jesua, Kadmiel, Bani, Hasabneja, Serebja, Hodija, Sebanja und Petachja sprachen: Stehet auf, lobet den HERRN, euren Gott, von Ewigkeit zu Ewigkeit! Und man lobe den Namen deiner Herrlichkeit, der über alle Danksagung und alles Lob erhaben ist! 6 Du, HERR, bist der Einzige! Du hast den Himmel, aller Himmel Himmel samt ihrem ganzen Heere gemacht, die Erde und alles, was darauf ist, das Meer und alles, was darin ist! Du machst alles lebendig, und das himmlische Heer verehrt dich. 7 Du, HERR, bist der Gott, der Abram erwählt und aus Ur in Chaldäa geführt und mit dem Namen Abraham benannt hat.” (Nehemia 9:5-7 SCHLACH)

“7  Höre, mein Volk, so will ich reden; Israel, ich lege gegen dich Zeugnis ab: Ich, Gott, bin dein Gott. 8 Deiner Opfer halben will ich dich nicht strafen, sind doch deine Brandopfer stets vor mir. 9 Ich will keinen Farren aus deinem Hause nehmen, noch Böcke aus deinen Ställen! 10 Denn mein sind alle Tiere des Waldes, das Vieh auf den Bergen zu Tausenden. 11 Ich kenne alle Vögel auf den Bergen, und was sich auf dem Felde regt, ist mir bekannt. 12 Wenn mich hungerte, so würde ich es dir nicht sagen; denn mein ist der Erdkreis und was ihn erfüllt. 13 Soll ich Ochsenfleisch essen oder Bocksblut trinken? 14 Opfere Gott Dank und bezahle dem Höchsten deine Gelübde; 15 und rufe mich an am Tage der Not, so will ich dich erretten, und du sollst mich ehren! 16  Aber zum Gottlosen spricht Gott: Was zählst du meine Satzungen her und nimmst meinen Bund in deinen Mund, 17 so du doch Zucht hassest und wirfst meine Worte hinter dich?” (Psalmen 50:7-17 SCHLACH)

“11 Und Er hat gegeben etliche zu Aposteln, etliche zu Propheten, etliche zu Evangelisten, etliche zu Hirten und Lehrern, 12 um die Heiligen zuzurüsten für das Werk des Dienstes, zur Erbauung des Leibes Christi, 13 bis daß wir alle zur Einheit des Glaubens und der Erkenntnis des Sohnes Gottes gelangen und zum vollkommenen Manne [werden], zum Maße der vollen Größe Christi; 14 damit wir nicht mehr Unmündige seien, umhergeworfen und herumgetrieben von jedem Wind der Lehre, durch die Spielerei der Menschen, durch die Schlauheit, mit der sie zum Irrtum verführen,” (Epheser 4:11-14 SCHLACH)

“So bin auch ich, meine Brüder, als ich zu euch kam, nicht gekommen, um euch in hervorragender Rede oder Weisheit das Zeugnis Gottes zu verkündigen.” (1 Korinther 2:1 SCHLACH)

“9 Sondern, wie geschrieben steht: « Was kein Auge gesehen und kein Ohr gehört und keinem Menschen in den Sinn gekommen ist, was Gott denen bereitet hat, die ihn lieben », 10 hat Gott uns aber geoffenbart durch seinen Geist; denn der Geist erforscht alles, auch die Tiefen der Gottheit.” (1 Korinther 2:9-10 SCHLACH)

“14 Der seelische Mensch aber nimmt nicht an, was vom Geiste Gottes ist; denn es ist ihm eine Torheit, und er kann es nicht verstehen, weil es geistlich beurteilt werden muß. 15 Der geistliche [Mensch] aber erforscht alles, er selbst jedoch wird von niemand erforscht; 16 denn wer hat des Herrn Sinn erkannt, daß er ihn belehre? Wir aber haben Christi Sinn.” (1 Korinther 2:14-16 SCHLACH)

“Wer unterrichtete den Geist des HERRN, und welcher Ratgeber hat ihn unterwiesen?” (Jesaja 40:13 SCHLACH)

“5 welches in frühern Geschlechtern den Menschenkindern nicht kundgetan wurde, wie es jetzt seinen heiligen Aposteln und Propheten im Geiste geoffenbart worden ist, 6 daß nämlich die Heiden Miterben seien und Miteinverleibte und Mitgenossen seiner Verheißung in Christus Jesus durch das Evangelium,” (Epheser 3:5-6 SCHLACH)

“damit ihre Herzen ermahnt, in Liebe zusammengeschlossen und mit völliger Gewißheit bereichert werden, zur Erkenntnis des Geheimnisses Gottes, [welches ist] Christus,” (Kolosser 2:2 SCHLACH)

“Sprich keinem Toren zu; denn er wird deine weisen Reden nur verachten!” (Sprüche 23:9 SCHLACH)

“1  Dies sind die letzten Worte Davids: Es sprach David, der Sohn Isais, es sprach der Mann, der hocherhaben ist, der Gesalbte des Gottes Jakobs, der liebliche Psalmdichter in Israel: 2 Der Geist des HERRN hat durch mich geredet, und seine Rede war auf meiner Zunge.” (2 Samuel 23:1-2 SCHLACH)

“Ihr Männer und Brüder, es mußte das Wort der Schrift erfüllt werden, das der heilige Geist durch den Mund Davids vorausgesagt hat über Judas, welcher denen, die Jesus gefangennahmen, zum Wegweiser wurde.” (Apostelgescht 1:16 SCHLACH)

“Und da sie sich nicht einigen konnten, trennten sie sich, nachdem Paulus den Ausspruch getan hatte: Wie trefflich hat der heilige Geist durch den Propheten Jesaja zu unsern Vätern geredet,” (Apostelgescht 28:25 SCHLACH)

“Sie forschten, auf welche und welcherlei Zeit der Geist Christi in ihnen hindeute, der die für Christus bestimmten Leiden und die darauf folgende Herrlichkeit zuvor bezeugte.” (1 Petrus 1:11 SCHLACH)

“20 wobei ihr das zuerst wissen müßt, daß keine Weissagung der Schrift ein Werk eigener Deutung ist. 21 Denn niemals wurde durch menschlichen Willen eine Weissagung hervorgebracht, sondern vom heiligen Geist getrieben redeten heilige Menschen, von Gott [gesandt].” (2 Petrus 1:20-21 SCHLACH)

“der Beistand aber, der heilige Geist, welchen mein Vater in meinem Namen senden wird, der wird euch alles lehren und euch an alles erinnern, was ich euch gesagt habe.” (Johannes 14:26 SCHLACH)

“16 Jede Schrift ist von Gottes Geist eingegeben und nützlich zur Belehrung, zur Überführung, zur Zurechtweisung, zur Erziehung in der Gerechtigkeit, 17 damit der Mensch Gottes vollkommen sei, zu jedem guten Werke ausgerüstet.” (2 Timotheus 3:16-17 SCHLACH)

“Darum danken wir auch Gott unablässig, daß ihr das von uns empfangene Wort der Predigt Gottes aufnahmet, nicht als Menschenwort, sondern als das, was es in Wahrheit ist, als Gottes Wort, welches auch in euch, den Gläubigen, wirkt.” (1 Thessalonich 2:13 SCHLACH)

“Was aber zuvor geschrieben worden ist, das wurde zu unserer Belehrung geschrieben, damit wir durch die Geduld und durch den Trost der Schrift Hoffnung fassen.” (Römer 15:4 SCHLACH)

“Das alles, was jenen widerfuhr, ist ein Vorbild und wurde zur Warnung geschrieben für uns, auf welche das Ende der Zeitalter gekommen ist.” (1 Korinther 10:11 SCHLACH)

“49  Gedenke des Wortes an deinen Knecht, auf welches du mich hoffen ließest! 50 Das ist mein Trost in meinem Elend, daß dein Wort mich erquickt.” (Psalmen 119:49-50 SCHLACH)

“7 Der Weisheit Anfang ist: Erwirb Weisheit und um allen deinen Erwerb erwirb Verstand! 8 Halte sie hoch, so wird sie dich erhöhen; sie wird dich ehren, wenn du sie liebst. 9 Sie wird deinem Haupt einen lieblichen Kranz verleihen, eine prächtige Krone wird sie dir reichen.” (Sprüche 4:7-9 SCHLACH)

“Das Herz der Verständigen trachtet nach Erkenntnis; aber der Mund der Narren weidet sich an der Dummheit.” (Sprüche 15:14 SCHLACH)

“Auf das gute Erdreich gesät aber ist es bei dem, welcher das Wort hört und versteht; der bringt dann auch Frucht, einer hundertfältig, ein anderer sechzigfältig, ein dritter dreißigfältig.” (Matthäus 13:23 SCHLACH)

“Und ich will dich zu einer Wüstenei und zur Schmach machen unter den Heiden um dich her, vor den Augen aller, die vorübergehen;” (Hesekiel 5:14 SCHLACH)

“Und Gott gab diesen vier Jünglingen Kenntnis und Verständnis für allerlei Schriften und Weisheit; vorzüglich aber machte er Daniel verständig in allen Gesichten und Träumen.” (Daniel 1:17 SCHLACH)

“Es hilft keine Weisheit, kein Verstand und kein Rat wider den HERRN.” (Sprüche 21:30 SCHLACH)

“Gehorche dem Rat und nimm die Züchtigung an, damit du endlich weise wirst!” (Sprüche 19:20 SCHLACH)

“7 Bedenke, was ich dir sage! Denn der Herr wird dir Einsicht in alles geben. 8  Halt im Gedächtnis Jesus Christus, der von den Toten auferstanden ist, aus Davids Samen, nach meinem Evangelium, 9 in dessen Dienst ich Ungemach leide, sogar Ketten wie ein Übeltäter; aber das Wort Gottes ist nicht gekettet. 10 Darum erdulde ich alles um der Auserwählten willen, damit auch sie das Heil erlangen, das in Christus Jesus ist, mit ewiger Herrlichkeit.” (2 Timotheus 2:7-10 SCHLACH)

“gleichwie du ihm Vollmacht gegeben hast über alles Fleisch, auf daß er ewiges Leben gebe allen, die du ihm gegeben hast.” (Johannes 17:2 SCHLACH)

“wir wissen aber, daß der Sohn Gottes gekommen ist und uns einen Sinn gegeben hat, daß wir den Wahrhaftigen erkennen. Und wir sind in dem Wahrhaftigen, in seinem Sohne Jesus Christus. Dieser ist der wahrhaftige Gott und das ewige Leben.” (1 Johannes 5:20 SCHLACH)

“2 für Könige und alle, die in hervorragender Stellung sind, damit wir ein ruhiges und stilles Leben führen können in aller Gottseligkeit und Ehrbarkeit; 3 denn solches ist gut und angenehm vor Gott unsrem Retter, 4 welcher will, daß alle Menschen gerettet werden und zur Erkenntnis der Wahrheit kommen.” (1 Timotheus 2:2-4 SCHLACH)

*

 

die Gute Nachricht Deutsche Bibelgeselschaft 1982

die Gute Nachricht Deutsche Bibelgeselschaft 1982

 

+

Coming to understanding from sayings written long ago

Bible, épée de l’Esprit à venir dans l’unité de la foi et de la connaissance du Fils de Dieu

Bijbel, zwaard van de Geest in de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God om tot een volkomen mens te komen

Bible, sword of the Spirit to come into the unity of the faith and of the knowledge of the Son of God, unto a perfect man