De Tora is niet medegekruisigd, maar mijn strafblad

De Tora is niet medegekruisigd, maar mijn strafblad

 

Lees uw persoonlijke strafblad eens. Het feiten dat het niet meer

op uw naam staat, betekent niet dat u er geen kennis van mag nemen. Het is misschien langer dan u denkt. Steek niet uw kop in het zand, maar lees verder, regel voor regel, tot u op het punt komt dat u met de psalmist en de profeet kunt zeggen:

Want ik ken mijn  overtredingen, mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen (Ps. 51:5)
HEERE, wij kennen onze goddeloosheid, de ongerechtigheid van onze vaderen, want wij hebben gezondigd tegen U (Jer. 14:20)
Hoe goed is het om u bewust te zijn van uw strafblad. Het maakt duidelijk wie wij zijn en het maakt duidelijk hoe heilig God is. Het zet ons in de goede positie.Ons hart komt op de goede plaats. Het opent namelijk de weg voor berouw, want ons strafblad confronteert ons met onszelf. Zonder overtuiging van zonde komen wij namelijk niet tot berouw en dat is de plek waar wij moeten komen.
De Wet is niet fout, wij zijn fout!

Daarom hebben wij een strafblad. Op een strafblad staan de gepleegde delicten met de daarbij behorende strafverordeningen. Hierop staat alles geschreven wat er verkeerd hebben gedaan, maar ook al het goede dat we hebben nagelaten te doen. Al onze verkeerde daden, ons foute spreken, zondige gevoelens en onrein denken. Maar ook alle goede daden die we hebben nagelaten, alle positieve woorden die we hebben verzwegen en reine gedachten die we niet hebben toegestaan. Deze hele waslijst is het bewijs van al onze zonden en de straf die wij verdienen. Ieder van ons heeft een persoonlijk strafblad  en het ziet er voor ieder weer anders uit. U begrijpt dat door de jaren heen deze lijst steeds langer wordt. Dit strafblad heeft als functie dat onze ogen geopend worden voor de heiligheid van de wet èn voor wie wij zijn. Als ik tegen de Nederlandse wetgeving heb gehandeld en ik word veroordeeld, dan heb ik een strafblad. Stel dat iemand mijn strafblad op diens naam zet, dan is niet de Nederlandse wetgeving passé, maar voor mij is het strafblad weg. Het staat op een andermans naam. Zo zette Jezus ons strafblad op Zijn naam en de Tora is gewoon blijven staan.

– Martin Rozestraten

Wettisch tegenover wet

Is de Wet verboden terrein? Is de Wet prikkeldraad? Zijn wij ongehoorzaam om de Wet te gehoorzamen? Is de Wet afgedaan, afgeschaft? Is de Wet op slot voor gelovigen? Gaan wij verloren door Gods Sabbat te gehoorzamen?

Paulus zegt iets heel anders.

Zo is dan de Wet heilig, en het gebod is heilig en rechtvaardig en goed (Romeinen 7:12).

Dat zijn woorden van de apostel Paulus.

Hij zegt ook:dat de Wet geestelijk is (Romeinen 7:14).

Het is precies het omgekeerde van wat christenen denken!

In dit licht moeten wij de woorden van Paulus zien:

“wij zijn van de Wet ontslagen (Romeinen 7:6).

De waarheid is dat wij niet vrijgemaakt zijn van de tien geboden, maar

“wij zijn vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods” (Romeinen 8:2).

Christenen zijn ongehoorzaam door God niet te gehoorzamen.

De Thora is niet fout, WIJ zijn fout!!!

 

Wettisch

Paulus keerde zich tegen wetticisme. Dus niet tegen de wet. Waar in het  Nieuwe Verbond het woordje wet
staat vermeld, zul je in veel gevallen het woordje wettisch moeten lezen. In het boek Galaten lees je:

“Maar wanneer u door de Geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet (Galaten 5:18).

Wij Joden… weten dat niemand als rechtvaardige wordt aangenomen door de wet na te leven, maar door het geloof in Jeshua de Gezalfde. Ook wij zijn tot geloof in Messias Jeshua gekomen om daardoor. en niet door de wet, rechtvaardig te worden, want niemand wordt rechtvaardig door de wet na te leven (Galaten 2:16).

Het feit dat de wet ons niet rechtvaardigt, betekent niet dat we de Torah naast ons neer kunnen leggen. Er zou een lichtje moeten gaan branden als je deze teksten legt naast de uitspraak van Jeshua, waar Hij zegt dat Hij niet is gekomen om de wet af te schaffen:

Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen… …. (Matteus 5:17-19)

Stellen wij door het geloof de wet buiten werking? Integendeel, wij bevestigen de wet juist (Romeinen 3:31)

Uit dit tekstgedeelte blijkt dat Jeshua de Torah niet afschaft. Integendeel. Het staat immers zwart op wit: Hij kwam niet om af te schaffen, maar om te vervullen.

Niet de wet wordt weggenomen, maar de sluier! (2 Kor. 3:14,16)

Als je teksten in de Bijbel tegenkomt, die inhoudelijk haaks staan op de woorden van Jeshua, dan mag je ervan uitgaan dat waarschijnlijk iets niet helemaal goed is gegaan bij het vertalen. Het Woord spreekt zichzelf niet tegen.

Paulus wees de toehoorders erop dat ze van de Torah (Psalm 119:105) geen lijst van wettische regeltjes moeten maken. Het in Galaten gebruikte Griekse erga nomou voor wet kan omschreven worden met werken der wet. Wij mensen hebben dikwijls een sterke neiging om Gods onderwijzingen vast te leggen als wet. Zodoende ontwikkelen we religie, traditie en liturgie. De weg naar wetticisme ligt dan wijd open.

Niet leven vanuit vrijheid, maar vanuit slavernij. We willen het heil liever verdienen. We willen ervoor zwoegen. Grote offers brengen. Het zit ons, calvinisten, in het bloed.

God dwingt ons niet in een beklemmende dwangbuis van een serie strenge regeltjes en wetten. Gods Torah is geschreven op de tafels van je hart. Dat zou tot gevolg moeten hebben, dat je ernaar verlangt om je te onderwerpen aan Gods onderwijzing. Je wordt daartoe gedrongen door de Geest van God.
– Martin Rozestraten
+++