Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

Waar gaat het nu uiteindelijk om in deze discussie over ‘intelligent design’?

Enerzijds zijn er bijbelgetrouwe christenen, ervan overtuigd dat God bestaat en de wereld heeft geschapen: voor hen valt daar niet aan te tornen. Anderzijds zijn er wetenschappers, die op grond van onderzoek tot conclusies zijn gekomen waarvan zij terecht menen dat je daar niet zomaar aan voorbij kan gaan.

Met geen van beide standpunten is op zichzelf iets mis. Er is zelfs geen fundamentele reden waarom die met elkaar in conflict zouden moeten zijn. Maar de discussie is vervuild geraakt doordat hij aan beide kanten in handen viel van fundamentalisten, die er een ‘godsdienstoorlog’ van hebben gemaakt.

De essentiële denkfout

Aan christelijke zijde is de basisfout al ten tijde van de ‘Verlichting’ gemaakt, door goed bedoelende gelovigen die in hun optimisme meenden dat je nu een oude droom in vervulling kon doen gaan: het bestaan van God wetenschappelijk bewijzen. Maar dat kan zo niet, en dus lukte dat ook niet. Het opkomend atheïsme heeft die voorzet voor open doel vervolgens vol benut: als die gelovigen het met hen eens zijn dat alles wat waar is ook wetenschappelijk te bewijzen valt, en als zij er dan vervolgens niet in slagen dat bewijs te leveren, dan is daarmee afdoende ‘aangetoond’ dat God dus niet bestaat, als een soort ‘bewijs uit het ongerijmde’.

Het grondprincipe van geloof is echter:

“Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven” (Johannes 20:29).

De ware gelovige gelooft om heel andere redenen dan die waar het in deze discussie voortdurend om gaat. En de ‘gelovige’ die voor zijn geloof wetenschappelijke bewijzen nodig heeft, zit bij voorbaat al op het verkeerde spoor. Die bewijsvoering dient dan ook niet om het geloof van gelovigen te versterken, maar om ongelovigen ‘plat’ te krijgen. Omdat het christendom zo onnadenkend is geweest zelf de discussie op deze basis aan te gaan, is zij vervolgens met haar eigen argumenten afgeslacht. Zij heeft, als een Eva, de verleider in haar hof uitgenodigd in de hoogmoedige overtuiging het debat met hem wel te zullen winnen, en kan nu niet meer terugvallen op het, op zichzelf juiste, argument dat de basis van dit debat zelf om te beginnen al volledig verkeerd is.

Wat de Bijbel ons werkelijk wil vertellen

“Wie tot God komt, moet geloven dat Hij bestaat” (Hebr. 11;6, NBG-51).

Dat moet het uitgangspunt zijn, niet het resultaat. Als de Schrift keer op keer spreekt over de wonderen van de schepping, is dat niet om Gods bestaan te bewijzen, maar om Zijn grootheid te benadrukken.

Een kind van God gelooft al in Zijn bestaan, en ziet om zich heen de bewijzen, niet van dat bestaan, maar van die grootheid en majesteit, en van Gods zorg voor Zijn kinderen.
Wij zijn de Schrift echter gaan lezen als beoordelaars in plaats van als leerlingen. Wij willen daarin vinden hoe God bezig is geweest in de schepping en niet waarom Hij dat allemaal heeft gedaan. Het eerste hoofdstuk van de Schrift vertelt ons dat God de aarde niet alleen maar heeft geschapen, maar dat Hij die vervolgens ook stap voor stap heeft ingericht en bewoonbaar gemaakt voor de mens. Dat moet ons leren dat de mens niet maar een toevallig bijproduct van die schepping is, maar het doel ervan, en dat wij mensen Hem dus kennelijk ter harte gaan. Maar wij gebruiken dat hoofdstuk alleen om uit te vinden hoeveel tijd het Hem koste om de klus te klaren, en hoe oud de aarde dus is; om het antwoord op die vraag vervolgens te gebruiken om onze mede gelovigen de maat te nemen: of de rechtzinnigheid van hun geloof wel door onze beugel kan. En we leiden er theorieën uit af over de wereld van voor de zondeval, gebaseerd op het feit dat God die situatie ‘zeer goed’ heeft genoemd (Gen. 1:31). Wat er in feite op neer komt dat wij God het recht ontzeggen die situatie zo aan te duiden wanneer die niet zou hebben voldaan aan onze criteria voor ‘zeer goed’.

Waar het echt om gaat

In de middeleeuwen was het een uitgemaakte zaak dat de aarde het middelpunt was van het heelal, want ‘dat stond duidelijk zo in de Bijbel’. En het was de christenheid volledig ontgaan dat de Schrift alleen spreekt van de aarde als het middelpunt van Gods doel met de schepping, en dat de vraag naar het fysieke middelpunt van het heelal daarvoor niet van belang is, en dat we het antwoord op die vraag daar dus ook niet kunnen vinden. In dat geval liggen de wetenschappelijke waarnemingen inmiddels echter zo duidelijk, dat de meeste van ons (hoewel niet allen!) daar intussen wel achter zijn. Maar het zou ons net zo duidelijk moeten zijn dat de beschrijving in Genesis 1 van de inrichting van die aarde (niet de schepping ervan) ons heel veel te vertellen heeft over Gods plan en doel met ons, en ook in dat geval helemaal niets over het fysieke proces. Maar op dat punt denken wij nog steeds middeleeuws, en dus gebruiken we dat hoofdstuk voor een totaal andere, volslagen onbijbelse, discussie.

De slotsom

Het wordt daarom hoog tijd terug te keren tot werkelijk bijbels denken.

“De hemel verhaalt van Gods majesteit, het uitspansel roemt het werk van zijn handen” aan hen die geloven (Ps 19:2),

om hun geloof te versterken. Maar het is geen wetenschappelijk bewijs voor Zijn bestaan, te gebruiken om anderen mee om de oren te slaan.

Genesis 1 maakt ons duidelijk dat

‘niets ons zal kunnen scheiden van de liefde van God’,

zoals ook het feit dat Hij,

‘toen wij nog zondaars waren’,

Zijn Zoon heeft gegeven om ons te verlossen uit de macht van de dood, ons daar nog verder van overtuigt. Maar het is niet bedoeld om ons een beschrijving te geven van Zijn werkweek, en al helemaal niet om er onze mede gelovigen de maat mee te nemen.

De middeleeuwen kenden felle discussies over de vraag hoeveel engelen konden dansen op de punt van een naald, maar niemands behoudenis heeft ooit afgehangen van het antwoord daarop. Zo zouden wij inderdaad moeten begrijpen dat deze schepping het resultaat is van een buitengewoon intelligent ontwerpplan, een plan bedoeld voor onze behoudenis. Maar dat zouden wij moeten koesteren als een kostbaar inzicht, ons door God geschonken om ons geloof te versterken, en om zo mogelijk te delen met anderen. Maar niet als een rechtvaardiging voor fundamentalistisch gedrag.

R.C.R.

+

Voorgaande

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Geloof en onderzoek: Schepping, intelligent design, evolutie (5) De atheïstische fundamentalist

Wetenschap en religie zijn met elkaar te rijmen

++

Aanvullende lectuur

  1. Grootste oorzaak van atheïsme in de wereld zijn de Christenen

Geloof en onderzoek: Schepping, intelligent design, evolutie (5) De atheïstische fundamentalist

De ‘overbodige’ God

Een opmerkelijk verschijnsel in de wetenschap is dat je zelfs daar af en toe op een duidelijke vorm van fundamentalisme kunt stuiten. Nu is dat karakteristiek voor mensen in het algemeen, dus ook voor (bepaalde) wetenschappers.

Sinds de ‘Verlichting’ is men alle vormen van godsdienst gaan zien als vormen van onderdrukking van de mens, die daarvan ‘bevrijd’ moest worden. En de nieuw verworven wetenschappelijke inzichten werden in dienst gesteld van dit streven: kennis zou de mens vrij maken.

Allerlei natuurverschijnselen, ooit toegeschreven aan ‘de hand van God’, kon men nu wetenschappelijk verklaren. En men nam optimistisch aan dat op den duur alles zo verklaard zou worden. God werd voor de verklaring van dit soort zaken dus meer en meer ‘overbodig’ en schoof daarom steeds meer naar de achtergrond. Aan het eind van dat proces zou je Hem dan zonder bezwaar kunnen ‘afschaffen’.

Ik wil er hier met nadruk op wijzen, dat voortgang in de wetenschap niet noodzakelijk leidt tot de conclusie dat God niet bestaat; de wetenschap werd alleen in dienst gesteld van een streven die conclusie te bereiken en te onderbouwen. Anders gezegd: wetenschap leidt niet tot atheïsme, maar het atheïsme begon de wetenschap te gebruiken voor haar eigen specifieke doeleinden.

Het failliet van een idee

Dat ‘overbodig maken van God’ lag echter vooral in het verklaren van de natuur. Maar er is meer, zoals bijvoorbeeld alle ethische kwesties.Daarom begon het humanisme de gedachte te ontwikkelen dat de mens van nature goed is, want als ethiek niet van de godsdienst komt, moet het ergens anders vandaan komen. Om dat aannemelijk te maken, werd erop gewezen dat oorlogen altijd werden veroorzaakt door de godsdienst. Dus:

schaf godsdienst af en je hebt geen oorlog meer.

Nu werden veel oorlogen inderdaad godsdienstig gemotiveerd, maar daarom nog niet door die godsdienst veroorzaakt. Maar vooral het marxisme heeft deze gedachte innig omhelsd. En omdat de mens nu eenmaal niet weet wat goed voor hem is, werd het atheïsme desnoods met geweld afgedwongen. Inmiddels zijn we enkele wereldoorlogen en een paar fascistische en stalinistische regimes verder, en het failliet van deze leer is de meeste mensen (niet alle!) intussen wel duidelijk.

De Bijbelse leer dat de mens van zichzelf slecht en zelfzuchtig is, en dat alleen een continue oriëntatie op God er nog iets van kan maken, is intussen naar alle maatstaven van wetenschappelijk bewijs volkomen overtuigend empirisch aangetoond. Nu zou dat juist voor evolutionisten niet vreemd moeten zijn, want een eenvoudige evolutieleer, gebaseerd op het overleven van de meest geschikte variant (‘survival of the fittest’) zou het bestaan van ethisch besef juist moeten uitsluiten.
Immers, hoe zelfzuchtiger een variant, hoe groter zijn kansen om te overleven. Het probleem is juist gelegen in het feit dat ethisch besef niet allang totaal afwezig is, weg geselecteerd door de evolutie.

Het eerste slachtoffer van een oorlog

Maar fundamentalisme laat zich nooit gemakkelijk overtuigen. Beginjaren ’70 van de vorige eeuw werd door sommige evolutionisten een aangepaste opvatting over het evolutionaire proces voorgesteld. Daaraan werd vervolgens een wetenschappelijk congres gewijd. Dat is normaal: niets is wetenschappelijker dan voor- en tegenstanders van een opvatting met elkaar te laten discussiëren. Maar toen het Amerikaanse blad ‘Science’ daar een themanummer aan wijdde, leverde dat een ingezonden brief op van een verontwaardigde lezer die het de redactie kwalijk nam aandacht te hebben besteed aan deze controverse: dit speelde ‘de vijand’ in de kaart.      Laat dit even op u inwerken.     Hier werd serieus voorgesteld een mogelijke stap voorwaarts in wetenschappelijk inzicht geheim te houden omdat ‘de vijand’ daar anders wellicht voordeel uit zou kunnen trekken. Dit is geen wetenschap meer, dit is godsdienstoorlog! En we kennen allemaal het gezegde:

het eerste slachtoffer van een oorlog is de waarheid.

De fundamentalist achter deze brief beschouwt zich als voorvechter van een absolute waarheid, die desnoods met behulp van leugens moet worden verdedigd. En van dergelijk fundamentalisme zijn nog andere (ook meer recente) voorbeelden te geven. En let op dat de in het geding zijnde ‘godsdienst’ niet het christendom is, maar het atheïsme.

Een voorgeprogrammeerde mens?

Veel gevaarlijker is echter het streven van bepaalde fundamentalisten uit deze hoek, die het hiervóór besproken probleem van het bestaan van ethiek proberen te omzeilen, door daar toch een ‘evolutionaire’ verklaring voor te geven.

Onzelfzuchtig gedrag zou weliswaar ongunstig zijn voor het individu, maar juist gunstig voor het voortbestaan van de soort; we zouden dat dus breder moeten zien. Het bekendste voorbeeld van deze opvatting, is het boek ‘The selfish gene’ (de zelfzuchtige genen) van Richard Dawkins. Onze genen, zo betoogt hij, zijn door het evolutieproces zo geprogrammeerd dat ze streven naar de maximale kans op het blijven voortbestaan van onze (eigenlijk hun) erfelijke eigenschappen, ook wanneer dat ten koste gaat van de individuele drager van die genen en die eigenschappen. Daarmee wordt ethiek dus niet verklaard, maar integendeel juist weggeredeneerd: uiteindelijk is (volgens Dawkins) ook schijnbaar ethisch gedrag gebaseerd op een vorm van zelfzucht, alleen op collectief in plaats van op individueel niveau. En alles wat we doen is op die manier al in onze genen voorgeprogrammeerd. Maar als we dat consequent door redeneren, komt dat er op neer dat alles wat nuttig is voor het voortbestaan van de beste erfelijke eigenschappen (ongeacht de ethische consequenties) daarmee gerechtvaardigd is, ook wanneer dat naar andere maatstaven volslagen onethisch is (ethiek is immers alleen maar een illusie). Die opvatting hebben we echter al eerder beleefd: dat heette toen ‘eugenetica’, wat inhield dat je het recht (of zelfs de plicht) had om alle ‘inferieure’ levensvormen (zowel lichamelijk als geestelijk minder goed uitgeruste soortgenoten) uit het voortplantingsproces te elimineren. Vooral de nazi’s zijn daar druk mee geweest, maar het is uiteindelijk toch niet erkend als een triomf van verlicht menselijk denken. En dat is maar goed ook, want veel verder kun je niet van God verwijderd raken. Maar atheïstische fundamentalisten hebben die hoop kennelijk nog steeds niet opgegeven. Want doorgedraaid atheïsme is ook een vorm van godsdienst en in godsdienstig fundamentalisme is, in naam van de grote ‘god’, alles geoorloofd.

R.C.R.

+

Voorgaande

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

Zoektocht naar zingeving

Door de eeuwen heen hebben heel wat mensen naar antwoorden gezocht op de verschillende vragen die meerdere mensen bezig hielden, zoals waar komen wij vandaan, hoe is de wereld ontstaan, wat is er in het heelal, hoe kunnen wij ons leven beïnvloeden en verbeteren, waar gaan wij naar toe wat gebeurt er na de dood, enz.

Mensen hebben hun toevlucht gezocht bij allerlei theorieën en godsdiensten. Langs één kant waren er die geloofden dat de natuurkrachten godheden waren die het leven beheersten. Anderen geloofden dat er eerder één bepaald iets of iemand was dat zorgde dat dingen in ontstaan kwamen. Een hele groep mensen nam hun toevlucht in godsdienst terwijl anderen dan weer juist vonden dat zo iets totaal overbodig was. Zodra mensen rationele verklaringen hadden voor angstaanjagende verschijnselen als donder en bliksem, bleken er voor hen dan ook geen geheimen meer te zijn en leek het allemaal zo simpel dat er niemand of niets boven moest staan.

Afwijking van vroeger geloof

Nederlands: De dichtheid is te berekenen door ...

Ideeën zoals over de dichtheid die is te berekenen door massa delen door volume. Maar met deze driehoek kun je ook de andere eenheden berekenen. je legt de vinger op de eenheid die je wilt weten, en dan blijven er twee eenheden over. de streep staat voor delen door. en de punt staat voor “keer”. voorbeeld: leg de vinger op de m van massa. dan staat er dus: ρ × V = m (Foto credit: Wikipedia)

Naast hen die de Schepper God via hun ouders en voorouders kenden en bleven eren waren er die mensen die afgeweken waren van dat geloof in die Ene Ware God en hun toevlucht zochten in het animisme, vervolgens in voorouders die in de hemel hun eigen leven blijven leiden, en later goden. Men zocht naar verklaringen voor aanvankelijk onverklaarbare verschijnselen.

geeft toe dat ook wetenschap een religieus kantje begint te hebben, waarmee hij niet bedoelt dat ‘geloven’ in Charles Darwin iets van dezelfde strekking is als geloven in een god.

Er zijn genoeg wetenschappelijk solide bewijzen voor het bestaan van natuurlijke en seksuele selectie om het geëmmer van creationisten te kunnen ontkrachten. Voor de vele zelfingenomen individuen die vinden dat zij zo waardevol zijn dat ze wel door een almachtige god geschapen móéten zijn, is de evolutietheorie een nachtmerrie. Die impliceert immers dat wij het resultaat zijn van een lang proces via allerhande tussenstadia met monsterachtige vissen, spitsmuisachtige mormels en – godbetert – voorouderlijke apen.

Natuurlijk ziet hij het gevaar uit Amerika komen, dat ook Nederland al begint in te palmen en waar creationisten een zeer enge geloofsopvatting willen doordrukken en negeren wat God hier op aarde tijdens de vele miljarden jaren heeft laten ontwikkelen of ‘evolueren’.

Het al of niet geloven of overtuiging hebben

De eerste betekenis van geloven is de veronderstelling dat iets waar of niet waar is. Het ‘Geloven‘ is iets aannemen als een zekerheid of een overtuiging in iets waar men zich volledig wil op toe leggen en niet wil ontkennen. Algemeen betreft het niet iets dat voor altijd vast moet staan, want daar heeft de geschiedenis meermaals bewezen dat de meeste mensen in datgene wat zij geloofden veranderingen hebben aangebracht. Van een kinderlijk geloof ging het naar een volwassen gedragen geloof waar men fundamenten heeft opgebouwd op stelling die men wenste voor waar te nemen.

Leerkrachten en doorgeven van kennis

English: Caricature of Charles Darwin from Van...

Karikatuur van Charles Darwin uit Vanity Fair magazine met de hoofding “Natuurlijke Selectie”. (Foto credit: Wikipedia)

Doorheen de geschiedenis kon men zo opgroeiende kinderen vinden die dingen aannamen van hun ouderen, ouders en onderwijzers, maar met de tijd meer gingen ingaan tegen hun eigen  leerkrachten. Dit maakte zelfs dat sommigen niet in hun proeven slaagden omdat die heren die hen les gaven overtuigd waren van hun gelijk. Maar met de tijd konden die onderzoekers verder dingen ontdekken en bewijzen zodat de goegemeente toch moest over gaan tot het gelijk geven van die mensen, wetenschappers, waar het zich eerst tegen verzette.
Steeds betrof het leerstellingen, gedachten waar men aan wenste te houden omdat zij een zekere vorm van zekerheid gaven.  Het ging om inschattingen die men maakte dat een bewering met een zekere waarschijnlijkheid waar of onwaar zou kunnen zijn. Deze waarschijnlijkheid is in het geval van ‘geloven’ groter dan wanneer men ‘geen idee’ heeft, en kleiner dan wanneer men iets ‘zeker weet’. Deze waarschijnlijkheden worden door individuen persoonlijk toegekend. In deze betekenis van geloven geldt dus dat er geen zekerheid is over de kwestie. Maar daarnaast is er dat stellige vertrouwen in de zekerheid die men denkt te vinden. Er is het hebben van vertrouwen of de overtuiging in een verwachting in iets of iemand, wat bijvoorbeeld tot uiting komt in de uitspraak “ze gelooft in mij”. In deze betekenis gaat het dus om de persoonlijke overtuiging dat iets zo is, gaat gebeuren of vaststaat. Geloven is dan vertrouwen en vervolgens stellen dat iets zo is.

Het waarin geloven

Nu heeft de mens zich al vele ‘kopbrekens’ bezorgd over de vraag van dat geloven en waarin te geloven. Weten en geloven (in de betekenis van overtuiging en vertrouwen) gaan vaak samen, en staan niet in tegenstelling tot elkaar. Geloven en weten of kennis hebben in de betekenis van een wetenschappelijk bewezen waarheid of onwaarheid staan echter vaker tegenover elkaar. Als een feit bewezen is (‘de aarde is rond’), is het moeilijk te geloven in het tegendeel ervan (zou men zeggen)

Bij gebrek aan feitelijke kennis is het menselijk individu echter beperkt tot het geloven van een veronderstelling of het tegendeel daarvan. Dit heeft dan ook tot gevolg gehad dat de mensheid haar geloof in bepaalde dingen regelmatig heeft moeten bijstellen. De logica was dikwijls ver zoek en vele mensen dachten meer zekerheden te vinden in traditionele waarden en overtuigingen die van generatie tot generatie werden overgeleverd. Naast vaste waarden die men wenste aan te nemen of te geloven waren er ook de gedachten naar het onbekende waar men een vermoeden wilde uiten dat men liefst als waar of als dusdanig wenste aan te nemen. Dit was dan een geloven in logische zin, dat kan geïnterpreteerd worden als het toekennen van een waarschijnlijkheid aan de veronderstelling dat deze waar is (bijvoorbeeld: “Ik geloof dat het morgen zal ophouden met regenen.”). De traditionele psychologie heeft vanouds geloven behandeld als was het de eenvoudigste vorm van geestelijke weergave en daardoor een van de bouwstenen van de bewuste gedachte.

Onweerlegbare of herkenbare

Wij moeten er echter  van bewust zijn dat het geloven meer vergt dan een gewoon aanvaarden dat iets zus of zo zou zijn. Velen vergissen zich dat het geloof steeds moet kunnen gehandhaafd worden door een onbepaalbaar iets of veel heeft te maken met het onweerlegbare. De Kerk heeft hiervoor vele dogma’s geschapen, waarbij zij mensen er toe brengt om onverklaarbare dingen zo maar als waar aan te nemen omdat zij het menselijke verstand te boven zouden gaan.

Zoals meerdere filosofen neem ook ik aan (= geloof ik) dat geloven normaal gesproken een persoonlijke keuze moet zijn om tot zekere hoogte spontaan en willekeurig over te gaan tot het aannemen van zaken of gedachten als ‘waarheden’ of ‘onmiskenbaarheden’. Sommigen menen dat men kan kiezen om een zaak te onderzoeken maar dat men niet kan kiezen het te geloven. Hier gaan vele geloofsgemeenschappen verkeerd door onweerlegbaar zaken op te leggen die iedereen maar moet aan nemen ook al kan men ze niet verklaren of verder uitdiepen.

Gevoelen, geloof en filosofie

Willard Van Orman Quine

Eveneens moeten wij toegeven dat er mensen zijn die soms dingen niet geloven omdat zij het niet willen geloven, in het bijzonder in zaken waarin men emotioneel betrokken is. Het gevoelsleven is namelijk een zwakke schakel in de geloofsvorming, die ook mede bepaald wordt door de invloeden die van uit de omgeving ‘gebombardeerd’ worden op de zoekende of afvragende persoon. Door dat de wereld regelmatig geconfronteerd werd door die zoektocht naar waarheden en naar het ‘wat geloven’ zijn er ook meerdere filosofen die belangrijke bijdragen hebben geleverd aan de ideeën over kennis en geloven zoals onder andere René Descartes, Benedictus de Spinoza, David Hume, Immanuel Kant en de logicus in de analytische traditie uit de 20e eeuw Willard Van Orman Quine, volgens wie filosofie meer dan slechts een conceptuele analyse kan zijn.

De wereld kon meerdere denkers vinden die ook zochten de wetenschap te verstaan vanuit de middelen of bronnen van de wetenschap zelf. Daarbij kan men de vraag stellen of zij openheid in hun gedachten hadden om bij meerdere bronnen te rade te gaan of voorkeuren hadden om zich op een welbepaalde groep denkers te richten. Hierdoor kreeg men een afwijking van het objectief denken en belanden veel wetenschappers in het subjectief denken. Geloof en rationalisme en logica werden soms aangetroffen als stoorzenders in het zelfde vaarwater. In de religieuze context werden zij zo soms ten onrechte tegenover elkaar geplaatst, als zouden geloof en rede of verstand elkaar uitsluiten. Er wordt wel beweerd dat waar de wetenschap ophoudt, het geloven begint maar dit is een discutabele opvatting. Er zijn immers ook stromingen die een synthese tot stand proberen te brengen tussen religie en wetenschap: zie bijvoorbeeld Theosofie, Ken Wilber of Intelligent design.

Zin om te bepalen

Hier in het Westen willen wij alles zo graag definiëren. Alles moet in vakjes kunnen opgedeeld worden en moet een etiketje of label krijgen. Alles wat niet in het kader past willen wij ook dikwijls van de hand doen als onwaarheden of ‘rommel’ (‘paardenstront’ of ‘bullshit’) In veel culturen, zoals bij de traditionele Aboriginals in Australië, zijn er geen woorden om geloof en weten te differentiëren. Geloven en weten zijn daar één.

Hier in het Westen moet dat ook verenigbaar kunnen zijn, ook al ‘geloven’ daar veel mensen niet in. Maar alles is voor handen om dat weten en leven samen te laten gaan in een leven met kennis en inzicht voldoende om ons door het leven te krijgen. Het is niet omdat wij iets niet kunnen verklaren dat wij het niet zouden kunnen aannemen als iets dat door de eeuwen heen een vast staand feit is.  Als geschapen elementen, wezens die zijn of bestaan, moeten wij onder ogen zien dat wij eerst en vooral ‘wezens’ zijn. Maar als wezen moeten wij ook durven ‘wezen’ of ‘zijn’. Zonder het ‘zijn’ zijn wij niets. Hiertoe hebben wij eigenschappen in ons zelf die wij moeten ontginnen en leren gebruiken. Ieder van ons heeft de mogelijkheid om toegang te krijgen tot wijsheid, inzet, concentratie (of Samadhi  in het boeddhisme) en gewaarzijn. Volgens de Bijbel, dat wij als Woord van God beschouwen, moeten wij deze krachten als mens trachten te leren beheersen. Volgens dat Woord van God moeten wij aan ons zelf sleutelen om alle innerlijke elementen op elkaar af te stellen. Om een optimaal resultaat te bekomen moeten deze krachten in ons innerlijke in evenwicht komen of in balans zijn, vooraleer wij als mens kunnen slagen ten volle te zijn wie wij horen te zijn.

Vormen van aan te nemen houding

Volgens de Heilige Schrift (de Bijbel) is de correcte attitude essentieel en kan er zonder het werken aan zichzelf geen geloof zijn. Zonder werken is het geloof namelijk dood.

“ja, zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood.” (Jakobus 2:26 NB)

“Zo ook het geloof: als het geen werken inhoudt, is het dood, op zichzelf genomen.” (Jakobus 2:17 NB)

“Wil je erkennen, o lege mens, dat zo’n geloof zonder werken onwerkelijk is?(-)” (Jakobus 2:20 NB)

De Bijbel verzekerd ons dat wij moeten leren inzien dat ‘geloven’ geen zin heeft als wij niet tegelijk ook dóen wat God van ons vraagt. Geloof dat niet met daden  samengaat, is geen echt geloof volgens de Heilige Schrift en getuigd ook niet van dat geloven. Men kan wel zo veel zeggen maar als men er zich zelf er niet aan houdt zal dat ook anderen niet kunnen overtuigen van het gelijk.

Vast te stellen toestanden, verbanden en kwaliteiten

In de wereld zien wij dat de mens hoofdzakelijk naar de wetenschap streeft die zich berust op menselijk verklaarbare en in statistieken weer te geven vaststellingen. Men wil begrippen zien die men als een cognitieve eenheid, als mentale voorstelling van een of meer ideeën kan samenvatten in een hogere klasse van gelijkaardige of verwante verschijnselen of abstracte relaties. Zo heeft de mensheid ‘concepten‘ geschapen die op die manier de denkbeeldige objecten zijn waarmee filosofie wordt bedreven. Het gaat bij iedere filosofische benadering telkens om abstracte voorstellingen van toestanden, verbanden of kwaliteiten, die in de werkelijkheid worden onderscheiden en in een gezamenlijke denkvorm gebracht.

Nieuwe religie

Door de eeuwen heen zag men vele wetenschappers en filosofen hun ideeën verkondigen en wilden zij mensen doen geloven dat natuurkunde en de wetenschap het geloof hebben achterhaald. Vandaag krijgen wij ook soms de indruk dat wetenschappers een allesomvattende claim leggen op wat mensen nog mogen denken en geloven. Die wetenschap lijkt wel een soort nieuwe religie te zijn geworden. Men vindt ook daar meerdere kampen in (gelijk denominaties in de verscheidene kerken), die zich met momenten ook fel gaan bestrijden zoals wij in de kerkgemeenschappen ook zien waarbij de ene geloofsgroep fel afzet tegen de andere.

“Veel wetenschappers gaan zich aan forse uitspraken te buiten”

zegt hoogleraar fysica bij materiaalkunde Arie van den Beukel. Hij vervolgt:

‘Het leven heeft geen zin, het is het resultaat van toevalsprocessen’. ‘De mens is een schitterend ongeluk’; of een uitspraak van de fysicus Weinberg: ‘Hoe meer we het heelal leren kennen, des te zinlozer komt het ons voor’.

Hij onderzocht op welke wetenschappelijke basis dergelijke uitspraken berusten en kwam tot de onthutsende conclusie dat het gebakken lucht is. Geen wonder, voor ons, als wij zien hoe door de jaren heen de wetenschappelijke bevindingen moesten bijgeschroefd worden. Regelmatig moesten de schoolboeken gewijzigd worden met nieuwe wetenschappelijke inzichten, die telkens als dé waarheid werden verkocht, maar enkele jaren toch niet zo volledig de waarheid bleken te zijn.

Zoeken naar inzicht en kennis

Tower Hill Maar Deposits

Opmetingen en optekeningen. – Tower Hill Maar Deposits (Foto credit: only_point_five)

Veel wetenschappers doen echt bewust hun best om tot betere inzichten te komen. Met ernst trachten zij achter de waarheid te komen, maar vergeten daarbij wel eens hun nietigheid als mens. Allen zijn wij namelijk zeer beperkt en moeten wij inzien dat wij die beperktheden hebben. (Een moeilijk te verdragen iets.) Ook moeten wij beseffen dat elk van ons een product van zijn omgeving is, gevormd door onze ouders en onderwijzers in een cultuur die mee bepalend zal zijn voor de keuzes die wij zullen gaan maken. Hierbij kunnen wij ons niet van ontdoen dat die keuzebepaling ook mee gevormd zal worden door al die invloeden rondom ons. Dit zal tot gevolg hebben dat er een vorm van een soort vooringenomenheid zal zijn.

“Wanneer je een wetenschappelijke bril opzet, ontgaan de zinvragen je.”

Bekend de hoogleraar fysica van den Beukel.

Met de wetenschap zijn er verscheidenen die zich die wetenschappelijke boeken als geloofsboeken zijn gaan aan nemen. Sommigen zijn gaan denken dat wetenschap alles is. Het wetenschappelijk denken heeft het rationalisme van Descartes en het irrationalisme gebracht en verscheiden geloofsovertuigingen zoals het darwinisme en andere.

Wittgenstein staat in het centrum van van den Beukel zijn boek ‘Met andere ogen, over wetenschap en het zoeken naar zin’. Hij zegt over de OostenrijksBritse filosoof:

‘Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen’, schreef Wittgenstein in zijn beroemde Tractatus. Wat Wittgenstein hiermee bedoelde, is dat het wetenschappelijk spreken zijn grenzen niet moet overschrijden. Wittgenstein is door de logisch-positivisten altijd misbruikt. Wat hun ontging was de mystieke levenshouding van Wittgenstein die, weliswaar verhuld, in zijn werk naar voren komt. Als wetenschappers bescheidenheid willen leren, moeten ze veel Wittgenstein lezen, zou ik zeggen. Èn begrijpen wat hij bedoeld heeft natuurlijk.”

Geen stilzwijgen

Dat men met taal alleen zinvol kan omgegaan als daarmee “standen van zaken” worden beschreven mag een mogelijkheid van denken zijn dat echter de mens niet tot zwijgen kan brengen. De mens moet namelijk stappen durven ondernemen op onbewandelde paden en zich durven in het ongewisse of de onbekende donkere ruimte durven begeven. Wij kunnen de wereld ervaren zoals hij is, maar moeten er ook durven over nadenken. Zelfs dingen die wij niet weten of nu nog niet kennen moeten wij durven bespreekbaar maken. Dit kan enkel door er over na te denken maar ook door er zelf over te durven praten. Later zag Wittgenstein ook in dat de taal te complex is om de wereld in een één-op-één verhouding te beschrijven. Zo is het onmogelijk om bijvoorbeeld een minachtend zuchten binnen het taalsysteem een duidelijke plaats te geven. In plaats daarvan spreekt hij van taalspelen. De verschillende taalspelen zijn toepasbaar op verschillende situaties, waarbij telkens een “familiegelijkenis” optreedt. Hoewel er voor elke situatie specifieke kenmerken zijn vast te stellen, zijn niet alle kenmerken toepasbaar op alle situaties, zoals leden van eenzelfde familie op elkaar lijken, zonder dat ze precies dezelfde gezichtstrekken hebben. Het is met deze nieuwe visie van taal dat hij veel invloed uitoefende op andere filosofen, voornamelijk in de Ordinary language philosophy. Een bekend criticus van deze latere Wittgensteiniaanse filosofie was de filosoof en antropoloog Ernest Gellner, voornamelijk in zijn boek Words and Things (1959).

Waarnemen en verwoorden

Flickr - NewsPhoto! - 350 climate change in Am...

Over heel wat zaken is er heel wat gedebatteerd en van mening verschild door erkende wetenschappers. – Flickr – NewsPhoto! – 350 climate change in Amsterdam (3) (Foto credit: Wikipedia)

Wij als mens kunnen waarnemen wat er gebeurd en dit trachten te verwoorden. Zin en onzin kunnen wij ook trachten te achterhalen. Ook kunnen wij proberen inzichtelijke argumenten naar voor te schuiven.

Rogeer Hoedemaekers in het boek ‘Iets of niets’ schrijft:

“Toen de natuurwetenschappen steeds meer structuur, orde en wetmatigheid vonden in de kosmos zagen de theologen daarin juist de scheppende kracht van God”

“En toen in de tweede helft van de achttiende en begin negentiende eeuw steeds meer orde, structuur en complexiteit in biologische organismen werd ontdekt, werden ook deze geïnterpreteerd als bewijs van Gods grootheid en almacht.”

Verenigbare analyse

Het is verkeerd te denken dat natuurwetenschap en religie binnen een gemeenschappelijk stelsel van analyse of verklaring niet verenigd of zelfs tot één geheel gemaakt zouden kunnen worden, maar evenmin waarom die twee ondernemingen een onderling conflict zouden moeten voelen.

De agnost Jay Gould, auteur van het boek ‘God en Darwin’, zegt:

“De natuurwetenschappen streven ernaar de werkelijkheid van de natuur in kaart te brengen en theorieën op te stellen die de aangetroffen feiten met elkaar in verband brengen en verklaren. De religie beweegt zich daarentegen op het even belangrijke, maar geheel verschillende terrein van de menselijke strevingen, zingeving en waarden. Onderwerpen die binnen het feitelijk domein van de natuurwetenschappen wel verhelderd, maar nooit opgelost worden.”

Wetenschapper en bewijs van al of niet een God

Geen enkele wetenschapper heeft al kunnen bewijzen dat God niet bestaat, omdat daar ook geen bewijs van is, dat Hij niet zou bestaan. De Schepper God heeft bij Zijn Schepping ons het universum gegeven dat zo oneindig groot is dat wij het gewoon weg niet kunnen vatten, doordat er zelfs zo veel sterren en planeten zijn als zandkorrels op een strand die niet te tellen zijn (Boek Job). God heeft Zijn Schepsels voorzien van Zijn Woord dat een beeld schept van hoe de dingen zijn ontstaan en waar God met de mens naar toe wil. Hij is niet in details getreden om dat dat er eigenlijk niet toe doet. Wij hoeven al die fijnste dingetjes niet echt te weten om ons mens-zijn verder uit te bouwen tot een goed geluk of gelukzalig leven. Wel heeft de Schepper ons verstand gegeven om te gebruiken. Hiermee kunnen wij wetenschap uit voeren, zonder daarmee ons tegen God te hoeven keren. Integendeel, heeft God ons de hersenen gegeven om te gebruiken en verder kennis uit te bouwen. Die hersenen niet gebruiken zou verzuimen aan een van de vele opdrachten die God de mensheid heeft opgedragen.

Gelukkig kunnen wij genoeg wetenschappers aantreffen die dankbaar zijn dat zij de gave van het denken en onderzoeken hebben gekregen.  Deze wetenschappers achten het zeer onwaarschijnlijk dat het heelal bij toeval is ontstaan en voor hen zou het ook gerust kunnen dat er een Bijzonder Hoogwaardig Wezen dat ons begrip te boven gaat, achter zit. De Amerikaans biochemicus en aanhanger van intelligent design Michael Behe geeft een simpel voorbeeld:

“Een muizenval bestaat uit een plankje, een metalen beugel, een veer, een grendel en een scharnierend stukje hout. Alle onderdelen zijn nodig voor het functioneren van de muizenval. Verwijder één onderdeel en het geheel werkt niet meer.”

Dit is een soort onherleidbaar complex systeem. Andere concrete voorbeelden zijn het mechanisme van bloedstolling, trilharen, de werking van het oog, het immuunsysteem en de zweepstaart van de bacterie E. coli.

Bepaalde structuren op biochemisch niveau zijn gewoonweg nu nog te complex om verklaard te kunnen worden met behulp van evolutionaire mechanismen.

Voor hem is het duidelijk dat:

“intelligent design geen wetenschappelijke grondslag heeft, niet door middel van experimenten is getest en niet als wetenschappelijk behoort te worden beschouwd.”

Behe’s hypothese van onherleidbare complexiteit zou volgens door andere wetenschappers voldoende wetenschappelijk weerlegd kunnen worden en bovendien zou een eventueel argument tégen de evolutieleer niet automatisch een argument vóór intelligent design kunnen zijn.

Nog veel onverklaarbaar

Vele wetenschappers zijn nog niet echt tot in de diepste grond van de natuur kunnen geraken en moeten toegeven dat nog vele zaken onverklaarbaar zijn op dit ogenblik. Niets staat in de weg dat wij later meerdere dingen toch nog zullen kunnen verklaren of weer eens anders zullen gaan bekijken, door dat dit of gene weer wordt uitgevonden of verder opzoekingswerk het vroegere weer teniet doet.

Wij zullen daarbij moeten beseffen dat wij als onderdeel in het geheel mogen leven dat wij zullen moeten aan nemen voor wat het ook al kan er per definitie geen antwoord gegeven worden op religieuze vragen over God, zin en ethische waarden.
Daarin zullen wij ons nederig moeten betonen dat de mens niet alles zal te weten kunnen komen en dat wij slechts een klein onderdeel zijn van een geheel dat door God voorzien is en waarmee Hij een Plan heeft. Hij heeft er voor gezorgd dat de mens voldoende inzicht zou kunnen krijgen en heeft als het ware een ‘Blog‘ geschreven voor de mensheid. Wij zouden er ons best op toe leggen om dat Blog van God regelmatig te raadplegen en uit Zijn wijze woorden te leren. Dat Blog is een bundel verzamelde boeken die in meerdere talen in de wereld verspreid zijn en ter beschikking van iedereen liggen. De mens moet dat Boek der boeken, de Bijbel slechts op nemen en lezen en bestuderen, naar eigen goed vermogen.

De woorden van de wetenschappers zijn al dikwijls gewijzigd. al veelvuldig heeft men stellingen van beroemde wetenschappers zien ontkracht worden door andere wetenschappers. Veel woorden van filosofen en wetenschappers zijn al als niet valabel beschouwt. Velen hun woorden zijn al vergaan, maar God Zijn woord is nog steeds blijven bestaan en nog steeds volledig juist en betrouwbaar. Daarom kunnen wij ook best naar dat Woord van God grijpen om ons te laten vormen.

“Het is niet geschreven om hem alleen dat het hem toegerekend werd,” (Romeinen 4:23 NB)

“Want al wat tevoren werd geschreven, werd geschreven om ons te onderrichten, opdat wij door de volharding en door de vertroosting van de Schriften de hoop vasthouden.” (Romeinen 15:4 NB)

“en weet dit allereerst dat alle profetie in de Schrift niet van een eigen uitleg afhangt.” (2 Petrus 1:20 NB)

“Alle schriftwoord is van God doorademd en nuttig tot onderrichting, tot weerlegging, tot verbetering, tot de opvoeding in gerechtigheid,” (2 Timotheüs 3:16 NB)

Wij moeten in deze wereld dus hard opletten ons ook niet te veel gericht te houden op wereldse zaken en op wereldse bevindingen, maar moeten ons meer toeleggen op het doornemen van de Heilige Schrift die ons al het nodige te kennen geeft om iets degelijks van ons leven op te bouwen. wij zouden veel meer vertrouwen in die Oude Boeken moeten stellen dan de vele nieuwe populaire wereldse boeken.

+

Voorgaande artikel:

Stemt de Bijbel overeen met de wetenschap

++

Aanvullende lectuur:

  1. Wetenschap als surrogaat voor religie
  2. Echte wetenschap en geloof bijten elkaar niet
  3. Geloof en wetenschap: een worsteling om gelijkheid
  4. Zijn religie en wetenschap verzoenbaar?
  5. Geloof en wetenschap
  6. Geloof en wetenschap: een strijd zonder bestaansrecht
  7. Geloof in wetenschap biedt mogelijk steun aan atheïst
  8. God én Darwin: Geloof kan niet om evolutie heen
  9. Paus: “Wetenschap kan zin van het leven niet vatten”
  10. Atheïsme: een heelal zonder God
  11. Geleerd en Gelovig
  12. Geloven om te begrijpen
  13. Fundamenten van het geloof
  14. Woord van God
  15. Boek der boeken de Bijbel
  16. Blog van God opgetekend in een Boek
  17. Schepper en Blogger God 1 Leegte en Beweging
  18. Schepper en Blogger God 2 Beeld en gelijkenis
  19. Schepper en Blogger God 3 Les en oplossing
  20. Schepper en Blogger God 4 Verklarende Stem
  21. Schepper en Blogger God 5 Te Vertellen zaken
  22. Schepper en Blogger God 6 Voor Zijn volk
  23. Schepper en Blogger God 7 Een Blog van een Boek 1 De Blogger geloven
  24. Schepper en Blogger God 8 Een Blog van een Boek 2 Heilig Maker van de Geschriften
  25. Schepper en Blogger God 9 Een Blog van een Boek 3 Over Profetie
  26. Schepper en Blogger God 10 Een Blog van een Boek 4 Luisteren naar Blogger
  27. Schepper en Blogger God 11 Het Oude en Nieuwe Blog 1 Gericht op één mens
  28. Schepper en Blogger God 12 Het Oude en Nieuwe Blog 2 Blog voor elke dag
  29. Belangrijkheid van de Heilige Schrift
  30. Het belang van het lezen van de Schrift
  31. Nut van het lezen van de Bijbel
  32. Plan van God
  33. Plan van God en wereldvrede
  34. Wat is Gods doel met de aarde?
  35. We kunnen Gods doel niet zien
  36. De naakte waarheid is altijd beter dan de best geklede leugen
  37. Een vrije keuze voor iedereen
  38. Voor hen die andere keuzes maken
  39. Weten waarheen te gaan
  40. Elk schepsel is een goddelijk woord omdat het God verkondigd
  41. Tot bewust zijn komen voor huidig leven
  42. Dorst naar geluk en zingeving
  43. Hersenen beheersen geloof in religie

+++

  • M is for Massive M staat voor massief (connectiv.wordpress.com)
    M is for massive and for MOOC. M is a very misunderstood word in the MOOC acronym.
    In some courses M is just for bulk, or just means very much students are involved. But massive has another connotation, that is of a solid construction or solid big thing.
    This second meaning of massive (geologists use massif for this connotation of massive) is what M of MOOC stands for.De M van Massief en van MOOC. Deze M staat voor een slecht begrepen woord in het acronym MOOC.
    In sommige cursussen betekent de M niet meer dan massaal, maar massief heeft, ook in het engels, nog een andere betekenis. Het betekent vast aaneengesloten, ondeelbaar. Geologen noemen een gebergteketen een massief . Deze tweede betekenis van massief is kenmerkend voor de echte MOOC.
  • Is Christianity Natural? (tasmedes.nl)
    The goal I had in mind was to develop a top-notch project proposal that would bridge the gap between the cognitive science of religion on the one hand and the philosophy of religion and systematic theology on the other.
    +
    For me, the end result was a couple of articles, and a top-notch project proposal that I submitted to the Netherlands Foundation for Scientific Research (NWO) in the end of 2011. The external referees gave the project A+, A+, A+, and A/A+. Yet, the committee that was hired to judge the papers decided in their immeasurable wisdom to overrule the external referees and decided not to fund the project. This was around May 2012.
  • “God bewijzen” door Stefan Paas en Rik Peels (boekbespreking, extern)
    Valt God te bewijzen? Nee, natuurlijk niet, en dat weten Stefan Paas (hoogleraar theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam) en Rik Peels (filosoof aan diezelfde universiteit) ook best. Daar gaat het ook helemaal niet om in hun boek. De titel is dan ook misleidend. Dit is helemaal geen boek dat probeert God te bewijzen. Het gaat ook niet om de vraag of God wel of niet bestaat. Wél gaat het om argumenten voor en tegen geloven. Het boek draait dus niet om God, maar om geloof, of beter gezegd over de vraag of geloven redelijk is. En dat is het, zo stellen Paas en Peels, in tegenstelling tot het atheïsme.
    +
    Jan Riemersma schreef in zijn recensie dat de bewijslast bij de gelovige lag, want zo werkt het in een rechtszaak. Dat vond ik meteen al vreemd, want als burger bevindt de gelovige zich bepaald niet in een rechtszaak.
    Zie ook http://www.strangenotions.com/who-has-the-burden-of-proof-when-discussing-god/ waarvan ik niet alle 527 commentaren heb doorgelezen.
    Paas & Peels leggen op blz. 78 ook duidelijk uit dat het niet om een rechtszaak gaat, en ik kan geen flaw in hun redenering vinden, dus ik begrijp niet helemaal hoe de heer Riemersma dan toch kan zeggen dat de bewijslast ligt zoals die in een rechtszaak ligt.
  • Sociale wetenschappen: tussen retoriek en werkelijkheid?
    In een populair-wetenschappelijk discours worden retorische instrumenten gebruikt om de werkelijkheid die uit de wetenschappelijke data “opdoemt” meer contouren te geven, om die duidelijker te laten uitkomen.
    +
    Schaf retoriek in de sociale wetenschappen af, zo stelt Pels, en de wijze waarop sociale wetenschap verhalen vertelt verdwijnt. Verdwijnt daarmee ook de sociale wetenschap zelf? Hoe wetenschappelijk is daarmee de sociale wetenschap? Is sociale wetenschap louter retoriek en heeft het maar rakelings te maken met de werkelijkheid? Dat laatste zegt Pels niet, dat besef ik ook, maar toch lijkt die conclusie tamelijk aantrekkelijk wanneer je die alinea leest.
  • Is Dawkins debet aan het succes van creationisten in de VS?
    Binnenkort krijgen Amerikaanse scholieren wellicht een creationistisch leerboek aangeboden. Creationisme lijkt in de VS, maar het is tegelijkertijd een globaal fenomeen, te groeien als kool. Hoe kan dat? Zou het kunnen dat het militante atheïsme van Richard Dawkins, met de centrale boodschap dat geloof en wetenschap water en vuur zijn, hier wellicht iets mee te maken heeft?