Fundamenten van het Geloof 11 Christus, de door God gezonden Verlosser

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

God beloofde de Verlosser te zijn van wie geloven. In Genesis maakte Hij al duidelijk dat de mens betrokken is bij de tot standkoming van zijn verlossing:

“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit (zaad van de vrouw) zal u (slang) de kop vermorzelen en u (slang) zult het de hiel vermorzelen” (Genesis 3:15)

God had voorzien in een nakomeling die een einde zou maken aan de slang, het symbool voor vijandige mensen die Gods kinderen af proberen te houden van eeuwig leven, door hen te verleiden tot zonde. In verband met de gevolgen daarvan deed God een verstrekkende belofte aan Abraham:

“… uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit nemen. En met uwnageslacht zullen alle volken gezegend worden …” (Genesis 22:16-18)

De apostel Paulus legde in de brief aan de Galaten uit, dat deze beloften aan Abraham in eerste instantie in enkelvoud bedoeld was. Ze hebben betrekking op een bepaalde mens, die uit hem voortkwam:

Christus Jezus (3:16).

Het punt in zijn redenering is, dat ieder mens die in hem gelooft, deel krijgt aan de beloften aan Abraham. Wat betrekking had op de ene mens, Christus Jezus, de ware Zoon van God, krijgt zijn vervulling in veel meer zonen:

“Want u bent allen zonen van God, door het geloof, in Christus Jezus … Indien u nu van Christus bent, dan bent u zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.” (Galaten 3:26-29)

Deze beloften werden niet alleen aan het nageslacht van Abraham gegeven, maar ook aan hem persoonlijk. Hij is echter op de door God bepaalde tijd gestorven en tot stof vergaan. Hij is de poort van het dodenrijk (zie Matth.16:16) binnengegaan en is nu in de macht van zijn grootste vijand: de wrede koning dood. Dit houdt in dat God zijn beloften aan hem alleen kan vervullen door hem uit de doden op te wekken (vergelijk Hebr. 11:17-19).

Jezus bewees de noodzaak van de opstanding van Abraham, toen hij wees op het feit dat God in tegenwoordige tijd en niet in verleden tijd tegen Mozes zei, dat Hij de God van Abraham is (Matth. 22:31-33). De belofte aan hem was dat zijn nageslacht de poort van zijn vijanden in bezit zou nemen. In de praktijk van die tijd hield dit in,  dat je de vijand had verslagen en bepaalde wie de stad in mocht en en wie de stad uit moesten gaan. In de belofte aan Abraham betekent het dat de vijanden van God en zijn kinderen zijn verslagen, en dat het beloofde Koninkrijk is gekomen. De nieuwe Koning bepaalt niet alleen wie dat Koninkrijk binnengaan, maar ook het voormalige rijk van koning dood in en uitgaan. De heer Jezus Christus zei over zichzelf:

“… Ik ben dood geweest, en zie Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik hebde sleutels van de dood en het dodenrijk.” (Openbaring 1:17-18)

Dat hij dood is geweest, houdt in dat hij ook zelf eerst uit de dood bevrijd moest worden:

“… daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft; de dood voert geen heerschappij meer over Hem.” (Romeinen 6:9)

Hij is het domein van de sterkste vijand van de mens binnengegaan en, omdat hij weer levend werd gemaakt door zijn God en Vader, kon hij de poort van binnenuit openen, om allen die in het geloof gestorven zijn en daar machteloos liggen, daaruit te bevrijden. Het beeld van de bevrijding van de ballingen uit Babel, in het boek van de profeet Jesaja, past ook goed bij de verlossing van de zonde en de dood, zoals deze in het NT wordt voorgesteld:

“Kan aan een sterke de buit ontnomen worden, of zullen de gevangenen van hem die in zijn recht is, ontkomen? Maar zo zegt de HERE:

Toch worden de gevangenen aan een sterke ontnomen, en ontkomt de buit een geweldige … Ik zelf zal uw zonen redden” (Jesaja 49:24-25; vergelijk Mattheüs 12:29).

Hij ‘die in zijn recht is’ was de tiran Nebukadnezar, de koning van Babel. In de brief aan de Romeinen is de tiran van de gelovigen, de dood die als koning is gaan heersen (Romeinen 5:17). Degene die hem heeft bestreden en overwonnen, is Christus Jezus. Hij heeft daarom van de eeuwige God de macht ontvangen mensen te bevrijden uit het dodenrijk, zoals Hij toont bij de opwekking van Lazarus:

“Ik zal u (de Knecht van God) … stellen tot een verbond voor het volk … omtot gevangenen te zeggen: Gaat uit! Tot hen die in de duisternis zijn: Komt tevoorschijn!” (Jesaja 49:8-9; zie ook 42:7 en 61:1)“

… en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen …om verbrokenen heen te zenden in vrijheid. (Lucas 4:19)

“Lazarus, kom naar buiten! … Maakt hem los en laat hem heen-gaan.” (Johannes 11:43-44)

Hij spreekt als een koning tot wie zijn eigendom zijn. Na zijn leven van gehoorzaamheid en kruisdood is hij door God waardig bevonden heer te zijn over al zijn bezit. God gaf hem allen die hij op grond van hun geloof heeft bevrijd uit de macht van de heerser die hij versloeg en als buit meenam:

“Daarom zal Ik hem velen als deel geven en talrijken zal hij als buit ontvangen…” (Jesaja 53:11-12)

Maar vanaf dat moment zijn deze velen geen gevangenen meer, maar tot burgers van zijn Koninkrijk gemaakt. En nu hij bij God in de hemel is, verwachten zij zijn komst met eeuwig leven voor zijn volk:

“Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen.” (Filippenzen 3:20-21)

Het is Christus gegeven allen die in hem geloven, in naam van zijn Vader, de enige en waarachtige Verlosser, te bevrijden van de eeuwige vloek van de dood. Hij zal hen door de kracht van God eeuwig leven schenken, door de weg tot de boom des levens, die werd afgesloten door de zonde van de eerste mens, weer te openen.

Niet de dood maar God overwint in Christus:

“Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.” (Romeinen 3:23)

“De dood is verzwolgen in de overwinning. Dood, waar is uw overwinning, dood, waar is uw prikkel. De prikkel van de dood is de zonde … Maar God zijdank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus.”(1 Korintiërs 15:54-57)

“Wie overwint, hem zal Ik (Christus) geven te eten van de boom des levens…” (Openbaring 2:7)

Dan kunnen de woorden die God sprak na de zonde van de eerste mens, omgedraaid worden:

‘Laat de mens nemen en eten van de boom des levens, opdat hij in eeuwigheid zal leven

 

1ste Vraag ter overdenking:

Hoe is de losprijs betaald om gelovigen te bevrijden van de dood?

2de Vraag ter overdenking:

Op grond waarvan kunnen wij in Christus verlost worden?

 

Christus Jezus en de verhoogde slang

Mozes en de Nehushtan (“Koperslang” of “slang van (het) koper”) aan een kruis, afbeelding uit 1907. – In het verhaal in Numeri 21 staat dat de Israëlieten toen zij tegen JHWH en Mozes ageerden, werden gestraft door giftige slangen. Als zij echter na gebeten te zijn keken naar de bronzen slang, zouden ze niet sterven.

Toen Israël in de woestijn zondigde stuurde God slangen om hen te doden. Wie gebeten was ontkwam niet aan de dood. Maar God trof een voorziening: Mozes plaatste een koperen slang op een paal en wie gelovig daarop de blik richtte, werd verlost van de dood (Num. 21:8-9). Maar niet voor eeuwig.
Jezus vergeleek zijn verhoging aan de houten paal met die van de slang aan de paal. Wie gelovig de blik op hem richt zal voor eeuwig behouden worden, maar wie niet in hem gelooft, is verloren (Joh. 3:14-18)

+

Voorgaand

Fundamenten van het Geloof 10 De Verlosser uit de dood

Overdenking voor vandaag

++

Aanvullende artikelen

  1. Een goddelijk Plan #4 Beloften
  2. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #1 Abraham de aartsvader
  3. De Verlosser 1 Senior en junior
  4. Verlosser of Messias aangekondigd door Daniël
  5. De Knecht des Heren #4 De Verlosser
  6. Christus in Profetie #2 De Knecht in Jesaja (2) Behoefte aan Verlossing
  7. Christus in Profetie #5 De Knecht in Jesaja (5) Verhoging van de Knecht
  8. Christus in Profetie #8 De psalmen (2B) De Gezalfde goede herder spreekt
  9. Jezus Christus De Zoon van Adam, de Zoon van God
  10. Zoon van God
  11. Zoon van de levende God
  12. Zoon van God vrijkoper
  13. Zaad van David
  14. Zoon van David
  15. Zoon van God – Vleesgeworden woord
  16. Zoon van God dé Weg naar God
  17. Zoon van God en middelaar
  18. Zoon van God en zijn autoriteit
  19. Zoon van God door God als Zijn geliefde zoon verklaard
  20. Zoon van God geopenbaard
  21. Uw vertroostingen verkwikken mijn ziel
  22. Een lovende ziel voor Hem die troost, geneest, vergeeft, verlost, gaven en recht geeft, rijk aan ontferming
  23. Verlossing #8 Gerechtigheid door geloof
  24. Uitlopen om uit lichaam te wonen
  25. Aan een betere opstanding deelhebben

Fundamenten van het Geloof: 7. Zonde. Overtreding van Gods wil

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren? #2 Zonde. Overtreding van Gods wil

Omdat God de mens maakte met een vrije wil, en daarmee vrijheid om te kiezen, kunnen wij zowel doen wat Hem behaagt als mishaagt. Dit laatste noemt God zonde.

Maar wat is zonde precies en hoe komt deze tot stand?

De Bijbel leert dat wie weet wat God vraagt maar het niet doet, zondigt tegenover God. Hij overtreedt Zijn wil. Zoals er in de wereld, bij overtreding van de wet, een onderzoek volgt, waarop een straf wordt bepaald, moet er ook in dit geval een toets zijn waarop God Zijn oordeel baseert. Voor Israël was die toets de wet, die ieder lid van het volk geacht werd te kennen:

“… zonde wordt niet toegerekend, als er geen wet is.” (Romeinen 5:13; 3:20)“

… doet u zonde en wordt u door de wet overtuigd van overtreding.” (Jac. 2:9)

“Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet; immers ook van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, indien de wet niet zei: u zult niet begeren.” (Romeinen 7:7)

Geboden en verboden prikkelen ons, onverschillig voor de gevolgen, de wetgever uit te dagen door, in het toegeven aan onze begeerten en hartstochten, de ons gestelde grenzen te overschrijden:

“Maar uitgaande van het gebod, wekte de zonde in mij allerlei begeerlijkheid op; want zonder de wet is de zonde dood.” (Romeinen 7:8)

“Want toen wij in het vlees waren, werkten de zondige hartstochten, die door de wet geprikkeld worden, in onze leden.” (Romeinen 7:5)

De eerste mens overtrad ook een gebod. God had gezegd dat hij van alle bomen mocht eten, maar van één boom af moest blijven. Dit was de toets van zijn gehoorzaamheid. Dit gebod prikkelde de mens echter, en in plaats van zijn begeerte te overwinnen gaf hij er aan toe:

“En de vrouw zag dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook aan haar man, die bij haar was, en hij at.” (Genesis 3:6)

Hier wordt het proces voorgesteld dat plaats vindt in de menselijke gedachten, waardoor wij proberen onze zonden als niet erg voor te stellen:

“Hoelang zullen in uw binnenste uw zondige overleggingen verwijlen?”

“Arglistig is het hart boven alles, ja verderfelijk is het; wie kan het kennen?”(Jeremia 4:14 en 17:9)

“Want uit het hart komen boze overleggingen …” (Mattheüs 15:19)
“Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking van zijn eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde …” (Jacobus 1:14)

De mens is in principe vrij, maar wij zijn van nature zo gericht op het bevredigen van onze begeerten, dat wij daarvan, zonder het in te zien, slaven zijn; gevangen in de strik van onze zelfzuchtigheid. God wil ons tegen onszelf beschermen en vraagt ons dat wij ons beheersen om echt vrij te zijn:

“Doch indien u niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur,wiens begeerte naar u uitgaat, doch over wie u moet heersen.” (Genesis 4:7)

“Laat de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat uaan zijn begeerten zou gehoorzamen … Immers, de zonde zal over u geen heerschappij voeren …” (Romeinen 6:12-14)

“Weet u niet, dat u hem, in wiens dienst u zich stelt als slaven ter gehoorzaamheid, ook moet gehoorzamen als slaven, hetzij dan van de zonde tot de dood, hetzij van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid?” (Romeinen 6:16; vergelijk Johannes 8:34)

“… gebruikt echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees…” (Galaten 5:13)

God laat ons zien dat er een weg is die naar vrijheid leidt: de weg die Zijn zoon Christus Jezus ging. Zijn voorbeeld is daarom de toets voor ons leven. Hij deed alleen het goede en zondigde niet tegen God. En God vraagt ons Jezus daarin te volgen. Door zijn ‘kruisdood’ toonde hij hoe radicaal hij met de zonde wilde afrekenen, zodat deze geen kans zou krijgen hem in bezit te nemen en te beheersen:

“… daar ook Christus … u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat u in zijn voetsporen zou treden; die geen zonde gedaan heeft …” (1 Petrus 2:21-22; vergelijk Hebreeën 4:15).

“… laat u met God verzoenen. Hem (Christus), die geen zonde gekend heeft,heeft Hij (God) voor ons tot zonde gemaakt …” (2 Korintiërs 5:20-21)

“Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven.” (Romeinen 6:10)

Geen mens kan zeggen dat hij niet op enig moment gezondigd heeft, want allen zijn Adam gevolgd:

“… gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen … omdat allen gezondigd hebben … Want allen hebben gezondigd …” (Rom. 5:12; 3:23).

“Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet… Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en zijn woord is in ons niet” (1 Johannes 1:8-10; vergelijk Johannes 8:7).

Door de doop geven wij te kennen dat wij voortaan niet meer Adam willen navolgen, maar Christus:

“Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd” (Galaten 5:24; vergelijk Mattheüs 5:43-48).

Wie op deze wijze het vlees doodt, is voortaan niet meer bezig met het bevredigen daarvan, maar heeft de gezindheid van Christus. Hij is gericht op het blijvende, in plaats van op het tijdelijke:

“Een ieder, die in Hem (Christus) blijft, zondigt niet; een ieder, die zondigt,heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend … Een ieder, die uit God geboren is, doet geen zonde; want het zaad (van God) blijft in hem en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren.” (1 Johannes 3:6 en 9; 5:18)

“Want al wat in de wereld is: de begeerten van het vlees, de begeerte van de ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld. En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.” (1 Johannes 2:16-17)

Dit wil niet zeggen dat wij dan niet meer kunnen zondigen, maar dat wij dat niet bewust, opzettelijk meer doen. Wij moeten altijd waakzaam blijven, omdat wij nog in een wereld vol verleidingen leven:

“Als iemand dan weet goed te doen en het niet doet, is het hem tot zonde.” (Jacobus 4:17)

“Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis van de waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonde meer over, maar een vreselijk uitzicht op het oordeel…” (Hebr. 10:26-27).

Vergeving van zonde

Omdat God geen behoefte heeft aan de dood van zondaars, maar wil dat zij leven (Ez.18:23), stelt Hij zich voor als vergevend God (Ex. 34:7), Die voorbijziet aan de zonden van wie in geloof, berouw en bekering tot Hem gaan (Luc. 24:47; Hand. 2:38; 3:19;13:38-39; Rom. 4:7-8; Hebr. 8:12; 1 Joh. 1:7 en 9; Matth. 18:21-35)

J.D.

+

Voorgaande

Fundamenten van het Geloof: De lankmoedigheid van God

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Fundamenten van geloof 3: De Persoonlijkheid van God

Fundamenten van het Geloof 4: Engelen. Gods volmaakte dienaren

Fundamenten van het Geloof 5: De mens, geschapen naar Gods beeld en als Zijn gelijkenis

Fundamenten van het Geloof 6: Beproeving van het geloof

Wettisch tegenover wet

++

Aanvullende artikelen om te lezen

  1. Betreft de Mens
  2. Een Boom van kennis wordt een Boom van moraal
  3. Bron(nen) van kwaad
  4. Wie brengt het Kwaad over ons
  5. Begrippen satan en duivel in de Bijbel
  6. Duivel, Satan, Lucifer, Demon, Goed en Kwaad en God
  7. Satan het kwaad in ons
  8. Gevallen engelen en hun verblijf
  9. Bestaat er iets als engelen en kunnen die zondigen
  10. Hoe de Satan vandaag rond toert
  11. Zondigen omdat men zondaar is
  12. De Voltooiing van de schepping 4 Buitenbijbelse leer
  13. Bereshith 3:20-24 Moeder van al wat leeft en gevolgen van haar keuze
  14. Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #1 Bereshith 4:1-6 Twee broers en hun offers
  15. Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #3 Bereshith 4:8 De Broedermoord
  16. Kuddedier doet liever wat het niet mag
  17. Fragiliteit en actie #2 Onderwerpen en werken
  18. Fragiliteit en actie #3 Verleden en Vervolg
  19. Fragiliteit en actie #8 Eerste Wetsvoorziening
  20. Fragiliteit en actie #9 Herval zondigheid
  21. Zuiverheid en verantwoordelijkheid van leden en leiders in een gemeenschap
  22. Moreel relativisme
  23. Kleurblindheid en verkeerscode
  24. Leugen, handvat dat alle instrumenten past
  25. Zonde cultiveert negatieve energie
  26. Verscheidene Verbondakkoorden 4 Behouden van de Wet maar Zwak door het vlees
  27. Zondigen verlaat God niet
  28. Kerk hospitaal voor zondaars
  29. Grootste oorzaak van atheïsme in de wereld zijn de Christenen
  30. Onvergeeflijke zonde en berouw
  31. Neem afstand van het kwade
  32. God wil u gunst betonen
  33. Fundamenten van het Geloof: De goedertierenheid van God
  34. Bedekking der zonden
  35. Aanwijzingen voor redding te vinden
  36. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 1 Mens geplaatst in wereld van groen en andere levende wezens
  37. Het loon der zonde is de dood; maar de genadegave van God is het eeuwige leven in Christus Jesus
  38. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 1
  39. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 4 Verzet tegen God en Overeenkomstige prijs
  40. Vraag: Als men uit God geboren zou zijn waarom zouden wij dan nog vergiffenis moeten vragen?
  41. Antwoord op Vragen van lezers: Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden
  42. Gelukkig de mens die niet de raad volgt van wie zonder God leven
  43. Vreemdelingschap
  44. Geen race voor de snelste, noch een strijd der helden
  45. Een race niet voor de snelste, noch een strijd om de sterkste
  46. Zij die in de renbaan lopen en geroepen zijn voor rechtvaardiging door geloof
  47. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen
  48. De Bekeerling, bekeringsactie en bekering
  49. Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
  50. Doemdenkers en ons lijden
  51. Waarom laat God het kwade toe
  52. Eerlijkheid begin van heiliging
  53. Christadelphians kinderen van God

+++

Gerelateerd

  1. Ontdek jou passie
  2. Nederigheid bring Wysheid
  3. Sat en moeg hiervoor?  Gaan doen wat God doen: Maak ʼn einde daaraan.
  4. Gedrag beide: Vreemd en Lelik!
  5. Metaalskuim.  
  6. Vanself goed genoeg?
  7. Oeps! Foutjie. . .
  8. Onthou wat Hy vir ons gedoen het