Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 4: Het bewijs van Gods bestaan (4) Het heelal als toevalstreffer

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 4: Het bewijs van Gods bestaan (4) Het heelal als toevalstreffer

Het bewijs van Gods bestaan: Het heelal als toevalstreffer

In de serie ‘Intelligent Design’ (intelligent ontwerp) wees ik er al op dat fundamentalistisch denkende christenen een uitgesproken voorkeur hebben voor bewijs vanuit de biologie, met voor bijzien van een vak zoals bijv. de fysica. Wellicht weerspiegelt dat de fervente neiging van veel mensen om hun argumenten door anderen te laten aanleveren, om ze dan zelf alleen maar te hoeven uitventen.

Ongetwijfeld scheelt dat veel denkwerk. Maar er is altijd het risico dat de gebruiker de essentie van het oorspronkelijke argument niet (of niet goed) heeft begrepen, en er dan reddeloos mee de fout in gaat. Of er is het risico dat de gebruiker er zich onvoldoende van bewust is dat er intussen wetenschappelijk veel meer bekend is, en dat op grond daarvan de houdbaarheidsdatum van het argument inmiddels is overschreden. Zulke argumenten kunnen dus nuttig zijn om kennis van te nemen, maar zijn uiterst riskant om zelf (tweedehands) te gebruiken, tenzij je voldoende bekend bent met het vakgebied.

Ons verbazingwekkende heelal

Paul Davies, Brits-Australische en internationaal bekende natuurkundige, hoogleraar natuurkunde aan de Arizona State University sinds 2006 en gasthoogleraar aan de University of New South Wales sinds 2015 en Imperial College London,

Meer van belang is echter dat er in de categorie ‘nuttig om kennis van te nemen’ intussen interessantere argumenten zijn, dan die van de eerwaarde 19e-eeuwse dominee Paley. The Britse professor in de fundamentele fysica Paul Davies heeft een paar dozijn boeken geschreven over de betekenis die recente ontdekkingen in de moderne fundamentele natuurkunde hebben op ons beeld van het heelal. Dat loopt van ‘The accidental Universe’ (Het heelal als toevalstreffer) tot ‘The mind of God’ (Gods geest, met geest in de zin van aanpak of manier van denken). Het komt er op neer dat het heelal aan alle kanten en op allerlei gebieden blijk geeft van een uiterst precieze fijn-afstelling, en dat het zonder die exacte fijnregeling niet zou kunnen bestaan, en wij dus ook niet. Wie alleen maar (populair-)wetenschappelijke boeken leest wanneer ze zijn mening over het bestaan van God duidelijk bevestigen, zal er wellicht door worden teleurgesteld. Want vooral in zijn oudere boeken gaat hij absoluut niet die kant uit. Hij ziet het dan nog uitsluitend als een weliswaar groot, maar toch niet onmogelijk toeval. Maar het interessante is dat hij, op basis van zijn waarnemingen en overwegingen, gaandeweg steeds meer opschuift naar de overtuiging dat er wel degelijk sprake moet zijn van een of andere oorzaak die zelf buiten ons heelal moet zijn gelegen. Maar je moet zelf dan maar beslissen of je die oorzaak ‘god’ wil noemen. Dat betekent in elk geval dat hij in dat opzicht een objectief overzicht geeft van wat er aan de hand is, zonder (desnoods tegen beter weten in) ten koste van alles iets te willen bewijzen, wat dan ook.

Wat willen we er eigenlijk mee?

Kun je dan op deze manier wel het bestaan van God bewijzen

Want dat is tenslotte het onderwerp van deze serie. Helaas moet ik u nu teleurstellen. Het bestaan van God laat zich ook langs deze weg niet waterdicht wetenschappelijk bewijzen, al geeft het ontegenzeggelijk boeiende en verhelderende inzichten. Want hoe meer we inzien hoe verschrikkelijk zorgvuldig dit hele heelal in elkaar steekt, hoe meer bewondering we onvermijdelijk krijgen voor ‘de ontwerper en bouwmeester’ ervan. En daar wordt helaas maar al te weinig aandacht aan geschonken.

Te veel christenen zien hier volledig aan voorbij (al zullen ze dat zelf ten stelligste ontkennen). Want ze zoeken alleen maar waterdichte bewijzen, en komen daardoor aan bewondering niet toe. Ze beoordelen de wetenschap uitsluitend op haar bruikbaarheid voor het leveren van dat vurig gezochte bewijs, en als dat er niet in zit wenden ze zich teleurgesteld af, of ze passen de wetenschappelijke feiten net zolang aan tot die dat bewijs wel kunnen ‘leveren’. Of anders beschouwen ze wetenschappelijke feiten juist als potentieel gevaarlijk, omdat hun overtuiging er wel eens door weerlegd zou kunnen worden (wat in feite een teken van twijfel is!), en dan doen ze er alles aan om ‘aan te tonen’ dat die feiten niet zouden kloppen.
Het is alsof je elke bloem die je vindt, in zijn onderdelen uit elkaar plukt om te zien of je er zo iets aan hebt, en hem, wanneer dat niet zo blijkt te zijn, weg gooit en ontkent dat hij bestaat. Terwijl je al die tijd geen ogenblik hebt gekeken naar zijn schoonheid als complete bloem; laat staan dat je daar een afspiegeling in hebt gezien van Gods scheppingskracht.

En wat wil God eigenlijk?

We zullen daarom de waarheid onder ogen moeten zien: het bestaan van God kun je niet wetenschappelijk bewijzen. En meer dan dat: dat heeft God met opzet zo ingericht. Want Hij vraagt van ons geloof, geen overtuiging die we, desnoods knarsentandend, wel moeten aanvaarden, omdat de onweerlegbare bewijzen ons geen andere keus zouden laten. En wanneer iemand dat onbevredigend vindt, dan zou hij er goed aan doen zich af te vragen of hij dan niet al is gevallen voor het standaard argument van de gemiddelde atheïst:

als God bestaat moet je dat kunnen bewijzen, ergo: als je het niet kunt bewijzen is het dus niet waar.

Dat is echter geen fataal argument, maar alleen maar een denkfout. Zoals ook het argument

‘als je God niet nodig hebt (om de wereld te verklaren), waarom zou je dan in Hem geloven’

een drogreden is. Ik zou ook niet weten waar we olifanten voor nodig hebben, maar ik geloof wel degelijk in hun bestaan. Waar het om gaat, is:

God is geen abstracte of zielloze natuurkracht, en zijn aanwezigheid is ook niet zoiets als ‘onzichtbare’ materie die je weliswaar niet kunt zien, maar waarvan je de aanwezigheid wellicht op een andere manier toch wetenschappelijk zou kunnen aantonen.

Hij is een intelligent denkend wezen, dat op een bepaalde manier met ons omgaat, maar zich bewust onttrekt aan directe waarneming, om te zien hoe wij daarop reageren. Maar dat wil nog niet zeggen dat een geloof in Hem dus irrationeel is. Zoals we een zwart gat niet kunnen waarnemen, maar het bestaan (of niet-bestaan) daarvan wel kunnen afleiden uit de manier waarop het zijn omgeving beïnvloedt, en die omgeving daar dan weer op reageert, zo kunnen we ook de invloed van God indirect wel degelijk waarnemen. En dat zou voldoende moeten zijn om ons te overtuigen. En dat wij daarmee dan nog niet op onze beurt een ander kunnen overtuigen, is wellicht vervelend voor ons, maar daar heeft God geen last van. Daarom zullen we de laatste twee afleveringen in deze serie besteden aan de vraag waarom wijzelf eigenlijk in dat bestaan van God zouden moeten geloven.

R.C.R.

+

Voorgaande

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek 1: Een wetenschappelijke benadering

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 2: Het bewijs van Gods bestaan (2)

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 3: Het bewijs van Gods bestaan (3) De Natuur als mechanisme

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

++

Aanvullende lectuur

  1. Het begin van alles
  2. Het universum makende Woord van God
  3. Van chaos naar ordelijkheid
  4. Bestaan en moeilijke herkenning van het Hoogste Godheidswezen
  5. Wonder van openbaring
  6. Hoge herkenningen. . . . Het hele licht van het universum
  7. Geloven in God

Als de tijd ten einde loopt … De geest van Nimrod

“U hebt uw schatkamers gevuld, hoewel de tijd ten einde loopt”(Jac.5:3)

De geest van Nimrod

Nimrod was de eerste machthebber op aarde …
De kern van zijn rijk werd gevormd door Babel, Uruk, Akkad en Kalne, in Sinear.
Vanuit dat land trok hij naar Assyrië, waar hij Nineve, Rechobot–Ir en Kalach bouwde, en ook de grote stad Resen, tussen Nineve en Kalach. (Gen. 10:8-12)

Toen Kaïn was vervloekt om de moord op zijn broer Abel, trok hij weg uit de streek Eden naar het land Nod. En een van de eerste dingen die hij daar deed, was een stad bouwen. Dit is de eerste keer dat wij dat woord ‘stad’ in de Bijbel tegen komen. Het Hebreeuwse woord is ‘ir’(zie Rechoboth-Ir in het citaat hierboven). Het betekent: ‘een bewaakte plaats’, en het is afgeleid van yare, dat ‘angst’ betekent, of ‘bevreesd zijn’. Nu lezen we in Gen. 4:14 dat Kaïn inderdaad vreesde voor zijn leven, dus helemaal onlogisch was dat niet. Maar het was het begin van een kenmerkende gewoonte van de goddelozen.

Imperium vorming

Bij ziggoerats werden reeds bakstenen toegepast (de foto toont een reconstructie)

Toen de mensheid zich, na de vloed, opnieuw begon te verspreiden en naar de vlakte van Sinear (Mesopotamië) trok, begon zij daar onmiddellijk weer steden te bouwen. Volgens Gen.11:3 gebruikte zij daarvoor een nieuwe bouwtechniek. In plaats van het stapelen van (al of niet bewerkte) natuursteen, ging zij nu uit van handgevormde stenen (een vorm van baksteen), die ze met natuurlijk asfalt (bij wijze van cement) aan elkaar metselde. De archeologie bevestigt ons, dat zij daarmee enorme bouwwerken konden optrekken. Dat is dan ook de achtergrond van de stad Babel en zijn befaamde toren.

De Toren van Babel, schilderij van Pieter Bruegel. De koning op de voorgrond (linksonder) stelt waarschijnlijk Nimrod voor.

De tekst geeft duidelijk aan dat de bouw daarvan werd gemotiveerd door de wens onafhankelijk te worden van God, en een alternatieve veiligheid te vinden. Dat gold niet alleen voor de toren, maar voor de stad als geheel, want het is de bouw van de stad, niet alleen die van de toren, die door Gods ingrijpen wordt stilgelegd. Maar we hoeven dit niet te beperken tot alleen deze stad; Babel wordt ons duidelijk getoond als voorbeeld voor de hele streek. Voor deze steden wordt opnieuw het woord ir gebruikt. We vinden het maar liefst 5 maal genoemd in deze twee hoofdstukken (Gen. 10 en 11). Let op dat het woord niet zomaar een aanduiding is van een plaats met een groter aantal huizen dan een dorp; het duidt altijd een ommuurde plaats aan. Ommuren doe je alleen wanneer je bang bent voor vijanden. En die vijanden ontstonden doordat zij, uit zelfverdediging, die andere volken juist aanvielen en onderwierpen.

Nimrod volgens het Promptuarii Iconum Insigniorum – “de tegenstrever” of “de zich verontwaardigende”, zoon van Kus en een achterkleinzoon van Noach.

Nimrod wordt ons genoemd als de eerste van dergelijke heersers, en het is tekenend dat hij ons tevens wordt geschilderd als ‘een groot jager’ (Gen. 10:9). Waar de generaties van vóór de vloed ons aanvankelijk nog worden geschilderd als herders en bezitters van kudden – dus hoeders van dieren – is nu het jagen en doden van dieren – dus bloedvergieten – het teken van ‘ware mannelijkheid’. Eenzelfde onderscheid vinden we later in Gen. 25 tussen Jakob en Esau, en het is niet zonder betekenis dat dit de eerstvolgende keer is dat we het begrip jacht in Genesis vinden (jacht en jachtbuit komen in Gen. 25 en 27 maar liefst 10 maal voor, tegen nog maar 7 maal daarna!).

Uitgaan uit de stad

Het is uit deze wereld van menselijke heerszucht en menselijke ‘veiligheid’ dat Abraham wordt weggeroepen, om verder als nomade te leven in het land Kanaän. Maar de menselijke schijnveiligheid van de ommuurde stad blijft ook dan een rol spelen in het verhaal. Wanneer Abraham en zijn neef Lot besluiten elk een kant uit te gaan, omdat hun gezamenlijke kudden te groot zijn geworden om nog in dezelfde streek te weiden, kiest Lot voor zichzelf de vruchtbare omgeving van ‘de steden van de vlakte’ (dat is de vallei ten zuiden van de Dode Zee). En na verloop van tijd vestigt hij zich in één daarvan. Dit is, na Gen. 10+11, de eerstvolgende keer dat we het woord ‘stad’ (ir) weer tegenkomen. De eerste crisis komt wanneer een confederatie van Mesopotamische heersers die steden aanvalt en de bevolking, inclusief Lot, als slaven mee terug wil nemen naar Mesopotamië. Alleen door tussenkomst van Abraham en enkele medestanders kan Lot daaraan ontsnappen. Toch vestigt hij zich opnieuw in de stad Sodom. De volgende crisis komt wanneer God besluit die steden te vernietigen wegens hun verregaande goddeloosheid. God is bereid Lot daarbij te sparen, maar die moet dan wel kiezen tussen Gods belofte van bescherming en de schijnveiligheid van een ommuurde stad. In deze hoofdstukken 18+19 komen we dat woord stad dan ook maar liefst 14 keer tegen. Lot blijkt echter slechts met moeite te bewegen de stad Sodom te ontvluch-ten, en ziet ook dan zijn veiligheid toch allereerst nog in Soar, een andere,nabij gelegen stad. Pas later besluit hij ook die achter zich te laten en zijn veiligheid te zoeken in de bergen, maar blijkbaar nog steeds niet in een vertrouwen op de God die hem toch tot tweemaal toe had gered.

De muren om de ‘vestingen’ van het christendom

Onze christelijke wereld kent, naast de ‘grote’ kerken, een uitgebreid palet van bewegingen en sekten; elk met een eigen versie van de christelijke boodschap die in hun visie het ware bijbelse christendom vertegenwoordigt.

Het lijkt wel alsof er een aparte Bijbel bestaat voor elk van hen, omdat elk dat Boek op een geheel eigen manier leest. Vele daarvan ontlenen hun bestaansrecht aan de nadruk die ze leggen op een bepaald aspect van de bijbelse boodschap, waar ze de rest in belangrijke mate aan ondergeschikt maken. En dat komt weer doordat velen voor eigen consumptie een slecht gebalanceerd menu samenstellen uit het totale Bijbelse aanbod. Het Oude Testament blijkt vaak zeer slecht gelezen, en dus gekend, te worden. En vervolgens wordt de tekst veel te veel met moderne westerse ogen gelezen, wat vaak leidt tot een-zijdige of zelfs ronduit onjuiste interpretatie van de bedoeling ervan. Nu is de gemiddelde Bijbellezer op zulke punten een leek en dus kun je hem deze neiging ook weer niet al te kwalijk nemen. Maar toch rust er ook op die leek-lezer wel degelijk een verantwoordelijkheid om rekening te houden met de mogelijkheid dat zijn begrip van de tekst wellicht gekleurd is door zijn ‘voorgeprogrammeerde’ denkwijze. En wanneer hij voldoende reden heeft aan te nemen dat een uitleg die probeert dat te corrigeren, wellicht juist zou kunnen zijn, moet hij bereid zijn die te aanvaarden, of in elk geval in overweging te nemen. De praktijk blijkt echter maar al te vaak anders te zijn. Dan wordt de eigen opvatting als onaantastbaar beschouwd (‘het staat er toch’) en wordt de geboden alternatieve uitleg opgevat als een infame poging de eigen identiteit van de betrokken geloofsrichting te ondermijnen, of als het bewijs van een apert gebrek aan nederigheid om de ‘duidelijke’ leer van de Schrift te erkennen. Maar ook daar blijft het niet bij. De ware fundamentalist neemt niet alleen zijn medegelovigen de maat door hem langs de lat van juist dit soort uitleg te leggen, hij toont naar buiten toe ook zijn geloofsijver door te ijveren voor, en het verplicht stellen van, het aanhangen van deze opvattingen door al zijn medeburgers, ook diegenen die niet tot zijn eigen kring behoren. Want waar het ten diepste op neerkomt, is angst. En zijn overtuiging is zijn bescherming, de ‘muur’ tussen hemzelf en de goddeloze wereld daarbuiten, die hem moet beschermen tegen de aanvallen van de vijandige wereld rond-om. En wie niet van zijn eigen ‘stad’ is, moet overheerst worden, gedwongen de heerschappij van die overtuiging te erkennen. Daarin ligt zijn hele gevoel van veiligheid. En die overtuiging, die muur, zal hij dus ook nooit ter discussie willen stellen. En daarom zijn er zoveel geloofs-koninkrijkjes, gescheiden door zulke muren. Maar al die muren zijn nog steeds gebouwd van door mensenhanden gevormde ‘stenen’, en niet door God.

Je eigen kruis opnemen

Bij Lukas, die meer dan de andere evangelisten de eisen van discipelschap benadrukt, lezen we:

‘Wie niet zijn kruis draagt en mij op mijn weg volgt, kanniet mijn leerling zijn’ (Luk. 14:27).

Voor een Jood uit de 1e eeuw zou ‘een kruis dragen’ maar één betekenis hebben: op weg zijn naar de plaats van je executie. ‘Je kruis dragen en Jezus volgen’ zou voor hem betekenen: Hem volgen naar Golgotha om daar met hem gekruisigd te worden. Dit gaat over het opofferen van je eigen leven in navolging van je meester. Dat hoeft niet altijd te betekenen dat je voor het geloof moet sterven (al moet je die bereidheid wel te allen tijde hebben), het kan ook betekenen dat je juist je leven in zijn dienst stelt. Maar het gaat in elk geval over opoffering. De ware volgeling van Christus leeft zonder eigen muren. Hij vertrouwt op God, dat Hij die bescherming biedt. Maar fundamentalistische ijveraars zien liever dat anderen zich aan ‘de regels’ houden. Zij dwingen het ‘heiligen’ van de sabbat af, ook voor niet-christenen (zonder zich er verder om te bekommeren hoe die dag dan infeite wordt doorgebracht). Ze lopen te hoop tegen iedere suggestie dat de aarde ouder zou zijn dan 6000 jaar (zonder zich ooit af te vragen wat nu in feite de werkelijke boodschap is van Gen. 1). Ze oefenen druk uit op de overheid om ook voor niet-christenen elk ingrijpen in het menselijk leven te verbieden (zonder zich ooit te hebben verzet tegen militair ingrijpen in andermans land of, aan de overkant van de oceaan, tegen particulier wapenbezit). Ze gaan tewerk als diegenen uit de Farizeeën, die tot geloof waren gekomen, maar die er tegelijkertijd op aandrongen dat de gelovigen uit de heidenen zich zouden laten besnijden. Over hen schrijft Paulus:

‘Ze zijn voor de besnijdenis, maar leven zelf niet volgens de wet; ze willen dat u zich laat besnijden om zich daarop te kunnen laten voorstaan. Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus (Gal. 6:13-14).

Dit alles is uiteindelijk nog steeds de geest van Nimrod: heersen over anderen. Weliswaar gebeurt dat zogenaamd voor de glorie van God, maar het is toch niet wat Jezus van zijn volgelingen vroeg. Hij verlangde dat zij hun eigen leven in zijn dienst stelden, niet dat van anderen. Wat er met die anderen gebeurt, zouden zij volledig aan God moeten over laten; dat is niet hun zaak. We vinden dat aan het eind van het evangelie van Johannes: op de vraag

‘En wat gebeurt er met hem, Heer?’

is Jezus’ antwoord:

‘Het is niet jouw zaak (wat er met hem zal gebeuren): jijmoet mij volgen.’ (Joh. 21:21-22).

De gelovige die zich temidden van al deze imperiumvorming nog staande wil houden, doet er daarom goed aan zich te concentreren op wat er van hemzelf wordt gevraagd. Het lot van zijn medemens kan hij met een gerust hart aan God overlaten.

R.C.R.

+

Voorgaande

Als de tijd ten einde loopt …… Vragen naar het goede

 

++

Aanverwant

  1. Fragiliteit en actie #10 Voor het nageslacht
  2. De nacht is ver gevorderd 4 Studie 1 Zijn het de laatste dagen? 3 Hoe pakken we het aan?
  3. De nacht is ver gevorderd 6 Studie 2 Schrik of troost 2 Sodom en Gomorra
  4. De nacht is ver gevorderd 18 Studie 3 Lessen uit het verleden 7 Conclusie
  5. God meester van goed en kwaad
  6. De Dag is nabij #8 Overzicht

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 2: Het bewijs van Gods bestaan (2)

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 2: Het bewijs van Gods bestaan (2)

Vervolg van

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek een wetenschappelijke benadering

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

2. De weg van de filosofie

Bij de discussie over de vraag of je Gods bestaan wel of niet kunt bewijzen, of zelfs maar zou moeten bewijzen, moet je bedenken dat het antwoord op deze vraag verschilt per cultuur. De kenmerkende invalshoek van onze eigen cultuur is niet per se maatgevend, of zelfs maar van belang. Voor de Joden was de vraag naar Gods bestaan totaal geen punt van discussie. Zij waren door God zelf bevrijd uit de slavernij in Egypte. Dat was de oorsprong van hun nationale bestaan, en stond daarom vast in hun geheugen gegrift. Joods geloof bestaat bij de gratie van Gods openbaring.

Enkele bekende Grieken: v.l.n.r. Alexander de Grote, Perikles, Constantijn XI, Eleftherios Venizelos

Het waren de Grieken die er een discussiepunt van maakten. Grieken wilden alles rationeel beredeneren, en indat opzicht denken wij West-Europeanen veel meer Grieks dan Joods.

Thomas van Aquino

Thomas van Aquino; altaarstuk van Carlo Crivelli (detail)

Italiaanse filosoof en theoloog Thomas van Aquino, Aquinas of Thomas Aquinas – altaarstuk van Carlo Crivelli (detail)

Omdat het geloof bij zijn uitbreiding naar de heidense (niet-Joodse) wereld door anders denkenden ter discussie werd gesteld, ontstond een neiging dat geloof rationeel te willen verdedigen en te bewijzen.
In de middeleeuwen was het Thomas van Aquino die op die manier de Islamitische Moren in Spanje en Portugal trachtte te overtuigen. En hij baseerde dat op het filosofische gedachtegoed van de klassiek Griekse filosoof Aristoteles, wiens werken juist via de Islam in West-Europa bekend waren geworden. Deze verdediging van het christendom is later door anderen nagevolgd en verder uitgewerkt. Het gaat daarbij om de volgende vijf gedachten:

• Het feit dat de wereld (wij zouden nu zeggen: het heelal) bestaat, vraagt om een verklaring, want het zou de ‘normale’ situatie zijn wanneer die niet bestond. De enig mogelijke verklaring is God.

• Het bestaan van ons heelal vergt een oorzaak die zelf buiten dat heelal ligt, dus God.

• Elk effect heeft een oorzaak, die zelf weer het effect is van een nog eerdere oorzaak. Dit kan niet eindeloos zo teruggaan, dus moet er een eerste (‘primaire’) oorzaak zijn. En de enige primaire oorzaak die in aanmerking komt is God.

• Onze wereld is zo perfect opgebouwd en in onderlinge harmonie, dat dit alleen maar het resultaat kan zijn van een bewust ontwerp. Maar dat veronderstelt een intelligente ontwerper, dus God.

• De persoonlijke ervaring van een mens vertelt hem feilloos dat er een God moet zijn. Over sommige van deze aspecten spraken we al in de serie over ‘Intelligent Design’, op andere komen we in latere artikelen nog terug.

Blind geloof

Het lijkt nuttig om op dit punt even te pauzeren en ons af te vragen óf je eigenlijk wel moet proberen het bestaan van God te bewijzen. Is dat wel nodig?

Zou geloof in Hem niet moeten bestaan uit blind aanvaarden?

Zei Jezus zelf niet tegen de apostel Thomas

‘Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven’ (Joh 20:29).

Zulke vragen zijn terecht, maar de antwoorden kunnen toch niet volledig bevestigend zijn. We zullen hoe dan ook moeten kiezen tussen geloven en niet geloven. En de keuze die we uiteindelijk maken (welke dan ook) is onvermijdelijk altijd ergens op gebaseerd, wat dan ook. Met andere woorden: ‘blind geloof’ bestaat niet, geloof is altijd ergens op gebaseerd. Pas wanneer de keuze eenmaal is gemaakt zou verdere voortgang op die weg eventueel ‘blind’ kunnen zijn. Feitelijk bedoelen we met ‘blind’ daarom ook niet: zonder reden; we bedoelen eigenlijk: irrationeel. Want de eigenlijke vraag is niet of geloof ‘blind’ moet zijn, maar of het rationeel mag (of zelfs moet) zijn. Of, wanneer u een ander beeld wilt: ook een blinde maakt keuzes die niet werkelijk blind zijn, maar gebaseerd op de zintuigen die hem nog wel ten dienste staan, bijvoorbeeld zijn gehoor. Ze zijn misschien ‘blind’ in de directe zin van dat woord, maar ze zijn wel degelijk rationeel.

Geloof in de Bijbel

Wanneer we deze achterliggende vraag toetsen aan de Bijbel zien we dat ‘blind’ geloof daar niet voorkomt. Althans niet onder de ‘geloofs-helden’. Hun geloof is altijd gebaseerd op een hecht fundament, dat wel degelijk zeer rationeel is. Pas wanneer dat fundament is gelegd gaat het daarop gebaseerde geloof verder zonder iedere keer opnieuw te vragen naar bewijzen. Maar voor dat fundament zijn geloof en rede beslist niet onderling tegenstrijdig. Dat zou ook niet kunnen. Want geloof zonder rede kan tot alles leiden, en meestal leidt het dan ook tot het verkeerde, dus afgoderij. Tallozen zijn van God, of van zijn juiste leer, afgedwaald door hun ratio uit te schakelen en hun gevoel te volgen. De Bijbel staat vol met voorbeelden daarvan. Maar wie in de Bijbel zoekt naar een voorbeeld van iemand die van een dwaalweg tot God is gekomen, alleen door zijn gevoel te volgen, zoekt tevergeefs.

Wie om zich heen kijkt herkent de veelheid aan wegen die het ‘geloof’ kan nemen zodra de mens zijn gevoel begint te volgen. En allen die die wegen gaan zijn ervan overtuigd dat God echt zo is zoals ze Hem zich voorstellen. Maar die wegen lopen onderling zo drastisch uiteen dat pure logica ons wel moet vertellen dat ze het onmogelijk allemaal tegelijk bij het goede eind kunnen hebben. Irrationeel geloof is daarom een slechte gids, een blinde leidsman die blinden leidt (Matt. 15:14).

Het fundament van ons geloof

Terug naar de vijf wegen van Thomas van Aquino en zijn navolgers. Was daar nu iets mis mee?

Helaas moet het antwoord bevestigend zijn. In praktisch opzicht was er mee mis dat je op deze manier probeert Gods bestaan te bewijzen buiten zijn eigen Woord om, terwijl dat Woord juist de centrale plaats zou moeten innemen in onze overtuiging. Daar aan ten grondslag ligt echter een meer fundamentele fout. Deze bewijzen zijn opgezet om anderen te overtuigen, maar we hoeven alleen te weten wat ons zelf overtuigt, en of de grondslagen van dat geloof wel voldoende zijn. En zeg nu niet:

ik heb geen enkele twijfel,

want daar houdt het niet mee op. Al die mensen van de vorige alinea kennen evenmin enige twijfel, maar ze zitten er wel faliekant naast. Het fundament van ons geloof moet niet alleen hecht zijn, maar ook juist. Want alleen dan kunnen we verder. En alleen wanneer we volledig beseffen waarom we zelf geloven, en waarop dat besef gefundeerd is, zullen we werkelijk weten hoe anderen deelgenoot te maken van die overtuiging. En voor de rest kunnen we het overtuigen van anderen met een gerust hart overlaten aan God zelf.

R.C.R.

 

+

Voorgaand

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

Bijbels geloof en heidense filosofie

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

++

Aanvullende lectuur

  1. Filosofen, theologen en ogen naar de ware kennisgever van bestaan van God
  2. Doctrine, gedrag, oorzaak en gevolg
  3. Wonder van openbaring
  4. Instrumenten voor de vervulling van de profetie
  5. Begrijpend Zingen: Psalm 8: Heerschappij mens en luister
  6. 2de vraag: Wat of waar is het begin
  7. 3e vraag: Bestaat er een Goddelijke Schepper
  8. Een 1ste antwoord op de 4e vraag Wie God is 1 Een scheppend Wezen om aanbeden te worden
  9. Gods vergeten Woord 13 Schepping 5 Een God die het ter harte gaat
  10. Geloof vertrouwen voor het ongeziene
  11. Geloof en geloven
  12. Geloof
  13. Geloven in God
  14. Geloof in slechts één God

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

Zoektocht naar zingeving

Door de eeuwen heen hebben heel wat mensen naar antwoorden gezocht op de verschillende vragen die meerdere mensen bezig hielden, zoals waar komen wij vandaan, hoe is de wereld ontstaan, wat is er in het heelal, hoe kunnen wij ons leven beïnvloeden en verbeteren, waar gaan wij naar toe wat gebeurt er na de dood, enz.

Mensen hebben hun toevlucht gezocht bij allerlei theorieën en godsdiensten. Langs één kant waren er die geloofden dat de natuurkrachten godheden waren die het leven beheersten. Anderen geloofden dat er eerder één bepaald iets of iemand was dat zorgde dat dingen in ontstaan kwamen. Een hele groep mensen nam hun toevlucht in godsdienst terwijl anderen dan weer juist vonden dat zo iets totaal overbodig was. Zodra mensen rationele verklaringen hadden voor angstaanjagende verschijnselen als donder en bliksem, bleken er voor hen dan ook geen geheimen meer te zijn en leek het allemaal zo simpel dat er niemand of niets boven moest staan.

Afwijking van vroeger geloof

Nederlands: De dichtheid is te berekenen door ...

Ideeën zoals over de dichtheid die is te berekenen door massa delen door volume. Maar met deze driehoek kun je ook de andere eenheden berekenen. je legt de vinger op de eenheid die je wilt weten, en dan blijven er twee eenheden over. de streep staat voor delen door. en de punt staat voor “keer”. voorbeeld: leg de vinger op de m van massa. dan staat er dus: ρ × V = m (Foto credit: Wikipedia)

Naast hen die de Schepper God via hun ouders en voorouders kenden en bleven eren waren er die mensen die afgeweken waren van dat geloof in die Ene Ware God en hun toevlucht zochten in het animisme, vervolgens in voorouders die in de hemel hun eigen leven blijven leiden, en later goden. Men zocht naar verklaringen voor aanvankelijk onverklaarbare verschijnselen.

geeft toe dat ook wetenschap een religieus kantje begint te hebben, waarmee hij niet bedoelt dat ‘geloven’ in Charles Darwin iets van dezelfde strekking is als geloven in een god.

Er zijn genoeg wetenschappelijk solide bewijzen voor het bestaan van natuurlijke en seksuele selectie om het geëmmer van creationisten te kunnen ontkrachten. Voor de vele zelfingenomen individuen die vinden dat zij zo waardevol zijn dat ze wel door een almachtige god geschapen móéten zijn, is de evolutietheorie een nachtmerrie. Die impliceert immers dat wij het resultaat zijn van een lang proces via allerhande tussenstadia met monsterachtige vissen, spitsmuisachtige mormels en – godbetert – voorouderlijke apen.

Natuurlijk ziet hij het gevaar uit Amerika komen, dat ook Nederland al begint in te palmen en waar creationisten een zeer enge geloofsopvatting willen doordrukken en negeren wat God hier op aarde tijdens de vele miljarden jaren heeft laten ontwikkelen of ‘evolueren’.

Het al of niet geloven of overtuiging hebben

De eerste betekenis van geloven is de veronderstelling dat iets waar of niet waar is. Het ‘Geloven‘ is iets aannemen als een zekerheid of een overtuiging in iets waar men zich volledig wil op toe leggen en niet wil ontkennen. Algemeen betreft het niet iets dat voor altijd vast moet staan, want daar heeft de geschiedenis meermaals bewezen dat de meeste mensen in datgene wat zij geloofden veranderingen hebben aangebracht. Van een kinderlijk geloof ging het naar een volwassen gedragen geloof waar men fundamenten heeft opgebouwd op stelling die men wenste voor waar te nemen.

Leerkrachten en doorgeven van kennis

English: Caricature of Charles Darwin from Van...

Karikatuur van Charles Darwin uit Vanity Fair magazine met de hoofding “Natuurlijke Selectie”. (Foto credit: Wikipedia)

Doorheen de geschiedenis kon men zo opgroeiende kinderen vinden die dingen aannamen van hun ouderen, ouders en onderwijzers, maar met de tijd meer gingen ingaan tegen hun eigen  leerkrachten. Dit maakte zelfs dat sommigen niet in hun proeven slaagden omdat die heren die hen les gaven overtuigd waren van hun gelijk. Maar met de tijd konden die onderzoekers verder dingen ontdekken en bewijzen zodat de goegemeente toch moest over gaan tot het gelijk geven van die mensen, wetenschappers, waar het zich eerst tegen verzette.
Steeds betrof het leerstellingen, gedachten waar men aan wenste te houden omdat zij een zekere vorm van zekerheid gaven.  Het ging om inschattingen die men maakte dat een bewering met een zekere waarschijnlijkheid waar of onwaar zou kunnen zijn. Deze waarschijnlijkheid is in het geval van ‘geloven’ groter dan wanneer men ‘geen idee’ heeft, en kleiner dan wanneer men iets ‘zeker weet’. Deze waarschijnlijkheden worden door individuen persoonlijk toegekend. In deze betekenis van geloven geldt dus dat er geen zekerheid is over de kwestie. Maar daarnaast is er dat stellige vertrouwen in de zekerheid die men denkt te vinden. Er is het hebben van vertrouwen of de overtuiging in een verwachting in iets of iemand, wat bijvoorbeeld tot uiting komt in de uitspraak “ze gelooft in mij”. In deze betekenis gaat het dus om de persoonlijke overtuiging dat iets zo is, gaat gebeuren of vaststaat. Geloven is dan vertrouwen en vervolgens stellen dat iets zo is.

Het waarin geloven

Nu heeft de mens zich al vele ‘kopbrekens’ bezorgd over de vraag van dat geloven en waarin te geloven. Weten en geloven (in de betekenis van overtuiging en vertrouwen) gaan vaak samen, en staan niet in tegenstelling tot elkaar. Geloven en weten of kennis hebben in de betekenis van een wetenschappelijk bewezen waarheid of onwaarheid staan echter vaker tegenover elkaar. Als een feit bewezen is (‘de aarde is rond’), is het moeilijk te geloven in het tegendeel ervan (zou men zeggen)

Bij gebrek aan feitelijke kennis is het menselijk individu echter beperkt tot het geloven van een veronderstelling of het tegendeel daarvan. Dit heeft dan ook tot gevolg gehad dat de mensheid haar geloof in bepaalde dingen regelmatig heeft moeten bijstellen. De logica was dikwijls ver zoek en vele mensen dachten meer zekerheden te vinden in traditionele waarden en overtuigingen die van generatie tot generatie werden overgeleverd. Naast vaste waarden die men wenste aan te nemen of te geloven waren er ook de gedachten naar het onbekende waar men een vermoeden wilde uiten dat men liefst als waar of als dusdanig wenste aan te nemen. Dit was dan een geloven in logische zin, dat kan geïnterpreteerd worden als het toekennen van een waarschijnlijkheid aan de veronderstelling dat deze waar is (bijvoorbeeld: “Ik geloof dat het morgen zal ophouden met regenen.”). De traditionele psychologie heeft vanouds geloven behandeld als was het de eenvoudigste vorm van geestelijke weergave en daardoor een van de bouwstenen van de bewuste gedachte.

Onweerlegbare of herkenbare

Wij moeten er echter  van bewust zijn dat het geloven meer vergt dan een gewoon aanvaarden dat iets zus of zo zou zijn. Velen vergissen zich dat het geloof steeds moet kunnen gehandhaafd worden door een onbepaalbaar iets of veel heeft te maken met het onweerlegbare. De Kerk heeft hiervoor vele dogma’s geschapen, waarbij zij mensen er toe brengt om onverklaarbare dingen zo maar als waar aan te nemen omdat zij het menselijke verstand te boven zouden gaan.

Zoals meerdere filosofen neem ook ik aan (= geloof ik) dat geloven normaal gesproken een persoonlijke keuze moet zijn om tot zekere hoogte spontaan en willekeurig over te gaan tot het aannemen van zaken of gedachten als ‘waarheden’ of ‘onmiskenbaarheden’. Sommigen menen dat men kan kiezen om een zaak te onderzoeken maar dat men niet kan kiezen het te geloven. Hier gaan vele geloofsgemeenschappen verkeerd door onweerlegbaar zaken op te leggen die iedereen maar moet aan nemen ook al kan men ze niet verklaren of verder uitdiepen.

Gevoelen, geloof en filosofie

Willard Van Orman Quine

Eveneens moeten wij toegeven dat er mensen zijn die soms dingen niet geloven omdat zij het niet willen geloven, in het bijzonder in zaken waarin men emotioneel betrokken is. Het gevoelsleven is namelijk een zwakke schakel in de geloofsvorming, die ook mede bepaald wordt door de invloeden die van uit de omgeving ‘gebombardeerd’ worden op de zoekende of afvragende persoon. Door dat de wereld regelmatig geconfronteerd werd door die zoektocht naar waarheden en naar het ‘wat geloven’ zijn er ook meerdere filosofen die belangrijke bijdragen hebben geleverd aan de ideeën over kennis en geloven zoals onder andere René Descartes, Benedictus de Spinoza, David Hume, Immanuel Kant en de logicus in de analytische traditie uit de 20e eeuw Willard Van Orman Quine, volgens wie filosofie meer dan slechts een conceptuele analyse kan zijn.

De wereld kon meerdere denkers vinden die ook zochten de wetenschap te verstaan vanuit de middelen of bronnen van de wetenschap zelf. Daarbij kan men de vraag stellen of zij openheid in hun gedachten hadden om bij meerdere bronnen te rade te gaan of voorkeuren hadden om zich op een welbepaalde groep denkers te richten. Hierdoor kreeg men een afwijking van het objectief denken en belanden veel wetenschappers in het subjectief denken. Geloof en rationalisme en logica werden soms aangetroffen als stoorzenders in het zelfde vaarwater. In de religieuze context werden zij zo soms ten onrechte tegenover elkaar geplaatst, als zouden geloof en rede of verstand elkaar uitsluiten. Er wordt wel beweerd dat waar de wetenschap ophoudt, het geloven begint maar dit is een discutabele opvatting. Er zijn immers ook stromingen die een synthese tot stand proberen te brengen tussen religie en wetenschap: zie bijvoorbeeld Theosofie, Ken Wilber of Intelligent design.

Zin om te bepalen

Hier in het Westen willen wij alles zo graag definiëren. Alles moet in vakjes kunnen opgedeeld worden en moet een etiketje of label krijgen. Alles wat niet in het kader past willen wij ook dikwijls van de hand doen als onwaarheden of ‘rommel’ (‘paardenstront’ of ‘bullshit’) In veel culturen, zoals bij de traditionele Aboriginals in Australië, zijn er geen woorden om geloof en weten te differentiëren. Geloven en weten zijn daar één.

Hier in het Westen moet dat ook verenigbaar kunnen zijn, ook al ‘geloven’ daar veel mensen niet in. Maar alles is voor handen om dat weten en leven samen te laten gaan in een leven met kennis en inzicht voldoende om ons door het leven te krijgen. Het is niet omdat wij iets niet kunnen verklaren dat wij het niet zouden kunnen aannemen als iets dat door de eeuwen heen een vast staand feit is.  Als geschapen elementen, wezens die zijn of bestaan, moeten wij onder ogen zien dat wij eerst en vooral ‘wezens’ zijn. Maar als wezen moeten wij ook durven ‘wezen’ of ‘zijn’. Zonder het ‘zijn’ zijn wij niets. Hiertoe hebben wij eigenschappen in ons zelf die wij moeten ontginnen en leren gebruiken. Ieder van ons heeft de mogelijkheid om toegang te krijgen tot wijsheid, inzet, concentratie (of Samadhi  in het boeddhisme) en gewaarzijn. Volgens de Bijbel, dat wij als Woord van God beschouwen, moeten wij deze krachten als mens trachten te leren beheersen. Volgens dat Woord van God moeten wij aan ons zelf sleutelen om alle innerlijke elementen op elkaar af te stellen. Om een optimaal resultaat te bekomen moeten deze krachten in ons innerlijke in evenwicht komen of in balans zijn, vooraleer wij als mens kunnen slagen ten volle te zijn wie wij horen te zijn.

Vormen van aan te nemen houding

Volgens de Heilige Schrift (de Bijbel) is de correcte attitude essentieel en kan er zonder het werken aan zichzelf geen geloof zijn. Zonder werken is het geloof namelijk dood.

“ja, zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood.” (Jakobus 2:26 NB)

“Zo ook het geloof: als het geen werken inhoudt, is het dood, op zichzelf genomen.” (Jakobus 2:17 NB)

“Wil je erkennen, o lege mens, dat zo’n geloof zonder werken onwerkelijk is?(-)” (Jakobus 2:20 NB)

De Bijbel verzekerd ons dat wij moeten leren inzien dat ‘geloven’ geen zin heeft als wij niet tegelijk ook dóen wat God van ons vraagt. Geloof dat niet met daden  samengaat, is geen echt geloof volgens de Heilige Schrift en getuigd ook niet van dat geloven. Men kan wel zo veel zeggen maar als men er zich zelf er niet aan houdt zal dat ook anderen niet kunnen overtuigen van het gelijk.

Vast te stellen toestanden, verbanden en kwaliteiten

In de wereld zien wij dat de mens hoofdzakelijk naar de wetenschap streeft die zich berust op menselijk verklaarbare en in statistieken weer te geven vaststellingen. Men wil begrippen zien die men als een cognitieve eenheid, als mentale voorstelling van een of meer ideeën kan samenvatten in een hogere klasse van gelijkaardige of verwante verschijnselen of abstracte relaties. Zo heeft de mensheid ‘concepten‘ geschapen die op die manier de denkbeeldige objecten zijn waarmee filosofie wordt bedreven. Het gaat bij iedere filosofische benadering telkens om abstracte voorstellingen van toestanden, verbanden of kwaliteiten, die in de werkelijkheid worden onderscheiden en in een gezamenlijke denkvorm gebracht.

Nieuwe religie

Door de eeuwen heen zag men vele wetenschappers en filosofen hun ideeën verkondigen en wilden zij mensen doen geloven dat natuurkunde en de wetenschap het geloof hebben achterhaald. Vandaag krijgen wij ook soms de indruk dat wetenschappers een allesomvattende claim leggen op wat mensen nog mogen denken en geloven. Die wetenschap lijkt wel een soort nieuwe religie te zijn geworden. Men vindt ook daar meerdere kampen in (gelijk denominaties in de verscheidene kerken), die zich met momenten ook fel gaan bestrijden zoals wij in de kerkgemeenschappen ook zien waarbij de ene geloofsgroep fel afzet tegen de andere.

“Veel wetenschappers gaan zich aan forse uitspraken te buiten”

zegt hoogleraar fysica bij materiaalkunde Arie van den Beukel. Hij vervolgt:

‘Het leven heeft geen zin, het is het resultaat van toevalsprocessen’. ‘De mens is een schitterend ongeluk’; of een uitspraak van de fysicus Weinberg: ‘Hoe meer we het heelal leren kennen, des te zinlozer komt het ons voor’.

Hij onderzocht op welke wetenschappelijke basis dergelijke uitspraken berusten en kwam tot de onthutsende conclusie dat het gebakken lucht is. Geen wonder, voor ons, als wij zien hoe door de jaren heen de wetenschappelijke bevindingen moesten bijgeschroefd worden. Regelmatig moesten de schoolboeken gewijzigd worden met nieuwe wetenschappelijke inzichten, die telkens als dé waarheid werden verkocht, maar enkele jaren toch niet zo volledig de waarheid bleken te zijn.

Zoeken naar inzicht en kennis

Tower Hill Maar Deposits

Opmetingen en optekeningen. – Tower Hill Maar Deposits (Foto credit: only_point_five)

Veel wetenschappers doen echt bewust hun best om tot betere inzichten te komen. Met ernst trachten zij achter de waarheid te komen, maar vergeten daarbij wel eens hun nietigheid als mens. Allen zijn wij namelijk zeer beperkt en moeten wij inzien dat wij die beperktheden hebben. (Een moeilijk te verdragen iets.) Ook moeten wij beseffen dat elk van ons een product van zijn omgeving is, gevormd door onze ouders en onderwijzers in een cultuur die mee bepalend zal zijn voor de keuzes die wij zullen gaan maken. Hierbij kunnen wij ons niet van ontdoen dat die keuzebepaling ook mee gevormd zal worden door al die invloeden rondom ons. Dit zal tot gevolg hebben dat er een vorm van een soort vooringenomenheid zal zijn.

“Wanneer je een wetenschappelijke bril opzet, ontgaan de zinvragen je.”

Bekend de hoogleraar fysica van den Beukel.

Met de wetenschap zijn er verscheidenen die zich die wetenschappelijke boeken als geloofsboeken zijn gaan aan nemen. Sommigen zijn gaan denken dat wetenschap alles is. Het wetenschappelijk denken heeft het rationalisme van Descartes en het irrationalisme gebracht en verscheiden geloofsovertuigingen zoals het darwinisme en andere.

Wittgenstein staat in het centrum van van den Beukel zijn boek ‘Met andere ogen, over wetenschap en het zoeken naar zin’. Hij zegt over de OostenrijksBritse filosoof:

‘Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen’, schreef Wittgenstein in zijn beroemde Tractatus. Wat Wittgenstein hiermee bedoelde, is dat het wetenschappelijk spreken zijn grenzen niet moet overschrijden. Wittgenstein is door de logisch-positivisten altijd misbruikt. Wat hun ontging was de mystieke levenshouding van Wittgenstein die, weliswaar verhuld, in zijn werk naar voren komt. Als wetenschappers bescheidenheid willen leren, moeten ze veel Wittgenstein lezen, zou ik zeggen. Èn begrijpen wat hij bedoeld heeft natuurlijk.”

Geen stilzwijgen

Dat men met taal alleen zinvol kan omgegaan als daarmee “standen van zaken” worden beschreven mag een mogelijkheid van denken zijn dat echter de mens niet tot zwijgen kan brengen. De mens moet namelijk stappen durven ondernemen op onbewandelde paden en zich durven in het ongewisse of de onbekende donkere ruimte durven begeven. Wij kunnen de wereld ervaren zoals hij is, maar moeten er ook durven over nadenken. Zelfs dingen die wij niet weten of nu nog niet kennen moeten wij durven bespreekbaar maken. Dit kan enkel door er over na te denken maar ook door er zelf over te durven praten. Later zag Wittgenstein ook in dat de taal te complex is om de wereld in een één-op-één verhouding te beschrijven. Zo is het onmogelijk om bijvoorbeeld een minachtend zuchten binnen het taalsysteem een duidelijke plaats te geven. In plaats daarvan spreekt hij van taalspelen. De verschillende taalspelen zijn toepasbaar op verschillende situaties, waarbij telkens een “familiegelijkenis” optreedt. Hoewel er voor elke situatie specifieke kenmerken zijn vast te stellen, zijn niet alle kenmerken toepasbaar op alle situaties, zoals leden van eenzelfde familie op elkaar lijken, zonder dat ze precies dezelfde gezichtstrekken hebben. Het is met deze nieuwe visie van taal dat hij veel invloed uitoefende op andere filosofen, voornamelijk in de Ordinary language philosophy. Een bekend criticus van deze latere Wittgensteiniaanse filosofie was de filosoof en antropoloog Ernest Gellner, voornamelijk in zijn boek Words and Things (1959).

Waarnemen en verwoorden

Flickr - NewsPhoto! - 350 climate change in Am...

Over heel wat zaken is er heel wat gedebatteerd en van mening verschild door erkende wetenschappers. – Flickr – NewsPhoto! – 350 climate change in Amsterdam (3) (Foto credit: Wikipedia)

Wij als mens kunnen waarnemen wat er gebeurd en dit trachten te verwoorden. Zin en onzin kunnen wij ook trachten te achterhalen. Ook kunnen wij proberen inzichtelijke argumenten naar voor te schuiven.

Rogeer Hoedemaekers in het boek ‘Iets of niets’ schrijft:

“Toen de natuurwetenschappen steeds meer structuur, orde en wetmatigheid vonden in de kosmos zagen de theologen daarin juist de scheppende kracht van God”

“En toen in de tweede helft van de achttiende en begin negentiende eeuw steeds meer orde, structuur en complexiteit in biologische organismen werd ontdekt, werden ook deze geïnterpreteerd als bewijs van Gods grootheid en almacht.”

Verenigbare analyse

Het is verkeerd te denken dat natuurwetenschap en religie binnen een gemeenschappelijk stelsel van analyse of verklaring niet verenigd of zelfs tot één geheel gemaakt zouden kunnen worden, maar evenmin waarom die twee ondernemingen een onderling conflict zouden moeten voelen.

De agnost Jay Gould, auteur van het boek ‘God en Darwin’, zegt:

“De natuurwetenschappen streven ernaar de werkelijkheid van de natuur in kaart te brengen en theorieën op te stellen die de aangetroffen feiten met elkaar in verband brengen en verklaren. De religie beweegt zich daarentegen op het even belangrijke, maar geheel verschillende terrein van de menselijke strevingen, zingeving en waarden. Onderwerpen die binnen het feitelijk domein van de natuurwetenschappen wel verhelderd, maar nooit opgelost worden.”

Wetenschapper en bewijs van al of niet een God

Geen enkele wetenschapper heeft al kunnen bewijzen dat God niet bestaat, omdat daar ook geen bewijs van is, dat Hij niet zou bestaan. De Schepper God heeft bij Zijn Schepping ons het universum gegeven dat zo oneindig groot is dat wij het gewoon weg niet kunnen vatten, doordat er zelfs zo veel sterren en planeten zijn als zandkorrels op een strand die niet te tellen zijn (Boek Job). God heeft Zijn Schepsels voorzien van Zijn Woord dat een beeld schept van hoe de dingen zijn ontstaan en waar God met de mens naar toe wil. Hij is niet in details getreden om dat dat er eigenlijk niet toe doet. Wij hoeven al die fijnste dingetjes niet echt te weten om ons mens-zijn verder uit te bouwen tot een goed geluk of gelukzalig leven. Wel heeft de Schepper ons verstand gegeven om te gebruiken. Hiermee kunnen wij wetenschap uit voeren, zonder daarmee ons tegen God te hoeven keren. Integendeel, heeft God ons de hersenen gegeven om te gebruiken en verder kennis uit te bouwen. Die hersenen niet gebruiken zou verzuimen aan een van de vele opdrachten die God de mensheid heeft opgedragen.

Gelukkig kunnen wij genoeg wetenschappers aantreffen die dankbaar zijn dat zij de gave van het denken en onderzoeken hebben gekregen.  Deze wetenschappers achten het zeer onwaarschijnlijk dat het heelal bij toeval is ontstaan en voor hen zou het ook gerust kunnen dat er een Bijzonder Hoogwaardig Wezen dat ons begrip te boven gaat, achter zit. De Amerikaans biochemicus en aanhanger van intelligent design Michael Behe geeft een simpel voorbeeld:

“Een muizenval bestaat uit een plankje, een metalen beugel, een veer, een grendel en een scharnierend stukje hout. Alle onderdelen zijn nodig voor het functioneren van de muizenval. Verwijder één onderdeel en het geheel werkt niet meer.”

Dit is een soort onherleidbaar complex systeem. Andere concrete voorbeelden zijn het mechanisme van bloedstolling, trilharen, de werking van het oog, het immuunsysteem en de zweepstaart van de bacterie E. coli.

Bepaalde structuren op biochemisch niveau zijn gewoonweg nu nog te complex om verklaard te kunnen worden met behulp van evolutionaire mechanismen.

Voor hem is het duidelijk dat:

“intelligent design geen wetenschappelijke grondslag heeft, niet door middel van experimenten is getest en niet als wetenschappelijk behoort te worden beschouwd.”

Behe’s hypothese van onherleidbare complexiteit zou volgens door andere wetenschappers voldoende wetenschappelijk weerlegd kunnen worden en bovendien zou een eventueel argument tégen de evolutieleer niet automatisch een argument vóór intelligent design kunnen zijn.

Nog veel onverklaarbaar

Vele wetenschappers zijn nog niet echt tot in de diepste grond van de natuur kunnen geraken en moeten toegeven dat nog vele zaken onverklaarbaar zijn op dit ogenblik. Niets staat in de weg dat wij later meerdere dingen toch nog zullen kunnen verklaren of weer eens anders zullen gaan bekijken, door dat dit of gene weer wordt uitgevonden of verder opzoekingswerk het vroegere weer teniet doet.

Wij zullen daarbij moeten beseffen dat wij als onderdeel in het geheel mogen leven dat wij zullen moeten aan nemen voor wat het ook al kan er per definitie geen antwoord gegeven worden op religieuze vragen over God, zin en ethische waarden.
Daarin zullen wij ons nederig moeten betonen dat de mens niet alles zal te weten kunnen komen en dat wij slechts een klein onderdeel zijn van een geheel dat door God voorzien is en waarmee Hij een Plan heeft. Hij heeft er voor gezorgd dat de mens voldoende inzicht zou kunnen krijgen en heeft als het ware een ‘Blog‘ geschreven voor de mensheid. Wij zouden er ons best op toe leggen om dat Blog van God regelmatig te raadplegen en uit Zijn wijze woorden te leren. Dat Blog is een bundel verzamelde boeken die in meerdere talen in de wereld verspreid zijn en ter beschikking van iedereen liggen. De mens moet dat Boek der boeken, de Bijbel slechts op nemen en lezen en bestuderen, naar eigen goed vermogen.

De woorden van de wetenschappers zijn al dikwijls gewijzigd. al veelvuldig heeft men stellingen van beroemde wetenschappers zien ontkracht worden door andere wetenschappers. Veel woorden van filosofen en wetenschappers zijn al als niet valabel beschouwt. Velen hun woorden zijn al vergaan, maar God Zijn woord is nog steeds blijven bestaan en nog steeds volledig juist en betrouwbaar. Daarom kunnen wij ook best naar dat Woord van God grijpen om ons te laten vormen.

“Het is niet geschreven om hem alleen dat het hem toegerekend werd,” (Romeinen 4:23 NB)

“Want al wat tevoren werd geschreven, werd geschreven om ons te onderrichten, opdat wij door de volharding en door de vertroosting van de Schriften de hoop vasthouden.” (Romeinen 15:4 NB)

“en weet dit allereerst dat alle profetie in de Schrift niet van een eigen uitleg afhangt.” (2 Petrus 1:20 NB)

“Alle schriftwoord is van God doorademd en nuttig tot onderrichting, tot weerlegging, tot verbetering, tot de opvoeding in gerechtigheid,” (2 Timotheüs 3:16 NB)

Wij moeten in deze wereld dus hard opletten ons ook niet te veel gericht te houden op wereldse zaken en op wereldse bevindingen, maar moeten ons meer toeleggen op het doornemen van de Heilige Schrift die ons al het nodige te kennen geeft om iets degelijks van ons leven op te bouwen. wij zouden veel meer vertrouwen in die Oude Boeken moeten stellen dan de vele nieuwe populaire wereldse boeken.

+

Voorgaande artikel:

Stemt de Bijbel overeen met de wetenschap

++

Aanvullende lectuur:

  1. Wetenschap als surrogaat voor religie
  2. Echte wetenschap en geloof bijten elkaar niet
  3. Geloof en wetenschap: een worsteling om gelijkheid
  4. Zijn religie en wetenschap verzoenbaar?
  5. Geloof en wetenschap
  6. Geloof en wetenschap: een strijd zonder bestaansrecht
  7. Geloof in wetenschap biedt mogelijk steun aan atheïst
  8. God én Darwin: Geloof kan niet om evolutie heen
  9. Paus: “Wetenschap kan zin van het leven niet vatten”
  10. Atheïsme: een heelal zonder God
  11. Geleerd en Gelovig
  12. Geloven om te begrijpen
  13. Fundamenten van het geloof
  14. Woord van God
  15. Boek der boeken de Bijbel
  16. Blog van God opgetekend in een Boek
  17. Schepper en Blogger God 1 Leegte en Beweging
  18. Schepper en Blogger God 2 Beeld en gelijkenis
  19. Schepper en Blogger God 3 Les en oplossing
  20. Schepper en Blogger God 4 Verklarende Stem
  21. Schepper en Blogger God 5 Te Vertellen zaken
  22. Schepper en Blogger God 6 Voor Zijn volk
  23. Schepper en Blogger God 7 Een Blog van een Boek 1 De Blogger geloven
  24. Schepper en Blogger God 8 Een Blog van een Boek 2 Heilig Maker van de Geschriften
  25. Schepper en Blogger God 9 Een Blog van een Boek 3 Over Profetie
  26. Schepper en Blogger God 10 Een Blog van een Boek 4 Luisteren naar Blogger
  27. Schepper en Blogger God 11 Het Oude en Nieuwe Blog 1 Gericht op één mens
  28. Schepper en Blogger God 12 Het Oude en Nieuwe Blog 2 Blog voor elke dag
  29. Belangrijkheid van de Heilige Schrift
  30. Het belang van het lezen van de Schrift
  31. Nut van het lezen van de Bijbel
  32. Plan van God
  33. Plan van God en wereldvrede
  34. Wat is Gods doel met de aarde?
  35. We kunnen Gods doel niet zien
  36. De naakte waarheid is altijd beter dan de best geklede leugen
  37. Een vrije keuze voor iedereen
  38. Voor hen die andere keuzes maken
  39. Weten waarheen te gaan
  40. Elk schepsel is een goddelijk woord omdat het God verkondigd
  41. Tot bewust zijn komen voor huidig leven
  42. Dorst naar geluk en zingeving
  43. Hersenen beheersen geloof in religie

+++

  • M is for Massive M staat voor massief (connectiv.wordpress.com)
    M is for massive and for MOOC. M is a very misunderstood word in the MOOC acronym.
    In some courses M is just for bulk, or just means very much students are involved. But massive has another connotation, that is of a solid construction or solid big thing.
    This second meaning of massive (geologists use massif for this connotation of massive) is what M of MOOC stands for.De M van Massief en van MOOC. Deze M staat voor een slecht begrepen woord in het acronym MOOC.
    In sommige cursussen betekent de M niet meer dan massaal, maar massief heeft, ook in het engels, nog een andere betekenis. Het betekent vast aaneengesloten, ondeelbaar. Geologen noemen een gebergteketen een massief . Deze tweede betekenis van massief is kenmerkend voor de echte MOOC.
  • Is Christianity Natural? (tasmedes.nl)
    The goal I had in mind was to develop a top-notch project proposal that would bridge the gap between the cognitive science of religion on the one hand and the philosophy of religion and systematic theology on the other.
    +
    For me, the end result was a couple of articles, and a top-notch project proposal that I submitted to the Netherlands Foundation for Scientific Research (NWO) in the end of 2011. The external referees gave the project A+, A+, A+, and A/A+. Yet, the committee that was hired to judge the papers decided in their immeasurable wisdom to overrule the external referees and decided not to fund the project. This was around May 2012.
  • “God bewijzen” door Stefan Paas en Rik Peels (boekbespreking, extern)
    Valt God te bewijzen? Nee, natuurlijk niet, en dat weten Stefan Paas (hoogleraar theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam) en Rik Peels (filosoof aan diezelfde universiteit) ook best. Daar gaat het ook helemaal niet om in hun boek. De titel is dan ook misleidend. Dit is helemaal geen boek dat probeert God te bewijzen. Het gaat ook niet om de vraag of God wel of niet bestaat. Wél gaat het om argumenten voor en tegen geloven. Het boek draait dus niet om God, maar om geloof, of beter gezegd over de vraag of geloven redelijk is. En dat is het, zo stellen Paas en Peels, in tegenstelling tot het atheïsme.
    +
    Jan Riemersma schreef in zijn recensie dat de bewijslast bij de gelovige lag, want zo werkt het in een rechtszaak. Dat vond ik meteen al vreemd, want als burger bevindt de gelovige zich bepaald niet in een rechtszaak.
    Zie ook http://www.strangenotions.com/who-has-the-burden-of-proof-when-discussing-god/ waarvan ik niet alle 527 commentaren heb doorgelezen.
    Paas & Peels leggen op blz. 78 ook duidelijk uit dat het niet om een rechtszaak gaat, en ik kan geen flaw in hun redenering vinden, dus ik begrijp niet helemaal hoe de heer Riemersma dan toch kan zeggen dat de bewijslast ligt zoals die in een rechtszaak ligt.
  • Sociale wetenschappen: tussen retoriek en werkelijkheid?
    In een populair-wetenschappelijk discours worden retorische instrumenten gebruikt om de werkelijkheid die uit de wetenschappelijke data “opdoemt” meer contouren te geven, om die duidelijker te laten uitkomen.
    +
    Schaf retoriek in de sociale wetenschappen af, zo stelt Pels, en de wijze waarop sociale wetenschap verhalen vertelt verdwijnt. Verdwijnt daarmee ook de sociale wetenschap zelf? Hoe wetenschappelijk is daarmee de sociale wetenschap? Is sociale wetenschap louter retoriek en heeft het maar rakelings te maken met de werkelijkheid? Dat laatste zegt Pels niet, dat besef ik ook, maar toch lijkt die conclusie tamelijk aantrekkelijk wanneer je die alinea leest.
  • Is Dawkins debet aan het succes van creationisten in de VS?
    Binnenkort krijgen Amerikaanse scholieren wellicht een creationistisch leerboek aangeboden. Creationisme lijkt in de VS, maar het is tegelijkertijd een globaal fenomeen, te groeien als kool. Hoe kan dat? Zou het kunnen dat het militante atheïsme van Richard Dawkins, met de centrale boodschap dat geloof en wetenschap water en vuur zijn, hier wellicht iets mee te maken heeft?