Fundamenten van het Geloof 11 Christus, de door God gezonden Verlosser

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

God beloofde de Verlosser te zijn van wie geloven. In Genesis maakte Hij al duidelijk dat de mens betrokken is bij de tot standkoming van zijn verlossing:

“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit (zaad van de vrouw) zal u (slang) de kop vermorzelen en u (slang) zult het de hiel vermorzelen” (Genesis 3:15)

God had voorzien in een nakomeling die een einde zou maken aan de slang, het symbool voor vijandige mensen die Gods kinderen af proberen te houden van eeuwig leven, door hen te verleiden tot zonde. In verband met de gevolgen daarvan deed God een verstrekkende belofte aan Abraham:

“… uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit nemen. En met uwnageslacht zullen alle volken gezegend worden …” (Genesis 22:16-18)

De apostel Paulus legde in de brief aan de Galaten uit, dat deze beloften aan Abraham in eerste instantie in enkelvoud bedoeld was. Ze hebben betrekking op een bepaalde mens, die uit hem voortkwam:

Christus Jezus (3:16).

Het punt in zijn redenering is, dat ieder mens die in hem gelooft, deel krijgt aan de beloften aan Abraham. Wat betrekking had op de ene mens, Christus Jezus, de ware Zoon van God, krijgt zijn vervulling in veel meer zonen:

“Want u bent allen zonen van God, door het geloof, in Christus Jezus … Indien u nu van Christus bent, dan bent u zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.” (Galaten 3:26-29)

Deze beloften werden niet alleen aan het nageslacht van Abraham gegeven, maar ook aan hem persoonlijk. Hij is echter op de door God bepaalde tijd gestorven en tot stof vergaan. Hij is de poort van het dodenrijk (zie Matth.16:16) binnengegaan en is nu in de macht van zijn grootste vijand: de wrede koning dood. Dit houdt in dat God zijn beloften aan hem alleen kan vervullen door hem uit de doden op te wekken (vergelijk Hebr. 11:17-19).

Jezus bewees de noodzaak van de opstanding van Abraham, toen hij wees op het feit dat God in tegenwoordige tijd en niet in verleden tijd tegen Mozes zei, dat Hij de God van Abraham is (Matth. 22:31-33). De belofte aan hem was dat zijn nageslacht de poort van zijn vijanden in bezit zou nemen. In de praktijk van die tijd hield dit in,  dat je de vijand had verslagen en bepaalde wie de stad in mocht en en wie de stad uit moesten gaan. In de belofte aan Abraham betekent het dat de vijanden van God en zijn kinderen zijn verslagen, en dat het beloofde Koninkrijk is gekomen. De nieuwe Koning bepaalt niet alleen wie dat Koninkrijk binnengaan, maar ook het voormalige rijk van koning dood in en uitgaan. De heer Jezus Christus zei over zichzelf:

“… Ik ben dood geweest, en zie Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik hebde sleutels van de dood en het dodenrijk.” (Openbaring 1:17-18)

Dat hij dood is geweest, houdt in dat hij ook zelf eerst uit de dood bevrijd moest worden:

“… daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft; de dood voert geen heerschappij meer over Hem.” (Romeinen 6:9)

Hij is het domein van de sterkste vijand van de mens binnengegaan en, omdat hij weer levend werd gemaakt door zijn God en Vader, kon hij de poort van binnenuit openen, om allen die in het geloof gestorven zijn en daar machteloos liggen, daaruit te bevrijden. Het beeld van de bevrijding van de ballingen uit Babel, in het boek van de profeet Jesaja, past ook goed bij de verlossing van de zonde en de dood, zoals deze in het NT wordt voorgesteld:

“Kan aan een sterke de buit ontnomen worden, of zullen de gevangenen van hem die in zijn recht is, ontkomen? Maar zo zegt de HERE:

Toch worden de gevangenen aan een sterke ontnomen, en ontkomt de buit een geweldige … Ik zelf zal uw zonen redden” (Jesaja 49:24-25; vergelijk Mattheüs 12:29).

Hij ‘die in zijn recht is’ was de tiran Nebukadnezar, de koning van Babel. In de brief aan de Romeinen is de tiran van de gelovigen, de dood die als koning is gaan heersen (Romeinen 5:17). Degene die hem heeft bestreden en overwonnen, is Christus Jezus. Hij heeft daarom van de eeuwige God de macht ontvangen mensen te bevrijden uit het dodenrijk, zoals Hij toont bij de opwekking van Lazarus:

“Ik zal u (de Knecht van God) … stellen tot een verbond voor het volk … omtot gevangenen te zeggen: Gaat uit! Tot hen die in de duisternis zijn: Komt tevoorschijn!” (Jesaja 49:8-9; zie ook 42:7 en 61:1)“

… en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen …om verbrokenen heen te zenden in vrijheid. (Lucas 4:19)

“Lazarus, kom naar buiten! … Maakt hem los en laat hem heen-gaan.” (Johannes 11:43-44)

Hij spreekt als een koning tot wie zijn eigendom zijn. Na zijn leven van gehoorzaamheid en kruisdood is hij door God waardig bevonden heer te zijn over al zijn bezit. God gaf hem allen die hij op grond van hun geloof heeft bevrijd uit de macht van de heerser die hij versloeg en als buit meenam:

“Daarom zal Ik hem velen als deel geven en talrijken zal hij als buit ontvangen…” (Jesaja 53:11-12)

Maar vanaf dat moment zijn deze velen geen gevangenen meer, maar tot burgers van zijn Koninkrijk gemaakt. En nu hij bij God in de hemel is, verwachten zij zijn komst met eeuwig leven voor zijn volk:

“Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen.” (Filippenzen 3:20-21)

Het is Christus gegeven allen die in hem geloven, in naam van zijn Vader, de enige en waarachtige Verlosser, te bevrijden van de eeuwige vloek van de dood. Hij zal hen door de kracht van God eeuwig leven schenken, door de weg tot de boom des levens, die werd afgesloten door de zonde van de eerste mens, weer te openen.

Niet de dood maar God overwint in Christus:

“Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.” (Romeinen 3:23)

“De dood is verzwolgen in de overwinning. Dood, waar is uw overwinning, dood, waar is uw prikkel. De prikkel van de dood is de zonde … Maar God zijdank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus.”(1 Korintiërs 15:54-57)

“Wie overwint, hem zal Ik (Christus) geven te eten van de boom des levens…” (Openbaring 2:7)

Dan kunnen de woorden die God sprak na de zonde van de eerste mens, omgedraaid worden:

‘Laat de mens nemen en eten van de boom des levens, opdat hij in eeuwigheid zal leven

 

1ste Vraag ter overdenking:

Hoe is de losprijs betaald om gelovigen te bevrijden van de dood?

2de Vraag ter overdenking:

Op grond waarvan kunnen wij in Christus verlost worden?

 

Christus Jezus en de verhoogde slang

Mozes en de Nehushtan (“Koperslang” of “slang van (het) koper”) aan een kruis, afbeelding uit 1907. – In het verhaal in Numeri 21 staat dat de Israëlieten toen zij tegen JHWH en Mozes ageerden, werden gestraft door giftige slangen. Als zij echter na gebeten te zijn keken naar de bronzen slang, zouden ze niet sterven.

Toen Israël in de woestijn zondigde stuurde God slangen om hen te doden. Wie gebeten was ontkwam niet aan de dood. Maar God trof een voorziening: Mozes plaatste een koperen slang op een paal en wie gelovig daarop de blik richtte, werd verlost van de dood (Num. 21:8-9). Maar niet voor eeuwig.
Jezus vergeleek zijn verhoging aan de houten paal met die van de slang aan de paal. Wie gelovig de blik op hem richt zal voor eeuwig behouden worden, maar wie niet in hem gelooft, is verloren (Joh. 3:14-18)

+

Voorgaand

Fundamenten van het Geloof 10 De Verlosser uit de dood

Overdenking voor vandaag

++

Aanvullende artikelen

  1. Een goddelijk Plan #4 Beloften
  2. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #1 Abraham de aartsvader
  3. De Verlosser 1 Senior en junior
  4. Verlosser of Messias aangekondigd door Daniël
  5. De Knecht des Heren #4 De Verlosser
  6. Christus in Profetie #2 De Knecht in Jesaja (2) Behoefte aan Verlossing
  7. Christus in Profetie #5 De Knecht in Jesaja (5) Verhoging van de Knecht
  8. Christus in Profetie #8 De psalmen (2B) De Gezalfde goede herder spreekt
  9. Jezus Christus De Zoon van Adam, de Zoon van God
  10. Zoon van God
  11. Zoon van de levende God
  12. Zoon van God vrijkoper
  13. Zaad van David
  14. Zoon van David
  15. Zoon van God – Vleesgeworden woord
  16. Zoon van God dé Weg naar God
  17. Zoon van God en middelaar
  18. Zoon van God en zijn autoriteit
  19. Zoon van God door God als Zijn geliefde zoon verklaard
  20. Zoon van God geopenbaard
  21. Uw vertroostingen verkwikken mijn ziel
  22. Een lovende ziel voor Hem die troost, geneest, vergeeft, verlost, gaven en recht geeft, rijk aan ontferming
  23. Verlossing #8 Gerechtigheid door geloof
  24. Uitlopen om uit lichaam te wonen
  25. Aan een betere opstanding deelhebben

Fundamenten van het Geloof 4: Engelen. Gods volmaakte dienaren

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

Engelen. Gods volmaakte dienaren

Wie het antwoord zoekt op de vraag

‘wie of wat zijn engelen?’

merkt al snel dat de Bijbel weinig tot niets vertelt over hun natuur en bestaanswijze. De reden is dat het in de Bijbel gaat om de verhouding tussen God en mensen. En juist in verband daarmee vinden we een belangrijke uitspraak, die ons helpt bij het begrijpen van de rol die zij spelen in Gods werk:

“Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen, die het heil zullen beërven?”. (Hebr. 1: 14; vergelijk 1:7 en Psalm 103:20)

Ondanks dat deze woorden niet bedoeld waren om de natuur van engelen te beschrijven, leren we dat zij ‘geesten’ zijn. Paulus schreef dat er ‘natuurlijke lichamen’ zijn (van vlees en bloed, zoals wij nu zijn) en ‘geestelijke lichamen’. Mensen die overgaan van natuurlijk naar geestelijk leven worden ‘uit de hemel’ of ‘hemelsen’ genoemd, in tegenstelling tot wie ‘uit de aarde’, ‘stoffelijk’, zijn. Dat ‘natuurlijke lichaam’ kan het eeuwige leven niet binnengaan, omdat het aardsgezind, ongeestelijk is. Alleen het volmaakte en onvergankelijke (zoals engelen) kan in Gods nabijheid verblijven (1 Kor. 15:35-50).

“35  Maar, zal iemand vragen, hoe verrijzen de doden? Met wat voor lichaam?
36 Een dwaze vraag!
Ook wat gij zelf zaait moet eerst sterven voor het tot leven komt, 37 en wat gij zaait is slechts een graankorrel of iets dergelijks, en heeft nog niet de vorm die het zal krijgen. 38 God geeft er een lichaam aan zoals Hij dat gewild heeft, en wel aan elk zaad zijn eigen lichaam. 39 Ook is niet alle vlees hetzelfde, er is verschil tussen het vlees van mensen en dat van dieren en dat van vogels en van vissen.

40 En er zijn hemelse lichamen en aardse lichamen, maar de glans der hemelse is anders dan die van de aardse.
41 De luister van de zon is anders dan die van de maan, en die van de sterren is weer anders; zelfs de ene ster verschilt van de andere in schittering. 42 Zo is het ook met de opstanding van de doden; wat gezaaid wordt in vergankelijkheid, verrijst in onvergankelijkheid; 43 wat gezaaid wordt in geringheid en zwakte, verrijst in heerlijkheid en kracht. 44 Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam verrijst. Zoals er een natuurlijk lichaam bestaat, bestaat er ook een geestelijk lichaam. 45 In deze zin staat er geschreven: De eerste mens, Adam, werd een levens wezen. De laatste Adam werd een levendmakende Geest. 46 Maar het geestelijke komt niet het eerst; het natuurlijke gaat vooraf, daarna komt het geestelijke. 47 De eerste mens, uit de aarde genomen, is aards; de tweede is uit de hemel. 48 Zoals die eerste mens van aarde zijn alle aardse mensen, zoals de hemelse mens zullen alle hemelsen zijn. 49 En gelijk wij het beeld van de aardse hebben gedragen, zo zullen wij ook het beeld dragen van de hemelse mens. 50 Ik bedoel dit, broeders: vlees en bloed kunnen niet delen in het koninkrijk van God en het vergankelijke heeft geen aandeel in de onvergankelijkheid.” (1Co 15:35-50 WV78)

Dit komt overeen met wat Jezus zei:

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnen gaan. Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest”. (Johannes 3:5-6)

“Maar wie waardig gekeurd zijn deel te verkrijgen aan die eeuw en aan de opstanding uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk genomen. Want zij kunnen niet meer sterven; immers, zij zijn aan de engelen gelijk en zij zijn kinderen van God, omdat zij kinderen van de opstanding zijn”. (Luc. 20:35-36)

Hieruit leiden wij af dat zij volmaakt en onsterfelijk zijn en dat wij, als wij eeuwig leven ontvangen, een volmaakt ‘hemels lichaam’ zullen hebben,en in die zin aan hen gelijk zullen zijn. De schrijver van de brief aan de Hebreeën herinnert, door Psalm 8 te citeren, aan het hoge doel van God met de schepping van de mens en de vervulling daarvan in Christus Jezus:

“Want niet aan engelen heeft Hij de toekomende wereld, waarvan wij spreken, onderworpen. Maar iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat U hem gedenkt, of de mensenzoon, dat U naar hem omziet? U hebt hem voor een korte tijd beneden de engelen gesteld, met heerlijkheid en eer hebt u hem gekroond … wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden van de dood … met heerlijkheid gekroond” (Hebreeën 2:5-9).

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

Christus Jezus is de eerste van allen die behoren tot de geestelijke schepping, meer geworden dan de engelen:

“Tot wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Mijn Zoon bent U … Zet U aan mijn rechterhand…”. (Hebreeën 1:5 en 13)

“Jezus Christus, die aan de rechterhand van God is, naar de hemel gegaan,terwijl engelen en machten en krachten Hem onderworpen zijn”. (1 Petrus3:21-22)

“En Hem moeten alle engelen van God huldigen”. (Hebreeën 1:6)

De Nazareense leermeester Jezus zei dat de engelen voortdurend het aangezicht zien van God (Mattheüs 18:10). In Openbaring 5:11-13 zien we hen dan ook rondde troon van God in de hemel, in lofprijzing tot Hem en zijn Zoon.

“11 En terwijl ik keek, hoorde ik de stem van talloze engelen rondom de troon en de dieren en de oudsten; en hun getal was tienduizenden tienduizenden en duizenden duizendtallen; 12 en zij riepen luid:

‘Waardig is het Lam dat geslacht werd, te ontvangen de macht en de rijkdom, de wijsheid en de kracht, en eer en heerlijkheid en lof.’

13 En elk schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en in de zee, het ganse heelal hoorde ik roepen:

‘Aan Hem die gezeten is op de troon en aan het Lam zij de lof en de eer en de roem en de kracht in de eeuwen der eeuwen!’” (Opb 5:11-13 WV78)

Wij mensen kunnen Gods aangezicht niet zien vanwege onze onreinheid door de zonde (Exodus 33:20). Dat engelen dat wel kunnen, houdt in dat zij zonder zonde zijn en dus volmaakt (vergelijk dit met Christus Jezus in Hebreeën 7:26).

“ Zulk een hogepriester hadden wij ook nodig: een die heilig is, schuldeloos, onbesmet, afgescheiden van de zondaars, hoog verheven boven de hemelen;” (Heb 7:26 WV78)

Vervulling van Gods belofte

God zendt engelen uit als zijn betrouwbare dienaren ten behoeve van mensen. Zij doen voor Hem vele taken in verband met de voltooiing van zijn scheppingswerk en zijn heilswerk ten behoeve van mensen. Het uitzenden van zijn Geest kan daarom ook betrekking hebben op het zenden van een engel, in wie God zijn macht en kracht legde:

“Toen riepen wij tot de Here, en Hij hoorde onze stem, zond een engel en leidde ons uit Egypte”. (Numeri 20:16)

“In al hun benauwdheid was ook Hij (God) benauwd, en de Engel van zijn aangezicht heeft hen gered”. (Jesaja 63:9)

“… u, die de wet ontvangen hebt op beschikking van engelen”. (Hand. 7:53)

“Ik ben Gabriël, die voor Gods aangezicht sta, en ik ben gekomen om tot u (Maria) te spreken en deze blijmare te verkondigen”. (Lucas 1:18-29)

Een voorbeeld van het uitzenden van engelen ten dienste van hen die het heil zullen beërven, vinden we in het leven van de Heer Jezus. Na de verzoeking in de woestijn dienden engelen hem (Mattheüs 4:11). Maar al eerder in zijn leven waren zij werkzaam om te zorgen dat hem niets overkwam, voordat de bestemde tijd was gekomen (Mattheüs 2:13). Dit zijn vervullingen van Gods beloften in Psalm 91:

“Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande U, en op handen zullen zij u dragen, opdat U uw voet niet aan een steen stoot”. (Mattheüs 4:6; Lucas 4:10; Psalm 91:11-12)

Maar ook anderen hebben de vervulling van Gods belofte van bijstand ervaren, door de nabijheid van engelen, op momenten dat er menselijkerwijs gesproken geen redding meer mogelijk was:

“De engel van de Here legert Zich rondom wie Hem vrezen, en redt hen”. (Psalm 34:8)

“… zij die bij ons zijn, zijn talrijker dan zij, die bij hen zijn … en zie, de berg was vol vurige paarden en wagens rondom Elisa”. (2 Kon. 6:15-17)

“Maar een engel van de Here opende ’s nachts de deuren van de gevangenis en leidde hen naar buiten…”. (Hand. 5:19; vergelijk 12:7 en Daniël 6:23)

Soms moeten zij destructief werk doen, om de vervulling van Gods plan voortgang te kunnen laten vinden. Want wanneer God dit niet zou doen, zouden zijn kinderen ten onder gaan door het geweld van hun vijanden. De tijd van Noach laat dit duidelijk zien. Zij redden gelovigen uit de macht van de ongelovigen of straffen ongehoorzamen.

“Hij zond tegen hen zijn brandende toorn, verbolgenheid en angstwekkende gramschap, een schare van verderfengelen” (Psalm 78:49; vergelijk 1 Kron. 21:12 en 15; 2 Sam. 24:16-17).

Het werk van de engelen zal in ieder geval doorgaan tot de wederkomst van Christus Jezus uit de hemel. Hij heeft hen van God tot zijn beschikking gekregen om hem te helpen Gods wil uit te voeren, zoals mensen wakker roepen uit hun doodsslaap:

“…bij de openbaring van de Here Jezus van de hemel met de engelen van zijn kracht”. (2 Thessalonicenzen 1:7)

“En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere”. (Mattheüs 24:31)

“De Zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn Koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleidt”. (Mattheüs 13:41)

Hun werk ten behoeve van het heil van mensen zal waarschijnlijk in grote lijnen ten einde zijn gekomen, wanneer het Koninkrijk van God op aarde is gekomen. Want dan zullen er mensen zijn die volmaakt en onsterfelijk zijn geworden als de engelen, en dus op dezelfde wijze werk voor Christus kunnen doen als de engelen voor God.


Vraag ter overdenking:

Denkt u dat het mogelijk is dat engelen hebben gezondigd?


+

Voorgaande

Fundamenten van het Geloof: De lankmoedigheid van God

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Fundamenten van geloof 3: De Persoonlijkheid van God

Niet alle Getuigen behorend tot Getuige van Jehovah

Because of the closing down of the Bijbelvorsers Vereniging, the Biblescholars Association, this is a republication of an article published on September 1, 2011 at 2:37 PM

Wegens het afsluiten van de website van de Bijbelvorsers, Vereniging voor Bijbelstudie, herplaatsen wij hier onder het op 1 september 2011 geplaatste artikel. Op 10 december 2014 was het op Webs 1101 bekeken geworden en had het 3 reacties

In een nieuw artikel op de nieuwe website van de Vlaamse Broeders in Christus wordt de reden geschetst waarom zij zich niet kunnen vinden in de vereniging van Getuigen van Jehovah.

Er wordt aangehaald hoe in de 19° eeuw een beweging op gang kwam die was ontstaan van mensen die in hun leven naar nieuwe waarden zochten en deze hoopten te vinden in die veel belovende ‘Nieuwe wereld’. In de ‘Oude wereld’ was er al sinds de 16° eeuw reeds een soort volksverhuizing van bepaalde gelovigen op gang gekomen, doordat zij die niet in een Drie-eenheid of een onfeilbare paus wensten te geloven naar de verdoemenis werden gewenst.

De mogelijkheid teksten te vermenigvuldigen bracht meer kansen om het Woord van God te verspreiden.

De boekdrukkunst had prachtige wegen geopend en mensen hun ogen doen open gaan. Men kan hun consternatie begrijpen als zij inzage hoe de gevestigde Kerk hen met allerlei verhalen om de tuin had geleid. Nu men zelf de Bijbel kon bestuderen kon men door die Bijbellezing en het er over na denken tot voldoende inzichten komen.

Uit dat Woord van God konden zij de waarheid filteren hoe zij zich moesten gedragen, maar ook wat hun taken waren. Indien men God waarlijk lief had moest men zich schikken naar Zijn verordeningen en niet naar diegene van mensen. Dat is wat Christadelphians trachtten te doen. Voor hen is geen enkel mens of geen enkele organisatie onfeilbaar. Voor Christadelphians is het ook belangrijk dat zij als Kinderen van God evenwaardige broeders en zusters van elkaar zijn, zonder enig onderscheid van rang of stand. In de Gemeenschap van Broeders is iedereen gelijk. Er hoeven geen priesters, bisschoppen of pausen te zijn, want met Jezus Christus is de laatste Hogepriester naar de slachtbank gedragen en is het Laatste Offer volbracht.

Als men Christus volledig naar waarde wil schatten moet men aanvaarden dat hij de enige bemiddelaar tussen God en de mensen is en dat hij als voorspreker ook door God gemachtigd is om de volwaardige Hoeksteen van de Gemeenschap van het Nieuwe Volk van Israël te zijn. Jezus stond er niet op om een hiërarchie te hebben en was zelf nederig genoeg om de voeten van zijn apostelen te wassen en zich volledig over te geven aan de mensheid als een slaaf.

De Beleidvolle Slaaf is Jezus en geen Amerikaanse organisatie. Wel kunnen wij ons allen aanbieden om ook slaaf voor God te zijn. Beleidvol kunnen wij ons van onze taken vergewissen. Samen kunnen wij elkaar helpen om elkaar op te bouwen en blijvend te ondersteunen zodat wij allen waardig zullen kunnen aantreden om het Koninkrijk van God  binnen te treden.

Wij kunnen er aan werken om te mogen behoren tot de kleine kudde die door het geblaat anderen wakker schud. Wij kunnen ons kruis opnemen en vooruit gaan in de wereld met ons hoofd opgericht een prachtige hoop uitstralend. Onze houding, handelingen, woorden moeten een gebaar van overtuiging in het ware geloof zijn. Zij moeten boekdelen kunnen spreken voor waar wij achter staan. Zij moeten mee dienen als Getuigenis voor wat wij geloven.

En datgene wat wij geloven moeten wij aan anderen kenbaar maken. In die zin mag men er niet naast zien dat wij getuigen. Dat getuigenis moeten wij in alle liefde geven, zonder anderen uit te sluiten, met begrip voor de plaats waar anderen kunnen zijn in hun zoektocht naar de Heer. Ook moeten wij open staan voor de wijze waarop iemand wil of kan getuigen. Dat kan voor iedereen zeer verschillend zijn en mag verschillend zijn, daar wij ook heel verschillende mensen zijn. De verscheidenheid geeft de kleur in ons leven.

De vrijheid van denken respecterend moeten wij iedereen ook respectvol behandelen en in hun vrijheid van denken laten. Niets mogen wij opdringen aan anderen. Zo hoeven er ook geen vaste regels te zijn voor het samen komen met elkaar of om het delen van getuigenis met elkaar te laten verlopen. Daardoor kan bij de Christadelphians of Broeders in Christus elke dienst en elke gemeenschap zo verschillend zijn. Maar over de gehele lijn moet er toch die Rode Draad zijn van eenheid met Christus. Dat is waar wij naar moeten streven en aan werken.

Het kan nuttig zijn om de beschouwing te doen van hoe en waarom te getuigen, en verder het artikel te lezen: Getuige of Broeder Rabbi, Leider, Broeder, Verkondiger of Getuige

+

Aanvullende lectuur:

  1. Andere aanpak in de organisatie van de diensten # 3
  2. Denken aan het ontbinden van de Vereniging voor Bijbelstudie: Bijbelvorsers
  3. Getuige of Broeder – Rabbi, Leider, Broeder, Verkondiger of Getuige
  4. Ware Geloof en Ware Geloofsgemeenschap
  5. Navolgers van Christus
  6. Gericht op Jezus
  7. Jezus, Heer maar niet God
  8. Gericht op God
  9. Onfeilbaarheid
  10. Wat wij geloven
  11. Wie, wat & hoe Christadelphians
  12. Wat leren de Christadelphians
  13. About us, the Belgian Christadelphian ecclesia / Over ons, de ecclesia van de Broeders in Christus België
  14. Elkaar helpen
  15. Kernpunten van Geloof
  16. Samen op Weg
  17. Te Nemen Stappen
  18. FAQ Dutch – Veel gestelde vragen
  19. Christadelphian Samenkomsten
  20. Wat en waarom Ecclesia
  21. Hermeneutiek om uit te dragen #1 Verslaggevers
  22. Schepper en Blogger God 11 Het Oude en Nieuwe Blog 1 Gericht op één mens
  23. Het begin van Jezus #1 Menselijke aspecten
  24. Het begin van Jezus #6 Beloften van innerlijke zegeningen
  25. Het begin van Jezus #13 Een te komen mensZoek uw Toevlucht bij God
  26. Fragiliteit en actie #4 Ter Beschikking
  27. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #14 Gebed #12 De andere naam
  28. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #15 Expositie voor de Schepper
  29. Verzoening en Broederschap 6 Geestelijk tabernakel
  30. Kleine kudde en beleidvolle slaaf
  31. Slaaf voor mens en God
  32. Dienaar van zijn Vader
  33. Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God
  34. Kleine kudde getrouwe beheerder
  35. Zoeken naar waarheid, studiemateriaal, Jehovah Getuigen, ex-Jehovah Getuigen en anderen
  36. De Waardigen
  37. Opdracht tot getuigenis

+++