Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

In deze aflevering wil ik eerst een zijweg inslaan, voordat we verder gaan met ‘Intelligent Design’. Aan de basis van deze hele discussie ligt namelijk de vraag of God bestaat. En die discussie hoort hier niet thuis!

Thomas van Aquino

Thomas van Aquino; altaarstuk van Carlo Crivelli (detail)

Thomas van Aquino; altaarstuk van Carlo Crivelli (detail)

In de 13e eeuw kwam Thomas van Aquino met zijn vijf ‘godsbewijzen’, filosofisch opgezette bewijzen, en volgens de redeneerkunst van die tijd onderbouwd met verwijzingen naar andere denkers. Voor Thomas was dat in de eerste plaats ‘de filosoof’: voor hem was dat de Griekse wijsgeer Aristoteles (4e eeuw v.Chr.). Moderne filosofen menen echter dat zijn betogen niet sluitend zijn, omdat hij uiteindelijk vervalt in cikelredeneringen. En achteraf gezien was het misschien ook niet zo’n goede gedachte om het bestaan van de God van de Bijbel te willen bewijzen met behulp van een heidense filosoof. De redenen daarvoor lagen echter verder terug in de geschiedenis, toen kerkvaders en andere vroege christelijke schrijvers het geloof voor hun tijdgenoten aanvaardbaar trachtten te maken, door ‘aan te tonen’ dat de beroemde Griekse denkers eigenlijk al op één lijn zaten met de leer van de Bijbel.

Het horloge van dominee Paley

Die poging van Thomas van Aquino had eigenlijk alleen maar academische waarde, want in zijn tijd twijfelde nog niemand aan het bestaan van God. Dat veranderde met de “Verlichting” (ca. 1650-1800) met zijn toenemend atheïsme. In antwoord daarop kwam de Engelse dominee Paley in 1802 met zijn boek ‘Natuurlijke Theologie’ (afgeleid van ‘natuurlijke historie’ als term voor biologie). Daarin ging hij uitgebreid in op de extreme complexiteit en kennelijke doelgerichtheid van allerlei levensvormen. Hij betoogde dat dit voldoende bewijs was voor het bestaan van een ‘designer’ (een ontwerper), dus God. Het voorbeeld waarmee hij opent is wereldwijd bekend geworden:

“Stel dat ik een wandeling zou maken over de hei en een horloge zou vinden”.

Hij beschrijft dat horloge alsof het een onbekend voorwerp was, en betoogt dan dat hij bij bestudering van de complexiteit en doelgerichtheid van het mechanisme wel tot de conclusie moet komen dat dit is ontworpen en vervaardigd door een intelligent wezen, en niet door puur toeval kan zijn ontstaan. Uitgaande van dat voorbeeld beschrijft hij dan een uitgebreide reeks biologische organismen, om daaruit te concluderen dat deze slechts afkomstig kunnen zijn van de hand van een intelligente schepper. Dit is sindsdien de standaardbenadering van alle verdedigers van de scheppingsgedachte.
Je moet dan wel bedenken dat in Paleys dagen het begrip evolutie nog niet bestond. De eerste (voorlopige) uitgave van Darwins beroemde boek dateert van 1859 (de definitieve editie van 1872). In een herdruk van Paleys boek uit 1890, bijgewerkt en aangepast aan de laatste inzichten door een medisch professor, is in een introductie het volgende te vinden:

“De auteur (Paley dus) refereert aan een idee of veronderstelling, vagelijk gekoesterd door sommige schrijvers uit zijn tijd”,

waarmee hij vroege evolutiegedachten bedoelt. Paley had die even genoemd, om ze vervolgens als niet serieus van de hand te wijzen. In 1890 ligt dat intussen anders. De bewerker noemt de “theorie van evolutie” en ‘Dr. Darwin’ als een van de voornaamste verkondigers hiervan. Maar ook hij stelt (kort samengevat) dat het dan toch nog steeds alleen maar om het mechanisme van de ontwikkeling gaat, en niet om het duidelijke doel daarachter. Een constatering die zowel evolutionisten als creationisten intussen wat uit het oog verloren lijken te hebben. Tenslotte is het interessant te zien dat de term ‘Intelligent Design’ al opduikt in deze introductie.

De blinde horlogemaker

Sindsdien is er echter veel gebeurd in de wereld. Het atheïsme heeft de westerse wereld veroverd, en de biologie heeft vooral de laatste decennia spectaculaire ontwikkelingen doorgemaakt. En nu zijn fundamentalistisch denkende atheïsten (daar kom ik in een later artikel op terug) begonnen evolutie te presenteren als ‘bewijs’ dat God niet bestaat. In elementaire vorm houdt dat in:

“Je kunt de waargenomen complexiteit en doelgerichtheid van de bestaande organismen afdoende verklaren met behulp van de beide pijlers van het neo-darwinisme, te weten spontane mutaties van DNA en natuurlijke selectie. En dus heb je daarvoor geen God nodig”.

In de meest extreme vorm wordt daar dan ook nog de conclusie uit getrokken, dat die God dus ook niet bestaat. Het boek dat dat het nadrukkelijkst doet, is “De blinde horlogemaker” van Richard Dawkins. Dawkins geeft daarin welwillend toe dat Paleys bewijs vóór Darwin inderdaad onweerlegbaar was, maar sinds Darwin is er volgens hem geen enkel excuus meer om dat nog te geloven: evolutie is de ‘blinde horlogemaker’ die dat horloge op de hei tot stand gebracht heeft. Nu is Dawkins’ wijze van redeneren verre van sluitend, en in zijn ‘bewijs’ dat God niet bestaat, vervalt hij in nog veel duidelijker denkfouten (of zijn het bewuste manipulaties?) dan Thomas van Aquino zeven eeuwen eerder. Maar als we eerlijk zijn (en dat behoren we boven alles te zijn!) moeten we toegeven dat Paleys horloge wel het nodige van zijn oorspronkelijke glans heeft verloren. Dus het kan geen kwaad een en ander nog eens goed tegen het licht te houden.

Conclusie

We zouden uit deze ‘geschiedenisles’ daarom de volgende conclusie moeten trekken. Er zijn voldoende redenen Gods hand in de schepping te zien, en dus ook voldoende redenen om de doelgerichtheid daarvan te zien als een krachtige demonstratie van Zijn grootheid en wijsheid.
Maar de discussie is vervuild geraakt door goedbedoelde pogingen dit te gebruiken als bewijs voor zijn bestaan, en dat was niet zo verstandig. Zoals het destijds ook niet zo verstandig was om een bij uitstek Griekse denker als Aristoteles voor dat doel te gebruiken. We doen het verstandigst als we naar ervaringen zoeken die onszelf overtuigen, in plaats van onze buurman, en dan zijn er betere redenen om in God te geloven. En de schepping kan ons nuttiger lessen leren dan hoe wij onze ongelovige medemens intellectueel zouden kunnen aftroeven.

R.C.R.

+

Voorgaande

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

++

Aanvullend

  1. Ontstaan van het lineaire denken
  2. Kosmos, Schepper en Menselijk Lot
  3. Begin van leven op aard: schepping of evolutie
  4. EO-directie: ‘Wij geloven in God als Schepper’
  5. Grootste oorzaak van atheïsme in de wereld zijn de Christenen
  6. Christenen vragen atheïsten te bewijzen dat God niet bestaat

+++

Gerelateerd – Related articles

  1. Terechte kritiek vanuit gespecialiseerde ecologen op Dna-biologen @volkskrant #dnatechnologie #evolutieleer
  2. Terug naar de zee!
  3. Richard Dawkins, almost too British to function – de menselijke reflexiteit met betrekking tot inzicht en kritiek op de rede worden hier secundair en primair het contract, desondanks deze spanning zeer controversieel is in verband met de positie van de mens in de natuur en de bedenking met de drift boven dergelijke reflexifivtiet te plaatsen, is dit niet een een degratie van de mens, inzicht in de plaats van geforceerd ideen brengt een openplek voor de mens via een andere weg dan beginnen vanuit de hogere positie van de mens.
  4. Blogging through Darwin (3): Darwin admits his difficulties
  5. Scenes from a thesis: development
  6. Dataïsme op weg naar alleenheerschappij
  7. Myths and Misconceptions about evolution
  8. The God imperative
  9. Genesis 1:27 | Look at the Stars
  10. Darwin Devolves by Michael Behe
  11. Insects & Intelligent Design
  12. The Origin of the Universe — Explained by Hambo
  13. Hambo Says Tigers Prove the Bible Is True
  14. Creationist Wisdom #913: Science Has No Answers
  15. Creationist Wisdom #914: We’ve Been Poisoned
  16. Hawking Got Everything Wrong

Jongmense wil nie meer sit en luister nie

Een zeer groot probleem van de mensen in deze wereld is dat zij zeer met zichzelf begaan zijn en helemaal geen tijd willen vrij maken voor een Wezen dat zij precies niet kunnen vatten.

Best zouden wij eens op zoek gaan naar de redenen van de toenemende kloof tussen geestelijke honger en kerkbetrokkenheid. Wij moeten inzien dat de mensen de vele leugens van de vele kerkgemeenschappen en de wijze van leven van die ‘kerkvaders’ beu zijn. als men de handelingen van die priesters, dominees, bisschoppen en zogenoemde ‘kerkvaders’ ziet is het geen wonder dat de mensen ‘disgust’ geraken van zulk een houding en ongeoorloofde handelingen, waarbij er zelfs zijn die kinderen misbruikt hebben en hier over geen schaamte vertonen.

Goed is het ook om de vraag te stellen wat die zogenaamde gelovigen doen na hun kerkbezoek. Wat zij doen nadat ze de kerk verlaten hebben, is belangrijker voor God als hoeveel mensen er aanwezig zijn in dat gesloten huis of kerkgebouw.

Dat in vele landen de gemeenschapssfeer ontdaan is van de kerkelijke gemeenschap heeft ook bijgedragen tot de verwildering. In vele landen kon men zich niet ontdoen van de geestelijke verbintenis of van de politieke verbintenis van verenigingen en gemeenschapshuizen of clubs.

Is het werkelijk omdat we ons niet meer identificeren door onze clubs, groepen of denominaties dat wij werkelijk de band met God en met de gemeenschap verliezen en geen aantallen meer kunnen bereiken in onze kerken?

De mensen in een kerk gaan tellen heeft geen nut tot het bijdragen van verhoging van de aanwezigen. Integendeel zou ik zeggen, geeft het een beeld dat het slechts om aantallen gaat en dat de bezoekers (gelovigen) slechts nummers zijn.
Mensen willen zeker geen nummers meer zijn. Zulk een plaatsing in grafieken van nummer geeft hen terecht het gevoel van maar een nummer te zijn maar ook geeft het werkelijk een gevoelen alsof ze gemanipuleerd worden. Leiders voelen nog dat de naamloze, gezichtsloze mensen die samenkomsten bijwonen, en ze te tellen, is een bewijs dat ze hun werk goed doen. Is het dan niet om hun eigen werking en goed voelen kracht bij te zetten en niet zozeer om God te dienen en mensen tot die Ware God te brengen?

Wij moeten er bewust van zijn dat wij wel degelijk geconfronteerd worden met zeer veel kerkverlaters, maar dat dat nog niet wil zeggen dat al die mensen God verlaten. Integendeel kan het zijn dat meerderen ook juist God werkelijk gaan zoeken en ook misschien vinden.

Veel mensen die de kerk verlaten, verlaten deze niet wegens God, maar verlaten haar juist voor God. Zoals de artikelschrijver te kennen geeft verlaten zij de kerk over de manier waarop onze kerken handelen. Doen is belangrijker dan bijwonen. Hoe kunnen we mensen aanmoedigen tot grotere geestelijke toewijding?

Dit zal moeten gebeuren door werkelijk terug te gaan naar de echte Bron. Het Woord van God.
Door weer het Woord van God als Leidraad en Gids te nemen en de woorden er in te nemen zoals zij zijn, ontdaan van alle menselijke doctrines zullen weer meer mensen God kunnen (terug) vinden

++

Aanvullende lectuur:

  1. Geloven of niet geloven
  2. Bedenkingen: Gods eigen Volk
  3. Godsgebeuren en Kerk in Europa
  4. Britten: gelovig maar weinig praktiserend
  5. Wat levert het mij op?
  6. Een Manifest voor Gelovigen
  7. Manifestanten Protestant of Katholiek
  8. Verzoening en Broederschap 2 Uit de eigen cocon stappen
  9. Verzoening en Broederschap 3 Verenigen onder de Hoeksteen
  10. Verzoening en Broederschap 4 Deelgenoten in Christus
  11. Verzoening en Broederschap 7 Eén zijn
  12. Verzoening en Broederschap 8 Samenkomende deelgenoten
  13. Laat ons samen komen
  14. Vijf olifanten in een porceleinkast

+++