Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 2: Het bewijs van Gods bestaan (2)

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 2: Het bewijs van Gods bestaan (2)

Vervolg van

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek een wetenschappelijke benadering

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

2. De weg van de filosofie

Bij de discussie over de vraag of je Gods bestaan wel of niet kunt bewijzen, of zelfs maar zou moeten bewijzen, moet je bedenken dat het antwoord op deze vraag verschilt per cultuur. De kenmerkende invalshoek van onze eigen cultuur is niet per se maatgevend, of zelfs maar van belang. Voor de Joden was de vraag naar Gods bestaan totaal geen punt van discussie. Zij waren door God zelf bevrijd uit de slavernij in Egypte. Dat was de oorsprong van hun nationale bestaan, en stond daarom vast in hun geheugen gegrift. Joods geloof bestaat bij de gratie van Gods openbaring.

Enkele bekende Grieken: v.l.n.r. Alexander de Grote, Perikles, Constantijn XI, Eleftherios Venizelos

Het waren de Grieken die er een discussiepunt van maakten. Grieken wilden alles rationeel beredeneren, en indat opzicht denken wij West-Europeanen veel meer Grieks dan Joods.

Thomas van Aquino

Thomas van Aquino; altaarstuk van Carlo Crivelli (detail)

Italiaanse filosoof en theoloog Thomas van Aquino, Aquinas of Thomas Aquinas – altaarstuk van Carlo Crivelli (detail)

Omdat het geloof bij zijn uitbreiding naar de heidense (niet-Joodse) wereld door anders denkenden ter discussie werd gesteld, ontstond een neiging dat geloof rationeel te willen verdedigen en te bewijzen.
In de middeleeuwen was het Thomas van Aquino die op die manier de Islamitische Moren in Spanje en Portugal trachtte te overtuigen. En hij baseerde dat op het filosofische gedachtegoed van de klassiek Griekse filosoof Aristoteles, wiens werken juist via de Islam in West-Europa bekend waren geworden. Deze verdediging van het christendom is later door anderen nagevolgd en verder uitgewerkt. Het gaat daarbij om de volgende vijf gedachten:

• Het feit dat de wereld (wij zouden nu zeggen: het heelal) bestaat, vraagt om een verklaring, want het zou de ‘normale’ situatie zijn wanneer die niet bestond. De enig mogelijke verklaring is God.

• Het bestaan van ons heelal vergt een oorzaak die zelf buiten dat heelal ligt, dus God.

• Elk effect heeft een oorzaak, die zelf weer het effect is van een nog eerdere oorzaak. Dit kan niet eindeloos zo teruggaan, dus moet er een eerste (‘primaire’) oorzaak zijn. En de enige primaire oorzaak die in aanmerking komt is God.

• Onze wereld is zo perfect opgebouwd en in onderlinge harmonie, dat dit alleen maar het resultaat kan zijn van een bewust ontwerp. Maar dat veronderstelt een intelligente ontwerper, dus God.

• De persoonlijke ervaring van een mens vertelt hem feilloos dat er een God moet zijn. Over sommige van deze aspecten spraken we al in de serie over ‘Intelligent Design’, op andere komen we in latere artikelen nog terug.

Blind geloof

Het lijkt nuttig om op dit punt even te pauzeren en ons af te vragen óf je eigenlijk wel moet proberen het bestaan van God te bewijzen. Is dat wel nodig?

Zou geloof in Hem niet moeten bestaan uit blind aanvaarden?

Zei Jezus zelf niet tegen de apostel Thomas

‘Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven’ (Joh 20:29).

Zulke vragen zijn terecht, maar de antwoorden kunnen toch niet volledig bevestigend zijn. We zullen hoe dan ook moeten kiezen tussen geloven en niet geloven. En de keuze die we uiteindelijk maken (welke dan ook) is onvermijdelijk altijd ergens op gebaseerd, wat dan ook. Met andere woorden: ‘blind geloof’ bestaat niet, geloof is altijd ergens op gebaseerd. Pas wanneer de keuze eenmaal is gemaakt zou verdere voortgang op die weg eventueel ‘blind’ kunnen zijn. Feitelijk bedoelen we met ‘blind’ daarom ook niet: zonder reden; we bedoelen eigenlijk: irrationeel. Want de eigenlijke vraag is niet of geloof ‘blind’ moet zijn, maar of het rationeel mag (of zelfs moet) zijn. Of, wanneer u een ander beeld wilt: ook een blinde maakt keuzes die niet werkelijk blind zijn, maar gebaseerd op de zintuigen die hem nog wel ten dienste staan, bijvoorbeeld zijn gehoor. Ze zijn misschien ‘blind’ in de directe zin van dat woord, maar ze zijn wel degelijk rationeel.

Geloof in de Bijbel

Wanneer we deze achterliggende vraag toetsen aan de Bijbel zien we dat ‘blind’ geloof daar niet voorkomt. Althans niet onder de ‘geloofs-helden’. Hun geloof is altijd gebaseerd op een hecht fundament, dat wel degelijk zeer rationeel is. Pas wanneer dat fundament is gelegd gaat het daarop gebaseerde geloof verder zonder iedere keer opnieuw te vragen naar bewijzen. Maar voor dat fundament zijn geloof en rede beslist niet onderling tegenstrijdig. Dat zou ook niet kunnen. Want geloof zonder rede kan tot alles leiden, en meestal leidt het dan ook tot het verkeerde, dus afgoderij. Tallozen zijn van God, of van zijn juiste leer, afgedwaald door hun ratio uit te schakelen en hun gevoel te volgen. De Bijbel staat vol met voorbeelden daarvan. Maar wie in de Bijbel zoekt naar een voorbeeld van iemand die van een dwaalweg tot God is gekomen, alleen door zijn gevoel te volgen, zoekt tevergeefs.

Wie om zich heen kijkt herkent de veelheid aan wegen die het ‘geloof’ kan nemen zodra de mens zijn gevoel begint te volgen. En allen die die wegen gaan zijn ervan overtuigd dat God echt zo is zoals ze Hem zich voorstellen. Maar die wegen lopen onderling zo drastisch uiteen dat pure logica ons wel moet vertellen dat ze het onmogelijk allemaal tegelijk bij het goede eind kunnen hebben. Irrationeel geloof is daarom een slechte gids, een blinde leidsman die blinden leidt (Matt. 15:14).

Het fundament van ons geloof

Terug naar de vijf wegen van Thomas van Aquino en zijn navolgers. Was daar nu iets mis mee?

Helaas moet het antwoord bevestigend zijn. In praktisch opzicht was er mee mis dat je op deze manier probeert Gods bestaan te bewijzen buiten zijn eigen Woord om, terwijl dat Woord juist de centrale plaats zou moeten innemen in onze overtuiging. Daar aan ten grondslag ligt echter een meer fundamentele fout. Deze bewijzen zijn opgezet om anderen te overtuigen, maar we hoeven alleen te weten wat ons zelf overtuigt, en of de grondslagen van dat geloof wel voldoende zijn. En zeg nu niet:

ik heb geen enkele twijfel,

want daar houdt het niet mee op. Al die mensen van de vorige alinea kennen evenmin enige twijfel, maar ze zitten er wel faliekant naast. Het fundament van ons geloof moet niet alleen hecht zijn, maar ook juist. Want alleen dan kunnen we verder. En alleen wanneer we volledig beseffen waarom we zelf geloven, en waarop dat besef gefundeerd is, zullen we werkelijk weten hoe anderen deelgenoot te maken van die overtuiging. En voor de rest kunnen we het overtuigen van anderen met een gerust hart overlaten aan God zelf.

R.C.R.

 

+

Voorgaand

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

Bijbels geloof en heidense filosofie

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

++

Aanvullende lectuur

  1. Filosofen, theologen en ogen naar de ware kennisgever van bestaan van God
  2. Doctrine, gedrag, oorzaak en gevolg
  3. Wonder van openbaring
  4. Instrumenten voor de vervulling van de profetie
  5. Begrijpend Zingen: Psalm 8: Heerschappij mens en luister
  6. 2de vraag: Wat of waar is het begin
  7. 3e vraag: Bestaat er een Goddelijke Schepper
  8. Een 1ste antwoord op de 4e vraag Wie God is 1 Een scheppend Wezen om aanbeden te worden
  9. Gods vergeten Woord 13 Schepping 5 Een God die het ter harte gaat
  10. Geloof vertrouwen voor het ongeziene
  11. Geloof en geloven
  12. Geloof
  13. Geloven in God
  14. Geloof in slechts één God

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

Waar gaat het nu uiteindelijk om in deze discussie over ‘intelligent design’?

Enerzijds zijn er bijbelgetrouwe christenen, ervan overtuigd dat God bestaat en de wereld heeft geschapen: voor hen valt daar niet aan te tornen. Anderzijds zijn er wetenschappers, die op grond van onderzoek tot conclusies zijn gekomen waarvan zij terecht menen dat je daar niet zomaar aan voorbij kan gaan.

Met geen van beide standpunten is op zichzelf iets mis. Er is zelfs geen fundamentele reden waarom die met elkaar in conflict zouden moeten zijn. Maar de discussie is vervuild geraakt doordat hij aan beide kanten in handen viel van fundamentalisten, die er een ‘godsdienstoorlog’ van hebben gemaakt.

De essentiële denkfout

Aan christelijke zijde is de basisfout al ten tijde van de ‘Verlichting’ gemaakt, door goed bedoelende gelovigen die in hun optimisme meenden dat je nu een oude droom in vervulling kon doen gaan: het bestaan van God wetenschappelijk bewijzen. Maar dat kan zo niet, en dus lukte dat ook niet. Het opkomend atheïsme heeft die voorzet voor open doel vervolgens vol benut: als die gelovigen het met hen eens zijn dat alles wat waar is ook wetenschappelijk te bewijzen valt, en als zij er dan vervolgens niet in slagen dat bewijs te leveren, dan is daarmee afdoende ‘aangetoond’ dat God dus niet bestaat, als een soort ‘bewijs uit het ongerijmde’.

Het grondprincipe van geloof is echter:

“Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven” (Johannes 20:29).

De ware gelovige gelooft om heel andere redenen dan die waar het in deze discussie voortdurend om gaat. En de ‘gelovige’ die voor zijn geloof wetenschappelijke bewijzen nodig heeft, zit bij voorbaat al op het verkeerde spoor. Die bewijsvoering dient dan ook niet om het geloof van gelovigen te versterken, maar om ongelovigen ‘plat’ te krijgen. Omdat het christendom zo onnadenkend is geweest zelf de discussie op deze basis aan te gaan, is zij vervolgens met haar eigen argumenten afgeslacht. Zij heeft, als een Eva, de verleider in haar hof uitgenodigd in de hoogmoedige overtuiging het debat met hem wel te zullen winnen, en kan nu niet meer terugvallen op het, op zichzelf juiste, argument dat de basis van dit debat zelf om te beginnen al volledig verkeerd is.

Wat de Bijbel ons werkelijk wil vertellen

“Wie tot God komt, moet geloven dat Hij bestaat” (Hebr. 11;6, NBG-51).

Dat moet het uitgangspunt zijn, niet het resultaat. Als de Schrift keer op keer spreekt over de wonderen van de schepping, is dat niet om Gods bestaan te bewijzen, maar om Zijn grootheid te benadrukken.

Een kind van God gelooft al in Zijn bestaan, en ziet om zich heen de bewijzen, niet van dat bestaan, maar van die grootheid en majesteit, en van Gods zorg voor Zijn kinderen.
Wij zijn de Schrift echter gaan lezen als beoordelaars in plaats van als leerlingen. Wij willen daarin vinden hoe God bezig is geweest in de schepping en niet waarom Hij dat allemaal heeft gedaan. Het eerste hoofdstuk van de Schrift vertelt ons dat God de aarde niet alleen maar heeft geschapen, maar dat Hij die vervolgens ook stap voor stap heeft ingericht en bewoonbaar gemaakt voor de mens. Dat moet ons leren dat de mens niet maar een toevallig bijproduct van die schepping is, maar het doel ervan, en dat wij mensen Hem dus kennelijk ter harte gaan. Maar wij gebruiken dat hoofdstuk alleen om uit te vinden hoeveel tijd het Hem koste om de klus te klaren, en hoe oud de aarde dus is; om het antwoord op die vraag vervolgens te gebruiken om onze mede gelovigen de maat te nemen: of de rechtzinnigheid van hun geloof wel door onze beugel kan. En we leiden er theorieën uit af over de wereld van voor de zondeval, gebaseerd op het feit dat God die situatie ‘zeer goed’ heeft genoemd (Gen. 1:31). Wat er in feite op neer komt dat wij God het recht ontzeggen die situatie zo aan te duiden wanneer die niet zou hebben voldaan aan onze criteria voor ‘zeer goed’.

Waar het echt om gaat

In de middeleeuwen was het een uitgemaakte zaak dat de aarde het middelpunt was van het heelal, want ‘dat stond duidelijk zo in de Bijbel’. En het was de christenheid volledig ontgaan dat de Schrift alleen spreekt van de aarde als het middelpunt van Gods doel met de schepping, en dat de vraag naar het fysieke middelpunt van het heelal daarvoor niet van belang is, en dat we het antwoord op die vraag daar dus ook niet kunnen vinden. In dat geval liggen de wetenschappelijke waarnemingen inmiddels echter zo duidelijk, dat de meeste van ons (hoewel niet allen!) daar intussen wel achter zijn. Maar het zou ons net zo duidelijk moeten zijn dat de beschrijving in Genesis 1 van de inrichting van die aarde (niet de schepping ervan) ons heel veel te vertellen heeft over Gods plan en doel met ons, en ook in dat geval helemaal niets over het fysieke proces. Maar op dat punt denken wij nog steeds middeleeuws, en dus gebruiken we dat hoofdstuk voor een totaal andere, volslagen onbijbelse, discussie.

De slotsom

Het wordt daarom hoog tijd terug te keren tot werkelijk bijbels denken.

“De hemel verhaalt van Gods majesteit, het uitspansel roemt het werk van zijn handen” aan hen die geloven (Ps 19:2),

om hun geloof te versterken. Maar het is geen wetenschappelijk bewijs voor Zijn bestaan, te gebruiken om anderen mee om de oren te slaan.

Genesis 1 maakt ons duidelijk dat

‘niets ons zal kunnen scheiden van de liefde van God’,

zoals ook het feit dat Hij,

‘toen wij nog zondaars waren’,

Zijn Zoon heeft gegeven om ons te verlossen uit de macht van de dood, ons daar nog verder van overtuigt. Maar het is niet bedoeld om ons een beschrijving te geven van Zijn werkweek, en al helemaal niet om er onze mede gelovigen de maat mee te nemen.

De middeleeuwen kenden felle discussies over de vraag hoeveel engelen konden dansen op de punt van een naald, maar niemands behoudenis heeft ooit afgehangen van het antwoord daarop. Zo zouden wij inderdaad moeten begrijpen dat deze schepping het resultaat is van een buitengewoon intelligent ontwerpplan, een plan bedoeld voor onze behoudenis. Maar dat zouden wij moeten koesteren als een kostbaar inzicht, ons door God geschonken om ons geloof te versterken, en om zo mogelijk te delen met anderen. Maar niet als een rechtvaardiging voor fundamentalistisch gedrag.

R.C.R.

+

Voorgaande

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Geloof en onderzoek: Schepping, intelligent design, evolutie (5) De atheïstische fundamentalist

Wetenschap en religie zijn met elkaar te rijmen

++

Aanvullende lectuur

  1. Grootste oorzaak van atheïsme in de wereld zijn de Christenen