Fundamenten van geloof 3: De Persoonlijkheid van God

Wanneer het voor ons eenmaal vaststaat dat er een Schepper is van alle leven, dan komt de vraag:

‘Wie is Hij dan?’

We hebben gezien dat Hij

‘een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken’.

Dit houdt noodzakelijkerwijs in dat Hij ieder mens moet zien en horen om te weten wie Hem ernstig zoeken. Het redelijke antwoord is daarom dat Hij een werkelijk Wezen moet zijn, dat niet ver van ons weg is. De Bijbel openbaart God dan ook als de hoogste van alle levende wezens, de Volmaakte en Heilige, geheel anders dan mensen, onzichtbaar maar niettemin aanwezig:

“God is Geest” (Johannes 4:24).

“Ik ben God en geen mens, heilig in uw midden”. (Hosea 11:9; vergelijk 1 Petrus 1:16)

“U dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is”. (Mattheüs 5:48)

“…hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid…”. (Romeinen 1:20)

God heeft de hemel als een even concrete woonplaats, als wij mensen de aarde:

“…De HERE heeft in de hemel zijn troon”. (Psalm 11:4)

“…hoor U dan in de hemel, de vaste plaats van uw woning…”. (1 Kon. 8:39)

“de enige Heerser…de Koning der koningen en de Here der Heren, die alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont, die geen van de mensen gezien heeft of zien kan”. (1 Timotheüs 6:15-16)

Want wij zouden zijn aanblik niet kunnen verdragen. Toen Mozes God vroeg of Hij zijn heerlijkheid mocht zien, toonde God Zich niet aan hem, maar maakte Hij hem zijn eigenschappen bekend:

“Hij zei: U zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven…wanneer mijn heerlijkheid voorbijgaat zal Ik u in de rotsholte zetten en u met mijn hand bedekken, totdat ik ben voorbijgegaan…De HERE ging aan hem voorbij en riep: HERE, HERE, God barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft; maar de schuldige houdt Hij zeker niet onschuldig…”. (Exodus 33:18-34:7)

Dat maakt Hem tot een werkelijk Wezen met een bewustzijn, met gevoel en genegenheid. Zijn eigenschappen vertelden het volk Israël Wie en wat Hij voor hen wilde zijn. Het bewijs van zijn bestaan en aanwezigheid zou dan ook blijken uit het waarmaken hiervan. Hierdoor werd Hij werkelijk de HERE, de

‘Ik zal zijn, die Ik zijn zal’.

Hetzelfde geldt voor alle beloften voor de toekomst, vooral die wat de Messias betreft. Wanneer God geen realiteit was, kon Hij onmogelijk mensen maken naar zijn beeld, waarvan zijn Christus Jezus, die Hij zijn Zoon noemde, het volmaakte voorbeeld is:

“En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem”. (Genesis 1:27)

“De Zoon…de afstraling van zijn heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen”. (Hebreeën 1:3)

Ondanks dat geen mens ooit God heeft gezien, gaven de apostelen aan dat zij in de Here Jezus iets hadden gezien van Wie en wat God is. Hij wordt daarom ‘Immanuël’ genoemd:

‘God met ons’:

“Indien u Mij zou kennen, zou u ook mijn Vader gekend hebben. Van nu aan kent u Hem en hebt u Hem gezien. Filippus zei tot Hem (Jezus): Here, toon ons de Vader en het is ons genoeg. Jezus zei tot hem: Ben Ik zolang bij u Filippus, en kent u Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien”. (Johannes 14:7-9)

“Het woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid”. (Johannes 1:14)

“Niemand heeft ooit God gezien, de eniggeboren Zoon, die aan de boezem van de Vader is, die heeft Hem doen kennen”. (Johannes 1:18)

Nu kennen wij God en zijn Zoon door de getuigenissen over Hen in de Bijbel. Straks zullen er echter niet meer woorden zijn, maar zullen allen die geloven de manifestatie van Gods heerlijkheid zien in zijn Zoon. En Hij zal ons de Vader tonen, zodat onze hoop en ons vertrouwen realiteit wordt:

“Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien”. (Mattheüs 5:8)

“…de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien”. (Hebreeën 12:14)

“Geliefden, nu zijn wij kinderen van God en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen; maar wij weten, dat, als Hij (de Zoon) zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is”. (1 Johannes 3:2)

“…en zijn dienstknechten zullen Hem vereren, en zij zullen zijn aangezicht zien”. (Openbaring 22:4)

Intussen mogen wij Hem noemen met een naam, die wijst op zijn innige relatie met mensen: Vader:

“Bidt u dan aldus: Onze Vader die in de hemelen bent”. (Mattheüs 6:9)

Uit dit alles blijkt dat God geen menselijk idee is, maar een reëel Wezen, met eigenschappen. En hoewel Hij vanwege onze zonde van ons gescheiden woont in de hemel, communiceert Hij met ons, komt Hij ons nabij door Zich in zijn woord bekend te maken en zijn eigenschappen en beloften werkelijkheid te maken in Christus Jezus. Hij is de afdruk van zijn wezen, zijn volmaakte Zoon. En evenals hij een Vader en Zoon relatie heeft met Hem, kan en wil God een relatie hebben met wie in hem geloven.

Vraag ter overdenking:
Wat is voor u de zekerheid dat God weet dat u bestaat en met u bezig is?

Een God van nabij

Wie in de Bijbel het getuigenis van en over gelovigen leest, bemerkt dat zij niet een idee aanhingen of allerlei theorieën nodig hadden om te bewijzen dat er een God moet zijn. Zij hebben een ervaringsgeloof, omdat zij de nabijheid van God hebben
bemerkt (Gen. 28:16-17). Hij verhoorde hun gebeden (zie Psalm 54 en 118), sloot verbonden met hen (Gen. 17), sprak tot hen door middel van engelen (Zacharia; Johannes in Openbaring), deed wonderen (door Mozes, Elia, Elisa, Jezus, de apostelen).
Zijn relatie met gelovigen blijkt uit hoe Hij hen noemde en behandelde: Zo noemde Hij Abraham zijn vriend (Jac. 2:23; vergelijk Ex. 33:11) en David de man naar zijn hart (1 Sam. 13:14; Hand. 13:22). God ziet ons vanuit de hemel (Psalm 33:13-19; 34:16; 2 Kron. 16:9; Jer. 16:17; Hebr. 4:13). Wie oprecht in Hem geloven, zal Hij nooit alleen laten (Gen. 28:13-15; Ex. 3:8; 2 Sam. 7;11-16; Psalm 34:8; Matth. 22:32). Hij toont zijn liefde en zorg voor zijn volk (Ex. 19:4; Jes. 46:3-4; Jer. 31:3; Hos. 11:3-4; Joh. 3:16; Matth. 6:25-34). Maar Gods bestaan en nabijheid blijken vooral hieruit dat Hij zijn verbonden nakomt en zijn beloften vervuld (Ex. 2:24; 13:11; Deut. 10:20-22; 1 Kon. 8:22-26; Psalm 89; Luc. 1:30-33; 54-55;68-79). Hij vertrouwt zijn wil toe aan betrouwbare mensen (Amos 3:7), zodat zij in Hem geloven als de God die hen vertelt wat in de toekomst zal gebeuren (Jes. 44:24-28; 45:18-21; vgl. Joh. 14:29; 16:1-4), en Die zij mogen vragen zijn beloften na te komen, zoals Daniël deed, en een engel maakte hem de toekomst van zijn volk en van hemzelf bekend (Dan. 9:1-12:13). Gebed is een uiting van geloof en verbondenheid met een levende Realiteit, anders zou het een spreken in het niets zijn. Het feit dat God een Verhoorder van gebeden is, bewijst dat Hij bestaat en ons vanuit de hemel kan zien en horen. Hij weet wat wij nodig hebben en wil het ons geven op grond van ons geloof, nu en/of in de toekomst (Psalm 145:15-19; Matth. 7:7-12; Joh.16:23-24). Intussen hebben wij de belofte dat Jezus daar is waar gelovigen bijeenkomen om hem te belijden, volgen en dienen als hun heer (Matth. 18:20; zie ook Hebr. 12:2-3).

J.D.

+

Voorgaande

Op zoek naar spiritualiteit 8 Eigen spiritualiteit

Een meer dan Grote God om naar op zoek te gaan

Fundamenten van het Geloof: De lankmoedigheid van God

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen

Al-Fatiha [De Opening] Surah 1: 4-7 Barmhartige Heer van de Schepping om ons de juiste weg te tonen

++

Aanvullend

  1. Betreft de Mens
  2. De Bijbel haar relevatie over God
  3. Gods vergeten Woord 15 Schepping 7 Vreze des Heren
  4. Gods vergeten Woord 20 Geopenbaarde Woord 5 Onoverbrugbare kloof
  5. Gods vergeten Woord 20 Volk van het Boek 4 Verloren wetboek
  6. Het begin van alles
  7. Een Naam voor een God #9 Vals geloof gevoed door vrees
  8. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #2 Aanroepen van de Naam van God
  9. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #1 Schepper en Zijn profeten
  10. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #6 Woorden tot voedsel en communicatie
  11. Echte boodschap van redding niet ver te zoeken
  12. Leren kennen van Hem die het hart kent
  13. Voor hen die beweren dat Jezus God is
  14. Het begin van Jezus #3 Voorgaande Tijden
  15. Het begin van Jezus #1 Menselijke aspecten
  16. Jezus van Nazareth #1 Jezus Geboorte
  17. Betreffende Christus # 2 Goddelijke bron, verband en goddelijk mens
  18. De Verlosser 2 Zijn goddelijke kant
  19. Ongelovige Thomassen, Jezus en zijn God

+++

Vindt verder ook om te lezen

  1. Onvoorwaardelijk zoeken // Seeking unconditionally
  2. Waarheid en Geloof // Truth and Faith
  3. Geschapen naar Gods beeld
  4. Geloofstwyfel : Waar vind ons God?
  5. Voel jy soms of die Here te vér is?
  6. De God van Doorbraak
  7. God van Doorbraak 3
  8. Verlange (Omgee) vir ander
  9. Waak jy en bid jy? Of slaap jy?
  10. Vertrou God as Hy nee sê
  11. Christen of “Christen-ish”?

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

De levende en waarachtige God

Geloof richt zich op het niet-waarneembare, wetenschap houdt zich bezig met het aantoonbare. Dat er geen wetenschappelijk bewijs zou zijn voor het bestaan van God, wil nog niet zeggen dat Hij niet bestaat. God bestaat niet omdat wij dat denken of geloven, maar Hij vraagt ons te geloven dat Hij er is en dat het zin heeft naar Hem te luisteren en Hem te dienen. Zonder Hem heeft geloven geen betekenis of doel. Buiten Hem is er geen God is zijn polariserende stelling:
“Weet daarom heden en neem het ter harte, dat de HERE de enige God is in de hemel daarboven en op de aarde hier beneden, er is geen ander”. (NBG Deuteronomium 4:39; vergelijk Jesaja 45)

Wie verwacht enig loon te ontvangen voor het leven dat hij of zij nu leidt, moet voldoen aan twee hoofdvoorwaarden:

“Want wie tot God komt moet geloven dat Hij bestaat en een beloner is voor wie hem ernstig zoeken”. (NBG Hebreeën 11:6)

Hoe kunnen wij weten dat God bestaat? En Wie is Hij?

De eerste vraag kan alleen worden beantwoord door God Zelf. Niemand heeft Hem ooit gezien en zijn bestaan moet daarom blijken uit het bewijs dat Hijzelf daarvan geeft: de voor ons merkbare gevolgen van wat Hij doet. God maakt Zich bekend als de Schepper, de Formeerder van nieuwe dingen, van iets dat voordien niet bestond, of wat nog niet gezien kon worden. Hij zegt zelfs iets dat verging opnieuw te kunnen genereren, bijvoorbeeld door een mens op te wekken, die weerkeerde tot het stof waaruit hij werd gemaakt:

“Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord van God tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare”. (NBG Hebreeën 11:3)

“…die God…die de doden levend maakt en het niet zijnde tot aanzijn roept”. (NBG Romeinen 4:17)

Het geloof dat God in Hem vraagt is geen vaag besef maar een vast vertrouwen dat het zo is of zal zijn wat Hij zegt. Daarnaast getuigen ontwerp en functioneren van de natuur als geheel en de schoonheid van de schepping met de daarin verborgen krachten dat er een Schepper moet zijn:

“Het geloof nu is de zekerheid van (het vertrouwen op de) de dingen, die men hoopt, en het bewijs van de dingen, die men niet ziet”. (NBG Hebreeën 11:1)

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

“De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk van zijn handen…Het is geen sprake en het zijn geen woorden, hun stem wordt niet vernomen: toch gaat hun prediking uit over de ganse aarde en hun taal tot aan het einde van de wereld” (Psalm 19:2-7)

Paulus schreef dat wie Gods’ bestaan niet erkent geen excuus heeft:

“Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping van de wereld uit zijn werken met het verstand doorzien” (NBG Romeinen 1:20)

Psalm 33 is een overdenking van de consequenties van dat feit:

“Door het woord van de HERE zijn de hemelen gemaakt, door de adem van zijn mond al hun heer…De ganse aarde vreze voor de HERE, al de bewoners van de wereld moeten voor Hem ontzag hebben. Want Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er”. (NBG Psalm 33:6-9)

Dat alles tot stand kwam door Gods’ machtswoord is het getuigenis van de Bijbel, waarin God heeft geopenbaard wat Hij heeft gedaan. Dit is geen mythe, maar een feit. Wanneer wij het woord van mensen niet vertrouwen, dat van de mensenzoon Jezus dan toch wel, mogen wij hopen, want Hij zei eens:

“Hebt u niet gelezen, dat de Schepper hen van den beginne als man en vrouw heeft gemaakt?” (NBG Mattheüs 19:4)

“Mijn Vader werkt tot nu toe, en Ik werk ook” (NBG Johannes 5:17)

God heeft Zich niet teruggetrokken na zijn scheppingswerk, zoals velen menen, en Hij is ook niet dood, maar Hij leeft en werkt aan de voltooiing van zijn plan. Zonder Hem zouden wij niets zijn of kunnen. In hetzelfde geloof als zijn Here maakte Paulus God overal bekend als:

“de levende God, die de hemel, de aarde, de zee en al wat erin is gemaakt heeft”. (NBG Handelingen 14:15)

“De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde…daar Hij zelf aan allen leven en adem geeft. Hij heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt om op de ganse oppervlakte van de aarde te wonen en Hij heeft de hun toegemeten tijden en grenzen van hun woonplaatsen bepaald, opdat zij God zouden zoeken, of zij hem al tastende vinden mochten, hoewel Hij niet ver is van een ieder van ons. Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij…”. (NBG Handelingen 17:24-28)

Het bijzondere van het volk Israël is het geloof in één God. Andere volken kenden vele goden, die verantwoordelijk waren voor het goede en kwade dat hen overkwam. Maar de God die uit het nageslacht van Abraham, Isaak en Jakob het volk Israël heeft geformeerd, zegt dezelfde te zijn als Die de hemel en de aarde, en al wat daarin en daarop is, gemaakt heeft:

“De HERE is de waarachtige God, Hij is de levende God…De goden, die de hemel en de aarde niet gemaakt hebben, zullen vergaan van de aarde en van onder de hemel. Hij maakt de aarde door zijn kracht, Hij bereidt de wereld toe door zijn wijsheid en breidt de hemel uit door zijn verstand…Hij is de Formeerder van alles en Israël is de stam van zijn erfenis: HERE der heerscharen is zijn naam”. (NBG Jeremia 10:1-16; 51:15-19; vergelijk Jesaja 45)

Gelovigen in Israël en in de eerste christelijke gemeenten geloofden in deze ene God, die Zich openbaart in de Bijbel en de werken van zijn hand.

Vraag ter overdenking: Wanneer u zegt in de God van de Bijbel te geloven, Wie is Hij dan voor u?

De enige God

God hecht er veel belang aan dat wij inzien dat er maar één God is:

De Schepper van al wat leeft, die zich openbaart in de Bijbel, als zijn enige woord tot mensen. Dit sluit niet alleen de door mensen verzonnen afgoden uit, maar ook ieder ander die beweert God te zijn: Deuteronomium 6:4; Marcus 12:28-34; Jesaja 4:6-8; 45:9-25.

De God die doet wat Hij gezegd heeft

Gods Name on the Scrolls – Gods Naam op de boekrollen

Toen God Zich bekendmaakte aan Mozes, vroeg Mozes Hem naar zijn naam. Deze naam is door Israël, uit ontzag en respect niet uitgesproken, maar bewaard gebleven als JHWH, Jahweh (Jehova). In onze Bijbel weergegeven met HERE. Het belang van de naam is niet de juistheid van het uitspreken van het woord als zodanig, maar de betekenis die God Zelf daaraan gaf:

‘Ik ben’.

Voor het juiste verstaan hiervan, dienen we te kijken naar wat God is voor zijn volk, namelijk de God, die doet wat Hij zegt, wat Hij belooft:

te beginnen bij wat Hij hun vaderen Abraham, Isaak en Jakob beloofde, maar
ook wat Hij hen in Egypte en bij de berg Horeb beloofde. Daarom is de vertaling

‘Ik ben die Ik ben’

misschien beter te vervangen door

‘Ik ben, die Ik zijn zal’ of ‘Ik zal zijn, die Ik zijn zal’ (Exodus 3:12-15; Let steeds op het werkwoord zullen, vergelijk Exodus
6:5 en 33:9; Openbaringen 1:8).

J.D

+

Voorgaande

Fundamenten van het Geloof: De lankmoedigheid van God

++

Aanvullende lectuur

  1. Geloof en geloven
  2. Geloof in slechts één God
  3. Belangrijkheid van Gods Naam
  4. Heer, Yahuwah, Yeshua of Yahushua
  5. Jehovah Yahweh Gods Name – Gods Naam
  6. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #2 Aanroepen van de Naam van God
  7. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #11 Gebed #9 Heiliging van Dé Naam
  8. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #13 Gebed #11 Naam om apart geplaatst te worden
  9. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #15 Expositie voor de Schepper
  10. Prijs en zeg dank tot God de Allerhoogste
  11. Al-Fatiha [The Opening/De Opening] Süra 1:1-3 In the name of Allah the Merciful Lord Of The Creation
  12. Al-Fatiha [De Opening] Surah 1: 1-7 Hulp van God onze Schepper
  13. Ik ben die ben Ehyeh-Asher-Ehyeh אהיה אשר אהיה
  14. Hashem השם, Hebreeuws voor “de Naam”
  15. Archeologische vondst omtrent de Naam van God YHWH
  16. Een Drievoudige God of simpelweg een éénvoudige God
  17. Gebruik van Jehovahs naam
  18. Use of /Gebruik van Jehovah or/of Yahweh in Bible Translations/Bijbel vertalingen
  19. De NIV en de Naam van God
  20. Breng glorie aan Jehovah God de Allerhoogste
  21. Plan van de goddelijke maker
  22. Reddingsplan
  23. Plan van God en wereldvrede
  24. Zonder God geen reden, geen doel, geen hoop
  25. Geloof in Jezus Christus
  26. Heb vertrouwen in je geloof … twijfel aan je twijfels
  27. Wonder van openbaring

+++

Gerelateerd

  1. How to Prove God Exists
  2. The existence of God
  3. Stop saying that it’s ‘obvious’ that God exists
  4. Proofs for Existence of Allaah
  5. Is God, as First Cause, a Numerical First of Many Causes?
  6. Finding God
  7. How to Handle Talking About God
  8. “Seeing” God More Clearly
  9. An Escape Mechanism
  10. Clues of God
  11. An Evidential Argument from ‘Non-God Objects’