Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 3: Het bewijs van Gods bestaan (3) De Natuur als mechanisme

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 3: Het bewijs van Gods bestaan (3) De Natuur als mechanisme

Menselijke toewijzing

Verne (foto door Nadar omstreeks 1890)

Franse romanschrijver, dichter en toneelschrijver Jules Verne (foto door Nadar omstreeks 1890) – De samenwerking van Verne met de uitgever Pierre-Jules Hetzel leidde tot de oprichting van de Voyages extraordinaires, een zeer populaire serie nauwgezet onderzochte avonturenromans waaronder De la Terre à la Lune (1865), Vingt Mille Lieues sous les mers (1870), Le Tour du monde en quatre-vingts jours (1873).

De mens heeft millennia lang alles wat hij niet begreep toegeschreven aan de hand van God. Maar de opkomst van de wetenschap stelde hem in staat de natuur steeds meer te beschrijven en te begrijpen. Dat op zijn beurt stelde hem in staat machines te ontwikkelen en te bouwen die hem ten dienste begonnen te staan. Voor wetenschappers en ingenieurs begon de logica van dit alles steeds duidelijker te worden, maar voor het grote publiek grensde dit aanvankelijk nog zeer dicht aan zwarte magie. Nog vroeg in de 20e eeuw kon de schrijfster van een stuiversroman de spanning bij haar lezeressen dramatisch verhogen door een bepaalde dubieuze figuur nader aan te duiden als een ingenieur. Mysterieuzer kon het nauwelijks. Anderzijds kon een alert wetenschapsjournalist als Jules Verne de spannendste verhalen schrijven door alleen maar de ontwikkelingen van zijn tijd in een geschikte omgeving een hoofdrol te laten spelen. En het is tekenend dat hij daarmee de geschiedenis is ingegaan als een visionaire toekomstvoorspeller. Terwijl zijn verhalen toch alleen maar waren gebaseerd op kennis die op laboratoriumschaal al voldoende was aangetoond.

De natuur als mechanisme

Het hoeft dus weinig verbazing te wekken dat de gelovige burger in die tijd sterk werd aangesproken door een beschrijving van de natuur als een (buitengewoon gecompliceerd) mechanisme. Het hele begrip mechanisme had al iets goddelijks, dus wat kon er beter dienen om de grootsheid van Gods schepping te beschrijven dan de vergelijking met een super mechanisme. Met God Zelf als het superbrein (de ultieme ingenieur) die dat alles had uitgedacht en gebouwd.

Vooral de buitengewoon gecompliceerde levende natuur, in al haar talloze verschijningsvormen, elk optimaal aangepast aan zijn specifieke levensomstandigheden, sprak de 19e eeuwse mens buitengewoon aan: dat moest wel het ultieme bewijs zijn van Gods bestaan:

alles door Hem geschapen ‘naar zijn aard’.

En het was in die wereld dat er, vroeg in de19e eeuw, een boek verscheen dat de standaardbenadering is geworden van alle creationisten:

‘Natural Theology’ (natuurlijke theologie)

File:William Paley by George Romney.jpg

Engelse geestelijke, christelijke apoloog, filosoof en utilitair William Paley, door George Romney

van de Engelse dominee Paley. We hadden het daar al over in de serie over ‘Intelligent Design’ (intelligent ontwerp). Paley vergeleek de schepping met een horloge, in die tijd een toppunt van mechanische precisie, en concludeerde dat je daaruit wel moest concluderen dat dit het product was van een intelligente ontwerper, dus God.

Darwin

Helaas kwam deze conclusie wat op de tocht te staan toen Charles Darwin halfweg die eeuw met de (wetenschappelijk gezien) interessante hypothese kwam dat het leven in staat zou zijn zich aan zijn omgeving aan te passen. In het belang van de wetenschappelijke objectiviteit moeten we hier misschien eerst enkele broodjes aap opruimen.

• Darwin heeft nooit getracht te ‘bewijzen’ dat dergelijke aanpassing heeft kunnen leiden tot de totale diversiviteit aan levensvormen die wij op aarde vinden. Hij heeft slechts een hypothese opgesteld voor hoe dat zou kunnen zijn gebeurd, en het aan anderen over gelaten de bewijzen daarvoor te verzamelen.

• Darwin heeft nooit de bedoeling gehad met zijn hypothese de Bijbel te weerleggen. Hoewel zijn naam voor huidige creationisten zo ongeveer de belichaming is van het kwaad in eigen persoon, heeft de man zelf juist geworsteld met de vermeende theologische consequenties van zijn ideeën.

• Darwins hypothese bevatte geen enkel element voor het ontstaan van het leven zelf. Dat is er later door anderen aan toegevoegd.

De tekortkomingen van de beschrijving

Wanneer we ons echter losmaken van de traditionele controverse (op zichzelf al moeilijk genoeg) en ons eerlijk en objectief proberen af te vragen, wat dit alles ons nu leert, dan moeten we constateren dat Darwins ideeën, ongeacht wat ze waard zijn, wel degelijk een zwakte in de beschrijving van de levende natuur als mechanisme hebben blootgelegd, namelijk dat die onvoldoende rekening houdt met de specifieke eigenschappen van levende organismen. Anders gezegd: hij is veel te beperkt!

Het werktuigbouwkundig mechanisme was destijds het meest geavanceerde dat de mens zelf kon voortbrengen, maar daarmee heb je nog niet Gods werk in voldoende mate beschreven. Jesaja hekelt de neiging van zijn tijdgenoten hun goden gelijk te stellen aan het meest volmaakte dat zij kennen: een ‘pronkstuk van een mens’, vervaardigd met de meest geavanceerde technieken van destijds. Maar eigenlijk deed de 19e eeuwse mens niet anders toen hij Gods handwerk verge-leek met het beste dat hijzelf kon voortbrengen, terwijl de werkelijkheid die verre overtrof.

De huidige maatschappij heeft overigens op gelijke wijze de neiging alles om zich heen te beschrijven als een soort supercomputer. De neiging van de mens om Gods handwerk te beschrijven als het meest geavanceerde dat hijzelf op dat moment kan produceren, is kennelijk onuitroeibaar. En dat zou je wantrouwig moeten maken: zo’n beschrijving is blijkbaar nogal modegevoelig. Een mechanisme is echter star: het kan alleen dat doen waarvoor het is ontworpen, en zal dat nooit kunnen veranderen of verbeteren. Het is tot aan het einde van zijn levensduur gebonden aan die ene ingebouwde functie of groep van functies. Terwijl een levend organisme zich kan ontwikkelen, kan leren, beslissingen kan nemen, kan kiezen, en zich-zelf in bepaalde mate zelfs kan herstellen van opgelopen schade. Dat maakt het tot iets oneindig veel groters dan Paleys horloge.

Wanneer het zich werkelijk, over vele generaties, ook nog zou kunnen aanpassen aan zijn omgeving, zou dat het alleen maar nog grootser maken. Vanuit dat oogpunt gezien is het daarom eigenlijk uiterst merkwaardig dat zoveel orthodoxe christenen dat juist met alle macht proberen te ontkennen; nota bene met het argument dat dat afbreuk zou doen aan Gods grootheid, terwijl in feite het omgekeerde het geval is. Maar zoals we in de serie over Intelligent Design al zagen: deze houding is een onvermijdelijk gevolg van de poging op deze manier het bestaan van God te willen bewijzen. En dat brengt ons dus tot de conclusie dat die goedbedoelde poging zo dat bewijs te leveren in de praktijk juist leidt tot een afbreuk aan de grootheid van Gods werk, dat we dan immers verlagen tot het niveau van menselijk ambachtswerk.

R.C.R.

+

Voorgaande

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Fundamenten van geloof 3: De Persoonlijkheid van God

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek 1: Een wetenschappelijke benadering

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 2: Het bewijs van Gods bestaan (2)

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

Een meer dan Grote God om naar op zoek te gaan

El Shaddai Die verscheen voor Abraham

++

Aanvullend

  1. Onzeker over relevantie Bijbel
  2. Filosofen, theologen en ogen naar de ware kennisgever van bestaan van God
  3. Hoge herkenningen. . . . Het hele licht van het universum
  4. Begrijpend Zingen: Psalm 8: Heerschappij mens en luister
  5. Wonder van openbaring
  6. Uitdagende vordering 4 Goddelijk geïnspireerd 3 Zelf-consistente Woord van God
  7. Gedachte bij de Bijbellezing van 27 december: Elihu verklaart de majesteit van God
  8. Een moment van Bezinning, even maar

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

Waar gaat het nu uiteindelijk om in deze discussie over ‘intelligent design’?

Enerzijds zijn er bijbelgetrouwe christenen, ervan overtuigd dat God bestaat en de wereld heeft geschapen: voor hen valt daar niet aan te tornen. Anderzijds zijn er wetenschappers, die op grond van onderzoek tot conclusies zijn gekomen waarvan zij terecht menen dat je daar niet zomaar aan voorbij kan gaan.

Met geen van beide standpunten is op zichzelf iets mis. Er is zelfs geen fundamentele reden waarom die met elkaar in conflict zouden moeten zijn. Maar de discussie is vervuild geraakt doordat hij aan beide kanten in handen viel van fundamentalisten, die er een ‘godsdienstoorlog’ van hebben gemaakt.

De essentiële denkfout

Aan christelijke zijde is de basisfout al ten tijde van de ‘Verlichting’ gemaakt, door goed bedoelende gelovigen die in hun optimisme meenden dat je nu een oude droom in vervulling kon doen gaan: het bestaan van God wetenschappelijk bewijzen. Maar dat kan zo niet, en dus lukte dat ook niet. Het opkomend atheïsme heeft die voorzet voor open doel vervolgens vol benut: als die gelovigen het met hen eens zijn dat alles wat waar is ook wetenschappelijk te bewijzen valt, en als zij er dan vervolgens niet in slagen dat bewijs te leveren, dan is daarmee afdoende ‘aangetoond’ dat God dus niet bestaat, als een soort ‘bewijs uit het ongerijmde’.

Het grondprincipe van geloof is echter:

“Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven” (Johannes 20:29).

De ware gelovige gelooft om heel andere redenen dan die waar het in deze discussie voortdurend om gaat. En de ‘gelovige’ die voor zijn geloof wetenschappelijke bewijzen nodig heeft, zit bij voorbaat al op het verkeerde spoor. Die bewijsvoering dient dan ook niet om het geloof van gelovigen te versterken, maar om ongelovigen ‘plat’ te krijgen. Omdat het christendom zo onnadenkend is geweest zelf de discussie op deze basis aan te gaan, is zij vervolgens met haar eigen argumenten afgeslacht. Zij heeft, als een Eva, de verleider in haar hof uitgenodigd in de hoogmoedige overtuiging het debat met hem wel te zullen winnen, en kan nu niet meer terugvallen op het, op zichzelf juiste, argument dat de basis van dit debat zelf om te beginnen al volledig verkeerd is.

Wat de Bijbel ons werkelijk wil vertellen

“Wie tot God komt, moet geloven dat Hij bestaat” (Hebr. 11;6, NBG-51).

Dat moet het uitgangspunt zijn, niet het resultaat. Als de Schrift keer op keer spreekt over de wonderen van de schepping, is dat niet om Gods bestaan te bewijzen, maar om Zijn grootheid te benadrukken.

Een kind van God gelooft al in Zijn bestaan, en ziet om zich heen de bewijzen, niet van dat bestaan, maar van die grootheid en majesteit, en van Gods zorg voor Zijn kinderen.
Wij zijn de Schrift echter gaan lezen als beoordelaars in plaats van als leerlingen. Wij willen daarin vinden hoe God bezig is geweest in de schepping en niet waarom Hij dat allemaal heeft gedaan. Het eerste hoofdstuk van de Schrift vertelt ons dat God de aarde niet alleen maar heeft geschapen, maar dat Hij die vervolgens ook stap voor stap heeft ingericht en bewoonbaar gemaakt voor de mens. Dat moet ons leren dat de mens niet maar een toevallig bijproduct van die schepping is, maar het doel ervan, en dat wij mensen Hem dus kennelijk ter harte gaan. Maar wij gebruiken dat hoofdstuk alleen om uit te vinden hoeveel tijd het Hem koste om de klus te klaren, en hoe oud de aarde dus is; om het antwoord op die vraag vervolgens te gebruiken om onze mede gelovigen de maat te nemen: of de rechtzinnigheid van hun geloof wel door onze beugel kan. En we leiden er theorieën uit af over de wereld van voor de zondeval, gebaseerd op het feit dat God die situatie ‘zeer goed’ heeft genoemd (Gen. 1:31). Wat er in feite op neer komt dat wij God het recht ontzeggen die situatie zo aan te duiden wanneer die niet zou hebben voldaan aan onze criteria voor ‘zeer goed’.

Waar het echt om gaat

In de middeleeuwen was het een uitgemaakte zaak dat de aarde het middelpunt was van het heelal, want ‘dat stond duidelijk zo in de Bijbel’. En het was de christenheid volledig ontgaan dat de Schrift alleen spreekt van de aarde als het middelpunt van Gods doel met de schepping, en dat de vraag naar het fysieke middelpunt van het heelal daarvoor niet van belang is, en dat we het antwoord op die vraag daar dus ook niet kunnen vinden. In dat geval liggen de wetenschappelijke waarnemingen inmiddels echter zo duidelijk, dat de meeste van ons (hoewel niet allen!) daar intussen wel achter zijn. Maar het zou ons net zo duidelijk moeten zijn dat de beschrijving in Genesis 1 van de inrichting van die aarde (niet de schepping ervan) ons heel veel te vertellen heeft over Gods plan en doel met ons, en ook in dat geval helemaal niets over het fysieke proces. Maar op dat punt denken wij nog steeds middeleeuws, en dus gebruiken we dat hoofdstuk voor een totaal andere, volslagen onbijbelse, discussie.

De slotsom

Het wordt daarom hoog tijd terug te keren tot werkelijk bijbels denken.

“De hemel verhaalt van Gods majesteit, het uitspansel roemt het werk van zijn handen” aan hen die geloven (Ps 19:2),

om hun geloof te versterken. Maar het is geen wetenschappelijk bewijs voor Zijn bestaan, te gebruiken om anderen mee om de oren te slaan.

Genesis 1 maakt ons duidelijk dat

‘niets ons zal kunnen scheiden van de liefde van God’,

zoals ook het feit dat Hij,

‘toen wij nog zondaars waren’,

Zijn Zoon heeft gegeven om ons te verlossen uit de macht van de dood, ons daar nog verder van overtuigt. Maar het is niet bedoeld om ons een beschrijving te geven van Zijn werkweek, en al helemaal niet om er onze mede gelovigen de maat mee te nemen.

De middeleeuwen kenden felle discussies over de vraag hoeveel engelen konden dansen op de punt van een naald, maar niemands behoudenis heeft ooit afgehangen van het antwoord daarop. Zo zouden wij inderdaad moeten begrijpen dat deze schepping het resultaat is van een buitengewoon intelligent ontwerpplan, een plan bedoeld voor onze behoudenis. Maar dat zouden wij moeten koesteren als een kostbaar inzicht, ons door God geschonken om ons geloof te versterken, en om zo mogelijk te delen met anderen. Maar niet als een rechtvaardiging voor fundamentalistisch gedrag.

R.C.R.

+

Voorgaande

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen en horlogemakers

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Geloof en onderzoek: Schepping, intelligent design, evolutie (5) De atheïstische fundamentalist

Wetenschap en religie zijn met elkaar te rijmen

++

Aanvullende lectuur

  1. Grootste oorzaak van atheïsme in de wereld zijn de Christenen

El Shaddai Die verscheen voor Abraham

 

“IN HET BEGIN schiep God de hemel en de aarde.” (Genesis 1:1 WV78)

“Toen Abram negenennegentig jaar was, verscheen Jahwe hem en zei: ‘Ik ben God almachtig, richt uw schreden naar Mij en gedraag u onberispelijk.” (Genesis 17:1 WV78)

–  17 Toen A̱bram nu negenennegentig jaar oud was, verscheen Jehovah aan A̱bram en zei tot hem:+ „Ik ben God de Almachtige.*+ Wandel voor mijn aangezicht en betoon u onberispelijk.+ En ik wil mijn verbond geven tussen mij en u,+ opdat ik u zeer, zeer moge vermenigvuldigen.”+

En God* sprak verder tot Mo̱zes en zei tot hem: „Ik ben Jehovah.+ En aan A̱braham,+ I̱saäk+ en Ja̱kob+ ben ik altijd verschenen als God de Almachtige,*+ maar wat mijn naam Jehovah+ betreft,* daarmee heb ik mij niet aan hen bekendgemaakt.*+

“2 Wederom richtte God het woord tot Mozes en sprak tot hem: ‘Ik ben Jahwe. 3 Aan Abraham, aan Isaak en aan Jakob ben Ik verschenen als God Almachtig; mijn naam Jahwe heb Ik hun niet geopenbaard.” (Exodus 6:2-3 WV78)

“Wie is van de goden als gij, o Jahwe? Wie is er als Gij, schrikwekkend en heilig. om roemvolle daden geducht, om wonder na wonder?” (Exodus 15:11 WV78)

“Nu weet ik dat Jahwe groter is dan alle andere goden.’” (Exodus 18:11 WV78)

“Maar hij voegde er aan toe: ‘Mijn gelaat kunt gij niet zien, want geen mens kan mijn gelaat zien en in leven blijven.’” (Exodus 33:20 WV78)

“4  Luister, Israel, Jahwe is onze God, Jahwe alleen! 5 Gij moet Jahwe uw God beminnen met heel uw hart, met heel uw ziel en met al uw krachten. 6 De geboden die ik u heden voorschrijf, moet ge in uw hart prenten. 7 Ge moet er met uw kinderen telkens opnieuw over spreken, wanneer ge thuis zijt en onderweg, als ge slapen gaat en opstaat. 8 Bind ze als een teken op uw hand en als een band op uw voorhoofd. 9 Grif ze in de deurposten van uw huis en op de poorten van uw stad.” (Deuteronomium 6:4-9 WV78)

“Jahwe’s naam roep ik uit: Breng hulde aan onze God!” (Deuteronomium 32:3 WV78)

“Aan U, Jahwe, behoort de grootheid en de kracht, de luister, de roem en de majesteit, want aan U, Jahwe, behoort alles in de hemel en op de aarde. Aan U, Jahwe, behoort het koningschap, aan U, die als hoofd boven alles verheven bent.” (1 Kronieken 29:11 WV78)

“(2:4) De tempel die ik wil bouwen zal groot zijn, want onze God is de grootste van alle goden.” (2 Kronieken 2:5 WV78)

“Ja, hoogverheven is God, we kennen Hem niet, onnaspeurlijk is zijn ouderdom.” (Job 36:26 WV78)

“(46:11) Laat af en beseft dat Ik God ben, Ik: boven de volken verheven, verheven hoog boven de aarde.” (Psalmen 46:10 WV78)

“Een lied. Een psalm van de Korachieten. (48:2) Groot, hoog te loven Jahwe: in de stad van Hem, onze God, waar zijn heilige berg zich verheft, -” (Psalmen 48:1 WV78)

“uw gerechtigheid, God, naar zij oprijst, hoe Gij grote dingen gedaan hebt. Wie is, o God, gelijk Gij?” (Psalmen 71:19 WV78)

“Geloofd zij God de Heer, de God van Israel, die wonderen doet, Hij alleen.” (Psalmen 72:18 WV78)

“(83:19) weten zij dat slechts Gij – wiens naam is de Heer – over heel de aarde ten troon zit.” (Psalmen 83:18 WV78)

“Geen god, Heer komt U nabij, uw werken zijn onvergelijkelijk;” (Psalmen 86:8 WV78)

“(89:7) Wie daarboven reikt tot de Heer, welke godenzoon evenaart Hem?” (Psalmen 89:6 WV78)

“(92:6) Hoe groots is uw schepping, o Heer, hoe grondeloos zijn uw gedachten,” (Psalmen 92:5 WV78)

“3 Want een godheid groot is de Heer, koning groot, alle goden te boven. 4 In zijn hand zijn aan de diepten der aarde en de steilten der bergen beheerst. Hij; 5 aan Hem hoort de zee want Hij schiep haar, en het land, dat zijn handen formeerden. 6 Nadert, buigen deemoedig wij neer, knielen wij voor de Heer die ons maakte: 7  onze God is Hij, wij zijn het volk dat Hij weidt – de schapen in zijn hoede. Het is heden! hoort naar zijn stem: 8 verhardt niet uw hart, als bij Meriba, als bij Massa, toen in de woestijn; 9 toen uw vaderen Mij hebben verzocht, Mij tartten – en nog zagen mijn daden!” (Psalmen 95:3-9 WV78)

“Want Gij zijt de Heer, souverein, boven heel de aarde verrijzend, hoog – alle goden te boven.” (Psalmen 97:9 WV78)

“Bevrijding schonk Hij zijn volk, schiep voor de eeuwigheid zijn verbond. Heilig, ontzagwekkend zijn naam!” (Psalmen 111:9 WV78)

“Ik belijd het: groot is de Heer, onze Heer – alle goden te boven.” (Psalmen 135:5 WV78)

“Groot is de Heer, hoog te loven, nooit is te doorgronden zijn grootheid.” (Psalmen 145:3 WV78)

“Maar Jahwe van de legerscharen wordt groot in zijn oordeel, in zijn gerechtigheid toont de heilige God zijn heiligheid.” (Jesaja 5:16 WV78)

“Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is Jahwe van de machten; al wat de aarde vult is zijn heerlijkheid.’” (Jesaja 6:3 WV78)

“Jahwe van de legerscharen moet gij als heilig beschouwen, alleen voor Hem moet gij vrezen en beducht zijn.” (Jesaja 8:13 WV78)

“Met wie zoudt gij God vergelijken en welke voorstelling zoudt gij u van Hem maken?” (Jesaja 40:18 WV78)

“Ik, Ik alleen ben Jahwe, en een redder buiten Mij is er niet.” (Jesaja 43:11 WV78)

“Weest niet beangst of radeloos: heb Ik het u niet van oudsher bekend gemaakt en verkondigd? Gij zijt mij getuigen: is er een god buiten Mij? Er is geen andere rots, Ik ken er geen!” (Jesaja 44:8 WV78)

“Want zo spreekt de Hoogverhevene, die troont voor eeuwig, wiens naam de Heilige is: ‘Ik ben de Heilige die woont in den hoge, maar ook in het geslagen en diep vernederd gemoed: Ik geef nieuw leven aan het vernederd gemoed, nieuw leven aan het geslagen hart.” (Jesaja 57:15 WV78)

“Iedereen moet U vrezen, koning van de volken; dat komt U toe. Onder de wijze mannen van volken en koninkrijken is niemand aan U gelijk,” (Jeremia 10:7 WV78)

“Als in een geurige gave zal Ik behagen in u scheppen, als Ik u heb weggeleid uit de volken en u heb samengebracht uit de landen waarover ge verstrooid zijt, en zo door u aan de volken getoond heb dat Ik de Heilige ben.” (Ezechiël 20:41 WV78)

“Ik zal voor mijn grote naam, die ontwijd is onder de volken, die door u onder hen ontwijd is, weer eerbied afdwingen en door u aan de volken tonen dat Ik de Heilige ben; zo zullen de volken erkennen dat Ik Jahwe ben, luidt de godsspraak van Jahwe de Heer.” (Ezechiël 36:23 WV78)

“Zo zal Ik mijn grootheid laten zien en tonen dat Ik de Heilige ben. Wanneer Ik Mij openbaar zullen alle volken erkennen dat Ik Jahwe ben..” (Ezechiël 38:23 WV78)

“De koning zei tot Daniel: ‘Waarlijk, uw God is de God der goden en de heer der koningen. Hij openbaart geheimen en daarom hebt u dit geheim kunnen ontsluieren.’” (Daniël 2:47 WV78)

“(3:5) Zo zal het gaan: alwie de naam van Jahwe aanroept, hij wordt gered, want op de berg Sion en in Jeruzalem daar zal de redding zijn, zoals Jahwe heeft gezegd. En degenen die door Jahwe worden geroepen, zij zijn het die ontkomen.” (Joël 2:32 WV78)

“Maar voorwaar, dan geef Ik mijn volk andere lippen, reine lippen, om allen de naam van Jahwe aan te roepen en Hem te dienen, zij aan zij.” (Sefanja 3:9 WV78)

“Gij moet daarom zo bidden: Onze Vader die in de hemel zijt, Uw Naam worde geheiligd;” (Mattheüs 6:9 WV78)

“Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt ge Mij goed? Niemand is goed dan God alleen.” (Markus 10:18 WV78)

“omdat aan mij zijn wonderwerken deed Die machtig is, en heilig is zijn Naam.” (Lukas 1:49 WV78)

“God is geest, en wie Hem aanbidden moeten Hem in geest en waarheid aanbidden.’” (Johannes 4:24 WV78)

“1  Zo sprak Jezus. Toen sloeg Hij zijn ogen ten hemel en zei: ‘Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijke. 2 Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen om eeuwig leven te schenken aan allen die Gij Hem gegeven hebt. 3 En dit is het eeuwig leven, dat zij U kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden, Jezus Christus.” (Johannes 17:1-3 WV78)

“Ik heb uw Naam geopenbaard aan de mensen die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. U behoorden ze toe; Mij hebt Gij ze gegeven en zij hebben uw woord onderhouden.” (Johannes 17:6 WV78)

“25 Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend, Ik heb U erkend, en dezen hier hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt. 26 Uw naam heb Ik hun geopenbaard en Ik zal dit blijven doen, opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad, in hen moge zijn en Ik in hen.’” (Johannes 17:25-26 WV78)

“Dan zal het geschieden, dat ieder die de naam des Heren aanroept, gered zal worden.” (Handelingen 2:21 WV78)

“Van de schepping der wereld af wordt zijn onzichtbaar wezen door de rede in zijn werken aanschouwd, zijn eeuwige macht namelijk en zijn godheid. Daarom zijn zij niet te verontschuldigen.” (Romeinen 1:20 WV78)

“Want alwie de naam van de Heer aanroept zal gered worden.” (Romeinen 10:13 WV78)

“O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis! Hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen!” (Romeinen 11:33 WV78)

“4  Wat nu het eten van offervlees betreft, wij weten dat er in de hele wereld geen afgod bestaat en dat er geen God is behalve een. 5 Want al zijn er ook zogenaamde goden, hetzij in de hemel hetzij op aarde – en in deze zin zijn er ongetwijfeld goden en heren in menigte – 6 toch is er voor ons maar een God, de Vader, uit wie het al voortkomt en voor wie wij bestemd zijn, en een Heer, Jezus Christus, door wie het al bestaat en wij in het bijzonder.” (1 Corinthiërs 8:4-6 WV78)

“die steunt op het roemrijk evangelie van de gelukzalige God, dat mij is toevertrouwd.” (1 Timotheüs 1:11 WV78)

“Want God is een, een is ook de middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus,” (1 Timotheüs 2:5 WV78)

“Want Christus is niet het heiligdom binnengegaan dat, door mensenhanden gemaakt, slechts een symbool is van het waarachtige heiligdom; Hij is de hemel zelf binnengegaan om er nu, voor onze zaak, bij God present te zijn.” (Hebreeën 9:24 WV78)

“Zo hebben wij de liefde leren kennen die God voor ons heeft, en wij geloven in haar. God is liefde: wie in de liefde woont, woont in God en God is met hem.” (1 Johannes 4:16 WV78)

“En de vier dieren hadden elk zes vleugels; rondom en van binnen zijn zij met ogen bezet. En zij roepen zonder rusten dag en nacht: ‘Heilig, heilig, heilig, Heer, God, Albeheerser, die was en die is en die komt.’” (Openbaring 4:8 WV78)

“zeggend: ‘Wij danken u, Heer, God, Albeheerser, die zijt en die waart, dat Gij uw grote macht gegrepen en uw koningschap aanvaard hebt.” (Openbaring 11:17 WV78)

“En ik hoorde de stem van het altaar: ‘Ja, Heer, God, Albeheerser, waarachtig en rechtvaardig zijn uw oordelen.’” (Openbaring 16:7 WV78)

*

 

+

Voorgaand:

Bijbel, zwaard van de Geest in de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God om tot een volkomen mens te komen

Volgend:

El Shaddai Jehova der Abraham erschienen

El Shaddai ’Eternel et Dieu puissant Qui apparut à Abraham

El Shaddai Who appeared unto Abraham

++

God die Almagtige ’n Gees Wie geen mens kan sien en nogtans lewe nie

God die Almachtige Geest die geen mens kan zien

Allmächtige Gott denn kein Mensch wird leben, der Dich sieht

+++