Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 6: Het bewijs van Gods bestaan (6) De persoonlijke ervaring (slot)

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 6: Het bewijs van Gods bestaan (6) De persoonlijke ervaring (slot)

Culturele achtergrond en ervaring

Wie de Schrift werkelijk wil doorgronden, moet zich terdege bewust zijn van de Joods-Hebreeuwse achtergrond daarvan. Dit Boek spreekt een taal van duizenden jaren geleden, een wereld met een totaal andere culturele achtergrond dan de onze. Die wereld was niet geïnteresseerd in wetenschappelijke bewijzen, maar in levenservaring. Kennis was bovenal ervaringskennis, en overtuigingen waren in de eerste plaats gebaseerd op persoonlijke ervaringen.
Het was een wereld waarin ouderdom stond voor wijsheid, gebaseerd op zulke levenservaring, en niet voor seniliteit of ‘niet meer van deze tijd’ zijn.

In onze wereld heeft ‘oude van dagen’ de klank van iemand wiens rol in het leven is uitgespeeld, die alleen nog op zijn levenseinde zit te wachten; in de Bijbel is het de aanduiding van God Zelf! (Dan 7:9). Er waren in die wereld geen over elkaar heen struikelende technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen, die de mens ademloos trachtte bij te houden. Hij was veel meer statisch, en ervaring telde vele malen zwaarder dan abstracte kennis. In zo’n wereld berust het ‘kennen’ van God op het ‘hebben ervaren’ van God, niet op abstracte bewijsvoering.

Wat is zulke ervaring waard?

Maar is pure persoonlijke overtuiging dan ‘toelaatbaar’ als bewijs?

Elke wetenschapper zal dat met klem ontkennen. En terecht!

Maar wetenschappelijk bewijs is dan ook bedoeld voor totaal andere situaties. Een wetenschapper heeft tot taak de gezamenlijke kennis van zijn vakgebied verder te helpen, en zijn collega’s hebben allee niets aan objectieve bewijzen, die ook hen overtuigen. Je kunt nu een-maal geen nieuwe bouwtechniek ontwikkelen voor het bouwen van verkeersbruggen, of woontorens, of wat dan ook, op basis van persoonlijke overtuiging.

Maar bij het dienen van God gaat het er nu juist wel om dat wij zelf, en niet anderen, volkomen overtuigd zijn van zijn bestaan en dus van de juistheid van de eisen die Hij stelt aan ons persoonlijk (moreel) gedrag. Geen enkel objectief bewijs van zijn bestaan zou ons daarbij ook maar een stap verder brengen. Het gaat om de consequenties die dat heeft voor ons eigen gedrag. En die kunnen juist alleen maar wortelen in een rotsvaste persoonlijke overtuiging.

Maar pas op: ook in dit geval is persoonlijke overtuiging op zichzelf nog geen acceptabel bewijs. Immers, het ontbreekt in onze wereld bepaald niet aan mensen met zeer sterke persoonlijke overtuigingen, die niet-temin elke bijbelse grond missen.

Wie zijn medemens ombrengt omdat ‘stemmen’ hem dat hebben bevolen achten we terecht geestelijk gestoord en rijp voor opname in een kliniek. En wie er allerlei onbijbelse ideeën over God op nahoudt op grond van zijn vaste overtuiging, is misschien wat minder gevaarlijk voor zijn medemens, maar niettemin evenzeer misleid.

De Bijbel heeft ons veel te vertellen over God, zijn karakter en zijn beloften, en over de eisen die Hij stelt aan ons gedrag en onze houding in het leven, allemaal op schrift gesteld om daar kennis van te nemen. Dat kun je niet zomaar overslaan met een beroep op persoonlijke overtuiging. Pas wanneer ons dat allemaal helder is, kunnen we de volgende stap zetten en op grond van persoonlijke ervaring constateren dat God in de dagelijkse praktijk inderdaad diegene is die de Schrift ons leert, en dat Hij dus een realiteit is.

Voor wie Gods geopenbaarde en op schrift gestelde leer vervangt door een overtuiging van eigen makelij is er geen enkel excuus.

Het voorbeeld van Abraham

Neem nu een man als Abraham. Hij was weggeroepen uit een hoogontwikkelde maatschappij, gevestigd in zwaar verdedigde steden. Hij was door God naar Kanaän geleid, waar hij rondzwierf als nomade, wonend in tenten, zijn aards bezit geïnvesteerd in kudden, menselijk gezien kwetsbaar. Kwetsbaar voor de onzekere regenval die het gras voor zijn kudden op het heuvelland moest doen groeien, kwetsbaar voor de jaloezie van de lokale bevolking in de vruchtbare dalen, en kwetsbaar voor legers die hem konden betrekken in een lokaal conflict. Zo moest hij leren vertrouwen op Gods bescherming. Wanneer hij probeerde zijn positie met eigen slimheid veilig te stellen, liep dat verkeerd af als God hem daar niet juist uit redde; wanneer hij zijn volle vertrouwen op God stelde, werd hij gezegend en ging het hem goed. Toen God hem, ondanks zijn hoge ouderdom, en die van zijn vrouw, een eigen zoon als erfgenaam beloofde, en hij dat (op initiatief van zijn vrouw) opnieuw eerst aanpakte met een oplossing van eigen makelij ging dat opnieuw niet goed; toen hij Gods oplossing accepteerde, juist wel. Vervolgens kreeg hij de belofte dat hij juist door deze zoon een talrijk nageslacht zou hebben. En dan vraagt God hem plotseling die zoon te offeren. En Abraham stemt zonder aarzeling toe! Veel commentaar hierop concentreert zich op zijn bereidheid het kostbaarste dat hij bezat ‘op te geven’, maar mist daarmee het belangrijkste aspect: de vervulling van al Gods beloften hing af van het ‘overleven’ van juist deze zoon. In zijn bereidheid hem niet temin te offeren, toont Abraham het rotsvaste geloof, dat hij in een leven met God heeft opgedaan, dat God hoe dan ook zijn beloften toch zal vervullen. De Schrijver aan de Hebreeën heeft daar dan ook terecht veel over te vertellen (zie Hebr. 11:17-19). Dat is geloof in God, gebaseerd op ervaring. Hem was duidelijk en precies verteld wat God van hem verwachtte, en het geloof dat het, ondanks alle mogelijke schijn van het tegendeel, uiteindelijk toch goed zou komen, was gebaseerd op die ervaring, eerst in het klein, en vervolgens in steeds grotere dingen.

De les van dit alles

Zulk geloof moeten ook wij ontwikkelen. Alleen wanneer wij zo, stap voor stap, leren vertrouwen op God, zullen wij de overtuiging kunnen ontwikkelen dat de God die de Schrift ons leert, bestaat en te vertrouwen is; dat Hij alles wat Hij heeft beloofd, ook waar maakt.

Wat Hij van ons wil, staat geschreven. Dat we op Hem kunnen bouwen moeten we ervaren. Alleen zulk geloof kan uitgroeien tot een rotsvaste overtuiging. Geen overtuiging waarmee we onze buurman ‘plat’ kunnen krijgen, maar dat hoeft ook niet: als die buurman voor God bruikbaar is, zal God daar zelf wel voor zorgen. Maar wel een overtuiging die ons zelf volledig overtuigt. Van ons wordt wel gevraagd dat we voortdurend, en met alle kracht, ‘getuigen’, maar niet dat we iets ‘bewijzen’, althans niet iets anders dan ons eigen geloof. Voor dat bewijs van zijn bestaan zal God dan wel zorgen. Wanneer we Hem daarbij tenminste niet voor de voeten gaan lopen met wetenschappelijke pretenties.

R.C.R.

+

Voorgaand

Het bewijs van Gods bestaan 1. De weg van veel goden naar geen God

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek 1: Een wetenschappelijke benadering

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 2: Het bewijs van Gods bestaan (2)

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 3: Het bewijs van Gods bestaan (3) De Natuur als mechanisme

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 4: Het bewijs van Gods bestaan (4) Het heelal als toevalstreffer

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Schepping, intelligent design, evolutie (4) Het ontstaan van het universum

Bijbel en Wetenschap: Schepping, intelligent design, evolutie (6) De Boodschap van de Bijbel zelf

Bijbel en Wetenschap: Geloof en onderzoek 5: Het bewijs van Gods bestaan (5) De toets

Begrijpend zingen: Psalm 56: Vertrouwen op God

+

Aanverwant over Vertrouwen op God

  1. Geloof in God nodig om te slagen
  2. Kwetsbaarheid en vertrouwen samen gaand
  3. Het treffen van tijd en toeval
  4. Overdenking: David: Geloof leren door beproeving
  5. Gedachte voor vandaag “Bedanken en prijzen voor Gods gerechtigheid” (4 januari)
  6. Gedachte voor vandaag “Geloof in moeilijke tijden” (14 januari)
  7. Erkenning van Jehovah’s soevereiniteit
  8. Ontmoeting met: De vrouw uit Sunem
  9. Heb vertrouwen in je geloof … twijfel aan je twijfels
  10. Door moeilijkheden zien dat de bijbel waar is

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (2)

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek – een wetenschappelijke benadering

We hebben in het eerste deel van dit artikel al even gekeken naar de vermeende tegenstelling tussen schepping en evolutie, en daarbij geconstateerd dat het ene gaat over ontstaan en het andere over ontwikkeling. Maar wat zijn dan toch de punten die veel christenen doen menen een tegenstelling te zien?

Conflicterende tijdschalen?

Zwarte gaten en sterren

Wel, allereerst is er de tijdschaal. Veel bijbelgetrouwe christenen menen dat we uit Genesis 1 moeten opmaken dat de schepping zich heeft afgespeeld in 6 dagen van 24 uur. En dat op de zesde dag Adam is geschapen. Wanneer je vervolgens de leeftijden in de geslachtsregisters van Genesis 5 en 11 optelt, kom je voor de geboorte van Abraham uit op 1948 jaar na de schepping. En we weten dat Abraham rond 2000 v.Chr. leefde, dus kan de aarde volgens deze opvatting niet ouder kan zijn dan ca. 6000 jaar. De Engelse bisschop Usher berekende de schepping dan ook op exact 4004 v. Chr. (hij wist dit zelfs op de dag af te vermelden, maar dat vindt je in moderne opgaven niet meer terug). Anderzijds gaat de moderne wetenschap er van uit dat het heelal nu zo’n 13,7 miljard jaar oud is, dat onze aarde zo’n 4,5 miljard jaar oud is, dat het leven daarop zo’n 3,5 miljard jaar geleden is ontstaan en dierlijk leven ca. 0,5 miljard jaar geleden. Dat maakt het heelal ruim 2 miljoen maal zo oud als in bovenstaande opvatting, en dierlijk leven altijd nog bijna 100.000 maal zo oud. Dat zijn zeer grote verschillen. Daarnaast lijkt de bijbeltekst ons te vertellen dat elke levenssoort apart door God is geschapen, terwijl de evolutieleer er op neerkomt dat alle leven op aarde is ontstaan uit één enkele oervorm.

Jonge aarde versus oude aarde

We zitten dus uiteindelijk met twee conflictpunten: de tijdschaal en de mate van Gods bemoeienis met het ontstaan van de verschillende levensvormen. Aan de ene kant zijn er de creationisten die geloven in een volledige stap voor stap bemoeienis van God met het proces, en in een jonge aarde. Aan de andere kant zijn er de evolutionisten die geloven in een universele evolutie,
en in een oude aarde Maar strikt genomen gaat het daarbij om twee verschillende aspecten, al is het wel zo dat een universele evolutie noodzakelijkerwijs veel tijd vergt, en daarom niet valt te combineren met de gedachte van een jonge aarde. Maar de gedachte van een schepping valt wel degelijk te combineren met een oude aarde. En het is daarom op zijn minst misleidend om de theorie van een universele evolutie te ‘bestrijden’ met het argument van de leeftijd van de aarde. Toch gebeurt dat op grote
schaal.
Die overtuiging van een jonge aarde is echter volledig gebaseerd op de regelmatig terugkerende zin in Genesis 1:

“Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste (tweede, derde, enz) dag.”

Maar in feite weten we niet precies wat deze uitdrukking ons wil vertellen. Hierover zijn in de loop van de tijd de volgende opvattingen verkondigd:

  • Het voorafgaande (de beschreven scheppingsdaad of -daden) heeft zich afgespeeld gedurende de voorafgaande 24 uur.
  • Het voorafgaande is gedurende die dag geopenbaard aan Mozes (die het vervolgens heeft opgeschreven in het boek Genesis).
  • Het voorafgaande is gedurende de voorafgaande avond bij wijze van instructie geopenbaard aan Adam (die het mondeling of op schrift heeft doorgegeven aan zijn nakomelingen).
  • Het geheel is een ‘dramatische’ voorstelling van Gods werk. Zo’n dramatische voorstelling vinden we bijvoorbeeld ook in 1 Koningen 22:19-22, en in de eerste twee hoofdstukken van het boek Job. Het geeft ons een ‘gedramatiseerd’ verslag dat de essentie beschrijft, maar geen objectieve werkelijkheid.

Het is hier niet de plaats om het voor en tegen van elk van deze suggesties te bespreken, maar het is goed om te beseffen dat we alleen in het eerste geval kunnen beredeneren dat er dan sprake moet zijn van een jonge aarde; in de andere gevallen weten we daar eenvoudig niets over. Het betekent dat we voorzichtig moeten zijn dit argument te gebruiken zolang we niet zeker weten of de Bijbel ons dat wil vertellen.

De kernvraag: hoe of waarom geschapen?

De fout die iedereen lijkt te maken, is Genesis 1 te lezen als een beschrijving van hoe God de aarde heeft geschapen. Maar voor onze behoudenis hoeven we dat helemaal niet te weten. Bovendien gaat het hoofdstuk niet over de schepping (die staat alleen als feit vermeld in vers 1), maar over het bewoonbaar maken van de aarde, die in eerste instantie nog woest (onbruikbaar) en leeg was. Wat dit hoofdstuk ons in werkelijkheid wil leren is waarom God de aarde stap voor stap bewoonbaar heeft gemaakt, zoals Jesaja ons duidelijk vertelt (Jesaja 45:18, waar datzelfde woord ‘woest’ is vertaald als ‘baaierd’). Daarom is het enige dat we zeker weten, het feit dat God er, hoe dan ook, voor gezorgd heeft dat de aarde zo werd als Hij die wilde hebben, en dat er die schepselen op kwamen te wonen die Hij daar wilde hebben. Hoe Hij dat heeft gedaan is niet van belang. En dus is elke discussie daarover een verspilling van tijd.

Overeenkomsten en verschillen tussen mensen en dieren

In feite vertelt Genesis 1 ons ook dat de mens in essentie bestaat uit dezelfde aardse materie waar ook de dieren uit bestaan: beide zijn geformeerd uit het ‘stof van de aardbodem’ (afar = aardse materie) en zijn zo geworden tot een levend wezen (nefesj), in leven gehouden door Gods levensadem (ruach). Het enige dat de mens van de dieren onderscheidt is zijn vermogen om God te kennen, en Hem dus bewust te dienen. Maar de mens die dat inzicht niet heeft, beschrijft de Schrift inderdaad als niet meer dan een dier. En dan is een beschrijving van die mens als een wat ‘opgepoetste’ aap niet eens zo ver bezijden de
waarheid. Het enige dat we zeker weten, is dat we door ons moreel inzicht van oorsprong een duidelijke meerwaarde hebben ten opzichte van de dieren, en dat wij van onze kant dan ook de plicht hebben met die meerwaarde iets te doen, namelijk God dienen.

We moeten dus concluderen dat de discussie tussen creationisten en evolutionisten in feite gaat over (bijbels gezien) niet van belang zijnde aspecten, die de aandacht slechts afleiden van waar het wel om gaat.

R.C.R

+

Voorgaande:

Wetenschap en religie zijn met elkaar te rijmen

Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

Bijbel en Wetenschap – Geloof en onderzoek een wetenschappelijke benadering – Schepping, intelligent design, evolutie – Ontstaan en ontwikkeling van het leven op aarde (1)

++

Aanvullend

  1. Taal van de Bijbel onder ogen zien
  2. Begin van leven op aard: schepping of evolutie
  3. Ontstaan van het lineaire denken
  4. Kosmos, Schepper en Menselijk Lot
  5. Het begin van alles
  6. Van chaos naar ordelijkheid
  7. De Schepper achter eerste levende wezens
  8. EO-directie: ‘Wij geloven in God als Schepper’

+++

Gerelateerd

  1. Dhatu 5: Sunyata – De Leegte
  2. Terug naar de zee!
  3. God-Hypothesis: …in the Details
  4. Life aand Living Forms Present a Problem for Materialism but not for Biblical Theism
  5. Treadmills: Proof of Intelligent Design
  6. Mimicking a Neural Network–an exercise in Intelligent Design?
  7. Creationist Wisdom #896: Is There Any Hope?