Als de tijd ten einde loopt …… Vragen naar het goede

Vragen naar het goede

Nu kwam er iemand naar Jezus toe met de vraag:

‘Meester,wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’

Hij antwoordde:

‘Waarom vraag je me naar het goede?
Er is er maar één die goed is.
Als je het leven wilt binnengaan, houd je dan aan zijn geboden’. (Matt. 19:16-17)

In de evangeliën lezen we van een jongeman, die tot Jezus komt met de vraag wat hij moet doen om het eeuwige leven te verwerven. Kennelijk is hij van goede wil, en Jezus erkent dat, want het parallelverslag in Markus vertelt ons dat hij sympathie voor hem opvatte (Mark. 10:21). Toch berispt hij hem in zijn antwoord:

‘Waarom vraag je me naar het goede’.

Want er zit verborgen kritiek in zijn vraag:

‘God verlangt wel dat we het goede doen, maar vertelt er niet bij wat dat goede dan is’.

Velen denken vandaag de dag precies zo:

je kunt God niet kennen, dus je moet het zelf maar bedenken.

Alleen wordt dat nu gezien als een vorm van ‘vrijheid’; je mag het naar eigen goeddunken zelf invullen.

Wat is goed?

Maar Jezus wijst onmiddellijk op de enige echte bron van kennis. Dat is God zelf:

‘Er is er maar één die goed is’.

En hij somt vervolgens de geboden op. Letterlijk zegt hij:

als God zelf niet goed is (d.w.z. niet goed genoeg), dan is niemand het.

Alleen Hij is de bron van ware kennis. Let op dat ‘goed’ hier dus betekent: betrouwbaar als bron van kennis. Dat verklaart ook de wat andere weergave in de parallelverslagen van Markus en Lukas. Daar luidt de vraag:

‘goede meester, wat moet ik doen om …’.

En Jezus’ antwoord is:

‘wat noemt u mij goed?’

Je hoort vaak zeggen dat Jezus hier ontkent dat hij zelf goed zou zijn, althans vergeleken met God zelf. Maar dat is niet wat hij bedoelt. Het gaat om zijn betrouwbaarheid als bron voor de juiste kennis. En zelfs dan mag je er niet uit afleiden dat hij zichzelf in dat opzicht minder betrouwbaar zou vinden. Waar hij de nadruk op legt, is dat God zelf uiteindelijk de Enige Ware Bron van kennis is, als het gaat om de vraag hoe wij moeten leven. Uiteraard is het woord dat Jezus predikt betrouwbaar, maar alleen omdat het is afgeleid van Gods eigen woord. Jezus is zelf geen onafhankelijke bron van kennis.

Gods woord als enige bron van ware kennis

Dit incident illustreert overduidelijk dat Jezus zelf God, en dus Diens Woord, als enige betrouwbare bron van kennis wil zien. Maar wie in deze tijd om zich heen kijkt, ziet maar al te duidelijk dat het christendom allang niet meer op die koers zit. Enerzijds is er de huidige theologische tendens om de Schrift te zien als achterhaald en ‘niet meer van deze tijd’, waarna er van alles voor in de plaats wordt gesteld, afhankelijk van de mode van het moment. Anderzijds is er de orthodoxie die vasthoudt aan ‘het christelijk erfgoed’ maar zonder zich ooit af te vragen of dat ‘erfgoed’ destijds misschien evenzeer, al was het maar voor een deel, zou kunnen zijn ingekleurd door opvattingen of kerkelijke belangen van destijds. Zoals een radiospreker ooit eens zei:

“er zijn er die alles maar willen aanpassen, alsof alle verandering altijd verbetering is, en anderzijds zijn er die willen vasthouden aan ‘het geloof van de vaderen’, waarmee zij de ‘vaderen’ meer lijken te eren dan God”.

En daar tussendoor dartelen dan zij die de mond vol hebben van ‘Jezus toelaten in je hart’ zonder er zich om te bekommeren waar dat eigenlijk op neer zou moeten komen.

Het is tekenend voor die ‘middenweg’ dat iemand uit die kringen, die daarin wordt gezien als ‘wegwijzer’, pas toen hij werd geconfronteerd met een probleem waar hij echt niet meer uitkwam, zich terugtrok in een blokhut in de Rocky Mountains en daar de hele Bijbel van kaft tot kaft doorlas, zich (blijkbaar voor het eerst van zijn leven) afvragend wat het Boek Zelf nu eigenlijk te vertellen had. Zijn conclusie was:

“Het trof me met ongewone kracht dat het idee dat wij over het algemeen van God hebben, wel eens heel anders zou kunnen zijn dan het beeld dat de Bijbel van God schildert”.

Ik vrees dat dit niet alleen juist is, maar dan bovendien ook nog voor een veel breder deel van het hedendaagse ‘christendom’ dan alleen zijn eigen geloofsrichting. Veel, heel veel christenen hebben zich allang een eigen ‘God’ en een eigen ‘Christus’ geschapen, en zij lezen in hun Bijbel alleen die passages die dat beeld bevestigen.

De wereld van de aantrekkelijke schijn

Toch komt dit niet onverwacht. Jezus en de apostelen Paulus, Petrus, en Johannes waarschuwen allemaal voor de verwaarlozing van het ware woord en de ‘gezonde leer’, en het vervangen daarvan door een leer naar eigen smaak:

• Er zullen talrijke valse profeten komen die velen zullen misleiden …

Want er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die indrukwekkende tekenen en wonderen zullen verrichten om ook Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden. Let op, ik heb jullie dit van tevoren gezegd. (Jezus in Matt. 24:11,24-25)

• Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoetkomen en hen naar de mond praten. Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels. (Paulus in 2 Tim. 4:3)

• Zo zullen er ook onder u dwaalleraren verschijnen. Ze zullen met verderfelijke ketterijen komen en zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht verloochenen. Daarmee bewerken ze spoedig hun eigen ondergang. (2 Pet. 2:1)

• Geliefde broeders en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen … Die valse profeten komen uit de wereld voort. Daarom spreken zij de taal van de wereld en luistert de wereld naar hen. (1 Joh. 4:1,5)

De sleutel is hier het voorvoegsel ‘pseudo’, vertaald als ‘vals’, in valse profeten (pseudoprofeten) en valse messiassen (pseudochristussen), maar ook in valse broeders, als ‘dwaal’ in dwaalleraars, als ‘schijn’ in schijnapostelen en als ‘ten onrecht zo genoemde kennis’ (pseudokennis). Het beschrijft een wereld vol valse schijn. En we moeten helaas constateren dat dat past op onze wereld als op geen andere. Daaraan kunnen wij zien dat dit de laatste dagen zijn, en dat de tijd inderdaad ten einde loopt.

De ‘antichrist’

Johannes noemt die valse profeten eveneens pseudoprofeten, maar de pseudo-christussen heten bij hem anti-christussen (wat echter hetzelfde betekent:

ze ‘doen zich voor als’, maar ‘zijn’ het niet)

en zegt daarover:

• Onderzoek altijd of een geest [nl: van profetie] van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen. De Geest van God herkent uhieraan: iedere geest [van profetie] die belijdt dat Jezus Christus als mens gekomen is, komt van God. Iedere geest [van profetie] die dit niet belijdt, komt niet van God; dat is de geest van de antichrist, waarvan u hebt gehoord dat hij zal komen. (1 Joh. 4:1-3)

In deze verzen heeft Johannes het overduidelijk over zijn eigen tijd:

• Kinderen, het laatste uur is aangebroken. U hebt gehoord dat de antichrist zal komen. Nu al treden er veel antichristen op, en daardoor weten we dat dit het laatste uur is. Ze zijn uit ons midden voortgekomen maar ze hoorden niet bij ons, want als ze werkelijk bij ons hadden gehoord, zouden ze bij ons gebleven zijn. Maar het moest aan het licht komen dat niemand van hen bij ons hoorde. (1 Joh. 2:18-19)

Hij gebruikt het begrip antichrist dus in het meervoud, en heeft het duidelijkover een (valse) leer van mensen uit hun eigen midden, die in verband daarmee de gemeente hebben verlaten. Maar de ‘christelijke’ wereld is er vast van overtuigd dat er één enkele antichrist zal komen, en dan niet in zijn tijd maar in die van ons, die zich zal manifesteren als een wereldheerser, en die de strijd zal aangaan met Christus bij zijn wederkomst. Recentelijk hebben enkele orthodoxe theologen zelfs nadrukkelijk verklaard dat de komst van die ‘antichrist’ aanstaande is. Terwijl ook deze hele uitleg alleen maar kan berusten op slecht lezen.

1 Johannes 4:1-3

Het gevaar van zulke opvattingen is dat ze de schuld voor wat er mis is met onze wereld bij een externe macht probeert te leggen, zoals Eva de schuld van haar overtreding bij de slang probeerde te leggen, terwijl we de oorzaak van het probleem in werkelijkheid bij ons zelf moeten zoeken, en bij de verwaarlozing van Gods Woord als enige bron van kennis.

Een geschiedenis die zich herhaalt

Dit illustreert helaas de moderne ‘bijbellezer’, die in de Bijbel niet alleen maar zijn favoriete passages opslaat, maar daarin dan ook nog alleen dat leest wat hij er in wil zien. En dan wordt Openbaring gelezen alsof het een soort goddelijke horoscoop is, waarin we kunnen lezen wat ons (of eigenlijk anderen) in de wereld te wachten staat, in plaats van een dringende waarschuwing en oproep tot bekering. Want wie werkelijk vertrouwd is met de rest van de Bijbel kan het eenvoudig niet ontgaan dat de situatie die hier wordt beschreven een exacte kopie is van die waaraan de wereld van het volk van het Oude Verbond ten onder is gegaan. Ook toen meenden de ‘ijveraars’ en de zelfbewuste ‘zonen der gerechtigheid’ dat hun niets kon gebeuren omdat al die aangekondigde oordelen er alleen maar waren voor anderen. Terwijl er mede door hun toedoen van alles mis was met hun wereld. Zo is er nu ook van alles mis met onze ‘christelijke’ wereld.

We hebben de aarde die ons in bruikleen was gegeven, uitgeplunderd en verwoest, in plaats van die als goede rentmeesters te beheren. We hebben volkeren aan ons onderworpen om over hen te heersen en ze uit te buiten, zelfs als slaven te verkopen, in plaats van ze als medeschepselen te benaderen met de zorg en liefde waarmee God ons heeft benaderd. We hebben in ongebreideld materialisme gouden kalveren opgericht voor onze afgod: de Mammon. En nu aan dat goede leven een einde dreigt tekomen, zien we vol vertrouwen uit naar het moment waarop Christus ons komt halen om ons te vrijwaren voor ‘de grote verdrukking’ door die antichrist die zal komen heersen over de puinhopen die wij dan achter ons hebben gelaten en over onze ‘schuldige’ medemensen die wij al die tijd hebben verwaarloosd. Maar dat zelfde boek Openbaring vertelt ons overduidelijk dat de behoudenis er alleen is voor hen

‘die gedood waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God’ (Op. 20:4, NBG’51).

Dus net als die rijke jongeman kunnen we weten wat er in werkelijkheid van ons wordt gevraagd.

R.C.R

+

Voorgaand

Twijfelende aan de werkelijkheid, echtheid en de effectiviteit van Gods liefde

Op zoek naar spiritualiteit 3 Zin van Christus

Bijbels geloof en heidense filosofie

++

Vindt ook om te lezen

  1. Geloven in God
  2. God meester van goed en kwaad
  3. Wonder van voorzienigheid
  4. De nacht is ver gevorderd 22 Studie 4 Nu actueel: Nut van tekenen
  5. Vertrouwen op God
  6. Betreffende Christus # 2 Goddelijke bron, verband en goddelijk mens
  7. Woord van God
  8. Gods vergeten Woord 24 Getuigen 4 Jezus’ laatste boodschap
  9. De Bijbel als instructieboek #1 Lezen van de Bijbel
  10. De Bijbel als instructieboek #2 Effectief Bijbellezen
  11. De Bijbel als instructieboek #3 De Taal van de Bijbel
  12. Wanneer u een ware volger van Jezus wil zijn #3 Groeiende beweging uit Joodse sekte De Weg
  13. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #1 Stromen van gelovigen
  14. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #2 Een Zoon als gids en Geschriften als leidraad
  15. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #3 Van een bepaalde wereld zijnde
  16. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #4 Ambitieuze mannen, verdraaide woorden en akkoorden met wereldleiders
  17. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #5 Valse leraren en afvalligen
  18. Addendum 1: de leer van de “antichrist”
  19. De Ekklesia #11 Addendum 2: Een antichrist
  20. Misleid door valse opwekkingen
  21. De Meest gehate familie in America – inleiding tot vervolg
  22. Tekenen te herkennen in Tijden der Laatste dagen
  23. Tekenen van de laatste dagen wanneer moeilijke tijden zullen komen
  24. De Kerk waar de mens der wetteloosheid zich nestelt
  25. Wie zijt Gij, Here?

Zeven sabbatten

Paulus’ verwijzing naar ‘een feestdag, nieuwe maan of sabbat’  in Kolossenzen 2:16 is van speciaal belang voor onze bestudering van de manier waarop de Joodse kalender in de apostolische kerk werd gebruikt. De drie woorden feestdag, nieuwe maan en sjabbat stellen een zich stap voor stap ontwikkelende en uitputtende opsomming van de oudtestamentische heilige tijden voor. Deze drie woorden komen in dezelfde of in omgekeerde volgorde voor, vijf maal in de Septuaginta en verscheidene malen in andere literatuur. In deze gedeelten duiden ze de volgorde van de heilige tijden van de Joodse religieuze kalender aan.
De feestdagen zijn de jaarlijkse hoogtijdagen die in het voor- en najaar worden gevierd. De nieuwe maan is de maandelijkse viering van de eerste dag van de maand. Op deze dag werd in het vroege Israël op de bazuinen geblazen om de mensen aan de naderende Dag van het Bazuingeschal te herinneren (Num. 10:10; Ps. 81:4).
Het was een dag van speciale aanbidding (1 Sam. 20:5), waarop het werk werd onderbroken en extra offers werden gebracht (Num. 29:11-14).
Sjabbat is duidelijk de wekelijkse hoogtijdag die op de zevende dag in acht werd genomen. Het is duidelijk dat de drie woorden een opsomming van de heilige tijden voorstellen die door de Joodse kalender werden bepaald.
Het gebruik dat Paulus in Kolossenzen 2:16 van de speciale benaming ‘nieuwe maan’ (neomenia) maakt, in plaats van de algemene benaming ‘maand’ (men) zoals deze wordt gebruikt in Galaten 4:10), laat duidelijk zien dat hij de heilige tijden van de Joodse kalender voor ogen heeft en niet die van de heidense kalender. De vermelding ‘nieuwe maan’ is van belang voor onze studie van de Dag van Bazuingeschal, aangezien beide in ideologische zin met elkaar in verband stonden. Het blazen op de bazuinen bij nieuwe maan diende als een maandelijkse herinnering aan de naderende Dag van het Bazuingeschal, waarop op een indrukwekkende manier op de bazuinen werd geblazen, om de mensen op te roepen dat ze voor God terecht moesten staan tijdens de tien dagen die aan de Verzoendag voorafgingen. Op deze dag zouden hun zonden uiteindelijk voorgoed weggedaan worden.
Uit: De Najaarsfeesten van Samuele Bacchiocchio

Goedkeuring of afkeuring van hoogtijdagen?

De belangrijke vraag die we in dit opzicht in overweging moeten nemen is of Paulus in Kolossenzen 2:16 de naleving van de heilige tijden van de Joodse kalender goedkeurt dan wel afkeurt. In het verleden is deze tekst, zoals ik in mijn dissertatie Van Sjabbat naar zondag heb aangetoond, geïnterpreteerd als een Paulinische veroordeling van de viering van de oudtestamentische hoogtijdagen. Ondanks het feit dat dit een oude en geliefde interpretatie is, is zij geheel verkeerd, omdat Paulus in dit gedeelte de Kolossenzen niet waarschuwt tegen de inachtneming van de vijf genoemde gebruiken (eten, drinken, feesten, nieuwe maan en sjabbatten), maar tegen ‘wie dan ook’ (tis) die oordeelt hoe ze dit zouden moeten doen.

Er moet worden opgemerkt dat de rechter die oordeelt niet Paulus is, maar de dwaalleraren onder de Kolossenzen die ‘geboden’ opleggen (2:20)wat betreft de manier waarop deze gebruiken in acht genomen zouden moeten worden, om ‘eigendunkelijke godsdienst, nederigheid en kastijding  van het lichaam’ (2:23) te bereiken. D.R. De Lacey geeft, schrijvend in het symposium From Sabbath to Lord’s Day, terecht als commentaar:

‘De rechter is waarschijnlijk een man met ascetische neigingen die bezwaar heeft tegen het eten en drinken tegen het eten en drinken door de Kolossenzen. Het meest begrijpelijk is om de rest van het gedeelte zo op te vatten dat hij niet ook een ritueel van feestdagen oplegt, maar eerder dat hij bezwaar maakt tegen bepaalde elementen van een dergelijke naleving. Vermoedelijk wilde de ‘rechter’, dat wil zeggen de dwaalleraren, dat de gemeente deze praktijken op een meer ascetische manier in acht zouden nemen (‘kastijding van het lichaam’ – 2:23,21). Anders gezegd: de dwaalleraren wilden dat de gelovige Kolossenzen minder zouden feesten en meer zouden vasten.

+

Paulus ging met Barnabas op de sabbat in Antiochië naar de synagoge Hand. 13,14  De eerstvolgende sabbat predikten zij weer in de synagoge. De volgende sabbat kwam bijna de gehele stad bijeen om het woord van God te horen. Vele Joden geloofden niet. Daarna wendden zij op sabbat zich tot de heidenen. Hand. 13, 46 en 48. Dat was op sabbat. In Hand. 14, lezen we opnieuw dat zij naar de synagoge gingen, Daar waren Joden en heidenen in de synagoge. De niet Joden namen het woord van God wel aan. Verder ging de prediking gewoon door in Ikonium Hand. 14, 1. Een grote menigte, zowel Joden als van Grieken, kwam tot het geloof Hand. 14, 1.

In Hand. 15 was niet de sabbat in het geding vers 21.

In Hand. 17 ging Paulus naar Tessalonika waar een synagoge dus geen christelijke kerk was. En Paulus behandelde drie sabbatten achtereen met hen gedeelten uit de Schriften, de Torah, vers 2.

Zo gaat het maar door. En dan komen wij bij de beroemde passage in Hand 20,7 of eigenlijk het gehele hoofdstuk 1 tot en met 16. Het betreft de Zeven Sabbatten waarover Paulus het heeft. De Zeven Sabbatten is een rechtstreekse verwijzing naar Leviticus 23,15,16  DE VOLLE WEKEN d.w.z. 50 dagen tot Pinksterdag waar ook Lukas in Hand. 20,16 over schrijft.

De gemeente was op Pinksterdag begonnen Hand. 2, 1. Dezelfde Pinksterdag het Feest van Sjawoeot dat vermeld wordt in Hand. 20, 16. Het was een Joods Feest, beter Bijbels Feest. De eerste gemeente bestond uitsluitend uit Joden. Heidenen mochten pas in Hand. 10 meedoen.

De `broeders` in Hand. 28,14 waren Joden.

In Antiochië werden de gelovigen ´christenen´ genoemd, maar dat was een bijnaam.

Een geoefend oog merkt op dat de gelovigen Loofhutten hielden in overeenstemming met Zacharia 14.16.

Eigenlijk is het boek Handelingen doortrokken van de Bijbelse feestdagen waarvan Pesach en Sjawoeot getuigen. Het grootste deel van het Evangelie van Johannes betreft het feest der Ongezuurde Broden. Zie ook Lukas 22,7. Het gaat direct terug op Leviticus 23. Leviticus 23 is de spil waar het om draait. Centraal staat de Sabbat.

Groet,

Martin Rozestraten

  • Gepubliceerd op Yom Hey, 13 Nisan 5776 of 21 april 2016

+++

Kolossenzen 2:16 en de jaarlijkse feesten – vervolg

Tweede studie

Uit: De Najaarsfeesten van Samuele Bacchiocchio

Goedkeuring of afkeuring van hoogtijdagen?

De belangrijke vraag die we in dit opzicht in overweging moeten nemen is of Paulus in Kolossenzen 2:16 de naleving van de heilige tijden van de Joodse kalender goedkeurt dan wel afkeurt. In het verleden is deze tekst, zoals ik in mijn dissertatie Van Sjabbat naar zondag heb aangetoond, geïnterpreteerd als een Paulinische veroordeling van de viering van de oudtestamentische hoogtijdagen. Ondanks het feit dat dit een oude en geliefde interpretatie is, is zij geheel verkeerd, omdat Paulus in dit gedeelte de Kolossenzen niet waarschuwt tegen de inachtneming van de vijf genoemde gebruiken (eten, drinken, feesten, nieuwe maan en sjabbatten), maar tegen ‘wie dan ook’ (tis) die oordeelt hoe ze dit zouden moeten doen.

Er moet worden opgemerkt dat de rechter die oordeelt niet Paulus is, maar de dwaalleraren onder de Kolossenzen die ‘geboden’ opleggen (2:20) wat betreft de manier waarop deze gebruiken in acht genomen zouden moeten worden, om ‘eigendunkelijke godsdienst, nederigheid en kastijding  van het lichaam’ (2:23) te bereiken. D.R. De Lacey geeft, schrijvend in het symposium From Sabbath to Lord’s Day, terecht als commentaar:

‘De rechter is waarschijnlijk een man met ascetische neigingen die bezwaar heeft tegen het eten en drinken tegen het eten en drinken door de Kolossenzen.’

Het meest begrijpelijk is om de rest van het gedeelte zo op te vatten dat hij niet ook een ritueel van feestdagen oplegt, maar eerder dat hij bezwaar maakt tegen bepaalde elementen van een dergelijke naleving. Vermoedelijk wilde de ‘rechter’, dat wil zeggen de dwaalleraren, dat de gemeente deze praktijken op een meer ascetische manier in acht zouden nemen (‘kastijding van het lichaam’ – 2:23,21). Anders gezegd: de dwaalleraren wilden dat de gelovige Kolossenzen minder zouden feesten en meer zouden vasten.

– Martin Rozestraten

+

Voorgaande

Kolossenzen 2:16 en de jaarlijkse feesten

+++

Verder ook op het net

Week 10 : bijbelleesplan