Fundamenten van geloof 3: De Persoonlijkheid van God

Wanneer het voor ons eenmaal vaststaat dat er een Schepper is van alle leven, dan komt de vraag:

‘Wie is Hij dan?’

We hebben gezien dat Hij

‘een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken’.

Dit houdt noodzakelijkerwijs in dat Hij ieder mens moet zien en horen om te weten wie Hem ernstig zoeken. Het redelijke antwoord is daarom dat Hij een werkelijk Wezen moet zijn, dat niet ver van ons weg is. De Bijbel openbaart God dan ook als de hoogste van alle levende wezens, de Volmaakte en Heilige, geheel anders dan mensen, onzichtbaar maar niettemin aanwezig:

“God is Geest” (Johannes 4:24).

“Ik ben God en geen mens, heilig in uw midden”. (Hosea 11:9; vergelijk 1 Petrus 1:16)

“U dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is”. (Mattheüs 5:48)

“…hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid…”. (Romeinen 1:20)

God heeft de hemel als een even concrete woonplaats, als wij mensen de aarde:

“…De HERE heeft in de hemel zijn troon”. (Psalm 11:4)

“…hoor U dan in de hemel, de vaste plaats van uw woning…”. (1 Kon. 8:39)

“de enige Heerser…de Koning der koningen en de Here der Heren, die alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont, die geen van de mensen gezien heeft of zien kan”. (1 Timotheüs 6:15-16)

Want wij zouden zijn aanblik niet kunnen verdragen. Toen Mozes God vroeg of Hij zijn heerlijkheid mocht zien, toonde God Zich niet aan hem, maar maakte Hij hem zijn eigenschappen bekend:

“Hij zei: U zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven…wanneer mijn heerlijkheid voorbijgaat zal Ik u in de rotsholte zetten en u met mijn hand bedekken, totdat ik ben voorbijgegaan…De HERE ging aan hem voorbij en riep: HERE, HERE, God barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft; maar de schuldige houdt Hij zeker niet onschuldig…”. (Exodus 33:18-34:7)

Dat maakt Hem tot een werkelijk Wezen met een bewustzijn, met gevoel en genegenheid. Zijn eigenschappen vertelden het volk Israël Wie en wat Hij voor hen wilde zijn. Het bewijs van zijn bestaan en aanwezigheid zou dan ook blijken uit het waarmaken hiervan. Hierdoor werd Hij werkelijk de HERE, de

‘Ik zal zijn, die Ik zijn zal’.

Hetzelfde geldt voor alle beloften voor de toekomst, vooral die wat de Messias betreft. Wanneer God geen realiteit was, kon Hij onmogelijk mensen maken naar zijn beeld, waarvan zijn Christus Jezus, die Hij zijn Zoon noemde, het volmaakte voorbeeld is:

“En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem”. (Genesis 1:27)

“De Zoon…de afstraling van zijn heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen”. (Hebreeën 1:3)

Ondanks dat geen mens ooit God heeft gezien, gaven de apostelen aan dat zij in de Here Jezus iets hadden gezien van Wie en wat God is. Hij wordt daarom ‘Immanuël’ genoemd:

‘God met ons’:

“Indien u Mij zou kennen, zou u ook mijn Vader gekend hebben. Van nu aan kent u Hem en hebt u Hem gezien. Filippus zei tot Hem (Jezus): Here, toon ons de Vader en het is ons genoeg. Jezus zei tot hem: Ben Ik zolang bij u Filippus, en kent u Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien”. (Johannes 14:7-9)

“Het woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid”. (Johannes 1:14)

“Niemand heeft ooit God gezien, de eniggeboren Zoon, die aan de boezem van de Vader is, die heeft Hem doen kennen”. (Johannes 1:18)

Nu kennen wij God en zijn Zoon door de getuigenissen over Hen in de Bijbel. Straks zullen er echter niet meer woorden zijn, maar zullen allen die geloven de manifestatie van Gods heerlijkheid zien in zijn Zoon. En Hij zal ons de Vader tonen, zodat onze hoop en ons vertrouwen realiteit wordt:

“Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien”. (Mattheüs 5:8)

“…de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien”. (Hebreeën 12:14)

“Geliefden, nu zijn wij kinderen van God en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen; maar wij weten, dat, als Hij (de Zoon) zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is”. (1 Johannes 3:2)

“…en zijn dienstknechten zullen Hem vereren, en zij zullen zijn aangezicht zien”. (Openbaring 22:4)

Intussen mogen wij Hem noemen met een naam, die wijst op zijn innige relatie met mensen: Vader:

“Bidt u dan aldus: Onze Vader die in de hemelen bent”. (Mattheüs 6:9)

Uit dit alles blijkt dat God geen menselijk idee is, maar een reëel Wezen, met eigenschappen. En hoewel Hij vanwege onze zonde van ons gescheiden woont in de hemel, communiceert Hij met ons, komt Hij ons nabij door Zich in zijn woord bekend te maken en zijn eigenschappen en beloften werkelijkheid te maken in Christus Jezus. Hij is de afdruk van zijn wezen, zijn volmaakte Zoon. En evenals hij een Vader en Zoon relatie heeft met Hem, kan en wil God een relatie hebben met wie in hem geloven.

Vraag ter overdenking:
Wat is voor u de zekerheid dat God weet dat u bestaat en met u bezig is?

Een God van nabij

Wie in de Bijbel het getuigenis van en over gelovigen leest, bemerkt dat zij niet een idee aanhingen of allerlei theorieën nodig hadden om te bewijzen dat er een God moet zijn. Zij hebben een ervaringsgeloof, omdat zij de nabijheid van God hebben
bemerkt (Gen. 28:16-17). Hij verhoorde hun gebeden (zie Psalm 54 en 118), sloot verbonden met hen (Gen. 17), sprak tot hen door middel van engelen (Zacharia; Johannes in Openbaring), deed wonderen (door Mozes, Elia, Elisa, Jezus, de apostelen).
Zijn relatie met gelovigen blijkt uit hoe Hij hen noemde en behandelde: Zo noemde Hij Abraham zijn vriend (Jac. 2:23; vergelijk Ex. 33:11) en David de man naar zijn hart (1 Sam. 13:14; Hand. 13:22). God ziet ons vanuit de hemel (Psalm 33:13-19; 34:16; 2 Kron. 16:9; Jer. 16:17; Hebr. 4:13). Wie oprecht in Hem geloven, zal Hij nooit alleen laten (Gen. 28:13-15; Ex. 3:8; 2 Sam. 7;11-16; Psalm 34:8; Matth. 22:32). Hij toont zijn liefde en zorg voor zijn volk (Ex. 19:4; Jes. 46:3-4; Jer. 31:3; Hos. 11:3-4; Joh. 3:16; Matth. 6:25-34). Maar Gods bestaan en nabijheid blijken vooral hieruit dat Hij zijn verbonden nakomt en zijn beloften vervuld (Ex. 2:24; 13:11; Deut. 10:20-22; 1 Kon. 8:22-26; Psalm 89; Luc. 1:30-33; 54-55;68-79). Hij vertrouwt zijn wil toe aan betrouwbare mensen (Amos 3:7), zodat zij in Hem geloven als de God die hen vertelt wat in de toekomst zal gebeuren (Jes. 44:24-28; 45:18-21; vgl. Joh. 14:29; 16:1-4), en Die zij mogen vragen zijn beloften na te komen, zoals Daniël deed, en een engel maakte hem de toekomst van zijn volk en van hemzelf bekend (Dan. 9:1-12:13). Gebed is een uiting van geloof en verbondenheid met een levende Realiteit, anders zou het een spreken in het niets zijn. Het feit dat God een Verhoorder van gebeden is, bewijst dat Hij bestaat en ons vanuit de hemel kan zien en horen. Hij weet wat wij nodig hebben en wil het ons geven op grond van ons geloof, nu en/of in de toekomst (Psalm 145:15-19; Matth. 7:7-12; Joh.16:23-24). Intussen hebben wij de belofte dat Jezus daar is waar gelovigen bijeenkomen om hem te belijden, volgen en dienen als hun heer (Matth. 18:20; zie ook Hebr. 12:2-3).

J.D.

+

Voorgaande

Op zoek naar spiritualiteit 8 Eigen spiritualiteit

Een meer dan Grote God om naar op zoek te gaan

Fundamenten van het Geloof: De lankmoedigheid van God

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Schepping, intelligent design, evolutie (3) – Godsbewijzen van heidense filosofen

Al-Fatiha [De Opening] Surah 1: 4-7 Barmhartige Heer van de Schepping om ons de juiste weg te tonen

++

Aanvullend

  1. Betreft de Mens
  2. De Bijbel haar relevatie over God
  3. Gods vergeten Woord 15 Schepping 7 Vreze des Heren
  4. Gods vergeten Woord 20 Geopenbaarde Woord 5 Onoverbrugbare kloof
  5. Gods vergeten Woord 20 Volk van het Boek 4 Verloren wetboek
  6. Het begin van alles
  7. Een Naam voor een God #9 Vals geloof gevoed door vrees
  8. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #2 Aanroepen van de Naam van God
  9. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #1 Schepper en Zijn profeten
  10. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #6 Woorden tot voedsel en communicatie
  11. Echte boodschap van redding niet ver te zoeken
  12. Leren kennen van Hem die het hart kent
  13. Voor hen die beweren dat Jezus God is
  14. Het begin van Jezus #3 Voorgaande Tijden
  15. Het begin van Jezus #1 Menselijke aspecten
  16. Jezus van Nazareth #1 Jezus Geboorte
  17. Betreffende Christus # 2 Goddelijke bron, verband en goddelijk mens
  18. De Verlosser 2 Zijn goddelijke kant
  19. Ongelovige Thomassen, Jezus en zijn God

+++

Vindt verder ook om te lezen

  1. Onvoorwaardelijk zoeken // Seeking unconditionally
  2. Waarheid en Geloof // Truth and Faith
  3. Geschapen naar Gods beeld
  4. Geloofstwyfel : Waar vind ons God?
  5. Voel jy soms of die Here te vér is?
  6. De God van Doorbraak
  7. God van Doorbraak 3
  8. Verlange (Omgee) vir ander
  9. Waak jy en bid jy? Of slaap jy?
  10. Vertrou God as Hy nee sê
  11. Christen of “Christen-ish”?

Bibel, Schwert des Geistes, in die Einheit des Glaubens und der Erkenntnis des Sohnes Gottes

 

 

“Dem Vorsänger. Ein Psalm Davids. (19-2) Die Himmel erzählen die Ehre Gottes, und die Feste verkündigt seiner Hände Werk.” (Psalmen 19:1 SCHLACH)

“1  Da redete Gott alle diese Worte und sprach: 2 Ich bin der HERR, dein Gott, der ich dich aus Ägyptenland, aus dem Diensthause, geführt habe. 3 Du sollst keine andern Götter neben mir haben!” (2 Mose 20:1-3 SCHLACH)

“spricht der HERR also: Es soll nicht zustande kommen und nicht geschehen!” (Jesaja 7:7 SCHLACH)

“Und der HERR streckte seine Hand aus und rührte meinen Mund an; und der HERR sprach zu mir: Siehe, ich habe meine Worte in deinen Mund gelegt!” (Jeremia 1:9 SCHLACH)

“Glaubst du nicht, daß ich im Vater bin und der Vater in mir ist? Die Worte, die ich zu euch rede, rede ich nicht von mir selbst, sondern der Vater, der in mir wohnt, tut die Werke.” (Johannes 14:10 SCHLACH)

“Und nehmet den Helm des Heils und das Schwert des Geistes, nämlich das Wort Gottes.” (Epheser 6:17 SCHLACH)

“Und er sprach: Ich bin der Gott deines Vaters, der Gott Abrahams, der Gott Isaaks und der Gott Jakobs! Da verdeckte Mose sein Angesicht; denn er fürchtete sich, Gott anzuschauen.” (2 Mose 3:6 SCHLACH)

“wir wissen aber, daß der Sohn Gottes gekommen ist und uns einen Sinn gegeben hat, daß wir den Wahrhaftigen erkennen. Und wir sind in dem Wahrhaftigen, in seinem Sohne Jesus Christus. Dieser ist der wahrhaftige Gott und das ewige Leben.” (1 Johannes 5:20 SCHLACH)

“Würdig bist du, unser Herr und Gott, zu empfangen den Ruhm und die Ehre und die Macht; denn du hast alle Dinge geschaffen, und durch deinen Willen sind sie und wurden sie geschaffen!” (Offenbarung 4:11 SCHLACH)

“2 Und Gott redete mit Mose und sprach zu ihm: Ich bin der HERR; 3 ich bin Abraham, Isaak und Jakob erschienen als der allmächtige Gott; aber nach meinem Namen « HERR » habe ich mich ihnen nicht geoffenbart.” (2 Mose 6:2-3 SCHLACH)

“13 Und du denkst: « Was weiß Gott! Sollte er hinter dem Dunkel richten? 14 Die Wolken hüllen ihn ein, daß er nicht sehen kann, und er wandelt auf dem Himmelsgewölbe umher! »” (Hiob 22:13-14 SCHLACH)

“5 Und die Leviten Jesua, Kadmiel, Bani, Hasabneja, Serebja, Hodija, Sebanja und Petachja sprachen: Stehet auf, lobet den HERRN, euren Gott, von Ewigkeit zu Ewigkeit! Und man lobe den Namen deiner Herrlichkeit, der über alle Danksagung und alles Lob erhaben ist! 6 Du, HERR, bist der Einzige! Du hast den Himmel, aller Himmel Himmel samt ihrem ganzen Heere gemacht, die Erde und alles, was darauf ist, das Meer und alles, was darin ist! Du machst alles lebendig, und das himmlische Heer verehrt dich. 7 Du, HERR, bist der Gott, der Abram erwählt und aus Ur in Chaldäa geführt und mit dem Namen Abraham benannt hat.” (Nehemia 9:5-7 SCHLACH)

“7  Höre, mein Volk, so will ich reden; Israel, ich lege gegen dich Zeugnis ab: Ich, Gott, bin dein Gott. 8 Deiner Opfer halben will ich dich nicht strafen, sind doch deine Brandopfer stets vor mir. 9 Ich will keinen Farren aus deinem Hause nehmen, noch Böcke aus deinen Ställen! 10 Denn mein sind alle Tiere des Waldes, das Vieh auf den Bergen zu Tausenden. 11 Ich kenne alle Vögel auf den Bergen, und was sich auf dem Felde regt, ist mir bekannt. 12 Wenn mich hungerte, so würde ich es dir nicht sagen; denn mein ist der Erdkreis und was ihn erfüllt. 13 Soll ich Ochsenfleisch essen oder Bocksblut trinken? 14 Opfere Gott Dank und bezahle dem Höchsten deine Gelübde; 15 und rufe mich an am Tage der Not, so will ich dich erretten, und du sollst mich ehren! 16  Aber zum Gottlosen spricht Gott: Was zählst du meine Satzungen her und nimmst meinen Bund in deinen Mund, 17 so du doch Zucht hassest und wirfst meine Worte hinter dich?” (Psalmen 50:7-17 SCHLACH)

“11 Und Er hat gegeben etliche zu Aposteln, etliche zu Propheten, etliche zu Evangelisten, etliche zu Hirten und Lehrern, 12 um die Heiligen zuzurüsten für das Werk des Dienstes, zur Erbauung des Leibes Christi, 13 bis daß wir alle zur Einheit des Glaubens und der Erkenntnis des Sohnes Gottes gelangen und zum vollkommenen Manne [werden], zum Maße der vollen Größe Christi; 14 damit wir nicht mehr Unmündige seien, umhergeworfen und herumgetrieben von jedem Wind der Lehre, durch die Spielerei der Menschen, durch die Schlauheit, mit der sie zum Irrtum verführen,” (Epheser 4:11-14 SCHLACH)

“So bin auch ich, meine Brüder, als ich zu euch kam, nicht gekommen, um euch in hervorragender Rede oder Weisheit das Zeugnis Gottes zu verkündigen.” (1 Korinther 2:1 SCHLACH)

“9 Sondern, wie geschrieben steht: « Was kein Auge gesehen und kein Ohr gehört und keinem Menschen in den Sinn gekommen ist, was Gott denen bereitet hat, die ihn lieben », 10 hat Gott uns aber geoffenbart durch seinen Geist; denn der Geist erforscht alles, auch die Tiefen der Gottheit.” (1 Korinther 2:9-10 SCHLACH)

“14 Der seelische Mensch aber nimmt nicht an, was vom Geiste Gottes ist; denn es ist ihm eine Torheit, und er kann es nicht verstehen, weil es geistlich beurteilt werden muß. 15 Der geistliche [Mensch] aber erforscht alles, er selbst jedoch wird von niemand erforscht; 16 denn wer hat des Herrn Sinn erkannt, daß er ihn belehre? Wir aber haben Christi Sinn.” (1 Korinther 2:14-16 SCHLACH)

“Wer unterrichtete den Geist des HERRN, und welcher Ratgeber hat ihn unterwiesen?” (Jesaja 40:13 SCHLACH)

“5 welches in frühern Geschlechtern den Menschenkindern nicht kundgetan wurde, wie es jetzt seinen heiligen Aposteln und Propheten im Geiste geoffenbart worden ist, 6 daß nämlich die Heiden Miterben seien und Miteinverleibte und Mitgenossen seiner Verheißung in Christus Jesus durch das Evangelium,” (Epheser 3:5-6 SCHLACH)

“damit ihre Herzen ermahnt, in Liebe zusammengeschlossen und mit völliger Gewißheit bereichert werden, zur Erkenntnis des Geheimnisses Gottes, [welches ist] Christus,” (Kolosser 2:2 SCHLACH)

“Sprich keinem Toren zu; denn er wird deine weisen Reden nur verachten!” (Sprüche 23:9 SCHLACH)

“1  Dies sind die letzten Worte Davids: Es sprach David, der Sohn Isais, es sprach der Mann, der hocherhaben ist, der Gesalbte des Gottes Jakobs, der liebliche Psalmdichter in Israel: 2 Der Geist des HERRN hat durch mich geredet, und seine Rede war auf meiner Zunge.” (2 Samuel 23:1-2 SCHLACH)

“Ihr Männer und Brüder, es mußte das Wort der Schrift erfüllt werden, das der heilige Geist durch den Mund Davids vorausgesagt hat über Judas, welcher denen, die Jesus gefangennahmen, zum Wegweiser wurde.” (Apostelgescht 1:16 SCHLACH)

“Und da sie sich nicht einigen konnten, trennten sie sich, nachdem Paulus den Ausspruch getan hatte: Wie trefflich hat der heilige Geist durch den Propheten Jesaja zu unsern Vätern geredet,” (Apostelgescht 28:25 SCHLACH)

“Sie forschten, auf welche und welcherlei Zeit der Geist Christi in ihnen hindeute, der die für Christus bestimmten Leiden und die darauf folgende Herrlichkeit zuvor bezeugte.” (1 Petrus 1:11 SCHLACH)

“20 wobei ihr das zuerst wissen müßt, daß keine Weissagung der Schrift ein Werk eigener Deutung ist. 21 Denn niemals wurde durch menschlichen Willen eine Weissagung hervorgebracht, sondern vom heiligen Geist getrieben redeten heilige Menschen, von Gott [gesandt].” (2 Petrus 1:20-21 SCHLACH)

“der Beistand aber, der heilige Geist, welchen mein Vater in meinem Namen senden wird, der wird euch alles lehren und euch an alles erinnern, was ich euch gesagt habe.” (Johannes 14:26 SCHLACH)

“16 Jede Schrift ist von Gottes Geist eingegeben und nützlich zur Belehrung, zur Überführung, zur Zurechtweisung, zur Erziehung in der Gerechtigkeit, 17 damit der Mensch Gottes vollkommen sei, zu jedem guten Werke ausgerüstet.” (2 Timotheus 3:16-17 SCHLACH)

“Darum danken wir auch Gott unablässig, daß ihr das von uns empfangene Wort der Predigt Gottes aufnahmet, nicht als Menschenwort, sondern als das, was es in Wahrheit ist, als Gottes Wort, welches auch in euch, den Gläubigen, wirkt.” (1 Thessalonich 2:13 SCHLACH)

“Was aber zuvor geschrieben worden ist, das wurde zu unserer Belehrung geschrieben, damit wir durch die Geduld und durch den Trost der Schrift Hoffnung fassen.” (Römer 15:4 SCHLACH)

“Das alles, was jenen widerfuhr, ist ein Vorbild und wurde zur Warnung geschrieben für uns, auf welche das Ende der Zeitalter gekommen ist.” (1 Korinther 10:11 SCHLACH)

“49  Gedenke des Wortes an deinen Knecht, auf welches du mich hoffen ließest! 50 Das ist mein Trost in meinem Elend, daß dein Wort mich erquickt.” (Psalmen 119:49-50 SCHLACH)

“7 Der Weisheit Anfang ist: Erwirb Weisheit und um allen deinen Erwerb erwirb Verstand! 8 Halte sie hoch, so wird sie dich erhöhen; sie wird dich ehren, wenn du sie liebst. 9 Sie wird deinem Haupt einen lieblichen Kranz verleihen, eine prächtige Krone wird sie dir reichen.” (Sprüche 4:7-9 SCHLACH)

“Das Herz der Verständigen trachtet nach Erkenntnis; aber der Mund der Narren weidet sich an der Dummheit.” (Sprüche 15:14 SCHLACH)

“Auf das gute Erdreich gesät aber ist es bei dem, welcher das Wort hört und versteht; der bringt dann auch Frucht, einer hundertfältig, ein anderer sechzigfältig, ein dritter dreißigfältig.” (Matthäus 13:23 SCHLACH)

“Und ich will dich zu einer Wüstenei und zur Schmach machen unter den Heiden um dich her, vor den Augen aller, die vorübergehen;” (Hesekiel 5:14 SCHLACH)

“Und Gott gab diesen vier Jünglingen Kenntnis und Verständnis für allerlei Schriften und Weisheit; vorzüglich aber machte er Daniel verständig in allen Gesichten und Träumen.” (Daniel 1:17 SCHLACH)

“Es hilft keine Weisheit, kein Verstand und kein Rat wider den HERRN.” (Sprüche 21:30 SCHLACH)

“Gehorche dem Rat und nimm die Züchtigung an, damit du endlich weise wirst!” (Sprüche 19:20 SCHLACH)

“7 Bedenke, was ich dir sage! Denn der Herr wird dir Einsicht in alles geben. 8  Halt im Gedächtnis Jesus Christus, der von den Toten auferstanden ist, aus Davids Samen, nach meinem Evangelium, 9 in dessen Dienst ich Ungemach leide, sogar Ketten wie ein Übeltäter; aber das Wort Gottes ist nicht gekettet. 10 Darum erdulde ich alles um der Auserwählten willen, damit auch sie das Heil erlangen, das in Christus Jesus ist, mit ewiger Herrlichkeit.” (2 Timotheus 2:7-10 SCHLACH)

“gleichwie du ihm Vollmacht gegeben hast über alles Fleisch, auf daß er ewiges Leben gebe allen, die du ihm gegeben hast.” (Johannes 17:2 SCHLACH)

“wir wissen aber, daß der Sohn Gottes gekommen ist und uns einen Sinn gegeben hat, daß wir den Wahrhaftigen erkennen. Und wir sind in dem Wahrhaftigen, in seinem Sohne Jesus Christus. Dieser ist der wahrhaftige Gott und das ewige Leben.” (1 Johannes 5:20 SCHLACH)

“2 für Könige und alle, die in hervorragender Stellung sind, damit wir ein ruhiges und stilles Leben führen können in aller Gottseligkeit und Ehrbarkeit; 3 denn solches ist gut und angenehm vor Gott unsrem Retter, 4 welcher will, daß alle Menschen gerettet werden und zur Erkenntnis der Wahrheit kommen.” (1 Timotheus 2:2-4 SCHLACH)

*

 

die Gute Nachricht Deutsche Bibelgeselschaft 1982

die Gute Nachricht Deutsche Bibelgeselschaft 1982

 

+

Coming to understanding from sayings written long ago

Bible, épée de l’Esprit à venir dans l’unité de la foi et de la connaissance du Fils de Dieu

Bijbel, zwaard van de Geest in de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God om tot een volkomen mens te komen

Bible, sword of the Spirit to come into the unity of the faith and of the knowledge of the Son of God, unto a perfect man