Fundamenten van het Geloof 10 De Verlosser uit de dood

De Verlosser uit de dood

God heeft in Adam alle mensen onderworpen aan de dood. Want allen hebben zich door hun zonde met Adam verbonden, en delen in het vonnis dat God over hem uitsprak. Sindsdien worden wij allen door de dood gevangen gehouden. Niemand kan aan de dood ontkomen, en niemand kan zichzelf, een goede vriend, of dierbaar familielid, op eigen kracht uit het graf bevrijden. Er is geen mogelijkheid een losprijs of borgtocht te betalen, zodat een gevangene van de dood op vrije voeten komt:

“Niemand kan ooit een broeder (zichzelf) loskopen, noch God zijn losprijs betalen, – te hoog is immers de prijs voor hun leven, voor altijd ontoereikend – dat hij voor immer zou voortleven, de groeve niet zou zien.” (Psalm 49:8-10)

Toch zijn er aan wie geloven beloften gegeven, die nog niet zijn vervuld. En omdat God trouw is aan Zijn gegeven woord, beloofde Hij voor hen een Verlosser te zijn. Wat in dit verband betekent dat Hij hen zal bevrijden uit hun gevangenis, van de ketenen van de dood. In de Bijbel zien we de zekerheid die deze hoop biedt, en de vreugde over dit vooruitzicht dat God geeft:

“Hoop op God, want ik zal Hem nog loven, mijn Verlosser en mijn God.”
“Maar God zal mijn leven verlossen uit de macht van het dodenrijk …”
(Psalm 42:6 en Psalm 49:16)
“Looft de HERE … die uw leven verlost van de groeve, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid, die uw ziel verzadigd met het goede …”(Psalm 103:2-5)

Hoewel in een aantal gevallen bedoeld wordt, dat God voorkwam dat iemand stierf (zie bijvoorbeeld Job 33:24 en 28), gaat het in Psalm 49 duidelijk over de verlossing uit de dood (zie vers 14 en 15 voor het verband met het ‘maar’ van vers 16).

“13 (49-14) Deze hun weg is een dwaasheid van hen; nochtans hebben hun nakomelingen een welbehagen in hun woorden. Sela. 14 (49-15) Men zet hen als schapen in het graf, de dood zal hen afweiden; en de oprechten zullen over hen heersen in dien morgenstond; en het graf zal hun gedaante verslijten, elk uit zijn woning. 15  (49-16) Maar God zal mijn ziel van het geweld des grafs verlossen, want Hij zal mij opnemen. Sela. 16 (49-17) Vrees niet, wanneer een man rijk wordt, wanneer de eer van zijn huis groot wordt;” (Ps 49:13-16 STV)

God is, als de bezitter van inherent onsterfelijk leven, de enige die ons daaruit kan bevrijden (Jesaja 43:11; 45:21; 47:4;63:16).

“Ik, Ik ben de HEERE, en er is geen Heiland behalve Mij.” (Jes 43:11 STV)

“Verkondigt en treedt hier toe, ja, beraadslaagt samen: wie heeft dat laten horen van ouds her? Wie heeft dat van toen af verkondigd? Ben Ik het niet, de HEERE? en er is geen God meer behalve Mij, een rechtvaardig God, en een Heiland, niemand is er dan Ik.” (Jes 45:21 STV)

“Onzes Verlossers Naam is HEERE der heirscharen, de Heilige Israëls.” (Jes 47:4 STV)

“Gij zijt toch onze Vader, want Abraham weet van ons niet, en Israël kent ons niet; Gij, o HEERE! zijt onze Vader, onze Verlosser van ouds af is Uw Naam.” (Jes 63:16 STV)

In Psalm 102 is er een verband tussen gevangenschap en de dood als iets menselijkerwijs onafwendbaars en onherroepelijks, maar waaruit God bevrijdt door de boeien en ketenen van gevangenen los te maken.

Ook in andere psalmen is God de bevrijder van gevangenen:

“De HERE maakt de gevangenen los …” (Psalm 146:8)
“… die gevangenen uitleidt in voorspoed …” (Psalm 68:7)
“… de HERE heeft uit de hemel op aarde geschouwd, om het zuchten van de gevangenen te horen, om de ten dode gedoemden te bevrijden …” (Psalm 102:20-21; zie ook Psalm 79:11)

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren?

“Banden van de dood hadden mij omvangen … Ach HERE, red mijn leven …Want u hebt mijn leven van de dood gered … Kostbaar is in de ogen van de HERE de dood van zijn gunstgenoten … U hebt mijn banden losgemaakt.” (Psalm 116)

Wanneer God in staat is om te verhinderen dat iemand sterft, dan kan Hij ook bevrijden wie gestorven zijn. In het boek van de profeet Hosea blijkt inderdaad dat God daartoe in staat is:

“Zou Ik hen uit de macht van het dodenrijk bevrijden, van de dood loskopen?” (Hosea 13:14)

De vraag is hier niet of Hij het kan, maar of Hij het wil, gezien de zonden van het volk Israël. Het bevrijdende antwoord is: Ja!
God zal de gelovige bevrijden uit de hand van zijn, en daarmee Gods vijanden, ook van de grootste en machtigste van alle, de dood:

“God staat op, zijn vijanden worden verstrooid … zo vergaan de goddelozen voor Het aangezicht van God. Maar de rechtvaardigen verheugen zich, zij juichen voor het aangezicht van God … die gevangenen uitleidt in voorspoed.” (Psalm 68:2-7)“

“Ja heil en goedertierenheid zullen mij volgen, al de dagen van mijn leven; ik zal in het huis van de HERE verblijven tot in lengte van dagen” (Psalm 23:6).

Het bewijs dat God de rechtvaardigen niet alleen kan, maar ook daadwerkelijk zal verlossen uit de dood, is te zien in de opwekking tot eeuwig leven van Zijn Zoon. Ook hij kon zichzelf niet bevrijden van de dood; machteloos lag hij in het graf, totdat God hem daaruit bevrijdde. Dit was de vervulling van de belofte, die Hij eeuwen daarvoor had gegeven in profetieën, die op Jezus Christus betrekking hebben:

“Omdat hij Mij zeer bemint, zal Ik hem bevrijden … Ik zal hem uitredden en tot ere brengen. Met lengte van dagen zal Ik hem verzadigen …” (Psalm 91:14-16; zie voor verband met Christus Jezus vers 11-12/Luc. 4:10-11)

“11 Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen. 12 Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot.” (Ps 91:11-12 STV)

“10 Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen; 11 En dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij Uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.” (Lu 4:10-11 STV)

“Leven vroeg hij van U; U gaf het hem, lengte van dagen voor altoos enimmer.” (Psalm 21:5)

De gevangenschap van de Here Jezus in de dood wordt benadrukt door het feit, dat er na zijn begrafenis een grote steen voor het graf werd gerold, deze werd verzegeld, en er, zoals bij gevaarlijke gevangenen gebruikelijk was, vier soldaten voor het graf werden gezet om het (lees Hem) te bewaken (Mattheüs 27:62-66). Desondanks bleek het graf na enkele dagen leeg te zijn, zonder geschonden te zijn:

“Wat zoekt u de levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgewekt.” (Lucas 24:5-6)

“God evenwel heeft Hem opgewekt, want Hij verbrak de weeën van de dood, naardien het niet mogelijk was, dat Hij door hem werd vastgehouden.” (Handelingen 2:24)

Voor de apostelen was dit de vervulling van profetische woorden van David, die, omdat hij gestorven en begraven is, op iemand anders dan hemzelf betrekking moeten hebben (Handelingen 2:25-32; 13:34-37):

Ik stel mij de HERE bestendig voor ogen; omdat Hij aan mijn rechterhand staat, wankel ik niet. Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel, zelfs mijn vlees zal in veiligheid wonen; want God geeft mijn ziel niet prijs aan het dodenrijk, noch laat U uw gunstgenoot de groeve zien.” (Psalm 16:8-11)

Hiermee heeft God een zeer groot werk verricht: voor het eerst werd een mens niet tijdelijk opgewekt uit de doden, om – zoals tot dan toe het geval was geweest – later toch weer te sterven, maar voor eeuwig. De kracht die God gebruikte bij de opwekking tot eeuwig leven van zijn Zoon, zal Hij ook voor anderen gebruiken:

“… hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons, die geloven, naar de werking van de sterkte van zijn macht, die Hij heeft gewrocht in Christus, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan zijn rechterhand…” (Efeziërs 1:19-20; vergelijk 1 Korintiërs 6:14)

“En God heeft ook den Heere opgewekt, en zal ons opwekken door Zijn kracht.” (1Co 6:14 STV)

Deze belofte geldt voor wie in dit leven de begeerten van het vlees doden en leven voor God:

“Indien Christus in u is, dan is wel het lichaam dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid. En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont” (Romeinen 8:10-11).

J.K.D.

 

Vraag ter overdenking:

Hoe is de losprijs betaald om gelovigen te bevrijden van de dood?

+

Voorgaande

Fundamenten van geloof 3: De Persoonlijkheid van God

Fundamenten van het Geloof 9 De hoop op eeuwig leven door opstanding uit de doden

++

Aanvullende lectuur

  1. God is een verhaal #2 Voorgangers niet gediend met een Enige God
  2. Uitspraak van straf over de mens
  3. Dood
  4. Gedachte voor 2 januari 2018
  5. Redding mogelijk voor allen
  6. Reddingsplan
  7. Keuze van levende zielen tot de dood
  8. Betreffende Christus # 2 Goddelijke bron, verband en goddelijk mens
  9. De opgestane Heer
  10. Addendum 1: de leer van de “antichrist”
  11. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #10 Gebed #8 Voorwaarde
  12. Gedachte voor vandaag “Geloof in moeilijke tijden” (14 januari)
  13. God mijn schutting, mijn hoop voor de toekomst

Fundamenten van het Geloof: 7. Zonde. Overtreding van Gods wil

Gelooft u het getuigenis van God, zijn Zoon en zijn dienaren? #2 Zonde. Overtreding van Gods wil

Omdat God de mens maakte met een vrije wil, en daarmee vrijheid om te kiezen, kunnen wij zowel doen wat Hem behaagt als mishaagt. Dit laatste noemt God zonde.

Maar wat is zonde precies en hoe komt deze tot stand?

De Bijbel leert dat wie weet wat God vraagt maar het niet doet, zondigt tegenover God. Hij overtreedt Zijn wil. Zoals er in de wereld, bij overtreding van de wet, een onderzoek volgt, waarop een straf wordt bepaald, moet er ook in dit geval een toets zijn waarop God Zijn oordeel baseert. Voor Israël was die toets de wet, die ieder lid van het volk geacht werd te kennen:

“… zonde wordt niet toegerekend, als er geen wet is.” (Romeinen 5:13; 3:20)“

… doet u zonde en wordt u door de wet overtuigd van overtreding.” (Jac. 2:9)

“Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet; immers ook van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, indien de wet niet zei: u zult niet begeren.” (Romeinen 7:7)

Geboden en verboden prikkelen ons, onverschillig voor de gevolgen, de wetgever uit te dagen door, in het toegeven aan onze begeerten en hartstochten, de ons gestelde grenzen te overschrijden:

“Maar uitgaande van het gebod, wekte de zonde in mij allerlei begeerlijkheid op; want zonder de wet is de zonde dood.” (Romeinen 7:8)

“Want toen wij in het vlees waren, werkten de zondige hartstochten, die door de wet geprikkeld worden, in onze leden.” (Romeinen 7:5)

De eerste mens overtrad ook een gebod. God had gezegd dat hij van alle bomen mocht eten, maar van één boom af moest blijven. Dit was de toets van zijn gehoorzaamheid. Dit gebod prikkelde de mens echter, en in plaats van zijn begeerte te overwinnen gaf hij er aan toe:

“En de vrouw zag dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook aan haar man, die bij haar was, en hij at.” (Genesis 3:6)

Hier wordt het proces voorgesteld dat plaats vindt in de menselijke gedachten, waardoor wij proberen onze zonden als niet erg voor te stellen:

“Hoelang zullen in uw binnenste uw zondige overleggingen verwijlen?”

“Arglistig is het hart boven alles, ja verderfelijk is het; wie kan het kennen?”(Jeremia 4:14 en 17:9)

“Want uit het hart komen boze overleggingen …” (Mattheüs 15:19)
“Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking van zijn eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde …” (Jacobus 1:14)

De mens is in principe vrij, maar wij zijn van nature zo gericht op het bevredigen van onze begeerten, dat wij daarvan, zonder het in te zien, slaven zijn; gevangen in de strik van onze zelfzuchtigheid. God wil ons tegen onszelf beschermen en vraagt ons dat wij ons beheersen om echt vrij te zijn:

“Doch indien u niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur,wiens begeerte naar u uitgaat, doch over wie u moet heersen.” (Genesis 4:7)

“Laat de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat uaan zijn begeerten zou gehoorzamen … Immers, de zonde zal over u geen heerschappij voeren …” (Romeinen 6:12-14)

“Weet u niet, dat u hem, in wiens dienst u zich stelt als slaven ter gehoorzaamheid, ook moet gehoorzamen als slaven, hetzij dan van de zonde tot de dood, hetzij van de gehoorzaamheid tot gerechtigheid?” (Romeinen 6:16; vergelijk Johannes 8:34)

“… gebruikt echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees…” (Galaten 5:13)

God laat ons zien dat er een weg is die naar vrijheid leidt: de weg die Zijn zoon Christus Jezus ging. Zijn voorbeeld is daarom de toets voor ons leven. Hij deed alleen het goede en zondigde niet tegen God. En God vraagt ons Jezus daarin te volgen. Door zijn ‘kruisdood’ toonde hij hoe radicaal hij met de zonde wilde afrekenen, zodat deze geen kans zou krijgen hem in bezit te nemen en te beheersen:

“… daar ook Christus … u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat u in zijn voetsporen zou treden; die geen zonde gedaan heeft …” (1 Petrus 2:21-22; vergelijk Hebreeën 4:15).

“… laat u met God verzoenen. Hem (Christus), die geen zonde gekend heeft,heeft Hij (God) voor ons tot zonde gemaakt …” (2 Korintiërs 5:20-21)

“Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven.” (Romeinen 6:10)

Geen mens kan zeggen dat hij niet op enig moment gezondigd heeft, want allen zijn Adam gevolgd:

“… gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen … omdat allen gezondigd hebben … Want allen hebben gezondigd …” (Rom. 5:12; 3:23).

“Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet… Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en zijn woord is in ons niet” (1 Johannes 1:8-10; vergelijk Johannes 8:7).

Door de doop geven wij te kennen dat wij voortaan niet meer Adam willen navolgen, maar Christus:

“Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd” (Galaten 5:24; vergelijk Mattheüs 5:43-48).

Wie op deze wijze het vlees doodt, is voortaan niet meer bezig met het bevredigen daarvan, maar heeft de gezindheid van Christus. Hij is gericht op het blijvende, in plaats van op het tijdelijke:

“Een ieder, die in Hem (Christus) blijft, zondigt niet; een ieder, die zondigt,heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend … Een ieder, die uit God geboren is, doet geen zonde; want het zaad (van God) blijft in hem en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren.” (1 Johannes 3:6 en 9; 5:18)

“Want al wat in de wereld is: de begeerten van het vlees, de begeerte van de ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld. En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.” (1 Johannes 2:16-17)

Dit wil niet zeggen dat wij dan niet meer kunnen zondigen, maar dat wij dat niet bewust, opzettelijk meer doen. Wij moeten altijd waakzaam blijven, omdat wij nog in een wereld vol verleidingen leven:

“Als iemand dan weet goed te doen en het niet doet, is het hem tot zonde.” (Jacobus 4:17)

“Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis van de waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonde meer over, maar een vreselijk uitzicht op het oordeel…” (Hebr. 10:26-27).

Vergeving van zonde

Omdat God geen behoefte heeft aan de dood van zondaars, maar wil dat zij leven (Ez.18:23), stelt Hij zich voor als vergevend God (Ex. 34:7), Die voorbijziet aan de zonden van wie in geloof, berouw en bekering tot Hem gaan (Luc. 24:47; Hand. 2:38; 3:19;13:38-39; Rom. 4:7-8; Hebr. 8:12; 1 Joh. 1:7 en 9; Matth. 18:21-35)

J.D.

+

Voorgaande

Fundamenten van het Geloof: De lankmoedigheid van God

Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God

Fundamenten van geloof 3: De Persoonlijkheid van God

Fundamenten van het Geloof 4: Engelen. Gods volmaakte dienaren

Fundamenten van het Geloof 5: De mens, geschapen naar Gods beeld en als Zijn gelijkenis

Fundamenten van het Geloof 6: Beproeving van het geloof

Wettisch tegenover wet

++

Aanvullende artikelen om te lezen

  1. Betreft de Mens
  2. Een Boom van kennis wordt een Boom van moraal
  3. Bron(nen) van kwaad
  4. Wie brengt het Kwaad over ons
  5. Begrippen satan en duivel in de Bijbel
  6. Duivel, Satan, Lucifer, Demon, Goed en Kwaad en God
  7. Satan het kwaad in ons
  8. Gevallen engelen en hun verblijf
  9. Bestaat er iets als engelen en kunnen die zondigen
  10. Hoe de Satan vandaag rond toert
  11. Zondigen omdat men zondaar is
  12. De Voltooiing van de schepping 4 Buitenbijbelse leer
  13. Bereshith 3:20-24 Moeder van al wat leeft en gevolgen van haar keuze
  14. Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #1 Bereshith 4:1-6 Twee broers en hun offers
  15. Bereshith 4:1-24 Kaïn en de Kaïnieten #3 Bereshith 4:8 De Broedermoord
  16. Kuddedier doet liever wat het niet mag
  17. Fragiliteit en actie #2 Onderwerpen en werken
  18. Fragiliteit en actie #3 Verleden en Vervolg
  19. Fragiliteit en actie #8 Eerste Wetsvoorziening
  20. Fragiliteit en actie #9 Herval zondigheid
  21. Zuiverheid en verantwoordelijkheid van leden en leiders in een gemeenschap
  22. Moreel relativisme
  23. Kleurblindheid en verkeerscode
  24. Leugen, handvat dat alle instrumenten past
  25. Zonde cultiveert negatieve energie
  26. Verscheidene Verbondakkoorden 4 Behouden van de Wet maar Zwak door het vlees
  27. Zondigen verlaat God niet
  28. Kerk hospitaal voor zondaars
  29. Grootste oorzaak van atheïsme in de wereld zijn de Christenen
  30. Onvergeeflijke zonde en berouw
  31. Neem afstand van het kwade
  32. God wil u gunst betonen
  33. Fundamenten van het Geloof: De goedertierenheid van God
  34. Bedekking der zonden
  35. Aanwijzingen voor redding te vinden
  36. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 1 Mens geplaatst in wereld van groen en andere levende wezens
  37. Het loon der zonde is de dood; maar de genadegave van God is het eeuwige leven in Christus Jesus
  38. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 1
  39. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 4 Verzet tegen God en Overeenkomstige prijs
  40. Vraag: Als men uit God geboren zou zijn waarom zouden wij dan nog vergiffenis moeten vragen?
  41. Antwoord op Vragen van lezers: Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden
  42. Gelukkig de mens die niet de raad volgt van wie zonder God leven
  43. Vreemdelingschap
  44. Geen race voor de snelste, noch een strijd der helden
  45. Een race niet voor de snelste, noch een strijd om de sterkste
  46. Zij die in de renbaan lopen en geroepen zijn voor rechtvaardiging door geloof
  47. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen
  48. De Bekeerling, bekeringsactie en bekering
  49. Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
  50. Doemdenkers en ons lijden
  51. Waarom laat God het kwade toe
  52. Eerlijkheid begin van heiliging
  53. Christadelphians kinderen van God

+++

Gerelateerd

  1. Ontdek jou passie
  2. Nederigheid bring Wysheid
  3. Sat en moeg hiervoor?  Gaan doen wat God doen: Maak ʼn einde daaraan.
  4. Gedrag beide: Vreemd en Lelik!
  5. Metaalskuim.  
  6. Vanself goed genoeg?
  7. Oeps! Foutjie. . .
  8. Onthou wat Hy vir ons gedoen het