Bouwen op het bijbels fundament: De apostelen deden het toch ook

De apostelen deden het toch ook

“11  want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt-Jezus Christus zelf. 12 Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro, 13 van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is.” (1Co 3:11-13 NBV)

Elke christen zou zich eigenlijk moeten afvragen: wat is nu feitelijk de essentie van dit christendom van mij, waar gaat het nu echt om? Dat kan soms best lastig zijn, zoiets als ‘beschrijf het eiland waar je woont’, wanneer je daar nog nooit vanaf bent geweest. Als je de rest van de wereld kent, ken je ook de verschillen en weet je wat kenmerkend is voor je eigen plekje. Maar als je die niet kent, waar leg je dan de nadruk op? Maar ook: als je die rest van de wereld wel kent, waar leg je dan de nadruk op? Op het strand en de duinen, de polder en de vogels? Of op de saamhorigheid van die kleine leefgemeenschap enerzijds, en anderzijds het feit dat je er niet op hoeft te rekenen dat je binnen een half uur in een ziekenhuis ligt wanneer er iets grondig mis is gegaan?

Verpakking of inhoud

Zo ook: hoe zou je je geloof omschrijven ten opzichte van andere christelijke stromingen, of ten opzichte van andere religies? Waar leg je de nadruk op? Benadruk je de verschillen met die anderen, of zoek je het in het positieve en ben je in staat te wijzen op wat werkelijk kenmerkend is en waarde heeft? Dat laatste vereist uiteraard een goed inzicht in waar het echt om draait. Noem je bijvoorbeeld het feit dat je elke zondag naar de kerk gaat? Of spreek je over verlossing, vergeving van de schuld waarvoor je eigenlijk zou moeten sterven, en een hoop op leven die je desondanks toch hebt gekregen? En doe je dat dan op de trotse toon waarop een ander het over zijn nieuwe dure auto heeft, of doe je dat op de nederige toon van iemand die ten volle beseft dat hij – naar Gods maatstaven gemeten – al dood had moeten zijn en nu op cadeau gekregen tijd leeft? Wat geen enkele andere levensbeschouwing zou kunnen bieden?
Anders gesteld: leg je de nadruk op de verpakking, of op de inhoud?

Wie om zich heen kijkt, ziet dat voor velen de verpakking vandaag allang belangrijker is geworden dan de inhoud. Een ‘bekende Nederlander’ werd onlangs gevraagd of ze religieus was. Het antwoord was:

‘Ik ben diep religieus’,

en meteen daar achteraan:

‘maar met het concept God kan ik niet zo goed uit de voeten’.

Religie betekende voor haar glas-in-lood ramen, Mariabeelden en de geur van wierook. Een extreem voorbeeld? Uiteraard, maar staat het echt zo alleen? Voor velen bestaat christendom inderdaad uit indrukwekkende diensten met indrukwekkende rituelen, liturgische gewaden en loepzuiver gezang van professionele koren. Voor anderen juist uit massale bijeenkomsten in de open lucht met veel spontaan gezang op moderne muziek, handgeklap en hallelujageroep. Voor weer anderen zijn het genezingssessies in grote ‘glazen tempels’, spectaculaire duiveluitdrijvingen, of ‘het spreken in tongen’. En in het dagelijks leven is het voor de een sociaal bezig zijn in zijn omgeving, en voor de ander het vermijden van frivoliteiten en geen TV-kijken op zondag; voor de een het steunen van een bevrijdingsbeweging in een ver land en voor de ander het verspreiden van traktaatjes, of geld geven voor een of ander kerkelijk doel.

Op zoek naar de essentie

Sommige van zulke dingen zijn heel spectaculair, andere juist veel minder ‘zichtbaar’. Veel ervan zijn ontegenzeggelijk nuttig voor de maatschappij, andere toch meer gericht op het krijgen van ‘een goed gevoel’. Sommige worden verdedigd door er op te wijzen dat ook de apostelen zulke dingen deden, andere met het argument dat ze juist ‘de vertaling naar deze tijd’ zijn van zulke apostolische activiteiten. Maar ze hebben allemaal gemeen dat ze uiterlijkheden en bijzaken betreffen. Niet dat ze in alle gevallen onbelangrijk zouden zijn, maar ze vormen – als zodanig – toch niet de essentie van het christendom. Ook een atheïstische humanist kan heel sociaal en onbaatzuchtig bezig zijn, en op het eerste gezicht lijkt er ook weinig verschil te zitten tussen het ‘heb je vijanden lief’ van de bergrede en het ‘je moet je vijanden overwinnen door beter te zijn dan zij’ van een door orthodoxe christenen weinig gewaardeerde vorm van ‘afgoderij’. Genezingen, zelfs ‘duiveluitdrijvingen’, zijn veelvuldig te vinden op de pagina’s van het Nieuwe Testament, maar evenzeer in de binnenlanden van Afrika. Ook zulke zaken vormen niet de essentie van het Christendom.

Imiteren of navolgen

Je ziet jonge kinderen vaak het gedrag en het spreken van hun ouders imiteren zonder dat ze werkelijk begrijpen waar dat toe dient. Ze imiteren de uiterlijke vorm maar het heeft geen inhoud. Ze denken zo te tonen dat ze al ‘groot’ zijn, maar het toont juist hun gebrek aan begrip. Als volwassenen weten we dat ‘groot zijn’ niet zit in zulk gedrag, maar in de dingen die daar toe leiden. En zo gaat dat ook met het opgroeien in het geloof. Dat gaat ook niet om het imiteren van het gedrag van Christus of de apostelen, maar om het ontwikkelen van een karakter, om het opbouwen van ‘de gezindheid van Christus’: niet het ‘imiteren’
maar het ‘navolgen’ van Christus. En wellicht leidt dat dan weer tot zulk gedrag,maar dat hangt af van de situatie waarin God ons plaatst. Veel wat we als christen doen, of zouden moeten doen, kan ook gedaan worden vanuit andere motieven, en wordt
ook vaak gedaan vanuit zulke andere motieven. Op zichzelf is dat nog geen christendom. Je kunt weliswaar geen christen zijn zonder naastenliefde te tonen, maar je kunt wel degelijk heel erg veel naastenliefde tonen zonder christen te zijn. Dus daar zit de kern toch niet.

Jezus’ missie was niet het genezen van zieken of het ‘solidair zijn met de armen’, maar het doen van een laatste oproep tot bekering aan zijn volk. Die genezingen waren een vervulling van de profetieën die hem aanwezen als de Messias, ze waren zijn identificatie. Hij wijst de boden van Johannes de Doper daarop (Luc. 7:21-22), maar wat werkelijk van belang is, laat hij er meteen op volgen:

“Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot neemt” (vs 23)

wat in dit verband betekent:

… wie mij niet houdt voor een valse profeet.

O zeker, hij was vervuld van mededogen met allen die het moeilijk hadden in het leven. Maar hij was niet gekomen om alle ziekte uit het land uit te bannen. Zijn genezingen waren zijn identificatie, en tegelijkertijd een voorafschaduwing van het koninkrijk dat hij ooit op deze aarde zou komen oprichten. En het zou de taak van zijn apostelen zijn het woord verder te verspreiden, tot in heidense landen.
En ook daarbij zouden de genezingen die dubbele functie vervullen van autorisatie en van voorafschaduwing van wat eens zou komen. Maar tijdens zijn drie-jarige prediking genas Jezus niet alle zieken, want wanneer Petrus en Johannes in Hand. 3 naar de tempel gaan treffen zij bij de toegangspoort een verlamde die daar al vele decennia lag. En in de brieven van Paulus lezen we af en toe over medewerkers die ‘ten dode toe’ ziek zijn geweest en die hij kennelijk niet heeft kunnen genezen, of die hij ergens ziek heeft moeten achterlaten.

De kern van het geloof

Het gevaar van het louter imiteren van wat Jezus en de apostelen deden, of de gelovigen van het eerste uur, is dat het de nadruk legt op wat per saldo toch maar uiterlijkheden en bijzaken zijn. Sommige daarvan zijn niet echt belangrijk of zelfs helemaal niet. Andere zijn inderdaad van groot belang, maar ook dan niet de hoofdzaken, de dingen waar het ten diepste om gaat. Waar het werkelijk om gaat is de relatie met God, om het besef dat we die relatie eigenlijk had den verspeeld door onze zonde maar dat die toch weer is hersteld, niet door onze verdienste maar door Gods genade, en om de diepe dankbaarheid die we daarvoor zouden moeten voelen. Al die andere aspecten zijn alleen maar de consequenties daarvan, vaak zelfs de onvermijdelijke consequenties, maar toch niet de hoofdzaken. Wat kenmerkend is voor het ware geloof is die relatie, en de rest heeft alleen werkelijke waarde voor zover het daar uit volgt. Want alleen dan gaat het echt om de inhoud en niet om de verpakking.

R.C.R.

+

Aansluitende lectuur

  1. Geloof
  2. Geloof en geloven
  3. Geloof in Jezus Christus
  4. Geloof in slechts één God
  5. Geloof niet zonder daden
  6. Geloof – Vertrouwen voor het ongeziene
  7. Geloof voor God aanvaardbaar

+++

Gerelateerd

  1. Nep christenen
  2. Fundamentalisme: De kunst van het God onder de duim hebben.
  3. Scheepje (z)onder Jezus’ hoede
Advertisements

One thought on “Bouwen op het bijbels fundament: De apostelen deden het toch ook

  1. Pingback: Het Geschreven Woord: Charis – Gebruik en verklaring van een sleutelwoord in de grondtekst – Jeshuaisten / Jeshuaists

You are welcome to react - U bent welkom om een reactie te geven

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.