Zeven sabbatten

Paulus’ verwijzing naar ‘een feestdag, nieuwe maan of sabbat’  in Kolossenzen 2:16 is van speciaal belang voor onze bestudering van de manier waarop de Joodse kalender in de apostolische kerk werd gebruikt. De drie woorden feestdag, nieuwe maan en sjabbat stellen een zich stap voor stap ontwikkelende en uitputtende opsomming van de oudtestamentische heilige tijden voor. Deze drie woorden komen in dezelfde of in omgekeerde volgorde voor, vijf maal in de Septuaginta en verscheidene malen in andere literatuur. In deze gedeelten duiden ze de volgorde van de heilige tijden van de Joodse religieuze kalender aan.
De feestdagen zijn de jaarlijkse hoogtijdagen die in het voor- en najaar worden gevierd. De nieuwe maan is de maandelijkse viering van de eerste dag van de maand. Op deze dag werd in het vroege Israël op de bazuinen geblazen om de mensen aan de naderende Dag van het Bazuingeschal te herinneren (Num. 10:10; Ps. 81:4).
Het was een dag van speciale aanbidding (1 Sam. 20:5), waarop het werk werd onderbroken en extra offers werden gebracht (Num. 29:11-14).
Sjabbat is duidelijk de wekelijkse hoogtijdag die op de zevende dag in acht werd genomen. Het is duidelijk dat de drie woorden een opsomming van de heilige tijden voorstellen die door de Joodse kalender werden bepaald.
Het gebruik dat Paulus in Kolossenzen 2:16 van de speciale benaming ‘nieuwe maan’ (neomenia) maakt, in plaats van de algemene benaming ‘maand’ (men) zoals deze wordt gebruikt in Galaten 4:10), laat duidelijk zien dat hij de heilige tijden van de Joodse kalender voor ogen heeft en niet die van de heidense kalender. De vermelding ‘nieuwe maan’ is van belang voor onze studie van de Dag van Bazuingeschal, aangezien beide in ideologische zin met elkaar in verband stonden. Het blazen op de bazuinen bij nieuwe maan diende als een maandelijkse herinnering aan de naderende Dag van het Bazuingeschal, waarop op een indrukwekkende manier op de bazuinen werd geblazen, om de mensen op te roepen dat ze voor God terecht moesten staan tijdens de tien dagen die aan de Verzoendag voorafgingen. Op deze dag zouden hun zonden uiteindelijk voorgoed weggedaan worden.
Uit: De Najaarsfeesten van Samuele Bacchiocchio

Goedkeuring of afkeuring van hoogtijdagen?

De belangrijke vraag die we in dit opzicht in overweging moeten nemen is of Paulus in Kolossenzen 2:16 de naleving van de heilige tijden van de Joodse kalender goedkeurt dan wel afkeurt. In het verleden is deze tekst, zoals ik in mijn dissertatie Van Sjabbat naar zondag heb aangetoond, geïnterpreteerd als een Paulinische veroordeling van de viering van de oudtestamentische hoogtijdagen. Ondanks het feit dat dit een oude en geliefde interpretatie is, is zij geheel verkeerd, omdat Paulus in dit gedeelte de Kolossenzen niet waarschuwt tegen de inachtneming van de vijf genoemde gebruiken (eten, drinken, feesten, nieuwe maan en sjabbatten), maar tegen ‘wie dan ook’ (tis) die oordeelt hoe ze dit zouden moeten doen.

Er moet worden opgemerkt dat de rechter die oordeelt niet Paulus is, maar de dwaalleraren onder de Kolossenzen die ‘geboden’ opleggen (2:20)wat betreft de manier waarop deze gebruiken in acht genomen zouden moeten worden, om ‘eigendunkelijke godsdienst, nederigheid en kastijding  van het lichaam’ (2:23) te bereiken. D.R. De Lacey geeft, schrijvend in het symposium From Sabbath to Lord’s Day, terecht als commentaar:

‘De rechter is waarschijnlijk een man met ascetische neigingen die bezwaar heeft tegen het eten en drinken tegen het eten en drinken door de Kolossenzen. Het meest begrijpelijk is om de rest van het gedeelte zo op te vatten dat hij niet ook een ritueel van feestdagen oplegt, maar eerder dat hij bezwaar maakt tegen bepaalde elementen van een dergelijke naleving. Vermoedelijk wilde de ‘rechter’, dat wil zeggen de dwaalleraren, dat de gemeente deze praktijken op een meer ascetische manier in acht zouden nemen (‘kastijding van het lichaam’ – 2:23,21). Anders gezegd: de dwaalleraren wilden dat de gelovige Kolossenzen minder zouden feesten en meer zouden vasten.

+

Paulus ging met Barnabas op de sabbat in Antiochië naar de synagoge Hand. 13,14  De eerstvolgende sabbat predikten zij weer in de synagoge. De volgende sabbat kwam bijna de gehele stad bijeen om het woord van God te horen. Vele Joden geloofden niet. Daarna wendden zij op sabbat zich tot de heidenen. Hand. 13, 46 en 48. Dat was op sabbat. In Hand. 14, lezen we opnieuw dat zij naar de synagoge gingen, Daar waren Joden en heidenen in de synagoge. De niet Joden namen het woord van God wel aan. Verder ging de prediking gewoon door in Ikonium Hand. 14, 1. Een grote menigte, zowel Joden als van Grieken, kwam tot het geloof Hand. 14, 1.

In Hand. 15 was niet de sabbat in het geding vers 21.

In Hand. 17 ging Paulus naar Tessalonika waar een synagoge dus geen christelijke kerk was. En Paulus behandelde drie sabbatten achtereen met hen gedeelten uit de Schriften, de Torah, vers 2.

Zo gaat het maar door. En dan komen wij bij de beroemde passage in Hand 20,7 of eigenlijk het gehele hoofdstuk 1 tot en met 16. Het betreft de Zeven Sabbatten waarover Paulus het heeft. De Zeven Sabbatten is een rechtstreekse verwijzing naar Leviticus 23,15,16  DE VOLLE WEKEN d.w.z. 50 dagen tot Pinksterdag waar ook Lukas in Hand. 20,16 over schrijft.

De gemeente was op Pinksterdag begonnen Hand. 2, 1. Dezelfde Pinksterdag het Feest van Sjawoeot dat vermeld wordt in Hand. 20, 16. Het was een Joods Feest, beter Bijbels Feest. De eerste gemeente bestond uitsluitend uit Joden. Heidenen mochten pas in Hand. 10 meedoen.

De `broeders` in Hand. 28,14 waren Joden.

In Antiochië werden de gelovigen ´christenen´ genoemd, maar dat was een bijnaam.

Een geoefend oog merkt op dat de gelovigen Loofhutten hielden in overeenstemming met Zacharia 14.16.

Eigenlijk is het boek Handelingen doortrokken van de Bijbelse feestdagen waarvan Pesach en Sjawoeot getuigen. Het grootste deel van het Evangelie van Johannes betreft het feest der Ongezuurde Broden. Zie ook Lukas 22,7. Het gaat direct terug op Leviticus 23. Leviticus 23 is de spil waar het om draait. Centraal staat de Sabbat.

Groet,

Martin Rozestraten

  • Gepubliceerd op Yom Hey, 13 Nisan 5776 of 21 april 2016

+++

3 thoughts on “Zeven sabbatten

  1. De belangrijke bijdrage die het onderzoek van Martin levert, is zijn analyse van het verschil tussen het stelsel van tijdswaarneming dat in Galaten 4:10 naar voren komt (’dagen, maanden, vaste tijden en jaren’) en zoals dat in Kolossenzen 2:16 (’een feestdag, nieuwe maan, of sabbat’) wordt teruggevonden. Martin toont aan dat, terwijl de opsomming in Kolossenzen 2:16 zonder twijfel een Joods karakter heeft, omdat de tijdscategorieën feestdag, nieuwe maan en sjabbat kenmerkend zijn voor de Joodse religieuze kalender, de opsomming in Galaten 4:10 ‘een heidense kalender karakteriseert die voor Paulus en zijn gemeenten onaanvaardbaar is’ … .

    De conclusie van Martin dat de bekering van de heidenen tot het evangelie inhield dat ze hun heidense kalender verwierpen, die op de afgodische aanbidding van vele goden gebouwd was, en de Joodse religieuze kalender overnamen, die door de komst van Christus van Christus veranderd was, laat mijns inziens een belangrijke doorbraak zien in ons begrip van de continuïteit tussen Jodendom en christendom. Laten we hopen dat deze recente wetenschappelijke studies een bijdrage zullen betekenen aan het opheffen van de gangbare verkeerde veronderstelling dat de apostolische kerk zich onmiddellijk en drastisch van het Jodendom in algemene zin en van de Joodse kalender in het bijzonder heeft losgemaakt.

    Like

  2. Uit: De Najaarsfeesten, boek van Samuele Bacchiocchi, professor kerkgeschiedenis

    Het is zeer betreurenswaardig dat een onjuiste exegese van Kolossenzen 2:14-17 christenen eeuwenlang op het verkeerde spoor gebracht heeft, zodat ze geloofden dat de sjabbatdag en de hoogtijdagen aan het kruis genageld waren. Gelukkig heeft recent onderzoek de misvattingen/dwalingen van deze traditionele interpretatie aan het licht gebracht.

    Een recent voorbeeld hiervan is het eerder aangehaalde artikel ‘Pagan and Judeo-Christian Time-keeping Schemes in Galatians 4:10 and Colosensians 2:16′ (Heidense en Joods- christelijke stelsels van tijdswaarneming in Galaten 4:10 en Kolossenzen 2:16), geschreven door Troy Martin, professor aan de Saint Xavier University in Chicago. Het artikel verscheen in 1996 in de voorjaarsuitgave van New Testament Stdies (Studies van het Nieuwe Testament), een gewaardeerd wetenschappelijk tijdschrift. Martin heeft hierin geschreven: Der verhandeling verschaft het bewijs dat de Paulinische gemeenschap in Kolosse, niet de tegenstanders, gebruik maakten van de tijdsordening die in Kolossenzen 2:16 in grote trekken wordt weergegeven…. Uit dit onderzoek naar de functie die de opsomming in Kolossenzen 2:16 heeft, blijkt dat de christenen te Kolosse, niet hun critici, deelnamen aan een religieuze kalender die feestdagen, nieuwe manen en sjabbatten omvat’.

    Martin brengt naar voren: ‘Het feit dat Paulus en zijn gemeenten de religieuze kalender overnemen, betekent niet noodzakelijkerwijs dat zij ook Joodse religieuze rituelen uitoefenen. Na de verwoesting van de Joodse tempel in 70 AD blijft het Joodse tijdstelsel intact, zelfs wanneer Joden niet langer in staat zijn de voorgeschreven offers te brengen. Daar komt bij dat de overname van de sjabbatviering door de heidenen waarvan Josephus verslag doet, niet inhoudt dat deze gepaard gaat met de overname van alle Joodse rituelen. Zelfs als Paulus en zijn gemeenten de Joodse religieuze kalender aanvaarden, oefenen ze ofwel de Joodse religieuze rituelen die ermee verbonden zijn uit, ofwel wijzingen of verwerpen ze deze.

    Het soort religieuze rituelen dat door Paulus en zijn gemeenten in praktijk werd gebracht, staat los van de erkenning dat ze een Joodse liturgische kalender overnamen.

    Martin komt tot dezelfde bevindingen in een eerdere verhandeoorling over Kolossenzen 2:17 die in het Journal of Biblical Literature verscheen. Hij schreef hierin:’Het voorafgaande grammaticale en syntactische onderzoek naar de zin to de soma tou Christou [maar het lichaam is van Christus (SV) in Christus in Kolossenzen suggereert dat de gebruiken die in hoofdstuk 2:16 worden genoemd, die van de christenen te Kolosse zijn en niet die van de tegenstanders…. Hoewel het minder zeker is dat neomenia [de nieuwe maan] wordt gevierd, vieren de eerste christenen zowel de feesten als de sjabbatten.

    – Wousje

    Like

  3. Pingback: Verwaarloosde geboortedag en sterfplaats 1 Rabbijn Jeshua en Romeinse weerstand | Bijbelvorser = Bible Researcher

You are welcome to react - U bent welkom om een reactie te geven

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s